BWBR0035229_2014-07-01_0 Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 11 juni 2014, nr. WJZ/634652
(10487), houdende regels voor de inhoud en inrichting van de jaarrekening van de regionale publieke media-instellingen en wijziging van de Mediaregeling 2008 in verband met de landelijke financiering van de regionale media-instellingen (Regeling financiële verantwoording regionale publieke media-instellingen) Regeling financiële verantwoording regionale publieke media-instellingen De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Gelet op de artikelen 2.170, achtste lid, en 2.173a, derde lid, juncto artikel 2.172, derde lid, van de Mediawet 2008 en artikel 4b van het Mediabesluit 2008; Besluit: Artikel 1 Vaststelling handboek verantwoording Op de jaarrekening van de regionale publieke media-instellingen zijn de inrichtingseisen en controleprotocollen als opgenomen in de bij deze regeling gevoegde bijlage van toepassing. Artikel 2 Wijziging Mediaregeling 2008 Wijzigt de Mediaregeling
- Artikel 3 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli
- Artikel 4 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling financiële verantwoording regionale publieke media-instellingen. Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst. De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,S.Dekker Bijlage bij de Regeling financiële verantwoording regionale publieke media-instellingen Handboek Financiële Verantwoording Regionale Publieke Media-instellingen Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenshap Den Haag, juni 2015 Inhoudsopgave Inhoud
- Inleiding 2 1.1 Wettelijk kader voor het opstellen van de verslaggeving 2 1.2 Wettelijk kader voor het toezicht van het Commissariaat 3 1.3 Informatieverstrekking 3
- Jaarrekening 5 2.1 Waarderingsgrondslagen 5 2.2 Balans met toelichting 5 2.2.1 Vaste activa 5 2.2.2 Voorraden 5 2.2.3 Eigen Vermogen 5 2.2.4 Voorzieningen 6 2.3 Exploitatieoverzicht volgens de categoriale indeling met toelichting 6 2.3.1 Baten 7 2.3.2 Bijzonderheden 7 2.3.3 Overige baten 7 2.4 Bezoldiging bestuurders, directie en toezichthouders 7 2.5 Kasstroomoverzicht 8 2.6 Overige gegevens 8
- Overige informatie in het kader van het toezicht van het Commissariaat voor de Media 8
- Overige informatie in het kader van het toezicht 8 4.1 Kengetallen doelmatigheid en doeltreffendheid 8 4.1.1 Rechtmatigheid 8 Bijlagen en Modellen 9 1 Inleiding De regionale publieke media-instellingen ontvangen vanaf 1 januari 2014 op aanvraag een bijdrage in de kosten die rechtstreeks verband houden met het verzorgen van regionale publieke mediadiensten. Dit betekent dat de financiering via het provinciefonds is beëindigd en het Commissariaat voor de Media (hierna Commissariaat) op grond van artikel 2.170 van de Mediawet 2008 (hierna MW 2008) de bekostiging aan de regionale publieke media-instellingen verstrekt. Op grond van artikel 2.172, derde lid van de MW 2008, dat bepaalt dat bij ministeriële regeling nadere regels kunnen worden gesteld over de inhoud en inrichting van de jaarrekening, is dit Handboek Financiële Verantwoording regionale publieke media-instellingen (hierna Handboek) vastgesteld. Mede als gevolg van de overheveling van het budget van de bekostiging is dit Handboek uitgebracht, welke de vorige versie1Handboek Financiële Verantwoording Regionale Publieke Media-instelling 2009 van juli 2009 van het Handboek vervangt. Het Handboek is van toepassing vanaf het boekjaar
- 1.1 Wettelijk kader voor het opstellen van de verslaggeving Op grond van artikel 2.172, eerste lid MW 2008 is Titel 9 van het Tweede Boek van het Burgerlijk Wetboek (hierna BW 2 Titel 9) van toepassing op de regionale publieke media-instellingen met dien verstande dat zij de winst- en verliesrekening vervangen door een exploitatierekening. Op de exploitatierekening zijn de bepalingen omtrent de winst- en verliesrekening zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing. Bij toepassing van de omvangscriteria volgens de artikelen 396 en 397 Boek 2 BW dient het begrip netto-omzet te worden geïnterpreteerd als de totale baten (inclusief subsidies en bijdragen van derden) van de regionale publieke media-instelling. Ongeacht de omvang van de regionale publieke media-instellingen is de controleplicht volgens artikel 393 BW 2 voor alle regionale publieke media-instellingen van toepassing. Verder is het bestuur verantwoordelijk om te voldoen aan de deponeringsplicht volgens artikel 394 Boek 2 BW. Doel van de hierbij nader te bepalen voorschriften en modellen met betrekking tot de presentatie van de financiële verantwoording is het bereiken van een uniforme en vergelijkbare jaarverslaggeving inzake de financiële gegevens door de jaren heen, alsmede tussen de verschillende regionale publieke media-instellingen. Daarbij zijn de regels van het jaarrekeningenrecht, zoals deze zijn opgenomen in BW 2 Titel 9, de richtlijnen van de Raad voor de Jaarverslaggeving waaronder ook de RJ 640 (richtlijn voor de organisaties zonder winststreven) en jurisprudentie van toepassing. Voorts is van toepassing de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT). Wanneer hetgeen in dit Handboek vermeld afwijkt van hiervoor genoemde regels, dan prevaleert het Handboek. 1.2 Wettelijk kader voor het toezicht van het Commissariaat De reikwijdte van het financiële toezicht van het Commissariaat is met name vastgelegd in de volgende artikelen in de Mediawet: – Artikel 2.93 MW 2008, samen met artikel 6 Mediabesluit en artikelen 10 en 11 Mediaregeling 2008; opstellen en inzenden jaarrekening; – Artikel 2.135 lid 1 2 Met betrekking tot de door het Commissariaat goedgekeurde publiek-private samenwerking in Limburg merkt het Commissariaat op dat de L1-bedrijven zijn gerechtigd een deel van het resultaat uit te keren aan de aandeelhouders. : alle inkomsten worden gebruikt voor de uitvoering van de publieke mediaopdracht; – Artikel 2.141: niet dienstbaar maken aan het maken van winst door derden; – Artikel 2.142 lid 1: integriteit van de media-instelling; – Artikel 2.132 en 2.134: nevenactiviteiten; – Artikel 2.113 en 2.114 lid 2: sponsoring en bijdragen van derden; – Artikel 2.170: bekostiging regionale publieke media-instellingen; – Artikel 2.173a: het Commissariaat is belast met de rechtmatigheidstoetsing; – Artikel 2.175, 2.176, 2.177, 2.178: regels inzake reservering en terugvordering. De beleidsregels inzake nevenactiviteiten, bartering en samenwerking met (commerciële) derden staan vermeld op de website www.cvdm.nl. 1.3 Informatieverstrekking In het kader van het financiële toezicht dient de regionale publieke media-instelling het jaarverslag en additionele informatie aan het Commissariaat te verstrekken. De regionale publieke media-instelling stuurt de benodigde gegevens over het voorafgaande boekjaar vóór boekjaar vóór 1 mei aan het Commissariaat toe (artikel 2.173a MW 2008). Daarbij is bepaald dat het boekjaar gelijk is aan een kalenderjaar. De volgende informatie wordt toegezonden aan het Commissariaat: • Financieel jaarverslag voorzien van controle verklaring • Additionele informatie voorzien van controle verklaring • Accountantsverslag • Notulen van de vergaderingen en eventuele jaarverslag van PBO • Verklaring integriteit van bestuurders en werknemers • Indien gewijzigd: integriteitsregeling. Het financieel jaarverslag bevat minimaal de volgende onderdelen:
- Directieverslag
- Jaarrekening en -indien van toepassing- de jaarrekeningen van alle gelieerde3Dit heeft geen betrekking op de jaarrekeningen van stichting ROOS, de lokale publieke omroepen en ORN. rechtspersonen
- Overige gegevens. Het directieverslag beschrijft de belangrijkste gebeurtenissen en ontwikkelingen bij de regionale media-instelling. Tevens omvat dit verslag relevante analyses over ontwikkelingen. Aspecten die in elk geval in het directieverslag aan de orde dienen te komen zijn: – continuïteitsproblemen; – reorganisaties; – nieuwe activiteiten, innovaties; – samenwerkingsverbanden (nieuw/beëindigd); – kengetallen (zie model VIII). – financiering. De jaarrekening bevat minimaal de volgende onderdelen:
- Balans met toelichting (model I) Daarnaast voegt het bestuur de overige gegevens zoals genoemd in artikel 392 BW 2, met inachtneming van hetgeen is bepaald in het vijfde lid van genoemd artikel, toe aan de jaarrekening. De overige gegevens bevatten tenminste: – controle verklaring; – voorstel resultaatverwerking; – gebeurtenissen na balansdatum. Zo nodig wordt eveneens een geconsolideerde jaarrekening opgesteld en toegevoegd. In de bijlage is het controleprotocol en het model controleverklaring (Model A) opgenomen. Naast de jaarrekening dient, onder meer op grond van de Mediawet, het Mediabesluit en de Beleidsregels van het Commissariaat, additionele informatie volgens de verplichte modellen te worden verstrekt. De additionele informatie bestaat uit: – Specificatie van de bijdragen van derden, inclusief sponsorbijdragen die zijn ontvangen door de media-instelling (Model III a); – Specificatie van de bijdragen van derden, inclusief sponsorbijdragen die zijn ontvangen door – externe producenten (Model III b); – Specificatie van de nevenactiviteiten (Model IV); – Specificatie van bartering contracten (Model V). De additionele informatie wordt separaat verstrekt. De bedragen in de additionele informatie in de modellen III a, IV en V sluiten zichtbaar aan op de jaarrekening. Er wordt een controleverklaring bij de additionele informatie verstrekt. In de bijlage is het controleprotocol en het model controleverklaring (Model B) opgenomen. Modellen III a en III b worden verstrekt ten behoeve van het toezicht op sponsorbijdragen en bijdragen van derden. Deze bijdragen dienen verplicht altijd via de regionale publieke media-instelling te lopen, maar kunnen zowel door de regionale publieke media-instelling als door de producent worden ontvangen. De specificaties geven zowel inzicht in de ontvangen bijdragen op programma’s die van invloed zijn op de hoogte van de directe programmakosten als in welke programma’s gesponsord zijn. Management letter en accountantsverslag De regionale publieke media-instelling stuurt jaarlijks een kopie mee van de management letter en het accountantsverslag die door de accountant zijn opgesteld ten behoeve van het bestuur (c.q. directie) en toezichthoudend orgaan. In de management letter informeert de accountant het bestuur/toezichthoudend orgaan over de bijzonderheden en risico’s die in het boekjaar zijn geconstateerd. Indien de onderwerpen van de managementletter zijn opgenomen in het accountantsverslag, dan vervalt de verplichting om een separate managementletter op te stellen. Voor wat betreft de minimale eisen met betrekking tot de inhoud van het accountsverslag wordt verwezen naar bijlage VIII (het controle protocol). Gelieerde rechtspersonen Regionale publieke media-instellingen kunnen betrokken zijn bij andere rechtspersonen. Dit betreft rechtspersonen waarin een regionale publieke media-instelling een aanmerkelijk (financieel) belang heeft of waarop de regionale publieke media-instelling een overwegende invloed uitoefent. Een regionale publieke media-instelling is betrokken bij een rechtspersoon als bijvoorbeeld één of meer van de volgende aspecten, eventueel in onderling verband en samenhang bezien, van toepassing zijn. De opsomming van de aspecten is niet limitatief. • De regionale publieke media-instelling heeft een belang verworven in een rechtspersoon om andere redenen dan het beleggen van overtollig vermogen; • De regionale publieke media-instelling heeft op enigerlei wijze aanspraak op de door een rechtspersoon gegenereerde winst; • De regionale publieke media-instelling is betrokken bij het ontstaan van een rechtspersoon; • In de doelomschrijving van een rechtspersoon wordt verwezen naar de behartiging van één of meer belangen van de publieke media-instelling; • Een rechtspersoon voert een taak uit die voorheen door de regionale publieke media-instelling aan zich was getrokken of door de regionale publieke media-instelling als één van haar taken wordt gezien; • De regionale publieke media-instelling heeft statutair of feitelijke invloed op de bestuurssamenstelling van een rechtspersoon of op de beslissingen van het bestuur van een rechtspersoon; • De regionale publieke media-instelling draagt op enigerlei wijze (al dan niet financieel) bij in de financiering van de bedrijfsvoering middelen van een rechtspersoon. De financiële bescheiden c.q. de jaarrekening van de bedoelde rechtspersonen, waarover de desbetreffende regionale publieke media-instelling uit hoofde van de betrokkenheid kan beschikken, worden gelijktijdig met de toezending van de jaarrekening van de betrokken publieke media-instelling meegezonden naar het Commissariaat4Uitzonderingen hierop zijn de jaarrekeningen van stichting ROOS, de lokale publieke omroepen en ORN.. Indien sprake is van duurzame kapitaaldeelname in een afzonderlijke rechtspersoon ten dienste van de eigen werkzaamheid van de regionale publieke media-instelling zijn de desbetreffende bepalingen inzake de zogenaamde deelneming in een rechtspersoon (artikel 24c BW2) van toepassin 2 Jaarrekening 2.1 Waarderingsgrondslagen De te hanteren grondslagen worden uit voornoemde regelgeving (BW en RJ) afgeleid. De regionale media-instelling hanteert de waarderingsgrondslagen zoals in hoofdstuk 2.2 en 2.3 is toegelicht en vermeldt de gehanteerde waarderingsgrondslagen. Alle vermogensmutaties dienen in de exploitatierekening te worden verantwoord. Eventuele aanwending van reserves dan wel voorzieningen, dienen overeenkomstig via de exploitatierekening te worden geboekt. De jaarrekening van een regionale media-instelling wordt opgesteld in euro’s. Naast de cijfers van het betreffende jaar worden ook vergelijkende cijfers van het vorig boekjaar gepresenteer. 2.2 Balans met toelichting Voor het opstellen van de balans wordt Model I gevolgd. Boven de balans dient te worden aangegeven of deze is opgesteld vòòr danwel ná verwerking (voorstel) resultaatbestemming. De specificatie van de balansposten wordt in de toelichting opgenomen. Hierbij worden belangrijke ontwikkelingen5Er is sprake van belangrijke ontwikkelingen indien een post meer dan 10% wijzigt ten opzichte van de voorgaande periode, met een minimumbedrag van € 50.000 in balansposten toegelicht. De regionale media-instelling neemt alleen die posten in de balans op, die van toepassing zijn. Met betrekking tot de waarderingsgrondslagen zijn in aanvulling op de bepalingen in BW 2 Titel 9 en de RJ de volgende regels van toepassing: 2.2.1 Vaste activa Materiële vaste activa: Niet aan de bedrijfsuitoefening dienstbaar Vaste activa die niet dienstbaar zijn aan de regionale media-instelling worden afzonderlijk onder ‘Materiële vaste activa’ op de balans verantwoord. Waardering geschiedt op basis van historische kosten, naar beneden te corrigeren indien de marktwaarde lager is dan de historische kosten. 2.2.2 Voorraden Voorraad betreft gemaakte kosten voor onderhanden werken en gereed product van nog uit te zenden programma’s. Waardering van een eigen productie geschiedt tegen de directe historische kosten. Gereed voor uitzending maar nog niet uitgezonden programma’s worden op balansdatum individueel beoordeeld. Een programma wordt afgewaardeerd indien door de media-instelling besloten is het programma niet uit te gaan zenden. Indien twee jaar na de eerste voorraadwaardering nog steeds geen beslissing is genomen ten aanzien van het uitzenden van een programma, zal het programma volledig worden afgewaardeerd. De waardering van een programma wordt verminderd met de voor dit programma ontvangen bijdragen van derden. In de toelichting op de voorraadpost worden de in mindering gebrachte bijdragen van derden en de eventuele afwaarderingen zichtbaar gemaakt. 2.2.3 Eigen Vermogen In de Mediawet is opgenomen dat alleen gelden voor het verzorgen van het media-aanbod gereserveerd kunnen worden met toestemming van het Commissariaat (artikel 2.175, eerste lid, MW). Verder zijn voor de vorming en de hoogte van reserves van belang de artikelen 2.135, eerste lid MW en artikel 2.175, eerste lid M Reserve voor media-aanbod De reserve voor media-aanbod kan incidenteel een negatief saldo vertonen. In het volgende boekjaar dient de negatieve reserve voor media-aanbod verrekend te worden met het dan vast te stellen exploitatieresultaat. Indien dit exploitatieresultaat onvoldoende is voor volledige verrekening dient het resterende negatieve saldo van de reserve voor media-aanbod te worden afgeboekt van de Algemene reserve. Overige wettelijke reserves Overige wettelijke reserves dienen in de toelichting nader te worden gespecificeerd. Categorieën van het eigen vermogen Als overgangsmaatregel geldt dat de ultimo 2013 aanwezige reserves als uitgangspunt worden genomen bij de toepassing van de categorieën reserves ultimo
- Alle reserves welke ultimo 2013 betrekking hebben op het media-aanbod zoals bedoeld in artikel 1.1., lid 1 Mediawet 2008 dienen verwerkt te worden als Reserve voor media-aanbod. Het gedeelte van het eigen vermogen dat geen Reserve voor media-aanbod is, wordt geclassificeerd naar de aard van de reserve. Het toepassen van categorieën van het eigen vermogen welke aansluiten bij de mediawet 2008 is een stelselwijziging. Dat betekent dat de stelselwijziging doorgevoerd en toegelicht dient te worden conform de Richtlijnen voor de Jaarverslaglegging. Voor de betekenis van de stelselwijziging voor de individuele posten van het eigen vermogen dient de onderstaande cijfermatige opstelling – met toelichting – gebuikt te worden: Stelselwijziging Eigen vermogen 2013 WORDT Eigen vermogen 2014 Risico reserve Algemene reserve Herwaarderingsreserve Herwaarderingsreserve Bestemmingsreserve Reserve voor media-aanbod Overige wettelijke reserves Verloopoverzicht Een verloopoverzicht van iedere individuele reserve geeft inzicht in de mutaties. Dit overzicht is opgenomen in de toelichting op de balans. 2.2.4 Voorzieningen Voorzieningen mogen alleen gevormd worden voor zover in overeenstemming met Boek 2 BW, artikel 374 en de Richtlijnen voor de jaarverslaglegging. Verloopoverzicht Een verloopoverzicht van iedere individuele voorziening geeft inzicht in de dotaties, onttrekkingen en overige mutaties. Dit overzicht is vermeld in de toelichting op de balans. 2.3 Exploitatieoverzicht volgens de categoriale indeling met toelichting. Het exploitatieoverzicht wordt volgens de categoriale indeling opgesteld. Hierbij wordt Model II gevolgd. In de toelichting op de exploitatierekening worden voor wat betreft de hoofdcategorieën personeelslasten, directe productielasten, PR en Promotie, facilitaire lasten, huisvestingslasten, afschrijvingslasten en algemene lasten de doorbelastingen van/naar samenwerkingsverbanden apart vermeld. Het betreft hier zowel publiek private samenwerkingsverbanden als samenwerkingsverbanden met overige publieke (media) instellingen. Ontvangsten en uitgaven worden toegerekend aan de periode waarop zij betrekking hebben. Alle baten en lasten worden verantwoord in de exploitatierekening. 2.3.1 Baten In de toelichting op het exploitatieoverzicht wordt een specificatie gegeven van de stromen en andere opbrengsten naar categorie. In de toelichting op het exploitatieoverzicht kunnen voorts exploitatieoverzichten van de onderscheiden media afzonderlijk worden opgenomen. 2.3.1.1 Reclamebaten De baten uit reclame worden verantwoord onder aftrek van de eventuele verkoopkosten en fee. In de toelichting op de exploitatierekening worden reclamebaten gespecificeerd naar de omzet reclamebaten, eventuele verkoopkosten en eventuele fee. 2.3.1.2 Bijdragen van derden/ sponsorbijdragen Hieronder worden de ontvangen bijdragen van derden en sponsoring verantwoord. Voor de specificatie van deze baten wordt Model III a gebruikt. Niet-programmagebonden sponsoring/ bijdragen van derden voor de regionale media-instelling in de vorm van giften en donaties van bedrijven en particulieren worden verantwoord onder de Overige baten. 2.3.1.3 Nevenactiviteiten De toerekening van de resultaten van nevenactiviteiten naar het media-aanbod (artikel 2.135, eerste lid MW 2008), wordt gespecificeerd in Model IV. 2.3.2 Bijzonderheden De bijzonderheden die zich in het boekjaar hebben voorgedaan worden tekstueel toegelicht. Dit betreft onder meer: • toelichting6Er is sprake van belangrijke ontwikkelingen indien een post meer dan 10% wijzigt ten opzichte van de voorgaande periode, met een minimumbedrag van € 50.000 op een aanzienlijke stijging of daling (meer dan 10%) van balansposten, baten en lasten ten opzichte van vorig jaar. • toelichting op bijzondere waardeverminderingen. • De buitengewone baten en lasten dienen, ongeacht hun omvang en/of afwijking ten opzichte van voorgaand jaar dan wel begroting, te worden toegelicht. De omvang van de toelichting mag hierbij wel worden afgestemd op de omvang van de betreffende lasten. 2.3.3 Overige baten Niet-programmagebonden sponsoring/ bijdragen van derden voor de regionale media-instelling in de vorm van giften en donaties van bedrijven en particulieren worden verantwoord onder de Overige baten. 2.4 Bezoldiging bestuurders, directie en toezichthouders In de toelichting wordt overeenkomstig artikel 383 BW 2 opgave gedaan van de bezoldiging van de gezamenlijke bestuurders en gewezen bestuurders en, afzonderlijk, voor de gezamenlijke toezichthouders en gewezen toezichthouders. De bedragen dienen in het boekjaar ten laste van de publieke media-instelling te zijn verantwoord. Op overeenkomstige wijze wordt afzonderlijk opgave gedaan van de bezoldiging van de gezamenlijke directieleden en gewezen directieleden. De wijze waarop de bezoldiging wordt berekend is overeenkomstig de berekeningswijze, zoals deze is bepaald in Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) die op 1 januari 2013 in werking is getreden. Volgens artikel 1.3 eerste lid onderdeel d vallen de regionale publieke media-instellingen onder het bezoldigingsmaximum en het openbaarmakingsregime. De WNT geldt voor topfunctionarissen die werken bij instellingen die onder de WNT vallen. Topfunctionarissen zijn conform artikel 1.1 lid b:
- de leden van de hoogste uitvoerende en toezichthoudende organen; MODEL IX – CONTROLEVERKLARING BIJ DE JAARREKENING Verklaring betreffende de jaarrekening Wij hebben de in dit (financieel) jaarverslag opgenomen) jaarrekening 201.. van ........ (naam instelling) te ................ (statutair vestigingsplaats) gecontroleerd. Deze jaarrekening bestaat uit de balans per ... .... 201... en de exploitatierekening over 201... met de toelichting, waarin zijn opgenomen een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen. Verantwoordelijkheid van het bestuur Het bestuur van de instelling is verantwoordelijk voor het opmaken van de jaarrekening die het vermogen en resultaat getrouw dient weer te geven, alsmede voor het opstellen van het bestuurs- en jaarverslag, beide in overeenstemming met het Handboek Financiële Verantwoording Regionale Publieke Media-instelling en de beschikking tot bekostiging van het Commissariaat. Het bestuur is tevens verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid van de in de jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming dienen te zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen. Het bestuur is voorts verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing als het noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening en de naleving van die relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten. Verantwoordelijkheid van de accountant Onze verantwoordelijkheid is het geven van een oordeel over de jaarrekening op basis van onze controle, als bedoeld in artikel 11, tweede lid van de Mediaregeling
- Wij hebben onze controle verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder de Nederlandse Controlestandaarden, het controleprotocol Regionale Publieke Media-instelling en het Controleprotocol WNT. Dit vereist dat wij voldoen aan de voor ons geldende ethische voorschriften en dat wij onze controle zodanig plannen en uitvoeren dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de jaarrekening geen afwijkingen van materieel belang bevat. Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in de jaarrekening. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de door de accountant toegepaste oordeelsvorming, met inbegrip van het inschatten van de risico’s dat de jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten. Bij het maken van deze risico-inschattingen neemt de accountant de interne beheersing in aanmerking die relevant is voor het opmaken van de jaarrekening en voor het getrouwe beeld daarvan alsmede in het kader van de financiële rechtmatigheid voor de naleving van die relevante wet- en regelgeving, gericht op het opzetten van controlewerkzaamheden die passend zijn in de omstandigheden. Deze risico-inschattingen hebben echter niet tot doel een oordeel tot uitdrukking te brengen over de effectiviteit van de interne beheersing van de entiteit. Een controle omvat tevens het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en de gebruikte financiële rechtmatigheidscriteria en van de redelijkheid van de door het bestuur van de entiteit gemaakte schattingen, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van de jaarrekening. Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is om een onderbouwing van ons oordeel te bieden. Oordeel Naar ons oordeel geeft de jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen van ............ (naam instelling) per .. .. 201.. en van het resultaat over 201.. in overeenstemming met de bepalingen inzake de jaarrekening zoals opgenomen in het Handboek Financiële Verantwoording Regionale Publieke Media-instelling. Voorts zijn wij van oordeel dat is voldaan aan de geldende verplichtingen zoals opgenomen in de beschikking tot bekostiging van het Commissariaat. Voorts zijn wij van oordeel dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties over 201.... in alle van materieel belang zijnde aspecten voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals vermeld in het Controleprotocol Regionale Publieke Media-instellingen van het Handboek Financiële Verantwoording regionale publieke media-instellingen. Verklaring betreffende overige bij of krachtens de wet gestelde eisen Ingevolge artikel 2:393 lid 5 onder e en f BW vermelden wij dat ons geen tekortkomingen zijn gebleken naar aanleiding van het onderzoek of het jaarverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, overeenkomstig Titel 9 Boek 2 BW is opgesteld, en of de in artikel 2:392 lid 1 onder b tot en met h BW vereiste gegevens zijn toegevoegd. Tevens vermelden wij dat het jaarverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, verenigbaar is met de jaarrekening zoals vereist in artikel 2:391 lid 4 BW. Plaats, datum Naam accountantskantoor Naam externe accountant en ondertekening met die naam MODEL X – CONTROLEVERKLARING BIJ DE ADDITIONELE INFORMATIE Afgegeven ten behoeve van het Commissariaat voor de Media Wij hebben de Additionele informatie bij de jaarrekening 20.. van ............... (naam instelling) te .......................... (statutaire vestigingsplaats) gecontroleerd, bestaande uit de volgende financiële overzichten: – Specificatie van de bijdragen van derden, inclusief sponsorbijdragen; – Specificatie van de bijdragen van derden, inclusief sponsorbijdragen externe producenten; – Specificatie van de nevenactiviteiten; – Specificatie van bartering contracten; Verantwoordelijkheid van het bestuur Het bestuur van de instelling is verantwoordelijk voor het opmaken van de Additionele informatie bij de jaarrekening die de daarin opgenomen informatie volledig en juist dient weer te geven, in overeenstemming met het Handboek Financiële Verantwoording Regionale Publieke Media-instelling en voor een zodanige interne beheersing als het noodzakelijk acht om het opstellen van de Additionele informatie bij de jaarrekening mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten. Verantwoordelijkheid van de accountant Onze verantwoordelijkheid is het geven van een oordeel over de Additionele informatie bij de jaarrekening op basis van onze controle. Wij hebben onze controle verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder de Nederlandse controlestandaarden en het controleprotocol Regionale Publieke Media-instelling van het Handboek Financiële Verantwoording Regionale Publieke Media-instellingen. Dit vereist dat wij voldoen aan de voor ons geldende ethische voorschriften en dat wij onze controle zodanig plannen en uitvoeren dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de Additionele informatie bij jaarrekening geen afwijkingen van materieel belang bevat. Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in de Additionele informatie bij de jaarrekening. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de door de accountant toegepaste oordeelsvorming, met inbegrip van het inschatten van de risico’s dat de Additionele informatie bij jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten. Bij het maken van deze risico-inschattingen neemt de accountant de interne beheersing in aanmerking die relevant is voor het opstellen van de Additionele informatie bij jaarrekening door de entiteit, gericht op het opzetten van controlewerkzaamheden die passend zijn in de omstandigheden. Deze risico-inschattingen hebben echter niet tot doel een oordeel tot uitdrukking te brengen over de effectiviteit van de interne beheersing van de entiteit. Een controle omvat tevens het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en van de redelijkheid van de door het bestuur van de entiteit gemaakte schattingen, alsmede een evaluatie van de Additionele informatie bij jaarrekening. Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is om een onderbouwing van ons oordeel te bieden. Oordeel Naar ons oordeel is de financiële informatie in de Additionele informatie bij de jaarrekening 20.. van .... Te ... ten behoeve van het Commissariaat voor de Media in alle van materieel belang zijnde aspecten juist en volledig en in overeenstemming met de bepalingen in het Handboek Financiële Verantwoording Regionale Publieke Media-instellingen. Voorts zijn wij van oordeel dat de Additionele informatie ten behoeve van het Commissariaat voor de Media in overeenstemming is met de informatie die in de (gepubliceerde) jaarrekening van ... te ... is opgenomen. Beperking in gebruik en verspreidingskring De Additionele informatie bij de jaarrekening is opgesteld voor het Commissariaat voor de Media met als doel ... (naam instelling) in staat te stellen te voldoen Handboek Financiële Verantwoording Regionale Publieke Media-instelling. Hierdoor is de Additionele informatie bij de jaarrekening mogelijk niet geschikt voor andere doeleinden. Onze controleverklaring is derhalve uitsluitend bestemd voor ... (naam instelling) en het Commissariaat voor de Media en dient niet te worden verspreid aan of te worden gebruikt door anderen. Plaats, datum Naam accountantskantoor Naam externe accountant en ondertekening met die naam Aantal bijlagen: .... Bijlage XI – CHECKLIST Jaarlijkse aanlevering van informatie aan het Commissariaat De regionale media-instelling is verplicht de volgende gegevens jaarlijks uiterlijk vòòr 1 mei te verstrekken. JAARREKENING Check Jaarlijks aanleveren Directieverslag (Inclusief kengetallen model VII) Model I Model II Balans Exploitatierekening Toelichting op balans en exploitatierekening Overige gegevens Jaarrekeningen gelieerde rechtspersonen Management letter Model IX Model X Controleverklaring jaarrekening Controleverklaring additionele informatie Model III a Model III b Model IV Model V Indien van toepassing* Bijdragen/ sponsoring bij media-instelling Bijdragen/ sponsoring bij producenten Nevenactiviteiten Bartering contracten OVERIGE INFORMATIE Model VI Model VII Jaarlijks aanleveren Verklaring integriteit Kengetallen (in het directieverslag) Indien gewijzigd* Integriteitregeling van de media-instelling MEDIA-AANBOD BELEID Jaarlijks aanleveren Vastgestelde / goedgekeurde media-aanbodbeleid over het boekjaar Notulen van de vergaderingen en eventuele jaarverslag van PBO Overzicht van de samenstelling van het PBO in het boekjaar * De modellen dienen alleen aangeleverd te worden indien er sprake is van bijdragen van derden/sponsoring van programma-aanbod, nevenactiviteiten of bartering. Naast bovengenoemde informatie wordt door het Commissariaat separaat informatie opgevraagd inzake de programmering.