← Nederland

Wijzigingsbesluit Besluit bezoldiging politie, enz. (formalisering en uitvoering Arbeidsvoorwaardenovereenkomst sector Politie 2018–2020 inzake divers

Besluit van 13 december 2019 tot wijziging van het Besluit bezoldiging politie en enkele andere rechtspositionele besluiten ter formalisering en uitvoering van de Arbeidsvoorwaardenovereenkomst sector Politie 2018–2020 inzake onder meer afspraken betreffende het inkomen, de capaciteit en inzetbaarheid, de kwaliteit, loopbaan en onderwijs en de duurzame inzetbaarheid van ambtenaren, werkzaam in de sector Politie Wijzigingsbesluit Besluit bezoldiging politie, enz. (formalisering en uitvoering Arbeidsvoorwaardenovereenkomst sector Politie 2018–2020 inzake diverse afspraken aangaande ambtenaren, werkzaam in de sector Politie) Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Op de voordracht van Onze Minister van Justitie en Veiligheid van 28 oktober 2019, directie Wetgeving en Juridische Zaken, nr. 2733326; Gelet op artikel 47, eerste lid, van de Politiewet 2012; De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 27 november 2019, W16.19.0342/II); Gezien het nader rapport van Onze Minister van Justitie en Veiligheid, Directie Wetgeving en Juridische Zaken van 9 december 2019, nr. 2767010; Hebben goedgevonden en verstaan: Artikel I Wijzigt het Besluit algemene rechtspositie politie. Artikel II Wijzigt het Besluit bezoldiging politie. Artikel III Wijzigt het Besluit bovenwettelijke werkloosheidsuitkering politie. Artikel IV Wijzigt het Besluit overleg en medezeggenschap politie

  1. Artikel V Wijzigt het Besluit rangen politie. Artikel VI Wijzigt het Besluit reis-, verblijf-, en verhuiskosten. Artikel VII 1 In 2018 wordt een eenmalige uitkering uitbetaald aan de ambtenaren, bedoeld in artikel 1, eerste lid onder b, c, d, e en f van het Besluit algemene rechtspositie politie, die op 1 januari 2018 en op 1 november 2018 als zodanig zijn aangesteld binnen de sector Politie. 2 De in het eerste lid bedoelde uitkering is pensioengevend, bedraagt € 400 voor de ambtenaar met een aanstelling op 1 januari 2018 van 36 uur of meer per week en een evenredig deel daarvan ingeval van een aanstelling van minder dan 36 uur per week. 3 Indien de ambtenaar slechts een gedeelte van zijn bezoldiging geniet, heeft dit geen invloed op de hoogte van de eenmalige uitkering. 4 Geen eenmalige uitkering ontvangen de ambtenaren bedoeld in het eerste lid, die op 1 januari 2018 geen bezoldiging ontvingen in verband met buitengewoon onbezoldigd verlof. Indien dit verlof niet volledig genoten wordt, wordt de uitkering naar rato van de daadwerkelijke dienstverrichting berekend. 5 De ambtenaar kan op eigen verzoek afzien van de uitkering. Artikel VIII 1 In 2019 wordt een eenmalige uitkering uitbetaald aan de ambtenaren, bedoeld in artikel 1, eerste lid onder b, c, d, e en f van het Besluit algemene rechtspositie politie, die op 1 januari 2019 als zodanig zijn aangesteld binnen de sector Politie. 2 De in het eerste lid bedoelde uitkering is pensioengevend, bedraagt € 400 voor de ambtenaar met een aanstelling van 36 uur of meer per week en een evenredig deel daarvan ingeval van een aanstelling van minder dan 36 uur per week. 3 Indien de ambtenaar slechts een gedeelte van zijn bezoldiging geniet, heeft dit geen invloed op de hoogte van de eenmalige uitkering. 4 Geen eenmalige uitkering ontvangen de ambtenaren die op 1 januari 2019 geen bezoldiging ontvingen in verband met onbezoldigd buitengewoon verlof. Indien dit verlof niet volledig genoten wordt, wordt de uitkering naar rato van de daadwerkelijke dienstverrichting berekend. 5 De ambtenaar kan op eigen verzoek afzien van de uitkering. Artikel IX Wijzigt het Wijzigingsbesluit Besluit algemene rechtspositie politie, enz.(formalisering Uitvoeringsafspraak sector Politie). Artikel X Overgangs- en slotbepaling
  2. Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari
  3. Indien het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 december 2019, treedt het in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst, en werkt het terug tot en met 1 januari
  4. Artikelen I, onderdelen C, onder 1, E, onder 1 en 3, I, K en II, onderdeel T, werken terug tot en met 1 juli
  5. Artikelen I, onderdeel C, onder 2 en 3, en II, onderdelen J, onder 1, en L, werken terug tot en met 1 maart
  6. Artikel I, onderdeel P, werkt terug tot en met 1 januari 2018 en is mede van toepassing op degenen die op dat tijdstip het 45-jarig ambtsjubileum reeds hebben bereikt.
  7. Artikelen II, onderdelen H en M, en VIII werken terug tot en met 1 januari
  8. Artikelen II, onderdeel O, en VII werken terug tot en met 1 januari
  9. Artikel III, onderdelen A en B, artikel 26cc werken terug tot en met 1 februari
  10. Artikelen III, onderdeel B, artikel 26cb en IX werken terug tot en met 1 juli
  11. Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst. ’s-Gravenhage 13 december 2019 Willem-Alexander De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus de twintigste december 2019 De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.