← Nederland

Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2015

Regeling van de Minister van Economische Zaken van 22 januari 2015, nr. WJZ / 15000929, houdende aanwijzing van categorieën van productie-installaties voor de stimulering van duurzame energieproductie

dat bij het aantal geproduceerde

van het volgende jaar kan worden opgeteld, bedoeld in artikel 15, vierde lid, van het besluit, wordt gemaximeerd op 25% van het aantal

dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt. 9 Productie-installaties als bedoeld in artikel 62, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 15, zesde lid, van het besluit. 10 Productie-installaties als bedoeld in de artikelen 22, 24, 26, eerste lid, 28, eerste lid, en 56 worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 32, derde en vierde lid, van het besluit met dien verstande dat het verschil in

dat bij het aantal geproduceerde

van het volgende jaar kan worden opgeteld, bedoeld in artikel 32, vierde lid, van het besluit, wordt gemaximeerd op 25% van het aantal

dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt. 11 Productie-installaties als bedoeld in de artikelen 22 en 26, eerste lid, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 32, zesde lid van het besluit. 12 Productie-installaties als bedoeld in artikel 54, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 32, zevende lid van het besluit. 13 Productie-installaties als bedoeld in de artikelen 30, eerste lid, 32, eerste lid, 36, 38, 40, eerste lid, 42, eerste lid, 44, eerste lid, 46, 48, eerste lid, 50, eerste lid, 52, eerste lid, 54, en 56, eerste lid, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 48, derde en vierde lid, van het besluit met dien verstande dat het verschil in

dat bij het aantal geproduceerde

van het volgende jaar kan worden opgeteld, bedoeld in artikel 48, vierde lid, van het besluit, wordt gemaximeerd op 25% van het aantal

dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt. 14 Productie-installaties als bedoeld in artikel 34, eerste lid, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 48, derde lid, van het besluit met dien verstande dat het verschil in

dat bij het aantal

dat het volgende jaar voor subsidie in aanmerking komt kan worden opgeteld, bedoeld in artikel 48, derde lid, van het besluit, wordt gemaximeerd op 25% van het aantal

dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt zonder het daarbij opgetelde verschil in

vanwege minder geproduceerde

in voorgaande jaren. Het verschil in

dat bij het aantal

dat het volgende jaar voor subsidie in aanmerking komt kan worden opgeteld, kan alleen in dit volgende jaar worden benut en kan pas worden benut als het aantal

dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt volledig is benut. 15 Productie-installaties als bedoeld in de artikelen 34, eerste lid, 38, 42, eerste lid, 48, eerste lid, 50, eerste lid, 54, en 56, eerste lid, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 48, zevende lid van het besluit. 16 Productie-installaties als bedoeld in de artikelen 8, 10, 12, 14, 22, 26, eerste lid, 48, eerste lid, 52, eerste lid, 54, en 62 worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 56, eerste lid, van het besluit. 17 Productie-installaties als bedoeld in de artikelen 4, 6, 16, 18, 20, 24, 28, eerste lid, 30, eerste lid, 32, eerste lid, 34, eerste lid, 36, 38, 40, eerste lid, 42, eerste lid, 44, eerste lid, 46, 50 en 56, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 56, eerste lid, derde volzin, van het besluit. § 3 Categorieën § 3.1 Hernieuwbare elektriciteit § 3.1.1 Waterkracht Artikel 4 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie waarmee door middel van hydro-mechanisch-elektrische omzetting hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd uit potentiële dan wel kinetische energie van stromend water dat niet specifiek ten behoeve van de elektriciteitsproductie omhoog is gepompt: a. in installaties met een valhoogte gelijk aan of groter dan 50 centimeter, of b. in installaties met een valhoogte gelijk aan of groter dan 50 centimeter, die ingrijpend zijn gerenoveerd en waarbij ten minste de turbines nieuw zijn. Artikel 5 1 Subsidie als bedoeld in artikel 4 wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt. 2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 4, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. § 3.1.2 Afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties Artikel 6 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd uit gas dat vrijkomt ten gevolge van biologische afbraakreacties bij de zuivering van huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater en afvloeiend hemelwater, gebruik makende van thermische drukhydrolyse, waarbij ten minste het deel van de productie-installatie, dat bedoeld is voor thermische drukhydrolyse nieuw is. Artikel 7 1 Subsidie als bedoeld in artikel 6 wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt. 2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 6, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. § 3.1.3 Wind op land winddifferentiatie Artikel 8 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie die niet is opgericht in de territoriale zee, in de Nederlandse exclusieve economische zone of op een locatie waar op het moment van aanvragen een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie staat of heeft gestaan met een hoger vermogen, tenzij bij de vervanging van één of meerdere windturbines het vermogen per windturbine ten minste 1 MW toeneemt, welke wordt gerealiseerd in een gemeente die in de lijst in bijlage 2 een windsnelheid heeft van: a. ≥ 8,0 m/s, b. ≥ 7,5 en < 8,0 m/s, c. ≥ 7,0 en < 7,5 m/s, of d. < 7,0 m/s. Artikel 9 1 Subsidie als bedoeld in artikel 8 wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt. 2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 8, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. § 3.1.4 Wind op land één op één vervanging Artikel 10 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie die is opgericht op een locatie waar op het moment van aanvragen een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie staat of heeft gestaan die op het moment van aanvragen minimaal 10 jaar daarvoor in gebruik is genomen, en die niet is opgericht in de territoriale zee of in de Nederlandse exclusieve economische zone, welke wordt gerealiseerd in een gemeente die in de lijst in bijlage 2 een windsnelheid heeft van: a. ≥ 8,0 m/s, b. ≥ 7,5 en < 8,0 m/s, c. ≥ 7,0 en < 7,5 m/s, of d. < 7,0 m/s. Artikel 11 1 Subsidie als bedoeld in artikel 10 wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt. 2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 10, binnen 2 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. § 3.1.5 Wind op verbindende waterkeringen Artikel 12 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie die is opgericht binnen de beschermingszones van een verbindende waterkering als bedoeld in paragraaf 2.7 van bijlage 1 van de Regeling veiligheid primaire waterkeringen en die niet is opgericht op een locatie waar op het moment van aanvragen productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie staat of heeft gestaan met een hoger vermogen tenzij bij de vervanging van één of meerdere windturbines het vermogen per windturbine ten minste 1 MW toeneemt, welke wordt gerealiseerd in een gemeente die in de lijst in bijlage 2 een windsnelheid heeft van: a. ≥ 8,0 m/s, b. ≥ 7,5 en < 8,0 m/s, c. ≥ 7,0 en < 7,5 m/s, of d. < 7,0 m/s. Artikel 13 1 Subsidie als bedoeld in artikel 12 wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt. 2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 12, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. § 3.1.6 Wind in meer Artikel 14 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie die niet is opgericht in de territoriale zee, in de Nederlandse exclusieve economische zone of op een locatie waar op het moment van aanvragen productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie staat of heeft gestaan met een hoger vermogen, tenzij bij de vervanging van één of meerdere windturbines het vermogen per windturbine ten minste 1 MW toeneemt, en waarvan de fundering in het water van een meer van minimaal één vierkante kilometer staat. Artikel 15 1 Subsidie als bedoeld in artikel 14 wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt. 2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 14, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. § 3.1.7 Fotovoltaïsche zonnepanelen Artikel 16 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie met een totaal nominaal vermogen groter dan of gelijk aan 15 kWp, voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonlicht uitsluitend door middel van fotovoltaïsche zonnepanelen, die is aangesloten op een elektriciteitsnet via een aansluiting met een totale maximale doorlaatwaarde van meer dan 3*80 A. Artikel 17 1 Subsidie als bedoeld in artikel 16 wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt. 2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 16, binnen 3 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. § 3.1.8 Osmose Artikel 18 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt gegenereerd door middel van het verschil in zoutconcentratie tussen twee watermassa’s. Artikel 19 1 Subsidie als bedoeld in artikel 18 wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt. 2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 18, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. § 3.1.9 Vrije stromingsenergie en golfenergie Artikel 20 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie waarmee door hydro-mechanisch-elektrische omzetting hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd uit potentiële dan wel kinetische energie van stromend water dat niet specifiek ten behoeve van de elektriciteitsproductie omhoog is gepompt in installaties met een valhoogte kleiner dan 50 centimeter. Artikel 21 1 Subsidie als bedoeld in artikel 20 wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt. 2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 20, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. § 3.2 Hernieuwbaar gas § 3.2.1 Biomassavergisting Artikel 22 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door: a. een productie-installatie waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd uitsluitend door middel van allesvergisting, waarbij ten minste de vergister nieuw is, b. een productie-installatie waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd uitsluitend door middel van vergisting en co-vergisting van dierlijke mest, waarbij ten minste de vergister nieuw is, of c. een productie-installatie waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd uitsluitend door middel van vergisting van meer dan 95% dierlijke mest, waarbij ten minste de vergister nieuw is. Artikel 23 1 Subsidie als bedoeld in artikel 22 wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt. 2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 22, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. § 3.2.2 Afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties Artikel 24 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbaar gas uit biogas dat vrijkomt ten gevolge van biologische afbraakreacties bij de zuivering van huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater en afvloeiend hemelwater, waarbij ten minste de opwerkinstallatie waarmee biogas op aardgaskwaliteit wordt gebracht nieuw is. Artikel 25 1 Subsidie als bedoeld in artikel 24 wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt. 2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 24, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. § 3.2.3 Verlengde levensduur bestaande installaties Artikel 26 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door een bestaande productie-installatie waarvoor op grond van de MEP of OV-MEP subsidie van meer dan € 0,– is ontvangen en waarvoor op het moment van aanvraag de subsidieperiode op grond van voorgenoemde subsidieregelingen ten minste 7 jaar daarvoor is aangevangen: a. waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd uitsluitend door middel van allesvergisting, of b. waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd uitsluitend door middel van vergisting en co-vergisting van dierlijke mest. 2 Indien de aanvrager, in aanvulling op de subsidie als bedoeld in het eerste lid op grond van de MEP of OV-MEP, subsidie heeft ontvangen op grond van artikel 116 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2012, artikel 72 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2013, artikel 72 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2014 of artikel 44 van deze regeling, eindigt de subsidieperiode van deze subsidie in ieder geval op het moment dat de subsidieperiode van de subsidie verstrekt op grond van het eerste lid aanvangt. Artikel 27 1 Subsidie als bedoeld in artikel 26, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt. De periode vangt niet eerder aan dan nadat de aanvraag om subsidie is gedaan, en de subsidieperiode van de subsidie verstrekt op grond van de MEP of OV-MEP, ten minste 10 jaar daarvoor is aangevangen. 2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 26, eerste lid, binnen 3 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening opnieuw in gebruik. § 3.2.4 Biomassavergassing Artikel 28 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbaar gas uit biomassa als bedoeld in de NTA 8003: 2008, met uitzondering van biomassa als bedoeld in de nummers 100, 150, 170 tot en met 179 van de NTA 8003: 2008, door middel van vergassing. 2 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat ten minste 95% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is. Artikel 29 1 Subsidie als bedoeld in artikel 28, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt. 2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 28, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. § 3.3 Hernieuwbare warmte en (gecombineerde) opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte § 3.3.1 Ketel vaste of vloeibare biomassa warmte Artikel 30 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van warmte door middel van verbranding van vaste of vloeibare biomassa als bedoeld in de NTA 8003: 2008, met uitzondering van biomassa als bedoeld in de nummers 100, 150, 170 tot en met 179 van de NTA 8003: 2008 in een ketel: a. met een nominaal thermisch vermogen groter dan of gelijk aan 0,5 MW en kleiner dan 5 MW, of b. met een nominaal thermisch vermogen groter dan of gelijk aan 5 MW. 2 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat ten minste 95% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is. 3 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa voldoet aan de duurzaamheidscriteria, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie. Artikel 31 1 Subsidie als bedoeld in artikel 30, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt. 2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 30, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. § 3.3.2 Ketel industriële stoom uit houtpellets Artikel 32 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van stoom door middel van verbranding van houtpellets geproduceerd uit vaste biomassa als bedoeld in de nummers 110 tot en met 132 van de NTA 8003: 2008, in een ketel met een vermogen groter dan of gelijk aan 10 MW. 2 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat ten minste 95% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is. 3 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat in voldoende aannemelijk wordt gemaakt dat de gebruikte biomassa voldoet aan artikel 7 van de algemene uitvoeringsregeling. Artikel 33 1 Subsidie als bedoeld in artikel 32, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt. 2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 32, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. § 3.3.3 Meestook van biomassa in kolencentrales Artikel 34 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit, of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte uit biomassa geproduceerd door een productie-installatie met een nominaal vermogen groter dan of gelijk aan 100 MW voor de productie van elektriciteit door middel van kolen, a. waarbij gebruik wordt gemaakt van een bestaande installatie waarvoor op grond van de MEP subsidie van meer dan € 0,– is ontvangen, waarin biomassa als bedoeld in de nummers 110 tot en met 132 van de NTA 8003: 2008 wordt meegestookt, of biomassa als bedoeld in de nummers 110 tot en met 132 en 170 tot en met 179 van de NTA 8003: 2008 wordt vergast en waarvan het aannemelijk is dat deze ten minste voor de duur van de subsidieperiode kan blijven produceren, of b. waarin biomassa als bedoeld in de nummers 110 tot en met 132 van de NTA 8003: 2008 wordt meegestookt, waarbij de delen van de productie-installatie die uitsluitend gebruikt worden voor de meestook van biomassa nieuw zijn, en waarvan het aannemelijk is dat deze ten minste voor de duur van de subsidieperiode kan blijven produceren. 2 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit, of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte uit biomassa geproduceerd door een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, voor maximaal 15% van de gerealiseerde jaarlijkse hernieuwbare energieproductie biomassa als bedoeld in NTA 8003: 2008, met uitzondering van de nummers 100, 101, 150 tot en met 179. 3 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa voldoet aan de duurzaamheidscriteria, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie. 4 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat voldoende aannemelijk wordt gemaakt dat de gebruikte biomassa, niet zijnde vloeibare biomassa, voldoet aan artikel 7 van de algemene uitvoeringsregeling. 5 Indien sprake is van productie van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte verstrekt de minister subsidie voor de geproduceerde hernieuwbare elektriciteit en 15% van de geproduceerde en nuttig aangewende hernieuwbare warmte. 6 De maximale productie, bedoeld in artikel 2, vijfde lid, van het besluit, voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte op grond van het eerste lid, die is aangevraagd in de periode van 31 maart 2015, 09:00 uur, tot 17 december 2015, 17:00 uur, bedraagt 55.555.555.555

. Artikel 35 1 Subsidie als bedoeld in artikel 34, eerste lid, wordt voor een periode van 8 jaar verstrekt. 2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 34, eerste lid, binnen 3 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik of opnieuw in gebruik voor de meestook van biomassa. § 3.3.4 Geothermie warmte Artikel 36 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door: a. een productie-installatie, bestaande uit één of meerdere doubletten, waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van één of meerdere geothermische bronnen met een diepte van minimaal 500 meter. b. een productie-installatie, bestaande uit één of meerdere doubletten, waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van één of meerdere geothermische bronnen met een diepte van minimaal 3500 meter. Artikel 37 1 Subsidie als bedoeld in artikel 36 wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt. 2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 36, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. § 3.3.5 Geothermie gecombineerde opwekking Artikel 38 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, of hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie, bestaande uit één of meerdere doubletten, voor de productie van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte uitsluitend door middel van een of meerdere geothermische bronnen met een diepte van minimaal 500 meter, waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 5% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt. Artikel 39 1 Subsidie als bedoeld in artikel 38 wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt. 2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 38, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. § 3.3.6 Ketel vloeibare biomassa warmte Artikel 40 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie met een nominaal thermisch vermogen groter dan of gelijk aan 0,5 MW voor de productie van warmte door middel van verbranding van vloeibare biomassa als bedoeld in de nummers 500, 550 t/m 573, 587, 592, 594, 596 en 802 van de NTA 8003: 2008 in een ketel. 2 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa voldoet aan de duurzaamheidscriteria, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie. Artikel 41 1 Subsidie als bedoeld in artikel 40, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt. 2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 40, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. § 3.3.7 Thermische conversie biomassa gecombineerde opwekking Artikel 42 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, of hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte uitsluitend door middel van thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa als bedoeld in de NTA 8003: 2008, met uitzondering van biomassa als bedoeld in de nummers 100, 150, 170 tot en met 179 van de NTA 8003: 2008: a. met een nominaal elektrisch vermogen groter dan 10 MW en kleiner dan of gelijk aan 100 MW en waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 10% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt, of b. met een nominaal elektrisch vermogen kleiner dan of gelijk aan 10 MW en waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 6% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt. 2 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat ten minste 95% van de energetische waarde van jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is. 3 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa voldoet aan de duurzaamheidscriteria, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie. Artikel 43 1 Subsidie als bedoeld in artikel 42, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt. 2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 42, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. § 3.3.8 Bestaande toepassing biomassa uitbreiding warmte Artikel 44 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie voor de productie van hernieuwbare warmte die voor het eerst nuttig wordt aangewend aan een producent van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte die de hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte produceert door middel van: a. een productie-installatie waarmee elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van allesvergisting; b. een productie-installatie waarmee elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van vergisting en co-vergisting van dierlijke mest of door middel van vergisting op een landbouwbedrijf van uitsluitend plantaardige stoffen vermeld onder de categorieën A tot en met G1 onder categorie 1 van Bijlage Aa, onderdeel IV van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet, of c. een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte door middel van thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa. 2 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid, onderdeel c, draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa voldoet aan de duurzaamheidscriteria, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie. Artikel 45 1 Subsidie als bedoeld in artikel 44, eerste lid, wordt voor een periode van 5 jaar verstrekt. 2 De subsidie-ontvanger draagt er zorg voor dat de hernieuwbare warmte, opgewekt door de productie-installatie, bedoeld in artikel 44, eerste lid, nuttig wordt gebruikt binnen 18 maanden na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening. § 3.3.9 Zonthermie Artikel 46 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte uit zonne-energie, waarbij uitsluitend gebruik wordt gemaakt van afgedekte collectoren voorzien van een transparante isolerende laag, met een totale apertuuroppervlakte van 100 m2 of meer. Artikel 47 1 Subsidie als bedoeld in artikel 46 wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt. 2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 46 binnen 3 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. § 3.3.10 Verlengde levensduur vergisting van biomassa gecombineerde opwekking Artikel 48 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, of hernieuwbare elektriciteit, geproduceerd door een bestaande productie-installatie waarvoor op grond van de MEP of OV-MEP subsidie van meer dan € 0,– is ontvangen en waarvoor op het moment van aanvraag de subsidieperiode op grond van voorgenoemde subsidieregelingen ten minste 7 jaar daarvoor is aangevangen: a. waarmee hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van allesvergisting en waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 20% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt; of b. waarmee hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van vergisting en co-vergisting van dierlijke mest en waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 20% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt. 2 Indien de aanvrager in aanvulling op de subsidie op grond van de MEP of OV-MEP, subsidie heeft ontvangen op grond van artikel 116 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2012, artikel 72 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2013, artikel 72 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2014, of artikel 44 van deze regeling, eindigt de subsidieperiode van deze subsidie in ieder geval op het moment dat de subsidieperiode van de subsidie verstrekt op grond van het eerste lid aanvangt. Artikel 49 1 Subsidie als bedoeld in artikel 48, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt, de periode vangt niet eerder aan dan nadat de aanvraag om subsidie is gedaan, en de subsidieperiode van de subsidie verstrekt op grond van de MEP of OV-MEP, ten minste 10 jaar daarvoor is aangevangen. 2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 48, eerste lid, binnen 3 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening opnieuw in gebruik. § 3.3.11 Verlengde levensduur thermische conversie van biomassa Artikel 50 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, of hernieuwbare elektriciteit, geproduceerd door een bestaande productie-installatie waarvoor op grond van de MEP subsidie van meer dan € 0,– is ontvangen voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met een nominaal elektrisch vermogen kleiner dan of gelijk aan 50 MW en voor de productie van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte door middel van thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa en waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 6% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt, en waarvoor op het moment van de start van de subsidieperiode van de subsidie, de resterende subsidieperiode op grond van de MEP a. minder dan 1 volledig jaar bedraagt of nihil is, b. tenminste 1 volledig jaar bedraagt, c. tenminste 2 volledige jaren bedraagt, d. tenminste 3 volledige jaren bedraagt, e. tenminste 4 volledige jaren bedraagt, of f. tenminste 5 volledige jaren bedraagt. 2 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid, draagt er zorg voor dat ten minste 95% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is. 3 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid, draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa voldoet aan de duurzaamheidscriteria, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie. 4 Indien de aanvrager in aanvulling op de subsidie op grond van de MEP of OV-MEP, subsidie heeft ontvangen op grond van artikel 116 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2012, artikel 72 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2013, artikel 72 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2014, of artikel 44 van deze regeling, eindigt de subsidieperiode van deze subsidie in ieder geval op het moment dat de subsidieperiode van de subsidie verstrekt op grond van het eerste lid aanvangt. Artikel 51 1 Subsidie als bedoeld in artikel 50, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt, de subsidieperiode van de subsidie verstrekt op grond van de MEP, eindigt op het moment dat deze subsidieperiode aanvangt. 2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 50, eerste lid, binnen 3 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening opnieuw in gebruik. § 3.3.12 Verlengde levensduur biomassa warmte Artikel 52 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte, geproduceerd door een bestaande productie-installatie waarvoor op grond van de MEP of OV-MEP subsidie van meer dan € 0,– is ontvangen en waarvoor op het moment van aanvraag de subsidieperiode op grond van voorgenoemde artikelen ten minste 7 jaar daarvoor is aangevangen: a. waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van allesvergisting, of b. waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van vergisting en co-vergisting van dierlijke mest. 2 Indien de aanvrager in aanvulling op de subsidie op grond van de MEP of OV-MEP, subsidie heeft ontvangen op grond van artikel 116 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2012, artikel 72 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2013, artikel 72 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2014, of artikel 44 van deze regeling, eindigt de subsidieperiode van deze subsidie in ieder geval op het moment dat de subsidieperiode van de subsidie verstrekt op grond van het eerste lid aanvangt. Artikel 53 1 Subsidie als bedoeld in artikel 52, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt, de periode vangt niet eerder aan dan nadat de aanvraag om subsidie is gedaan, en de subsidieperiode van de subsidie verstrekt op grond van de MEP of OV-MEP, ten minste 10 jaar daarvoor is aangevangen. 2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 52, eerste lid, binnen 3 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. § 3.3.13 Biomassavergisting hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit Artikel 54 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door: a. een productie-installatie waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van allesvergisting, waarbij ten minste de vergister nieuw is; b. een productie-installatie waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van vergisting en co-vergisting van dierlijke mest, waarbij ten minste de vergister nieuw is; c. een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van allesvergisting, waarbij ten minste de vergister nieuw is en waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 20% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt; d. een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van vergisting en co-vergisting van dierlijke mest, waarbij ten minste de vergister nieuw is en waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 20% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt, e. een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van vergisting van meer dan 95% dierlijke mest, waarbij ten minste de vergister nieuw is, of f. een productie-installatie waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van vergisting van meer dan 95% dierlijke mest, waarbij ten minste de vergister nieuw is. Artikel 55 1 Subsidie als bedoeld in artikel 54 wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt. 2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 54, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. § 3.3.14 Rioolwaterzuiveringsinstallaties thermofiele gisting van secundair slib Artikel 56 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte uit biogas dat vrijkomt ten gevolge van biologische afbraakreacties bij de thermofiele zuivering van uitsluitend secundair slib, waarbij sprake is van een centrale productie-installatie waarvoor secundair slib grotendeels extern wordt aangevoerd van een of meerdere andere RWZI’s en waarbij tenminste de vergister zelf nieuw is. Artikel 57 1 Subsidie als bedoeld in artikel 56 wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt. 2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 56, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. § 4 Fasebedragen Artikel 58 Voor de fase genoemd in de eerste kolom van onderstaande tabel wordt: a. de periode waarbinnen de aanvragen binnen moeten zijn vastgesteld van de datum genoemd in de tweede kolom van onderstaande tabel tot de datum genoemd in de tweede kolom van onderstaande tabel van de daarop volgende fase, de negende fase eindigt op 17 december 2015, 17:00 uur, b. het fasebedrag voor de subsidie, bedoeld in de artikelen 10 en 43a van het besluit, voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking, vastgesteld op het in de derde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag, c. het fasebedrag voor de subsidie, bedoeld in artikel 27 van het besluit, voor de productie van hernieuwbaar gas, vastgesteld op het in de vierde kolom genoemde bedrag. Voor de vergelijking van de fasebedragen, bedoeld in artikel 58, tweede lid, van het besluit bedraagt het fasebedrag het in de derde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag. 1 2 3 4 Fase Datum openstelling Fasebedrag Fasebedrag hernieuwbaar gas 1 31 maart, 9:00 uur € 0,070/

€ 0,055/

2 20 april, 17:00 uur € 0,080/

€ 0,063/

3 11 mei, 17:00 uur € 0,090/

€ 0,071/

4 1 juni, 17:00 uur € 0,100/

€ 0,079/

5 22 juni, 17:00 uur € 0,110/

€ 0,086/

6 31 augustus, 17:00 uur € 0,120/

€ 0,094/

7 21 september, 17:00 uur € 0,130/

€ 0,102/

8 12 oktober, 17:00 uur € 0,140/

€ 0,110/

9 9 november, 17:00 uur € 0,150/

€ 0,118/

§ 5

Maximaal aantal vollasturen, basiselektriciteits- en basisenergieprijzen, basisbedragen en correctiebedragen § 5.1 Hernieuwbare elektriciteit Artikel 59 Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt, a. het basisbedrag voor subsidie, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het besluit, vastgesteld op het in de derde kolom genoemde bedrag, b. voor de productie van hernieuwbare elektriciteit het maximaal aantal vollasturen vastgesteld op het in de vierde kolom van onderstaande tabel genoemde aantal uren, c. voor de productie van hernieuwbare elektriciteit de basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 12, eerste lid, van het besluit, vastgesteld op het in de vijfde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag, en d. de correctie op het basisbedrag voor subsidie voor 2015 vastgesteld op: – voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit, het in de zesde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag, en – voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit op € 0 per

. 1 2 3 4 5 6 Artikel regeling Categorie Basis-bedrag in eur/

Vollasturen Basiselek-triciteits-prijs in eur/

Voorlopig correctiebedrag 2015 in eur/

Artikel 4

, onderdeel a Waterkracht, valhoogte ≥ 50 cm Vrije categorie 5.700 0,036 0,043 Artikel 4, onderdeel b Waterkracht, valhoogte ≥ 50 cm, renovatie 0,067 4.300 0,036 0,043 Artikel 20 Vrije stromingsenergie, valhoogte < 50 cm en golfenergie Vrije categorie 2.800 0,036 0,043 Artikel 18 Osmose Vrije categorie 8.000 0,036 0,043 Artikel 16 Fotovoltaïsche zonnepanelen, ≥ 15 kWp en aansluiting 3*80A 0,141 1.000 0,035 0,045 Artikel 8, onderdeel a Wind op land, ≥ 8,0 m/s 0,074 netto P50-waarde vollasturen 0,029 0,039 Artikel 8, onderdeel b Wind op land, ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,081 netto P50-waarde vollasturen 0,029 0,039 Artikel 8, onderdeel c Wind op land, ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,086 netto P50-waarde vollasturen 0,029 0,039 Artikel 8, onderdeel d Wind op land, < 7,0 m/s 0,098 netto P50-waarde vollasturen 0,029 0,039 Artikel 10, onderdeel a Wind op land één op één vervanging ≥ 8,0 m/s 0,053 netto P50-waarde windenergieproductie 0,029 0,039 Artikel 10, onderdeel b Wind op land één op één vervanging ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,058 netto P50-waarde windenergieproductie 0,029 0,039 Artikel 10, onderdeel c Wind op land één op één vervanging ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,065 netto P50-waarde windenergieproductie 0,029 0,039 Artikel 10, onderdeel d Wind op land één op één vervanging < 7,0 m/s 0,074 netto P50-waarde windenergieproductie 0,029 0,039 Artikel 12, onderdeel a Wind op verbindende waterkeringen, ≥ 8,0 m/s 0,081 netto P50-waarde vollasturen 0,029 0,039 Artikel 12, onderdeel b Wind op verbindende waterkeringen, ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,088 netto P50-waarde vollasturen 0,029 0,039 Artikel 12, onderdeel c Wind op verbindende waterkeringen, ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,094 netto P50-waarde vollasturen 0,029 0,039 Artikel 12, onderdeel d Wind op verbindende waterkeringen, < 7,0 m/s 0,107 netto P50-waarde vollasturen 0,029 0,039 Artikel 14 Wind in meer, water ≥ 1 km2 0,114 netto P50-waarde vollasturen 0,029 0,039 § 5.2 Hernieuwbaar gas Artikel 60 1 Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt, a. het basisbedrag voor subsidie, bedoeld in artikel 28, eerste lid, van het besluit, voor de productie van hernieuwbaar gas, vastgesteld op het in de derde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag, b. voor de productie van hernieuwbaar gas het maximaal aantal vollasturen vastgesteld op het in de vierde kolom van onderstaande tabel genoemde aantal uren, c. voor de productie van hernieuwbaar gas de basisgasprijs, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van het besluit, vastgesteld op het in de vijfde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag, en d. de correctie op het basisbedrag voor subsidie voor 2015 vastgesteld op: – voor wat betreft de energieprijs, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel a, van het besluit het in de zesde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag, en – voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel b, van het besluit op € 0 per

. 1 2 3 4 5 6 Artikel regeling Categorie Basis-bedrag in eur/

Vollasturen Basisenergie-prijs in eur/

Voorlopig correctie-bedrag 2015 in eur/

artikel 22, onderdeel a Allesvergisting (hernieuwbaar gas) 0,063 8.000 0,020 0,025 artikel 22, onderdeel b Vergisting en covergisting van dierlijke mest (hernieuwbaar gas) 0,077 8.000 0,020 0,025 artikel 22, onderdeel c Vergisting van meer dan 95% dierlijke mest (hernieuwbaar gas) Vrije categorie 8.000 0,020 0,025 Artikel 24 AWZI/RWZI-groen gas 0,034 8.000 0,020 0,025 artikel 26, eerste lid, onderdeel a Verlengde levensduur allesvergisting (hernieuwbaar gas) 0,064 8.000 0,020 0,025 artikel 26, eerste lid, onderdeel b Verlengde levensduur vergisting en covergisting van dierlijke mest (hernieuwbaar gas) 0,073 8.000 0,020 0,025 Artikel 28, eerste lid Biomassavergassing (≥95% biogeen) Vrije categorie 7.500 0,020 0,025 2 Het basisbedrag wordt voor de toepassing van artikel 58, tweede lid, van het besluit, voor een productie-installatie als bedoeld in de artikelen 22, 24, en 26, eerste lid, vastgesteld op het in de derde kolom van de in het eerste lid opgenomen tabel genoemde bedrag, gedeeld door een correctiefactor van 0,785 en afgerond op drie decimalen achter de komma. § 5.3 Hernieuwbare warmte en (gecombineerde) opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte Artikel 61 Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt, a. het basisbedrag voor subsidie, bedoeld in artikel 44, eerste lid, van het besluit, voor de productie van hernieuwbare warmte en de gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, vastgesteld op het in de derde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag, b. voor de productie van hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of de gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte het maximaal aantal vollasturen vastgesteld op het in de vierde kolom van onderstaande tabel genoemde aantal uren, c. de basisenergie- of basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 45, eerste lid of artikel 12, eerste lid, van het besluit, voor de productie van hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of de gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, vastgesteld op het in de vijfde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag, en d. De correcties op het basisbedrag voor subsidie voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel, worden voor 2015 vastgesteld op: – voor wat betreft de energie- of elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 47, eerste lid, onderdeel a of 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit het in de zesde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag, en – voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 47, eerste lid, onderdelen b en c of 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit op € 0 per

. 1 2 3 4 5 6 Artikel regeling Categorie Basis-bedrag in eur/

Vollasturen Basisprijs in eur/

Voorlopig correctie-bedrag 2015 in eur/

Artikel 56

RWZI – Thermofiele gisting van secundair slib 0,061 5.729 0,028 0,034 Artikel 6 AWZI/RWZI – thermische drukhydrolyse 0,095 8.000 0,036 0,043 Artikel 54, onderdeel a Warmte allesvergisting 0,053 7.000 0,027 0,033 Artikel 54, onderdeel c Gecombineerde opwekking allesvergisting 0,095 5.739 0,028 0,034 Artikel 54, onderdeel b Warmte vergisting en covergisting van dierlijke mest 0,074 7.000 0,027 0,033 Artikel 54, onderdeel d Gecombineerde opwekking vergisting en covergisting van dierlijke mest 0,113 5.732 0,028 0,034 Artikel 54, onderdeel e Gecombineerde opwekking vergisting van meer dan 95% dierlijke mest Vrije categorie 8.000 0,036 0,043 Artikel 54, onderdeel f Warmte vergisting van meer dan 95% dierlijke mest 0,106 7.000 0,027 0,033 Artikel 36, onderdeel a Geothermie warmte, diepte ≥ 500 meter 0,052 5.500 0,016 0,019 Artikel 36, onderdeel b Geothermie warmte, diepte ≥ 3.500 meter 0,055 7.000 0,016 0,019 Artikel 38 Geothermie, warmtekracht 0,098 4.158 0,019 0,024 Artikel 46 Zonthermie, apertuuroppervlakte ≥ 100 m2 0,137 700 0,049 0,055 Artikel 34, eerste lid onderdeel a Bestaande capaciteit voor bij- en meestook 0,108 5.839 0,036 0,043 Artikel 34, eerste lid, onderdeel b Nieuwe capaciteit voor meestook 0,115 7.000 0,036 0,043 Artikel 30, eerste lid, onderdeel a Ketel op vaste of vloeibare biomassa, > 0,5 en < 5 MWth 0,051 4.000 0,027 0,033 Artikel 30, eerste lid, onderdeel b Ketel op vaste of vloeibare biomassa, ≥ 5 MWth 0,043 7.000 0,016 0,019 Artikel 40, eerste lid Ketel op vloeibare biomassa 0,072 7.000 0,027 0,033 Artikel 32, eerste lid Warmte, Industriële stoomproductie uit houtpellets 0,054 7.000 0,016 0,019 Artikel 42, eerste lid, onderdeel a Thermische conversie van biomassa, > 10 en ≤ 100 MWe 0,084 7.500 0,019 0,023 Artikel 42, eerste lid, onderdeel b Thermische conversie van biomassa, ≤ 10 MWe 0,144 4.241 0,022 0,026 artikel 48, eerste lid, onderdeel a Verlengde levensduur allesvergisting (WKK) 0,087 5.855 0,029 0,034 artikel 48, eerste lid, onderdeel b Verlengde levensduur vergisting en covergisting van dierlijke mest (WKK) 0,102 5.855 0,029 0,034 Artikel 52, eerste lid, onderdeel a Verlengde levensduur allesvergisting (warmte) 0,058 7.000 0,016 0,019 Artikel 52, eerste lid, onderdeel b Verlengde levensduur vergisting en covergisting van dierlijke mest (warmte) 0,068 7.000 0,016 0,019 artikel 44, eerste lid, onderdeel a Bestaande allesvergisting, uitbreiding warmte 0,023 7.000 0,016 0,019 artikel 44, eerste lid, onderdeel b Bestaande vergisting en covergisting van dierlijke mest, uitbreiding warmte 0,030 4.000 0,000 0,000 artikel 44, eerste lid, onderdeel c Bestaande thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa, uitbreiding warmte 0,023 7.000 0,016 0,019 artikel 50, eerste lid, onderdeel a Verlengde levensduur thermische conversie biomassa ≤ 50 MW 0,064 4.429 0,023 0,028 artikel 50, eerste lid, onderdeel b Verlengde levensduur thermische conversie biomassa ≤ 50 MW, 1 jaar MEP compensatie 0,067 4.429 0,023 0,028 artikel 50, eerste lid, onderdeel c Verlengde levensduur thermische conversie biomassa ≤ 50 MW, 2 jaar MEP compensatie 0,069 4.429 0,023 0,028 artikel 50, eerste lid, onderdeel d Verlengde levensduur thermische conversie biomassa ≤ 50 MW, 3 jaar MEP compensatie 0,073 4.429 0,023 0,028 artikel 50, eerste lid, onderdeel e Verlengde levensduur thermische conversie biomassa ≤ 50 MW, 4 jaar MEP compensatie 0,077 4.429 0,023 0,028 artikel 50, eerste lid, onderdeel f Verlengde levensduur thermische conversie biomassa ≤ 50 MW, 5 jaar MEP compensatie 0,081 4.429 0,023 0,028 § 6 Overgangs- en slotbepalingen § 6.1 Wind op land overgangsbepalingen Artikel 62 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie die niet is opgericht op een locatie waarvoor op het moment van aanvragen productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie staat of heeft gestaan met een hoger vermogen tenzij bij de vervanging van één of meerdere windturbines het vermogen per windturbine ten minste 1 MW toeneemt, en ten aanzien waarvan voor 1 januari 2015 een ontwerp-inpassingsplan of ontwerpbestemmingsplan ter inzage is gelegd of de aanvraag voor een omgevingsvergunning is ingediend. Artikel 63 1 Subsidie als bedoeld in artikel 62 wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt. 2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld artikel 62 binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. Artikel 64 1 Voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 62 wordt voor de fase genoemd in de eerste kolom van onderstaande tabel: a. periode waarbinnen de aanvragen binnen moeten zijn vastgesteld van de datum genoemd in de tweede kolom van onderstaande tabel tot de datum genoemd in de tweede kolom van onderstaande tabel van de daarop volgende fase, de negende fase eindigt op 17 december 2015, 17:00 uur, b. het fasebedrag voor de subsidie, bedoeld in artikel 10 van het besluit, voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, vastgesteld op het in de derde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag, 1 2 3 Fase Datum openstelling Fasebedrag wind op land overgang 1 31 maart, 9:00 uur € 0,0875/

2 20 april, 17:00 uur € 0,100/

3 11 mei, 17:00 uur € 0,1125/

4 1 juni, 17:00 uur n.v.t. 5 22 juni, 17:00 uur n.v.t. 6 31 augustus, 17:00 uur n.v.t. 7 21 september, 17:00 uur n.v.t. 8 12 oktober, 17:00 uur n.v.t. 9 9 november, 17:00 uur n.v.t. 2 Voor de vergelijking van de fasebedragen, bedoeld in artikel 58, tweede lid, van het besluit bedraagt het fasebedrag het in de derde kolom van de in artikel 58 opgenomen tabel genoemde bedrag. Artikel 65 1 Voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 62 wordt, a. het basisbedrag voor subsidie, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het besluit, vastgesteld op € 0,1125 per

, b. voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, het maximaal aantal vollasturen – wanneer de aanvraag in de eerste fase is ingediend, vastgesteld op 2.800, – wanneer de aanvraag in de tweede fase is ingediend, vastgesteld op 2.160, en – wanneer de aanvraag in fase 3 tot en met 9 is ingediend, vastgesteld op 1.840, c. voor de productie van hernieuwbare elektriciteit de basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 12, eerste lid, van het besluit, vastgesteld op € 0,037 per

, en d. de correctie op het basisbedrag voor subsidie voor 2015: – voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit, vastgesteld op € 0,048 per

, en – voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit vastgesteld op € 0 per

. 2 Voor de vergelijking van de basisbedragen, bedoeld in artikel 58, tweede lid, van het besluit, wordt het basisbedrag voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 62, vastgesteld op 0,1125, gedeeld door een correctiefactor van 1,

  1. § 6.2 Slotbepalingen Artikel 66 De artikelen van deze regeling treden in werking op een door de minister nader te bepalen tijdstip, dat voor verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. Artikel 67 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie
  2. Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst. 's-Gravenhage 22 januari 2015 De Minister van Economische Zaken,H.G.J.Kamp Bijlage 1 behorende bij artikel 2, vijfde lid, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2015 Uitvoeringsovereenkomst tot zekerheid van het aanvangen van de activiteiten ter zake waarvan meer dan € 400 miljoen subsidie is verleend op basis van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2015
  3. De Staat der Nederlanden, (hierna te noemen: de Staat), te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de Minister van Economische Zaken; en
  4. ..... ....., gevestigd te ..... (hierna te noemen: Ondernemer); ..... (hierna te samen ook te noemen: Partijen); overwegen: a. de Minister van Economische Zaken heeft blijkens een beschikking met kenmerk ....., hierna te noemen Beschikking, waarvan een kopie als Bijlage A bij deze overeenkomst is gevoegd aan de Ondernemer een subsidie verleend van meer dan € 400 miljoen op grond van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2015 (hierna: Regeling). b. de Beschikking bevat de opschortende voorwaarde dat binnen zes weken na afgifte van de beschikking de onderhavige uitvoeringsovereenkomst, hierna te noemen Uitvoeringsovereenkomst, tot stand is gekomen tussen de Staat en de subsidieaanvrager; c. de Minister van Economische Zaken beoogt door middel van deze Uitvoeringsovereenkomst te verzekeren dat de Ondernemer de productie-installatie bedoeld in de Beschikking tijdig in gebruik zal nemen. Partijen komen daartoe het volgende overeen: Artikel 1 Tijdige ingebruikname van de productie-installatie De Ondernemer verplicht zich jegens de Staat de productie-installatie tijdig in gebruik te nemen en wel binnen de in artikel 61 van het Besluit stimulering duurzame energieproductie bedoelde periode of, indien op grond van artikel 62, derde lid, van het Besluit stimulering duurzame energieproductie een ontheffing is verleend, binnen de in de ontheffing opgenomen periode. Artikel 2 Inhoud en omvang van de garantie De Ondernemer verplicht zich om tot zekerheid voor de nakoming van de in artikel 1 bedoelde verplichting, alsmede de bij niet tijdige nakoming verschuldigde boetes, binnen acht weken nadat de Beschikking in werking is getreden ten behoeve van de Staat financiële zekerheid te stellen en gesteld houden voor een bedrag groot 2% van de maximale hoogte van de subsidie, bedoeld in de artikelen 16, 33 en 49 van het Besluit stimulering duurzame energieproductie, door middel van de afgifte aan de Staat van een door een binnen de Europese Unie gevestigde bank afgegeven bankgarantie welke is opgemaakt onder gebruikmaking van het model bankgarantie. Artikel 3 Vrijval van de garantie
  5. De verplichting de in artikel 2 bedoelde bankgarantie te blijven stellen vervalt uitsluitend door het schriftelijk bericht van de Staat aan de Bank dat de verplichting geheel of gedeeltelijk is vervallen. De Ondernemer ontvangt een kopie van het bericht van verval.
  6. Zodra de verplichting geheel is vervallen zal de Staat de bankgarantie retourneren aan de Ondernemer. Artikel 4 Boetes
  7. Indien de Ondernemer de productie-installatie niet binnen de in artikel 1 bedoelde periode in gebruik heeft genomen, is de Ondernemer aan de Staat bij wijze van boete een bedrag verschuldigd groot 0,2% van het beschikte bedrag enkel door het verloop van die termijn en zonder dat enige ingebrekestelling nodig is.
  8. Indien de Ondernemer daarna nog in gebreke blijft met het tijdig in gebruik nemen van de productie-installatie is de Ondernemer maandelijks een boete van telkens 0,2% van de maximale hoogte van de subsidie, bedoeld in de artikelen 16, 33 en 49 van het Besluit stimulering duurzame energieproductie, verschuldigd voor zover hij de productie-installatie op de eerste van elke volgende maand niet in gebruik heeft genomen.
  9. De boetes bedoeld in het eerste en tweede lid, waarvan de som ten hoogste 2% van het beschikte bedrag bedraagt, zijn telkens verschuldigd voor het enkele verloop van de termijn en zonder dat enige ingebrekestelling nodig is.
  10. De Ondernemer machtigt bij deze de Staat onherroepelijk tot het innen van de boetes door het inroepen van de bankgarantie voor het bedrag van de boete, telkens wanneer er een boete verschuldigd is geworden. Artikel 5 Aanvang en einde Uitvoeringsovereenkomst
  11. Deze Uitvoeringsovereenkomst treedt in werking door de ondertekening daarvan door de Partijen met dien verstande dat de inwerkingtreding wordt opgeschort totdat de Beschikking in werking is getreden en de Staat de Ondernemer daarvan schriftelijk bericht heeft gestuurd.
  12. Deze Uitvoeringsovereenkomst eindigt van rechtswege door de teruggave van de bankgarantie door de Staat aan de Ondernemer. Artikel 6 Domiciliekeuze en berichtgevingen
  13. De Staat kiest voor uitvoering van deze Uitvoeringsovereenkomst domicilie ten kantore van Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, onderdeel van het Ministerie van Economische Zaken, Hanzelaan 310, 8017 JK Zwolle.
  14. Onverminderd het bepaalde in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering dienen alle mededelingen, aanzeggingen, verzoeken, toestemmingen en andere berichten uit hoofde van deze uitvoeringsovereenkomst schriftelijk te worden gedaan.
  15. Mededelingen, aanzeggingen, verzoeken, toestemmingen en andere berichten die niet in overeenstemming met het tweede lid zijn gedaan blijven zonder rechtsgevolg.
  16. De Staat is bevoegd eenzijdig van het bepaalde in het eerste lid af te wijken. Artikel 7 Rechtskeuze
  17. Op deze Uitvoeringsovereenkomst is uitsluitend Nederlands recht van toepassing.
  18. Alle geschillen in verband met deze uitvoeringsovereenkomst of met afspraken die daarmee samenhangen zullen worden beslecht door de bevoegde rechter te Den Haag. Artikel 8 Citeertitel Deze Uitvoeringsovereenkomst wordt tussen partijen aangeduid als ‘Uitvoeringsovereenkomst duurzame energieproductie Staat/.....’. Aldus overeengekomen en in tweevoud ondertekend te ..... Ondernemer te 's-Gravenhage op ..... De Minister van Economische Zaken H.G.J. Kamp Model bankgarantie DE ONDERGETEKENDE, ....., gevestigd te ....., hierna te noemen de ‘Bank’, IN AANMERKING NEMENDE DAT: A. ..... , gevestigd te ....., (hierna te noemen de Ondernemer) en de STAAT der NEDERLANDEN, (hierna te noemen: Staat), waarvan de zetel is gevestigd te Den Haag, te dezen vertegenwoordigd door ....., hierbij vertegenwoordigd door de Minister van Economische Zaken op ..... de ‘Uitvoeringsovereenkomst duurzame energieproductie Staat/.....’ (hierna: uitvoeringsovereenkomst) hebben getekend; B. de Ondernemer volgens artikel 2 van de overeenkomst binnen acht weken nadat deze overeenkomst in werking is getreden ten behoeve van de Staat financiële zekerheid dient te stellen en gesteld houden voor een bedrag groot € .....,– door de afgifte aan de Staat van een door een bank afgegeven bankgarantie; C. de Bank bereid is de desbetreffende bankgarantie ten gunste van de Staat te stellen onder de hierna te noemen voorwaarden. VERKLAART ALS VOLGT
  19. De Bank stelt zich hierbij als zelfstandige verbintenis tegenover de Staat onherroepelijk en onvoorwaardelijk garant voor al hetgeen de Staat van de Ondernemer op grond van de uitvoeringsovereenkomst te vorderen heeft tot een maximumbedrag van € .....,–.
  20. Deze bankgarantie is een abstracte afroepgarantie. De Bank komt in geen geval een beroep toe op de onderliggende rechtsverhouding tussen de Staat en de Ondernemer als vervat in de Uitvoeringsovereenkomst.
  21. De Bank zal op eerste schriftelijk verzoek van de Staat, zonder opgaaf van redenen te verlangen of nader bewijs te vragen, overgaan tot uitbetaling van al hetgeen de Ondernemer, volgens verklaring van de Staat, verschuldigd is uit hoofde van de Uitvoeringsovereenkomst.
  22. Deze bankgarantie vervalt uitsluitend door het schriftelijk bericht van de Staat aan de Bank dat de verplichting geheel of gedeeltelijk is vervallen.
  23. De Minister van Economische Zaken zendt de bankgarantie zo spoedig mogelijk nadat deze geheel is vervallen retour aan de Bank.
  24. Op deze bankgarantie is uitsluitend Nederlands recht van toepassing. Alle geschillen die mochten ontstaan over of naar aanleiding van deze bankgarantie zullen worden beslecht door de bevoegde rechter te ’s-Gravenhage.
  25. Indien deze bankgarantie dient te worden geretourneerd geschiedt dat door toezending aan adres: ..... Getekend te op De Bank Bijlage 2 behorende bij de artikelen 8, 10 en 12 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2015 Gemeentenaam Provincie Windcategorie Ameland Friesland ≥ 8,0 m/s Bergen (NH.) Noord-Holland ≥ 8,0 m/s De Marne Groningen ≥ 8,0 m/s Den Helder Noord-Holland ≥ 8,0 m/s Dongeradeel Friesland ≥ 8,0 m/s Eemsmond Groningen ≥ 8,0 m/s Ferwerderadiel Friesland ≥ 8,0 m/s Franekeradeel Friesland ≥ 8,0 m/s Harlingen Friesland ≥ 8,0 m/s het Bildt Friesland ≥ 8,0 m/s Hollands Kroon Noord-Holland ≥ 8,0 m/s Leeuwarderadeel Friesland ≥ 8,0 m/s Menameradiel Friesland ≥ 8,0 m/s Noordwijk Zuid-Holland ≥ 8,0 m/s Schagen Noord-Holland ≥ 8,0 m/s Schiermonnikoog Friesland ≥ 8,0 m/s Súdwest-Fryslân Friesland ≥ 8,0 m/s Terschelling Friesland ≥ 8,0 m/s Texel Noord-Holland ≥ 8,0 m/s Vlieland Friesland ≥ 8,0 m/s Zandvoort Noord-Holland ≥ 8,0 m/s Achtkarspelen Friesland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Alkmaar Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Appingedam Groningen ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Bedum Groningen ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Beemster Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Beverwijk Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Bloemendaal Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Castricum Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Dantumadiel Friesland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s De Friese Meren Friesland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Delfzijl Groningen ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Drechterland Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Edam-Volendam Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Enkhuizen Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Goeree-Overflakkee Zuid-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Grootegast Groningen ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Heemskerk Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Heerenveen Friesland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Heerhugowaard Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Heiloo Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Hillegom Zuid-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Hoorn Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Katwijk Zuid-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Koggenland Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Kollumerland c.a. Friesland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Langedijk Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Leek Groningen ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Leeuwarden Friesland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Lisse Zuid-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Littenseradiel Friesland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Loppersum Groningen ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Marum Groningen ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Medemblik Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Noord-Beveland Zeeland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Noordoostpolder Flevoland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Noordwijkerhout Zuid-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Oldambt Groningen ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Opmeer Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Opsterland Friesland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Schouwen-Duiveland Zeeland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Slochteren Groningen ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Smallingerland Friesland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Stede Broec Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Ten Boer Groningen ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Tytsjerksteradiel Friesland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Uitgeest Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Urk Flevoland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Veere Zeeland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Velsen Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Wassenaar Zuid-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Westland Zuid-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Westvoorne Zuid-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Winsum Groningen ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Zeevang Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Zuidhorn Groningen ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Aa en Hunze Drenthe ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Aalburg Noord-Brabant ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Aalsmeer Noord-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Aalten Gelderland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Almere Flevoland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Alphen aan den Rijn Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Amstelveen Noord-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Amsterdam Noord-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Assen Drenthe ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Bellingwedde Groningen ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Binnenmaas Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Bodegraven-Reeuwijk Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Borger-Odoorn Drenthe ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Borsele Zeeland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Brielle Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Coevorden Drenthe ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Cromstrijen Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Culemborg Gelderland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Dalfsen Overijssel ≥ 7,0 en < 7,5 m/s De Ronde Venen Utrecht ≥ 7,0 en < 7,5 m/s De Wolden Drenthe ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Delft Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Diemen Noord-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Dronten Flevoland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Emmen Drenthe ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Geldermalsen Gelderland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Giessenlanden Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Goes Zeeland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Gouda Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Groningen Groningen ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Haarlem Noord-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Haarlemmerliede en Spaarnwoude Noord-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Haarlemmermeer Noord-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Hardenberg Overijssel ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Hardinxveld-Giessendam Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Haren Groningen ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Heemstede Noord-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Hellevoetsluis Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Hoogeveen Drenthe ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Hoogezand-Sappemeer Groningen ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Hulst Zeeland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s IJsselstein Utrecht ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Kaag en Braassem Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Kampen Overijssel ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Kapelle Zeeland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Korendijk Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Krimpenerwaard Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Landsmeer Noord-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Lansingerland Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Leerdam Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Leiden Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Leiderdorp Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Leidschendam-Voorburg Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Lelystad Flevoland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Lingewaal Gelderland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Lopik Utrecht ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Maassluis Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Menterwolde Groningen ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Meppel Drenthe ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Middelburg Zeeland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Midden-Delfland Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Midden-Drenthe Drenthe ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Moerdijk Noord-Brabant ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Molenwaard Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Montfoort Utrecht ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Muiden Noord-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Neerijnen Gelderland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Nieuwkoop Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Nissewaard Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Noordenveld Drenthe ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Oegstgeest Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Oost Gelre Gelderland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Ooststellingwerf Friesland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Oostzaan Noord-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Oud-Beijerland Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Ouder-Amstel Noord-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Oudewater Utrecht ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Pekela Groningen ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Pijnacker-Nootdorp Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Purmerend Noord-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Reimerswaal Zeeland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Rijswijk Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Rotterdam-West (wijk 17, 23 en 27) Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 's-Gravenhage Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Sluis Zeeland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Stadskanaal Groningen ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Staphorst Overijssel ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Steenbergen Noord-Brabant ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Steenwijkerland Overijssel ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Stichtse Vecht Utrecht ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Strijen Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Terneuzen Zeeland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Teylingen Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Tholen Zeeland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Tynaarlo Drenthe ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Uithoorn Noord-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Veendam Groningen ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Vianen Utrecht ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Vlagtwedde Groningen ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Vlissingen Zeeland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Voorschoten Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Waddinxveen Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Waterland Noord-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Weesp Noord-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Westerveld Drenthe ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Weststellingwerf Friesland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Woerden Utrecht ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Wormerland Noord-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Woudrichem Noord-Brabant ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Zaanstad Noord-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Zaltbommel Gelderland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Zederik Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Zoetermeer Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Zoeterwoude Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Zuidplas Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Zwartewaterland Overijssel ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Zwolle Overijssel ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Alblasserdam Zuid-Holland < 7,0 m/s Albrandswaard Zuid-Holland < 7,0 m/s Almelo Overijssel < 7,0 m/s Alphen-Chaam Noord-Brabant < 7,0 m/s Amersfoort Utrecht < 7,0 m/s Apeldoorn Gelderland < 7,0 m/s Arnhem Gelderland < 7,0 m/s Asten Noord-Brabant < 7,0 m/s Baarle-Nassau Noord-Brabant < 7,0 m/s Baarn Utrecht < 7,0 m/s Barendrecht Zuid-Holland < 7,0 m/s Barneveld Gelderland < 7,0 m/s Beek Limburg < 7,0 m/s Beesel Limburg < 7,0 m/s Bergeijk Noord-Brabant < 7,0 m/s Bergen (L.) Limburg < 7,0 m/s Bergen op Zoom Noord-Brabant < 7,0 m/s Berkelland Gelderland < 7,0 m/s Bernheze Noord-Brabant < 7,0 m/s Best Noord-Brabant < 7,0 m/s Beuningen Gelderland < 7,0 m/s Bladel Noord-Brabant < 7,0 m/s Blaricum Noord-Holland < 7,0 m/s Boekel Noord-Brabant < 7,0 m/s Borne Overijssel < 7,0 m/s Boxmeer Noord-Brabant < 7,0 m/s Boxtel Noord-Brabant < 7,0 m/s Breda Noord-Brabant < 7,0 m/s Bronckhorst Gelderland < 7,0 m/s Brummen Gelderland < 7,0 m/s Brunssum Limburg < 7,0 m/s Bunnik Utrecht < 7,0 m/s Bunschoten Utrecht < 7,0 m/s Buren Gelderland < 7,0 m/s Bussum Noord-Holland < 7,0 m/s Capelle aan den IJssel Zuid-Holland < 7,0 m/s Cranendonck Noord-Brabant < 7,0 m/s Cuijk Noord-Brabant < 7,0 m/s De Bilt Utrecht < 7,0 m/s Deurne Noord-Brabant < 7,0 m/s Deventer Overijssel < 7,0 m/s Dinkelland Overijssel < 7,0 m/s Doesburg Gelderland < 7,0 m/s Doetinchem Gelderland < 7,0 m/s Dongen Noord-Brabant < 7,0 m/s Dordrecht Zuid-Holland < 7,0 m/s Drimmelen Noord-Brabant < 7,0 m/s Druten Gelderland < 7,0 m/s Duiven Gelderland < 7,0 m/s Echt-Susteren Limburg < 7,0 m/s Ede Gelderland < 7,0 m/s Eemnes Utrecht < 7,0 m/s Eersel Noord-Brabant < 7,0 m/s Eijsden-Margraten Limburg < 7,0 m/s Eindhoven Noord-Brabant < 7,0 m/s Elburg Gelderland < 7,0 m/s Enschede Overijssel < 7,0 m/s Epe Gelderland < 7,0 m/s Ermelo Gelderland < 7,0 m/s Etten-Leur Noord-Brabant < 7,0 m/s Geertruidenberg Noord-Brabant < 7,0 m/s Geldrop-Mierlo Noord-Brabant < 7,0 m/s Gemert-Bakel Noord-Brabant < 7,0 m/s Gennep Limburg < 7,0 m/s Gilze en Rijen Noord-Brabant < 7,0 m/s Goirle Noord-Brabant < 7,0 m/s Gorinchem Zuid-Holland < 7,0 m/s Grave Noord-Brabant < 7,0 m/s Groesbeek Gelderland < 7,0 m/s Gulpen-Wittem Limburg < 7,0 m/s Haaksbergen Overijssel < 7,0 m/s Haaren Noord-Brabant < 7,0 m/s Halderberge Noord-Brabant < 7,0 m/s Harderwijk Gelderland < 7,0 m/s Hattem Gelderland < 7,0 m/s Heerde Gelderland < 7,0 m/s Heerlen Limburg < 7,0 m/s Heeze-Leende Noord-Brabant < 7,0 m/s Hellendoorn Overijssel < 7,0 m/s Helmond Noord-Brabant < 7,0 m/s Hendrik-Ido-Ambacht Zuid-Holland < 7,0 m/s Hengelo Overijssel < 7,0 m/s Heumen Gelderland < 7,0 m/s Heusden Noord-Brabant < 7,0 m/s Hilvarenbeek Noord-Brabant < 7,0 m/s Hilversum Noord-Holland < 7,0 m/s Hof van Twente Overijssel < 7,0 m/s Horst aan de Maas Limburg < 7,0 m/s Houten Utrecht < 7,0 m/s Huizen Noord-Holland < 7,0 m/s Kerkrade Limburg < 7,0 m/s Krimpen aan den IJssel Zuid-Holland < 7,0 m/s Laarbeek Noord-Brabant < 7,0 m/s Landerd Noord-Brabant < 7,0 m/s Landgraaf Limburg < 7,0 m/s Laren Noord-Holland < 7,0 m/s Leudal Limburg < 7,0 m/s Leusden Utrecht < 7,0 m/s Lingewaard Gelderland < 7,0 m/s Lochem Gelderland < 7,0 m/s Loon op Zand Noord-Brabant < 7,0 m/s Losser Overijssel < 7,0 m/s Maasdriel Gelderland < 7,0 m/s Maasgouw Limburg < 7,0 m/s Maastricht Limburg < 7,0 m/s Meerssen Limburg < 7,0 m/s Mill en Sint Hubert Noord-Brabant < 7,0 m/s Montferland Gelderland < 7,0 m/s Mook en Middelaar Limburg < 7,0 m/s Naarden Noord-Holland < 7,0 m/s Neder-Betuwe Gelderland < 7,0 m/s Nederweert Limburg < 7,0 m/s Nieuwegein Utrecht < 7,0 m/s Nijkerk Gelderland < 7,0 m/s Nijmegen Gelderland < 7,0 m/s Nuenen, Gerwen en Nederwetten Noord-Brabant < 7,0 m/s Nunspeet Gelderland < 7,0 m/s Nuth Limburg < 7,0 m/s Oirschot Noord-Brabant < 7,0 m/s Oisterwijk Noord-Brabant < 7,0 m/s Oldebroek Gelderland < 7,0 m/s Oldenzaal Overijssel < 7,0 m/s Olst-Wijhe Overijssel < 7,0 m/s Ommen Overijssel < 7,0 m/s Onderbanken Limburg < 7,0 m/s Oosterhout Noord-Brabant < 7,0 m/s Oss Noord-Brabant < 7,0 m/s Oude IJsselstreek Gelderland < 7,0 m/s Overbetuwe Gelderland < 7,0 m/s Papendrecht Zuid-Holland < 7,0 m/s Peel en Maas Limburg < 7,0 m/s Putten Gelderland < 7,0 m/s Raalte Overijssel < 7,0 m/s Renkum Gelderland < 7,0 m/s Renswoude Utrecht < 7,0 m/s Reusel-De Mierden Noord-Brabant < 7,0 m/s Rheden Gelderland < 7,0 m/s Rhenen Utrecht < 7,0 m/s Ridderkerk Zuid-Holland < 7,0 m/s Rijnwaarden Gelderland < 7,0 m/s Rijssen-Holten Overijssel < 7,0 m/s Roerdalen Limburg < 7,0 m/s Roermond Limburg < 7,0 m/s Roosendaal Noord-Brabant < 7,0 m/s Rotterdam (excl. wijk 17, 23 en 27) Zuid-Holland < 7,0 m/s Rozendaal Gelderland < 7,0 m/s Rucphen Noord-Brabant < 7,0 m/s Scherpenzeel Gelderland < 7,0 m/s Schiedam Zuid-Holland < 7,0 m/s Schijndel Noord-Brabant < 7,0 m/s Schinnen Limburg < 7,0 m/s 's-Hertogenbosch Noord-Brabant < 7,0 m/s Simpelveld Limburg < 7,0 m/s Sint Anthonis Noord-Brabant < 7,0 m/s Sint-Michielsgestel Noord-Brabant < 7,0 m/s Sint-Oedenrode Noord-Brabant < 7,0 m/s Sittard-Geleen Limburg < 7,0 m/s Sliedrecht Zuid-Holland < 7,0 m/s Soest Utrecht < 7,0 m/s Someren Noord-Brabant < 7,0 m/s Son en Breugel Noord-Brabant < 7,0 m/s Stein Limburg < 7,0 m/s Tiel Gelderland < 7,0 m/s Tilburg Noord-Brabant < 7,0 m/s Tubbergen Overijssel < 7,0 m/s Twenterand Overijssel < 7,0 m/s Uden Noord-Brabant < 7,0 m/s Utrecht Utrecht < 7,0 m/s Utrechtse Heuvelrug Utrecht < 7,0 m/s Vaals Limburg < 7,0 m/s Valkenburg aan de Geul Limburg < 7,0 m/s Valkenswaard Noord-Brabant < 7,0 m/s Veenendaal Utrecht < 7,0 m/s Veghel Noord-Brabant < 7,0 m/s Veldhoven Noord-Brabant < 7,0 m/s Venlo Limburg < 7,0 m/s Venray Limburg < 7,0 m/s Vlaardingen Zuid-Holland < 7,0 m/s Voerendaal Limburg < 7,0 m/s Voorst Gelderland < 7,0 m/s Vught Noord-Brabant < 7,0 m/s Waalre Noord-Brabant < 7,0 m/s Waalwijk Noord-Brabant < 7,0 m/s Wageningen Gelderland < 7,0 m/s Weert Limburg < 7,0 m/s Werkendam Noord-Brabant < 7,0 m/s West Maas en Waal Gelderland < 7,0 m/s Westervoort Gelderland < 7,0 m/s Wierden Overijssel < 7,0 m/s Wijchen Gelderland < 7,0 m/s Wijdemeren Noord-Holland < 7,0 m/s Wijk bij Duurstede Utrecht < 7,0 m/s Winterswijk Gelderland < 7,0 m/s Woensdrecht Noord-Brabant < 7,0 m/s Woudenberg Utrecht < 7,0 m/s Zeewolde Flevoland < 7,0 m/s Zeist Utrecht < 7,0 m/s Zevenaar Gelderland < 7,0 m/s Zundert Noord-Brabant < 7,0 m/s Zutphen Gelderland < 7,0 m/s Zwijndrecht Zuid-Holland < 7,0 m/s

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.