BWBR0034882_2014-05-01_0 Besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 26 februari 2014, nr. 2014-0000106049, houdende vaststelling van beleidsregels inzake de toepassing van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (Beleidsregels toepassing WNT) Besluit vaststelling beleidsregels toepassing WNT 2013 De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Gelet op paragraaf 5 van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector, alsmede artikel 4:81, eerste lid, artikel 4:83 en hoofdstuk 5 van de Algemene wet bestuursrecht; Besluit: Enig artikel Bij de uitvoering en handhaving door of namens mij van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector en bij de uitoefening van toezicht op de naleving van die wet met ingang van 1 januari 2013 door de daartoe door mij aangewezen ambtenaren, worden de als bijlage bij dit besluit gevoegde beleidsregels toegepast. Dit besluit zal met de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,R.H.A.Plasterk. Deze bijlage behoort bij het Besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 26 februari 2014, nr. 2014-0000106049, houdende vaststelling van beleidsregels inzake de toepassing van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (Beleidsregels toepassing WNT 2013) §
- Het WNT-normenkader 2013 Deze beleidsregels vormen een (nadere) uitleg van de regelgeving en bevatten voorts concrete toepassingsregels die kunnen worden gebruikt in het kader van de financiële verslaggeving en de accountantscontrole over het jaar
- Zij maken als zodanig deel uit van het thans toepasbare normenkader, dat in verband met de goede uitvoering van de WNT van belang is. Dit normenkader bestaat verder uit: Relevante regelgeving: − Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) (Staatsblad 2012, 583); − Besluit van 15 november 2012, houdende vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (Staatsblad 2012, 584); − Besluit van 6 december 2012 tot uitvoering van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (Uitvoeringsbesluit WNT), (Staatsblad 2012, 624); − Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 24 oktober 2013, 2013-651926, houdende wijziging van de bedragen met betrekking tot de wettelijke bezoldigingsmaximum van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector voor 2014 (Staatscourant 2013, nr. 30635); − Het voorstel tot aanpassing van de reikwijdte en enige technische wijziging van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (Aanpassingswet WNT) (Kamerstukken I 2013/2014, 33 715, A); − Mededeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 12 februari 2014, nr. 2014-000070146, Directie Constitutionele Zaken en Wetgeving, Afdeling Wetgeving Staatsinrichting en Bestuur, inzake de uitvoering en handhaving van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) in het licht van de Aanpassingswet WNT (Staatscourant 2014, nr. 4792); − Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 26 februari 2014, nr. 2014-0000104920, houdende nadere regels over hetgeen bij de toepassing van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector tot de bezoldiging wordt gerekend en over de toerekening van onderdelen van de bezoldiging aan enig kalenderjaar (Regeling bezoldigingscomponenten WNT). Voorts is de volgende algemene wet- en regelgeving relevant: − Algemene wet bestuursrecht, Titel 4.2 Subsidies (paragrafen 4.2.3 tot en met 4.2.8); − Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW 2 Titel 9) en de Richtlijnen van de Raad voor de Jaarverslaggeving; − Comptabiliteitswet 2001 en Regeling Rijksbegrotingsvoorschriften 2014; − Gemeentewet; − Provinciewet. Meer algemene informatie en praktische zaken, zoals modellen en voorbeelden, alsmede de applicatie voor de elektronische verstrekking van gegevens, kunnen worden gevonden op www.topinkomens.nl. Voor de volledigheid wordt erop gewezen dat voor enkele sectoren specifieke sectorale regelgeving van toepassing is: − Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 8 december 2012, nr. WJZ/353186 (10 126), houdende verlaagde bezoldigingsmaxima voor topfunctionarissen in het onderwijs en ter invoering van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen in de publieke en semipublieke sector (Regeling bezoldiging topfunctionarissen OCW-sectoren) (Staatscourant 2012, nr. 26223); − Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 21 november 2013, nr. 53 8765 (10 382), houdende wijziging van de Regeling bezoldiging topfunctionarissen OCW-sectoren in verband de invoering van verlaagde bezoldigingsmaxima voor de cultuurfondsen en de jaarlijkse indexatie van de verlaagde maxima (Staatscourant 2013, nr. 33369); − Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 14 december 2012, DWJZ-3147991m, houdende vaststelling van de sectorale bezoldigingsnorm voor de in bijlage 3 bij de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen in de publieke en semipublieke sector opgenomen sectorale zorgverzekeraars (Staatscourant 2012, nr. 26811); − Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 26 november 2013, kenmerk MEVA-172387-113549, houdende vaststelling van de sectorale bezoldigingsnorm voor en de indeling in klassen van de in bijlage 3 bij de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen in de publieke en semipublieke sector opgenomen categorie zorgverzekeraars (Regeling sectorale bezoldigingsnorm topfunctionarissen zorgverzekeraars) (Staatscourant 2013, nr. 33658); − Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 26 november 2013, kenmerk MEVA-170829-113368, houdende vaststelling van de indeling van de zorgsector in klassen met daarbij behorende bezoldigingsmaxima (Regeling bezoldigingsmaxima topfunctionarissen zorg- en welzijnssector) (Staatscourant 2013, nr. 33659); − Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 22 november 2013, nr. 2013-0000717365, houdende vaststelling van de indeling van de toegelaten instellingen volkshuisvesting in klassen met daarbij toepasselijke bezoldigingsmaxima ten aanzien van hun topfunctionarissen (Regeling bezoldigingsmaxima topfunctionarissen toegelaten instellingen volkshuisvesting 2014) (Staatscourant 2013, nr. 33942). §
- Gegevens van voor de inwerkingtreding van de WNT De WNT is 1 januari 2013 in werking getreden. Bezoldigingsgegevens van voor deze datum behoeven niet te worden verzameld. Dit betekent het volgende: a. De gegevens die op grond van artikel 4.2, zesde lid, van de WNT over 2012 openbaargemaakt zouden moeten worden, behoeven niet te worden verstrekt. b. Voor de periode die op grond van de artikelen 2.1, vierde lid, 3.1, vijfde lid, en 4.2, tweede lid, onderdeel c, moet worden bepaald, behoeft de periode voorafgaand aan de inwerkingtreding van de WNT niet meegenomen te worden. §
- Topfunctionaris Bij de definiëring van topfunctionarissen van privaatrechtelijke rechtspersonen of instellingen gaat het om de groep van hoogst leidinggevenden binnen een rechtspersoon of instelling, die leidinggeven aan de gehele rechtspersoon of instelling; daarnaast gelden de criteria los van elkaar (zie de MvT op de Aanpassingswet blz. 10). Dus iemand wordt aangemerkt als topfunctionaris als hij: − behoort tot de hoogste uitvoerende en toezichthoudende organen van een rechtspersoon of instelling (welke automatisch aan het hoofd staan van de gehele rechtspersoon of instelling) − behoort tot de hoogste ondergeschikte of de leden van de groep hoogste ondergeschikten aan dat orgaan én in deze rol (gezamenlijk) verantwoordelijk is voor de gehele rechtspersoon of de gehele instelling − belast is met de dagelijkse leiding van de gehele rechtspersoon of de gehele instelling Iemand kan in de praktijk ook tegelijk onder meerdere criteria vallen. Het kan zijn dat een vestigings- of locatiedirecteur als topfunctionaris aangemerkt dient te worden, namelijk in het geval dat de vestigingsdirecteuren tezamen formeel het managementteam of het dagelijks bestuur uitmaken waarin beslissingen voor de gehele instelling of rechtspersoon worden genomen. Een directeur Financiën of een directeur P&O van een instelling valt alleen onder de definitie van topfunctionaris, als hij/zij formeel lid is van een centraal management- of directieteam. Afhankelijk van het organogram, zullen bij de ene instelling of rechtspersoon de leden van slechts één managementlaag als topfunctionarissen aangemerkt worden, terwijl bij een andere instelling of rechtspersoon de leden van meerdere managementlagen als topfunctionarissen aangemerkt worden. Per instelling of rechtspersoon zal bezien moeten worden welke functionarissen als topfunctionaris aangemerkt moeten worden. Bij sommige instellingen worden zowel het bestuur als de leden van het directieteam, respectievelijk de directeur van de instelling als topfunctionaris aangemerkt. Indien bij een stichting ook sprake is van een raad van toezicht, zullen ook de leden van deze raad onder de definitie van topfunctionaris vallen. §
- Gewezen topfunctionaris Gewezen topfunctionarissen hebben in het verleden een topfunctie bekleed, bij dezelfde instelling. Met het oog op een werkbare uitvoering van de wet, wordt hierbij uitgegaan van gewezen topfunctionarissen, die sedert de inwerkingtreding van de wet (1 januari 2013) topfunctionaris zijn geweest. §
- Maximumbezoldiging Raden van Toezicht en Raden van Commissarissen Het bezoldigingsmaximum voor leden en voorzitters van interne toezichthoudende organen bedraagt 5% respectievelijk 7,5% van het voor de betreffende rechtspersoon of instelling geldende bezoldigingsmaximum bezoldiging (zie art. 2.2 WNT). §
- Overige functionarissen (niet-topfunctionarissen) De bezoldiging van niet-topfunctionarissen wordt openbaar gemaakt als deze blijkens de (loon)administratie, herrekend naar een voltijds dienstverband en op jaarbasis, het wettelijke bezoldigingsmaximum overschrijdt (zie art. 4.2 lid 1). Hiernaast worden gegevens over uitkeringen wegens beëindiging van het dienstverband openbaargemaakt als de som hiervan het wettelijke bezoldigingsmaximum overschrijdt, of als de inkomensgegevens van de functionaris eerder op grond van de WNT of WOPT openbaar zijn gemaakt (zie art. 4.2 lid 3). Aan de naleving van de wet t.a.v. de hiervoor bedoelde groep niet-topfunctionarissen dient strikt de hand te worden gehouden. Voor niet-topfunctionarissen die bij de desbetreffende WNT-instelling geen – al dan niet fictieve – dienstbetrekking hadden, geldt het volgende. Volgens art. 4.2 lid 2 onder c vermeldt de verantwoordelijke in het financieel verslag ook de bezoldiging van deze categorie interim-functionarissen, indien de functie in een periode van 18 maanden voor meer dan 6 maanden is vervuld en de bezoldiging (naar rato herberekend) per kalenderjaar meer bedraagt dan de maximale bezoldiging. Verder dient de verantwoordelijke deze gegevens bovendien ingevolge art. 4.2 lid 7 uiterlijk op 1 juli aan de minister te zenden. Nu is gebleken dat de uitvoering van deze openbaarmakingsplicht over het verslagjaar 2013 niet of beperkt mogelijk is, zal geen toezicht op de naleving van deze verplichting worden uitgeoefend en zal evenmin handhavend worden opgetreden bij niet-naleving van die bepaling ten aanzien van deze groep interim niet-topfunctionarissen. Accountants hoeven op dit onderdeel van de financiële verslagen ook geen controle uit te voeren (niet op volledigheid en niet op juistheid). Deze beleidsregel geldt voor het verslagjaar 2013 en voorts tot het tijdstip dat de wetgever een voorziening heeft getroffen. §
- Wat is een dienstverband? Onder dienstverband wordt verstaan een aanstelling of arbeidsovereenkomst en indien sprake is van een fictieve dienstbetrekking in de zin van de Wet op de loonbelasting
- Daarnaast is de WNT ook van toepassing als op andere titel een topfunctionaris tegen betaling zijn functie vervult (zie art. 1.1 onderdeel d). Bij dit laatste kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een detacheringsovereenkomst, een inleenovereenkomst met een management-BV of een overeenkomst met een zzp'er met een VAR. §
- De WNT en deeltijdwerken De maximum bezoldiging van deeltijdtopfunctionarissen word gerelateerd aan hun deeltijdfactor. In geval van een dienstverband met een kleinere omvang dan het bij de verantwoordelijke gebruikelijke voltijds dienstverband, komen partijen geen bezoldiging overeen die per kalenderjaar meer bedraagt dan de maximale bezoldiging, bedoeld in artikel 2.3, vermenigvuldigd met het aantal uren waarop het dienstverband betrekking heeft en gedeeld door het aantal uren van een voltijds dienstverband (zie ook art. 2.1 lid 2 WNT). De bezoldiging kan niet meer bedragen dan de maximale bezoldiging, ook niet als feitelijk meer wordt gewerkt dan de totale werktijd van een fulltime functionaris (deeltijdfactor nooit hoger dan 1,0). §
- De WNT en meerdere functies of nevenfuncties De WNT kent geen algemene cumulatiebepaling van topfuncties binnen de (semi-)publieke sector. De WNT zegt niets over het wel of niet mogen stapelen van functies. De bezoldiging van elke functie die onder de WNT valt, moet wel aan de wet worden getoetst. Alleen indien sprake is van twee opeenvolgende vergelijkbare functies bij dezelfde rechtspersoon of instelling (dus bijvoorbeeld van de ene topfunctie naar de andere) wordt de beloning voor de gehele periode opgeteld (artikel 2.1 lid 5). Dit kunnen twee opeenvolgende vergelijkbare functies zijn (bijvoorbeeld van de ene topfunctie naar de andere) of twee vergelijkbare functies die op het zelfde moment worden vervuld. Er geldt wel een anti-cumulatieregeling voor de bezoldiging als functionarissen tevens lid zijn van een adviescollege of commissie die onder de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies valt. Een zodanig lid mag uit hoofde van zijn lidmaatschap(pen) van adviescolleges en commissies en zijn functie bij een instelling die onder de WNT valt nooit meer bezoldiging ontvangen dan het bezoldigingsmaximum van de WNT. In dat geval wordt zijn vergoeding uit hoofde van zijn lidmaatschap van het adviescollege of adviescommissie verminderd indien en voor zover de totale bezoldiging het bezoldigingsmaximum te boven gaat. Het is dus niet de WNT-instelling die corrigerend moet optreden bij normoverschrijding maar het adviescollege of de commissie. Zie artikel 6 van het Besluit vergoedingen adviescolleges en commissies. Wanneer iemand in de loop van het jaar een topfunctie gaat bekleden, dan wordt de bezoldiging in verband met een eventuele voorafgaande functie niet opgeteld. Wanneer deze voorafgaande functie eveneens onder de WNT valt, dan zal deze afzonderlijk moeten worden gerapporteerd. Alleen indien een topfunctie gevolgd wordt door de uitoefening van een andere topfunctie, wordt de beloning opgeteld. §
- Interim-topfunctionarissen Van alle interim-topfunctionarissen dienen de bezoldigingsgegevens openbaar te worden gemaakt. Hiervoor is geen minimale termijn. Om te voorkomen dat bij elke vorm van feitelijke waarneming, bij bijvoorbeeld bij ziekte of verlof, sprake is van een dergelijke vervulling, mag een instelling zich beperken tot die situaties dat in een rechtshandeling (bijvoorbeeld een besluit van Raad van Toezicht/Raad van Commissarissen/ander bevoegd gezag) wordt bepaald dat de betrokkene (vanaf een specifieke ingangsdatum) deze functie vervult. Op het moment dat een interim-topfunctionaris zijn interim-functie binnen een periode van 18 maanden, zes maanden of meer vervult, is de WNT-norm op hem van toepassing. §
- Het zes-maanden-criterium voor interim-topfunctionarissen Op het moment dat een interim-topfunctionaris zijn interim-functie binnen een periode van 18 maanden, zes maanden of meer vervult, zijn de WNT-kaders op hem van toepassing. Bij een functievervulling van bijvoorbeeld vier maanden, spelen de WNT-kaders (nog) niet. Blijkt de betreffende functionaris binnen 14 maanden echter opnieuw een dergelijke functie te bezetten binnen dezelfde instelling voor twee maanden of meer, dan dient het kader van de WNT alsnog te worden toegepast op de hele, opgetelde, termijn. Voor interim-topfunctionarissen dienen de eerste vier maanden dan met terugwerkende kracht te worden gecorrigeerd (zo er sprake was van een bezoldiging uitgaande boven de voor de sector relevante norm). Voor de bepaling van de termijn geldt de inwerkingtredingsdatum van de WNT, 1 januari 2013, als startpunt. Eventuele interim-vervulling voor die datum wordt niet meegenomen bij de bepaling of aan het zes-maanden-criterium is voldaan. Het zes-maanden-criterium wordt toegepast op basis van het aantal maanden. Wanneer bijvoorbeeld wordt gewerkt vanaf 15 januari van een jaar, dan is vanaf 15 juli van datzelfde jaar de zes maanden grens gepasseerd. Bij de bepaling van het zes-maanden-criterium gaat het om de combinatie van persoon en functie. Het zes-maanden-criterium is niet van toepassing bij opeenvolgende vervulling van één functie door achtereenvolgende interim-topfunctionarissen. §
- Berekening bezoldiging van interim-topfunctionarissen De toepasselijke norm bij kortere periodes dan een vol kalenderjaar bij functiewaarneming door een interimmer kan als volgt worden berekend: Waarbij: x = individuele maximumbezoldiging interimmer (ex. BTW) y = toepasselijke maximum WNT-jaarnorm voor de desbetreffende functie a = deeltijdfactor (bij fulltime functies: 1,0)
- In de arbeidsovereenkomst: Soms is er, naast de benoeming, ook sprake van een arbeidsovereenkomst/aanstelling voor onbepaalde tijd. Het is niet ongebruikelijk dat hierin de bezoldiging die samenhangt met de benoeming wordt opgenomen. In dat geval houdt de topfunctionaris ook bij herbenoeming recht op de aldus overeengekomen bezoldiging. Na inwerkingtreding van de WNT wordt deze bezoldiging voor vier jaar gerespecteerd, waarna deze in drie jaar moet worden afgebouwd. § 25 overgangsrecht bij fusies Bij een juridische fusie gaan alle rechten en verplichtingen van rechtswege over op de verkrijgende rechtspersoon. Dit geldt ook voor de arbeidsovereenkomsten. De arbeidsovereenkomsten blijven in dat geval dus gewoon in stand. § 26 Rapportage jaarrekening bij een groep van rechtspersonen Bij een groep van rechtspersonen is de instelling vrij om te kiezen of de WNT-bezoldigingsgegevens opgenomen worden in de geconsolideerde jaarrekening of de enkelvoudige jaarrekening van de betreffende rechtspersoon. Uitsluitende vermelding in de geconsolideerde jaarrekening is voldoende onder vermelding van de rechtspersoon waar de functie wordt verricht. § 27 Controle financieel verslaggevingsdocument Indien uit de verklaring van de accountant aan wiens oordeel een financieel verslaggevingsdocument is onderworpen, blijkt dat onderstaand controleprotocol is toegepast, wordt een melding op grond van artikel 5.2 WNT of het ontbreken van een zodanige melding bij de uitvoering van het toezicht op de naleving van de wet, beschouwd als in overeenstemming met dat artikel, tenzij uit andere feiten of omstandigheden blijkt dat er aanleiding is om het tegendeel aan te nemen. Controleprotocol WNT
(2013)A De WNT en accountantscontrole: algemeen De controleverklaring bij het financieel verslaggevingsdocument van de WNT-instelling dient zich mede uit te strekken tot de getrouwheid van de daarin op grond van de artikelen 4.1 en 4.2 van de WNT opgenomen informatie en de rechtmatigheid van de naleving door de instelling van de overige bepalingen van de WNT. De rechtmatigheid betreft het terugvorderingen van betalingen van topfunctionarissen en gewezen topfunctionarissen die op grond van de WNT als onverschuldigd zijn aan te merken. Het referentiekader voor de controle op de WNT-regelgeving ligt vast in de toepasselijke wet- en regelgeving. Dit protocol bevat aanwijzingen voor de accountantscontrole op de WNT-verantwoording in jaarrekening of jaarverslag. Het is opgesteld met inachtneming van de door de rechtsvoorganger van de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA) uitgegeven ‘Handreiking controleprotocollen’ (februari 2007). Het geeft een specifieke toelichting op de relevante bepalingen over de WNT die in de controle moeten worden betrokken, met aanwijzingen over de reikwijdte en de diepgang van de accountantscontrole. B De WNT en accountantscontrole: controletolerantie In de controleverklaring bij het financieel verslaggevingsdocument geeft de accountant mede een oordeel over: − De getrouwheid van de op grond van de artikelen 4.1 en 4.2 van de WNT1Dit kan ook al in het betreffende verslaggevingsstelsel opgenomen zijn. in het financieel verslaggevingsdocument opgenomen informatie. − De rechtmatige naleving van de overige bepalingen van de WNT. Dit betreft het instellen van terugvorderingen van betalingen van topfunctionarissen, gewezen topfunctionarissen en toezichthouders die op grond van de WNT als onverschuldigd zijn aan te merken. Voor de controle op de getrouwheid en rechtmatigheid geldt de uitvoeringsmaterialiteit zoals die hieronder is vermeld. Deze uitvoeringsmaterialiteit bepaalt de aard en omvang van de werkzaamheden van de accountant. Voor de specifieke WNT-posten/-onderwerpen worden bovendien de specifieke controletolerantie (CT) en rapportagetolerantie (RT) volgens de tabel vermeldt. De accountant hanteert bij de controle een betrouwbaarheid van 95%. Topfunctionarissen Overige functionarissen – dienstverband Toelichting Volledigheid vermelding functionarissen op naam 0% tolerantie n.v.t. Volledigheid vermelding functionarissen op functie n.v.t. 1% van de personeelskosten met een maximum van € 100.000 De accountant richt zijn controle zo in dat met het vereiste betrouwbaarheidspercentage kan worden gesteld dat niet meer dan 1% van de personeelskosten met een maximum van € 100.000 (dienstverband) aan onder de WNT te verantwoorden bedragen onterecht buiten de WNT-verantwoording blijven. Juistheid en volledigheid bezoldiging (per persoon/functie) 3% van het voor de rechtspersoon of instelling geldende bezoldigingsmaximum, of € 3.000 indien dit hoger is. De accountant richt zijn controle zo in dat met het vereiste betrouwbaarheidspercentage kan worden gesteld dat de verantwoorde bezoldiging niet meer dan 3% van het bezoldigingsmaximum onjuist is, met een minimumgrens van € 3.
- Juistheid en volledigheid verantwoorde uitkeringen wegens beëindiging van het dienstverband (per persoon/functie) 3% van het voor de rechtspersoon of instelling geldende bezoldigingsmaximum, of € 3.000 indien dit hoger is. De accountant richt zijn controle zo in dat met het vereiste betrouwbaarheidspercentage kan worden gesteld dat de verantwoorde uitkeringen wegens beëindiging dienstverband niet meer dan 3% van het bezoldigingsmaximum onjuist is, met een minimumgrens van € 3.
- Juistheid en volledigheid verantwoorde vordering uit hoofde van wettelijk onverschuldigde betalingen (per persoon) 3% van het voor de rechtspersoon of instelling geldende bezoldigingsmaximum, of € 3.000 indien dit hoger is. De accountant richt zijn controle zo in dat met het vereiste betrouwbaarheidspercentage kan worden gesteld dat de verantwoorde vordering uit hoofde van wettelijk onverschuldigde betalingen niet meer dan 3% van het bezoldigingsmaximum onjuist is, met een minimumgrens van € 3.
- Tabel: De vertaling naar oordeel (per functionaris) Goedkeurend niet goedkeurend Fouten in de verantwoording met effect op wettelijk onverschuldigde betalingen 0% > 0% Fouten in de verantwoording (% fout op onderdeel), voor zover er geen effect is op wettelijk onverschuldigde betalingen ≤ 0,1% van het op de instelling van toepassing zijnde fulltime WNT- jaarmaximum > 0,1% van het op de instelling van toepassing zijnde fulltime WNT-jaarmaximum Onzekerheden in de controle ≤ 3% > 3% De fouten die bij deze controlewerkzaamheden worden geconstateerd dienen door de verantwoordelijke in het verslaggevingsdocument te worden gecorrigeerd. Indien en voor zover correcties achterwege blijven, meldt de instellingsaccountant dit in de controleverklaring bij het verslaggevingsdocument en betrekt hij de ongecorrigeerde fouten in de foutevaluatie bij de oordeelvorming bij de jaarrekening als geheel. C De WNT en accountantscontrole: controleverklaring De instellingsaccountant stelt integraal vast aan de hand van de uit de WNT-controle verkregen informatie dat bij alle onder de WNT toegestane overschrijdingen van het van toepassing zijnde maximum een motivering in het verslaggevingsdocument is opgenomen. De instellingsaccountant stelt integraal aan de hand van de uit de WNT-controle verkregen informatie vast dat alle onder de WNT als wettelijk onverschuldigde betalingen aangemerkte bedragen door de verantwoordelijke in het verslaggevingsdocument zijn opgenomen en toegelicht. Indien de opgenomen personen en functies niet volledig en juist zijn, dan geeft de instellingsaccountant, met inachtneming van de in dit protocol vermelde toleranties, een ander dan goedkeurend getrouwheidsoordeel af en vermeldt hij, voor zover dit in alle redelijkheid mogelijk is, de ontbrekende informatie in zijn verklaring. Indien het financieel verslaggevingsdocument niet voldoet (WNT artikel 5.2, lid 1 onder a en lid 2) dan meldt de instellingsaccountant dit door middel van een eigen verklaring (pdf) via het webformulier dat beschikbaar is gesteld op de website www.topinkomens.nl.2Wanneer de vakminister de mogelijkheid tot elektronische verstrekking heeft opengesteld, meldt de instellingaccountant aldaar met het formulier dat hierbij ter beschikking wordt gesteld. D De WNT en accountantscontrole: melding accountant Op basis van artikel 5.2, eerste lid, van de WNT meldt de accountant een onverschuldigde betaling aan de minister, indien een vordering op een topfunctionaris of gewezen topfunctionaris uit onverschuldigde betaling: − niet in het financieel verslaggevingsdocument is opgenomen, of − op het tijdstip waarop de accountant zijn oordeel geeft over het financieel verslaggevingsdocument door de betrokken topfunctionaris nog niet is terugbetaald. Op basis van artikel 5.2, tweede lid, meldt de accountant de ontbrekende gegevens of het ontbreken van de motivering, aan de minister indien het financieel verslaggevingsdocument niet de juiste in de artikelen 4.1 en 4.2 voorgeschreven gegevens of de in artikel 4.2, vijfde lid, bedoelde motivering bevat. De hiervoor bedoelde melding geschiedt door de accountant door middel van een eigen verklaring (pdf) via het webformulier dat beschikbaar is gesteld op de website www.topinkomens.nl.3Wanneer de vakminister de mogelijkheid tot elektronische verstrekking heeft opengesteld, meldt de instellingaccountant aldaar met het formulier dat hierbij ter beschikking wordt gesteld. § 28 Citeertitel Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels toepassing WNT 2013.