Besluit van 13 november 2014, houdende rechtspositionele voorzieningen ten behoeve van binnen de rechterlijke organisatie werkzame rechterlijke en niet-rechterlijke ambtenaren in verband met de herziening van de gerechtelijke kaart en daarmee verband houdende reorganisaties (Besluit sociale maatregelen herziening gerechtelijke kaart) Besluit sociale maatregelen herziening gerechtelijke kaart Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Op de voordracht van Onze Minister van Veiligheid en Justitie van 10 oktober 2014, nr. 568982; Gelet op de artikelen 54 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, 25, tweede lid, en 89, derde lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie en 125, eerste lid, van de Ambtenarenwet; De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 29 oktober 2014, nr. W03.14.0369/II); Gezien het nader rapport van Onze Minister van Veiligheid en Justitie van 10 november 2014, nr. 580966; Hebben goedgevonden en verstaan: Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. ambtenaar: de rechterlijk ambtenaar of niet-rechterlijk ambtenaar; b. rechterlijk ambtenaar: de rechterlijk ambtenaar, die is aangesteld of aangewezen voor een al dan niet volledige arbeidsduur, of rechterlijk ambtenaar in opleiding; c. niet-rechterlijk ambtenaar: de burgerlijk rijksambtenaar die op basis van een aanstelling voor een al dan niet volledige arbeidsduur werkzaam is bij een tot de rechterlijke macht behorend gerecht, de Centrale Raad van Beroep, het College van Beroep voor het bedrijfsleven, de Raad voor de rechtspraak, het bureau van de Raad voor de rechtspraak, het parket bij de Hoge Raad, een tot het openbaar ministerie behorend parket, of een onder de Raad voor de rechtspraak of het College van procureurs-generaal ressorterende dienst, niet zijnde de rijksrecherche; d. herplaatsingskandidaat: de ambtenaar van wie de functie in verband met een reorganisatie is opgeheven of die in verband met een reorganisatie overtollig is, en in verband daarmee als te herplaatsen ambtenaar is aangewezen; e. potentiële herplaatsingskandidaat: de ambtenaar die schriftelijk ervan in kennis is gesteld dat zonder maatregelen in verband met een reorganisatie zijn functie op termijn zal worden opgeheven dan wel in de groep van functies waartoe zijn functie behoort sprake zal zijn van overtolligheid; f. standplaatswijziger: de ambtenaar van wie de standplaats in verband met een reorganisatie is gewijzigd; g. potentiële standplaatswijziger: de ambtenaar die schriftelijk ervan in kennis is gesteld dat zonder maatregelen in verband met een reorganisatie zijn standplaats zal worden gewijzigd dan wel in de groep van functies waartoe zijn functie behoort sprake zal zijn van een standplaatswijziging of standplaatswijzigingen; h. standplaats: de gemeente waarin de plaats van tewerkstelling van de ambtenaar is gelegen dan wel waarin of van waaruit de ambtenaar zijn werkzaamheden gewoonlijk verricht; i. reorganisatie: iedere wijziging van de organisatiestructuur, de omvang of de taakinhoud van een gerecht, een parket, de Raad voor de rechtspraak, het bureau van de Raad voor de rechtspraak, een onder de Raad voor de rechtspraak of het College van procureurs-generaal ressorterende dienst, niet zijnde de rijksrecherche, dan wel een onderdeel daarvan, waaraan personele consequenties zijn verbonden; j. rechterlijke organisatie: de tot de rechterlijke macht behorende gerechten, de Centrale Raad van Beroep, het College van Beroep voor het bedrijfsleven, de Raad voor de rechtspraak, het bureau van de Raad voor de rechtspraak, het parket bij de Hoge Raad, de tot het openbaar ministerie behorende parketten, alsmede de onder de Raad voor de rechtspraak of het College van procureurs-generaal ressorterende diensten, niet zijnde de rijksrecherche; k. Onze Minister: Onze Minister van Veiligheid en Justitie. Artikel 2 1 Tenzij anders is bepaald worden de in dit besluit genoemde bevoegdheden ten aanzien van een rechterlijk ambtenaar uitgeoefend door Onze Minister, met dien verstande dat, indien het een bij een gerechtshof of rechtbank werkzame rechterlijk ambtenaar betreft, deze worden uitgeoefend door het gerechtsbestuur, en, indien het een rechterlijk ambtenaar in opleiding betreft, door de Raad voor de rechtspraak. 2 Tenzij anders is bepaald worden de in dit besluit genoemde bevoegdheden ten aanzien van een niet-rechterlijk ambtenaar uitgeoefend door Onze Minister, met dien verstande dat, indien het een bij een gerecht werkzame niet-rechterlijk ambtenaar betreft, deze worden uitgeoefend door het gerechtsbestuur, en, indien het een bij de Raad voor de rechtspraak, het bureau daarvan of een onder de Raad voor de rechtspraak ressorterende dienst werkzame niet-rechterlijk ambtenaar betreft, door de Raad voor de rechtspraak. Artikel 3 1 Aan de ambtenaar, die herplaatsingskandidaat of potentiële herplaatsingskandidaat is, wordt op zijn verzoek begeleiding verleend door de functionele autoriteit, indien het een rechterlijk ambtenaar betreft, of door het in artikel 2, tweede lid, bedoelde gezag, indien het een niet-rechterlijk ambtenaar betreft, teneinde de benoeming, aanstelling, plaatsing of tewerkstelling in een andere functie binnen de rechterlijke organisatie, de aanstelling, plaatsing of tewerkstelling in een zelfde functie met een andere standplaats binnen de rechterlijke organisatie, of de aanvaarding van een functie buiten de rechterlijke organisatie te bevorderen. 2 De functionele autoriteit, onderscheidenlijk het gezag, genoemd in het eerste lid, stelt in samenspraak met de in het eerste lid bedoelde ambtenaar, die herplaatsingskandidaat is, een herplaatsingsplan vast. Indien niet binnen een redelijke termijn overeenstemming over het plan kan worden bereikt, stelt de functionele autoriteit, onderscheidenlijk het gezag, genoemd in het eerste lid, het herplaatsingsplan eenzijdig vast, waarbij de ambtenaar de gelegenheid krijgt om zijn visie apart te vermelden. 3 De functionele autoriteit, onderscheidenlijk het gezag, genoemd in het eerste lid, stelt met de in het eerste lid bedoelde ambtenaar, die potentiële herplaatsingskandidaat is, een mobiliteitsplan op. 4 Aan de ambtenaar, die potentiële standplaatswijziger is, kan begeleiding worden verleend door de functionele autoriteit, onderscheidenlijk het gezag, genoemd in artikel 2, tweede lid, teneinde de benoeming, aanstelling, plaatsing of tewerkstelling in een andere functie binnen de rechterlijke organisatie, de aanstelling, plaatsing of tewerkstelling in een zelfde functie met een andere standplaats binnen de rechterlijke organisatie, of de aanvaarding van een functie buiten de rechterlijke organisatie te bevorderen. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing. Artikel 4 1 De rechterlijk ambtenaar, die herplaatsingskandidaat, potentiële herplaatsingskandidaat of potentiële standplaatswijziger is, heeft het recht om, op kosten van de functionele autoriteit, op zijn verzoek één keer een vertrouwelijke loopbaanscan te doen, met behulp van een professionele loopbaandeskundige, indien hij gedurende een periode van twee jaar voorafgaand aan zijn verzoek geen loopbaanscan heeft gedaan. 2 In afwijking van artikel 71b, eerste lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement heeft de niet-rechterlijk ambtenaar, die herplaatsingskandidaat, potentiële herplaatsingskandidaat of potentiële standplaatswijziger is, ongeacht de periode gedurende welke hij zijn functie dan wel vergelijkbare of uitwisselbare functies heeft vervuld, het recht om, op kosten van het gezag, bedoeld in artikel 2, tweede lid, op zijn verzoek één keer een vertrouwelijke loopbaanscan te doen, met behulp van een professionele loopbaandeskundige, indien hij gedurende een periode van twee jaar voorafgaand aan zijn verzoek geen loopbaanscan heeft gedaan. Artikel 5 1 Aan de rechterlijk ambtenaar, die herplaatsingskandidaat of potentiële herplaatsingskandidaat is en die een studie volgt of gaat volgen die naar het oordeel van de functionele autoriteit aantoonbaar bijdraagt aan het realiseren van vastgelegde loopbaanafspraken of aan het kunnen benoemen, aanstellen of tewerkstellen in dan wel aanvaarden van een andere functie, worden bij wijze van studiefaciliteiten een volledige vergoeding van de met de studie gemoeide scholingskosten alsmede 100% verlof met behoud van bezoldiging voor de tijd die is gemoeid met het volgen van lessen en stages die een onlosmakelijk onderdeel zijn van de opleiding en met het afleggen van examens, verleend. Artikel 36q, vierde lid, van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren is van overeenkomstige toepassing. 2 Aan de rechterlijk ambtenaar, die potentiële standplaatswijziger is en die een studie volgt of gaat volgen die naar het oordeel van de functionele autoriteit aantoonbaar bijdraagt aan het realiseren van vastgelegde loopbaanafspraken of aan het kunnen benoemen, aanstellen of tewerkstellen in dan wel aanvaarden van een andere functie, kunnen de in het eerste lid genoemde studiefaciliteiten worden toegekend. Artikel 36q, vierde lid, van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren is van overeenkomstige toepassing. 3 Aan de niet-rechterlijk ambtenaar, die potentiële herplaatsingskandidaat is en die een studie volgt of gaat volgen die naar het oordeel van het in artikel 2, tweede lid, bedoelde gezag aantoonbaar bijdraagt aan het realiseren van vastgelegde loopbaanafspraken of aan het kunnen aanstellen, benoemen of tewerkstellen in dan wel aanvaarden van een andere functie, worden, in afwijking van artikel 59, vierde lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, de in artikel 59, derde lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement genoemde studiefaciliteiten toegekend. Artikel 59, zesde lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement is van overeenkomstige toepassing. 4 Aan de niet-rechterlijk ambtenaar, die potentiële standplaatswijziger is en die een studie volgt of gaat volgen die naar het oordeel van het in artikel 2, tweede lid, bedoelde gezag aantoonbaar bijdraagt aan het realiseren van vastgelegde loopbaanafspraken of aan het kunnen aanstellen, benoemen of tewerkstellen in dan wel aanvaarden van een andere functie, kunnen de in artikel 59, derde lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement genoemde studiefaciliteiten worden toegekend. Artikel 59, zesde lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement is van overeenkomstige toepassing. Artikel 6 1 Aan de rechterlijk ambtenaar, die herplaatsingskandidaat, potentiële herplaatsingskandidaat of potentiële standplaatswijziger is, wordt de verplichting tot terugbetaling van de aan hem op grond van artikel 5, eerste of tweede lid, toegekende vergoeding van scholingskosten niet opgelegd, indien aan hem binnen achttien maanden na de aanwijzing als herplaatsingskandidaat, onderscheidenlijk de schriftelijke kennisgeving, bedoeld in artikel 1, onderdeel e of g, op eigen verzoek ontslag wordt verleend in verband met de aanvaarding van een functie buiten de rechterlijke organisatie en anderszins buiten het gezagsbereik van Onze Minister, dan wel, indien het een niet voor het leven benoemde rechterlijk ambtenaar betreft, aan hem ontslag wordt verleend op grond van artikel 36aa of 36ab van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren. 2 Aan de niet-rechterlijk ambtenaar, die potentiële herplaatsingskandidaat of potentiële standplaatswijziger is, wordt de verplichting tot terugbetaling van de aan hem op grond van artikel 5, derde of vierde lid, toegekende vergoeding van scholingskosten niet opgelegd, indien aan hem binnen achttien maanden na de schriftelijke kennisgeving, bedoeld in artikel 1, onderdeel e of g, op zijn aanvraag ontslag wordt verleend in verband met de aanvaarding van een functie buiten de rechterlijke organisatie en anderszins buiten het gezagsbereik van Onze Minister, dan wel aan hem ontslag wordt verleend op grond van artikel 96 of 96a van het Algemeen Rijksambtenarenreglement. 3 Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing, indien ten aanzien van de rechterlijk ambtenaar of niet-rechterlijk ambtenaar: a. wordt overwogen de disciplinaire maatregel van ontslag te nemen of, indien het een voor het leven benoemde rechterlijk ambtenaar betreft, de procureur-generaal bij de Hoge Raad het opleggen van de disciplinaire maatregel van ontslag heeft gevorderd of door de functionele autoriteit van de rechterlijk ambtenaar hierom is verzocht; of b. wordt overwogen hem ontslag op grond van artikel 49l van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, indien het een niet-rechterlijk ambtenaar betreft, of artikel 36z van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren, indien het een niet voor het leven benoemde rechterlijk ambtenaar betreft, te verlenen. 4 In afwijking van artikel 59, zevende lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement wordt aan de niet-rechterlijk ambtenaar, die herplaatsingskandidaat is, de verplichting tot terugbetaling van de aan hem op grond van het tweede en derde lid van dat artikel toegekende vergoeding van scholingskosten niet opgelegd, indien aan hem binnen achttien maanden na de aanwijzing als herplaatsingskandidaat op zijn aanvraag ontslag wordt verleend in verband met de aanvaarding van een functie buiten de rechterlijke organisatie en anderszins buiten het gezagsbereik van Onze Minister, dan wel aan hem ontslag wordt verleend op grond van artikel 96 of 96a van het Algemeen Rijksambtenarenreglement. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing. 5 Aan de rechterlijk ambtenaar, die herplaatsingskandidaat is, wordt de verplichting tot terugbetaling, bedoeld in artikel 36q, vierde lid, van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren, niet opgelegd, indien het een niet voor het leven benoemde rechterlijk ambtenaar betreft en aan hem ontslag wordt verleend op grond van artikel 36aa of 36ab van dat besluit. Artikel 7 De functionele autoriteit, onderscheidenlijk het in artikel 2, tweede lid, genoemde gezag, kan ten behoeve van de ambtenaar, die herplaatsingskandidaat, potentiële herplaatsingskandidaat, standplaatswijziger of potentiële standplaatswijziger is geweest, met betrekking tot een gerealiseerde benoeming, aanstelling, plaatsing of tewerkstelling in een andere functie binnen de rechterlijke organisatie, aanstelling, plaatsing of tewerkstelling in een zelfde functie met een andere standplaats binnen de rechterlijke organisatie, of aanvaarding van een functie buiten de rechterlijke organisatie en anderszins buiten het gezagsbereik van Onze Minister, andere dan geldelijke voorzieningen treffen. Artikel 8 De ambtenaar, die herplaatsingskandidaat, potentiële herplaatsingskandidaat of potentiële standplaatswijziger is, heeft een voorrangspositie op andere ambtenaren bij het vervullen van vacatures binnen de rechterlijke organisatie. Artikel 9 Aan de ambtenaar, die herplaatsingskandidaat of standplaatswijziger is geweest en aanspraak heeft op een tegemoetkoming in de pensionkosten overeenkomstig artikel 2ba, tweede lid, van het Verplaatsingskostenbesluit 1989, wordt, in afwijking van het bepaalde krachtens artikel 12bb van het Verplaatsingskostenbesluit 1989, gedurende een periode van ten hoogste twee jaar een volledige vergoeding van de gemaakte pensionkosten toegekend, voor zover deze kosten naar het oordeel van het in artikel 2 bedoelde gezag in redelijkheid zijn gemaakt. Artikel 10 Indien de reistijd voor woon-werkverkeer door een wijziging van de standplaats van de ambtenaar, die herplaatsingskandidaat of standplaatswijziger is geweest, met meer dan vijftien minuten per enkele reis toeneemt, wordt, indien het een niet-rechterlijk ambtenaar betreft in afwijking van artikel 49m, eerste en tweede lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, deze extra reistijd, voor zover deze meer is dan vijftien minuten, door de functionele autoriteit, indien het een rechterlijk ambtenaar betreft, of het in artikel 2, tweede lid, bedoelde gezag, indien het een niet-rechterlijk ambtenaar betreft, gedurende het eerste en tweede jaar als werktijd aangemerkt en wordt gedurende het derde, vierde en vijfde jaar respectievelijk 75%, 50% en 25% van deze extra reistijd, voor zover deze meer is dan vijftien minuten, als werktijd aangemerkt. Artikel 49m, derde tot en met zesde lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat onder «plaats van tewerkstelling» wordt verstaan: standplaats. Artikel 11 De ambtenaar, die herplaatsingskandidaat of standplaatswijziger is geweest en gedurende een jaar recht heeft op de tegemoetkoming overeenkomstig het eerste of tweede lid van artikel 12b1 van het Verplaatsingskostenbesluit 1989, heeft, in afwijking van artikel 12b1, derde lid, van het Verplaatsingskostenbesluit 1989, gedurende het tweede, derde, vierde en vijfde jaar recht op respectievelijk 100%, 75%, 50% en 25% van het verschil met de reguliere tegemoetkoming overeenkomstig artikel 12b, onderscheidenlijk artikel 12a, van het Verplaatsingskostenbesluit
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.