Organisatiebesluit BZK 2018 Organisatiebesluit BZK 2018 De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Gelet op artikel 3, tweede lid, van het Coördinatiebesluit organisatie en bedrijfsvoering rijksdienst 2011; Besluit vast te stellen het navolgende Organisatiebesluit: Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. ministerie: Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; b. Minister: de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; c. bewindspersonen: de Minister of de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; d. capaciteitsplan: schriftelijk stuk waarin de uitwerking van de flexibele organisatiestructuur van een dienstonderdeel wordt vastgelegd evenals de verdeling van de formatie binnen deze structuur; e. SG-Cluster: de directies Concernondersteuning, Financieel-economische Zaken, Constitutionele Zaken en Wetgeving, BZK Flex en CIO & Informatiemanagement; f. BZK Kerndepartement: de directoraten-generaal Bestuur, Ruimte en Wonen, Koninkrijksrelaties en Overheidsorganisatie, het programma directoraat-generaal Omgevingswet en het SG-Cluster. Hoofdstuk 2 Hoofd- en overlegstructuur Artikel 2 1 De hoofdstructuur van het ministerie bestaat uit de volgende dienstonderdelen: a. de Algemene Leiding (ALGL); b. het directoraat-generaal Bestuur, Ruimte en Wonen (DGBRW); c. het directoraat-generaal Koninkrijksrelaties (DGKR); d. het directoraat-generaal Overheidsorganisatie (DGOO); e. het programma directoraat-generaal Omgevingswet (PDGOW); f. het Bureau Algemene Bestuursdienst (BABD); g. de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD); h. het directoraat-generaal Vastgoed en Bedrijfsvoering Rijk (DGVBR); i. het SG-Cluster (SGC); j. het agentschap Dienst van de Huurcommissie (DHC); k. het agentschap Logius; l. het agentschap Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG). 2 De dienstonderdelen bestaan uit organisatieonderdelen waarvan de inrichting nader kan worden beschreven op een wijze als bedoeld in artikel 22, tweede lid. 3 De secretaris-generaal geeft rechtstreeks leiding aan de leidinggevende functionarissen van de dienstonderdelen, genoemd in het eerste lid, met uitzondering van het agentschap Dienst Huurcommissie dat ressorteert onder het bestuur van de Huurcommissie. Artikel 3 1 Er is een Bestuursraad Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BR). 2 De Bestuursraad is samengesteld uit de secretaris-generaal, de directeuren-generaal Bestuur, Ruimte en Wonen, Koninkrijksrelaties, Overheidsorganisatie, Bureau Algemene Bestuursdienst, Vastgoed en Bedrijfsvoering Rijk, Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst, de programma directeur-generaal Omgevingswet, de Chief Information Officer BZK en de directeur Concernondersteuning. De leden kunnen zich incidenteel laten vervangen door hun plaatsvervangers of, in uitzonderlijke gevallen, door een andere rechtstreeks onder hen ressorterende functionaris. De directeur Financieel-economische Zaken en de directeur Constitutionele Zaken en Wetgeving hebben een permanente uitnodiging tot het als adviseur bijwonen van de Bestuursraad. 3 Het overleg in de Bestuursraad heeft, onverminderd het bepaalde in de departementale mandaat- en volmachtbesluiten over de bevoegdheden van de afzonderlijke leden van de Bestuursraad ten aanzien van de onderwerpen die in het overleg aan de orde komen, ten doel het bespreken en het bereiken van overeenstemming over de departementale beleids- en beheerskaders en het toezien op de uitvoering van deze kaders. 4 De Bestuursraad heeft tevens tot doel het bespreken en het bereiken van overeenstemming over aspecten van het departementale personeelsbeleid en personele aangelegenheden alsmede het toezien op de uitvoering hiervan. In het overleg komen in ieder geval de volgende aangelegenheden aan de orde: a. de ontwikkeling van het departementale HRM-beleid in brede zin; b. de beleidsontwikkeling van management-development bij het ministerie; c. de voordracht tot benoeming van kandidaten bij het ministerie die behoren tot de ABD-doelgroep topmanager; d. de werkzaamheden van de Bestuursraad met betrekking tot de personeelsschouw, zoals aangegeven in het departementale beleid ter zake. 5 Al hetgeen in de vergaderingen aan de orde komt is vertrouwelijk, voor zover niet anders is besloten of indien bij wettelijk voorschrift anders is bepaald. 6 De adviseur Politiek-bestuurlijke advisering voert het secretariaat van de Bestuursraad. 7 De directeur Concernondersteuning voert het secretariaat van de bespreking van het departementale personeelsbeleid. Hoofdstuk 3 Dienstonderdelen Paragraaf 3.1 Algemene Leiding Artikel 4 1 De Algemene Leiding bestaat uit de secretaris-generaal. 2 De secretaris-generaal is belast met de ambtelijke leiding van het ministerie. Tot deze taak behoort in ieder geval: a. het informeren en adviseren van de bewindspersonen over aangelegenheden, de bewindspersonen of het ministerie betreffende; b. het zorgdragen voor de coördinatie en integratie van beleidsvoorbereiding, beleidsontwikkeling en beleidsuitvoering binnen het ministerie; c. het uitoefenen van de algemene controlfunctie bij het ministerie; d. het rechtstreeks leiding geven aan de (programma) directeuren-generaal, de directeuren en Chief Information Officer BZK van het SG-Cluster, de algemeen directeur Logius en de directeur RvIG; e. het voorzitterschap van de Bestuursraad; f. het zorgdragen voor het nemen van besluiten over en het geven van algemene aanwijzingen ten aanzien van het algemene beleid en beheer inzake de bedrijfsvoering en de formatie van het ministerie; g. het voeren van overleg met de Departementale ondernemingsraad en de Ondernemingsraad BZK Kerndepartement, als bestuurder in de zin van de Wet op de Ondernemingsraden, en de centrales van verenigingen van ambtenaren, bedoeld in artikel 113 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement; h. het optreden als gemachtigd ambtenaar in de zin van de Uitvoeringsregeling openbaarheid van bestuur Binnenlandse Zaken; i. het plegen van inhoudelijke afstemming met het secretariaat van de Raad voor het openbaar bestuur (sRob); j. het toezicht op het beheer van de zelfstandige bestuursorganen met een relatie met het ministerie; k. het eigenaarschap van alle tot het ministerie behorende agentschappen; l. het geven van uitvoering aan de Regeling audit committees van het Rijk; m. het verlenen of weigeren van goedkeuring van besluiten tot uitzonderingen op de aanbestedingsregelgeving. Paragraaf 3.2 Directoraat-generaal Bestuur, Ruimte en Wonen Artikel 5 1 Het directoraat-generaal Bestuur, Ruimte en Wonen staat onder leiding van een directeur-generaal. 2 Het directoraat-generaal Bestuur, Ruimte en Wonen draagt zorg voor sterk, vernieuwend en adaptief openbaar bestuur, een functionerend en zich ontwikkelend democratisch stelsel, een evenwichtige woningmarkt, een goed bouwklimaat en de verdere ontwikkeling van Nederland als een veilige, leefbare, bereikbare en concurrerende delta door het uitvoeren van de volgende taken: a. het bevorderen van een doelmatig, doeltreffend en democratisch openbaar bestuur, waaronder begrepen de relaties, de Europese Unie en andere internationale instellingen; b. het zorgdragen voor een goede en adequate organisatie met betrekking tot het Nederlandse openbaar bestuur, onder andere met betrekking tot de financiën van gemeenten en provincies (het Gemeentefonds en het Provinciefonds); c. het in overleg met de overige ministeries zorgdragen voor goede interbestuurlijke relaties, beredeneerd vanuit de eigenstandige positie van provincies en gemeenten en het bijdragen aan de oplossing van spanningen, dilemma’s en actuele vraagstukken op het snijvlak van politiek, bestuur en samenleving; d. een functionerende woningmarkt met aandacht voor keuzevrijheid en betaalbaarheid, ook voor lagere inkomensgroepen, bijzondere (urgente) aandachtsgroepen en gebieden; e. het bevorderen dat woningcorporaties het publiek belang behartigen en het waarborgen van een goed werkend corporatiestelsel; f. het bevorderen van het tot stand komen van voldoende woningen en de bouwtechnische onderscheidenlijk gebruikskwaliteit daarvan en het ontwikkelen van beleid op het gebied van energiebesparing in de gebouwde omgeving; g. het ter beschikking stellen van mensen en middelen aan de Hoge Raad van Adel; h. het ontwikkelen en implementeren van beleid met betrekking tot: 1°. de coördinatie en uitvoering van het nationaal ruimtelijk beleid; 2°. het doen van onderzoek naar de effecten van maatschappelijk ontwikkelingen op nationale ruimtelijke belangen, het afstemmen van het ruimtelijke beleid op ontwikkelingen in het buitenland alsmede het leveren van een bijdrage op Europese dossiers met een ruimtelijke component; 3°. het ruimtelijke instrumentarium, waaronder de wettelijke en bijbehorende digitale instrumenten en dienstverlening; 4°. de geo-informatie-infrastructuur en de basisregistraties, inclusief de bijbehorende digitale instrumenten en dienstverlening; 5°. ruimtelijk ontwerp en geo-analyse in ruimtelijke plannen, programma’s en projecten; 6°. gebieden van nationaal belang; 7°. ruimteprojecten van nationaal belang alsmede instrumenten ter ondersteuning van gebiedsgerichte projecten; 8°. de rijksagenda voor gebieden en fysieke projecten en het integreren van sectorale belangen in gebieden; en 9°. de ruimtelijke en economische ontwikkeling van de mainport Schiphol in relatie tot de ruimtelijke belangen van de regio en het belang van de bereikbaarheid. 3 Het directoraat-generaal bestaat uit de volgende organisatieonderdelen: a. het bureau directeur-generaal (bdgBRW); b. de directie Bestuur en Financiën (DBF); c. de directie Democratie en Burgerschap (DDB); d. de directie Woningmarkt (DWM); e. de directie Ruimtelijke Ordening (DRO); f. de directie Bouwen en Energie (DBE); g. het secretariaat van de adviescommissie geschilbeslechting. Paragraaf 3.3 Directoraat-generaal Koninkrijksrelaties Artikel 5a 1 Het directoraat-generaal Koninkrijksrelaties staat onder leiding van een directeur-generaal. 2 Het directoraat-generaal heeft de volgende taken: a. het zorg dragen voor een toekomstbeeld, scenario’s en handvatten om het Koninkrijk nader vorm en inhoud te geven, door beleidsvorming, beleidsvaststelling en uitvoering; b. het onderhouden van goede relaties met en het coördineren van de samenwerking met de openbare lichamen van Caribisch Nederland en met Curaçao, Aruba en Sint Maarten; c. het met andere partners binnen en buiten het departement zorg dragen voor het opstellen en verwezenlijken van het beleid van het ministerie voor de openbare lichamen van Caribisch Nederland; d. het met andere partners binnen en buiten het departement zorg dragen voor de coördinatie van het algemene beleid van de Rijksoverheid op dit terrein, met de speerpunten die samen met de openbare lichamen van Caribisch Nederland en de departementen worden bepaald; e. het beheersmatig aansturen van de kabinetten van de gouverneur en de Rijksvertegenwoordiger voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba; f. het ter beschikking stellen van mensen en middelen aan het College Financieel Toezicht Curaçao en Sint Maarten, het College Financieel Toezicht Bonaire, Sint Eustatius en Saba, en het College Aruba Financieel Toezicht; g. het aansturen van de Rijksdienst Caribisch Nederland (RCN); h. het ondersteunen van de Vertegenwoordiger bij het uitvoeren van zijn taken en opdracht zoals vastgelegd in het Koninklijk Besluit van 4 maart 2013 (Stcrt. 2013, nr. 8486); i. het uitvoeren van de taken van de Vertegenwoordiging van Nederland bij Curaçao, Aruba en Sint Maarten te weten: 1°. het adviseren van en rapporteren aan de bewindspersonen en desgewenst aan de overige ministers over het beleid voor Curaçao, Aruba, en Sint Maarten; 2°. het begeleiden van officiële bezoeken van Nederlandse ministers, staatssecretarissen en delegaties; 3°. het uitvoeren van Kieswettaken voor de Tweede Kamerverkiezingen en de Europese verkiezingen; 4°. het verwijzen van Nederlanders die niet weten bij welke lokale instanties ze moeten zijn; 5°. het bieden van hulp aan Nederlanders die in de problemen zijn geraakt; 6°. het verlenen van gedetineerdenzorg aan Nederlanders die in Aruba, Curaçao en Sint Maarten zijn aangehouden; 7°. het geven van informatie over Nederlandse rijbewijzen en paspoorten; j. het bijdragen aan de wederopbouw van de Nederlandse Bovenwindse eilanden Sint Maarten, Saba en Sint Eustatius. 3 Het directoraat-generaal bestaat uit de volgende organisatieonderdelen: a. de directie Koninkrijksrelaties (DKR); b. de projectdirectie Wederopbouw Bovenwindse Eilanden (PDWBE); c. de Rijksdienst Caribisch Nederland (RCN). Paragraaf 3.4 Directoraat-generaal Overheidsorganisatie Artikel 6 1 Het directoraat-generaal Overheidsorganisatie staat onder leiding van een directeur-generaal. 2 Het directoraat-generaal draagt zorg voor: a. de ontwikkeling van het werkgeverschap in de publieke sector (met een accent op de kabinetssectoren), modernisering van het werkgeverschap voor de sector Rijk, en de doorontwikkeling van de personele functie (HRM) van en in de Rijksdienst; b. de interbestuurlijke en interdepartementale ontwikkeling van de i-Overheid voor burgers en bedrijven: 1°. de randvoorwaardelijke beleidsontwikkeling ten behoeve van de i-samenleving waaruit onder andere voortvloeit de ontwikkeling en realisatie van de digitale basisvoorzieningen voor burgers en bedrijven, met inbegrip van de bijbehorende regelgeving, toezicht en de bijbehorende bestuurlijke structuur voor de aansturing en financiering van de voorzieningen; 2°. het opdrachtgeverschap aan RvIG, Logius, DICTU, ICTU, KOOP en de Kamer van Koophandel en de samenwerkingsovereenkomsten met de Rijksdienst voor ondernemend Nederland voor zover deze voortkomen uit de verantwoordelijkheid voor de voorzieningen en beleidsverantwoordelijkheden; 3°. de digitale identificatie (eID); c. het bevorderen van de optimale vormgeving van de informatisering en ICT in het Rijk en bij zelfstandige bestuursorganen door het stellen van kaders en het toezicht daarop; d. het toetsen van grote projecten binnen de rijksoverheid en publiekrechtelijke zelfstandige bestuursorganen (tijdelijk Bureau ICT-toetsing); e. de ontwikkeling van en sturing op rijksbreed bedrijfsvoeringsbeleid en de beoordeling of de beleidsambities worden gerealiseerd; f. de kaders voor inkoop, aanbesteden, faciliteiten en huisvesting bij het Rijk en het toezicht daarop; g. de doorontwikkeling van een rijksdienst en van een efficiënte en effectieve bedrijfsvoering van de overheid, inclusief de monitoring en verantwoording van het rijksbrede bedrijfsvoeringsbeleid; h. het zorgdragen voor de stelsels van de basisregistratie personen, de Persoonsinformatievoorziening in de Caribische delen van het Koninkrijk (PIVA), het burgerservicenummer en reisdocumenten met de bijbehorende registraties, alsmede de verwerking van persoonsgegevens met het oog op die stelsels; i. de zorg voor het bewaken van het integrale karakter en de consistentie van de rijksbrede kaders voor beveiliging alsmede het toezicht op de werking van de integrale beveiliging van de Rijksdienst. 3 Het directoraat-generaal bestaat uit de volgende organisatieonderdelen: a. het bureau directeur-generaal van het directoraat-generaal Overheidsorganisatie, inclusief bureau RijksBeveiligingsAmbtenaar (bdgOO); b. de directie Ambtenaar en Organisatie (DA&O); c. de directie Informatiesamenleving en Overheid (DI&O); d. de directie Inkoop- Facilitair- en Huisvestingsbeleid Rijk (DIFHR); e. de directie CIO-Rijk; f. de programmadirectie i; g. het tijdelijk Bureau ICT-toetsing (BIT). Paragraaf 3.5 Het programma directoraat-generaal Omgevingswet Artikel 7 1 Het programma directoraat-generaal Omgevingswet staat onder leiding van een programma directeur-generaal. 2 Het programma directoraat-generaal heeft de volgende taken: a. stelselherziening van het omgevingsrecht; b. ondersteunen en faciliteren en stimuleren van overheden, maatschappelijke partners, bedrijven, initiatiefnemers en belanghebbenden om te kunnen werken met de wet; c. realisatie van het digitaal stelsel Omgevingswet, invoeringsproducten en de monitor op de Omgevingswet; d. ontwikkeling van een nationale omgevingsvisie, een instrument uit de nieuwe Omgevingswet. 3 Het programma directoraat-generaal bestaat uit de volgende organisatieonderdelen: a. de programmadirectie Eenvoudig Beter (PDEB); b. de programmadirectie ‘Aan de slag’ (PDADS); c. de programmadirectie Nationale Omgevingsvisie (PDNOVI). Paragraaf 3.6 Bureau Algemene Bestuursdienst Artikel 8 1 Het Bureau Algemene Bestuursdienst staat onder leiding van een directeur-generaal. 2 Het Bureau heeft de volgende taken: a. het bijdragen aan de versterking van het management door beleid te ontwikkelen en uit te voeren op het gebied van management development; b. het ontwikkelen van instrumenten nodig voor de realisatie van het beleid; c. het ontwikkelen van producten en diensten ter bevordering van de ontwikkeling van managers; d. het adviseren en begeleiden van individuele managers op gebied van opleiding en in hun (loopbaan)ontwikkeling; e. het bijdragen aan de beschikbaarheid van managers en aan talentontwikkeling; f. het waar nodig realiseren van strategisch advies en de bezetting met tijdelijke capaciteit; g. het zorgen voor loopbaanbegeleiding en fungeren als gedelegeerd werkgever voor het topmanagement van de Rijksdienst; h. het uitvoeren van HRM-dienstverlening voor de bewindspersonen. 3 Het Bureau bestaat uit de volgende organisatieonderdelen: a. de directie Management Development Rijk (MDR); b. de directie Stelselontwikkeling en Bestuursondersteuning; c. ABD Topconsult. Paragraaf 3.7 Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst Artikel 9 1 De Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst staat onder leiding van een directeur-generaal en een plaatsvervangend directeur-generaal. 2 De Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst heeft de taken, bedoeld in artikel 8 van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.