Besluit van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking van 26 juli, nr. MinBuZa-2013.218333, tot vaststelling van beleidsregels en een subsidieplafond voor subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Geodata for Agriculture and Water Facility 2013–2014) Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond subsidiëring Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Geodata for Agriculture and Water Facility 2013-2014) De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, Gelet op artikel 6 van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken; Gelet op artikel 10.2 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006; Besluit: Artikel 1 Voor subsidieverlening op grond van artikel 10.2 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 met het oog op de financiering van activiteiten van samenwerkingsverbanden op het gebied van vraaggerichte inzet van satellietdata voor voedselzekerheid en watergebruik, die strekken tot duurzame voedselproductie, duurzame economische ontwikkeling en zelfredzaamheid (G4AW Faciliteit) gelden de als bijlage bij dit besluit gevoegde beleidsregels. Artikel 2 1 Voor subsidieverlening in het kader van G4AW geldt voor de periode vanaf de inwerkingtreding van dit besluit tot en met 31 december 2014 een subsidieplafond van € 10 miljoen. 2 De subsidie wordt verleend onder de voorwaarde dat voor het deel van de subsidie dat ten laste van een nog niet vastgestelde begroting komt, voldoende gelden ter beschikking worden gesteld. Artikel 3 Aanvragen voor een subsidie in het kader van de G4AW Faciliteit worden ingediend vanaf het moment van inwerkingtreding van dit besluit tot en met 28 maart 2014 (15:00 uur, Nederlandse tijd) aan de hand van het daartoe vastgestelde aanvraagformulier en voorzien van de op het aanvraagformulier gevraagde bescheiden.1Zie http://www.spaceoffice.nl/g4aw. Artikel 4 De verdeling van het subsidieplafond vindt plaats op grond van een kwalitatieve beoordeling overeenkomstig de maatstaven die in de beleidsregels zijn neergelegd, met dien verstande dat uit alle aanvragen die voldoen aan de maatstaven, de aanvragen die het beste voldoen aan die maatstaven het eerst voor subsidieverlening in aanmerking komen, binnen het raam van een evenwichtige spreiding als bedoeld in artikel 8, derde lid, sub d, van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken. Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het geplaatst wordt en vervalt met ingang van 1 januari 2015, met dien verstande dat het van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend. Dit besluit zal met de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst. De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking,namens deze:de Directeur-Generaal Internationale Samenwerking,R.Swartbol Bijlage Geodata for Agriculture and Water Facility 2013-2014 (G4AW Faciliteit) 1 Inleiding De Geodata for Agriculture and Water (G4AW) Faciliteit is een nieuwe faciliteit van het Ministerie van Buitenlandse Zaken binnen de beleidsprioriteit voedselzekerheid, gericht op verbeterde en verhoogde duurzame productie van voedsel en voor wat betreft water op efficiënt watergebruik in de landbouw en de daartoe gebruikte irrigatie- en waterstroomgebieden in twaalf partnerlanden en drie partnertransitielanden, hierna te noemen de G4AW partnerlanden. De G4AW Faciliteit vult een niche in het bestaande palet aan instrumenten door het creëren van mogelijkheden voor nieuwe combinaties van samenwerkende partijen (publiek private samenwerking) met elk een eigen inbreng (kennis, ondernemerschap, netwerk, financiële middelen). De Minister is voornemens voor de G4AW Faciliteit twee oproepen voor voorstellen (call for proposals) te publiceren: respectievelijk in het jaar 2013 en 2014. Deze bijlage vormt het richtsnoer voor de beoordeling van de aanvragen voor subsidies in het kader van de call voor 2013 voor de G4AW Faciliteit. In het kader van ontwikkelingssamenwerking zet de Nederlandse overheid in op voedselzekerheid, water en duurzame economische groei en bedrijvigheid. Met de huidige toegenomen inzet op economische ontwikkeling wordt beoogd de zelfredzaamheid van ontwikkelingslanden te vergroten. Het bedrijfsleven, hier en in G4AW partnerlanden, speelt daarbij een belangrijke rol. Met deze inzet wordt in het bijzonder aangesloten op de prioriteiten voedselzekerheid en watergebruik, waaraan satellietinformatie en -adviezen in belangrijke mate bijdragen. Daarbij wordt aansluiting gezocht bij de topsectoren agro, inclusief veeteelt, tuinbouw en water. Samenwerking tussen diverse partijen, publiek en privaat, is in veel situaties een effectieve strategie om bij te dragen aan een inclusieve groei, dat wil zeggen economische bedrijvigheid waar ook kleine voedselproducenten en ondernemers van profiteren. Met voedselproducenten worden diegenen bedoeld die actief betrokken zijn in de voedselproducerende sector, zoals boeren, vissers of veehouders. De G4AW Faciliteit beoogt de totstandkoming van samenwerkingsverbanden te faciliteren tussen partijen (private sector, NGO’s, kennisinstellingen) uit minimaal Nederland en het G4AW partnerland, inclusief publieke organisaties en (lokale) overheden. Deze initiatieven beogen het vraaggericht gebruik van satellietdata ter verbetering van de voedselproductie en de watersector (door boeren, veehouders, waterbeheerders, agrarische sector, vissers). De partijen bij het samenwerkingsverband stellen middelen beschikbaar, financieel en niet-financieel, op basis van een uitgewerkt plan. De G4AW Faciliteit sluit aan bij het nieuwe beleid voor ontwikkelingssamenwerking zoals uiteengezet in de Beleidsnota ‘Wat de wereld verdient: Een nieuwe agenda voor hulp, handel en investeringen’2Kamerstukken II, 2012/13, 33 625, nr. 1 ‘Wat de wereld verdient: Een nieuwe agenda voor hulp, handel en investeringen,’ (BIS 049 2013 env 2013.3892, 5 april 2013)., de Tweede Kamerbrief ‘Uitwerking Voedselzekerheidsbeleid’3Kamerstukken II, 2011/12, 32 605 nr. 54 ‘Uitwerking Voedselzekerheidsbeleid’(DDE-435a/2011, 24 oktober 2011). en de Tweede Kamerbrief ‘Water in Ontwikkeling’4Kamerstukken II, 2011/12, 32 605 nr. 65 ‘Water voor Ontwikkeling’ (DME/MW – 004/2012, 9 januari 2012).. Centraal in het nieuwe beleid staan handel en ontwikkeling, duurzame economische groei, voedselzekerheid en water, zelfredzaamheid van ontwikkelingslanden en transitielanden en extra aandacht voor mondiale vraagstukken. De G4AW Faciliteit is bedoeld voor activiteiten in landen opgenomen op de G4AW landenlijst. Deze landenlijst is gebaseerd op de lijst partnerlanden en transitielanden (Focusbrief ontwikkelingssamenwerking, 18 maart 20115Kamerstukken II, 2010/11, 32 605, nr. 2 ‘Focusbrief ontwikkelingssamenwerking’ (DGIS-18/2011, 18 maart 2011)) en is opgenomen in de drempelcriteria (zie paragraaf 4.3). De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking heeft de uitvoering van dit Subsidiebeleidskader opgedragen aan Netherlands Space Office, de uitvoeringsorganisatie van de rijksoverheid voor het ruimtevaartbeleid. Het Netherlands Space Office zal deze beleidsregels uitvoeren namens de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking op grond van een aan Netherlands Space Office verleend mandaat. In dit Subsidiebeleidskader worden in hoofdstuk 2 allereerst de beleidsuitgangspunten geschetst die de basis vormen voor de G4AW Faciliteit. In hoofdstuk 3 wordt beschreven hoe de beoordelingsprocedure van subsidieaanvragen zal verlopen. Vervolgens beschrijft hoofdstuk 4 de op de beleidsuitgangspunten gebaseerde criteria. 2 Beleidsmatige uitgangspunten 2.1 Doelstelling en beleidsthema’s van G4AW De thema’s voedselzekerheid en water richten zich op: 1) toename van duurzame productie 2) betere toegang tot gezond voedsel 3) efficiëntere markten 4) verbetering ondernemingsklimaat 5) efficiënter waterverbruik in de landbouw 6) een verbeterd stroomgebied beheer De doelstelling van de G4AW Faciliteit is het duurzaam verbeteren van voedselproductie door het op omvangrijke schaal vraaggericht, juist en tijdig aanbieden aan de landbouw- en visserijsector van relevante informatie en diensten, gebaseerd op satellietdata en een eventuele aanvulling met andere databronnen. Effectief watergebruik is een onmisbaar element van de voedselproductie en vormt daarom een belangrijk en integraal onderdeel van de G4AW Faciliteit. Om de eindgebruiker te bereiken wordt gebruik gemaakt van moderne technieken zoals mobiele telefonie en internet naast traditionele massamedia als radio en televisie. Activiteiten zoals kennisopbouw en training van de voedselproducenten door lokale actoren (extension officers, NGO’s, e.a.) zijn essentieel voor het vergroten van vertrouwen en om de koppeling te maken naar het handelingsperspectief van de voedselproducent. Hieronder wordt een nadere toelichting gegeven op de aanleiding en de beleidsmatige uitwerking van de G4AW Faciliteit. • De G4AW Faciliteit beoogt grootschalig gebruik van satellietdata en moderne communicatietechnieken in 12 G4AW partnerlanden en 3 G4AW partnertransitielanden (zie paragraaf 4.3, drempelcriterium
- a)te bevorderen. De doelstelling van de G4AW Faciliteit is minimaal 3 miljoen voedselproducenten te bereiken in de 15 G4AW partnerlanden. • De Wereldbank heeft berekend dat de voedselproductie met 70% dient te stijgen om in 2050 de wereldbevolking te voeden. FAO statistieken laten zien dat minstens 200 miljoen mensen werkzaam zijn in de agrarische sector in de 15 G4AW partnerlanden. • De Wereldvoedselorganisatie FAO onderkent het belang van geodata voor landbouw, waterbeheer en klimaatadaptatie. Voedselproductie begint bij de producent. Het is van belang deze doelgroep te ondersteunen met productierelevante informatie, waarin satellietdata een cruciale rol spelen bij het opschalen van diensten en het bereiken van miljoenen voedselproducenten. • Grootschalige informatievoorziening met gebruik van nieuwe technologie en nieuwe media draagt bij aan het vergroten van investeringszekerheid in de landbouw (verminderen risico’s), het versnellen van economische vooruitgang (verminderen van schade aan productie van voedsel, verbeterde marktinformatie, reductie van uitval, verhoging en verbetering van productiemethoden) en verduurzaming via reductie van energie, grondstoffen en water (waarmee kosten worden verlaagd). Het mobiele telefoongebruik in G4AW partnerlanden varieert per land en neemt snel toe. Het gebruik van mobiele telefoons voor het doorgeven van adviezen en prijsinformatie komt in veel van deze landen in een stroomversnelling. • Satellieten leveren objectief, tijdig en snel data die eenmaal bewerkt informatie opleveren die relevant is voor voedselproducenten. Deze data zijn zowel inzetbaar op mondiaal, regionaal, landelijk, als op lokaal niveau. Bovendien kunnen uit weersatellietdata tijdreeksen van ongeveer 30 jaar afgeleid worden. Hierdoor zijn satellietdata de enige mogelijkheid om grootschalig een bijdrage te leveren aan informatieverstrekking voor optimalisering van voedselproductie en watergebruik. Inzet op levering, gebruik, acceptatie en opschaling van betrouwbare satellietinformatie en adviezen levert vrijwel zeker een hoger ontwikkelingsrendement op, tegen lagere kosten dan een traditionele, veelal geografisch beperkte aanpak met een lokale, gediversifieerde, en veelal verouderde infrastructuur. 2.2 Verwachte resultaten van de G4AW Faciliteit De G4AW Faciliteit beoogt op faciliteit-niveau onderstaande impact en outcome. Verwachte impact: • Verbeterde voedselproductie- of opbrengst; • Toename duurzame landbouw inclusief watergebruik; • Betere inkomenszekerheid van voedselproducenten. Verwachte outcome: • Een (nieuwe) markt voor leveren van informatiediensten in G4AW partner- en transitielanden (economische bedrijvigheid); • Duurzame samenwerking tussen G4AW partners gericht op continuering en zelffinanciering van de informatieverstrekking en adviesdiensten; • Boeren maken effectief gebruik van informatie, adviezen, producten voortkomend uit gebruik van satellietdata; • Effectiever gebruik van inputs (duurzaamheid); minimaal 10% effectiever gebruik van inputs zoals meststoffen, water, zaaigoed en bestrijdingsmiddelen, en/of toename voedselproductie: minimaal 10% verhoging en/of inkomensverbetering. Dit ten opzichte van een nulmeting welke onderdeel is van de subsidieaanvraag. • Tijdige signalering ziekten, voorspelling oogstopbrengst, weersinformatie, watergebruik, optimalisaties gewasdifferentiatie (productie, inkomen); • Mogelijke spin off: ondersteuning wordt gegeven aan boeren, veehouders en vissers m.b.t. risico beperkende maatregelen waaronder beschikbaarheid microverzekeringen, toegang tot kredieten/leningen en investeringen, verbeterde marktinformatie en tijdige maatregelen bij calamiteiten (risicobeheersing). Toelichting op verwachte impact en outcome: • In de G4AW Faciliteit is er een sterke focus op de behoefte van de voedselproducent: de ambitie is minimaal 3 miljoen voedselproducenten in de G4AW partnerlanden te bereiken binnen de looptijd van de G4AW Faciliteit. De helft van bereikte boeren benut de verstrekte data of informatie daadwerkelijk. • De ambitie is om door gebruikmaking van juiste en tijdige satellietinformatie en -adviezen bij te dragen aan duurzame productie door realisatie van ca. 10% effectiever gebruik van inputs en ca. 10% verbeterde productie (t.o.v. nulmeting) en risico beperkende maatregelen. • Een belangrijk kenmerk van de G4AW Faciliteit is het overbruggen van de informatieketen met moderne technologieën en moderne media van de satellietdata providers tot en met de voedselproducent. • Het goed kunnen benutten van ruimtelijke data en informatie vereist een minimaal kennis- en opleidingsniveau bij de voedselproducenten. • Het wordt verondersteld dat een goede benutting van data en informatie leidt tot een efficiëntere duurzamere bedrijfsvoering en/of efficiënter waterverbruik en/of een betere inkomenspositie door o.a. inzet van risico beperkende maatregelen. Dit is niet eenvoudig meetbaar. Meerdere factoren spelen een rol in de voedselproductie waar de G4AW Faciliteit geen invloed op heeft. Het is bekend dat een betere bedrijfsvoering in het algemeen tot een verbeterd inkomen leidt. De G4AW Faciliteit zal vaststellen of en hoe aangetoond kan worden dat een betere benutting van ruimtelijke data en informatie ook daadwerkelijk leidt tot een efficiëntere bedrijfsvoering en/of een beter inkomen. 2.3 Voor wie en waarvoor zijn de subsidies bestemd? De G4AW Faciliteit staat open voor wereldwijde samenwerking en biedt kansen om wederzijdse versterkende belangen m.b.t. voedselzekerheid en water in ontwikkelingslanden te combineren met kennis en ervaring over satellietdata en de agrarische en watersector bij het bedrijfsleven. De G4AW Faciliteit voorziet in subsidiëring van activiteiten van samenwerkingsverbanden waar de markt het laat afweten omdat het risico te groot wordt geacht (conform OESO-DAC guidelines6Voor de OESO-DAC guidelines zie www.spaceoffice.nl/g4aw.) en die uiteindelijk (kunnen) leiden tot marktconforme economische bedrijvigheid (bijvoorbeeld het ontwikkelen en uitvoeren van een verdienmodel zoals voor het betaald verstrekken van vraaggerichte informatie via communicatiemiddelen of via een koppeling aan de verkoop van nutriënten of zaden). Hierbij is de inzet van kennis en kunde van het bedrijfsleven onontbeerlijk. Voor een samenwerkingsverband gelden de volgende uitgangspunten: • Een samenwerkingsverband moet bestaan uit: minimaal een in Nederland gevestigde organisatie, als subsidieaanvrager, niet zijnde Nederlandse rijksoverheid; minimaal twee organisaties uit het G4AW partnerland waarvan tenminste één private partij en een publieke instantie, en eventueel aangevuld met publieke en/of private organisaties uit andere landen. • De gehele informatieketen van satellietdata tot dienstverlening aan de voedselproducent dient te worden overbrugd door werkzaamheden van het samenwerkingsverband. • Het samenwerkingsverband staat in direct contact met de doelgroep (eindgebruiker van de voorgestelde informatiedienst) of met vertegenwoordiger(
- s)van deze doelgroep. • Een samenwerkingsverband kan een overeenkomst aangaan met organisaties die om-niet bijdragen leveren aan de realisatie van het project en die van wezenlijk belang zijn voor het duurzaam leveren van de beoogde diensten; dit kunnen o.a. zijn internationale organisaties, lokale (overheids)organisaties, NGO’s. • Een schriftelijke en door alle participerende partijen ondertekende samenwerkingsovereenkomst moet de medewerking van partijen en de naleving van de gemaakte afspraken waarborgen evenals de nakoming van de aan de subsidie verbonden verplichtingen jegens de Minister. • Voor de beschrijving van de verplichtingen van de subsidieontvanger bij toekenning van de subsidieaanvraag wordt verwezen naar paragraaf 6. 2.4 Financieel M.b.t. subsidieverstrekking gelden de volgende uitgangspunten: • De ondergrens van een subsidieaanvraag is € 1 miljoen; de bovengrens is € 5 miljoen. • De subsidie wordt verstrekt aan de subsidieaanvrager van het samenwerkingsverband. • Subsidie wordt verleend over noodzakelijk gemaakte kosten van een project welke kunnen bestaan uit: o kosten voor technische assistentie, zoals projectmanagement (inclusief reis- en verblijfkosten), ontwikkelkosten, kosten voor operationele opschaling van informatieverstrekking, training, lokale capaciteitsopbouw, ontwikkelen/aanpassen van lokale regelgeving, advieskosten, validatie, certificering o kosten van duurzame kapitaalgoederen (hardware en/of software) die ingezet worden ten behoeve van de informatieketen in het G4AW partnerland met uitzondering van gebouwen en land
- b)De subsidieaanvraag bedraagt minimaal EUR 1.000.000 en maximaal EUR 5.000.000.
- c)Het project moet binnen 3 jaar na de datum waarop de subsidie is verleend zijn afgerond.
- d)De omvang van de te bereiken doelgroep van de aanvraag bedraagt minimaal 200,000 (tweehonderdduizend) voedselproducenten.
- e)Projectvoorstellen richten zich op een verbetering van voedselproductie/opbrengsten en/of efficiënter gebruik van de input voor de voedselproductie zoals water, zaaigoed, meststoffen en bestrijdingsmiddelen en/of inkomensverbetering van voedselproducenten door middel van het leveren van informatiediensten.
- f)Satellietdata vormen een onmisbaar en essentieel onderdeel van de informatieketen als basis van de geleverde dienst of product. Zonder de satellietdata is de operationalisering van de informatiedienst niet mogelijk
- g)Aanvragen worden ingediend namens een samenwerkingsverband (partnerschap), dat minimaal bestaat uit: – Een in Nederland gevestigde organisatie, niet zijnde een onderdeel van de rijksoverheid, als subsidieaanvrager. – Tenminste één publieke organisatie en tenminste één private organisatie uit het G4AW partnerland waar de activiteit voor is opgezet.
- h)Alle partijen in het samenwerkingsverband bezitten rechtspersoonlijkheid. Dit blijkt, wat betreft de private partijen, uit een bijgevoegde inschrijving bij de Kamer van Koophandel en/of statuten (of lokaal equivalent daarvan).
- i)Het samenwerkingsverband staat in direct contact met de doelgroep (eindgebruiker van de voorgestelde informatiedienst) of met vertegenwoordiger(
- s)van deze doelgroep.
- j)Het voorstel toont aan dat gedurende de looptijd de eigen bijdrage in de kosten van het project (30% bij partnerlanden, 60% bij partnertransitielanden) kan worden opgebracht. Eigen bijdragen mogen niet direct of indirect ten laste van subsidies of bijdragen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken komen. Minimaal 25% van het totale project wordt met eigen middelen vanuit het bedrijfsleven ingebracht. Indien subsidies (niet afkomstig van het Ministerie van Buitenlandse Zaken) en/of middelen afkomstig van not-for profit organisaties, voor zover deze middelen niet afkomstig zijn uit subsidies van het ministerie van Buitenlandse Zaken aan die organisaties, als eigen bijdrage worden ingebracht, bedragen deze niet meer dan 50% van de eigen bijdrage.
- k)De werkzaamheden van de organisaties in het samenwerkingsverband overbruggen de gehele informatieketen van satellietdata tot dienstverlening aan de voedselproducent.
- l)Een schriftelijke en door alle participerende partijen ondertekende samenwerkingsovereenkomst is vereist en waarborgt de medewerking van de partijen en de naleving van de gemaakte afspraken, evenals de naleving van de aan een subsidieverlening verbonden verplichtingen jegens de minister.
- m)Het deelnemende bedrijf verklaart bekend te zijn met de eis van het ministerie van Buitenlandse Zaken, het gebruik van kinder- en dwangarbeid in de handels- en investeringsketen uit te sluiten. Het bedrijf verklaart tevens dat ze zich confirmeert aan de OESO-richtlijnen voor multinationale bedrijven met betrekking tot IMVO. 4.4 Toetsingscriteria De kwaliteit van de subsidieaanvraag (inclusief annexen) wordt beoordeeld aan de hand van alle hieronder vermelde toetsingscriteria en de mate waarin hieraan wordt voldaan. 1. Kwaliteit van het samenwerkingsverband:
- a)De in het samenwerkingsverband betrokken organisaties hebben een legale status, zijn financieel gezond, hebben de juiste core competenties en expertise met betrekking tot de context en scope van het project en hebben ervaring met het samenwerken in een samenwerkingsverband. Partners tonen hun core competenties met betrekking tot de scope van het project met voorbeelden aan (track record) en tonen aan over voldoende middelen (personeel, infrastructuur) te beschikken om het project te kunnen uitvoeren.
- b)De mate waarin het samenwerkingsverband een strategische meerwaarde heeft en daaraan is gecommitteerd m.b.t. het bereiken van de projectdoelstellingen. Er is sprake van synergie (thematische specialisatie) tussen de partijen.
- c)De mate waarin het samenwerkingsverband de juiste capaciteit heeft om duurzame relaties met afnemers van de diensten op te bouwen en te zorgen dat de diensten vertrouwd en geaccepteerd worden.
- d)Partners hebben een beleid met betrekking tot Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen en tonen dit aan. In de situatie dat een dergelijk beleid ontbreekt verklaart de partner een dergelijk beleid in het eerste jaar van projectuitvoering op te stellen.
- e)De kwaliteit van de specificatie en onderbouwing van het samenwerkingsverband voor het financiële en administratieve management van het project. De mate waarin vorming en het onderhoud van het samenwerkingsverband voor alle partners een transparant en inzichtelijk proces is.
- f)De kwaliteit van de samenwerkingsovereenkomst: Het samenwerkingsverband legt afspraken vast in een Partnership Cooperation Agreement. Deze samenwerkingsovereenkomst zal minimaal de volgende elementen bevatten (op de website zie www.spaceoffice.nl/g4aw is een checklist beschikbaar): – Reikwijdte en doelen van de samenwerking. – De wijze waarop elk van de partijen bijdraagt aan het samenwerkingsverband, de wijze van samenwerking en vertegenwoordiging, en de wijze waarop de besluitvorming in het samenwerkingsverband plaatsvindt. – Hoe bevoegdheden en verantwoordelijkheden zijn gedefinieerd en hoe het onderscheid tussen bestuurs- en toezichtfuncties is geregeld. – Planning, monitoring en evaluatie. De project-monitoring-evaluatie(pme)-systemen van alle partijen sluiten op elkaar aan. – Financiële afspraken, waaronder de verdeling van (eigendom van) middelen, apparaats/overheadkosten (tarieven en verdeling), voorschotten en afrekeningen. – Overige bepalingen, waaronder een geschillenregeling, anti-corruptiebeleid, sanctiebeleid, een klachtenregeling en een exit strategie. – De mate waarin de deelnemers de risico’s verbonden aan de uitvoering van de werkzaamheden dragen en de maatregelen om deze risico’s te beheersen.
- b)Doelgroep: Het samenwerkingsverband toont aan dat dienst gericht is op de beoogde doelgroep (voedselproducenten). De doelgroep wordt gespecificeerd en onderbouwd.
- c)Vraagsturing: Het samenwerkingsverband specificeert en onderbouwt de vraagsturing en betrokkenheid doelgroep, met in achtneming van de positie van vrouwen.
- d)Business Propositie: Het samenwerkingsverband specificeert en onderbouwt de business propositie inclusief het unieke en specifieke karakter van het samenwerkingsverband met betrekking tot de business propositie.
- e)Niet commercieel haalbaar: Het samenwerkingsverband toont aan dat de dienst niet commercieel haalbaar is in de looptijd van het project. Het samenwerkingsverband toont aan dat de dienst na afloop van het project wel financierbaar is zonder financiële bijdragen van de Nederlandse overheid. Dit wordt o.a. onderbouwd met Return-on-Investment berekeningen. Het projectvoorstel moet duidelijk maken dat het niet leidt tot marktverstoring in het land van uitvoering en in Europa.
- f)Lokale inbedding: Het samenwerkingsverband toont aan dat de dienst betaalbaar en bruikbaar zal zijn en specificeert en onderbouwt een aanpak met als doel bij de afnemer vertrouwen in de dienst op te bouwen zodat de dienst vertrouwd en geaccepteerd wordt. Denk hierbij aan training & capacity building, aansluiting op lokale systemen en initiatieven, faciliterende rol van perifere overheidsorganisaties.
- g)Intellectual Property Rights: Het samenwerkingsverband toont aan dat eventuele Intellectual Property Rights geïnventariseerd en beschreven zijn op een zodanige wijze dat de diensten commercieel geëxploiteerd kunnen worden na afloop van het project.
- h)License-to-Operate: Het samenwerkingsverband toont aan dat de dienstverlening in het partnerland mogelijk is. Er is geen juridische belemmering en alle benodigde inputdata zijn beschikbaar.
- i)Synergie: Het samenwerkingsverband toont aan dat de dienstverlening, waar van toegevoegde waarde, aansluit op lokale initiatieven en synergie met bilaterale en internationale programma’s.
- b)Bereik en uiteenzetting van outcome.
- c)Bereik en uiteenzetting van impact.
- d)Bereik en uiteenzetting van resultaten; deze resultaten moeten voldoende specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden zijn uitgewerkt (SMART).
- e)Het belang dat de verschillende deelnemers van het partnerschap hechten aan het project, tot uiting komend in de onderlinge verdeling van de eigen bijdragen in de kosten van de uitvoering van het project en de relatie met de financiële duurzaamheid van de activiteiten na afloop van het project.
- f)Vaststelling van prijs-kwaliteit: de hoogte van de eigen bijdrage in relatie tot de gevraagde subsidie en de omvang van de te bereiken doelgroep.
- g)Beschrijving van de project specifieke aanpak van ODA-thema’s, waaronder de kwaliteit van de analyse m.b.t. Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (IMVO), het voldoende afdekken van de risico’s van klimaatverandering en milieudegradatie, de wijze waarop wordt omgegaan met de aandacht voor gender).7Voor informatie over ODA-criteria (IMVO-analyse beleid & dwarsdoorsnijdende thema’s klimaat & milieu en gender) zie www.spaceoffice.nl/g4aw.
- h)Kwaliteit van Planning, Monitoring & Evaluatie (inclusief risicoanalyse, planning, monitoring en bijsturing, monitoring en evaluatie, nulmeting), inclusief onder g. beschreven thema’s.
- b)Het samenwerkingsverband onderbouwt de essentiële rol en de mate van het gebruik van satellietdata voor de informatiedienst(en). Het samenwerkingsverband maakt ook duidelijk welke de eventuele limiterende beperkingen van het gebruik van de satellietdata zijn.
- c)Het samenwerkingsverband onderbouwt de volledigheid van de informatieketen.
- d)Transmissiekanalen: Het samenwerkingsverband onderbouwt de inzet en betrouwbaarheid van transmissiekanalen.
- e)Operationele toepasbaarheid: Het samenwerkingsverband onderbouwt de operationele toepasbaarheid van elementen van de informatiedienst(en).
- f)Validatie: Het samenwerkingsverband specificeert en onderbouwt hoe de informatiedienst gevalideerd is en hoe kwaliteitsborging plaats vindt.
- g)Kwaliteit: Het samenwerkingsverband specificeert en onderbouwt hoe de kwaliteitsborging van de informatiedienst plaats zal vinden tijdens en na het project.
- h)Data: Het samenwerkingsverband specificeert en onderbouwt de toegang tot (lokale) data, inclusief aansluiting bij internationale en/of regionale programma’s.