← Nederland

Regeling vaststelling bedragen programma's van eisen basisonderwijs, (v)so en bekostiging materiële instandhouding samenwerkingsverbanden PO en VO voo

Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 29 september 2015, nr. PO/FenV/814937, houdende de vaststelling van de bedragen voor de materiële instandhouding van het basisonderwijs, speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs en het samenwerkingsverband samenhangend met de inrichting van de ondersteuningsstructuur voor het jaar 2016 en de vaststelling van het bedrag per formatieplaats voor de bekostiging van de materiële voorzieningen voor de instandhouding van rijdende scholen voor het jaar 2016 (Regeling vaststelling bedragen programma's van eisen basisonderwijs, (v)so en bekostiging materiële instandhouding samenwerkingsverbanden PO en VO voor het jaar 2016) Regeling vaststelling bedragen programma's van eisen basisonderwijs, (v)so en bekostiging materiële instandhouding samenwerkingsverbanden PO en VO voor het jaar 2016 De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Gelet op de artikelen 113, vierde en vijfde lid, en 118, derde, negende en tiende lid, van de Wet op het primair onderwijs, de artikelen 111, vierde en vijfde lid, 113, eerste lid, en 128, zesde lid, van de Wet op de expertisecentra, artikel 89a, tweede en derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, en artikel B 18 van het Besluit trekkende bevolking WPO; Besluit: Artikel 1 Vaststelling bedragen programma's van eisen voor basisscholen en speciale scholen voor basisonderwijs De bedragen van de programma's van eisen voor de basisscholen en de speciale scholen voor basisonderwijs, bedoeld in artikel 113, vierde lid, van de Wet op het primair onderwijs, worden voor het jaar 2016 vastgesteld overeenkomstig bijlage 1 bij deze regeling. Artikel 2 Vaststelling basisbekostiging en bekostiging voor zware ondersteuning (voortgezet) speciaal onderwijs De bedragen van de programma's van eisen voor het (voortgezet) speciaal onderwijs, bedoeld in de artikelen 111, vierde lid, 114 en 128, zesde lid, van de Wet op de expertisecentra worden voor het jaar 2016 vastgesteld overeenkomstig bijlage 2 bij deze regeling. Artikel 3 Vaststelling van de bekostiging voor materiële instandhouding van het samenwerkingsverband samenhangend met de inrichting van de ondersteuningsstructuur De bekostiging voor de materiële instandhouding van het samenwerkingsverband samenhangend met de inrichting van de ondersteuningsstructuur, bedoeld in artikel 118, derde lid, van de Wet op het primair onderwijs, wordt voor het jaar 2016 vastgesteld overeenkomstig bijlage 3 bij deze regeling. Artikel 4 Vaststelling van de bekostiging voor materiële instandhouding van het samenwerkingsverband voor zware ondersteuning primair onderwijs en voortgezet onderwijs De bekostiging voor de materiële instandhouding voor het samenwerkingsverband, bedoeld in artikel 118, achtste lid, van de Wet op het primair onderwijs, en artikel 89a, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, wordt voor het jaar 2016 vastgesteld overeenkomstig bijlage 4 bij deze regeling. Artikel 5 Vaststelling percentage ten behoeve van de vereveningsregeling materiële instandhouding De percentages ter aanpassing van de vastgestelde correctiebedragen, bedoeld in de artikelen XIV en XVI, van de Wet van 11 oktober 2012 tot wijziging van enkele onderwijswetten in verband met een herziening van de organisatie en financiering van de ondersteuning van leerlingen in het basisonderwijs, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs (Stb. 2012, 533), worden voor het jaar 2016 vastgesteld overeenkomstig bijlage 5 bij deze regeling. Artikel 6 Vaststelling bedrag per formatieplaats voor de bekostiging van de materiële voorzieningen ten behoeve van de instandhouding van rijdende scholen Het bedrag per formatieplaats, bedoeld in artikel B 18 van het Besluit trekkende bevolking WPO, wordt voor het jaar 2016 vastgesteld overeenkomstig bijlage 6 bij deze regeling. Artikel 7 Wijziging programma’s van eisen In verband met de Wet van 7 mei 2014 tot wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet primair onderwijs BES in verband met de overheveling van taak en budget voor aanpassingen in onderwijshuisvesting van gemeente naar school (Stb. 2014, 175) omvatten de programma’s van eisen voor basisscholen en speciale scholen voor basisonderwijs en de programma’s van eisen voor het (voortgezet) speciaal onderwijs, zoals deze laatstelijk zijn vastgesteld in bijlagen 1 en 2 van de Regeling vaststelling programma’s van eisen PO en (V)SO en bekostiging materiële instandhouding samenwerkingsverband 2012 met ingang van 1 januari 2015 tevens het buitenonderhoud van het schoolgebouw. De bedragen, bedoeld in artikel 1 en 2 van deze regeling zijn in verband met deze wijziging van de programma’s van eisen verhoogd. Artikel 8 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking op 1 januari

  1. Artikel 9 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vaststelling bedragen programma's van eisen basisonderwijs, (v)so en bekostiging materiële instandhouding samenwerkingsverbanden PO en VO voor het jaar
  2. Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst. De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,S.Dekker Bijlage 1 Bedragen programma's van eisen voor basisscholen en speciale scholen voor basisonderwijs voor het jaar 2016 Totale MI-vergoeding De totale MI-vergoeding is een lumpsumvergoeding bestaande uit verschillende onderdelen en wordt uitgedrukt in de formule: Y = Ya + Yb + Yc + Yd waarbij Y = rijksvergoeding per school per jaar Ya = vergoeding groepsafhankelijke programma's van eisen Yb = vergoeding leerlingafhankelijke programma's van eisen Yc = vergoeding aanvullende programma's van eisen Yd = extra bekostiging (zie bijlage 3) Voor elk van de symbolen Ya tot en met Yd geldt een formule, waarin gerekend wordt met een vast bedrag per school en een bedrag per variabele indicator (leerling, groep of m2). Hieronder volgt de uitwerking naar de verschillende programma's van eisen. A Groepsafhankelijke programma's van eisen Ya = bedrag per school afhankelijk van het aantal te huisvesten groepen leerlingen als bedoeld in artikel 14, eerste en tweede lid, van het Besluit bekostiging WPO 2 groepen 3 groepen 4 groepen 5 groepen 6 groepen € 24.806,00 € 32.111,00 € 41.548,00 € 49.766,00 € 55.246,00 voor elke groep meer: € 6.392,00 Bij meer dan 13 groepen wordt het bedrag eenmalig verhoogd met € 2.435,00 B Leerlingafhankelijke programma's van eisen Vergoedingsformule: Yb = vast bedrag per school + bedrag per leerling x het aantal leerlingen Vergoedingsbedragen: Vast bedrag per school = € 13.421,37 Bedrag per leerling = € 318,88 C Aanvullende programma’s van eisen Nederlands Onderwijs aan AndersTaligen (NOAT) Vergoedingsformule: Yc = vast bedrag per school + bedrag per leerling x het aantal NOAT-leerlingen Vergoedingsbedragen: Vast bedrag per school = € 111,20 Bedrag per leerling = € 19,92 Bijlage 2 Bedragen materiële instandhouding voor scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs voor het jaar 2016 1 De basisbekostiging I Cluster 1 t/m 4 De bedragen, bedoeld in artikel 111, vierde lid, van de Wet op de expertisecentra, staan in onderstaande tabel. type bedrag per leerling per leerling SO <8 € 659,14 per leerling SO >=8 € 578,78 per leerling VSO € 1.198,19 II Vaste voeten cluster 3 en 4 De bedragen per school en per schooltype als bedoeld in artikel 111, vierde lid, van de Wet op de expertisecentra, staan in onderstaande tabel Onderwijssoort per school SO-schooltype VSO-schooltype Lichamelijk gehandicapte kinderen (LG) € 27.034,88 € 20.424,78 € 20.337,28 1e Langdurig zieke kinderen met lichamelijke handicap (LZ/S) € 20.782,60 € 8.639,34 € 13.476,20 2e langdurig zieke kinderen anders dan met lichamelijke handicap (LZ/P) € 18.910,65 € 8.163,76 € 14.405,41 Zeer moeilijk lerende kinderen (ZMLK) € 20.111,78 € 10.397,60 € 13.047,15 Zeer moeilijk opvoedbare kinderen (ZMOK) € 18.910,65 € 8.163,76 € 14.405,41 Kinderen in scholen verbonden aan pedologisch instituut (PI) € 18.910,65 € 8.163,76 € 14.405,41 meervoudig gehandicapte kinderen met de combinatie LG en ZMLK € 24.575,34 € 7.219,97 € 9.933,67 Bij LG-scholen en ZMLK-scholen met een reguliere SO MG-afdeling wordt het SO schooltype bedrag verhoogd met € 3.972,
  3. III. brancardliften Dit betreft een aanvullende vergoeding voor brancardliften waarin vergoedingscomponenten zijn opgenomen voor installatieonderhoud en elektriciteitsverbruik. De vergoeding per brancardlift is € 6.279,25 IV. schoolbaden Dit betreft een aanvullende vergoeding voor ruimten voor watergewenning of bewegingstherapie (hydrotherapie) in gebruik bij en door scholen. De genormeerde vergoeding is afhankelijk van het soort bad en het bedrag per m3 waterinhoud. Soort bad Bedrag per bad Bedrag per m3 waterinhoud hydrotherapiebad € 9.752,16 € 283,91 watergewenningsbad € 21.086,04 € 165,02 toeslag beweegbare bodem € 1.022,70 € 77,33 2 Aanvullende materiële bekostiging voor zware ondersteuning Cluster 1 In verband met de invoering van een aangepaste bekostigingssystematiek wordt met toepassing van artikel 114, van de Wet op de expertisecentra aan de instellingen aanvullende bekostiging voor de materiële instandhouding toegekend volgens onderstaande tabel. Brinnr Naam instelling Aanvullende bekostiging 25GP Visio Onderwijsinstelling Noord € 415.382,04 25GR Bartimeus OWI voor Visueel Gehandicapte Leerlingen € 910.638,67 25HD Koninklijk Instituut tot Onderwijs van Slechtziende en Blinden € 579.603,01 25HE Onderwijsinstelling Sensis € 1.451.387,86 Cluster 2 In verband met de invoering van een aangepaste bekostigingssystematiek wordt met toepassing van artikel 114 van de Wet op de expertisecentra aan de instellingen aanvullende bekostiging voor de materiële instandhouding toegekend volgens onderstaande tabel. Brinnr Naam instelling aanvullende bekostiging 08ZP Stg Op weg naar Zuid € 2.236.324,02 01JO Koninklijke Auris Groep € 6.361.706,83 17GW Koninklijke Kentalis € 9.890.174,62 20WR VierTaal € 2.313.415,50 Cluster 3 en 4 De bedragen voor zware ondersteuning bedoeld in artikel 128, zesde lid, van de Wet op de expertisecentra, staan in onderstaande tabel. ondersteuningscategorie per leerling SO <8 per leerling SO >=8 per leerling VSO categorie 1 (L) € 737,71 € 820,02 € 610,47 categorie 2 (M) € 1.208,11 € 1.288,99 € 951,02 categorie 3 (H) € 1.582,58 € 1.576,21 € 1.103,09 Bijlage 3 Bekostiging voor de materiële instandhouding van het samenwerkingsverband samenhangend met de inrichting van de ondersteuningsstructuur 1 Ondersteuningsbekostiging basisonderwijs. Het bedrag, bedoeld in artikel 118, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs is € 7,
  4. 2 Extra bekostiging. Voor speciale scholen voor basisonderwijs wordt op basis van artikel 115 van de Wet op het primair onderwijs voor 2% van de leerlingen in het samenwerkingsverband een extra vergoeding van € 223,77 per leerling verstrekt. Indien in het samenwerkingsverband meerdere speciale scholen voor basisonderwijs aanwezig zijn, vindt de verdeling van deze vergoeding plaats overeenkomstig de rekenregel ondersteuningsformatie: l = p/q x (0,02 x r) x eerdergenoemd bedrag per leerling. De factor (0,02 x r) wordt rekenkundig afgerond op een geheel getal. In deze rekenregel hebben de componenten de volgende inhoud: l = extra vergoeding MI voor een speciale school voor basisonderwijs in een samenwerkingsverband p = het aantal leerlingen van de speciale school voor basisonderwijs, q = het totale aantal leerlingen van alle speciale scholen voor basisonderwijs die deelnemen aan het desbetreffende samenwerkingsverband, r = het totale aantal leerlingen van alle basisscholen en speciale scholen voor basisonderwijs die deelnemen aan het desbetreffende samenwerkingsverband. Bijlage 4 Aanvullende bekostiging voor materiële instandhouding voor zware ondersteuning primair onderwijs en voortgezet onderwijs voor het samenwerkingsverband. A Primair onderwijs 1 Normbekostiging Het bedrag, bedoeld in artikel 118, negende lid, van de Wet op het primair onderwijs is € 30,
  5. Ondersteuningsbekostiging. De bedragen, bedoeld in artikel 118, tiende lid, van de Wet op het primair onderwijs staan in onderstaande tabel. Ondersteuningscategorie so jonger dan 8 so 8 jaar en ouder so categorie 1 (L) € 737,71 € 820,02 so categorie 2 (M) € 1.208,11 € 1.288,99 so categorie 3 (H) € 1.582,58 € 1.576,21 B Voortgezet onderwijs 1 Normbekostiging Het bedrag, bedoeld in artikel 89a, tweede lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs is € 28,
  6. 2 Ondersteuningsbekostiging De bedragen, bedoeld in artikel 89a, derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs staan in onderstaande tabel. Ondersteuningscategorie vso vso categorie 1 (L) € 610,47 vso categorie 2 (M) € 951,02 vso categorie 3 (H) € 1.103,09 Bijlage 5 Vaststelling percentage ten behoeve van de vereveningregeling materiële instandhouding A Primair onderwijs Het percentage waarmee de vastgestelde correctiebedragen, bedoeld in artikel XIV, tweede lid, van de Wet van 11 oktober 2012 tot wijziging van enkele onderwijswetten in verband met een herziening van de organisatie en financiering van de ondersteuning van leerlingen in het basisonderwijs, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs (Stb. 2012, 533), worden aangepast is 2,10%. B Voortgezet onderwijs Het percentage waarmee de vastgestelde correctiebedragen, bedoeld in artikel XVI, tweede lid, van de Wet van 11 oktober 2012 tot wijziging van enkele onderwijswetten in verband met een herziening van de organisatie en financiering van de ondersteuning van leerlingen in het basisonderwijs, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs (Stb. 2012, 533), worden aangepast is 4,57%. Bijlage 6 Bekostiging van de materiële voorzieningen ten behoeve van de instandhouding van rijdende scholen Het bedrag per formatieplaats, bedoeld in artikel B18 van het Besluit trekkende bevolking WPO, is voor het jaar 2016 vastgesteld op € 16.517,18.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.