Beleidsregels van de Autoriteit Persoonsgegevens van 19 februari 2019 met betrekking tot het bepalen van de hoogte van bestuurlijke boetes (Boetebeleidsregels Autoriteit Persoonsgegevens 2019) Boetebeleidsregels Autoriteit Persoonsgegevens 2019 De Autoriteit Persoonsgegevens heeft, gelet op de artikelen 4:81 en 5:46, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 83 van de Algemene verordening gegevensbescherming, artikelen 14, derde lid, 17 en 18 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming, artikel Z 11a van de Kieswet, artikel 4.1, eerste lid, van de Wet basisregistratie personen, artikel 35c van de Wet politiegegevens, artikelen 27, 39r, 51, 51d en 51h van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens en artikel 15.4, vierde en vijfde lid, van de Telecommunicatiewet, besloten om de volgende beleidsregels met betrekking tot het bepalen van de hoogte van bestuurlijke boetes vast te stellen: Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Definities In deze beleidsregels wordt verstaan onder: a. Autoriteit Persoonsgegevens: de Autoriteit persoonsgegevens, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming; b. basisboete: het bedrag dat de basis vormt voor het bepalen van de hoogte van een op te leggen bestuurlijke boete, vastgesteld binnen de bandbreedte van de aan een overtreding gekoppelde boetecategorie, voordat toepassing is gegeven aan paragraaf 2.6; c. betrokkene: degene op wie een persoonsgegeven betrekking heeft als bedoeld in artikel 4, onder 1, van de Algemene verordening gegevensbescherming; d. recidive: de omstandigheid dat ten tijde van het begaan van de overtreding nog geen vijf jaren zijn verstreken sedert het opleggen van een bestuurlijke boete door de Autoriteit Persoonsgegevens aan de overtreder ter zake van eenzelfde of een soortgelijke door die overtreder begane overtreding. Hoofdstuk 2 Bepalen van de hoogte van bestuurlijke boetes Paragraaf 2.1 Overtredingen met een wettelijk boetemaximum van € 10.000.000 respectievelijk € 20.000.000 of, voor een onderneming, tot 2% respectievelijk 4% van de totale wereldwijde jaaromzet in het voorgaande boekjaar Artikel 2 Categorie-indeling en boetebandbreedtes 2.1 De bepalingen ter zake van overtreding waarvan de Autoriteit Persoonsgegevens een bestuurlijke boete kan opleggen van ten hoogste het bedrag van € 10.000.000 of, voor een onderneming, tot 2% van de totale wereldwijde jaaromzet in het voorgaande boekjaar, indien dit cijfer hoger is, zijn in bijlage 1 ingedeeld in categorie I, categorie II of categorie III. 2.2 De bepalingen ter zake van overtreding waarvan de Autoriteit Persoonsgegevens een bestuurlijke boete kan opleggen van ten hoogste het bedrag van € 20.000.000 of, voor een onderneming, tot 4% van de totale wereldwijde jaaromzet in het voorgaande boekjaar, indien dit cijfer hoger is, zijn in bijlage 2 ingedeeld in categorie I, categorie II, categorie III of categorie IV. 2.3 De Autoriteit Persoonsgegevens stelt de basisboete voor overtredingen waarvoor een wettelijk boetemaximum geldt van € 10.000.000 of, voor een onderneming, tot 2% van de totale wereldwijde jaaromzet in het voorgaande boekjaar, indien dit cijfer hoger is, dan wel € 20.000.000 of, voor een onderneming, tot 4% van de totale wereldwijde jaaromzet in het voorgaande boekjaar, indien dit cijfer hoger is, vast binnen de volgende boetebandbreedtes: Categorie I Boetebandbreedte tussen € 0 en € 200.000 Basisboete: € 100.000 Categorie II Boetebandbreedte tussen € 120.000 en € 500.000 Basisboete: € 310.000 Categorie III Boetebandbreedte tussen € 300.000 en € 750.000 Basisboete: € 525.000 Categorie IV Boetebandbreedte tussen € 450.000 en € 1.000.000 Basisboete: € 725.000 2.4 De hoogte van de basisboete wordt vastgesteld op het minimum van de bandbreedte vermeerderd met de helft van de bandbreedte van de aan een overtreding gekoppelde boetecategorie. Paragraaf 2.2 Overtredingen met een wettelijk boetemaximum van € 900.000 Artikel 3 Categorie-indeling en boetebandbreedtes 3.1 De bepalingen ter zake van overtreding waarvan de Autoriteit Persoonsgegevens een bestuurlijke boete van ten hoogste het bedrag van € 900.000 kan opleggen, zijn in bijlage 3 ingedeeld in categorie I, categorie II of categorie III. 3.2 De Autoriteit Persoonsgegevens stelt de basisboete voor overtredingen waarvoor een wettelijk boetemaximum geldt van € 900.000 vast binnen de volgende boetebandbreedtes: Categorie I Boetebandbreedte tussen € 0 en € 250.000 Basisboete: € 125.000 Categorie II Boetebandbreedte tussen € 150.000 en € 600.000 Basisboete: € 375.000 Categorie III Boetebandbreedte tussen € 350.000 en € 900.000 Basisboete: € 625.000 3.3 De hoogte van de basisboete wordt vastgesteld op het minimum van de bandbreedte vermeerderd met de helft van de bandbreedte van de aan een overtreding gekoppelde boetecategorie. Paragraaf 2.3 Overtredingen met een wettelijk boetemaximum van € 830.000 Artikel 4 Categorie-indeling en boetebandbreedtes 4.1 De bepalingen ter zake van overtreding waarvan de Autoriteit Persoonsgegevens een bestuurlijke boete van ten hoogste het bedrag van de geldboete van de zesde categorie van artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht (per 1 januari 2018: € 830.000)1Zie artikel I van het Besluit van 14 november 2017, tot wijziging van de bedragen van de categorieën, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht (Stb. 2017, nr. 433). kan opleggen, zijn in bijlage 4 ingedeeld in categorie I, categorie II of categorie III. 4.2 De Autoriteit Persoonsgegevens stelt de basisboete voor overtredingen waarvoor een wettelijk boetemaximum geldt van € 830.000 vast binnen de volgende boetebandbreedtes: Categorie I Boetebandbreedte tussen € 0 en € 200.000 Basisboete: € 100.000 Categorie II Boetebandbreedte tussen € 120.000 en € 500.000 Basisboete: € 310.000 Categorie III Boetebandbreedte tussen € 300.000 en € 830.000 Basisboete: € 565.000 4.3 De hoogte van de basisboete wordt vastgesteld op het minimum van de bandbreedte vermeerderd met de helft van de bandbreedte van de aan een overtreding gekoppelde boetecategorie. Paragraaf 2.5 Overtredingen met een wettelijk boetemaximum van € 83.000 Artikel 5 Categorie-indeling en boetebandbreedtes 5.1 De bepalingen ter zake van overtreding waarvan de Autoriteit Persoonsgegevens een bestuurlijke boete van ten hoogste het bedrag van de geldboete van de vijfde categorie van artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht (per 1 januari 2018: € 83.000)2Zie artikel I van het Besluit van 14 november 2017, tot wijziging van de bedragen van de categorieën, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht (Stb. 2017, nr. 433). kan opleggen, zijn in bijlage 5 ingedeeld in categorie I, categorie II of categorie III. 5.2 De Autoriteit Persoonsgegevens stelt de basisboete voor overtredingen waarvoor een wettelijk boetemaximum geldt van € 83.000 vast binnen de volgende boetebandbreedtes: Categorie I Boetebandbreedte tussen € 0 en € 25.000 Basisboete: € 12.500 Categorie II Boetebandbreedte tussen € 15.000 en € 50.000 Basisboete: € 32.500 Categorie III Boetebandbreedte tussen € 30.000 en € 83.000 Basisboete: € 56.500 5.3 De hoogte van de basisboete wordt vastgesteld op het minimum van de bandbreedte vermeerderd met de helft van de bandbreedte van de aan een overtreding gekoppelde boetecategorie. Paragraaf 2.6 Bepalen van de hoogte van de boete Artikel 6 De basisboete en mogelijke verhoging of verlaging De Autoriteit Persoonsgegevens bepaalt de hoogte van de boete door het bedrag van de basisboete naar boven (tot ten hoogste het maximum van de bandbreedte van de aan een overtreding gekoppelde boetecategorie) of naar beneden (tot ten laagste het minimum van die bandbreedte) bij te stellen. De basisboete wordt verhoogd of verlaagd afhankelijk van de mate waarin de factoren die zijn genoemd in artikel 7 daartoe aanleiding geven. Artikel 7 Relevante factoren Onverminderd de artikelen 3:4 en 5:46 van de Algemene wet bestuursrecht houdt de Autoriteit Persoonsgegevens rekening met de factoren genoemd onder a tot en met k, voor zover in het concrete geval van toepassing:
- a)de aard, de ernst en de duur van de inbreuk, rekening houdend met de aard, de omvang of het doel van de verwerking in kwestie alsmede het aantal getroffen betrokkenen en de omvang van de door hen geleden schade;
- b)de opzettelijke of nalatige aard van de inbreuk;
- c)de door de verwerkingsverantwoordelijke of de verwerker genomen maatregelen om de door betrokkenen geleden schade te beperken;
- d)de mate waarin de verwerkingsverantwoordelijke of de verwerker verantwoordelijk is gezien de technische en organisatorische maatregelen die hij heeft uitgevoerd overeenkomstig de artikelen 25 en 32 van de Algemene verordening gegevensbescherming;
- e)eerdere relevante inbreuken door de verwerkingsverantwoordelijke of de verwerker;
- f)de mate waarin er met de toezichthoudende autoriteit is samengewerkt om de inbreuk te verhelpen en de mogelijke negatieve gevolgen daarvan te beperken;
- g)de categorieën van persoonsgegevens waarop de inbreuk betrekking heeft;
- h)de wijze waarop de toezichthoudende autoriteit kennis heeft gekregen van de inbreuk, met name of, en zo ja in hoeverre, de verwerkingsverantwoordelijke of de verwerker de inbreuk heeft gemeld;
- i)de naleving van de in artikel 58, tweede lid, van de Algemene verordening gegevensbescherming genoemde maatregelen, voor zover die eerder ten aanzien van de verwerkingsverantwoordelijke of de verwerker in kwestie met betrekking tot dezelfde aangelegenheid zijn genomen;
- j)het aansluiten bij goedgekeurde gedragscodes overeenkomstig artikel 40 van de Algemene verordening gegevensbescherming of van goedgekeurde certificeringsmechanismen overeenkomstig artikel 42 van de Algemene verordening gegevensbescherming; en
- k)elke andere op de omstandigheden van de zaak toepasselijke verzwarende of verzachtende factor, zoals gemaakte financiële winsten, of vermeden verliezen, die al dan niet rechtstreeks uit de inbreuk voortvloeien. Artikel 8 Buiten de bandbreedte treden en verhoogde boetemaxima voor een onderneming 8.1 Indien de voor de overtreding bepaalde boetecategorie in het concrete geval geen passende bestraffing toelaat, kan de Autoriteit Persoonsgegevens bij het bepalen van de hoogte van de boete de boetebandbreedte van de naast hogere categorie respectievelijk de boetebandbreedte van de naast lagere categorie toepassen. 8.2 In aanvulling op artikel 7, onder e, van deze beleidsregels en behoudens het bepaalde in artikel 15.4, vijfde lid, van de Telecommunicatiewet hanteert de Autoriteit Persoonsgegevens het uitgangspunt om in geval van recidive de boete met 50% te verhogen, tenzij dit gezien de omstandigheden van het concrete geval onredelijk zou zijn. De Autoriteit Persoonsgegevens kan daarbij buiten de grenzen van de toegepaste boetebandbreedte treden, met inachtneming van het wettelijk boetemaximum. 8.3 Indien ter zake van de overtreding aan een onderneming een bestuurlijke boete van ten hoogste het bedrag van € 10.000.000 kan worden opgelegd en het hoogste bedrag van de toepasselijke boetebandbreedte naar het oordeel van de Autoriteit Persoonsgegevens geen passende bestraffing toelaat, kan zij op grond van artikel 83, vierde lid, van de Algemene verordening gegevensbescherming een hogere boete opleggen tot ten hoogste € 10.000.000 of ten hoogste 2% van de totale wereldwijde jaaromzet in het boekjaar voorafgaande aan het besluit waarbij de bestuurlijke boete wordt opgelegd, indien dit cijfer hoger is. De Autoriteit Persoonsgegevens treedt daarbij buiten de grenzen van de in artikel 2.3 genoemde boetebandbreedtes. 8.4 Indien ter zake van de overtreding aan een onderneming een bestuurlijke boete van ten hoogste het bedrag van € 20.000.000 kan worden opgelegd en het hoogste bedrag van de toepasselijke boetebandbreedte naar het oordeel van de Autoriteit Persoonsgegevens geen passende bestraffing toelaat, kan zij op grond van artikel 83, vijfde en zesde lid, van de Algemene verordening gegevensbescherming een hogere boete opleggen tot ten hoogste € 20.000.000 of ten hoogste 4% van de totale wereldwijde jaaromzet in het boekjaar voorafgaande aan het besluit waarbij de bestuurlijke boete wordt opgelegd, indien dit cijfer hoger is. De Autoriteit Persoonsgegevens treedt daarbij buiten de grenzen van de in artikel 2.3 genoemde boetebandbreedtes. Paragraaf 2.7 Draagkracht Artikel 9 Draagkracht Bij het vaststellen van de boete houdt de Autoriteit Persoonsgegevens zo nodig rekening met de financiële omstandigheden waarin de overtreder verkeert. In geval van verminderde of onvoldoende draagkracht van de overtreder kan de Autoriteit Persoonsgegevens de op te leggen boete verdergaand matigen, indien, na toepassing van artikel 8.1 van de beleidsregels, vaststelling van een boete binnen de boetebandbreedte van de naast lagere categorie naar haar oordeel desalniettemin zou leiden tot een onevenredig hoge boete. Paragraaf 2.8 Meerdere overtredingen Artikel 10 Boete bij meerdere overtredingen Ingeval van meerdere overtredingen met betrekking tot dezelfde of daarmee verband houdende verwerkingsactiviteiten is de totale boete niet hoger dan het wettelijk boetemaximum van de zwaarste overtreding. Hoofdstuk 3 Overgangs- en slotbepalingen Artikel 11 Overgangsbepaling Op overtredingen ten aanzien waarvan de Autoriteit Persoonsgegevens vaststelt dat ze zijn begaan voorafgaand aan het van toepassing worden van de Algemene verordening gegevensbescherming en de inwerkingtreding van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming op 25 mei 2018, wordt ten aanzien van de periode voor dat tijdstip rekening gehouden met de Boetebeleidsregels Autoriteit Persoonsgegevens 2016, zoals deze golden voorafgaand aan dat tijdstip. Artikel 12 Intrekking Boetebeleidsregels Autoriteit Persoonsgegevens 2016 De Boetebeleidsregels Autoriteit Persoonsgegevens 2016 worden ingetrokken. Artikel 13 Inwerkingtreding Deze beleidsregels treden in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin ze worden geplaatst. Artikel 14 Citeertitel Deze beleidsregels worden aangehaald als: Boetebeleidsregels Autoriteit Persoonsgegevens 2019. Artikel 15 Bekendmaking Deze beleidsregels zullen met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst. Den Haag 19 februari 2019 Autoriteit Persoonsgegevens, A. Wolfsen Voorzitter Bijlage 1 behorende bij artikel 2 van de Boetebeleidsregels Autoriteit Persoonsgegevens 2019 Overtredingen met een wettelijk boetemaximum van € 10.000.000 of, voor een onderneming, tot 2% van de totale wereldwijde jaaromzet in het voorgaande boekjaar, indien dit cijfer hoger is Wetsartikel Omschrijving Categorie Algemene verordening gegevensbescherming artikel 8 voorwaarden voor de toestemming van kinderen met betrekking tot diensten van de informatiemaatschappij II artikel 11 verwerking waarvoor identificatie niet is vereist I artikel 25 gegevensbescherming door ontwerp en door standaardinstellingen II artikel 26 gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken I artikel 27, behoudens het derde lid vertegenwoordigers van niet in de Unie gevestigde verwerkingsverantwoordelijken of verwerkers III artikel 27, derde lid vertegenwoordigers van niet in de Unie gevestigde verwerkingsverantwoordelijken of verwerkers II artikel 28, behoudens het negende lid verwerker II artikel 28, negende lid verwerker I artikel 29 verwerking onder gezag van de verwerkingsverantwoordelijke of de verwerker I: indien de overtreder een natuurlijke persoon is; II: indien de overtreder een rechtspersoon is, of onderdeel daarvan artikel 30, behoudens het derde lid register van de verwerkingsactiviteiten II artikel 30, derde lid register van de verwerkingsactiviteiten I artikel 31 medewerking met de toezichthoudende autoriteit III artikel 32 beveiliging van de verwerking II artikel 33, behoudens het derde lid melding van een inbreuk in verband met persoonsgegevens aan de toezichthoudende autoriteit III artikel 33, derde lid melding van een inbreuk in verband met persoonsgegevens aan de toezichthoudende autoriteit II artikel 34, behoudens het tweede lid mededeling van een inbreuk in verband met persoonsgegevens aan de betrokkene III artikel 34, tweede lid mededeling van een inbreuk in verband met persoonsgegevens aan de betrokkene II artikel 35, behoudens het negende lid gegevensbeschermingseffectbeoordeling II artikel 35, negende lid gegevensbeschermingseffectbeoordeling I artikel 36 voorafgaande raadpleging II artikel 37, behoudens het zevende lid aanwijzing van de functionaris voor gegevensbescherming II artikel 37, zevende lid aanwijzing van de functionaris voor gegevensbescherming I artikel 38, behoudens het tweede en zesde lid positie van de functionaris voor gegevensbescherming II artikel 38, tweede en zesde lid positie van de functionaris voor gegevensbescherming I artikel 39 taken van de functionaris voor gegevensbescherming II artikel 41, vierde lid toezicht op goedgekeurde gedragscodes I artikel 42, behoudens het derde en zesde lid certificering II artikel 42, derde lid certificering I artikel 42, zesde lid certificering III artikel 43 certificeringsorganen I Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming artikel 18, eerste lid bestuurlijke boete aan overheden I, II, of III, afhankelijk van de indeling van de onderliggende bepaling Bijlage 2 behorende bij artikel 2 van de Boetebeleidsregels Autoriteit Persoonsgegevens 2019 Overtredingen met een wettelijk boetemaximum van € 20.000.000 of, voor een onderneming, tot 4% van de totale wereldwijde jaaromzet in het voorgaande boekjaar, indien dit cijfer hoger is Wetsartikel Omschrijving Categorie Algemene verordening gegevensbescherming artikel 5, eerste lid, behoudens onder a beginselen inzake verwerking van persoonsgegevens III artikel 5, eerste lid, onder a en tweede lid beginselen inzake verwerking van persoonsgegevens I, II, III of IV, afhankelijk van de indeling van de onderliggende bepaling artikel 6 rechtmatigheid van de verwerking III artikel 7 voorwaarden voor toestemming III artikel 9 verwerking van bijzondere categorieën van persoonsgegevens IV artikel 12, behoudens het derde tot en met vijfde lid transparante informatie, communicatie en nadere regels voor de uitoefening van de rechten van de betrokkene III artikel 12, derde tot en met vijfde lid transparante informatie, communicatie en nadere regels voor de uitoefening van de rechten van de betrokkene II artikel 13 te verstrekken informatie wanneer persoonsgegevens bij de betrokkene worden verzameld III artikel 14 te verstrekken informatie wanneer de persoonsgegevens niet van de betrokkene zijn verkregen III artikel 15 recht van inzage van de betrokkene III artikel 16 recht op rectificatie III artikel 17 recht op gegevenswissing III artikel 18, behoudens het derde lid recht op beperking van de verwerking III artikel 18, derde lid recht op beperking van de verwerking II artikel 19 kennisgevingsplicht inzake rectificatie of wissing van persoonsgegevens of verwerkingsbeperking II artikel 20 recht op overdraagbaarheid van gegevens III artikel 21, behoudens het vierde lid recht van bezwaar III artikel 21, vierde lid recht van bezwaar II artikel 22 geautomatiseerde individuele besluitvorming, waaronder profilering IV artikel 44 algemeen beginsel inzake doorgiften III artikel 45 doorgiften op basis van adequaatheidsbesluiten III artikel 46 doorgiften op basis van passende waarborgen III artikel 47 bindende bedrijfsvoorschriften III artikel 48 niet bij Unierecht toegestane doorgiften of verstrekkingen III artikel 49 afwijkingen voor specifieke situaties III alle verplichtingen uit hoofde van krachtens hoofdstuk IX door de lidstaten vastgesteld recht, bijvoorbeeld: I, II, III of IV, afhankelijk van de indeling van de onderliggende bepaling – artikel 87 van de Algemene verordening gegevensbescherming jo. artikel 46, eerste lid, van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming verwerking nationaal identificatienummer IV – artikel 87 van de Algemene verordening gegevensbescherming jo. artikel 46, tweede lid, van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming verwerking nationaal identificatienummer III … artikel 89 van de Algemene verordening gegevensbescherming jo. artikel 45 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming waarborgen en afwijkingen in verband met verwerking met het oog op archivering in het algemeen belang, wetenschappelijk of historisch onderzoek of statistische doeleinden III niet-naleving van een bevel of een tijdelijke of definitieve verwerkingsbeperking of een opschorting van gegevensstromen door de toezichthoudende autoriteit overeenkomstig artikel 58, tweede lid, of niet-verlening van toegang in strijd met artikel 58, eerste lid IV niet-naleving van een bevel van de toezichthoudende autoriteit als bedoeld in artikel 58, tweede lid IV Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming artikel 17, eerste lid boete bij onrechtmatige verwerking persoonsgegevens strafrechtelijke aard IV artikel 18, eerste lid bestuurlijke boete aan overheden II, III of IV, afhankelijk van de indeling van de onderliggende bepaling Bijlage 3 behorende bij artikel 3 van de Boetebeleidsregels Autoriteit Persoonsgegevens 2019 Overtredingen met een wettelijk boetemaximum van € 900.000 Wetsartikel Omschrijving Categorie Telecommunicatiewet artikel 11.3a, behoudens het derde en zevende lid meldplicht datalekken aanbieder openbare elektronische communicatiedienst II artikel 11.3a, derde en zevende lid meldplicht datalekken aanbieder openbare elektronische communicatiedienst I artikel 11.5b verwerking persoonsgegevens door verleners van vertrouwensdiensten II artikel 18.15a regels over te verstrekken gegevens bij de kennisgeving van een inbreuk op de veiligheid of het verlies van integriteit I Verordening (EU) nr. 910/2014 (eIDAS-verordening) artikel 19, tweede lid meldplicht in de eIDAS-verordening II Algemene wet bestuursrecht artikel 5:20, eerste lid medewerkingsplicht (nalevingstoezicht Telecommunicatiewet) III Bijlage 4 behorende bij artikel 4 van de Boetebeleidsregels Autoriteit Persoonsgegevens 2019 Overtredingen met een wettelijk boetemaximum van € 830.000 Wetsartikel Omschrijving Categorie Wet politiegegevens artikel 5 bijzondere categorieën van politiegegevens III artikel 7a geautomatiseerde individuele besluitvorming III artikel 24a, behoudens het tweede en derde lid informatie aan de betrokkene II artikel 24a, tweede en derde lid informatie aan de betrokkene I artikel 24b verstrekking van informatie aan de betrokkene II artikel 25, eerste lid recht op inzage II artikel 25, tweede lid recht op inzage I artikel 28, eerste en tweede lid recht op rectificatie en vernietiging van politiegegevens II artikel 28, derde, vierde en vijfde lid recht op rectificatie en vernietiging van politiegegevens I Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens artikel 7e geautomatiseerde verwerking, met inbegrip van profilering III artikel 17a informatie voor de betrokkene II artikel 17b, behoudens het tweede lid verstrekking van informatie aan de betrokkene II artikel 17b, tweede lid verstrekking van informatie aan de betrokkene I artikel 18 recht op inzage II artikel 22, behoudens het vierde en vijfde lid recht op rectificatie, vernietiging of afscherming II artikel 22, vierde en vijfde lid recht op rectificatie, vernietiging of afscherming I artikel 24 kennisgevingsplicht inzake rectificatie, vernietiging of afscherming van gegevens I artikel 39c, eerste lid, jo. artikel 7e geautomatiseerde verwerking, met inbegrip van profilering III artikel 40, derde lid, jo. artikel 7e geautomatiseerde verwerking, met inbegrip van profilering NB De wettekst spreekt over “40a, derde lid” III artikel 42b, behoudens voor wat betreft de overeenkomstige toepassing van artikel 17b, tweede lid informatie aan de betrokkene II artikel 42b, voor wat betreft de overeenkomstige toepassing van artikel 17b, tweede lid informatie aan de betrokkene I artikel 43 recht op inzage II artikel 46, behoudens het vierde lid en voor wat betreft de overeenkomstige toepassing van artikel 22, vijfde lid recht op rectificatie, vernietiging of afscherming II artikel 46, vierde lid en voor wat betreft de overeenkomstige toepassing van artikel 22, vijfde lid recht op rectificatie, vernietiging of afscherming I artikel 48 kennisgevingsplicht inzake rectificatie, vernietiging of afscherming van gegevens I artikel 51b, eerste lid, jo. artikel 7e geautomatiseerde verwerking, met inbegrip van profilering III artikel 51b, eerste lid, jo. artikel 17a informatie voor de betrokkene II artikel 51b, eerste lid, jo. artikel 17b, behoudens het tweede lid van dit artikel verstrekking van informatie aan de betrokkene II artikel 51b, eerste lid, jo. artikel 17b, tweede lid verstrekking van informatie aan de betrokkene I artikel 51b, eerste lid, jo. artikel 22, behoudens het vierde en vijfde lid van dit artikel recht op rectificatie, vernietiging of afscherming II artikel 51b, eerste lid, jo. artikel 22, vierde en vijfde lid recht op rectificatie, vernietiging of afscherming I artikel 51b, eerste lid, jo. artikel 24 kennisgevingsplicht inzake rectificatie, vernietiging of afscherming van gegevens I artikel 51b, tweede lid, jo. artikel 18 recht op inzage II artikel 51f, eerste lid, jo. artikel 7e geautomatiseerde verwerking, met inbegrip van profilering III artikel 51f, eerste lid, jo. artikel 17a informatie voor de betrokkene II artikel 51f, eerste lid, jo. artikel 17b, behoudens het tweede lid van dit artikel verstrekking van informatie aan de betrokkene II artikel 51f, eerste lid, jo. artikel 17b, tweede lid verstrekking van informatie aan de betrokkene I artikel 51f, eerste lid, jo. artikel 18 recht op inzage II artikel 51f, eerste lid, jo. artikel 22, behoudens het vierde en vijfde lid van dit artikel recht op rectificatie, vernietiging of afscherming II artikel 51f, eerste lid, jo. artikel 22, vierde en vijfde lid recht op rectificatie, vernietiging of afscherming I artikel 51f, eerste lid, jo. artikel 24 kennisgevingsplicht inzake rectificatie, vernietiging of afscherming van gegevens I Bijlage 5 behorende bij artikel 5 van de Boetebeleidsregels Autoriteit Persoonsgegevens 2019 Overtredingen met een wettelijk boetemaximum van € 83.000 Wetsartikel Omschrijving Categorie Wet politiegegevens artikel 4a gegevensbescherming door beveiliging en ontwerp III artikel 4b gegevensbescherming door standaardinstellingen III artikel 4c gegevensbeschermingseffectbeoordeling III artikel 6c verwerker III artikel 31d register III artikel 32 documentatie II artikel 33a melding datalekken III artikel 33b voorafgaand raadplegen Autoriteit persoonsgegevens III artikel 36 functionaris voor gegevensbescherming III Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens artikel 7 verplichtingen van de verwerkingsverantwoordelijke en de verwerker en beveiliging van gegevens III artikel 7a gegevensbescherming door ontwerp en door standaardinstellingen III artikel 7b gegevensbeschermingseffectbeoordeling III artikel 7d verwerker III artikel 19, eerste lid vastlegging en bewaarplicht verstrekking justitiële gegevens II artikel 26c register III artikel 26f functionaris voor gegevensbescherming III artikel 26g melden inbreuk op de beveiliging III artikel 26h voorafgaand raadplegen Autoriteit Persoonsgegevens III artikel 39c, eerste lid, jo. artikel 7 verplichtingen van de verwerkingsverantwoordelijke en beveiliging van gegevens III artikel 39c, eerste lid, jo. artikel 7a gegevensbescherming door ontwerp en door standaardinstellingen III artikel 39c, eerste lid, jo. artikel 7b gegevensbeschermingseffectbeoordeling III artikel 39c, eerste lid, jo. artikel 7d verwerker III artikel 39r, eerste lid, jo. artikel 26c register III artikel 39r, eerste lid, jo. artikel 26g melden inbreuk op de beveiliging III artikel 39r, eerste lid, jo. artikel 26h voorafgaand raadplegen Autoriteit Persoonsgegevens III artikelen 40, derde lid, jo. artikel 7 verplichtingen van de verwerkingsverantwoordelijke en beveiliging van gegevens NB De wettekst spreekt over “40a, derde lid” III artikelen 40, derde lid, jo. artikel 7a gegevensbescherming door ontwerp en door standaardinstellingen NB De wettekst spreekt over “40a, derde lid” III artikelen 40, derde lid, jo. artikel 7b gegevensbeschermingseffectbeoordeling NB De wettekst spreekt over “40a, derde lid” III artikelen 40, derde lid, jo. artikel 7d verwerker NB De wettekst spreekt over “40a, derde lid” III artikel 51, eerste lid, jo. artikel 26c register III artikel 51, eerste lid, jo. artikel 26f functionaris voor gegevensbescherming III artikel 51, eerste lid, jo. artikel 26g melden inbreuk op de beveiliging III artikel 51, eerste lid, jo. artikel 26h voorafgaand raadplegen Autoriteit Persoonsgegevens III artikel 51b, eerste lid, jo. artikel 7 verplichtingen van de verwerkingsverantwoordelijke en beveiliging van gegevens III artikel 51b, eerste lid, jo. artikel 7a gegevensbescherming door ontwerp en door standaardinstellingen III artikel 51b, eerste lid, jo. artikel 7b gegevensbeschermingseffectbeoordeling III artikel 51b, eerste lid, jo. artikel 7d verwerker III artikel 51d, eerste lid, jo. artikel 26c register III artikel 51d, eerste lid, jo. artikel 26f functionaris voor gegevensbescherming III artikel 51d, eerste lid, jo. artikel 26g melden inbreuk op de beveiliging III artikel 51d, eerste lid, jo. artikel 26h voorafgaand raadplegen Autoriteit Persoonsgegevens III artikel 51f, eerste lid, jo. artikel 7 verplichtingen van de verwerkingsverantwoordelijke en beveiliging van gegevens III artikel 51f, eerste lid, jo. artikel 7a gegevensbescherming door ontwerp en door standaardinstellingen III artikel 51f, eerste lid, jo. artikel 7b gegevensbeschermingseffectbeoordeling III artikel 51f, eerste lid, jo. artikel 7d verwerker III artikel 51h, eerste lid, jo. artikel 26c register NB M.b.t. gerechtelijke strafgegevens verwijst artikel 51h, derde lid, onder c, ten onrechte naar “artikel 51d, eerste lid, voor wat betreft de overeenkomstige toepassing van de artikelen 26c, 26g en 26h in dat lid” i.p.v. “het eerste lid, voor wat betreft (...)” (cf. artikel 51). III artikel 51h, eerste lid, jo. artikel 26g functionaris voor gegevensbescherming NB M.b.t. gerechtelijke strafgegevens verwijst artikel 51h, derde lid, onder c, ten onrechte naar “artikel 51d, eerste lid, voor wat betreft de overeenkomstige toepassing van de artikelen 26c, 26g en 26h in dat lid” i.p.v. “het eerste lid, voor wat betreft (...)” (cf. artikel 51). III artikel 51h, eerste lid, jo. artikel 26h melden inbreuk op de beveiliging NB M.b.t. gerechtelijke strafgegevens verwijst artikel 51h, derde lid, onder c, ten onrechte naar “artikel 51d, eerste lid, voor wat betreft de overeenkomstige toepassing van de artikelen 26c, 26g en 26h in dat lid” i.p.v. “het eerste lid, voor wat betreft (...)” (cf. artikel 51). III