Regeling van het College voor Toetsen en Examens van 9 februari 2015, nummer CvTE-15.00617, houdende vaststelling van de beoordelingsnormen en de daarbij behorende scores voor het centraal examen (Regeling beoordelingsnormen en bijbehorende scores centraal examen VO 2015) Regeling beoordelingsnormen en bijbehorende scores centraal examen VO Het College voor Toetsen en Examens, Gelet op artikel 2, tweede lid, aanhef en onderdeel d, en achtste lid van de Wet College voor toetsen en examens; Besluit: Artikel 1 Begripsbepalingen 1 In deze regeling gelden de begripsbepalingen die zijn gegeven in artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 en artikel 1.1 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020. 2 Voorts wordt in deze regeling verstaan onder: • voorzitter: de voorzitter van het College voor Toetsen en Examens; • vakcommissie: een vakcommissie van het College voor Toetsen en Examens; • opdracht: een vraag of opdracht in een toets; • uitvoering van een opdracht: de wijze waarop een kandidaat een opdracht heeft uitgevoerd en het eindresultaat van die uitvoering; • antwoord: de uitvoering van een opdracht; • opgave: enige bij elkaar behorende opdrachten in een toets die als zodanig zijn aangemerkt; • praktische toets: het in artikel 3.26 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020 genoemd praktische gedeelte van het centraal examen v.m.b.o., onderscheiden in een cspe (centraal schriftelijk en praktisch examen) voor de beroepsgerichte vakken en een cpe (centraal praktisch examen) voor de beeldende vakken; • tweede examinator: de door de directeur aangewezen medebeoordelaar van een examentoets. Artikel 2 Beoordelingsnormen 1 De beoordelingsnormen voor de centrale examens worden weergegeven in een correctievoorschrift bij iedere toets. Dit bestaat uit: a. regels voor de beoordeling, op grond van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020; b. algemene regels, op grond van deze regeling; c. vakspecifieke regels, op grond van een besluit van het College voor Toetsen en Examens op grond van artikel 6 of 12 van deze regeling; d. een beoordelingsmodel bij iedere toets. 2 Het correctievoorschrift, bedoeld in het eerste lid, wordt ingericht met inachtneming van de bijlage 1 en 4. In afwijking hiervan wordt het correctievoorschrift voor het centraal schriftelijk en praktisch examen vmbo ingericht met inachtneming van de bijlage 2 en 4. Het correctievoorschrift voor de flexibele en digitale centrale examens vmbo basisberoepsgerichte leerweg en kaderberoepsgerichte leerweg wordt ingericht met inachtneming van de bijlagen 3 en 4. 3 De directeur stelt na de afname van een toets het correctievoorschrift aan de examinator ter beschikking. 4 In uitzonderingsgevallen kan het College voor Toetsen en Examens beslissen dat bij een toets geen beoordelingsmodel wordt gevoegd. Artikel 3 Algemene regels 1 Voor de uitvoering van een opdracht worden door de examinator en door de gecommitteerde, dan wel de tweede examinator, scorepunten toegekend, in overeenstemming met het bij de toets behorende correctievoorschrift. Scorepunten zijn de gehele getallen 0, 1, 2, .., n, waarbij n het maximaal te behalen aantal punten voor een opdracht is. 2 Scorepunten worden toegekend met inachtneming van de volgende regels. a. Indien een opdracht volledig juist is uitgevoerd, wordt het maximaal te behalen aantal scorepunten toegekend. b. Indien een opdracht gedeeltelijk juist is uitgevoerd, wordt een deel van de te behalen scorepunten toegekend in overeenstemming met het beoordelingsmodel. c. Indien een opdracht is uitgevoerd op een wijze die niet in het beoordelingsmodel voorkomt en deze uitvoering op grond van aantoonbare, vakinhoudelijke argumenten als juist of gedeeltelijk juist aangemerkt kan worden, worden scorepunten toegekend naar analogie of in de geest van het beoordelingsmodel. d. Indien in het beoordelingsmodel verschillende mogelijkheden zijn opgenomen, gescheiden door het teken ‘/’ gelden deze mogelijkheden als verschillende formuleringen van hetzelfde (gedeelte van het) antwoord. e. Indien in het beoordelingsmodel een gedeelte van het antwoord tussen haakjes staat, behoeft dit gedeelte niet in het antwoord van een kandidaat voor te komen. f. Indien in een opdracht een fout is gemaakt die de verdere uitwerking van de opdracht beïnvloedt, mag alleen die fout en niet de invloed van die fout op de verdere uitwerking worden aangerekend, tenzij daardoor de opdracht aanzienlijk vereenvoudigd wordt of tenzij in het beoordelingsmodel anders is vermeld. g. Een zelfde fout in de uitvoering van verschillende opdrachten moet steeds opnieuw worden aangerekend, tenzij in het beoordelingsmodel anders is vermeld. Artikel 4 Algemene regels specifiek voor de beoordeling van schriftelijke toetsen 1 Indien één voorbeeld, reden, uitwerking, citaat of andersoortig antwoord gevraagd wordt, wordt uitsluitend het eerst gegeven antwoord beoordeeld. 2 Indien meer dan één voorbeeld, reden, uitwerking, citaat of andersoortig antwoord gevraagd wordt, worden uitsluitend de eerst gegeven antwoorden beoordeeld, tot maximaal het gevraagde aantal. 3 Indien in een antwoord een gevraagde verklaring of uitleg of afleiding of berekening ontbreekt dan wel foutief is, worden 0 scorepunten toegekend tenzij in het beoordelingsmodel anders is aangegeven. 4 Het juiste antwoord op een meerkeuzevraag is de hoofdletter die behoort bij de juiste keuzemogelijkheid. Als het antwoord op een andere manier is gegeven, maar onomstotelijk vaststaat dat het juist is, dan moet dit antwoord ook goed gerekend worden. Voor het juiste antwoord op een meerkeuzevraag wordt het beoordelingsmodel vermelde aantal scorepunten toegekend. Voor elk ander antwoord worden geen scorepunten toegekend. Indien meer dan één antwoord gegevens is, worden eveneens geen scorepunten toegekend. Artikel 5 Algemene regels specifiek voor de beoordeling van cspe en cpe 1 Mocht tijdens het examen een hulpmiddel niet werken en dit is niet te wijten aan het verkeerd gebruik door de kandidaat dan mag dat geen invloed hebben op de beoordeling van de kandidaat. De kandidaat mag daar in tijd en scorepunten niet door benadeeld worden. 2 Indien een kandidaat binnen de gestelde tijd een (deel)opdracht opnieuw wil uitvoeren om de prestatie te verbeteren, wordt de kandidaat daartoe in de gelegenheid gesteld. Voor zover van toepassing stelt de examinator de daarvoor benodigde materialen ter beschikking. Artikel 6 Vakspecifieke regels en beoordelingsmodel De vakspecifieke regels en het beoordelingsmodel bij iedere toets, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder c en d, worden door het College voor Toetsen en Examens vastgesteld voor elk van de vakken zoals vermeld in bijlage 4, en maken na bekendmaking deel uit van die bijlage. Artikel 7 Vermeende fouten 1 Indien de examinator of de gecommitteerde meent dat in een toets of in het beoordelingsmodel bij die toets een fout of onvolkomenheid zit, beoordeelt hij het werk van de kandidaten alsof toets en beoordelingsmodel juist zijn. 2 Degene die in de toets of het beoordelingsmodel een fout of onvolkomenheid meent te hebben geconstateerd kan deze fout aan het College voor Toetsen en Examens meedelen. 3 Deze mededeling wordt voorgelegd aan de desbetreffende vakcommissie, en indien deze de mededeling als juist aanmerkt, kan de vakcommissie de voorzitter adviseren een beslissing op grond van artikel 10 te nemen. 4 Het is niet toegestaan zelfstandig af te wijken van het beoordelingsmodel. Met een eventuele fout wordt bij de bepaling van het cijfer voor het centraal examen zoals bedoeld in artikel 2, tweede lid onder e, van de wet College voor Toetsen en Examens, rekening gehouden. Artikel 8 Noteren scorepunten 1 De examinator vermeldt op een lijst de namen of nummers van de kandidaten, het aan iedere kandidaat voor iedere opdracht toegekende aantal scorepunten en het totaal aantal scorepunten van iedere kandidaat. 2 De directeur zendt van iedere toets de scores van een aantal kandidaten voor een door het College voor Toetsen en Examens te bepalen datum aan een door het College voor Toetsen en Examens te bepalen adres. 3 Het College voor Toetsen en Examens geeft aan van welke kandidaten de scores aan dat adres worden gezonden. Artikel 9 Toekennen scorepunten 1 Voor een toets kan maximaal het aantal scorepunten worden behaald dat de som is van de maximale scores van de vragen waaruit de toets bestaat; de maximumscore van de toets wordt in het correctievoorschrift en voorop de toets vermeld. 2 Scorepunten worden met inachtneming van het beoordelingsmodel toegekend op grond van de uitvoering door de kandidaat van iedere opdracht. Er worden geen scorepunten vooraf gegeven. 3 De score voor de schriftelijke toets wordt als volgt verkregen. De examinator en de gecommitteerde stellen de score voor iedere kandidaat vast. Deze score wordt meegedeeld aan de directeur. 4 De score voor de praktische toets wordt als volgt verkregen. De examinator en de tweede examinator stellen de score voor iedere kandidaat vast. Deze score wordt meegedeeld aan de directeur. Artikel 10 Afwijking Het College voor Toetsen en Examens of de voorzitter, kan, de voorzitter van de betreffende vakcommissie gehoord, beslissen dat voor een of meer opdrachten aan alle kandidaten het maximale aantal scorepunten of ten minste een aantal kleiner dan het maximum aantal scorepunten wordt toegekend. Artikel 11 Gebruik vaktaal Indien een kandidaat op grond van een algemeen geldende woordbetekenis, zoals bij voorbeeld vermeld in een woordenboek, een antwoord geeft dat vakinhoudelijk onjuist is, worden aan dat antwoord geen scorepunten toegekend, of tenminste niet de scorepunten die met de vakinhoudelijke onjuistheid gemoeid zijn. Artikel 12 Aanvullende regels Het College voor Toetsen en Examens kan op voorstel van een vakcommissie beslissen, dat in het correctievoorschrift bij een toets aanvullende regels worden opgenomen, waaronder regels voor aftrek van scorepunten. Deze zijn evenzeer verbindend als hetgeen in deze regeling is voorgeschreven. Artikel 13 Aanpassing De voorzitter van het College voor Toetsen en Examens is gemachtigd de vaststellingen als opgenomen in bijlage 3 op onderdelen aan te passen. Artikel 14 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking op 1 april 2015. Artikel 15 Bekendmaking 1 Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst. 2 De vakspecifieke regels en beoordelingsmodellen per toets bedoeld in artikel 6 worden bekend gemaakt op de in bijlage 4 onder 2 opgenomen wijze. Artikel 16 Intrekking De Regeling beoordelingsnormen en bijbehorende scores centraal examen van 24 maart 2010 wordt ingetrokken. Artikel 17 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling beoordelingsnormen en bijbehorende scores centraal examen VO. Het College voor Toetsen en Examens, de voorzitter, P.J.J. Hendrikse Bijlage 1 bij de Regeling beoordelingsnormen en bijbehorende scores centraal examen, van 9 februari 2015, nummer CvTE-15.00617 Inrichting correctievoorschrift centraal (schriftelijk) examen Het correctievoorschrift bevat de relevante bepalingen van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020 en van de onderhavige regeling beoordeling centraal examen. Het correctievoorschrift bestaat uit de onderdelen: 1. Regels voor de beoordeling 2. Algemene regels 3. Vakspecifieke regels (indien van toepassing) 4. Beoordelingsmodel 1 Regels voor de beoordeling Het werk van de kandidaten wordt beoordeeld met inachtneming van de artikelen 3.21, 3.24, 3.26 en 3.27 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020. Voorts heeft het College voor Toetsen en Examens op grond van artikel 2, tweede lid, onderdeel d, van de Wet College voor toetsen en examens de Regeling beoordelingsnormen en bijbehorende scores centraal examen vastgesteld. Voor de beoordeling zijn de volgende passages van de artikelen 3.21 tot en met 3.27 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020 van belang: 1 De directeur doet het gemaakte werk met een exemplaar van de opgaven, de beoordelingsnormen en het proces-verbaal van het examen toekomen aan de examinator. Deze kijkt het werk na en zendt het met zijn beoordeling aan de directeur. De examinator past de beoordelingsnormen en de regels voor het toekennen van scorepunten toe die zijn gegeven door het College voor Toetsen en Examens. 2 De directeur doet de van de examinator ontvangen stukken met een exemplaar van de opgaven, de beoordelingsnormen, het proces-verbaal en de regels voor het bepalen van de score onverwijld aan de gecommitteerde toekomen. De gecommitteerde beoordeelt het werk zo spoedig mogelijk en past de beoordelingsnormen en de regels voor het bepalen van de score toe die zijn gegeven door het College voor Toetsen en Examens. 3 De gecommitteerde voegt bij het gecorrigeerde werk een verklaring betreffende de verrichte correctie. Deze verklaring wordt mede ondertekend door het bevoegd gezag van de gecommitteerde. 4 De examinator en de gecommitteerde stellen in onderling overleg het aantal scorepunten voor het centraal examen vast. 5 Indien de examinator en de gecommitteerde daarbij niet tot overeenstemming komen, wordt het geschil voorgelegd aan het bevoegd gezag van de gecommitteerde. Dit bevoegd gezag kan hierover in overleg treden met het bevoegd gezag van de examinator. Indien het geschil niet kan worden beslecht, wordt hiervan melding gemaakt aan de inspectie. De inspectie kan een derde onafhankelijke gecommitteerde aanwijzen. De beoordeling van de derde gecommitteerde komt in de plaats van de eerdere beoordelingen. 2 Algemene regels Voor de beoordeling van het examenwerk zijn de volgende bepalingen uit de regeling van het College voor Toetsen en Examens van toepassing: 1 De examinator vermeldt op een lijst de namen en/of nummers van de kandidaten, het aan iedere kandidaat voor iedere vraag toegekende aantal scorepunten en het totaal aantal scorepunten van iedere kandidaat. 2 Voor het antwoord op een vraag worden door de examinator en door de gecommitteerde scorepunten toegekend, in overeenstemming met het beoordelingsmodel. Scorepunten zijn de getallen 0, 1, 2, ..., n, waarbij n het maximaal te behalen aantal scorepunten voor een vraag is. Andere scorepunten die geen gehele getallen zijn, of een score minder dan 0 zijn niet geoorloofd. 3 Scorepunten worden toegekend met inachtneming van de volgende regels: 3.1 indien een vraag volledig juist is beantwoord, wordt het maximaal te behalen aantal scorepunten toegekend; 3.2 indien een vraag gedeeltelijk juist is beantwoord, wordt een deel van de te behalen scorepunten toegekend, in overeenstemming met het beoordelingsmodel; 3.. indien een antwoord op een open vraag niet in het beoordelingsmodel voorkomt en dit antwoord op grond van aantoonbare, vakinhoudelijke argumenten als juist of gedeeltelijk juist aangemerkt kan worden, moeten scorepunten worden toegekend naar analogie of in de geest van het beoordelingsmodel; 3.4 indien slechts één voorbeeld, reden, uitwerking, citaat of andersoortig antwoord gevraagd wordt, wordt uitsluitend het eerstgegeven antwoord beoordeeld; 3.5 indien meer dan één voorbeeld, reden, uitwerking, citaat of andersoortig antwoord gevraagd wordt, worden uitsluitend de eerstgegeven antwoorden beoordeeld, tot maximaal het gevraagde aantal; 3.6 indien in een antwoord een gevraagde verklaring of uitleg of afleiding of berekening ontbreekt dan wel foutief is, worden 0 scorepunten toegekend, tenzij in het beoordelingsmodel anders is aangegeven; 3.7 indien in het beoordelingsmodel verschillende mogelijkheden zijn opgenomen, gescheiden door het teken /, gelden deze mogelijkheden als verschillende formuleringen van hetzelfde antwoord of onderdeel van dat antwoord; 3.8 indien in het beoordelingsmodel een gedeelte van het antwoord tussen haakjes staat, behoeft dit gedeelte niet in het antwoord van de kandidaat voor te komen; 3.9 indien een kandidaat op grond van een algemeen geldende woordbetekenis, zoals bijvoorbeeld vermeld in een woordenboek, een antwoord geeft dat vakinhoudelijk onjuist is, worden aan dat antwoord geen scorepunten toegekend, of tenminste niet de scorepunten die met de vakinhoudelijke onjuistheid gemoeid zijn. 4 Het juiste antwoord op een meerkeuzevraag is de hoofdletter die behoort bij de juiste keuzemogelijkheid. Als het antwoord op een andere manier is gegeven, maar onomstotelijk vaststaat dat het juist is, dan moet dit antwoord ook goed gerekend worden. Voor het juiste antwoord op een meerkeuzevraag wordt het beoordelingsmodel vermelde aantal scorepunten toegekend. Voor elk ander antwoord worden geen scorepunten toegekend. Indien meer dan één antwoord gegevens is, worden eveneens geen scorepunten toegekend. 5 Een fout mag in de uitwerking van een vraag maar één keer worden aangerekend, tenzij daardoor de vraag aanzienlijk vereenvoudigd wordt en/of tenzij in het beoordelingsmodel anders is vermeld. 6 Een zelfde fout in de beantwoording van verschillende vragen moet steeds opnieuw worden aangerekend, tenzij in het beoordelingsmodel anders is vermeld. 7 Indien de examinator of de gecommitteerde meent dat in een examen of in het beoordelingsmodel bij dat examen een fout of onvolkomenheid zit, beoordeelt hij het werk van de kandidaten alsof examen en beoordelingsmodel juist zijn. Hij kan de fout of onvolkomenheid mededelen aan het College voor Toetsen en Examens. Het is niet toegestaan zelfstandig af te wijken van het beoordelingsmodel. Met een eventuele fout wordt bij de definitieve normering van het examen rekening gehouden. 8 Scorepunten worden toegekend op grond van het door de kandidaat gegeven antwoord op iedere vraag. Er worden geen scorepunten vooraf gegeven. 9 Het cijfer voor het centraal examen wordt als volgt verkregen. Eerste en tweede corrector stellen de score voor iedere kandidaat vast. Deze score wordt meegedeeld aan de directeur. De directeur stelt het cijfer voor het centraal examen vast op basis van de regels voor omzetting van score naar cijfer. 3 Vakspecifieke regel(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.