Regeling gespecialiseerde GGZ Regeling gespecialiseerde GGZ Ingevolge artikel 27, 36, 37 en 38 van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), is de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) bevoegd tot het stellen van regels op het gebied van de gespecialiseerde GGZ. 1 Inleiding 1.1 Reikwijdte Deze regeling is van toepassing op geneeskundige geestelijke gezondheidszorg (GGZ) en dyslexie1Dyslexiezorg is géén gespecialiseerde of generalistische basis GGZ. In 2015 zal dyslexiezorg overgeheveld worden naar de gemeenten. Tot die tijd wordt voor dyslexiezorg de bekostigingssystematiek van de gespecialiseerde GGZ gebruikt en is deze regeling overeenkomstig van toepassing. Naast deze regeling is de regeling ‘Tijdelijke regeling dyslexiezorg’ en beleidsregel ‘Dyslexiezorg’ van belang. als omschreven bij of krachtens de Zorgverzekeringswet (Zvw), niet zijnde generalistische basis GGZ, hierna verder aangeduid als gespecialiseerde GGZ. 1.2 Doel van de regeling Het doel van deze regeling is het stellen van voorschriften voor de gespecialiseerde GGZ op het gebied van registratie, declaratie, informatie en validatie die zorgaanbieders in acht moeten nemen bij én voorafgaand aan het declareren van DBC’s. 1.3 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: a. wet: de Wet marktordening gezondheidszorg; b. zorgaanbieder: natuurlijke persoon of rechtspersoon die beroeps- of bedrijfsmatig gespecialiseerde geestelijke gezondheidszorg verleent; c. patiënt: iemand die zorg afneemt, respectievelijk krijgt geleverd, van een zorgaanbieder als bedoeld onder b; d. hoofdbehandelaar: de hoofdbehandelaars in de gespecialiseerde GGZ zijn BIG-geregistreerd en hebben een GGZ-specifieke opleiding gevolgd te weten: psychiater, klinisch psycholoog, klinisch neuropsycholoog, psychotherapeut, specialist ouderengeneeskunde, verslavingsarts in profielregister KNMG, klinisch geriater, verpleegkundig specialist GGZ en GZ-psycholoog. In geval van dyslexiezorg kan een orthopedagoog-generalist en een kinder- en jeugdpsycholoog ook een hoofdbehandelaar zijn;2In geval van dyslexie is de groep hoofdbehandelaars uitgebreider. Deze groep van hoofdbehandelaars is ook te vinden in de regeling ‘Tijdelijke regeling dyslexiezorg’. e. behandelaar: zorgaanbieder die op de beroepenlijst voorkomt en activiteiten, verrichtingen en verblijfsprestaties kunnen registreren. Een behandelaar kan tevens een hoofdbehandelaar zijn; f. DBC: Diagnose Behandeling Combinatie; g. DBC-zorgproduct: een DBC omvat het traject dat een patiënt doorloopt als hij zorg nodig heeft voor een specifieke diagnose, vanaf het eerste contact bij een gespecialiseerde GGZ-aanbieder tot en met de behandeling die hier eventueel uit volgt. De DBC vormt de basis voor de declaratie van deze geleverde zorg; h. initiële DBC: een DBC die wordt geopend voor een eerste of nieuwe primaire zorgvraag van een patiënt. De initiële DBC is altijd de eerste DBC in een zorgtraject; i. vervolg-DBC: een DBC die volgt op een initiële DBC of een voorgaande vervolg-DBC. Een vervolg-DBC vindt altijd plaats in het kader van dezelfde primaire diagnose als de eerder afgesloten initiële DBC of vervolg-DBC; j. crisis-DBC: een crisis-DBC wordt geopend in een acute situatie die direct ingrijpen noodzakelijk maakt teneinde direct gevaar voor de persoon of de omgeving af te wenden, dan wel om ernstige overlast te beëindigen. De acute situatie kan het gevolg zijn van een geestesstoornis d.w.z. een ernstige stoornis van het oordeelsvermogen, in het bijzonder een psychotische toestand waarbij het handelen voortkomt uit hallucinaties of waanvoorstellingen, acute dreiging van suïcide of ernstige verwardheid als gevolg van een organische hersenaandoening; k. zorgtraject: een initiële DBC, met eventueel één of meerdere vervolg-DBC’s, vormt het zorgtraject. Een zorgtraject omvat de totale zorg die wordt geleverd in het kader van de behandeling van één primaire diagnose; l. DBC-traject: de gehele periode waarin alle activiteiten (openen/typeren/registreren/sluiten van één DBC) in het kader van de behandeling van een patiënt worden uitgevoerd; m. DBC-dataset: de gegevens die verzameld en aangeleverd moeten worden conform de Regeling ‘Verplichte aanlevering minimale dataset curatieve GGZ’; n. DBC-tarief: het bedrag dat per DBC in rekening wordt gebracht conform de algemene tariefbeschikking DBC GGZ 2013; o. AGB-code: unieke code die aan een zorgaanbieder is toegekend. Met deze code kan de zorgaanbieder en de praktijk of de instelling worden geïdentificeerd; p. zorgtype: het zorgtype beschrijft de reden van het (eerste) contact tussen de zorgaanbieder en de patiënt; q. de hoofdgroepen: DSM-IV diagnosetyperingen zijn ingedeeld in hoofdgroepen. Er zijn in totaal 14 hoofdgroepen; r. primaire diagnose: de hoofdbehandelaar geeft per DBC aan welke van de geregistreerde stoornissen op as I en/of as II de reden voor behandeling is. Dit wordt de primaire diagnose genoemd; s. nevendiagnose: als overige stoornissen zorgverzwarend werken kunnen deze worden geregistreerd als nevendiagnosen; t. parallelle zorgtrajecten: hier is sprake van als er verschillende diagnoses zijn met een gelijkwaardig belang waarbij de hoofdbehandelaar oordeelt dat hij substantieel verschillende behandelingen in moet zetten. De hoofdbehandelaar dient te kunnen verantwoorden dat er substantieel verschillende behandelingen ingezet moeten worden; u. opeenvolgende zorgtrajecten: er is sprake verschillende diagnoses waarvan één diagnose het meest dringend is. Er is dan sprake van één primaire diagnose en meerdere nevendiagnoses in een opeenvolgend zorgtraject; v. patiëntgebonden activiteiten: activiteiten die een behandelaar uitvoert in het kader van de diagnostiek en behandeling van een patiënt; w. niet-patiëntgebonden activiteiten: activiteiten zoals scholing, algemene vergaderingen, intervisies over het functioneren van collega’s, productontwikkeling en het lezen van vakliteratuur; x. direct patiëntgebonden tijd: de tijd waarin een behandelaar, in het kader van de diagnostiek of behandeling, contact heeft met de patiënt of met familieleden, gezinsleden, ouders, partner of andere naasten (het systeem) van de patiënt. Hier valt face-to-face, telefonisch en elektronisch contact via e-mail of internet onder (chatten, Skype etc.); y. indirect patiëntgebonden tijd: de tijd die de behandelaar besteedt aan zaken rondom een contactmoment (de direct patiëntgebonden tijd), maar waarbij de patiënt (of het systeem van de patiënt) zelf niet aanwezig is. Onder indirect patiëntgebonden tijd valt bijvoorbeeld: het voorbereiden van een activiteit, verslaglegging in het kader van een activiteit of hersteltijd na een intensieve behandelsessie; z. indirect patiëntgebonden reistijd: de tijd die de behandelaar besteedt aan het reizen van en naar de patiënt die buiten de instelling behandeling, begeleiding of verpleging ontvangt; aa. algemeen indirecte tijd: patiëntgebonden tijd, maar de tijd heeft geen betrekking op de uitvoering van een directe behandelactiviteit. Algemeen indirecte tijd wordt geregistreerd bij een multidisciplinair overleg of bij de eindverslaglegging van een behandeltraject; bb. lekenomschrijving: ten behoeve van patiënten in niet-medische terminologie verklarende omschrijving van het in rekening gebrachte DBC-tarief; cc. audit-trail: zodanige vastlegging van gegevens dat het spoor van basisgegeven naar eindgegeven en omgekeerd achteraf door een externe accountant of, afhankelijk van de aard van de gegevens door de medisch adviseur, kan worden gevolgd en gecontroleerd; dd. dagbesteding: het bevorderen, behouden of compenseren van de zelfredzaamheid van de patiënt. Dagbesteding vindt altijd plaats in het kader van de (psychiatrische) behandeling en is terug te vinden in het behandelplan van de patiënt; ee. verblijf: hierbij gaat het om een ‘kale verblijfsdag’. In het tarief van de verblijfprestatie is wel de verpleging en verzorging meegenomen, maar niet de behandeling; ff. basispakket: conform het besluit Zorgverzekering3Uitgegeven door het CVZ, vastgesteld door de rijksoverheid en te downloaden via http://www.cvz.nl/zorgpakket tot de noodzakelijke zorg behorende zorg; gg. onderlinge dienstverlening: de zorg als bedoeld in artikel 1 van de Wmg, die door een zorgaanbieder wordt verleend als onderdeel van een door een andere zorgaanbieder uit te voeren prestatie op het gebied van gespecialiseerde GGZ. De eerstgenoemde zorgaanbieder wordt in dit kader aangeduid als ‘uitvoerende zorgaanbieder’. De laatstgenoemde zorgaanbieder wordt in dit kader aangeduid als de ‘opdrachtgevende zorgaanbieder’; hh. overig product (OVP): vormen van zorg die onder de reikwijdte van de Wmg vallen, maar die zich (nog) niet lenen voor onderbrenging in de reguliere DBC-productstructuur; ii. zorgvraagzwaarte: de patiëntkenmerken die bij aanmelding/intake voorspellend zijn voor wat betreft de zorgzwaarte in termen van behandelinzet (duur, setting, behandelminuten) en zorgkosten. De zorgvraagzwaarte-indicator bestaat uit zeven items van 001 tot en met 007. Daarbij is 000 de code indien er geen zorgvraagzwaarte afgeleid kan worden, bijvoorbeeld wanneer de diagnose niet is ingevuld. De laagste complexiteit van zorgvraagzwaarte wordt aangegeven met code 001. De hoogste complexiteit van de zorgvraag wordt weergegeven met 007; jj. deze regeling: de voorliggende regeling ‘gespecialiseerde GGZ’. 2 Registratieproces Dit hoofdstuk is gericht op het ‘registreren’ van een DBC. Hierbinnen valt een onderscheid te maken in
(1)algemene registratiebepalingen;
(2)openen van een DBC;
(3)het typeren van een DBC;
(4)het registreren van patiëntgebonden activiteiten, verblijfsdagen, dagbesteding en verrichtingen en
(5)het sluiten van een DBC. Om goed en volledig te kunnen registreren, moeten de stappen van het registratieproces als volgorde worden aangehouden. 2.1 Algemene bepalingen
- De registratie van het zorgtraject start op het moment dat een patiënt zich met een nieuwe zorgvraag aanmeldt. Bij één zorgaanbieder kunnen maximaal drie zorgtrajecten per patiënt open staan. Het is alleen mogelijk om een vierde zorgtraject te openen, wanneer dit een crisis-DBC is.4Een vrijgevestigde zorgaanbieder eveneens ook maximaal drie zorgtrajecten openen. Het is voor een vrijgevestigde zorgaanbieder echter niet mogelijk om een vierde zorgtraject te openen, omdat dit alleen kan in het kader van een crisissituatie. Het openen van een crisis-DBC is alleen toegestaan aan instellingen met een 24-uurs dienst onder bepaalde voorwaarden. Zie voor meer informatie paragraaf 2.5 ‘crisis’.
- De hoofdbehandelaar is verantwoordelijk voor de vastlegging van de daadwerkelijk verleende zorg in de door de NZa vastgestelde activiteiten. Daarnaast is de hoofdbehandelaar verantwoordelijk voor de juistheid van het gehele DBC-traject.5In de toelichting zijn de verantwoordelijkheden van de hoofdbehandelaar uiteengezet.
- DBC’s met alleen indirecte tijd zijn niet toegestaan.
- Zorgaanbieders mogen op hun eigen manier invulling geven aan het registreren van de werkelijk bestede tijd. Het is ook toegestaan om standaardtijden of normtijden6De zorgaanbieder is verantwoordelijk voor de normtijden en het herijken/updaten hiervan. per activiteit vast te stellen. 2.2 Openen DBC’s
- Iedereen onder verantwoordelijkheid van de hoofdbehandelaar kan een initiële DBC en een vervolg-DBC openen7Het openen van een DBC is een administratieve handeling waarvoor de hoofdbehandelaar verantwoordelijk is.. b. voortgezette behandeling
(202); c. uitloop
(203). b. indien een bekende patiënt voor een andere primaire diagnose in zorg komt dan de diagnose waarvoor de patiënt reeds in behandeling is. c. indien een bekende patiënt terug in zorg komt, waarbij er al meer dan 365 dagen zijn verstreken sinds het sluiten van de vorige DBC. 6. In de volgende gevallen moet een vervolg-DBC geopend worden: a. indien een (initiële of vervolg-)DBC 365 dagen openstaat en de behandeling nog niet afgerond is. b. indien een patiënt weer terug in zorg komt voor dezelfde diagnose, dient er een vervolg-DBC geopend te worden. c. als een zorgaanbieder de behandeling van een patiënt overneemt van een andere zorgaanbieder, nadat de nieuwe behandelaar een second opinion heeft uitgevoerd en hiervoor een DBC met het zorgtype ‘second opinion’
(106)heeft geopend en gesloten. In dat geval moet de nieuwe hoofdbehandelaar een vervolg-DBC openen volgend op deze second opinion DBC. Een voorwaarde hiervoor is wel dat de afgesloten second opinion DBC exact dezelfde primaire diagnose bevat. 2.3 Typeren Het typeren van een DBC bestaat uit verschillende onderdelen: het vastleggen van de identificatiegegevens van de patiënt, het vastleggen van het zorgtype en het classificeren van de (primaire) diagnose van de patiënt.
- Uitsluitend de hoofdbehandelaar mag typeren. De DBC moet bij het sluiten volledig en juist getypeerd zijn. e. burgerservicenummer; f. unieke identificatie zorgverzekeraar (conform UZOVI-register). b. as 2 Persoonlijkheidsstoornissen: op deze as kunnen één of meerdere stoornissen worden geselecteerd. Per stoornis moet aangegeven worden of een stoornis aanwezig is óf dat er trekken van deze stoornis aanwezig zijn. Naast de registratie van de persoonlijkheidsstoornissen kan maximaal één code voor zwakzinnigheid of zwakbegaafdheid worden geregistreerd. c. as 3 Somatische aandoeningen: op deze as dienen alleen somatische diagnoses geregistreerd te worden die een directe relatie hebben met de As 1- of As 2-stoornis en die van invloed zijn op de behandeling. d. as 4 Psychosociale factoren: op deze as dienen psychosociale en omgevingsfactoren geregistreerd te worden die een duidelijke zorgverzwarende factor vormen bij de behandeling van de primaire diagnose. e. as 5 GAF-score: op deze as registreert de hoofdbehandelaar de Global Assessment of Functioning-score (GAF-score) driemaal: i. bij openen → de hoogste GAF-score van de voorgaande 365 dagen. Indien deze er niet is, dient de GAF-score genoteerd te worden van het begin van de behandeling of een inschatting gemaakt te worden van de hoogste GAF-score van het afgelopen jaar. ii. bij openen → de GAF-score op het moment van openen van de DBC. iii. bij sluiten → de GAF-score op de einddatum van de DBC. b. code ‘V71.09 Geen diagnose of aandoening op As 2 aanwezig’ kan niet de primaire diagnose zijn, tenzij er bij een diagnose op As 2 ‘trekken van ..’ wordt gescoord, kan deze wel dienen als primaire diagnose. c. de code op As 2 voor zwakzinnigheid of zwakbegaafdheid kan niet als primaire diagnose geregistreerd worden (hieronder vallen ook de codes voor stoornissen in de kindertijd op As 2). In de DSM-IV-TR staat dat bij kinderen onder de 18 jaar geen persoonlijkheidsstoornis als primaire diagnose geclassificeerd mag worden. Dit principiële uitgangspunt is in het DBC ggz-model erkend, maar er mag van afgeweken worden. Als er bij een kind onder de 18 jaar sprake is van een primaire diagnose anders dan As 1 en het vermoeden bestaat van een persoonlijkheidsstoornis of persoonlijkheidsproblematiek (trekken van) op As 2, dan mag in de DBC-registratie de As 2 als primaire diagnose gesteld worden. b. Ernstige, enkelvoudige dyslexie Uitsluitend de behandeling van de primaire diagnose ‘ernstige, enkelvoudige dyslexie’ valt onder de diagnosegroep ‘Overige stoornissen in de kindertijd’. Deze vorm van dyslexie dient als volgt te worden getypeerd: I. primaire diagnose: op as 1 van DSM-IV-TR dient ‘leesstoornis’ geregistreerd te worden; II. nevendiagnosen: er mag geen sprake zijn van een nevendiagnose op as 1 of 2; III. overige diagnosen: er dient op as 3 ‘diagnose op As3 enkelvoudig’ geregistreerd te worden. De overige assen (as 4 en as 5) hebben geen verdere specificaties; deze dienen ingevuld te worden naar de mate van functioneren en zorgverzwarende psychosociale factoren. b. opeenvolgende zorgtrajecten: wanneer er sprake is van meerdere diagnoses waarvan één diagnose het meest dringend is, opent de hoofdbehandelaar eerst een initiële DBC en een zorgtraject voor de primaire diagnose. Zodra de patiënt is uitbehandeld, sluit de hoofdbehandelaar het zorgtraject en wordt er een nieuwe initiële DBC geopend met de nevendiagnose als primaire diagnose. De voorwaarde voor opeenvolgende DBC’s en bijbehorende zorgtrajecten is dat de primaire diagnoses van elkaar verschillen. 2.4 Registreren Zodra een DBC geopend is kunnen activiteiten en verrichtingen op verschillende categorieën geregistreerd worden: diagnostiek en behandeling, dagbesteding, verblijf en verrichtingen. Activiteiten en verrichtingen worden bijgehouden volgens de lijst van ‘activiteiten en verrichtingen’. 13De activiteiten- en verrichtingenlijst is te vinden in bijlage IV.
- Een behandelaar mag alleen de patiëntgebonden tijd registreren die hij daadwerkelijk heeft besteed aan die activiteit. Niet-patiëntgebonden activiteiten mag de (hoofd)behandelaar niet op een DBC registreren.
- In het kader van een behandeling moeten beroepen die onder het beroepencluster ‘somatische beroepen’ vallen, hun tijd ook verantwoorden via activiteiten die het best passen bij de behandeling en die opgenomen zijn in de activiteiten- en verrichtingenlijst.
- Als behandelaren nog in een vervolgopleiding zijn registreren zij onder het beroep van de opleiding die zij op het moment van behandelen hebben afgerond. Indien er nog géén opleiding is afgerond, mag er niet geregistreerd worden op het beroep waarvoor iemand nog in opleiding is.
- CONO-beroepen die 24-uurscontinuïteitszorg leveren, registreren hun bestede tijd tijdens het verblijf van een patiënt niet, omdat deze tijd is verwerkt in het tarief voor verblijf: a. wanneer medische, psychotherapeutische, agogische, psychologische, vaktherapeutische en somatische beroepen worden ingezet als (mede)behandelaar, moet hun bestede tijd geregistreerd worden aan de hand van de activiteiten- en verrichtingenlijst; b. de uitgevoerde activiteiten en verrichtingen van aanwezigheid- en beschikbaarheiddiensten van medische of andere beroepen moeten ook met behulp van de registratielijst geregistreerd worden. Categorie II – Dagbesteding
- Iedereen, onder verantwoordelijkheid van de hoofdbehandelaar, kan binnen de DBC dagbesteding registreren.
- Er wordt alleen dagbesteding geregistreerd als: a. de patiënt daadwerkelijk aanwezig is. Hierbij registreert de behandelaar het aantal uren dat de patiënt dagbesteding krijgt16Dagbesteding wordt er geregistreerd in uren, diagnostiek en behandeling in minuten. en; b. dagbesteding in het kader van de (psychiatrische) behandeling is; c. dagbesteding terug te vinden is in het behandelplan dat opgesteld is door de behandelaar.
- De volgende vormen van dagbesteding zijn te onderscheiden: a. Dagbesteding sociaal. b. Dagbesteding activering. c. Dagbesteding educatie. d. Dagbesteding arbeidsmatig. e. Dagbesteding overig.
- Tijdens dagbesteding mag de behandelaar geen direct patiëntgebonden behandelactiviteiten registreren.
- Dagbesteding mag niet geregistreerd worden met verblijf zonder overnachting.
- In geval van dagbesteding voor kinder- en jeugdpsychiatrie geldt het volgende: a. educatieve therapie moet niet geregistreerd worden als dagbesteding, maar als de activiteit ‘Overige (communicatieve) behandeling’. b. de activiteiten van de klinische school hoeft de behandelaar niet te registreren.17De klinische school is voor leerplichtige patiënten. De klinische school valt niet onder de Zvw. Dit onderdeel valt dan ook buiten de DBC-systematiek. Categorie III – Verblijf Bij de registratie van verblijf wordt er een onderscheid gemaakt tussen verblijf met overnachting en verblijf zonder overnachting. Verblijf wordt altijd geregistreerd op basis van dagen aanwezigheid aan de hand van verblijfsprestaties.
- Alle behandelaren waarvan het beroep op de openingsdatum van de DBC is opgenomen in de beroepentabel mogen verblijfsdagen registreren. Verblijfsdag met overnachting
- Een verblijfsdag met overnachting kan alleen geregistreerd worden als de patiënt voor 20:00 uur is opgenomen (eerste opname) en ’s nachts in de instelling verblijft. De dag van opname en de daarop volgende nacht gelden als één verblijfsdag.
- Dagen dat de patiënt afwezig is, mogen niet worden geregistreerd als verblijfsprestatie.
- Voor de keuze van de deelprestatie van verblijf is de zorgvraag van de patiënt leidend. Op basis van de zorgvraag van de patiënt is een van de zeven prestaties van verblijf van toepassing welke het meest overeenkomt met de beschreven verblijfszorg. Declaratie vindt plaats overeenkomstig de verblijfsdagen die telkens, volgens de zorgvraag van de patiënt, van toepassing zijn. Verblijfsdag zonder overnachting Een verblijfsdag zonder overnachting wordt geregistreerd, indien er sprake is van de aanwezigheid van een patiënt gedurende een groot deel van de dag (gemiddeld tussen 09.00 en 17.00 uur), omdat de patiënt behandeling dan wel diagnostiek ontvangt.
- Verblijf zonder overnachting mag alleen geregistreerd worden indien aan de volgende voorwaarden is voldaan: a. er is niet meer dan 4 uur direct patiëntgebonden activiteiten geleverd; b. ondersteuning van personeel met een VOV-functie is noodzakelijk voor een goed verloop van de diverse behandel- en/of diagnostiekactiviteiten; c. er is geen sprake van een aaneenschakeling van behandelingen in één dagdeel en; d. er zijn minimaal twee direct patiëntgebonden activiteiten geleverd op dezelfde kalenderdag, die onder de hoofdgroep diagnostiek en/of behandeling of in combinatie met de verrichting ECT geregistreerd worden.
- De op de dag uitgevoerde behandel- en/of diagnostiekactiviteiten maken geen onderdeel uit van de verblijfsdag zonder overnachting en moeten ook geregistreerd worden op de DBC. Categorie IV – Verrichtingen Binnen de zorgcategorie verrichtingen wordt een onderscheid gemaakt tussen electroconvulsietherapie (ECT) en de ambulante Methadon verstrekking (AMV).
- Verrichtingen mogen alleen geregistreerd worden door behandelaren van wie het beroep op de openingsdatum van de DBC is opgenomen in de beroepentabel. Dit kan direct nadat de patiënt de behandeling ECT of ambulante Methadon heeft ontvangen.
- Bij ECT moet de behandelaar de tijd én het aantal behandelingen ECT registreren. Dit betekent dat de DBC twee zaken bevat: a. verrichting ECT: het aantal behandelingen ECT wordt geregistreerd volgens de activiteiten- en verrichtingenlijst en; b. activiteit ECT: beroepen die voorkomen op de beroepentabel registreren de bestede tijd met behulp van de activiteitcode voor ECT.
- Bij de verstrekking van Methadon aan ambulante patiënten moet de behandelaar de tijd én het aantal verstrekkingen van Methadon per kalendermaand registreren. Dit betekent dat de DBC twee zaken bevat: a. verrichting AMV: de behandelaar moet het aantal verstrekkingen AMV registreren. Dit is één verrichting per maand ongeacht de hoeveelheid Methadon en frequentie van de verstrekkingenen; b. activiteit Farmacotherapie: bij de ambulante verstrekking van Methadon moet de behandelaar de bestede tijd registreren op de activiteit ‘farmacotherapie’. 2.5 Crisis-DBC Een crisis-DBC heeft een looptijd van maximaal 28 dagen. De 24-uurs crisiszorg die de crisisdiensten leveren wordt onder andere gekenmerkt door de niet planbaarheid van zorg. Alleen instellingen met een 24-uurs crisisdienst met een regionale functie mogen in het geval van een crisisinterventie een DBC openen waarop crisisactiviteiten geschreven kunnen worden. De geleverde crisiszorg heeft als doel de crisissituatie van de patiënt zo spoedig mogelijk te stabiliseren. Een patiënt kan vervolgens
(1)geen zorg meer nodig hebben;
(2)een regulier zorgtraject starten of een
(3)een regulier zorgtraject vervolgen.
- Alle behandelaren waarvan het beroep op de openingsdatum van de DBC is opgenomen in de beroepentabel mogen op de DBC-crisisactiviteiten registreren. 2.6 Sluiten
- De hoofdbehandelaar is verantwoordelijk voor het sluiten van de DBC, waarbij de hoofdbehandelaar (of diegene die onder zijn of haar verantwoordelijkheid valt) de volgende punten controleert: a. de DBC is ingevuld conform deze regeling; b. de DBC bevat de juiste informatie; c. de typering is juist en volledig ingevuld; d. de diagnose is juist ingevuld;19Indien er op een DBC alleen pré-intake/intake/diagnostiek en/of crisisopvang is geregistreerd, kan de DBC gesloten worden zonder weergave van een diagnoseclassificatie. e. de GAF-score is ingevuld. ii. voortgezette behandeling
(202); iii. uitloop
(203). ii. is verhuisd en niet meer bereid is om te reizen voor de behandeling. iii. langdurig niet meer op is komen dagen. iv. 365 dagen geen zorg heeft ontvangen. e. als er sprake is van een andere bekostigingssystematiek. f. als de patiënt na de pré-intake, intake of diagnostiek niet in zorg terug komt of als de patiënt in crisis raakt en daarna in reguliere behandeling of uit zorg gaat. 3 Bepalingen validatie DBC’s
- De administratieve organisatie is zodanig ingericht dat een audit-trail mogelijk is. De NZa en de zorgverzekeraar moeten te allen tijde de mogelijkheid hebben om DBC-registratie op juistheid te controleren. 4 Declaratiebepalingen Deze regeling stelt voorschriften, voorwaarden of beperkingen met betrekking tot het declaratieproces in de gespecialiseerde GGZ. Te declareren DBC-tarief
- Voor het leveren van zorg aan een patiënt kan de zorgaanbieder een bij deze zorg behorend DBC-tarief declareren indien voldaan is aan de volgende voorwaarden: a. het gehele DBC-traject is afgesloten overeenkomstig deze regeling; 5 Informatiebepalingen Elke factuur dient in ieder geval de volgende gegevens te bevatten als onderdeel van de prestatiebeschrijving:
- DBC-traject startdatum Bij initiële DBC's is dit de datum waarop het eerste directe of indirecte patiëntgebonden contact plaatsvindt. Bij vervolg DBC's is dit de startdatum van het vervolg DBC-traject.
- Verwezen patiënt vanuit een (andere) GGZ-instelling, instelling voor medisch specialistische zorg of GGZ-praktijk
- Verwezen patiënt vanuit de crisis zorg of S.E.H.
- Eigen patiënt (bijvoorbeeld in geval van een vervolg-DBC)
- Verwezen patiënt, maar verwijzer heeft geen AGB-code (bijvoorbeeld in geval van een verwijzing naar de crisis zorg, buitenlandse zorgaanbieder)
- Zelfverwijzer
- Bemoeizorg b. diagnoseclassificatie;22Indien er sprake is van de diagnose ‘ernstige enkelvoudige dyslexie’ is dit inzichtelijk via de diagnoseclassificatie met code
- c. zorgvraagzwaarte; d. productgroep voor behandeling van de DBC-dataset. De diagnose-informatie op de factuur dient zich te beperken tot de 14 diagnosehoofdgroepen in uitsluitend de langdurende of intensieve behandelgroepen overeenkomstig de productstructuur. Voor de behandelgroepen ‘diagnostiek’, ‘crisis’ en ‘behandeling kort’ is vermelding van diagnose-informatie op de factuur niet toegestaan. Evenmin is het toegestaan dat uit de factuur blijkt of er ten aanzien van het zorgtype sprake is van een rechterlijke uitspraak. Tevens is de zorgvraagzwaarte voor de diagnosehoofdgroep ‘ persoonlijkheidsstoornissen’ niet zichtbaar op de factuur. In de prestatiecode is het zorgvraagzwaartedeel voor deze diagnose hoofdgroep op 000 gezet. De verplichting tot het verstrekken van de zorgvraagzwaarte op de factuur zoals opgenomen in deze regeling is, tot en met 31 december 2014, niet van toepassing op zorg die vanaf het moment van inwerkingtreding van deze regeling in het jaar 2014 door de zorgaanbieder wordt gedeclareerd. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing voor zorg die in het jaar 2014 door een zorgaanbieder is geleverd en welke zorg nog niet is gedeclareerd op het moment van inwerkingtreding van deze regeling. Voor zorg waarop het gestelde in de twee voorgaande volzinnen van toepassing is geldt dat de component ‘zorgvraagzwaarte’ op de factuur dient te worden aangeduid met ‘000’. De zorgaanbieder is verplicht de brongegevens waaruit de zorgvraagzwaarte-indicator is af te leiden te blijven registreren. In een nieuwe versie van deze regeling neemt de NZa op hoe de zorgvraagzwaarte met ingang van 1 januari 2015 aangeleverd moet worden aan de zorgverzekeraar. In die versie van de regeling zal ook staan hoe de zorgvraagzwaarte-gegevens over de periode tot 31 december 2014 aangeleverd moeten worden bij de zorgverzekeraars. d. Beschikbaarheidcomponent crisis (BCC) e. Verblijf zonder overnachting (VZO) Alle deelprestaties worden altijd in combinatie met een productgroep voor behandeling in rekening gebracht. Op de factuur wordt vermeld welke deelprestaties op welke datum geleverd zijn. 6 Uitzondering in geval van privacybezwaren
- Privacyverklaring De artikelen 5.3, 5.11 en 5.13, voor zover betrekking hebbend op tot de diagnose herleidbare gegevens, blijft buiten toepassing indien de patiënt en de zorgaanbieder gezamenlijk een verklaring hebben ondertekend overeenkomstig bijlage
- 7 Intrekking oude regels Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze regeling wordt de regeling ‘Gespecialiseerde GGZ’, met kenmerk NR/CU-551, ingetrokken. 8 Uitzondering De verplichtingen als gesteld in de artikelen 2 tot en met 4.4 en 5 tot en met 6 van deze regeling zijn niet van toepassing op de OVP’s. 9 Overgangsbepaling De nadere regel ‘gespecialiseerde GGZ’, met kenmerk NR/CU-551, blijft van toepassing op besluiten en aangelegenheden die hun grondslag vinden in die nadere regel en die betrekking hebben op de periode waarvoor die nadere regel gold. Dit betekent dat voor overlopende DBC’s (DBC’s gestart in jaar t-1 en doorlopend in jaar t) de op het moment van opening van het DBC-zorgproduct geldende nadere regel van toepassing is. 10 Inwerkingtreding en citeerregel Deze regeling treedt in werking op het moment dat de Regeling van de Minister van Volksgezondheid Welzijn en Sport houdende de tijdelijke opschorting levering zorgzwaarte cGGZ met kenmerk 656441-125129-CZ in werking treedt. Indien de Staatscourant waarin de mededeling als bedoeld in artikel 20, tweede lid, onderdeel a, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) wordt geplaatst, wordt uitgegeven na publicatie van de Regeling van de Minister van Volksgezondheid Welzijn en Sport houdende de tijdelijke opschorting levering zorgzwaarte cGGZ treedt de regeling in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin de mededeling wordt geplaatst en werkt zij terug tot en met het moment van publicatie van de Regeling van de Minister van Volksgezondheid Welzijn en Sport houdende de tijdelijke opschorting levering zorgzwaarte cGGZ. Deze regeling kan worden aangehaald als: ‘Regeling gespecialiseerde GGZ’. Nederlandse Zorgautoriteit, M.A. Ruys voorzitter Raad van Bestuur a.i. Bijlage I Privacyverklaring Ondergetekenden: [cliënt: Naam] ................................................... [cliënt: Geboortedatum verzekerde] ................................................... [cliënt: Verzekerdenummer] ................................................... [cliënt: BSN] ................................................... [DBC-traject: Openingsdatum] ................................................... en [zorgaanbieder: Naam praktijk/instelling] ............................................. [zorgaanbieder: Naam uitvoerder] ............................................. [zorgaanbieder: Adres] ............................................. [zorgaanbieder: AGB-code praktijk/instelling] ............................................. [zorgaanbieder: AGB-code uitvoerder] ............................................. verklaren:
- Dat tussen partijen een behandelrelatie is aangegaan, waarvoor de zorgaanbieder een tarief in rekening wenst te brengen overeenkomstig de Wet marktordening gezondheidszorg. Vermelding diagnose-informatie op factuur
- Dat de patiënt er uit oogpunt van bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer bezwaar tegen heeft, dat gegevens die te herleiden zijn tot een door de zorgaanbieder met betrekking tot de patiënt gestelde diagnose, op de declaratie worden vermeld.
- Dat de zorgaanbieder, in overeenstemming met artikel 6 van de Regeling gespecialiseerde GGZ, vermelding van de onder 2 vermelde gegevens achterwege zal laten. Aanlevering gegevens aan DIS
- Dat de patiënt er uit oogpunt van bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer bezwaar tegen heeft, dat MDS-gegevens als bedoeld in artikel 5 van de Regeling ‘Verplichte aanlevering minimale dataset curatieve GGZ’, aan DIS worden aangeleverd.
- Dat de zorgaanbieder, in overeenstemming met artikel 6 van de Regeling ‘Verplichte aanlevering minimale dataset curatieve GGZ’, de aanlevering van de onder 4 bedoelde MDS-gegevens aan DIS achterwege zal laten. PLAATS: ................................................ DATUM: ................................................... Handtekening patiënt Handtekening zorgaanbieder ............................................. ......................................................... Bijlage II Zorgtypen Initiële DBC Code Zorgtype 101 Reguliere zorg 106 Second opinion 107 Zorg op basis van een tertiaire verwijzing 108 Langdurig periodieke controle (bij overname) 109 Bemoeizorg 110 Rechterlijke machtiging (RM) 111 Inbewaringstelling (IBS) 115 Ondertoezichtstelling (OTS) 116 Rechterlijke machtiging met voorwaarden 117 Jeugdstrafrecht Reguliere zorg – 101 Het zorgtype reguliere zorg wordt gebruikt voor patiënten met een nieuwe zorgvraag die vanuit de eerste lijn, door bijvoorbeeld de huisarts of een collega-specialist, zijn doorverwezen. Second opinion – 106 Een ‘second opinion’ is de herbeoordeling van een zorgvraag en het bijbehorende advies van een andere zorgaanbieder. Er is doorgaans sprake van een beperkt aantal contacten en er is géén sprake van een overname van de behandeling. Als de DBC het zorgtype ‘Second opinion’
(106)heeft, moet de behandelaar minimaal één diagnostische activiteit registreren. Een DBC met dit zorgtype mag daarnaast niet meer dan 250 minuten directe tijd bevatten. Zorg op basis van tertiaire verwijzing – 107 Het betreft een patiënt met een nieuwe zorgvraag, die wordt gezien op basis van een erkende doorverwijzing door een andere zorgaanbieder omdat daar de benodigde expertise, kennis, ervaring en/of behandelfaciliteiten voor die zorgvraag niet aanwezig zijn. Langdurig periodieke controle (bij overname) – 108 Er is sprake van een meerjarig zorgtraject waarbij de patiënt tenminste eenmaal per jaar ter controle wordt gezien nadat de initiële behandelingsfase is afgerond. Dit zorgtype kan alleen bij een initiële DBC worden geregistreerd wanneer de patiënt wordt overgenomen vanuit een andere zorginstelling/organisatie en waarbij er sprake is van een langdurig periodieke controle. Bemoeizorg – 109 Dit zorgtype wordt geregistreerd als bemoeizorg de aanleiding is voor het starten van de DBC in de gespecialiseerde GGZ. Er is geen sprake van een juridische maatregel ten aanzien van de zorg. Activiteiten die gerekend kunnen worden tot bemoeizorg (voortraject; aanleiding van zorg; nog geen zorgvraag en zorgvrager) behoren niet tot de geneeskundige GGZ en vallen daarmee niet onder de DBC-systematiek. Rechterlijke machtiging (RM) – 110 Bij het zorgtype RM is er sprake van gedwongen opname in een psychiatrisch ziekenhuis in het kader van de wet Bijzondere Opname Psychiatrische in Ziekenhuizen (Bopz). DBC’s met zorgtype RM moeten verblijfsdagen met overnachting bevatten en een activiteit uitgevoerd door een beroep uit het beroepencluster ‘medische beroepen’. Niet alle gevallen van rechterlijke machtiging vallen onder de Zvw/DBC-systematiek voor de GGZ. Een rechterlijke machtiging die wordt afgegeven voor iemand in detentie die tijdelijk moet worden opgenomen in een GGZ-instelling, valt onder het strafrecht en daarmee onder de systematiek voor forensische zorg in strafrechtelijk kader (DBBC-systematiek). Inbewaringstelling (IBS) – 111 Bij het zorgtype IBS is er sprake van een gedwongen spoedopname in een psychiatrisch ziekenhuis in het kader van de wet Bopz. DBC’s met zorgtype IBS moeten verblijfsdagen met overnachting bevatten en een activiteit geregistreerd door een beroep uit de beroepencluster ‘medische beroepen’. Er mogen geen activiteiten worden geregistreerd door het instellingstype ‘Zelfstandig gevestigde praktijken’. Ondertoezichtstelling (OTS) – 115 Dit zorgtype is specifiek bedoeld voor kinderen onder de 18 jaar van wie de ouders verplicht zijn samen te werken voor wat betreft de opvoeding van het kind met een door de rechter toegewezen gezinsvoogd. Rechterlijke machtiging met voorwaarden – 116 Dit zorgtype is een variant op het zorgtype RM waarbij de patiënt een gedwongen opname kan voorkomen als deze zich aan de door de rechter gestelde voorwaarden houdt. DBC’s met zorgtype RM met voorwaarden hebben activiteiten geregistreerd door een beroep uit het beroepencluster ‘medische beroepen’. Jeugdstrafrecht – 117 Kies voor het zorgtype Jeugdstrafrecht als er sprake is van zorg die wordt opgelegd door de strafrechter in het kader van Jeugdstrafrecht. Vervolg-DBC Code Zorgtype 201 (Langdurig periodieke) controle 202 Voortgezette behandeling 203 Uitloop 204 Exacerbatie/recidive 205 Bemoeizorg 206 Rechterlijke machtiging (RM) 210 Ondertoezichtstelling (OTS) 211 Rechterlijke machtiging met voorwaarden 212 Jeugdstrafrecht (langdurig periodieke) controle – 201 Registreer dit vervolg zorgtype als de patiënt ten minste eenmaal per jaar ter controle wordt gezien nadat de initiële behandelingsfase is afgerond. Bij dit zorgtype geldt dat de openingsdatum aansluit op de afsluitdatum van de voorgaande DBC. Voortgezette behandeling – 202 Kies voor het vervolg zorgtype voortgezette behandeling als een behandeling voor een bepaalde diagnose langer dan 365 dagen duurt. Bij dit zorgtype geldt dat de openingsdatum aansluit op de afsluitdatum van de voorgaande DBC. Uitloop – 203 Dit vervolg zorgtype wordt geregistreerd als een behandeling door omstandigheden (bijvoorbeeld wachtlijsten) langer duurt dan 365 dagen. In feite zou de behandeling binnen 365 dagen na openen van de DBC afgerond kunnen worden. Door omstandigheden die niet door de behandeling zelf worden veroorzaakt, wordt deze periode echter overschreden. Bij dit zorgtype geldt dat de openingsdatum aansluit op de afsluitdatum van de voorgaande DBC. Exacerbatie/recidive – 204 Het vervolg zorgtype exacerbatie/recidive mag worden geregistreerd als de patiënt binnen 365 dagen na openen van de DBC voor dezelfde primair diagnose weer in behandeling komt bij dezelfde zorgaanbieder. Bij het openen van een vervolg-DBC met dit zorgtype gaat het niet om het voorzetten van de vorige DBC, maar om een terugval. Bemoeizorg – 205 Dit vervolg zorgtype wordt geregistreerd als bemoeizorg de aanleiding is voor het starten van de DBC in de gespecialiseerde GGZ. Er is geen sprake van een juridische maatregel ten aanzien van de zorg. Activiteiten die gerekend kunnen worden tot bemoeizorg (voortraject; toeleiding naar zorg; nog geen zorgvraag en zorgvrager) behoren niet tot de geneeskundige GGZ en vallen daarmee niet onder de DBC-systematiek. Rechterlijke machtiging (RM) – 206 Bij het vervolg zorgtype RM is er sprake van gedwongen opname in een psychiatrisch ziekenhuis in het kader van de wet Bijzondere Opname Psychiatrische Ziekenhuizen (Bopz). DBC’s met zorgtype RM moeten verblijfsdagen met overnachting bevatten en een activiteit geregistreerd door een beroep uit het beroepencluster ‘medische beroepen’. Niet alle gevallen van rechterlijke machtiging vallen onder de Zvw/DBC GGZ-systematiek. Een rechterlijke machtiging die wordt afgegeven voor iemand in detentie die tijdelijk moet worden opgenomen in een GGZ-instelling, valt onder het strafrecht en daarmee onder de systematiek voor forensische zorg in strafrechtelijk kader (DBBC-systematiek). Ondertoezichtstelling (OTS) – 210 Dit vervolg zorgtype is specifiek bedoeld voor kinderen onder de 18 jaar van wie de ouders verplicht zijn samen te werken voor wat betreft de opvoeding van het kind met een door de rechter toegewezen gezinsvoogd. Rechterlijke machtiging met voorwaarden – 211 Dit vervolg zorgtype is een variant op het zorgtype RM waarbij de patiënt een gedwongen opname kan voorkomen als deze zich aan de door de rechter gestelde voorwaarden houdt. DBC’s met zorgtype RM met voorwaarden hebben activiteiten geregistreerd door een beroep uit het beroepencluster ‘medische beroepen’. Jeugdstrafrecht – 212 Kies voor het vervolg zorgtype Jeugdstrafrecht als er sprake is van zorg die wordt opgelegd door de strafrechter in het kader van Jeugdstrafrecht. Crisis-DBC Code Zorgtype 301 crisisinterventie zonder opname 302 Crisisinterventie zonder opname Crisisinterventie zonder opname – 301 De patiënt komt ambulant voor een crisisinterventie in zorg. De crisisinterventie vindt plaats bij de regionale 24-uurs crisisdienst. Het initiatief voor het contact ligt (vanaf een leeftijd van 16 jaar) bij de patiënt zelf, bij familie of het sociale netwerk, bij de politie, bij de gemeente of brandweer of bij de huisarts. Er is geen sprake van opname van de patiënt. Er is geen sprake van opname van de patiënt. Bij een crisisinterventie zonder opname, vinden crisiscontacten plaats ten behoeve van de stabilisatie van de patiënt, zonder dat de patiënt bij de crisisdienst overnacht. Als een patiënt uit crisiszorg gaat of overgaat naar een reguliere behandeling, moet de DBC met dit zorgtype gesloten worden. DBC’s met het zorgtype ‘Crisisinterventie zonder opname’ hebben een looptijd van maximaal 28 kalenderdagen en kunnen geen verblijfsdagen (met of zonder overnachting) bevatten. Crisisinterventie met opname – 302 Het gaat hier om een crisisinterventie met een klinische opname en is aan de orde wanneer een patiënt crisiszorg nodig heeft die wordt geboden door een regionale 24-uurs crisisdienst. Een DBC met dit zorgtype zijn crisiscontacten waarbij een patiënt, ten behoeve van de stabilisatie van de patiënt, verblijft binnen de instelling. Als een patiënt uit crisiszorg gaat of overgaat naar een reguliere behandeling, moet de DBC met dit zorgtype gesloten worden. DBC’s met het zorgtype ‘Crisisinterventie met opname’ hebben een looptijd van maximaal 28 kalenderdagen en de DBC dient minimaal 1 en maximaal 27 verblijfsdagen met overnachtingen te bevatten. Bijlage III Feitelijke classificatie van DSM-IV-TR AS 1: Klinische stoornissen DSM IV-TR Diagnosetabel Stoornissen in de kindertijd Overige stoornissen in de kindertijd Pervasieve ontwikkelingsstoornissen Aandachtstekortstoornissen en gedragsstoornissen Delirium, dementie en amnestische en andere cognitieve stoornissen Delirium, dementie en amnestische en andere cognitieve stoornissen Psychische stoornissen door een somatische aandoening Restgroep diagnoses Aan een middel gebonden stoornissen Aan alcohol gebonden stoornissen Overige aan een middel gebonden stoornissen Schizofrenie en andere psychotische stoornissen Schizofrenie en andere psychotische stoornissen Stemmingsstoornissen Depressieve stoornissen Bipolaire en overige stemmingsstoornissen Angststoornissen Angststoornissen Somatoforme stoornis Somatoforme stoornis Nagebootste stoornissen Restgroep diagnoses Dissociatieve stoornissen Restgroep diagnoses Seksuele stoornissen en genderidentiteitsstoornissen Restgroep diagnoses Eetstoornissen Eetstoornissen Slaapstoornissen Restgroep diagnoses Stoornissen in de impulsbeheersing Restgroep diagnoses Aanpassingsstoornissen Aanpassingsstoornissen Andere aandoeningen en problemen die een reden voor zorg kunnen zijn Andere aandoeningen en problemen die een reden voor zorg kunnen zijn AS 2: Persoonlijkheidsstoornissen DSM IV-TR Diagnosetabel Zwakzinnigheid (stoornissen in de kindertijd) – Lichte zwakzinnigheid – Matige zwakzinnigheid – Ernstige zwakzinnigheid – Diepe zwakzinnigheid – Zwakzinnigheid, ernst niet gespecificeerd Restgroep diagnoses Persoonlijkheidsstoornissen – Paranoïde persoonlijkheidsstoornis – Schizoïde persoonlijkheidsstoornis – Schizotypische persoonlijkheidsstoornis – Antisociale persoonlijkheidsstoornis – Borderline persoonlijkheidsstoornis – Theatrale persoonlijkheidsstoornis – Narcistische persoonlijkheidsstoornis – Ontwijkende persoonlijkheidsstoornis – Afhankelijke persoonlijkheidsstoornis – Obsessieve – compulsieve persoonlijkheidsstoornis – Persoonlijkheidsstoornis NAO – Uitgesteld/geen persoonlijkheidsstoornis Persoonlijkheidsstoornissen Zwakbegaafdheid (Bijkomende problemen die een reden voor zorg kunnen zijn) Restgroep diagnoses AS 3: Somatische aandoeningen DSM IV-TR Diagnosetabel Diagnose op As3 complex Registreer alleen de somatische diagnoses die een directe relatie hebben met de As 1-of As 2-stoornis Diagnose op As3 enkelvoudig Geen of geen relevante diagnose op As3 AS 4: Psychosociale en omgevingsfactoren DSM IV-TR Diagnosetabel Problemen binnen de primaire steungroep Deze psychosociale factoren en omgevingsfactoren mogen alleen vastgesteld worden als ze duidelijk zorgverzwarend werken. Problemen verbonden aan de sociale omgeving Studie/scholingsproblemen Werkproblemen Woonproblemen Financiële problemen Problemen met de toegankelijkheid van gezondheidsdiensten Problemen met justitie/politie of met de misdaad Andere psychosociale en omgevingsproblemen Geen diagnose/factor op As 4 aanwezig Indien er geen psychosociale factoren aanwezig zijn of wanneer deze geen consequenties hebben voor de behandeling van de primaire diagnose, dient deze code geregistreerd te worden. AS 5: GAF-score/CGAS-score GAF/CGAS score GAF/CGAS score 1–10 GAF/CGAS score 11–20 GAF/CGAS score 21–30 GAF/CGAS score 31–40 GAF/CGAS score 41–50 GAF/CGAS score 51–60 GAF/CGAS score 61–70 GAF/CGAS score 71–80 GAF/CGAS score 81–90 GAF/CGAS score 91–100 Kinder- en Jeugdstoornissen primaire diagnoses DC:0-3 Diagnosetabel Traumatische stressstoornis Restgroep diagnoses Affectieve stoornis Aanpassingsstoornis Regulatiestoornis Stoornis in slaapgedrag Stoornis in eetgedrag Stoornis in relatie en communicatie Bijlage IV Activiteiten- en verrichtingenlijst Varianten in behandelactiviteiten Variant Omschrijving Patiënt individueel Alleen de patiënt wordt behandeld Patiënt in groep De patiënt wordt behandeld in een groep Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt individueel De patiënt wordt behandeld in bijzijn van het systeem Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt in groep De patiënt wordt behandeld in een groep in bijzijn van het systeem Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt individueel Er wordt tijd besteed aan het systeem zonder dat de patiënt aanwezig is. Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt in groep* Er wordt tijd besteed aan een groep van meerdere systemen van meerdere patiënten zonder dat de patiënten aanwezig zijn. *) Wanneer er in een groep tijd aan het systeem wordt besteed gelden dezelfde registratieregels als bij groepstherapie. Activiteit Soort Selecteerbaar Mag direct Mag indirect Mag reistijd Mag groep? DIAGNOSTIEK EN BEHANDELING
- Pré-intake Tijdschrijven Ja Nee Ja Nee Ja
- Diagnostiek Tijdschrijven Nee 2.1 Intake & screening Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 2.2 Verwerven informatie van eerdere behandelaars Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 2.3 Anamnese/vragenlijsten Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 2.4 Hetero-anamnese Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 2.5 Psychiatrisch onderzoek Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 2.6 Psychodiagnostisch onderzoek Tijdschrijven Nee Nee Nee Nee Nee 2.6.1 Intelligentie Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 2.6.2 Neuropsychologisch Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 2.6.3 Persoonlijkheid Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 2.7 Orthodidactisch onderzoek Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 2.8 Vaktherapeutisch onderzoek Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 2.9 Contextueel onderzoek (gezin, school, etc) Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 2.10 Lichamelijk onderzoek Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 2.11 Aanvullend onderzoek: lab, rad, klin.neur.) Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 2.12 Advisering Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 2.13 Overige diagnostische activiteiten Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja
- Behandeling Tijdschrijven Nee 3.1 Communicatieve behandelcontact Tijdschrijven Nee 3.1.1 Follow up behandelcontact Tijdschrijven Nee Nee Nee Nee Nee 3.1.1.1 Patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.1.1.1 Patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.1.1.2 Patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.1.1.4 Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.1.1.5 Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.1.1.6 Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.1.1.7 Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.1.2 Steunend en structurerend behandelcontact Tijdschrijven Nee Nee Nee Nee Nee 3.1.2.1 Patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.1.2.2 Patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.1.2.4 Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.1.2.5 Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.1.2.6 Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.1.2.7 Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.1.3 Psychotherapie Tijdschrijven Nee Nee Nee Nee Nee 3.1.3.1 Psychoanalyse Tijdschrijven Nee Nee Nee Nee Nee 3.1.3.1.1 Patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.1.3.1.4 Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.1.3.1.6 Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.1.3.2 Psychodynamische psychotherapie Tijdschrijven Nee Nee Nee Nee Nee 3.1.3.2.1 Patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.1.3.2.2 Patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.1.3.2.4 Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.1.3.2.5 Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.1.3.2.6 Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.1.3.2.7 Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.1.3.3 Gedragstherapie Tijdschrijven Nee Nee Nee Nee Nee 3.1.3.3.1 Patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.1.3.3.2 Patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.1.3.3.4 Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt individu Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.1.3.3.5 Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.1.3.3.6 Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.1.3.3.7 Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.1.3.4 Cognitieve gedragstherapie Tijdschrijven Nee Nee Nee Nee Nee 3.1.3.4.1 Patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.1.3.4.2 Patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.1.3.4.4 Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt individu Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.1.3.4.5 Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.1.3.4.6 Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.1.3.4.7 Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.1.3.5 Interpersoonlijke therapie Tijdschrijven Nee Nee Nee Nee Nee 3.1.3.5.1 Patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.1.3.5.2 Patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.1.3.5.4 Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt individu Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.1.3.5.5 Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.1.3.5.6 Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.1.3.5.7 Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.1.3.6 Cliëntgerichte therapie Tijdschrijven Nee Nee Nee Nee Nee 3.1.3.6.1 Patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.1.3.6.2 Patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.1.3.6.4 Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt individu Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.1.3.6.5 Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.1.3.6.6 Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.1.3.6.7 Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.1.3.7 Systeemtherapie Tijdschrijven Nee Nee Nee Nee Nee 3.1.3.7.1 Patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.1.3.7.2 Patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.1.3.7.4 Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt individu Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.1.3.7.5 Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.1.3.7.6 Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.1.3.7.7 Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.1.3.8 Overig psychotherapie Tijdschrijven Nee Nee Nee Nee Nee 3.1.3.8.1 Patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.1.3.8.2 Patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.1.3.8.4 Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt individu Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.1.3.8.5 Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.1.3.8.6 Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.1.3.8.7 Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.1.4 Overige (communicatieve) behandeling Tijdschrijven Nee Nee Nee Nee Nee 3.1.4.1 Patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.1.4.2 Patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.1.4.4 Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt individu Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.1.4.5 Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.1.4.6 Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.1.4.7 Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.2 Farmacotherapie Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.3 Fysische therapie Tijdschrijven Nee Nee Nee Nee Nee 3.3.1 Electroconvulsietherapie Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.3.2 Lichttherapie Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.3.3 Transcraniële magnetische stimulatie Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.3.4 Overig behandeling fysische technieken Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.3.5 Deep brain stimulation Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.3.6 Neurofeedback Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.4 Vaktherapie Tijdschrijven Nee Nee Nee Nee Nee 3.4.1 Creatieve therapie (drama, beeldend, muziek, dans, etc) Tijdschrijven Nee Nee Nee Nee Nee 3.4.1.1 Patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.4.1.2 Patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.4.1.4 Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt individu Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.4.1.5 Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.4.1.6 Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.4.1.7 Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.4.2 Psychomotorische therapie (beweging, expressie) Tijdschrijven Nee Nee Nee Nee Nee 3.4.2.1 Patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.4.2.2 Patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.4.2.4 Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt individu Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.4.2.5 Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.4.2.6 Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.4.2.7 Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.4.3 Vaktherapie overig Tijdschrijven Nee Nee Nee Nee Nee 3.4.3.1 Patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.4.3.2 Patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.4.3.4 Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt individu Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.4.3.5 Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.4.3.6 Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.4.3.7 Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.5 Fysiotherapie Tijdschrijven Nee Nee Nee Nee Nee 3.5.1 Patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.5.2 Patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.5.6 Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.5.7 Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.6 Ergotherapie Tijdschrijven Nee Nee Nee Nee Nee 3.6.1 Patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.6.2 Patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.6.6 Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.6.7 Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja
- Begeleiding Tijdschrijven Nee 4.1 Activerend begeleidingscontact Tijdschrijven Nee Nee Nee Nee Nee 4.1.1 Patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 4.1.2 Patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 4.1.4 Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt individu Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 4.1.5 Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 4.1.6 Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 4.1.7 Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 4.2 Ondersteunend begeleidingscontact Tijdschrijven Nee Nee Nee Nee Nee 4.2.1 Patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 4.2.2 Patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 4.2.4 Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt individu Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 4.2.5 Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 4.2.6 Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 4.2.7 Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja
- Verpleging Tijdschrijven Nee 5.1 Verpleging Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja
- Crisis Tijdschrijven Nee 6.1 Crisiscontact binnen kantooruren Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 6.2 Crisiscontact buiten kantooruren Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 6.3 Intake en screening crisisinterventie Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 6.4 Psychiatrisch onderzoek crisisinterventie Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 6.5 Farmacotherapie crisisinterventie Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 6.6 Steunend en structurerend crisiscontact Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja
- Algemeen indirecte tijd Tijdschrijven Nee 7.1 Zorgcoördinatie Tijdschrijven Ja Nee Ja Nee Ja 7.2 No show Tijdschrijven Ja Nee Nee Ja Ja 7.3 Interne patiëntbespreking (MDO) Tijdschrijven Ja Nee Ja Nee Ja 7.4 Extern overleg met derden (buiten de instelling) Tijdschrijven Ja Nee Ja Nee Ja 7.5 Verslaglegging algemeen (b.v. correspondentie, brief) Tijdschrijven Ja Nee Ja Nee Ja 7.6 Activiteiten ivm juridische procedures (b.v. IBS, Bopz) Tijdschrijven Ja Nee Ja Nee Ja 7.7 Regelen tolken Tijdschrijven Ja Nee Ja Nee Ja
- Verblijf (per verblijfsdag) Verblijfsdag Nee 8.8 Verblijf met overnachting (24-uurs verblijf) Verblijfsdag Nee Nee Nee Nee Nee 8.8.01 Deelprestatie verblijf A (Lichte verzorgingsgraad) Verblijfsdag Ja Nee Nee Nee Nee 8.8.02 Deelprestatie verblijf B (Beperkte verzorgingsgraad) Verblijfsdag Ja Nee Nee Nee Nee 8.8.03 Deelprestatie verblijf C (Matige verzorgingsgraad) Verblijfsdag Ja Nee Nee Nee Nee 8.8.04 Deelprestatie verblijf D (Gemiddelde verzorgingsgraad) Verblijfsdag Ja Nee Nee Nee Nee 8.8.05 Deelprestatie verblijf E (Intensieve verzorgingsgraad) Verblijfsdag Ja Nee Nee Nee Nee 8.8.06 Deelprestatie verblijf F (Extra intensieve verzorgingsgraad) Verblijfsdag Ja Nee Nee Nee Nee 8.8.07 Deelprestatie verblijf G (Zeer intensieve verzorgingsgraad) Verblijfsdag Ja Nee Nee Nee Nee 8.9 Verblijf zonder overnachting Verblijfsdag Nee Nee Nee Nee Nee 8.9.01 Deelprestatie verblijf zonder overnachting Verblijfsdag Ja Nee Nee Nee Nee
- Dagbesteding Dagbesteding Nee 9.1 Dagbesteding sociaal (ontmoeting) Dagbesteding Ja Nee Nee Nee Nee 9.2 Dagbesteding activering (dagactiviteiten) Dagbesteding Ja Nee Nee Nee Nee 9.3 Dagbesteding educatie Dagbesteding Ja Nee Nee Nee Nee 9.4 Dagbesteding arbeidsmatig Dagbesteding Ja Nee Nee Nee Nee 9.5 Dagbesteding overig Dagbesteding Ja Nee Nee Nee Nee
- Verrichting Verrichting Nee 10.1 Electroconvulsietherapie Verrichting Ja Nee Nee Nee Nee 10.2 Ambulante methadon (medicijn, registratie per maand) Verrichting Ja Nee Nee Nee Nee 10.3 Beschikbaarheidcomponent 24-uurs crisiszorg Verrichting Ja Nee Nee Nee Nee Crisisactiveiten tijdens de crisisdienst Crisisinterventie zonder opname (301 Crisisinterventie met opname
(302)DC:0-3 Diagnosetabel Beschikbaarheidcomponent crisisdienst Beschikbaarheidcomponent crisisdienst Crisisactiviteiten – Crisiscontact binnen kantooruren – Crisiscontact buiten kantooruren – Intake en screening crisisinterventie – Psychiatrisch onderzoek crisisinterventie – Farmacotherapie crisisinterventie – Steunend en structurerend crisiscontact Crisisactiviteiten – Crisiscontact binnen kantooruren – Crisiscontact buiten kantooruren – Intake en screening crisisinterventie – Psychiatrisch onderzoek crisisinterventie – Farmacotherapie crisisinterventie – Steunend en structurerend crisiscontact Algemeen indirecte tijd Algemeen indirecte tijd Verblijfsdagen met overnachting Bijlage V Definities activiteiten en verrichtingen In deze bijlage zijn de definities opgenomen van de activiteiten en verrichtingen. In bijlage I is een lijst met activiteiten en verrichtingen opgenomen. Diagnostiek en behandeling en behandeling 1 Pré-intake Op deze activiteit wordt de indirect patiëntgebonden tijdsbesteding geschreven die wordt besteed aan patiënten voorafgaand aan de intake. Het is mogelijk dat een DBC met alleen pré-intake niet leidt tot een vervolgtraject en dus niet verder getypeerd zal worden. De DBC kan dan worden afgesloten met reden van sluiten pré-intake, intake of diagnostiek. Voorbeelden zijn: een patiënt proberen te bereiken voor een eerste afspraak, overleg met de verwijzer over de geschiktheid voor verwijzing van een potentiële patiënt. Onder pré-intake mogen geen activiteiten in het kader van openbare ggz of preventie worden geschreven. Op pré-intake kan alleen indirect patiëntgebonden tijd worden geregistreerd. 2 Diagnostiek Dit onderdeel omvat alle activiteiten gericht op verduidelijking van de klachten en van de zorgvraag. Onder diagnostiek onderscheiden we de volgende activiteiten: a. Intake/screening: alle (gespreks)activiteiten gericht op verduidelijking van de klachten en van de zorgvraag. b. Verwerven informatie van eerdere behandelaars. c. Anamnese: het verzamelen van alle noodzakelijke diagnostische informatie bij de patiënt middels gesprekken en vragenlijsten. d. Hetero-anamnese: het verzamelen van alle noodzakelijke diagnostische informatie bij de partner, familie of andere relaties van de patiënt middels gesprekken en vragenlijsten. e. Psychiatrisch onderzoek. f. Psychodiagnostisch onderzoek (intelligentie, neuropsychologisch, persoonlijkheid). g. Orthodidactisch onderzoek. h. Vaktherapeutisch onderzoek. i. Contextueel onderzoek (gezin, school, et cetera): inschatten van de invloed/beperkingen/mogelijkheden van gezin, school of andere voor het kind/de jeugdige betekenisvolle milieus. j. Lichamelijk onderzoek. k. Aanvullend onderzoek (laboratorium, radiologie, klinische neurofysiologie, nucleaire geneeskunde). De behandelaar registreert de patiëntgebonden tijd die hij besteedt aan het aanvragen en (laten) uitvoeren van aanvullend onderzoek. l. Advisering: diagnostische bevindingen en beleidsadvies bespreken met betrokkenen en in gezamenlijkheid bepalen van het verdere beleid. m. Overige diagnostische activiteiten. Op deze activiteiten wordt alle daarmee samenhangende direct en indirect patiëntgebonden tijd geschreven. 3 Behandeling a. Communicatieve behandeling: hieronder wordt iedere vorm van behandeling verstaan waarbij communicatie op zichzelf het belangrijkste instrument is om tot vermindering van klachten of symptomen te komen. Het begrip omvat wat vroeger ook wel ‘gespreksbehandeling’ werd genoemd, maar biedt tevens ruimte voor elektronische of schriftelijke communicatie en voor non-verbale communicatietechnieken. De categorie communicatieve behandeling is onderverdeeld in de volgende groepen: i. Follow-up behandelingscontact: hierbij wordt het beloop van de klachten en symptomen vastgelegd in het vervolg op een eerder ingestelde behandeling van welke soort dan ook. Zo nodig wordt de eerder ingestelde behandeling aangepast en worden adviezen gegeven met betrekking tot het dagelijks functioneren van de patiënt. ii. Steunend en structurerend behandelingscontact: ter vermindering van klachten en symptomen en verandering van habituele gedragspatronen, wordt gericht gebruik gemaakt van empathie, confrontatie, cognitieve herordening en gedragsveranderende technieken. iii. Psychotherapie: is opgesplitst in een aantal mogelijke soorten psychotherapie. Met name die vormen zijn genoemd die steunen op de uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek of op de professionele traditie. Daarnaast is een categorie ‘overig’ opgenomen (denk bijvoorbeeld aan vormen van psychotherapie die niet in de registratielijst worden genoemd zoals kinderpsychotherapie, familieopstellingen, milieutherapie et cetera). iv. Overige (communicatieve) behandelcontacten betreffen alle activiteiten die vallen onder communicatieve behandeling maar niet zijn te plaatsen onder de hierboven genoemde groepen. Onder deze categorie kunnen we onder andere de volgende activiteiten rekenen: psycho-educatie, training patiënten, ouder-groepstraining, videohometraining, instructies, et cetera. Ook de somatische activiteiten en logopedie kunnen onder deze activiteit worden weggeschreven. Op deze activiteiten wordt alle daarmee samenhangende patiëntgebonden tijd geschreven. Preventieve activiteiten die in het kader van het behandeltraject van de patiënt plaatsvinden, kunnen worden weggeschreven als directe tijd onder overige (communicatieve) behandelcontacten bijvoorbeeld leefstijltraining, educatieve behandeling et cetera. ii. Lichttherapie iii. Transcraniele magnetische stimulatie iv. Overig behandeling fysische technieken v. Deep brain stimulation vi. Neurofeedback De behandelaren registreren de door hen bestede patiëntgebonden tijd op deze activiteiten. Voor electroconvulsietherapie geldt dat de materiële kosten en de inzet van beroepen die niet voorkomen op de beroepentabel (bijvoorbeeld anesthesist, verkoeververpleegkundige) in kaart worden gebracht via registratie van een verrichting/behandeling ECT. ii. Psychomotorische therapie, gericht op één of meerdere componenten van de elementen beweging, expressie en interactie. ii. In geval van ‘No show’ mag alleen reistijd als indirecte tijd worden geschreven. In dit geval gaat de behandelaar op huisbezoek en blijkt de patiënt om welke reden dan ook niet thuis te zijn/open te doen. Deze ‘verloren’ reistijd kan geregistreerd worden.
- Een onderbreking van ten hoogste dertig dagen wordt niet als onderbreking beschouwd, maar deze dagen tellen niet mee voor de berekening van de 365 dagen.
- In afwijking van het tweede lid tellen onderbrekingen wegens weekend- en vakantieverlof wel mee voor de berekening van de 365 dagen. 2 Verblijf zonder overnachting VZO wordt geregistreerd in aanwezigheidsdagen. Er is sprake van aanwezigheid indien de patiënt een aantal uur aanwezig is, gemiddeld tussen 9.00 en 17.00 uur. De patiënt ontvangt gedurende de dag diverse vormen van diagnostiek en behandeling, maar verblijft ’s nachts niet in de instelling. Deze deelprestatie is bedoeld voor patiënten waarbij ondersteuning van verblijf met een VOV-functie noodzakelijk is voor een goed verloop van de diagnostiek en behandeling. VZO mag alleen geregistreerd worden, indien er voldaan is aan de registratie van minimaal twee direct patiëntgebonden activiteiten in de hoofdgroep diagnostiek en/of behandeling of de verrichting ECT en indien er niet meer dan vier uur direct patiëntgebonden tijd is geleverd. Dagbesteding Het doel van dagbesteding is het bevorderen, behouden of compenseren van de zelfredzaamheid van de patiënt. Binnen de gespecialiseerde GGZ is het van belang dat de dagbesteding: a. altijd in het kader is van de (psychiatrische) behandeling en; Bijlage VI Beroepentabel Hoofdbehandelaar en behandelaren De hoofdbehandelaar is een zorgverlener die, in reactie op de zorgvraag van een patiënt, bij de patiënt de diagnose stelt en door wie of onder wiens verantwoordelijkheid de behandeling plaatsvindt. Dit houdt in dat de hoofdbehandelaar verantwoordelijk is voor alle acties die in het kader van de behandeling van een patiënt gedurende het gehele DBC-traject plaatsvinden. Behandelaren die geen hoofdbehandelaar zijn (en dus geen patiënten typeren) registreren alleen activiteiten en verrichtingen. Een hoofdbehandelaar is vaak ook behandelaar en registreert dus ook activiteiten en verrichtingen. De beroepentabel DBC GGZ De beroepentabel DBC ggz sluit aan bij een landelijk erkende indeling van beroepen: de beroepenstructuur van het Coördinerend Orgaan Nascholing en Opleiding in de GGZ (CONO). Het CONO heeft in haar beroepenstructuur die beroepen opgenomen, die bevoegd en bekwaam zijn om een rol te vervullen in de (individuele diagnosegerichte) behandeling van patiënten in de ggz. Het CONO sluit aan bij de in de Wet BIG geregistreerde beroepen en heeft hier de beroepen aan toegevoegd die (nog) niet geregistreerd zijn in de Wet BIG, maar binnen de GGZ wel eenzelfde landelijk erkende status hebben. Het model DBC ggz gaat uit van de versie van de CONO-beroepenstructuur, die dateert van 19 november
- De beroepenstructuur van het CONO onderscheidt zes beroepenclusters: de clusters medische, psychotherapeutische, agogische, psychologische, vaktherapeutische en verpleegkundige beroepen. In het model DBC ggz is hieraan een zevende cluster toegevoegd: de ‘somatische beroepen werkzaam in de GGZ’. Hierbinnen vallen die beroepen, die vanuit hun somatische beroep activiteiten in de GGZ uitvoeren, maar niet primair (breder) opgeleid zijn voor een rol in de GGZ. Denk hierbij aan de huisarts, neuroloog, klinisch geriater, fysiotherapeut en dergelijke. De complete beroepentabel DBC GGZ is hieronder opgenomen. Het CONO onderscheidt in elk beroepencluster vier niveaus. In de Wet BIG wordt bepaald wanneer sprake is van een basisberoep en van een specialisme. Het CONO heeft hier, met instemming van de minister van VWS en van de Tweede Kamer, het initiële niveau en het niveau specialisatie/functiedifferentiatie aan toegevoegd. Bij de indeling van de in de instelling of praktijk werkzame behandelaren volgens de beroepentabel moet onderscheid gemaakt worden tussen:
- Beroepen: die beroepen die worden onderscheiden op de beroepenstructuur van het CONO en daarmee (individueel) bevoegd/bekwaam zijn om een zelfstandige rol in het behandelproces van de patiënt in de tweedelijns GGZ te vervullen.
- Taken: taken zijn de activiteiten en verrichtingen die in het primaire proces door beroepen worden uitgevoerd. De uitgevoerde taken worden in het DBC-model geregistreerd via de activiteiten- en verrichtingenlijst.
- Functies: instellingen/praktijken maken via functies (en functieomschrijvingen) een vertaalslag van beroepen naar taken: welke beroepen voeren welke taken uit? Hierbij zijn de instellingen zelf verantwoordelijk dat dit plaatsvindt binnen de geldende wettelijke kaders (volgens de Wet BIG/tuchtrecht etc.). In de beroepentabel is de scheiding tussen beroepen en functies strikt doorgevoerd. De opgenomen lijst van beroepen op de beroepentabel is uitputtend, met uitzondering van de genoemde beroepen in categorie 3 (specialisatie/functiedifferentiatie (SF)). Hierin is namelijk vooruitlopend op de erkenning van bepaalde functies tot beroep een aantal voorbeelden van functies genoemd, die een specifieke GGZ-specialisatie vereisen én dus door partijen als beroep worden gezien. Een voorbeeld hiervan bij het verpleegkundige beroepencluster is bijvoorbeeld de SPV. Het CONO is hierin niet uitputtend. De instelling of praktijk kan onder eigen verantwoordelijkheid vergelijkbare beroepen laten registreren onder de noemer ‘overig [naam betreffend beroepencluster] SF’. BEROEPENTABEL DBC GGZ Functiecode Korte functiebeschrijving Uitgebreide functiebeschrijving MB Medische Beroepen Medische beroepen MB.BG Basisberoep Gezondheidszorg (BG) Basis beroep Gezondheidszorg (BG) MB.BG.basis MB – Arts Arts (waaronder Agio/Agnio) MB.SF Specialisatie/functiedifferentiatie (SF) Specialisatie/functiedifferentiatie MB.SF.vslarts MB – Arts versl Arts verslavingszorg MB.SF.sger MB – Soc. Geriater Sociaal geriater MB.SF.overig MB – SF overig Overig medisch SF MB.SP Specialisme (SP) Specialisme (SP) MB.Sp.Psych MB – Psychiater Psychiater PT Psychotherapeutische beroepen Psychotherapeutische beroepen PT.BG Basisberoep Gezondheidszorg (BG) Basis beroep Gezondheidszorg (BG) PT.BG.psth PT – psychoth Psychotherapeut AG Agogische beroepen Agogische beroepen AG.BI Basisberoep initieel (BI) Basis beroep gezondheidszorg (BG) AG.BI.mwd AG – MWD Maatschappelijk werkende (MWD) AG.BI.sph AG – SPH Sociaal Pedagogisch Hulpverlener (SPH) AG.BG Basisberoep Gezondheidszorg (BG) Basis beroep Gezondheidszorg (BG) AG.BG.agoog AG – agoog Ggz-agoog AG.SF Specialisatie/functiedifferentiatie (SF) SF Specialisatie/functiedifferentiatie AG.SF.vrstgeh AG – verst.gehand. Ggz-agoog AG.SF.kjpsych AG .kj. psychiatrie Agoog K&J psychiatrie AG.SF.overig PB – SF overig Overig agogisch SF PB Psychologische beroepen Psychologische beroepen PB.BI Basisberoep initieel (BI) Basisberoep initieel (BI) PB.BI.ped PB – Pedagoog Pedagoog (waaronder orthopedagoog) PB.BI.gzkd PB – Gezondheidskundige Ggz gezondheidskundige PB.BI.psy PB – Psycholoog Psycholoog (geen verdere specialisatie) PB.BG Basisgroep Gezondheidzorg (BG) Basisgroep Gezondheidzorg (BG) PB.BG.gzpsy PB – Gz-psycholoog Gz-psycholoog PB.SF Specialisatie/functiedifferentiatie (SF) Specialisatie/functiedifferentiatie PB.SF.gedrth PB – gedragsth Geragstherapeut PB.SF.kjth PB – kj.therap K&J therapeut PB.SF.overig PB – SF overig Overige psychologische SF PB.SP Specialisme (SP) Specialisme (SP) PB.SP.klinps PB – klinpsych Klinisch psycholoog PB.SP.klinneuropsych PB – klin.neuropsych Klinisch neuropsycholoog VK Vaktherapeutische beoepen Vaktherapeutische beoepen VK.BI Basisberoep initieel (BI) Basisberoep initieel (BI) VK.BI.pmt VK – PMT Vaktherapeut psychomotorisch (PMT) VK.BI.ct VK – CT Vaktherapeut creatief (CT) VK.BG Basisberoep Gezondheidszorg (BG) Basis beroep Gezondheidszorg (BG) VK.BG.vakth VK – Gz-vakth Gz-vaktherapeut VK.SF Specialisatie/functiedifferentiatie (SF) Specialisatie/functiedifferentiatie VK.SF.vakth VK – Ggz vakth Ggz-vaktherapeut VK.SF.overig VK – SF overig Overig vaktherapeutisch SF VB Verpleegkundige beroepen Verpleegkundige beroepen VB.BG Basisberoep Gezondheidszorg (BG) Basisberoep Gezondheidszorg (BG) VB.BG-vrplk VB – verplk Verpleegkundige (art.3) VB.F Specialisatie/functiedifferentiatie (SF) Specialisatie/functiedifferentiatie VB.SF.spv VB – SPV Sociaal Psych. Verpleegkundige (SPV) VB.SF.cpv VB – CPV Consultatief Psych. Verpleegkundige (CPV) VB.SF.fvp VB – FVP Forensisch Psychiatrisch Verpleegkundige (FVP) VB.SF.overig VB – SF overig Overig VB.SP Specialisme (SP) Specialisatie/functiedifferentiatie VB.SP.vrplsp VB – verplk.spec Ggz verpleegkundig specialist OV Somatische beroepen (Wet BIG) Somatische beroepen OV.BG Basisberoep Gezondheidszorg (BG) Basisberoep Gezondheidszorg (BG) OV.BG.fysio OV – Fysioth Fysiotherapeut OV.BG.ergo OV – Ergoth Ergotherapeut OV.BG.diet OV – Diëtist Diëtist OV.BG.logo OV – Logopedist Logopedist OV.SP Specialisme (SP) Specialisatie/functiedifferentiatie OV.SP.neur OV – neuroloog Neuroloog OV.SP.harts OV – huisarts Huisarts OV.SP.karts OV – kinderarts Kinderarts OV.SP.kger OV – Klin.geriater Klinisch geriater OV.SP.artsmg OV – Arts maatsch.gzh Arts maatschappij en gezondheid Bijlage VII Deelprestaties verblijf (met en zonder overnachting) DEELPRESTATIE VERBLIJF A (LICHTE VERZORGINGSGRAAD) Verblijfszorg Deze deelprestatie verblijf is bedoeld voor GGZ patiënten met een lichte verstoring in het psychiatrisch ziektebeeld (psychisch, sociaal en somatisch functioneren), waardoor er een noodzaak tot opname is om de geneeskundige zorg te leveren. De behoefte aan begeleiding1 door het VOV personeel2 is beperkt. De nadruk ligt op het zelfoplossend vermogen en zelfregie van de patiënten. VOV personeel is op afstand oproepbaar. Voor zover patiënten mobiliteitsproblemen hebben vergen deze geen extra verzorging of toezicht. Wat betreft de zelfstandigheid in de ADL3/BDL4 is er geen begeleiding noodzakelijk. De zelfredzaamheid van de patiënten is groot. Inzet VOV personeel Op deze setting wordt doorgaans niet meer dan 0,3 netto5 fte6 per bed/plaats ingezet. Bedbezetting Het merendeel van de patiënten gaat in het kader van het behandelplan regelmatig enkele dagen (weekend of doordeweeks) naar het eigen huis en maakt dan geen gebruik van de verblijfsfaciliteiten. Toezicht/beveiliging Patiënten kunnen zonder toestemming de setting verlaten, tenzij er vrijheidsbeperkende maatregelen zijn opgelegd. Fysieke setting/Kenmerken huisvesting Open setting voor basis verblijf zonder aanpassingen. Voor mobiliteit geldt een algemene toeslag voor rolstoel gebruik. 1Onder begeleiding is mede begrepen: verzorging en bescherming/structurering 2VOV personeel staat voor Verzorgend Opvoedkundig en Verplegend personeel en is in deze context uitwisselbaar met de term ‘24-uurscontinuïteitsdienst’. 3ADL staat voor Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen (bv. wassen, aankleden, eten, toiletgang). 4BDL staat voor Bijzondere Dagelijkse Levensverrichtingen (bv. huishoudelijk werk, koken, administratie doen, gebruikmaken van het openbaar vervoer). 5Netto staat voor: ingeroosterd/fysiek aanwezig zorgverlenend VOV-personeel. 6Fte staat voor fulltime-equivalent en staat gelijk aan 1 volledige werkweek. DEELPRESTATIE VERBLIJF B (BEPERKTE VERZORGINGSGRAAD) Verblijfszorg Deze deelprestatie verblijf is bedoeld voor GGZ patiënten met een beperkte verstoring in het psychiatrisch ziektebeeld (psychisch, sociaal en somatisch functioneren), waardoor er een noodzaak tot opname is om de geneeskundige zorg te leveren. De behoefte aan begeleiding1 door het VOV personeel is beperkt. De nadruk ligt op het zelfoplossend vermogen en zelfregie van de patiënten. VOV personeel is op afstand oproepbaar. Wat betreft de zelfstandigheid in de ADL/BDL is er beperkte begeleiding noodzakelijk. De zelfredzaamheid van de patiënten is groot. Wel zijn stimulatie en toezicht door het VOV personeel noodzakelijk. Inzet VOV personeel Op deze setting wordt doorgaans meer dan 0,3 netto fte tot en met 0,5 netto fte per bed/plaats ingezet. Bedbezetting Het merendeel van de patiënten gaat in het kader van het behandelplan regelmatig enkele dagen (weekend of doordeweeks) naar het eigen huis en maakt dan geen gebruik van de verblijfsfaciliteiten. Toezicht/beveiliging Het betreft een overwegend open setting die licht beschermend is, waar het grootste deel van de patiënten met toestemming de setting mag verlaten. Voor een deel van de patiënten geldt dat vrijheidsbeperkende maatregelen zijn opgelegd. Fysieke setting/Kenmerken huisvesting Open setting voor basis verblijf zonder aanpassingen. Voor mobiliteit geldt een algemene toeslag voor rolstoel gebruik. 1Onder begeleiding is mede begrepen: verzorging en bescherming/structurering DEELPRESTATIE VERBLIJF C (MATIGE VERZORGINGSGRAAD) Verblijfszorg Deze deelprestatie verblijf is bedoeld voor GGZ patiënten met een matige verstoring in het psychiatrisch ziektebeeld (psychisch, sociaal en somatisch functioneren), waardoor er een noodzaak tot opname is om de geneeskundige zorg te leveren. De behoefte aan begeleiding1 door het VOV personeel is matig. De nadruk ligt op het zelfoplossend vermogen. De begeleiding wordt in de nabijheid van/in het gebouw verstrekt. Wat betreft de zelfstandigheid in de ADL/BDL is er begeleiding op aanvraag/behoefte nodig. Wel zijn beperkte begeleiding/zorg en toezicht door het VOV personeel noodzakelijk. Inzet VOV personeel Op deze setting wordt doorgaans meer dan 0,5 netto fte tot en met 0,7 netto fte per bed/plaats ingezet. Bedbezetting Het merendeel van de patiënten blijft doordeweeks dan wel in het weekend in de kliniek. Toezicht/beveiliging Het betreft hoofdzakelijk een open setting die matig beschermend is, waar het grootste deel van de patiënten met toestemming de setting mag verlaten. Voor een deel van de patiënten geldt dat vrijheid beperkende maatregelen zijn opgelegd. Fysieke setting/Kenmerken huisvesting Hoofdzakelijk open setting met geringe aanpassingen. Voor mobiliteit geldt een algemene toeslag voor rolstoel gebruik. 1Onder begeleiding is mede begrepen: verzorging en bescherming/structurering DEELPRESTATIE VERBLIJF D (GEMIDDELDE VERZORGINGSGRAAD) Verblijfszorg Deze deelprestatie verblijf is bedoeld voor GGZ patiënten met een gemiddelde verstoring in het psychiatrisch ziektebeeld (psychisch, sociaal en somatisch functioneren), waardoor er een noodzaak tot opname is om de geneeskundige zorg te leveren. VOV Personeel is direct beschikbaar. De nadruk ligt op het aanbieden van oplossingen. Wat betreft de zelfstandigheid is er wisselende begeleiding op aanvraag/behoefte noodzakelijk. De zelfredzaamheid van de patiënten is wisselend. Wat betreft de ADL/BDL zijn begeleidende zorg en structureel toezicht noodzakelijk. Inzet VOV personeel Op deze setting wordt doorgaans meer dan 0,7 netto fte tot en met 1,0 netto fte per bed/plaats ingezet. Bedbezetting Het merendeel van de patiënten blijft doordeweeks dan wel in het weekend in de kliniek. Toezicht/beveiliging Vrijheid beperkende maatregelen zijn op een groot gedeelte van de patiënten van toepassing. Patiënten verblijven voornamelijk in een besloten setting die gemiddeld tot intensieve bescherming biedt. Fysieke setting/Kenmerken huisvesting In belangrijke mate gesloten setting met geringe aanpassingen. Voor mobiliteit geldt een algemene toeslag voor rolstoel gebruik. DEELPRESTATIE VERBLIJF E (INTENSIEVE VERZORGINGSGRAAD) Verblijfszorg Deze deelprestatie verblijf is bedoeld voor GGZ patiënten met een intensieve verstoring in het psychiatrisch ziektebeeld (psychisch, sociaal en somatisch functioneren), waardoor er een noodzaak tot opname is om de geneeskundige zorg te leveren. VOV Personeel is direct beschikbaar. Opschaling is mogelijk. De nadruk ligt op het aanbieden van oplossingen. Wat betreft de zelfstandigheid in het ADL/BDL is er structureel begeleiding op aanvraag/behoefte nodig. De zelfredzaamheid van de patiënten is wisselend. Wel is er volledige begeleidende zorg en permanent (opvoedkundig) toezicht door het VOV personeel noodzakelijk. Inzet VOV personeel Op deze setting wordt doorgaans meer dan 1,0 netto fte tot en met 1,3 netto fte per bed/plaats ingezet. Bedbezetting De patiënten blijven tijdens de duur van de behandeling in de kliniek. Toezicht/beveiliging Vrijheid beperkende maatregelen zijn op een groot gedeelte van de patiënten van toepassing. Patiënten verblijven veelal in een gesloten setting met matig intensieve bescherming, waarbij het grootste deel van de patiënten de setting niet zonder toestemming mag verlaten. Fysieke setting/Kenmerken huisvesting Overwegend gesloten setting met geringe aanpassingen. Voor mobiliteit geldt een algemene toeslag voor rolstoel gebruik. DEELPRESTATIE VERBLIJF F (EXTRA INTENSIEVE VERZORGINGSGRAAD) Verblijfszorg Deze deelprestatie verblijf is bedoeld voor GGZ patiënten met een intensieve verstoring in het psychiatrisch ziektebeeld (psychisch, sociaal en somatisch functioneren), waardoor er een noodzaak tot opname is om de geneeskundige zorg te leveren. VOV Personeel is permanent beschikbaar. In voorkomende gevallen wordt hulp door personeel andere afdelingen geboden. De nadruk ligt op het opleggen van oplossingen. Wat betreft de zelfstandigheid in het ADL/BDL is er permanente begeleiding nodig. De zelfredzaamheid van de patiënten is laag. Een gedeeltelijk overname van zorg en permanent (opvoedkundig) toezicht door VOV-personeel is noodzakelijk. Patiënten vertonen over het algemeen gedragsproblemen/agressie, dan wel verstoringen in het functioneren. In het algemeen is sprake van intensieve dagelijkse begeleiding en dagstructurering. Inzet VOV personeel Op deze setting wordt doorgaans meer dan 1,3 netto fte tot en met 1,7 netto fte per bed/plaats ingezet. Bedbezetting De patiënten blijven tijdens de gehele duur van de behandeling in de kliniek. Toezicht/beveiliging Vrijheid beperkende maatregelen zijn op een groot gedeelte van de patiënten van toepassing. Patiënten verblijven voor een belangrijk deel ineen gesloten setting, beschermend en beveiligd, waarbij het grootste deel van de patiënten zich niet aan het toezicht kan onttrekken. Fysieke setting/Kenmerken huisvesting Overwegend gesloten setting met aanpassingen voor onder andere gedragsproblematiek. Er zijn separeer dan wel afzonderingsruimtes aanwezig. Voor mobiliteit geldt een algemene toeslag voor rolstoel gebruik. DEELPRESTATIE VERBLIJF G (ZEER INTENSIEVE VERZORGINGSGRAAD) Verblijfszorg Deze deelprestatie verblijf is bedoeld voor GGZ patiënten met een zeer intensieve verstoring in het psychiatrisch ziektebeeld (psychisch, sociaal en somatisch functioneren), waardoor er een noodzaak tot opname is om de geneeskundige zorg te leveren. VOV Personeel is permanent beschikbaar met een dubbele bezetting. De nadruk ligt op het opleggen van oplossingen. Wat betreft de zelfstandigheid in ADL/BDL is er permanente en dubbele begeleiding nodig. De zelfredzaamheid van de patiënten is zeer laag. Er is volledige overname van zorg en permanent toezicht door het VOV-personeel noodzakelijk. Patiënten vertonen over het algemeen ernstige gedragsproblemen/agressie, dan wel ernstige verstoringen in het psycho-sociale functioneren. In het algemeen is sprake van intensieve dagelijkse begeleiding en dagstructurering, met continu individueel (opvoedkundig) toezicht. Inzet VOV personeel Op deze setting wordt doorgaans meer dan 1,7 netto fte per bed/plaats ingezet. Bedbezetting De patiënten blijven tijdens de gehele duur van de behandeling in de kliniek. Toezicht/beveiliging Het betreft een gesloten setting, zwaar beveiligd, waarbij het grootste deel van de patiënten de setting niet mag verlaten en waar het grootste deel van de patiënten zich niet aan het toezicht kan onttrekken. Fysieke setting/Kenmerken huisvesting Gesloten setting met aanpassingen voor onder andere gedragsproblematiek. Er zijn separeer dan wel afzonderingsruimtes aanwezig. Voor mobiliteit geldt een algemene toeslag voor rolstoel gebruik. DEELPRESTATIE VERBLIJF ZONDER OVERNACHTING (VZO) Verblijfszorg: Bij deze patiëntengroep is een klinisch verblijf met overnachting niet, maar voortgezette intensieve psychiatrische behandeling met verblijf in de instelling wel noodzakelijk. Tijdelijk worden meerdere behandelingen gedurende de dag aangeboden waarbij spreiding over de dag noodzakelijk is. Vanwege de intensiteit van deze medisch noodzakelijke behandelmomenten is aanvullende begeleiding1 noodzakelijk om het verhoogde risico op ontregeling te beperken, dan wel adequate maatregelen te nemen zodat de psychiatrische behandeling en de stabilisatie van psychische functies succesvol kunnen verlopen. De psychiatrische stoornis heeft de sociale redzaamheid en dagritme ontregeld en begeleide dagstructuur is voorwaarde voor een succesvolle psychiatrische behandeling en stabilisatie van psychische functies. Het risico van terugval naar volledig verblijf met overnachting is aanwezig. Als onderdeel van het behandelplan is naast behandeling ook begeleiding noodzakelijk ten aanzien van cognitieve/psychische functies. Dit speelt met name bij herstel van de zelfzorg, concentratie, geheugen en denken, motivatie en het psychosociaal welbevinden. Inzet VOV personeel: Het proces om te komen tot herstel van een zelfstandig geregisseerde dagstructuur wordt verzorgd door disciplines die meestal geen tijd als behandelaar schrijven in de DBC’s (de VOV-functies). Bij volwassenen is primair herstel van een zelfstandig geregisseerde dagstructuur noodzakelijk voor een succesvolle behandeling. In de kinder- en jeugd dagklinieken is het milieu belangrijk voor succesvolle behandeling. De VOV is een mix van groepstherapeutisch, gedragstherapeutisch of gezinstherapeutisch medewerker. Die werken onder supervisie van een hoofdbehandelaar. Er wordt minimaal 1 uur gedurende de duur van de dagbehandeling (verspreid over de dag) ingezet
- 1VZO wordt gezien als een vorm van begeleiding. Het is hierdoor niet toegestaan om VZO in combinatie met specifieke begeleidingsactiviteiten (code 4.x) te registreren. Ook kan VZO, op één kalenderdag, niet met de volgende activiteiten geregistreerd worden: verpleging (code 5.x), prestatie verblijf met overnachting (code 8.8.x), dagbesteding (code 9.x) en een verrichting beschikbaarheidcomponent 24-uurs crisiszorg (code10.3). 2Per kalenderdag kan maximaal 1 deelprestatie VZO worden geregistreerd.