Normenkader onderzoek uitvoering Wlz Regeling protocol Prestatiemeting Wlz 2015 1 Inleiding 1.1 Inleiding Dit hoofdstuk schetst de verantwoordingsstructuur van de Wlz en beschrijft de achtergrond van de prestatiemeting. Ook gaat dit hoofdstuk in op de taak van de NZa om de positie van de consument te bewaken en te versterken in relatie tot de prestatiemeting. 1.2 Uitvoeringsstructuur Wlz Voor de uitvoering van de Wlz hebben zich in totaal twaalf Wlz-uitvoerders aangemeld. De Staatssecretaris van VWS heeft voor 2015 tien Wlz-uitvoerders aangewezen als zorgkantoor. In het Besluit aanwijzing zorgkantoren worden 32 zorgkantoorregio’s genoemd. Dat betekent dat één Wlz-uitvoerder zorgkantoor kan zijn voor meerdere zorgkantoorregio’s. De Wlz-uitvoerders zijn verantwoordelijk voor de zorgplicht voor cliënten die zorg in natura ontvangen. Wlz-uitvoerders kunnen werkzaamheden uitbesteden aan zorgkantoren. Bij uitbesteding van taken blijft de Wlz-uitvoerder volledig verantwoordelijk, zowel voor de uitvoering van de Wlz als de daarmee samenhangende uitgaven. Wlz-uitvoerders die uitbesteden, moeten de uitbestede werkzaamheden aansturen en de goede uitvoering controleren. Het zorgkantoor is verantwoordelijk voor de (rechtmatige en doelmatige) regionale uitvoering van het PGB. Het zorgkantoor is ook verantwoordelijk voor de administratie. De overige taken behoren de Wlz-uitvoerder toe. Voor 2015 heeft de Staatssecretaris de in tabel 1.1 opgenomen Wlz-uitvoerders als zorgkantoor aangewezen. Tabel 1.1. Zorgkantoren en regio's Stichting Zorgkantoor Menzis Groningen, Twente, Arnhem Zorgkantoor Friesland B.V. Friesland Achmea Zorgkantoor N.V. Drenthe, Zwolle, Flevoland, Apeldoorn en Zutphen e.o., Utrecht, ’t Gooi, Amsterdam, Kennemerland, Zaanstreek-Waterland, Rotterdam VGZ Zorgkantoor B.V. Nijmegen, Midden-Brabant, Noord-Oost Brabant, Noord- en Midden-Limburg Univé Zorgkantoor B.V. Noord-Holland Noord Stichting Wlz-uitvoerder Zorg en Zekerheid Amstelland en de Meerlanden, Zuid-Holland Noord Zorgkantoor DSW B.V. Delft/Westland/Oostland, Nieuwe Waterweg Noord Trias Zorgkantoor B.V. Midden-Holland, Waardenland CZ Zorgkantoor B.V. Zuid-Hollandse Eilanden, Haaglanden, Zeeland, West-Brabant, Zuid-Oost Brabant, Zuid-Limburg Salland Zorgkantoor B.V. Midden IJssel Bron: Besluit van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 10 december 2014, houdende de aanwijzing van de zorgkantoren. 1.3 Achtergrond prestatiemeting De NZa houdt toezicht op de rechtmatige en doelmatige uitvoering van de Wlz. Het hanteren van een normenkader maakt het mogelijk het functioneren van Wlz-uitvoerders met elkaar te vergelijken. Door publicatie van deze prestatiemeting als het normenkader maakt de NZa haar beoordeling transparant. Uitgangspunt is dat de prestatiemeting een representatief beeld geeft van het functioneren van de Wlz-uitvoerders. De Wlz-uitvoerders zijn eindverantwoordelijk voor de taken die zij eventueel – via een mandaat- en volmachtverlening – aan de zorgkantoren uitbesteden. De feitelijke uitvoering van die taken kan worden gedaan door de zorgkantoren. De NZa rapporteert over de uitvoering van de Wlz door de zorgkantoren op het niveau van de Wlz-uitvoerders (één Wlz-uitvoerder kan de zorgkantoorfunctie voor meerdere regio’s uitoefenen). Daarom vindt de prestatiebeoordeling plaats per Wlz-uitvoerder. Wlz-uitvoerders die geen zorgkantoor zijn, vallen in 2015 nog buiten het domein van de prestatiemeting. De Wlz-uitvoerders zullen de administratiesystemen, processen en de informatie-uitwisseling met de zorgkantoren moeten aanpassen aan de Wlz. De Wlz-uitvoerders hebben bij de inwerkingtreding van de Wlz de processen en procedures nog niet direct zo ingericht dat zij kunnen werken volgens de nieuwe taakverdeling. De NZa zal hier bij het toezicht op de uitvoering van de Wlz over 2015 rekening mee houden, door de volledige informatie-uitvraag voor het toezicht over 2015 nog te richten op de zorgkantoren. Bij de oordeelsvorming over de score voor een Wlz-uitvoerder (in de functie van een zorgkantoor), wordt de gemiddelde score berekend van alle zorgkantoorregio’s van die betreffende Wlz-uitvoerder. De NZa heeft zich bij de opstelling van deze prestatiemeting gebaseerd op: − Besluit van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, houdende de aanwijzing van de zorgkantoren.1Identificatienummer BWBR0035987 − Het gestelde bij of krachtens de Wlz en Wmg, evenals over relevante wet- en regelgeving. − Mandaat- en volmachtverlening/overeenkomst inzake uitvoering van werkzaamheden zorgkantoren 2015.2kenmerk B-15-3423-gdob1 Deze overeenkomst wordt in het vervolg van deze prestatiemeting aangeduid als Mandaat- en volmachtovereenkomst. De prestatiemeting Wlz is ingedeeld volgens de vier hoofddoelen van de Wlz. Deze hoofddoelen zijn: − Hoofddoel 1: Zorginkoop; − Hoofddoel 2: Cliënt en zorg (zorg in natura en PGB); − Hoofddoel 3: Zorguitgaven; − Hoofddoel 4: Organisatie. 1.4 De positie van de consument De invloed van de consument op de kwaliteit van de zorg vormt een belangrijk uitgangspunt van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg). Bij de invloed van consumenten gaat het om de middelen die consumenten tot hun beschikking hebben om het gedrag van zorgaanbieders en Wlz-uitvoerders te beïnvloeden dan wel bij te sturen in een voor hen gunstige richting. Het bewaken en versterken van de positie van de consument staat bij de taakuitoefening van de NZa centraal. Artikel 3, lid 4 van de Wmg stelt daarover: De zorgautoriteit stelt bij de uitoefening van haar taken het algemene consumentenbelang voorop. In de Wlz nemen voorlichting en ondersteuning aan consumenten een sleutelpositie in. Zo is in de Wlz onder andere vastgelegd dat de Wlz-uitvoerder zorgt dat cliëntondersteuning beschikbaar is. Deze taak is opgenomen in de Prestatiemeting Wlz 2015. In de Prestatiemeting Wlz 2015 zijn toetsingsaspecten opgenomen die de consument centraal stellen. Deze toetsingsaspecten komen vooral aan de orde bij de prestatie-indicatoren Voorlichting, Ondersteuning keuzeproces en zorgbemiddeling en Behandeling klachten en bezwaarschriften. 1.5 Doelmatigheid en kwaliteit In de Wlz neemt doelmatigheid en kwaliteit een belangrijke rol in. De staatsecretaris heeft inmiddels het plan van aanpak kwaliteit verpleeghuizen gepresenteerd3Zie brief: Uitwerking kwaliteitsbrief ouderenzorg: ’Waardigheid en trots. Liefdevolle zorg voor onze ouderen, datum 10 februari 2015; kenmerk 723246-133104-LZ.. Een doelmatige en kwalitatieve uitvoering van de langdurige zorg kent echter diverse aspecten. Een belangrijk instrument om te sturen op doelmatigheid en kwaliteit is zorginkoop. Aangrijpingspunten hiervoor zijn het sturen op die accenten die voor de cliënt het zwaarst wegen en het sturen op de verhouding prijs-kwaliteit. Een ander aspect van een doelmatige uitvoering betreft misbruik, oneigenlijk gebruik en fraude. In de Prestatiemeting Wlz 2015 zijn toetsingsaspecten opgenomen waarbij doelmatigheid en kwaliteit centraal staan. Deze toetsingsaspecten komen vooral aan de orde bij de prestatie-indicator Doelmatigheid en kwaliteit zorgaanbod. 2 Analyse normstelling naar prestatie-indicatoren 2.1 Inleiding Dit hoofdstuk beschrijft de hoofddoelen en prestatie-indicatoren die de NZa hanteert bij haar onderzoek naar de uitvoering van de Wlz in 2015. Het hoofdstuk beschrijft ook de weging die de NZa aan de verschillende prestatie-indicatoren heeft toegekend en de overwegingen die hierbij een rol hebben gespeeld. Tot slot beschrijft dit hoofdstuk de wijze van berekening van de totaalscore per Wlz-uitvoerder/zorgkantoor en de kwalificaties die de NZa aan de totaalscores toekent. Het doel van de prestatiemeting is het inzichtelijk maken hoe Wlz-uitvoerders/zorgkantoren scoren in relatie tot de maatschappelijke doelen die bij de Wlz-taken horen. Een belangrijke wijziging in de systematiek van de prestatiemeting 2014 was de introductie van meer outcome-gerichte prestatie-indicatoren. In samenwerking met het veld zijn outcome-gerichte prestatie-indicatoren ontwikkeld ter vervanging van veelal op bedrijfsvoering gerichte prestatie-indicatoren. In de prestatiemeting 2015 zijn deze outcome-gerichte prestatie-indicatoren meegenomen. 2.2 Resultaatgebieden en prestatie-indicatoren De prestatiemeting Wlz 2015 is ingedeeld volgens de hoofddoelen van de Wlz. Binnen genoemde hoofddoelen onderscheidt de NZa de volgende prestatie-indicatoren: − Zorginkoop: − Contracteerbeleid; − Doelmatigheid en kwaliteit zorgaanbod; − Bewaking regiobudget. − Cliënt en zorg (zorg in natura en PGB): − Voorlichting; − Ondersteuning keuzeproces en zorgbemiddeling; − Toekenning PGB; − Bewaking beschikbaarheid; − Bewaking continuïteit zorgverlening. − Zorguitgaven: − Tijdige, juiste en volledige afhandeling declaraties Zorg in natura; − Tijdige, juiste en volledige afhandeling declaraties PGB; − Materiële controles; − Bestrijding zorgfraude. − Organisatie: − Publieke verantwoordingsinformatie over te bereiken doelen Wlz; − Behandeling klachten en bezwaarschriften; − Administratieve organisatie en interne beheersing. 2.3 Weging prestatie-indicatoren In tabel 2.1 is de weging weergegeven die de NZa toekent aan de prestatie-indicatoren in 2015. Tabel 2.1. Weging prestatie-indicatoren 2015 Prestatie-indicator AWBZ Wegingsfactor 2015 Hoofddoel: Zorginkoop 1. Contracteerbeleid 4 2. Doelmatigheid en kwaliteit zorgaanbod 4 3. Bewaking regiobudget 2 Totaal zorginkoop 10 Hoofddoel: Cliënt en zorg (zorg in natura en PGB) 4. Voorlichting 4 5. Ondersteuning keuzeproces en zorgbemiddeling 4 6. Toekenning PGB 3 7. Bewaking beschikbaarheid 3 8. Bewaking continuïteit zorgverlening 3 Totaal Cliënt en zorg (zorg in natura en PGB) 17 Hoofddoel: Zorguitgaven 9. Tijdige, juiste en volledige afhandeling declaraties Zorg in natura 3 10. Tijdige, juiste en volledige afhandeling declaraties PGB 3 11. Materiële controles 4 12. Bestrijding zorgfraude 4 Totaal Zorguitgaven 14 Hoofddoel: Organisatie 13. Publieke verantwoordingsinformatie over te bereiken doelen Wlz 2 14. Behandeling klachten en bezwaarschriften 3 15. Administratieve organisatie en interne beheersing 4 Totaal Organisatie 9 Totaal van de wegingsfactoren 50 Bron: NZa De wegingssystematiek (het verschillend waarderen van de te onderscheiden prestatie-indicatoren) is ten opzichte van voorgaande jaren onder de AWBZ niet gewijzigd. Wel is de onderverdeling in hoofddoelen en prestatie-indicatoren op een geheel nieuwe manier ingedeeld. De vergelijking met voorgaande jaren, heeft daarom geen nut. 2.4 Totaalscore per indicator De NZa kent op basis van de uitkomsten van haar onderzoek aan de prestatie-indicatoren een score toe. De NZa hanteert hierbij het oordeel goed, voldoende of onvoldoende. Het oordeel goed geeft de NZa aan een indicator waarbij de score op 8 of hoger uitkomt. Het oordeel voldoende geeft de NZa bij een score vanaf 5,5 tot 8 punten en het oordeel onvoldoende bij een score lager dan 5,5 punten. De oordelen per indicator worden vertaald in 0, 1 of 2 punten die vervolgens meetellen in de totale prestatiemeting: zie tabel 2.2. Tabel 2.2. Mogelijke scores per prestatie-indicator Oordeel Aantal punten indicator Totaalscore indicator ten behoeve van totaaloordeel Goed 8,0 – 10 2 Voldoende 5,5 – 7,95 1 Onvoldoende 0 – 5,45 0 Bron: NZa 2.5 Totaalscore uitvoering Wlz Door de totaalscore per prestatie-indicator (0, 1 of 2 punten) te vermenigvuldigen met de wegingsfactor en de uitkomst daarvan op te tellen wordt de totaalscore uitvoering Wlz berekend. De wegingsfactoren leveren een totale weging van 50 op, daarom kunnen in totaal maximaal 2 x 50 = 100 punten worden behaald: zie tabel 2.3. Tabel 2.3. Maximale totaalscores per prestatie-indicator Prestatie-indicatoren Wlz 2015 Maximale score per indicator Wegingsfactor Maximale Totaalscore Hoofddoel: Zorginkoop 1. Contracteerbeleid 2 4 8 2. Doelmatigheid en kwaliteit zorgaanbod 2 4 8 3. Bewaking regiobudget 2 2 4 Totaal Zorginkoop 10 20 Hoofddoel: Cliënt en zorg (zorg in natura en PGB) 4. Voorlichting 2 4 8 5. Ondersteuning keuzeproces en zorgbemiddeling 2 4 8 6. Toekenning PGB 2 3 6 7. Bewaking beschikbaarheid 2 3 6 8. Bewaking continuïteit zorgverlening 2 3 6 Totaal Cliënt en zorg (zorg in natura en PGB) 17 34 Hoofddoel: Zorguitgaven 9. Tijdige, juiste en volledige afhandeling declaraties Zorg in natura 2 3 6 10. Tijdige, juiste en volledige afhandeling declaraties PGB 2 3 6 11. Materiële controles 2 4 8 12. Bestrijding zorgfraude 2 4 8 Totaal Zorguitgaven 14 28 Hoofddoel: Organisatie 13. Publieke verantwoordingsinformatie over te bereiken doelen Wlz 2 2 4 14. Behandeling klachten en bezwaarschriften 2 3 6 15. Administratieve organisatie en interne beheersing 2 4 8 Totaal Organisatie 9 18 Totaal van de wegingsfactoren 50 100 Bron: NZa 2.6 Onderzoek 2015 De Wlz-uitvoerders zullen de administratiesystemen, processen en de informatie-uitwisseling met de zorgkantoren moeten aanpassen aan de Wlz. De Wlz-uitvoerders hebben met ingang van 1 januari 2015 nog niet direct alle processen en procedures zo ingericht dat zij kunnen werken volgens de nieuwe taken. De NZa zal hier bij het toezicht op de uitvoering van de Wlz over 2015 rekening mee houden. Daarnaast zal bij het onderzoek naar de prestatie-indicatoren zelf rekening gehouden worden met het feit dat de Wlz-uitvoerders in 2015 met een groot aantal onduidelijkheden en onzekerheden te maken heeft. Van de Wlz-uitvoerders wordt verwacht dat zij eventuele knelpunten signaleren en direct gerichte acties ondernemen met het oogpunt de knelpunten op te lossen. Dit kan het geval zijn als bijvoorbeeld: − verzekerden, cliënten of zorgaanbieders daadwerkelijk een aantoonbaar onacceptabel nadelig effect hebben ondervonden door een onvoldoende uitvoering van taken; − er een substantieel risico is dat in de toekomst verzekerden, cliënten of zorgaanbieders aantoonbaar een nadelig effect kunnen ondervinden door een onvoldoende uitvoering van taken. In welke mate de uitvoering van de Wlz in 2015 door de Wlz-uitvoerders via de systematiek beschreven in dit hoofdstuk strikt worden gemeten, wordt in een later stadium bepaald. De NZa kan ook essentiële uitvoeringsaspecten, die niet expliciet in dit protocol zijn genoemd, bij haar totaaloordeel over een prestatie-indicator betrekken. Dit geldt wanneer de NZa bij haar onderzoek vaststelt dat de Wlz-uitvoerder op een naar haar oordeel essentieel uitvoeringsaspect onvoldoende heeft gepresteerd. Als een essentieel uitvoeringsaspect niet goed is uitgevoerd, kan de NZa daar handhavingsmaatregelen aan verbinden. De uitkomsten van de prestatiemeting resulteren samen met de uitkomsten van het onderzoek naar de rechtmatigheid van uitgaven en ontvangsten van de Wlz-uitvoerders (inclusief beheerskosten) in één rapport per Wlz-uitvoerder. 3 Handhavingsbeleid 2015 3.1 Inleiding Op grond van artikel 16 van de Wmg houdt de NZa toezicht op de rechtmatige en doelmatige uitvoering van de Wlz door de Wlz-uitvoerders. Als Wlz-uitvoerders processen niet op toereikende wijze uitvoeren dan kan de NZa handhavingsmaatregelen nemen om de naleving van regels af te dwingen. Hierbij vormt het NZa-brede handhavingsbeleid het uitgangspunt. Bij handhaving door de NZa is de Wlz-uitvoerder formeel het aanspreekpunt behoudens voor het persoonsgebonden budget en administratie. Op basis van de Wlz is het zorgkantoor hiervoor verantwoordelijk. Ook na een eventuele mandaat- en volmachtverlening voor bepaalde taken door de Wlz-uitvoerder aan zorgkantoren blijft de Wlz-uitvoerder eindverantwoordelijk voor de uitvoering van de Wlz. In dit hoofdstuk wordt het handhavingsbeleid uiteengezet voor het onderzoek naar de uitvoering van de Wlz 2015. De voorbereidingstijd voor de Wlz was kort. De uitvoering van de Wlz is nog niet volledig uitontwikkeld en vindt ook nog in 2015 plaats. Dit heeft ook invloed op de mate waarin de Wlz-uitvoerders en de zorgkantoren de Wlz in 2015 kunnen uitvoeren. De NZa zal hiermee ook bij het bepalen van de inzet van handhavingsmaatregelen rekening houden. Ook als een Wlz-uitvoerder of zorgkantoor in 2015 te maken krijgt met een specifieke overmachtssituatie veroorzaakt door de late vaststelling van de Wlz zal de NZa daarmee rekening houden. 3.2 Handhavingsinstrumenten De NZa heeft op grond van de Wmg de bevoegdheid om formele (handhavings)maatregelen te nemen. Zoals het geven van (voornemens tot) aanwijzingen en het opleggen van een last onder dwangsom of een bestuurlijke boete. Bovendien kan de NZa haar handhavingsmaatregelen openbaar maken. Naast de formele handhavingsinstrumenten uit de Wmg kan de NZa andere interventies inzetten zoals het houden van bijsturende of norm-overdragende gesprekken. Verder kan de NZa de Wlz-uitvoerders verplichten om periodiek en schriftelijk bepaalde (voortgang)informatie aan te leveren. De NZa kan deze interventies bijvoorbeeld inzetten als een Wlz-uitvoerder onvoldoende presteert op een toetsingsaspect dat de NZa vanwege actuele ontwikkelingen van zeer groot belang acht, ongeacht de totaalscore van de Wlz-uitvoerder voor de betreffende prestatie-indicator. Effectiviteit en efficiency zijn leidend bij de vraag welk instrument de NZa aanwendt om normnaleving te bewerkstelligen. Daarbij neemt de NZa haar beleidsregel Handhaving (TH/BR-004) in acht. Met ingang van 1 januari 2015 is de Wlz ingevoerd. De Wlz-uitvoerders moeten hun administratiesystemen en processen aanpassen aan de Wlz. De Wlz-uitvoerders zullen met ingang van 1 januari 2015 nog niet direct alle processen en procedures volgens de eisen van de Wlz ingericht hebben. De NZa zal hier bij het toezicht op de uitvoering van de Wlz over 2015 hiermee rekening houden. In dit kader moet ook het handhavingsbeleid 2015 worden geïnterpreteerd. 3.3 Invulling handhavingsbeleid 2015 Voor de uitvoering van de Wlz in 2015 heeft de NZa het volgende handhavingsbeleid: Goede uitvoering − Als een Wlz-uitvoerder een proces (prestatie-indicator) in 2015 goed heeft uitgevoerd, maar de uitvoering vertoont op onderdelen beperkte tekortkomingen, dan neemt de NZa verbeterpunten op in het individuele rapport van de Wlz-uitvoerder over 2015. Voldoende uitvoering − Als een Wlz-uitvoerder een proces (prestatie-indicator) in 2015 voldoende heeft uitgevoerd, dan neemt de NZa de verbeterpunten op in het individuele rapport van de Wlz-uitvoerder over 2015 en verplicht de Wlz-uitvoerder om de verbeterpunten te realiseren. De Wlz-uitvoerder moet zich in de verantwoordingsinformatie over 2016 expliciet verantwoorden over de opvolging van de verbeterpunten. Als de Wlz-uitvoerder de verbeterpunten niet heeft gerealiseerd dan kan de NZa vervolgstappen nemen. Onvoldoende uitvoering − De NZa zet haar handhavingsinstrumenten in als een Wlz-uitvoerder een proces in 2015 onvoldoende heeft uitgevoerd. De NZa neemt de te realiseren verbeterpunten op in het individuele rapport van de Wlz-uitvoerder over 2015. De NZa geeft de Wlz-uitvoerder de gelegenheid de verbeterpunten vóór een bepaalde datum te realiseren. De Wlz-uitvoerder moet zich zowel in de verantwoordingsinformatie over 2016, als uiterlijk op de door de NZa genoemde datum expliciet aan de NZa verantwoorden over de opvolging van de verbeterpunten. Als de Wlz-uitvoerder de verbeterpunten op de betreffende datum niet heeft gerealiseerd, en de NZa het proces niet als voldoende of goed beoordeelt dan neemt de NZa vervolgstappen. De NZa kan te allen tijde haar bestaande formele en informele handhavingsbevoegdheden inzetten, als daar volgens haar aanleiding toe bestaat. Hiervan is bijvoorbeeld sprake als een Wlz-uitvoerder een specifiek uitvoeringsaspect niet voldoende uitvoert. 4 Uitwerking normenkader 2015 4.1 Inleiding In dit hoofdstuk heeft de NZa het normenkader voor de beoordeling van het functioneren van de Wlz-uitvoerders in 2015 in detail opgenomen. Per prestatie-indicator (verder aangeduid als PI) zijn de daarbij behorende toetsingsaspecten en de normeringen vermeld. 4.2 PI 1: Contracteerbeleid Toetsingsaspect en normering Punten 2015 A. Elementen die in het contracteer- en inkoopbeleid van de Wlz-uitvoerder minimaal moeten zijn opgenomen (was PI 4 B) 2 De NZa hecht waarde aan een eenduidig contracteer- en inkoopbeleid van de Wlz-uitvoerders. De NZa ontleent de aanknopingspunten hiervoor aan het document Zorginkoop langdurige zorg jaar t van ZN. Norm: Het contracteer- en inkoopbeleid jaar t+1 van de Wlz-uitvoerder beschrijft tenminste: a. Gewenste veranderingen in aard, omvang, kwaliteit en spreiding van het zorgaanbod, mede op basis van demografische ontwikkelingen, wachtlijstgegevens, en ontwikkelingen in wet- en regelgeving. Hij besteedt hierbij ook aandacht aan de regionale ontwikkelingen. De Wlz-uitvoerder betrekt hierbij overheidsmaatregelen, voor zover die bij de formulering van het contracteer- en inkoopbeleid bekend zijn. b. De belangrijkste uitgangspunten van de Wlz-uitvoerder, aansluitend op de inkoopthema’s, genoemd in het document Zorginkoop langdurige zorg van ZN jaar t. c. Gevolgen/sancties voor de gecontracteerde zorgaanbieder bij het (gedeeltelijk) niet nakomen van het contract. De Wlz-uitvoerder ontwikkelt hiertoe een eenduidig beleid en is transparant over de gevolgen/sancties die hij aan zorgaanbieders oplegt. B. De Wlz-uitvoerder voert een transparant, non discriminatoir en toetsbaar contracteer- en inkoopbeleid waarin gelijkwaardige zorgaanbieders op gelijke manier worden behandeld (was PI 4 D) 3 B.1 Wlz-uitvoerders moeten zorgaanbieders die vergelijkbare producten aanbieden, op een gelijke, objectieve manier behandelen bij het aangaan van een overeenkomst en een productieafspraak. Norm: De Wlz-uitvoerder beschikt over documentatie waaruit blijkt dat de Wlz-uitvoerder per zorgaanbieder de mate heeft getoetst waarin deze zorgaanbieder aan de eenduidig geformuleerde inkoopvoorwaarden heeft voldaan en hoe zwaar de Wlz-uitvoerder dit heeft meegewogen. Ook moet duidelijk blijken de conclusie die de Wlz-uitvoerder hieraan heeft verbonden, bijvoorbeeld voor de prijs van de in te kopen zorg of voor het gecontracteerde volume. B.2 De Wlz-uitvoerder moet de procedure voor het contracteerproces en het contracteerbeleid tijdig openbaar maken. Het betreft de inkoopdocumenten waarin de diverse stappen van het contracteerproces zijn opgenomen, de daarbij behorende tijdsplanning, en een toelichting op de gehanteerde contracteercriteria. Wil elke toegelaten zorgaanbieder de kans krijgen een offerte in te dienen, moet hij de procedure voor het contracteerproces en het contracteerbeleid kunnen raadplegen, in ieder geval op de website. Dat geldt ook bij latere aanpassingen of aanvullingen op het contracteerbeleid. Norm: De Wlz-uitvoerder heeft de procedure voor het contracteerproces en het contracteerbeleid jaar t+1 uiterlijk 1 juli jaar t op zijn website gepubliceerd. B.3 De eisen van de NZa aan het contracteerproces Wlz zijn opgenomen in de Regeling Transparantie Contracteerproces Wlz (CA/NR-1552). Norm: a. Een Wlz-uitvoerder maakt aan de zorgaanbieders met wie een overeenkomst is gesloten voorafgaand aan de indiening van de tariefaanvragen de som bekend van de in de zorgkantoorregio overeengekomen budgetten. b. Een Wlz-uitvoerder maakt voorafgaand aan de onderhandelingen over een overeenkomst bekend volgens welke modellen hij aan zorgaanbieders overeenkomsten aanbiedt. C. De Wlz-uitvoerder sluit overeenkomsten met tot de Wlz toegelaten zorgaanbieders die voldoen aan de algemene geschiktheidseisen (was PI 4 C) 2 Volgens het document Zorginkoop langdurige zorg van ZN hanteren Wlz-uitvoerders voor nieuwe zorgaanbieders een uniform toetsingskader voor de gunningsvereisten. De overige inkoopcriteria worden echter naar nieuwe zorgaanbieders soms afwijkend toegepast. Aan de ene kant krijgen nieuwe zorgaanbieders soms een uitlooptijd om voor het eerst aan de voorwaarden te kunnen voldoen. Aan de andere kant wordt van zorgaanbieders een extra inspanning gevraagd, bijvoorbeeld het aanleveren van een ondernemingsplan en het aantonen van de meerwaarde in de regio. Van belang is dat afwijkende voorwaarden voor nieuwe zorgaanbieders duidelijk in het inkoopbeleid worden aangegeven. Norm: De Wlz-uitvoerder heeft in zijn contracteerbeleid duidelijk aangegeven: a. Dat hij zich conformeert aan het uniforme toetsingskader voor nieuwe zorgaanbieders/nieuwe producten. b. Welke voorwaarden en criteria hij bij nieuwe zorgaanbieders/nieuwe producten Modulair Pakket Thuis(MPT) in afwijking van of in aanvulling op het uniforme toetsingskader toepast. c. Welke financiële ruimte beschikbaar is voor nieuwe zorgaanbieders/nieuwe producten MPT die voldoen aan de door hem vastgestelde kwaliteitseisen en naar zijn mening toegevoegde waarde hebben. D. Versterking van de eigen regie en participatie van de cliënt (was PI 6 B) 1 Het document Zorginkoop langdurige zorg van ZN benoemt het versterken van eigen regie en participatie van de cliënt als thema. Wlz-uitvoerders kunnen hier op voorsorteren. Zij kunnen dit bijvoorbeeld doen via de ondersteuning van mantelzorg, de toepassing van technologie of de inzet van ervaringsdeskundigen. Norm: De Wlz-uitvoerder stimuleert in zijn inkoopbeleid de zelfredzaamheid van cliënten. E. Aandacht voor de wensen van de cliënt (was PI 1 E) 2 Cliënten of diens vertegenwoordigers kunnen als ervaringsdeskundigen aangeven waarmee de Wlz-uitvoerder in zijn (inkoop)beleid rekening moet houden. De Wlz-uitvoerder moet daarom in de voorbereiding en verantwoording van zijn (inkoop)beleid een plaats inruimen voor aandachtspunten en prioriteiten van de cliënten. De Wlz-uitvoerder beschrijft welke onderwerpen door cliënten zijn aangereikt en toont aan hoe adviezen van cliënten worden opgevolgd, hetzij in beleid, hetzij in ad-hoc vervolgacties (gesprek, controle). Norm: De Wlz-uitvoerder heeft aandacht voor de positie van de cliënt: − Stelt vast of de zorgaanbieder overlegt met een representatieve vertegenwoordiging van cliënten (cliëntenorganisaties/cliëntenraden) over kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van zorg en maakt hiervan verslag en verwerkt de resultaten hiervan aantoonbaar in het (inkoop)beleid, en/of waar nodig in eisen; − Zorgt voor voldoende diversiteit (religie, afkomst, seksuele geaardheid) van zorgaanbod. Totaal aantal punten 10 4.3 PI 2: Doelmatigheid en kwaliteit zorgaanbod Toetsingsaspect en normering Punten 2015 A. Doelmatig inkopen van zorg (was PI 5 C) 2,5 Wlz-uitvoerders worden geacht doelmatige zorg in te kopen. Uit het verdiepend onderzoek over doelmatigheid bij de prestatiemeting AWBZ 2013 blijkt dat Wlz-uitvoerders al op vele manieren via hun zorginkoop de doelmatige zorglevering bevorderen. Aangrijpingspunten die zij daarbij hanteren zijn: 1. Sturen op passende, integrale zorg in afstemming met andere vormen van zorg en ondersteuning: − Zorginkoop die aansluit bij de behoefte aan zorg en ondersteuning in de regio; − Actieve rol in het creëren van structuren en netwerken voor integrale zorgverlening en ondersteuning, ten behoeve van betere zorg en het voorkomen van onnodige kosten voor de Wlz; − Op cliëntniveau waarborgen dat de zorg passend en effectief is (antwoord op de echte zorgbehoefte, niet te veel en niet te weinig). 2. Sturen op prijs/kwaliteitverhouding Wlz-zorg: − Tarief varieert met gedefinieerde kwaliteitsniveaus en/of resultaat voor de cliënt. 3. Sturen op kosten per regio: − Inkoop zorg bij zorgaanbieders die de betreffende zorg het meest doelmatig kunnen leveren (bij initiële afspraak en herschikking); − Begrenzen van de uitgaven in de regio (via volume, prijs of budget). 4. Sturen op kosten per cliënt: − Grens stellen aan het (gemiddeld) gebruik van zorg (zorgzwaarte, duur gebruik) en/of prijs per eenheid (tarief, ZZP-mix, et cetera); − Verkleinen praktijkvariatie op kosten per cliënt / prestatie bij vergelijkbare zorgaanbieders. Norm: a. De Wlz-uitvoerder waarborgt via de zorginkoop dat de zorg aan cliënten passend en effectief is. Hij kan onderbouwen dat zijn activiteiten voor het bevorderen van structuren en netwerken voor integrale zorgverlening en ondersteuning leiden tot betere zorg en onnodige kosten voor de Wlz voorkomen. b. De Wlz-uitvoerder stuurt vanuit het oogpunt van doelmatige zorginkoop aantoonbaar op de prijs/kwaliteitverhouding van de Wlz-zorg door individuele zorgaanbieder. De Wlz-uitvoerder kan hierbij cliënttevredenheid en cliëntvoorkeuren meenemen in zijn kwaliteitsbegrip. c. De Wlz-uitvoerder stuurt aantoonbaar op de kosten per regio en de kosten per cliënt en waarborgt dat dit geen afbreuk doet aan de kwaliteit van de geleverde zorg. B. Kwaliteitsborging Verpleging en Verzorging (V&V) (was PI 6 C) 2,5 De Wlz-uitvoerder bevordert de kwaliteit van Wlz-zorg bij alle gecontracteerde zorgaanbieders V&V. Norm: De Wlz-uitvoerder: a. Beoordeelt bij de zorgaanbieders V&V het kwaliteitssysteem op basis van de uitkomsten jaar t-2 / jaar t-1 van cliëntervaringen uit de CQ-index. De Wlz-uitvoerder benoemt dit in zijn zorginkoopbeleid jaar t+1 en maakt de uitkomsten tenminste onderwerp van overleg met de zorgaanbieder. b. Stelt eisen aan de tijdige aanlevering van gegevens over cliëntervaringen door de intramurale zorgaanbieder V&V en aan de publicatie van de uitkomsten door de zorgaanbieder. c. Monitort via het opvragen van verbeterplannen in jaar t de verbetertrajecten jaar t van de zorgaanbieder – uit te voeren in samenspraak met de cliëntenraad – indien de uitkomsten van cliënttevredenheid of zorginhoudelijke kwaliteit tot die verbetertrajecten aanleiding gaven. De Wz-uitvoerder maakt de uitkomsten tenminste onderwerp van overleg met de zorgaanbieder. d. Monitort in jaar t de kwaliteit van gecontracteerde Wlz-zorg ook via de rapportages van IGZ-inspecties en onderneemt, afhankelijk van de bevindingen in de IGZ-rapportages, vervolgacties. C. Kwaliteitsborging Gehandicaptenzorg (GHZ) (was PI 6 D) 2,5 De Wlz-uitvoerder bevordert de kwaliteit van Wlz-zorg bij alle gecontracteerde zorgaanbieders GHZ op basis van het landelijke kwaliteitskader GHZ. Norm: De Wlz-uitvoerder: a. Beoordeelt de zorgaanbieder conform het landelijk kwaliteitskader GHZ op basis van de uitkomsten jaar t-1. De Wlz-uitvoerder benoemt dit in zijn inkoopbeleid jaar t+1: − de kwaliteit op organisatieniveau op basis van de uitkomsten van de kerngegevens van pijler 1, de meting en de publicatie; − de kwaliteit op cliëntniveau op basis van de uitkomsten van de kerngegevens voor zorg met verblijf of behandeling groep, conform pijler 2A, de meting en de publicatie; − de inzet door de zorgaanbieder van een cliëntervaringsinstrument uit de waaier van pijler 2B. De Wlz-uitvoerder maakt de uitkomsten tenminste onderwerp van overleg met de zorgaanbieder. b. Stelt eisen aan de tijdige aanlevering van gegevens over cliëntervaringen door de zorgaanbieder GHZ, en aan de publicatie van de uitkomsten door de zorgaanbieder. c. Monitort via het opvragen van verbeterplannen in jaar t de verbetertrajecten jaar t van de zorgaanbieder – uit te voeren in samenspraak met de cliëntenraad – indien de uitkomsten van de kwaliteitsmeting tot die verbetertrajecten aanleiding gaven. De Wlz-uitvoerder maakt de uitkomsten tenminste onderwerp van overleg met de zorgaanbieder. d. Monitort in jaar t de kwaliteit van gecontracteerde Wlz-zorg ook via de rapportages van IGZ-inspecties en onderneemt, afhankelijk van de bevindingen in de IGZ-rapportages, vervolgacties. D. Innovatie van zorgaanbod (was PI 6 E) 2,5 Door innovatie kan onder meer de arbeidsproductiviteit in de zorg worden verhoogd en de zelfredzaamheid en eigen regie van de cliënt verbeterd. Innovatieve concepten kunnen bijvoorbeeld inhouden: − verbetering van zorg- en ondersteuning door bijvoorbeeld toepassing van integrale zorg of een hoger deskundigheidsniveau; − nieuwe technologie of verbeterde toepassing hiervan, bijvoorbeeld beeldcommunicatie, terugdringing van sleutelproblematiek, medicatiebegeleiding op afstand, sensorenmonitoring; − implementatie van best practices die zich elders hebben bewezen. Norm: De Wlz-uitvoerder: a. Stimuleert en ondersteunt in zijn zorginkoop jaar t+1 innovaties door toepassing hiervan te belonen of door innovatieve zorg gericht in te kopen. b. Hanteert hierbij de voorwaarden voor innovaties uit de meest recente Uniforme inkoopcriteria van ZN betreffende de samenwerking met een kennisinstituut, het plan van aanpak en de intercollegiale werkbezoeken. Totaal aantal punten 10 4.4 PI 3: Bewaking regiobudget Toetsingsaspect en normering Punten 2015 A. Het maken van afspraken binnen de contracteerruimte (was PI 5 A) 5 Wlz-uitvoerders moeten binnen de contracteerruimte blijven. Overschrijding van de contracteerruimte bij de productieafspraken leidt in principe tot een evenredige korting op de budgetten van alle zorgaanbieders. Wél kunnen door VWS extra middelen ter beschikking worden gesteld in het kader van de knelpuntenprocedure. VWS zal hiertoe slechts overgaan als het knelpunt onverkort gerelateerd is aan de invulling van de wettelijke aanspraken van cliënten, goed onderbouwd is en de Wlz-uitvoerder al het mogelijke heeft gedaan om de wachtlijsten en wachttijden binnen de aanvaardbare grenzen te houden. Norm: a. De ingediende herschikkingsafspraken jaar t op 1 november jaar t hebben niet geleid tot overschrijdingen van de reguliere contracteerruimte, waarbij kortingen noodzakelijk bleken. En b. De Wlz-uitvoerder heeft de aanvragen eerste ronde jaar t+1 en de herschikkingsafspraken jaar t vóór 1 november jaar t bij de NZa ingediend, zodat de NZa zich tijdig een beeld kan vormen van de besteding van de contracteerruimte zowel van jaar t als jaar t+1. En c. De Wlz-uitvoerder informeert de zorgaanbieders minimaal elk kwartaal over de benutting van het budgettair kader en de mogelijkheden tot herschikking binnen de regio. B. Het maken van afspraken binnen het financiële kader PGB (nieuw) 5 De Wlz-uitvoerders monitoren de benutting van het PGB-kader in de voor hun aangewezen regio’s en mogen het subsidieplafond niet overschrijden. Wlz-uitvoerders geven geen beschikkingen af waarmee het financieel kader wordt overschreden. Norm: a. Wlz-uitvoerders dienen maandelijks voor de 15e van de opvolgende maand het format informatie uitvraag PGB en hulpmiddelen in bij de NZa. En b. De informatie uitvraag PGB en hulpmiddelen wordt correct ingevuld en een afwijking van de cijfers met meer dan 10% ten opzichte van de voorgaande maanden wordt toegelicht. En c. Het totaal van de afgegeven PGB-beschikkingen per regio overschrijdt het beschikbaar gestelde PGB-subsidieplafond niet. Totaal aantal punten 10 4.5 PI 4: Voorlichting Toetsingsaspect en normering Punten 2015 A. Het beschikbaar stellen van publieksinformatie aan cliënten en andere belanghebbenden in de regio over hoe het werkt in de Wlz (was PI 1 B) 3 De Wlz-uitvoerder stelt aan voorzieningen van eerstelijnszorg, het CIZ, op het eigen kantoor en op zijn website informatie beschikbaar die de cliënt kan raadplegen over hoe het werkt in de Wlz. Beoordeeld wordt de situatie begin jaar t+1. Norm: a. De Wlz-uitvoerder verstrekt een informatieve folder over de Wlz en de Wlz-uitvoerder op actieve wijze aan nieuwe cliënten, voorzieningen van eerstelijnszorg en cliëntenorganisaties. Dit blijkt bijvoorbeeld uit een verzendlijst van de publieksfolder. b. De website van de Wlz-uitvoerder bevat informatie over de leveringsvormen van zorg in natura (Modulair Pakket Thuis – MPT, Volledig Pakket Thuis – VPT en Zorg met verblijf), het PGB, de verschillen tussen de verschillende leveringsvormen zorg in natura en PGB. Verder geeft de website informatie over de zorg, waarop de verzekerde recht heeft. c. De website van de Wlz-uitvoerder geeft informatie over de verplichtingen van de cliënt bij elk van de leveringsvormen en de eigen bijdrage Wlz. De website van de Wlz-uitvoerder bevat informatie over de wijze waarop de verzekerde een indicatie kan verkrijgen. De Wlz-uitvoerder: − vermeldt de formele indicatieprocedure via het CIZ; − vermeldt de crisisregeling; − besteedt hierbij aandacht aan de mogelijk rol van huisartsen, ziekenhuizen (transferverpleegkundigen) en de voorkeurszorgaanbieder; − vermeldt de organisaties die kwetsbare cliënten kunnen helpen; − verwijst de cliënt voor de indicatieverkrijging door naar de cliëntondersteuning onder de Wmo en de Jeugdwet, d. De website van de Wlz-uitvoerder bevat informatie over verhuiskosten bij een gedwongen verhuizing en/of sluiting van de woongelegenheid/instelling en welke kosten hierbij gedragen worden door de zorgaanbieder. e. De website van de Wlz-uitvoerder verwijst naar de websites van andere relevante organisaties (zoals CIZ, CAK, Per Saldo, Mee, Zorgbelang). f. De website is actueel. B. Het op de website beschikbaar stellen van algemene publieksinformatie over het zorgaanbod (was PI 1 A) 3 De Wlz-uitvoerder moet belanghebbenden – gemeenten, zorgverzekeraars en verzekerden – goed en tijdig informeren over het gecontracteerde zorgaanbod in de regio. Zorgverzekeraars en gemeenten kunnen zich een beeld vormen van het zorgaanbod en de samenhang met de uitvoering van de eigen taken rond de Zvw en de Wmo. Verzekerden kunnen op basis van de informatie een afgewogen keuze maken voor een zorgaanbieder. De Wlz-uitvoerder moet de belanghebbenden op actieve wijze informeren, dus zonder dat hier een specifieke vraag aan vooraf gaat. De Wlz-uitvoerder stelt hiertoe informatie beschikbaar op de website die de belanghebbende kan raadplegen. Beoordeeld wordt de situatie begin jaar t+1. Norm: a. De Wlz-uitvoerder stelt informatie op de website beschikbaar die de belanghebbende kan raadplegen over de gecontracteerde zorgaanbieders per zorgkantoorregio, hun locaties, hun doelgroepen en hun zorgaanbod: afgesproken prestaties en leveringsvormen. De verstrekte informatie is actueel. b. De Wlz-uitvoerder stelt informatie op de website beschikbaar die de belanghebbende kan raadplegen met meer specifieke gegevens van – nagenoeg – alle individuele gecontracteerde zorgaanbieders over: − de kwaliteit van de Wlz-zorg zoals kerngegevens over zorgaanbieders van kwaliteitscertificering en zo mogelijk uitkomsten van cliënttevredenheidsonderzoek en zorginhoudelijke kwaliteit. − zogenoemde etalage-informatie zoals de aanwezigheid van eenpersoonskamers, beleid over ontruimen na overlijden, geloofsovertuiging, mogelijkheid tot het houden van huisdieren, bereikbaarheid openbaar vervoer. De verstrekte informatie wordt periodiek geactualiseerd. c. De Wlz-uitvoerder publiceert op de website informatie over de wachttijden bij de gecontracteerde zorgaanbieders. De verstrekte informatie wordt tenminste elk kwartaal geactualiseerd. d. De Wlz-uitvoerder creëert een werkbare zoekfunctie op grondslag en op zorglocatie. C. Het op de website beschikbaar stellen van algemene publieksinformatie over PGB (was PI 2) 2 Het is belangrijk dat de potentiële budgethouder voorafgaande aan de keuze tussen ZIN of een PGB op de hoogte is van wat een PGB is en wat dat voor hem betekent. De Wlz-uitvoerders kunnen hun verzekerden daarbij helpen met actuele informatie op hun website en in een folder. Hierbij kan ook gebruik gemaakt worden van de kennis en ervaring van PGB belangenvereniging Per Saldo. Norm: a. De Wlz-uitvoerder verstrekt actuele informatie voor PGB geïnteresseerden over: − het verschil tussen ZIN én PGB, hoe zorg in te kopen, de criteria waaraan een aanvrager bij voorkeur moet voldoen; − een koppeling naar de website van Per Saldo, onder verwijzing naar de informatie over de PGB zelftest, de PGB hulpgids en het invullen van een budgetplan; − de consequenties voor de budgethouder bij eventuele fraude; − de rol van de SVB bij de uitvoering van het PGB. b. De Wlz-uitvoerder heeft de potentiële PGB-houder op de website en in de folder gewezen op de mogelijkheid om te kiezen voor zorg in natura in plaats van PGB en omgekeerd. D. Bijbetalingen (was PI 1 C) 2 Informatie zorgaanbieders over bijbetalingen voor verstrekkingen. De NZa vindt het noodzakelijk dat de Wlz-uitvoerder hierover van zorginstellingen transparantie verlangt voor de cliënten en belangstellenden. Bijbetalingen voor voorzieningen die buiten de verstrekking vallen kunnen uiteindelijk ook gevolgen hebben voor de toegankelijkheid van de Wlz-zorg zelf. Dat laatste komt vooral in beeld als het gebruikelijke basisdiensten betreft die in aanvulling op de Wlz-basiszorg worden afgenomen. Het betreft bijvoorbeeld de tv- of telefoonaansluiting, wassen en strijken van kleding, voedingsmiddelen en disposables, die naar de mening van de zorgaanbieder buiten de aanspraken vallen. Norm: a. De Wlz-uitvoerder vraagt in de overeenkomst voor jaar t + 1 met de zorgaanbieder dat deze: − de cliënten vooraf, in ieder geval op zijn website, op de hoogte stelt van alle diensten die hij aan de cliënt separaat in rekening brengt, en de tarieven die hij hiervoor hanteert; − de cliënt niet tot de afname van deze diensten verplicht is; − geen eigen betalingen voor Wlz-zorg hanteert; − de aanvullende diensten en de bijbetalingen overlegt met de cliëntenraad. b. De Wlz-uitvoerder geeft in zijn inkoopbeleid jaar t +1 duidelijk aan hoe hij de betrokkenheid van de cliëntenraad en de informatie op de website van de zorgaanbieder monitort. c. De Wlz-uitvoerder neemt in jaar t zo nodig actie bij signalen van de cliënten en eigen bevindingen dat de zorgaanbieder in strijd handelt met a en legt dit aantoonbaar vast. Totaal aantal punten 10 4.6 PI 5: Ondersteuning keuzeproces en zorgbemiddeling Toetsingsaspect en normering Punten 2015 A. Aanspreekpunt voor Wlz-verzekerden, zorgaanbieders en gemeenten in de zorgregio (was PI 1 E) 2 Telefonische bereikbaarheid. Wlz-uitvoerders hebben hiervoor landelijk outcome-indicatoren ontwikkeld. Deze worden toegelicht in het Model Uitvoeringsverslag en financiële verantwoording. De Wlz-uitvoerder wordt getoetst op de volgende uitkomsten: Norm: a. Telefonische bereikbaarheid: een voldoende percentage opgenomen gesprekken als deel van het totaal aantal binnengekomen gesprekken. b. Service level: een voldoende percentage gesprekken dat binnen 30 seconden wordt opgenomen als deel van het totaal aantal binnengekomen gesprekken. De gehanteerde wachttijd betreft het aantal seconden tussen het tot stand komen van de verbinding en het starten van het gesprek. B. Contractering van onafhankelijke cliëntondersteuning (nieuw) 3 Art. 4.2.1 van de Wlz verlangt van de Wlz-uitvoerder, dat hij ervoor zorgt dat voor de verzekerde cliëntondersteuning beschikbaar is, waarop de verzekerde, al dan niet met behulp van zijn vertegenwoordiger of mantelzorger, een beroep kan doen. Op basis van art. 1.1.1 van de Wlz betreft cliëntondersteuning hier: onafhankelijke ondersteuning met informatie, advies, algemene ondersteuning en zorgbemiddeling die bijdraagt aan het tot gelding brengen van het recht op zorg in samenhang met dienstverlening op andere gebieden. De Handreiking onafhankelijke cliëntondersteuning van ZN stelt dat de cliënt de onafhankelijke cliëntondersteuner kan inschakelen bij: − het opstellen van een persoonlijk plan bij een aanvraag voor PGB, VPT of MPT; − het opstellen van het zorgplan en de zorgplanbespreking; − bemiddeling indien de cliënt niet tevreden is met de zorg; − zorgbemiddeling in de zin van informatie en advies over de verschillende leveringsvormen en over passende zorgaanbieders. De Wlz-uitvoerder contracteert hiertoe onafhankelijke cliëntondersteuning. Hij houdt zich hierbij aan de landelijk uniforme uitgangspunten en eisen van de Handreiking onafhankelijke cliëntondersteuning en de uniforme raamovereenkomst van ZN. Norm: De Wlz-uitvoerder: a. stelt informatie op de website beschikbaar die de belanghebbende kan raadplegen over de inhoud van onafhankelijke cliëntondersteuning, de mogelijkheden en de voorwaarden. b. contracteert slechts organisaties die: - geen zorg of ondersteuning bieden die onderdeel uitmaakt van of voortvloeit uit de Wlz-indicatie en daarmee dient te worden geboden door de zorgaanbieder; - geen belang hebben bij Wlz-uitvoerder of zorgaanbieder. c. stelt aan de onafhankelijke cliëntondersteuning kwaliteitseisen voor: - kennis van de doelgroep, regio, Wlz-procedures; - professionaliteit en integriteit; - bereikbaarheid vijf dagen per week tijdens kantooruren, en respons op aanvraag ondersteuning binnen twee werkdagen. d. contracteert per zorgkantoorregio tenminste twee onafhankelijke organisaties voor cliëntondersteuning. e. vraagt van de gecontracteerde organisaties verantwoordingsinformatie op conform paragraaf 2.4 van de Handreiking onafhankelijke cliëntondersteuning van ZN. C. Zorgbemiddeling door Wlz-uitvoerder (nieuw) 3 Artikel 4.3.1 van het Blz stelt expliciet dat de Wlz-uitvoerder de volgende activiteiten ex art. 4.2.1 Wlz zelf uitvoert, en middellijk noch onmiddellijk uitbesteedt aan een zorgaanbieder: − informeren van de verzekerde over de keuzemogelijkheid tussen de verschillende leveringsvormen, en de voorwaarden; − aan de cliënt die kiest voor zorg in natura zelf de keuze laten tussen alle geschikte gecontracteerde zorgaanbieders; − de verzekerde desgewenst bemiddelen naar een geschikte, gecontracteerde aanbieder. Norm: De Wlz-uitvoerder: a. adviseert over geschikt gecontracteerd zorgaanbod in het jaar t+1 rechtstreeks elke nieuw geïndiceerde of her-indiceerde cliënt: - die gekozen heeft voor zorg in natura thuis; - die gekozen heeft voor intramurale zorg en daarbij geen voorkeursaanbieder heeft aangegeven. c. verlangt van de voorkeursaanbieder in het jaar t+1 dat deze, indien hij de gewenste leveringsvorm of prestatie, dan wel de gevraagde overbruggingszorg niet zelf kan leveren: - de Wlz-uitvoerder hierover zo spoedig mogelijk inlicht; - de cliënt wijst op de mogelijkheid voor verdere zorgbemiddeling door de Wlz-uitvoerder. Onderdeel a is niet van toepassing als de cliënt gebruik maakt van door de Wlz-uitvoerder gecontracteerde onafhankelijke zorgbemiddeling. D. Beoordeling doelmatigheid leveringsvorm door Wlz-uitvoerder (nieuw) 2 Art. 3.3.2 van de Wlz verlangt dat de Wlz-uitvoerder een MPT en een VPT zelf beoordeelt op doelmatigheid. Op basis van dit oordeel neemt de Wlz-uitvoerder zowel een expliciet besluit over de toekenning of afwijzing van de aanvraag van het VPT en het MPT, als over een eventuele intrekking van het VPT en MPT. De Wlz-uitvoerder beoordeelt voor zorg in natura thuis of naar zijn mening: − het VPT verantwoord en doelmatig aan de verzekerde thuis kan worden verleend; − het MPT in de door de verzekerde gewenste samenstelling verantwoorde en doelmatige verlening van de geïndiceerde zorg mogelijk maakt; − de totale kosten van het MPT en een eventueel additioneel PGB niet hoger zijn dan het PGB dat de verzekerde zou worden verleend indien hij geen MPT zou ontvangen. Norm: De Wlz-uitvoerder: − neemt een expliciet besluit over elke toekenning of intrekking van een MPT en een VPT op basis van zijn oordeel of de zorg thuis verantwoord en doelmatig kan worden verleend en stelt de verzekerde hiervan in kennis; − overlegt alvorens een besluit te nemen over de toekenning of intrekking van een MPT met de aanvrager / houder van een MPT over de samenstelling van het MPT; − biedt, alvorens een besluit te nemen over de toekenning van een MPT, de aanvrager de gelegenheid om gedurende zeven dagen na de aanvraag een persoonlijk plan over de samenstelling van het MPT aan te leveren. De Wlz-uitvoerder betrekt dit in het overleg met de MPT-aanvrager; − Beoordeelt of de totale kosten van het MPT en een eventueel additioneel PGB niet hoger zijn dan het PGB dat de verzekerde zou worden verleend indien hij geen MPT zou ontvangen. In de beoordeling van het eerste gedachtestreepje betrekt de NZa voor het overgangsjaar 2015: 1) de praktijk waarbij op basis van informatie van de zorgaanbieder kan worden beoordeelt of zorg thuis verantwoord is; 2) veldnormen voor doelmatigheid in 2015 in afwachting van landelijke kaders. Totaal aantal punten 10 4.7 PI 6: Toekenning PGB Toetsingsaspect en normering Punten 2015 A. Cliëntgerichte en cliëntvriendelijke informatieverstrekking (was PI 2 A) 5,5 A.1 De zorgkantoren dragen zorg dat de potentiële budgethouder op de hoogte is van de rechten en plichten die bij een PGB behoren. Hierbij maakt het zorgkantoor gebruik van het door het Zorginstituut opgestelde stappenplan. Daarnaast zorgt het zorgkantoor dat de benodigde informatie toegankelijk is via de website. Ook geeft het zorgkantoor de budgethouder informatie over het PGB tijdens het bewust keuzegesprek. Het zorgkantoor verhoogt het bewustzijn van de budgethouder over de verantwoordelijkheden bij fraude en het signaleren hiervan. Norm: De zorgkantoren moeten hun cliënten informeren aan de hand van: − het door het Zorginstituut opgestelde stappenplan; − informatie die beschikbaar gesteld wordt op de website (vooral de rechten en plichten van de budgethouder en verantwoordelijkheden fraude); − het bewust keuzegesprek. A.2 t/m A.5 De zorgkantoren moeten op cliëntvriendelijke wijze uitvoering geven aan het PGB-proces. De zorgkantoren voeren een onderzoek uit onder PGB-houders. Dit laten zij periodiek doen door een onafhankelijk onderzoeksbureau. In de vragenlijst worden vragen gesteld over alle contactmomenten met de cliënt (website, telefoon, brieven, beschikkingen, bewust keuzegesprek, huisbezoek et cetera). Op deze manier kan de cliënt een oordeel geven over elk communicatie item. Deze outcome-indicator wordt toegelicht in het Model Uitvoeringsverslag en financiële verantwoording. Norm: De volgende werkzaamheden van de zorgkantoren worden getoetst en door de NZa vertaald naar een score: A.2: Adequate afwikkeling administratieve processen: − Bewust keuzegesprek: score kwaliteitsschaal; − Beschikking(en): score kwaliteitsschaal; − Huisbezoek: score kwaliteitsschaal; − Terugvorderen bij onrechtmatig besteden: score kwaliteitsschaal. A.3: Adequate informatievoorziening en bereikbaarheid: − Informatievoorziening PGB: score kwaliteitsschaal; − Bereikbaarheid zorgkantoor: score kwaliteitsschaal. A.4: Adequate kwaliteit medewerkers zorgkantoor: − Bejegening: score kwaliteitsschaal; − Deskundigheid medewerkers: score kwaliteitsschaal. A.5: Goed oordeel cliënten: − Oordeel dienstverlening: rapportcijfer; − Oordeel uitvoering PGB: rapportcijfer. B. Faciliteren van budgethouders bij verzilveren recht op zorg: doorlooptijden (was PI 2 B) 2 Onderdeel van een cliëntvriendelijke uitvoering is het tijdig inplannen en uitvoeren van een bewust keuzegesprek. Deze indicator meet de periode tussen het eerste contact tussen zorgkantoor en de budgethouder en het bewust keuzegesprek voor alle cliënten. Cliënten worden gemonitord tot aan het moment waarop zij het proces verlaten. Om dit te monitoren registreren en meten de zorgkantoren de volgende stappen: Stap 1 – datum binnenkomst indicatie tot datum eerste contact tussen zorgkantoor en cliënt; Stap 2a – datum eerste contact tussen zorgkantoor en cliënt tot datum opvragen van ontbrekende gegevens; Stap 2b – datum opvragen van ontbrekende gegevens tot datum bewuste-keuzegesprek; Stap 3 – datum bewust keuzegesprek tot datum waarop het zorgkantoor over het complete dossier beschikken; Stap 4 – datum complete dossier (afronding proces PGB toekenning) tot datum verzending toekenningsbeschikking. Voor de prestatiemeting van het zorgkantoor worden stappen 1, 2 en 4 in aanmerking genomen. Verder wordt deze outcome-indicator toegelicht in het Model Uitvoeringsverslag en financiële verantwoording. Norm: − Zo kort mogelijke doorlooptijd in dagen tussen datum binnenkomst indicatie en het eerste contact met cliënt. En − Zo kort mogelijke doorlooptijd in dagen tussen datum eerste contact tussen zorgkantoor en cliënt tot datum bewust keuzegesprek. En − Zo kortmogelijke doorlooptijd in dagen tussen de datum waarop het dossier compleet is ingeleverd door cliënt en de datum verzending toekenningsbeschikking PGB. Er wordt gemeten en verantwoord in kalenderdagen. Redenen van langere doorlooptijden moeten adequaat worden vastgelegd door het zorgkantoor. C. Uitvoering en vastlegging van bewuste-keuzegesprekken (nieuw) 2,5 C.1 Het zorgkantoor hanteert bij deze gesprekken het Uitvoeringsprotocol Persoonsgebonden Budget Wlz 2015 van ZN. Met alle zorgconsumenten die een indicatie hebben en voor de levering van zorg een voorkeur voor PGB hebben, voert het zorgkantoor een bewuste-keuzegesprek. Hierbij stelt het zorgkantoor vast of de potentiële budgethouder bewust kiest voor een PGB en of hij bekwaam is alle rechten en plichten van het PGB na te komen. Hierbij wordt door het zorgkantoor nagegaan of de in de regelgeving opgenomen weigeringsgronden van toepassing zijn. Bij hoge uitzondering kan het zorgkantoor weloverwogen beslissen om het bewuste-keuzegesprek niet te laten plaatsvinden. Het zorgkantoor stelt wel vast of de potentiële budgethouder bewust kiest voor een PGB en of hij bekwaam is alle rechten en plichten van het PGB na te komen. Deze afweging legt het zorgkantoor schriftelijk vast. Norm: Het zorgkantoor voert face-to-face bewuste-keuzegesprekken uit bij potentiële budgethouders. C.2 Het zorgkantoor legt de bevindingen uit de bewuste-keuzegesprekken vast in een geautomatiseerd systeem. Norm: De uitkomsten van het bewuste-keuzegesprek worden vastgelegd volgens het Uitvoeringsprotocol Persoonsgebonden Budget Wlz 2015 van ZN. Hierbij worden de volgende onderdelen geregistreerd: − Of de budgethouder bewust gekozen heeft voor PGB; − Of de budgethouder bekwaam is om het PGB te voeren; − Of de budgethouder bewust is van zijn rechten en plichten; − Of de budgethouder gewaarborgde hulp nodig heeft en de omvang hiervan; − Welke reden de budgethouder geeft voor PGB in plaats van ZIN; − Wie het PGB beheert; − Wie de PGB-administratie uitvoert; − Wat de uitkomst van het gesprek is; − Bij weigering PGB: Wat de reden van weigering is. Totaal aantal punten 10 4.8 PI 7: Bewaking beschikbaarheid Toetsingsaspect en normering Punten 2015 A. Ervoor zorgen dat Wlz-verzekerden hun aanspraken kunnen realiseren overeenkomstig aard, inhoud en omvang zoals in het indicatiebesluit is vastgesteld (was PI 1 D) 7,5 A.1 Bewaking tijdige levering niet – acute zorg: wachtlijsten. Wlz-uitvoerders hebben hiervoor landelijk outcome-indicatoren ontwikkeld. Deze worden toegelicht in het Model Uitvoeringsverslag en financiële verantwoording. De Wlz-uitvoerder wordt getoetst op de percentages voor urgent wachtende cliënten respectievelijk voor actief wachtende cliënten, ten opzichte van de bemiddelingsdruk: Norm: a. Een beperkt aantal urgent wachtende cliënten per sector en soort zorg op meetmoment t zoals opgenomen in de AW317, gedeeld door de bemiddelingsdruk. b. Een beperkt aantal actief wachtende cliënten per sector en soort zorg op meetmoment t zoals opgenomen in de AW317, gedeeld door de bemiddelingsdruk. Actief wachtende cliënt: wil de geïndiceerde zorg ontvangen, maar ontvangt één of meerdere toegewezen zorgeenheden (reguliere of alternatieve zorg) niet. De cliënt wacht buiten zijn/haar wil. Een actief wachtende cliënt kan ter overbrugging wel een andere dan de geïndiceerde vorm van zorg ontvangen, of een deel van de geïndiceerde zorg. Urgent wachtende cliënt: is actief wachtend én ontvangt geen enkele vorm van zorg. Bemiddelingsdruk: Het aantal cliënten dat in de afgelopen 12 maanden (t-1) in zorg is genomen (waarvoor een melding aanvang zorg (MAZ) is ontvangen) waardoor de status actief wachtend is komen te vervallen. De uitkomsten worden verbijzonderd naar: − soort zorg: intramurale zorg respectievelijk extramurale zorg; − sector: Verpleging en Verzorging, Gehandicaptenzorg, Geestelijke Gezondheidszorg. De sectorindeling: is gebaseerd op de eerste grondslag van de indicatie. A.2 Bewaking tijdige levering niet – acute zorg: levering binnen de treeknorm. Wlz-uitvoerders hebben hiervoor een landelijk outcome-indicator ontwikkeld. Deze wordt toegelicht in het Model Uitvoeringsverslag en financiële verantwoording. De Wlz-uitvoerder wordt getoetst op het realiseren van zorg binnen de treeknorm voor de cliënten die vanuit de wachtstatus actief wachtend in zorg zijn gemeld (alleen intramuraal). Norm: Een voldoende percentage actief wachtende cliënten dat in zorg is gemeld binnen de treeknorm, ten opzichte van het totaal aantal actief wachtende cliënten dat in zorg is gemeld. Treeknorm: De maximale aanvaardbare wachttijd voor het ontvangen van Wlz-zorg. Onder de wachttijd wordt de tijd verstaan die verstrijkt tussen het moment dat iemand zich met een bepaalde zorgbehoefte (indicatie) meldt bij de Wlz-uitvoerder of een zorgaanbieder en de wachtstatus Actief Wachtend krijgt toegewezen tot aan het moment dat deze zorg daadwerkelijk wordt ontvangen. Actief wachtende cliënt: wil de geïndiceerde zorg ontvangen, maar ontvangt één of meerdere toegewezen zorgeenheden (reguliere of alternatieve zorg) niet. De cliënt wacht buiten zijn/haar wil. Een actief wachtende cliënt kan ter overbrugging wel een andere dan de geïndiceerde vorm van zorg ontvangen, of een deel van de geïndiceerde zorg. De uitkomsten worden alleen gemeten voor intramurale zorg en verbijzonderd naar: − sector Verpleging en Verzorging; − sector Gehandicaptenzorg; − sector Geestelijke Gezondheidszorg. De sectorindeling: is gebaseerd op de eerste grondslag van de indicatie. A.3 Bewaking tijdige levering spoedzorg: De Wlz-uitvoerder moet er voor zorgen dat Wlz-spoedzorg binnen 24 uur respectievelijk 48 uur beschikbaar is. De Wlz-uitvoerder neemt hierbij het Addendum Crisiszorg in de Wlz van ZN in acht. Norm: a. De Wlz-uitvoerder heeft in de overeenkomsten jaar t met zorgaanbieders geregeld dat: − er permanent voldoende Wlz-spoedzorg binnen 24 uur respectievelijk 48 uur beschikbaar is; − de betreffende zorgaanbieders acute zorgverlening niet kunnen weigeren. − b. De Wlz-uitvoerder beschikt voor alle regio’s over een regionaal protocol voor spoedzorg. In dit protocol: − is geregeld dat thuiswonende mensen in noodgevallen 24 uur per dag een hulpverlener kunnen bereiken; − worden de betreffende zorgaanbieders en de beschikbare capaciteit voor spoedzorg benoemd; − is opgenomen hoe de poortwachters (huisarts, MEE, professionele hulpverlener/aanmelder) zich op de hoogte kunnen stellen van de vrije capaciteit voor spoedzorg. A.4 Toetsing bewaking tijdige levering spoedzorg Wlz-uitvoerders hebben hiervoor een landelijke outcome-indicator ontwikkeld. Deze wordt toegelicht in het Model Uitvoeringsverslag en financiële verantwoording. De Wlz-uitvoerder wordt getoetst op het realiseren van spoedzorg binnen 24 (sector ouderenzorg; V&V) tot 48 (sector GHZ) uur in intramurale setting. Norm: a. Een voldoende percentage van de spoedopnamen V&V dat binnen 24 uur gerealiseerd is van het totaal aantal spoedopnamen dat voor de V&V gemeld is. b. Een voldoende percentage van de spoedopnamen GHZ dat binnen 48 uur gerealiseerd is van het totaal aantal spoedopnamen dat voor de GHZ gemeld is. Spoedopname: Crisisopname volgens de algemene definitie van het Addendum Crisiszorg in de Wlz van ZN. De spoedopname waarvoor de Wlz-uitvoerder verantwoordelijk is kan zowel binnen als buiten de eigen zorgkantoorregio plaatsvinden. Realisatie van spoedopname: het tijdstip waarop de spoedplek daadwerkelijk beschikbaar is voor spoedopname van de cliënt. NB. Het moment waarop de spoedplek wordt gevonden en vastgelegd is niet leidend. Het gaat om het tijdstip, waarop de spoedplek volgens de vastlegging beschikbaar komt bij de spoedzorgbemiddelaar. Ook kan het tijdstip van daadwerkelijke spoedopname, op verzoek van cliënt, afwijken van het moment van realisatie. Deze eventuele vertraging is niet van invloed op de beoordeling of spoedopname binnen 24, respectievelijk 48 uur is gerealiseerd. Als spoedzorgbemiddelaar kunnen optreden: − door de Wlz-uitvoerder aangewezen zorgaanbieder crisiszorg V&V; − door de Wlz-uitvoerder aangewezen regisseur crisisopname GHZ; − andere door de Wlz-uitvoerder expliciet aangewezen crisisregisseur V&V en/of GHZ. Nota bene: Voor 2015 telt deze norm nog niet mee bij het bepalen van de score. Dit toetsingselement wordt in 2015 slechts inventariserend gemeten. B. Anticiperen op benodigde intramurale capaciteit (was PI 9 C) 2,5 Zorgverlening vindt steeds langer thuis plaats. De Wlz is alleen nog voor mensen die de hele dag intensieve zorg of toezicht dichtbij nodig hebben. Bijvoorbeeld ouderen met vergevorderde dementie of mensen met een ernstige verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking. Hierdoor kan leegstand bij zorginstellingen ontstaan. De Wlz-uitvoerder is niet verantwoordelijk voor het vastgoedbeleid van zorgaanbieders. Wel kan hij ervoor zorgen – door tijdig een toekomstbeeld en behoefteramingen te publiceren – dat zorgaanbieders beter in staat zijn om beleid te voeren inzake het langer thuis wonen. Norm: a. De Wlz-uitvoerder vertaalt de landelijke visie op (mogelijke) consequenties van de kabinetsplannen voor de continuïteit van zorgverlening naar lokaal beleid. b. De Wlz-uitvoerder heeft inzicht in de toekomstige benodigde intramurale capaciteit in de regio, inzicht in de beschikbare intramurale capaciteit en een visie over hoe hij deze op elkaar aansluit. c. De Wlz-uitvoerder voert overleg met stakeholders (onder andere: gemeenten, verzekeraars, zorgaanbieders, cliëntorganisaties) over de ontwikkelingen die consequenties kunnen hebben voor de continuïteit van de zorgverlening. Totaal aantal punten 10 4.9 PI 8: Bewaking continuïteit zorgverlening Toetsingsaspect en normering Punten 2015 A. Discontinuïteit zorgverlening (was PI 9) Deze indicator is gekoppeld aan de doelstelling dat de Wlz-uitvoerders tijdig signaleren dat een zorgaanbieder in de problemen komt en daarop tijdig actie kunnen ondernemen, ten eerste om te voorkomen dat cliënten niet meer de zorg krijgen die zij nodig hebben, en ten tweede om te voorkomen dat er ten onrechte geld wordt overgemaakt. De indicator wordt alleen getoetst indien in de regio(‘
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.