← Nederland

Regeling gespecialiseerde geestelijke gezondheidszorg

Regeling gespecialiseerde geestelijke gezondheidszorg Regeling gespecialiseerde geestelijke gezondheidszorg Leeswijzer In Hoofdstuk 5 van deze regeling zijn de regels met betrekking tot de diagnose-behandelcombinaties (dbc’

  1. s)weergegeven. Meer uitgebreide informatie over het hele dbc-registratieproces (registreren-valideren-afleiden) en voorbeelden, nadere toelichting en stroomschema’s staan vermeld in Toelichting op de nadere regel. Sinds 2017 wordt voor nieuwe zorgtrajecten de diagnose geclassificeerd in DSM-5. De DSM-5 diagnose wordt geconverteerd naar een bijbehorende DSM-IV diagnose. De registratie en bekostiging vinden nog conform DSM-IV plaats. De bijlagen maken integraal deel uit van deze regeling. Gelet op artikel 27, 36, 37 en 38 van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), is de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) bevoegd tot het stellen van regels op het gebied van gespecialiseerde geestelijke gezondheidszorg (ggz). 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: a. Acute psychiatrische hulpverlening: hulpverlening die deel uitmaakt van de gespecialiseerde ggz en welke gericht is op personen in een crisissituatie waarvan het vermoeden bestaat dat zij een acute psychiatrische stoornis hebben. De zorg wordt geleverd conform de generieke module acute psychiatrie. b. afwezigheidsdagen: dagen waarop een patiënt, die op basis van dbc of zzp-ggz verblijft bij een instelling, afwezig is; c. AGB-code: unieke code die aan een zorgaanbieder is toegekend. Met deze code kan de zorgaanbieder en de praktijk of de instelling worden geïdentificeerd; d. algemeen indirecte tijd: patiëntgebonden tijd, niet zijnde 24-uurscontinuïteitszorg, en niet zijnde direct patiëntgebonden tijd, indirect patiëntgebonden tijd of indirect patiëntgebonden reistijd. Algemeen indirecte tijd wordt geregistreerd bij een multidisciplinair overleg of bij de eindverslaglegging van een behandeltraject; e. audit-trail: zodanige vastlegging van gegevens dat het spoor van basisgegeven naar eindgegeven en omgekeerd achteraf door een externe accountant of, afhankelijk van de aard van de gegevens, door de medisch adviseur kan worden gevolgd en gecontroleerd; f. basispakket: de zorg behorend tot het verplicht verzekerd pakket op grond van de Zvw; g. behandelaar dbc: behandelaar die op de dbc-beroepentabel voorkomt en activiteiten, verrichtingen en deelprestaties verblijf kan registreren. Een behandelaar kan tevens een regiebehandelaar zijn; h. Crisis-dbc buiten budget: deze dbc mag in het geval van acute psychiatrische hulpverlening, conform de begripsbepaling, waarvoor geen budget is vastgesteld, worden geopend. Bij een crisis-dbc’s buiten budget moet 1 van de volgende 3 zorgtypes worden geregistreerd: 304 (Acute psychiatrische hulpverlening buiten budget – vervolg binnen budget), 305 (Acute psychiatrische hulpverlening buiten budget – zorgaanbieder geen onderdeel regioplan), 306 (Acute psychiatrische hulpverlening buiten budget – geen regioplan). Zie bijlage 1: Zorgtypen i. dagbesteding: Er kunnen vijf vormen van dagbesteding geregistreerd worden in de gespecialiseerde ggz. Doel is het bevorderen, behouden of compenseren van de zelfredzaamheid van de patiënt. Dagbesteding vindt altijd plaats in het kader van de (psychiatrische) behandeling en is terug te vinden in het behandelplan van de patiënt; j. dbc: diagnose-behandelcombinatie: een dbc omvat het traject dat een patiënt doorloopt als hij zorg nodig heeft voor een specifieke diagnose, vanaf het eerste contact bij een gespecialiseerde ggz-aanbieder tot en met de behandeling die hier eventueel uit volgt. De dbc vormt de basis voor de declaratie van deze geleverde zorg; k. dbc-dataset: de gegevens die verzameld en aangeleverd moeten worden conform de nadere regel ‘Verplichte aanlevering minimale dataset gespecialiseerde ggz’; l. dbc-tarief: het bedrag dat per dbc in rekening wordt gebracht conform de algemene tariefbeschikking dbc ggz; m. dbc-traject: de gehele periode waarin alle activiteiten (openen/typeren/registreren/sluiten van één dbc) in het kader van de behandeling van een patiënt worden uitgevoerd; n. direct patiëntgebonden tijd: de tijd waarin een behandelaar, in het kader van diagnostiek en/of activiteiten uit het behandelplan en niet zijnde 24-uurscontinuïteitszorg, contact heeft met de patiënt of met familieleden, gezinsleden, ouders, partner of andere naasten (het systeem) van de patiënt. o. Generieke module acute psychiatrie: module waarvan de inhoud en organisatie van de hulpverlening wordt beschreven voor personen in een crisissituatie, waarvan het vermoeden bestaat dat zij een acute psychiatrische stoornis hebben bij wie snel (medisch) ingrijpen noodzakelijk is, waarvan de eerste versie in maart 2017 is vastgesteld door het Netwerk Kwaliteitsontwikkeling GGz; p. hoofdgroepen: DSM-IV diagnosetyperingen zijn ingedeeld in hoofdgroepen. Er zijn in totaal 14 hoofdgroepen; q. indirect patiëntgebonden reistijd: de tijd die de behandelaar, in het kader van diagnostiek en/of activiteiten uit het behandelplan en niet zijnde 24-uurscontinuïteitszorg, besteedt aan het reizen van en naar de patiënt die buiten de instelling behandeling, begeleiding of verpleging ontvangt; r. indirect patiëntgebonden tijd: de tijd die de behandelaar, in het kader van diagnostiek en/of activiteiten uit het behandelplan en niet zijnde 24-uurscontinuïteitszorg, besteedt aan zaken rondom een contactmoment (de direct patiëntgebonden tijd in het kader van de diagnostiek of behandeling), maar waarbij de patiënt (of het systeem van de patiënt) zelf niet aanwezig is. Onder indirect patiëntgebonden tijd valt bijvoorbeeld: het voorbereiden van een activiteit, verslaglegging in het kader van een activiteit of hersteltijd na een intensieve behandelsessie. Puur administratieve taken (zoals het maken van een afspraak) vallen niet onder indirect patiëntgebonden tijd; s. initiële dbc: een dbc die wordt geopend voor een eerste of nieuwe primaire zorgvraag van een patiënt. De initiële dbc is altijd de eerste dbc in een zorgtraject; t. lekenomschrijving: voor patiënten in niet-medische terminologie verklarende omschrijving van het in rekening gebrachte dbc-tarief; u. minimale dataset (mds): via de minimale dataset leveren zorgaanbieders gegevens uit de basisregistratie aan, die inzicht geven in de geleverde en gedeclareerde zorg. In de mds staan data die verplicht moeten worden aangeleverd. De mds wordt vastgesteld door de NZa; v. nevendiagnose: als overige stoornissen zorgverzwarend werken, kunnen deze worden geregistreerd als nevendiagnosen; w. niet-patiëntgebonden activiteiten: activiteiten zoals scholing, algemene vergaderingen, intervisies over het functioneren van collega’s, productontwikkeling en het lezen van vakliteratuur; x. onderlinge dienstverlening: een (deel)prestatie die een zorgaanbieder levert als onderdeel van door een andere zorgaanbieder te verlenen zorg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b van de Wmg op het gebied van gespecialiseerde ggz. De eerstgenoemde zorgaanbieder wordt in dit kader aangeduid als ‘uitvoerende zorgaanbieder’. De laatstgenoemde zorgaanbieder wordt in dit kader aangeduid als de ‘opdrachtgevende zorgaanbieder’; y. opeenvolgende zorgtrajecten: er is sprake van verschillende diagnoses waarvan één diagnose het meest dringend is. Er is dan sprake van één primaire diagnose en meerdere nevendiagnoses in een opeenvolgend zorgtraject; z. overige deelprestatie: een deelprestatie binnen de dbc-systematiek, niet zijnde een deelprestatie verblijf. Een overige deelprestatie is niet hetzelfde als een overig product; aa. overig zorgproduct (ozp): vormen van zorg die onder de reikwijdte van de Wmg vallen, maar die zich (nog) niet lenen voor onderbrenging in de reguliere dbc-productstructuur of de zzp’s ggz. Een overig zorgproduct is niet hetzelfde als een overige deelprestatie. Zie voor een overzicht van de ozp’s die door de ggz te declareren bijlage 4 van de nadere regel medisch specialistische zorg (msz): overige zorgproducten per segment; bb. parallelle dbc-zorgtrajecten: hiervan is sprake als er verschillende diagnoses zijn met een gelijkwaardig belang, waarbij de regiebehandelaar(
  2. s)substantieel verschillende behandelingen in moet zetten. Als het geen parallel dbc-zorgtraject is, betreft het een regulier zorgtraject. cc. patiëntgebonden activiteiten: activiteiten die een behandelaar uitvoert in het kader van de diagnostiek en behandeling van een patiënt; dd. prestatiebeschrijving: een gedetailleerde beschrijving van de prestatie die geleverd wordt. De prestatiebeschrijvingen van de dbc’s, zzp’s ggz en ozp’s zijn opgenomen in de bijlage van de beleidsregel ‘Prestaties en tarieven gespecialiseerde ggz’; ee. primaire diagnose: de regiebehandelaar geeft per zorgtraject aan welke van de geregistreerde stoornissen op as I en/of as II de reden voor behandeling is. Dit wordt de primaire diagnose genoemd; ff. regiebehandelaar: de regiebehandelaars in de gespecialiseerde ggz zijn BIG-geregistreerd en hebben een ggz-specifieke opleiding gevolgd. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen vrijgevestigden en instellingen. Vrijgevestigden De volgende beroepen kunnen als vrijgevestigde voorkomen als regiebehandelaar – psychiater – klinisch psycholoog – klinisch neuropsycholoog – psychotherapeut Instellingen De volgende beroepen kunnen binnen een instelling voorkomen als regiebehandelaar: – psychiater – klinisch psycholoog – klinisch neuropsycholoog – psychotherapeut – specialist ouderengeneeskunde – verslavingsarts in profielregister KNMG – gz-psycholoog – klinisch geriater – verpleegkundig specialist ggz Deze beroepen zijn aangewezen als regiebehandelaar in het model-kwaliteitsstatuut ggz. Het model-kwaliteitsstatuut ggz is een veldnorm die ingeschreven is als professionele standaard in het register van het Zorginstituut Nederland (ZIN) en is in werking getreden per 1 januari 2017; gg. toeslagen: een toeslag die in combinatie met een zzp-ggz afgesproken kan worden, dan wel een toeslag voor de tolk gebarentaal/communicatiespecialist, dan wel een toeslag voor oorlogsgerelateerd psychotrauma; hh. verblijfsdag dbc: hierbij gaat het om een ‘kale verblijfsdag’. In het tarief van de verblijfprestatie is wel de verpleging en verzorging meegenomen, maar niet de behandeling; ii. vervolg-dbc: een dbc die volgt op een initiële dbc of een voorgaande vervolg-dbc. Een vervolg-dbc heeft altijd dezelfde primaire diagnose als de eerder afgesloten initiële dbc of vervolg-dbc; jj. Wtzi-zorgaanbieder: zorgaanbieder die op basis van de Wet toelating zorginstellingen (Wtzi) een toelating heeft om zorg te leveren binnen de Zvw; kk. zorgtraject: een zorgtraject omvat de totale zorg die wordt geleverd in het kader van de behandeling van één primaire diagnose. Een initiële dbc, met eventueel één of meerdere vervolg-dbc’s, vormen het zorgtraject; ll. zorgtype: het zorgtype beschrijft de reden van het (eerste) contact tussen de zorgaanbieder en de patiënt; mm. zorgvraagzwaarte (dbc): de patiëntkenmerken die bij aanmelding/intake voorspellend zijn voor wat betreft de zorgzwaarte in termen van behandelinzet (duur, setting, behandelminuten) en zorgkosten; nn. zorgvraagzwaarte-indicator (dbc): indicator van de zorgvraagzwaarte van een patiënt. Deze indicator bestaat uit zeven items van 001 tot en met 007. Daarbij is 000 de code als er geen zorgvraagzwaarte afgeleid kan worden, bijvoorbeeld wanneer de diagnose niet is ingevuld. De laagste zorgvraagzwaarte wordt aangegeven met code 001. oo. zzp: zorgzwaartepakket; pp. zzp-ggz: Een zzp-ggz is een volledig pakket van intramurale geestelijke gezondheidszorg met behandeling dat aansluit op de kenmerken van de patiënt en de soort zorg die de patiënt nodig heeft. Een zzp-ggz bestaat uit een beschrijving van het type patiënt (een patiëntprofiel), het aantal uren zorg dat bij dit patiëntprofiel beschikbaar wordt gesteld en een beschrijving van die zorg. Het betreft de volgende prestaties: zzp’s ggz b3 t/m b7 inclusief en exclusief dagbesteding, zzp-ggz b vmr inclusief dagbesteding, zzp-ggz b vmr exclusief dagbesteding en zzp-ggz klinische intensieve behandeling (kib). qq. tijd die niet afleidt naar een dbc: direct patiëntgebonden tijd, indirect patiëntgebonden reistijd, indirect patiëntgebonden tijd of algemeen indirecte tijd, die geschreven wordt door beroepen die in de beroepentabel staan, waarvan conform de kolom ‘tijd leidt af’ de geschreven tijd niet afleidt naar een prestatie. rr. Behandelplan: een plan waarin een beschrijving en het doel van de behandeling staan. ss. 24-uurscontinuïteitszorg: de 24-uurscontinuïteitszorg is de basiszorg die op klinische afdelingen van een instelling 24 uur per dag voor de patiënt beschikbaar is. tt. vov-personeel: verzorgend, opvoedkundig en verplegend personeel. 2 Doel van de regeling Het doel van deze regeling is het stellen van voorschriften voor de gespecialiseerde ggz op het gebied van registratie, declaratie, informatie en validatie, die zorgaanbieders in acht moeten nemen bij én voorafgaand aan het declareren van dbc’s, zzp’s ggz en ozp’s. 3 Reikwijdte Deze regeling is van toepassing op geneeskundige geestelijke gezondheidszorg (ggz) als omschreven bij of krachtens de Zorgverzekeringswet (Zvw), niet zijnde generalistische basis-ggz, hierna verder aangeduid als gespecialiseerde ggz. Voorzover geen sprake is van zorg als omschreven in de vorige zin, is deze beleidsregel van toepassing op handelingen 1Het betreft hier de handelingen bedoeld in artikel 1, eerste lid, sub b, nr. 2°, van de Wmg. of werkzaamheden 2Het betreft hier de werkzaamheden bedoeld in artikel 2, aanhef, en sub d, van het Besluit uitbreiding en beperking werkingssfeer Wmg. op het terrein van de gespecialiseerde ggz, uitgevoerd door of onder verantwoordelijkheid van personen, ingeschreven in een register als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG) of door personen als bedoeld in artikel 34 van de Wet BIG. 3.1 Opbouw nadere regel Er bestaan vier typen zorgprestaties in de gespecialiseerde ggz: diagnose-behandelcombinaties (dbc’s), zorgzwaartepakketten ggz (zzp’s ggz), overige zorgproducten (ozp’
  3. s)en onderlinge dienstverlening (odv). Deze regeling beschrijft per type zorgprestatie welke voorschriften gelden. In hoofdstuk 4: Algemene bepalingen wordt beschreven hoe de samenloop en afbakening tussen de verschillende typen prestaties is. Verder staan hier alle voorschriften die voor alle zorgprestaties gelden. In de daarop volgende hoofdstukken staan per type zorgproduct specifieke voorschriften. 4 Algemene bepalingen 4.1 Afbakening Gespecialiseerde ggz omvat geneeskundige ggz als omschreven bij of krachtens de Zvw, behalve de generalistische basis-ggz. Dit omvat behandeling al dan niet gepaard met verblijf. De gespecialiseerde ggz die geleverd wordt en valt binnen de kaders van het basispakket wordt in beginsel bekostigd door een dbc of zzp-ggz. In enkele specifieke gevallen, en op het moment dat ggz wordt geleverd die niet binnen het basispakket valt, moet een ozp voor de geleverde zorg in rekening worden gebracht. Overgang Zvw naar Wlz Verblijf gericht op behandeling valt onder de Zvw totdat sprake is van in totaal 1.095 dagen aaneengesloten verblijf met behandeling3Voor de telling van de 1.095 dagen telt het aantal zzp-ggz b vmr dagen niet mee.. Voor de berekening of sprake is van 1.095 dagen gaat het zowel om verblijf gericht op ggz (onder de Zvw)4Voor de telling van de 1.095 dagen telt het aantal dagen verblijf gericht op behandeling die onder andere bekostigingsregimes zijn ontvangen, niet mee. als om verblijf in het kader van een somatische behandeling. Na deze 1.095 dagen intramurale behandeling met verblijf wordt de zorg niet verder bekostigd onder het regime van de Zvw. Bij de telling van aaneengesloten verblijf wordt een onderbreking van ten hoogste 30 dagen niet als onderbreking beschouwd, maar deze dagen tellen niet mee voor de berekening van de 1.095 dagen. In afwijking van het voorgaande geldt dat onderbrekingen wegens weekend- en vakantieverlof wel mee tellen voor de berekening van de 1.095 dagen. Voor enkele specifieke bepalingen over de telling, in het bijzonder ten aanzien van het registreren en in rekening brengen van deze dagen, wordt verwezen naar artikel 6.1 Algemene registratiebepalingen en artikel 6.2 Declaratiebepalingen zzp’s ggz van deze regeling. Samenloop Zvw en Wlz Als een patiënt zorg ontvangt op basis een Wlz-indicatie en hiervoor in een Wlz-instelling verblijft, is het mogelijk dat daarnaast zorg geleverd en betaald wordt vanuit de Zvw. Als de psychische stoornis van de patiënt niet samenhangt met de beperking waarvoor de Wlz-indicatie is afgegeven en integrale behandeling niet nodig is, wordt de zorg voor de psychische stoornis geleverd en betaald uit de Zvw. Samenloop gespecialiseerde ggz en forensische zorg Het is mogelijk om een dbc voor de gespecialiseerde ggz te declareren naast een dbbc voor forensische zorg. Voorwaarde is dat aan de afzonderlijke regelgeving voor dbc- en dbbc-registratie wordt voldaan. Geestelijke gezondheidszorg die geen onderdeel uitmaakt van het door de rechter opgelegde vonnis, komt ten laste van de Zvw als de patiënt op de openingsdatum van de dbc een geldige zorgverzekering heeft. 4.2 Bekostigingsonderscheid dbc versus zzp-ggz Op het moment dat een patiënt wordt doorverwezen naar de gespecialiseerde ggz en hier in behandeling wordt genomen, wordt een dbc ggz geopend. Op het moment dat er sprake is van 365 aaneengesloten dagen verblijf gericht op behandeling, wordt vanaf de 366e dag tot en met de 1095e dag de langdurige intramurale op behandeling gerichte ggz bekostigd met een zzp-ggz. 4.3 Samenloop dbc, zzp-ggz en ozp binnen Zvw Intramurale patiënt (verblijf) Voor een individuele patiënt mag niet over eenzelfde dag een zzp-ggz b en een dbc ggz worden geregistreerd. Na 365 dagen aaneengesloten verblijf met behandeling wordt de intramurale dbc ggz afgesloten. Daarnaast moeten alle eventuele ambulante dbc’s ggz afgesloten worden. Het is wel mogelijk voor een zorgaanbieder om een ggz dbc of een zzp-ggz b geopend te hebben naast een dbc in het kader van medisch specialistische zorg. Extramurale patiënt (ambulant) Alle ozp’s die binnen de gespecialiseerde ggz te declareren zijn, mogen naast een extramurale dbc ggz worden gedeclareerd. Het overzicht van de ozp’s die door de ggz te declareren zijn kunt u vinden in het overzicht overige zorgproducten per segment. Het betreft hier bijlage 4 van de nadere regel voor de medisch-specialistische zorg (msz). Vanaf 1 januari 2020 zijn de ozp’s eerstelijnsdiagnostiek opgenomen in de tarieven en niet meer apart declareerbaar voor de gespecialiseerde ggz. Onderlinge dienstverlening Als een zorgaanbieder een deel van de zorg uitbesteedt voor een patiënt met een lopend zorgtraject, blijft de opdrachtgevende zorgaanbieder verantwoordelijk voor de verlening van deze zorg. Dit is ook van toepassing op zorg die valt onder overige zorgproducten (ozp). De uitvoerende zorgaanbieder kan de ozp in rekening brengen bij de ggz-instelling die hier opdracht voor heeft gegeven. Daarnaast is het voor een ozp toegestaan dat een uitvoerende zorgaanbieder een ozp zelfstandig in rekening brengt bij de patiënt/zorgverzekeraar. 4.4 Regiebehandelaarschap Zoals vermeld in de begripsbepalingen wordt voor het regiebehandelaarschap (conform de wens van partijen zoals vastgelegd in het model-kwaliteitsstatuut ggz) onderscheid gemaakt tussen ‘instellingen’ en ‘vrijgevestigden’. Instelling: De zorgaanbieder die declareert met één van onderstaande AGB-classificatiecodes. Andere zorgaanbieders worden gelijkgesteld met een vrijgevestigde. Classificatiecode Omschrijving 06 Groep 06 Ziekenhuizen 06-29 Groep 06-29 Psychiatrisch Ziekenhuis 19 Audiologische Centra 22 Zelfstandige Behandelcentra Extramurale praktijken medisch specialisten 25 Inrichting voor Psychiatrische Deeltijdbehandeling 30 Instelling voor Verstandelijk Gehandicapten 35 Instelling voor Visueel Gehandicapten 45 Verpleeginrichtingen 47 Verpleeginrichtingen 53 Diverse samenwerkingsverbanden 54 GGZ instellingen (puk/paaz) 60 Instellingen voor Dagverpleging voor Ouderen 70 Kinderdagverblijven 72 RIBW 73 Wlz Gecombineerd 75 Thuiszorginstellingen 79 RIAGG Ontheffingsregeling regiebehandelaarschap bij overgang vanuit Jeugdwet Er geldt een ontheffing op de lijst met beroepen voor het regiebehandelaarschap voor patiënten die gedurende de behandeling (gestart onder de Jeugdwet) de 18-jarige leeftijd bereiken (zorgtype 147). In dit geval mogen, in afwijking op wat hierboven is weergegeven, ook de onderstaande beroepen voorkomen als regiebehandelaar: – kinder- en jeugdpsycholoog5Onder de kinder- en jeugdpsycholoog worden zowel de kinder- en jeugdpsycholoog NIP als de kinder- en jeugdpsycholoog SKJ gerekend. – orthopedagoog generalist6Onder de orthopedagoog generalist worden zowel de NVO orthopedagoog generalist als de postmaster orthopedagoog SKJ gerekend. – gz-psycholoog7Deze uitzondering betreft de situatie van een gz-psycholoog werkend in het jeugddomein als vrijgevestigde. Deze ontheffing geldt uitsluitend voor de behandeling die afgerond moet worden zodra een patiënt de 18 jarige leeftijd heeft bereikt. Deze wordt als initiële dbc onder de Zvw geregistreerd (zorgtype 147). Bij vervolg-dbc’s geldt deze uitzondering niet. Ontheffingsregeling regiebehandelaarschap bij toegekende experimenteerruimte Er geldt een ontheffing op de lijst met beroepen voor het regiebehandelaarschap als een zoals in het model-kwaliteitsstatuut benoemde derde (onafhankelijke) partij een tweezijdig verzoek ontvangt tot uitbreiding van het regiebehandelaarschap en goedkeurt. Het betreffende initiatief kan gebruik maken van een keuzemogelijkheid op dbc-niveau, die mogelijk maakt andere beroepen te selecteren dan genoemd in 1. Begripsbepalingen onder dd. Alleen BIG-geregistreerde beroepen kunnen in aanmerking komen voor deze ontheffingsmogelijkheid. 5 Diagnose-behandelcombinaties (dbc’
  4. s)5.1 Registratieproces In dit hoofdstuk worden achtereenvolgens de algemene registratiebepalingen, het openen van een dbc, het typeren van een dbc, het registreren op een dbc en het sluiten van een dbc besproken. Meer uitgebreide informatie over het hele proces (registreren-valideren-afleiden) en voorbeelden, nadere toelichting en stroomschema’s staan vermeld in Toelichting op de nadere regel. 5.1.1 Algemene registratiebepalingen 1. De registratie van de geleverde zorg in de administratie van de zorgaanbieder is volledig, juist en actueel. 2. De regiebehandelaar is verantwoordelijk voor het vastleggen van de daadwerkelijk verleende zorg in de door de NZa vastgestelde activiteiten en voor de juistheid van het gehele dbc-traject. 3. Voordat er een dbc geregistreerd kan worden moet er eerst een zorgtraject geopend worden. De registratie van het zorgtraject start op het moment dat een patiënt zich (met een nieuwe zorgvraag) aanmeldt. Het zorgtraject bestaat altijd uit één initiële dbc, en mogelijke vervolg-dbc’s. Zie ook artikel 5.1.2 Openen dbc’s. 4. Onder voorwaarden kunnen bij één zorgaanbieder (instelling of vrijgevestigde) maximaal drie reguliere zorgtrajecten per patiënt open staan. Dit kan als er sprake is van meerdere primaire diagnoses waarvoor gelijktijdig substantieel verschillende behandelingen moeten worden ingezet. Zie ook artikel 5.1.3 Typeren van dbc’s. Daarnaast is het mogelijk om een vierde parallel zorgtraject te openen, wanneer ditacute psychiatrische hulpverlening betreft. 5.1.2 Openen dbc’s 1. Het openen van een dbc is een administratieve handeling. Iedereen onder verantwoordelijkheid van de regiebehandelaar kan een dbc openen. 2. De openingsdatum van een initiële dbc is gelijk aan de datum waarop de eerste directe of indirecte patiëntgebonden activiteit, uitgevoerd door een beroep waarvan de tijd afleidt naar een prestatie, door de behandelaar plaatsvindt. De openingsdatum van een vervolg-dbc is gelijk aan de dag na sluiting van de voorgaande dbc. Uitzondering hierop is een vervolg-dbc met zorgtype exacerbatie/recidive (zorgtype 204). De openingsdatum van een vervolg-dbc met zorgtype 204 is gelijk aan de datum dat de eerste directe of indirecte patiëntgebonden activiteit, uitgevoerd door een beroep waarvan de tijd afleidt naar een prestatie, door de behandelaar plaatsvindt. 3. Openen initiële dbc De regiebehandelaar moet een initiële dbc openen als: – een nieuwe patiënt zich aanmeldt; – een bekende patiënt voor een andere primaire diagnose in zorg komt; – een bekende patiënt zich aanmeldt met dezelfde primaire diagnose, maar 365 dagen verstreken zijn sinds het sluiten van de vorige dbc; – bekostiging van de zorg vanuit een andere bekostigingssystematiek overgaat naar de Zvw. In artikel 5.1.2 Openen dbc’s in staat een verdere uitwerking van de situaties waarin een initiële dbc geopend moet worden. 4. Heropenen (initiële of vervolg) dbc Als de patiënt binnen 35 dagen na het afsluiten van de dbc terugkomt in zorg voor dezelfde diagnose, moet de voorafgaande dbc heropend worden, tenzij de doorlooptijd van de dbc meer dan 365 dagen wordt. 5. Openen vervolg-dbc De regiebehandelaar opent een vervolg-dbc als: – een (initiële of vervolg-)dbc 365 dagen openstaat en de behandeling nog niet afgerond is; – een patiënt weer terug in zorg komt voor dezelfde diagnose binnen 365 dagen na afsluiting van de voorgaande dbc. Echter, als een patiënt binnen 35 dagen terug komt met dezelfde diagnose móet, tenzij de doorlooptijd van de dbc meer dan 365 dagen wordt, de voorgaande dbc heropend worden. – als een zorgaanbieder de behandeling van een patiënt overneemt van een andere zorgaanbieder, nadat deze behandelaar een second opinion heeft uitgevoerd. In het artikel 5.1.2 Openen dbc’s in de toelichting staat een meer uitgebreid overzicht van de situaties waarin een vervolg-dbc geopend moet worden. 6. Er wordt géén vervolg-dbc geopend als de patiënt in aanmerking komt voor de generalistische basis-ggz, en voldoet aan één van de patiëntprofielen daarvan. In dat geval wordt de patiënt verwezen naar de generalistische basis-ggz. 5.1.3 Typeren van dbc’s Het gaat hier om vastleggen van de identificatiegegevens van de patiënt, het zorgtype en het vastleggen van de classificatie van de (primaire) diagnose van de patiënt. 7. Alleen de regiebehandelaar mag typeren. De dbc moet bij het sluiten volledig en juist getypeerd zijn. Onderdeel I – Vastleggen identificatiegegevens van de patiënt 8. Welke gegevens de zorgaanbieder (bij een initiële dbc) in ieder geval moet invullen bij de identificatiegegevens van een patiënt, is gebaseerd op de mds. Dit zijn de volgende gegevens: – naam patiënt – geboortedatum – geslacht – postcode (wijkcode) – burgerservicenummer (BSN) – unieke identificatie zorgverzekeraar8Unieke ZorgVerzekeraars Identificatie is een identificatie van de zorgverzekeraars in Nederland. (conform het UZOVI-register) Onderdeel II – Vastleggen van het zorgtype 9. De regiebehandelaar noteert het zorgtype van een initiële of een vervolg-dbc dat het beste de aanleiding tot zorg beschrijft. Zie het artikel 5.1.3.3 Vastleggen zorgtype in de toelichting voor meer informatie, en Bijlage 1: Zorgtypen voor een overzicht van alle zorgtypen. Onderdeel III – Classificeren en vastleggen van de diagnose van de patiënt 10. De regiebehandelaar voert de diagnoseclassificatie uit conform DSM-5. Voor de registratie en bekostiging moet de DSM-5 diagnose vertaald worden naar een DSM-IV-TR diagnose. De regiebehandelaar registreert de geclassificeerde DSM-5 diagnose en de diagnose van de patiënt conform DSM-IV-TR. De diagnose moet geregistreerd worden op vijf assen. Zie voor uitgebreide toelichting het artikel 5.1.3.4 Vastleggen diagnose. Registreren primaire diagnose 11. Nadat de diagnose op alle assen is geregistreerd kan de regiebehandelaar aangeven wat de primaire diagnose is die hoort bij het zorgtraject. De primaire diagnose is de belangrijkste reden voor behandeling, en kan alleen uit een diagnose op As 1 of As 2 worden geselecteerd. Niet alle diagnoses op die assen kunnen gekozen worden als primaire diagnose: – De primaire diagnose kan niet een van de volgende codes zijn: ‘799.9 Diagnose/aandoening uitgesteld’ of ‘V71.09 Geen diagnose of aandoening op As 2 aanwezig’. – Als er bij een diagnose op As 2 ‘Trekken van.’ wordt gescoord, kan deze wel dienen als primaire diagnose. – De code op As 2 voor zwakzinnigheid of zwakbegaafdheid kan niet als primaire diagnose geregistreerd worden (hieronder vallen ook de codes voor stoornissen in de kindertijd op As 2). Zie ook het artikel 5.1.3.5 Registreren primaire diagnose in de toelichting. Meerdere (primaire) diagnoses Er kan sprake zijn van meerdere primaire diagnoses. Dit kan leiden tot: 12. a. Parallelle zorgtrajecten – een aanbieder mag parallelle zorgtrajecten open hebben staan als aan de volgende voorwaarden is voldaan: 1. De verschillende diagnoses moeten apart benoemd zijn in de tabel (in de toelichting op dit artikel) met mogelijke parallelle diagnoses (hierop zijn drie uitzonderingen die hieronder worden benoemd); 2. Er dient sprake te zijn van substantieel verschillende behandelingen. Dit moet de regiebehandelaar kunnen verantwoorden; 3. Een patiënt kan maximaal 3 openstaande zorgtrajecten hebben. Daarnaast is het mogelijk om een vierde parallel zorgtraject te openen, wanneer dit acute psychiatrische hulpverlening betreft. Er kunnen geen twee crisis-dbc’s buiten budget parallel lopen. Voor parallelle zorgtrajecten gelden dezelfde verplichtingen als voor de reguliere zorgtrajecten. Er zijn 3 uitzonderingen waarbij parallelliteit met dezelfde diagnosehoofdgroep (zoals opgenomen in tabel 7) tussen instellingen wel is toegestaan: 1. Behandeling bij ECT 2. Behandeling bij farmacotherapie 3. Behandeling bij tijdelijk verblijf. Bij deze uitzonderingen registreert de aanbieder die het parallelle zorgtraject uitvoert het zorgtype ‘Uitzondering parallelliteit ECT’, respectievelijk het zorgtype ‘Uitzondering parallelliteit farmacotherapie’, respectievelijk het zorgtype ‘Uitzondering parallelliteit tijdelijk verblijf’ Specifiek is bij behandeling bij tijdelijk verblijf nog de voorwaarde van toepassing dat het niet is toegestaan een vervolg-dbc te openen 6. b. Seriële zorgtrajecten: De primaire diagnoses van de opeenvolgende zorgtrajecten moeten van elkaar verschillen. 5.1.4 Registreren Zodra een dbc geopend is kunnen activiteiten en verrichtingen op verschillende categorieën geregistreerd worden: diagnostiek en behandeling, dagbesteding, verblijf en verrichtingen. De codelijsten waarvan één van de twee gebruikt moet worden zijn te vinden in Bijlage 2: Activiteiten en verrichtingen en Bijlage 2A: Verkorte lijst Activiteiten en verrichtingen. Daarin zijn ook de meer uitgebreide definities van de activiteiten en verrichtingen beschreven. 7. Alleen behandelaren van wie het beroep op de openingsdatum van de dbc is opgenomen in de dbc-beroepentabel (Bijlage 1: Dbc-beroepentabel) mogen tijd registreren. Alleen van beroepen die in deze tabel onder ‘Tijd leidt af’ een ‘ja’ hebben staan, leidt de tijd af naar een prestatie. 8. Tijd die niet direct samenhangt met activiteiten uit het behandelplan en/of niet voldoet aan artikel 1.c, 1.m, 1.o en 1.p van deze regeling, mag niet worden geschreven. 9. Een initiële dbc moet directe tijd van een regiebehandelaar bevatten. Daarop zijn enkele uitzonderingen, zie Bijlage 2: Activiteiten en verrichtingen. 10. Behandelaren moeten bij het registreren gebruik maken van de codes die op de registratiedatum in de activiteiten- en verrichtingenlijst staan(bijlage 2 en bijlage 2a). Bij het registreren van patiëntgebonden activiteiten moet worden aangeven of het om directe of indirecte (reis)tijd gaat. In de codelijst in Bijlage 2: Activiteiten en verrichtingen en Bijlage 2A: Verkorte lijst Activiteiten en verrichtingen staat per activiteit aangegeven welke vormen van tijd geregistreerd mogen worden. 11. Een behandelaar mag alleen de patiëntgebonden tijd, in het kader van de diagnostiek of behandeling, registreren die hij daadwerkelijk heeft besteed aan die activiteit. Niet-patiëntgebonden activiteiten, zoals scholing, het lezen van vakliteratuur, algemene vergaderingen en intervisiebijeenkomsten, mag de (regie)behandelaar niet op een dbc registreren. 12. De behandelaar mag alleen reistijd registreren als de reistijd in het teken staat van direct patiëntgebonden activiteiten. Als de patiënt niet verschijnt (no-show), dan mag de behandelaar de reistijd alsnog registreren. De tijd van het ingepland contact mag in geval van een no-show niet worden geregistreerd. Er mag géén reistijd geregistreerd worden als er gereisd moet worden naar een andere locatie binnen de eigen organisatie (Wtzi instelling). 13. Wanneer de behandelaar in het kader van diagnostiek of behandeling van de patiënt tijd besteedt aan het ‘systeem van de patiënt’ (familieleden, gezinsleden, ouders, partner of andere naasten), moet hij deze tijd registreren op de dbc van de betreffende patiënt. 14. De behandelaar verdeelt, in geval van meerdere behandelvormen tijdens één sessie met een patiënt, de bestede tijd naar verhouding over deze behandelvormen. 15. Wanneer een patiënt groepstherapie krijgt waarbij meerdere mensen tegelijkertijd behandeld worden, deelt de behandelaar zijn bestede tijd door het aantal deelnemers. Het maakt daarbij niet uit op grond van welke bekostiging (forensische zorg (fz), Zvw, Wet langdurige zorg (Wlz), Jeugdwet etc.) de behandelingen van die patiënten gefinancierd worden. 16. In het geval van een open inloopspreekuur verdeelt de behandelaar de tijd die hij in totaal besteedt aan de patiënten evenredig over het aantal patiënten dat hij tijdens het spreekuur heeft gezien. 17. Zorgaanbieders mogen op hun eigen manier invulling geven aan het registreren van de werkelijk bestede tijd. Het is ook toegestaan om standaardtijden of normtijden9De zorgaanbieder is verantwoordelijk voor de normtijden en het herijken/updaten hiervan. per activiteit vast te stellen. 18. In het geval van onderlinge dienstverlening registreert de opdrachtgevende zorgaanbieder de activiteiten die de uitvoerende zorgaanbieder heeft uitgevoerd als onderdeel van de prestatie van de opdrachtgever, op de bestaande dbc. De registratievereisten uit deze regeling zijn voor de opdrachtgevende zorgaanbieder onverkort van toepassing op activiteiten in het kader van onderlinge dienst-verlening. Deze bepaling geldt niet voor crisis-dbc’s binnen budget, voor zover gedeclareerd wordt namens een gedbudgetteerde aanbieder als bedoeld in Regeling Informatieverstrekking budget en bepalingen acute psychiatrische hulpverlening. Categorie I – Diagnostiek en behandeling 19. Alleen behandelaren van wie het beroep op de openingsdatum van de dbc is opgenomen in de dbc-beroepentabel, mogen op de dbc diagnostiek en behandeling registreren. 20. In het kader van een behandeling moeten beroepen die onder het beroepencluster ‘somatische beroepen’ vallen (Bijlage 3: Dbc-beroepentabel), hun tijd ook verantwoorden via activiteiten die het best passen bij de behandelingen die opgenomen zijn in Bijlage 2: Activiteiten en verrichtingen en Bijlage 2A: Verkorte lijst Activiteiten en verrichtingen 21. Als behandelaren nog bezig zijn met een vervolgopleiding, registreren zij onder het beroep van de opleiding die zij op het moment van behandelen hebben afgerond (als dat beroep voorkomt in de dbc-beroepentabel). Er mag niet geregistreerd worden op het beroep waarvoor iemand nog in opleiding is. 22. Beroepen die 24-uurscontinuïteitszorg leveren, registreren hun bestede tijd tijdens het verblijf van een patiënt niet, omdat deze tijd is verwerkt in het tarief voor verblijf. Categorie II – Dagbesteding 23. Iedereen, onder verantwoordelijkheid van de regiebehandelaar, kan binnen de dbc dagbesteding registreren. 24. Er zijn vijf vormen van dagbesteding te onderscheiden. Deze staan beschreven in artikel 5.1.4.18 Vormen van dagbesteding in de toelichting. Zie voor de te gebruiken codes Bijlage 2: Activiteiten en verrichtingen en Bijlage 2A: Verkorte lijst Activiteiten en verrichtingen. 25. Er geldt een aantal voorwaarden voor het registreren van dagbesteding: – Dagbesteding is in het kader van de (psychiatrische) behandeling. – Dagbesteding is terug te vinden in het behandelplan opgesteld door de behandelaar. – De patiënt is daadwerkelijk aanwezig. 26. Tijdens dagbesteding kan de behandelaar géén direct patiëntgebonden behandelactiviteiten registreren. 27. Dagbesteding mag niet geregistreerd worden met verblijf zónder overnachting. Categorie III – Verblijf Bij de registratie van verblijf wordt onderscheid gemaakt tussen verblijf met overnachting (vmo) en verblijf zonder overnachting (vzo). Verblijf wordt altijd geregistreerd op basis van dagen aanwezigheid door middel van deelprestaties verblijf. Daarnaast bestaan er deelprestaties verblijf fz in beveiligde setting, waarbij sprake is van beveiligingsniveau 2 of 3. De codes die bij registratie gebruikt moeten worden staan in Bijlage 2: Activiteiten en verrichtingen en Bijlage 2A: Verkorte lijst Activiteiten en verrichtingen, een uitgebreide beschrijving van de verschillende verblijfscategorieën staat in onderdeel Bijlage 4: Deelprestaties verblijf. 28. Iedereen onder verantwoordelijkheid van de regiebehandelaar mag verblijfsdagen registreren. Verblijf met medische noodzaak 29. De aanbieder moet in het behandeldossier vastleggen welke keuzes er gemaakt zijn rondom het inschalen van de patiënt op één van de prestaties van verblijf, rondom het herbeoordelen van de patiënt bij een gewijzigde zorgvraag en rondom het al dan niet beëindigen van het verblijf van de patiënt. Het herbeoordelen van de patiënt gaat over het mogelijk op- en afschalen van de zorg voor de patiënt, wijzigen van afspraken over verlof en wijzigen van afspraken over beveiliging. 30. Voor de keuze van de deelprestatie verblijf is de zorgvraag van de patiënt leidend. Hiervoor geldt dat op basis van de initiële zorgvraag van de patiënt één van de acht prestaties van verblijf van toepassing is welke het meest overeenkomt met de beschreven verblijfszorg. 31. Voor verblijf in een beveiligde setting worden deelprestaties verblijf met beveiligingsniveau 2 of beveiligingsniveau 3 geregistreerd. Deze beveiligingsniveaus komen overeen met de beveiligingsniveaus ui de forensische zorg. De voorwaarde voor registratie van deze toeslag is dat de beveiligde zorg wordt geleverd door een zorgaanbieder die een gesloten gespecialiseerde voorziening voor geestelijke gezondheidszorg exploiteert en zorg levert aan het ministerie van Justitie en Veiligheid. Verblijf met rechtvaardigingsgrond (VMR) 32. Voor verblijf zonder medische noodzaak, waarvoor er wel een rechtvaardigingsgrond conform de duiding10https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2017/03/07/rapport-medisch-noodzakelijk-verblijf-in-de-geneeskundige-ggz van Zorginstituut Nederland bestaat, is de prestatie VMR (Verblijf met rechtvaardigingsgrond) van toepassing. Verblijfsdag met overnachting 33. Een verblijfsdag met overnachting mag alleen geregistreerd worden als de patiënt op zijn laatst om 20:00 uur is opgenomen en ’s nachts in de instelling verblijft. De dag van opname en de daarop volgende nacht gelden als één verblijfsdag. De dag waarop de patiënt ‘ontslagen’ wordt – en dus niet ’s nachts in de kliniek verblijft – geldt niet als verblijfsdag. De kapitaallasten bij verblijf (nhc) zijn integraal onderdeel van de deelprestaties verblijf. Toeslag op nhc voor verblijf Voor de PMU geldt een specifieke nhc. Declaratie van deze bijzondere nhc is alleen mogelijk op basis van een overeenkomst tussen zorgaanbieder en zorgverzekeraar. Verblijfsdag zonder overnachting 34. Voorwaarden voor registratie van vzo – Vzo wordt maximaal 1 keer per dag als deelprestatie binnen een dbc gedeclareerd; – Er zijn niet meer dan vier uren aan direct patiëntgebonden activiteiten11Het gaat hier om daadwerkelijke behandeluren van een patiënt; het gaat dus niet om de geregistreerde patiëntgebonden tijd. Voorbeeld: wanneer een patiënt vier uur groepsbehandeling ontvangt (groepsgrootte van 6 personen), worden er voor die patiënt 40 minuten tijd geregistreerd (4 x 10 minuten). Voor het registreren van vzo gaat het echter niet om de tijd die geregistreerd wordt, maar om de daadwerkelijke behandeltijd; namelijk in dit voorbeeld 4 uur. op deze dag uitgevoerd; – Voor de betreffende patiënt is minimaal 1 uur vov personeel op de betreffende dag ingezet; – Er is geen sprake van uitsluitend aaneengeschakelde behandeling van de patiënt; – Voor de betreffende patiënt vinden op de betreffende dag minimaal twee direct patiëntgebonden activiteiten (diagnostiek en/of behandelingen/of een verrichting ect) plaats; – Het is niet toegestaan vzo te registreren in onderstaande combinaties: – Vzo in combinatie met een crisis-dbc buiten budget (zorgtypen 304, 305 en 306); – Vzo in combinatie met dagbesteding; – Vzo in combinatie met begeleiding; – Vzo in combinatie met verpleging; – Vzo in combinatie met verblijf met overnachting (vmo). Categorie IV – Verrichtingen (overige deelprestaties) Binnen de zorgcategorie verrichtingen wordt een onderscheid gemaakt tussen electroconvulsietherapie (ect), ambulante methadonverstrekking (amv), de toeslag tolk gebarentaal / communicatiespecialist,de toeslag oorlogsgerelateerd psychotrauma en voorbereiding zorgmachtiging. 35. Verrichtingen mogen alleen geregistreerd worden door behandelaren van wie het beroep op de openingsdatum van de dbc is opgenomen in de dbc-beroepentabel. 36. Bij ect moet de behandelaar de tijd én het aantal behandelingen ect registreren. Zie artikel 5.1.4.30 Electroconvulsietherapie in de toelichting. 37. Bij de verstrekking van methadon aan ambulante patiënten moet de behandelaar de tijd én het aantal verstrekkingen van methadon per kalendermaand registreren. Zie artikel 5.1.4.31 Ambulante verstrekking van methadon in de toelichting. 38. Voor de registratie van de toeslag tolk gebarentaal / communicatiespecialist geldt als vereiste dat deze toeslag alleen mag worden gedeclareerd als er zorg geleverd wordt aan patiënten met een auditieve beperking en waarvoor de inzet van een tolk gebarentaal / communicatiespecialist noodzakelijk is. De verrichting mag maar één keer per dbc geregistreerd worden. Het gaat hierbij om vroegdoven, plots- en laatdoven, slechthorenden, doofblinden en patiënten met een gehoorstoornis tinnitus, hypoacousis, ménière of auditieve verwerkingsproblemen. Deze toeslag wordt altijd in combinatie met een dbc-zorgproduct voor behandeling in rekening gebracht. 39. Voor de registratie van de toeslag oorlogsgerelateerd psychotrauma geldt als vereiste dat deze toeslag alleen mag worden geregistreerd als er zorg geleverd wordt aan patiënten met een ernstige verstoring in het psychiatrisch ziektebeeld, veroorzaakt door oorlog of oorloggerelateerde vervolging of oorloggerelateerd geweld, waarvoor bovengemiddeld weekendverlof voor het succesvol afronden van de behandeling noodzakelijk is. Deze toeslag wordt altijd in combinatie met een verblijfsprestatie D gedeclareerd. 40. De overige deelprestatie ‘voorbereiding zorgmachtiging’ wordt geregistreerd wanneer de geneesheer-directeur het verzoek krijgt van de Officier van Justitie om een aanvraag voor een zorgmachtiging voor te bereiden in het kader van de Wvggz. Deze prestatie mag niet worden geregistreerd als het gaat om een crisismaatregel in het kader van de Wvggz. Per beoordeling wordt één overige deelprestatie ‘voorbereiding zorgmachtiging’ geregistreerd. 5.1.5 Sluiten 41. De regiebehandelaar is verantwoordelijk voor het sluiten van de dbc. De regiebehandelaar (of degene die onder zijn of haar verantwoordelijkheid valt) controleert daarbij de volgende punten: – de dbc is ingevuld conform deze regeling; – de dbc bevat de juiste informatie; – de typering is juist en volledig ingevuld; – de diagnose is juist ingevuld12Als er op een dbc alleen pré-intake/intake/diagnostiek en/of crisisopvang is geregistreerd, kan de dbc gesloten worden zonder weergave van een diagnoseclassificatie.; – de GAF-score is ingevuld. 42. Als één van de onderdelen onder punt 1. niet, of niet juist is ingevoerd, mag de dbc niet afgesloten worden. 43. Bij het sluiten van een dbc moet één van de hieronder vermelde redenen voor afsluiten worden geregistreerd. Sluitredenen Code Beschrijving 1 Reden voor afsluiten bij patiënt / niet bij behandelaar 2 Reden voor afsluiten bij behandelaar / om inhoudelijke redenen 3 In onderling overleg beëindigd zorgtraject / patiënt uitbehandeld 5 Afsluiting na alleen pre-intake / intake / diagnostiek / crisisopvang 9 Afsluiten vanwege openen vervolg-dbc 10 Afsluiten vanwege overgang naar andere bekostiging 19 Afsluiten vanwege overgang naar zzp-systematiek (binnen de Zvw) 5.1.6 Crisis-dbc buiten budget Openen 1. In het geval van acute psychiatrische hulpverlening, conform de begripsbepaling, waarvoor geen budget is vastgesteld, mag een crisis-dbc buiten budget worden geopend. 2. Een patient kan per zorgaanbieder maximaal 3 openstaande zorgtrajecten hebben. Daarnaast is het mogelijk om een vierde parallel zorgtraject te openen, wanneer dit acute psychiatrische hulpverlening betreft. 3. Er mogen, naast de crisis-dbc buiten budget, geen crisis-dbc binnen budget13Een crisis-dbc binnen budget kan enkel op basis van een individuele tariefbeschikking gedeclareerd worden, indien er een budget is vastgesteld. Zie de Beleidsregel budgetbekostiging acute psychiatrische hulpverlening en Nadere regel informatieverstrekking vastelling budget en bepalingen acute psychiatrische hulpverlening. of andere crisis-dbc buiten budget voor dezelfde patient binnen dezelfde zorgaanbieder parallel lopen. Typeren 4. In het geval van acute psychiatrische hulpverlening, waarvoor geen budget is vastgesteld, dient de zorgaanbieder het zorgtype 304 ‘acute psychiatrische hulpverlening buiten budget – vervolg binnen budget’, 305 ‘acute psychiatrische hulpverlening buiten budget – zorgaanbieder geen onderdeel regioplan’, of 306 ‘acute psychiatrische hulpverlening buiten budget – geen regioplan’ te typeren. Zie bijlage 1: typeren. Registreren 5. Alle behandelaren van wie het beroep op de openingsdatum van de dbc is opgenomen in de dbc-beroepentabel mogen op de dbc crisisactiviteiten registreren. Zie bijlage 3: Dbc-beroepentabel. 6. Het is niet verplicht om bij een crisis-dbc buiten budget een diagnose te registreren. 7. Er mogen alleen activiteiten geregistreerd worden op een ‘crisis-dbc buiten budget’ die in verband staan met acute psychiatrische hulpverlening. Dit zijn activiteiten met activiteitcodes act_6.1-act_6.7 en act_7.1-act_7.7. Zie bijlage 2: Activiteiten en verrichtingen en Bijlage 2A: Verkorte lijst Activiteiten en verrichtingen. 8. De deelprestaties voor verblijf mogen geregistreerd worden bij de ‘crisis-dbc buiten budget met zorgtype 304 en 306’. De deelprestaties voor verblijf mogen niet geregistreerd worden bij de ‘crisis-dbc buiten budget met zorgtype 305’. Andere deelprestaties en overige zorgproducten mogen niet geregistreerd worden. 9. Er moet op een ‘crisis-dbc buiten budget’ altijd directe tijd worden geregistreerd. 10. Directe tijd van een regiebehandelaar is bij een crisis-dbc buiten budget zonder verblijf niet vereist. Directe tijd van een regiebehandelaar is bij een crisis-dbc buiten budget met verblijf wel vereist. 11. Als er sprake is van parallelle zorgtrajecten, moet de behandelaar de geboden zorg registreren op de dbc waarop deze betrekking heeft. Het is toegestaan dat de reguliere dbc en de ‘crisis-dbc buiten budget’ tegelijk open staan, en dat op dezelfde kalenderdag een activiteit wordt geregistreerd op zowel de ‘crisis-dbc buiten budget’ als de reguliere dbc. Sluiten 12. Een ‘crisis-dbc buiten budget met zorgtype 304’ heeft een maximale duur van 25 kalenderdagen. Een ‘crisis-dbc buiten budget met zorgtype 305’ heeft een maximale duur van 1 kalenderdag. Een ‘crisis-dbc buiten budget met zorgtype 306’ heeft een maximale duur van 28 kalenderdagen. 13. Wanneer een ‘crisis-dbc buiten budget met zorgtype 304’ de maximale looptijd van 25 kalenderdagen heeft bereikt, moet deze worden gesloten. Eventueel kan een vervolg ‘crisis-dbc buiten budget’ of reguliere dbc worden geopend. Wanneer een ‘crisis-dbc buiten budget met zorgtype 305’ de maximale looptijd van 1 kalenderdag heeft bereikt, moet deze worden gesloten. Er kan geen vervolg ‘crisis-dbc buiten budget’ worden geopend, wel een reguliere dbc. Wanneer een ‘crisis-dbc buiten budget met zorgtype 306’ de maximale looptijd van 28 kalenderdagen heeft bereikt, moet deze worden gesloten. Eventueel kan een vervolg ‘crisis-dbc buiten budget’ of reguliere dbc worden geopend. 14. Als de zorg niet meer voldoet aan de definitie van acute psychiatrische hulpverlening of als de patiënt stabiel is, dan moet de ‘crisis-dbc buiten budget’ worden gesloten. 5.2 Validatiebepalingen dbc’s 15. De administratieve organisatie is zodanig ingericht dat een audit-trail mogelijk is. De NZa en de zorgverzekeraar moeten altijd de mogelijkheid hebben om de dbc-registratie op juistheid te controleren. 16. De zorgaanbieder neemt voor de dbc-registratie en declaratie van dbc's in hun registratie- en declaratiesoftware een validatiemodule op. Het document ‘Toelichting validatieregels ggz’, dat integraal onderdeel uitmaakt van deze regeling, bevat de specificaties waaraan de validatiemodule moet voldoen. Dit document is te downloaden van de website van de NZa (www.nza.nl). De validatiemodule moet zodanig zijn ingericht dat uitsluitend dbc’s in rekening kunnen worden gebracht die niet strijdig zijn met de inhoud van deze regeling. 17. De zorgaanbieder hanteert de validatiemodule als hulpmiddel om de betrouwbaarheid van dbc's te toetsen en de juistheid van de registratie te verifiëren. Verificatie gebeurt op basis van gegevens in bronbestanden. 5.3 Declaratiebepalingen dbc’s Deze regeling stelt voorschriften, voorwaarden of beperkingen met betrekking tot het declaratieproces in de gespecialiseerde ggz. Te declareren dbc-tarief 18. Voor het leveren van zorg aan een patiënt kan de zorgaanbieder een bij deze zorg behorend dbc-tarief declareren als voldaan is aan de volgende voorwaarden: – Het gehele dbc-traject is afgesloten overeenkomstig deze regeling. – De stappen die het dbc-traject omvat, te weten: openen, typeren, registreren, sluiten en valideren, zijn volledig doorlopen. – De hierboven genoemde stappen, met uitzondering van valideren, vinden plaats door of onder verantwoordelijkheid van de regiebehandelaar. – De regiebehandelaar heeft direct patiëntgebonden tijd die afleidt naar een prestatie besteed aan de patiënt voor wie wordt gedeclareerd. Als er sprake is van een vervolg-dbc, of van een patiënt afkomstig uit de Jeugdwet (zorgtype 147) of wanneer er sprake is van VMR dan geldt de eis van verplichte directe tijd die afleidt naar een prestatie van de regiebehandelaar niet. Voor crisis-dbc’s buiten budget zonder verblijf geldt een uitzondering op deze bepaling: de directe tijd die afleidt naar een prestatie hoeft niet door de regiebehandelaar besteed te zijn.Er zijn geen verblijfsdagen in rekening gebracht voor dagen waarop de patiënt afwezig was. – Het aantal geregistreerde minuten direct patiëntgebonden tijd dat heeft afgeleid naar een prestatie is zodanig geregistreerd dat effectieve controle door de zorgverzekeraar en de NZa mogelijk is. 19. De zorgaanbieder kan het dbc-tarief in rekening brengen voor alle afgesloten dbc's die zijn gevalideerd door middel van de validatiemodule. Het dbc-tarief dat wordt gedeclareerd is het tarief dat van toepassing was op de datum van openen van de dbc. 20. Het dbc-tarief wordt gedeclareerd aan de patiënt of aan de zorgverzekeraar. Als de patiënt gedurende het dbc-traject is veranderd van zorgverzekeraar, moet het dbc-tarief worden gedeclareerd bij de zorgverzekeraar bij wie de patiënt verzekerd was op de datum van het openen van de dbc. Onderlinge dienstverlening 21. Als er sprake is van onderlinge dienstverlening, kan de uitvoerende zorgaanbieder de vergoeding daarvoor uitsluitend in rekening brengen aan de zorgaanbieder die de prestatie bij de uitvoerder heeft aangevraagd. Er mag door de uitvoerende zorgaanbieder geen dbc gedeclareerd worden. Transparantie 22. Een zorgaanbieder heeft bepaalde verplichtingen als het gaat om transparantie richting de patiënt. Voor wat betreft deze verplichtingen verwijzen we naar de beleidsregel ‘Transparantie zorgaanbieders’. 5.4 Informatiebepalingen dbc’s Dbc-traject startdatum 23. Bij initiële dbc's is dit de datum waarop de eerste directe of indirecte patiëntgebonden activiteit, uitgevoerd door een beroep waarvan de tijd afleidt naar een prestatie, plaatsvindt. Dbc-traject einddatum 24. De dbc wordt afgesloten zodra de laatste activiteit (direct of indirect patiëntgebonden) voor een patiënt is geleverd14In enkele gevallen hoeft de laatste activiteit niet de einddatum van de DBC te zijn. Dit is bijvoorbeeld wanneer de patiënt overlijdt. In dat geval moet de overlijdensdatum de einddatum van het DBC-traject zijn.. Declaratiecode 25. Dit is de zescijferige code die op basis van de prestatiecode kan worden afgeleid. De declaratiecode is gekoppeld aan de prestatiecode. Meerdere prestatiecodes kunnen afleiden op dezelfde declaratiecode. Aan elke declaratiecode is ook een tarief gekoppeld. Gedeclareerd tarief 26. Op de factuur wordt het te declareren dbc-tarief vermeld. Het te betalen bedrag wordt rekenkundig afgerond op twee decimalen. AGB-code 27. Voor zelfstandig gevestigde zorgaanbieders: de AGB-zorgverlenerscode en – als dat van toepassing is – de AGB-praktijkcode. Voor instellingen: de AGB-instellingscode en – als dat van toepassing is – de AGB-zorgverlenerscode. De AGB-code en het beroep van de regiebehandelaar 28. Naast bovenstaande AGB-code moet ook de AGB-code en het beroep van de regiebehandelaar op de factuur vermeld worden. Als de regiebehandelaar in de fase van behandeling een andere regiebehandelaar is dan in de fase van de diagnose, dan moet ook de AGB-code van de tweede regiebehandelaar en diens beroep op de factuur vermeld worden. Directe en indirecte tijd 29. Op de factuur moet ook de volgende informatie met betrekking tot de bestede tijd, uitgevoerd door een beroep waarvan de tijd afleidt naar een prestatie vermeld worden: 1. directe en indirecte tijd van de regiebehandelaar(
  5. s)voorzover deze tijd afleidt naar een prestatie; 2. directe en indirecte tijd van iedere medebehandelaar voorzover deze tijd afleidt naar een prestatie. Van deze medebehandelaar dient ook diens beroep vermeld te worden; 3. de totaal bestede directe en indirecte tijd van de gehele dbc (optelsom van 1 en 2). Het type verwijzer 30. Op de declaratie moet het type verwijzer vermeld te worden naar onderstaande classificatie: 1. verwezen patiënt vanuit de eerste lijn (o.a. huisarts, bedrijfsarts); 2. verwezen patiënt vanuit een (andere) ggz-instelling, instelling voor medisch specialistische zorg of ggz-praktijk; 3. verwezen patiënt vanuit de crisiszorg of spoedeisende hulp; 4. eigen patiënt (bijvoorbeeld in geval van een vervolg-dbc); 5. verwezen patiënt, maar verwijzer heeft geen AGB-code (bijvoorbeeld in geval van een verwijzing naar de crisiszorg, buitenlandse zorgaanbieder); 6. zelfverwijzer; 7. bemoeizorg. AGB-code van de verwijzer 31. Als er sprake is van type verwijzer genoemd onder 5.4.8.1 tot en met 5.4.8.4 (hierboven) moet op de factuur de AGB-code van de verwijzende zorgverlener (natuurlijk persoon) vermeld worden. Dit moet de AGB-code op persoonsniveau zijn. Dagbesteding 32. Op de factuur moet de activiteitencode waarmee dagbesteding bij de aanbieder wordt geregistreerd en het aantal uren dagbesteding per dbc worden vermeld. Dbc-prestatiecode 33. De specificatie van het geleverde zorgproduct. De dbc-prestatiecode wordt afgeleid van de gevalideerde dbc-dataset. Deze code bestaat uit 12 alfanumerieke posities, gevuld volgens vier 3-cijferige dbc-componenten en in onderstaande volgorde: – zorgtype – diagnoseclassificatie – zorgvraagzwaarte – productgroep voor behandeling van de dbc-dataset De diagnose-informatie op de factuur moet zich beperken tot de 14 diagnosehoofdgroepen in uitsluitend de langdurende of intensieve behandelgroepen overeenkomstig de productstructuur. Voor de behandelgroepen ‘diagnostiek’, ‘crisis’ en ‘kortdurend’ is vermelding van diagnose-informatie en de zorgvraagzwaarte op de factuur niet toegestaan. Evenmin is het toegestaan dat uit de factuur blijkt of er ten aanzien van het zorgtype sprake is van een rechterlijke uitspraak. Zorgvraagzwaarte-indicator 34. Hiervoor geldt het volgende: – Indien kosten door tussenkomst van VECOZO B.V. in rekening worden gebracht bij een zorgverzekeraar, neemt de zorgaanbieder de zorgvraagzwaarte in de dbc-prestatiecode op. De zorgaanbieder, bedoeld in de vorige zin, verstrekt de gegevens die op grond van artikel 5.4 van deze regeling moeten worden vermeld op de declaratie, op digitale wijze aan de zorgverzekeraar door tussenkomst van VECOZO B.V. met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 7.2a en 7.2b van de Regeling zorgverzekering. Verdere verwerking van de zorgvraagzwaarte geschiedt conform het bepaalde bij de Regeling zorgverzekering.15Staatscourant d.d. 20-11-2015 – Indien de kosten op andere wijze dan door tussenkomst van VECOZO B.V. in rekening worden gebracht dan geldt dat de component ‘zorgvraagzwaarte’ op de factuur dient te worden aangeduid met ‘000’. – Indien de patiënt en de zorgaanbieder een privacyverklaring als bedoeld in artikel 5.5.1 hebben ondertekend dan geldt dat de component ‘zorgvraagzwaarte’ dient te worden aangeduid met ‘999’. Dit geldt zowel voor als er door tussenkomst VECOZO B.V. kosten in rekening worden gebracht als indien er op andere wijze dan door tussenkomst van VECOZO B.V. kosten in rekening worden gebracht. Deelprestaties 35. De volgende deelprestaties worden onderscheiden: – verblijf met overnachting (vmo): in totaal worden acht deelprestaties verblijf onderscheiden (deelprestatie verblijf A t/m H en VMR). Deze deelprestaties worden per dag geregistreerd; – verblijf zonder overnachting (vzo); – electroconvulsietherapie (ect); – ambulante methadon verstrekking (amv); – toeslag tolk gebarentaal / communicatiespecialist (ttgc) – toeslag oorlogsgerelateerd psychotrauma (togp). Alle deelprestaties worden altijd in combinatie met een productgroep voor behandeling in rekening gebracht. Op de factuur wordt vermeld welke deelprestaties op welke datum geleverd zijn. Lekenomschrijving 36. Als een zorgaanbieder aan de patiënt factureert, voegt hij op de factuur een lekenomschrijving met betrekking tot de geleverde zorg toe. Vermelding van de lekenomschrijving blijft achterwege, als de zorgaanbieder de factuur rechtstreeks aan de zorgverzekeraar zendt. 5.5 Uitzonderingen in geval van privacybezwaren Privacyverklaring 37. De artikelen 5.4.3, 5.4.11, 5.4.12 en 5.4.14, voor zover betrekking hebbend op tot de diagnose herleidbare gegevens, blijven buiten toepassing indien de patiënt en de zorgaanbieder gezamenlijk een verklaring hebben ondertekend overeenkomstig Bijlage 5: Privacyverklaring. Inzenden verklaring 38. De verklaring bedoeld in artikel 5.5.1 dient vóór, doch uiterlijk op het moment van indiening van de factuur bij de zorgverzekeraar in het bezit te worden gesteld van de zorgverzekeraar van de patiënt. Bewaren afschrift 39. De zorgaanbieder houdt in zijn administratie een afschrift van de in artikel 5.5.1 bedoelde verklaring. Aanpassen tarief 40. In aanvulling op de uitzonderingsbepaling van artikel 5.5.1 en zo nodig in afwijking van artikel 5.4.4 zijn patiënt en zorgaanbieder gerechtigd om een tarief, niet hoger dan het geldende maximumtarief, te declareren zodanig dat dit afwijkende tarief niet herleidbaar is naar de diagnose. De zorgaanbieder, al dan niet in gezamenlijkheid met de patiënt, dient in dit geval in overleg met de zorgverzekeraar tot een afwijkende, doch voor beide partijen aanvaardbare betalingsprocedure te komen. De zorgverzekeraar is gehouden om binnen redelijke grenzen medewerking te verlenen aan de totstandkoming van zo’n betalingsprocedure. Controle door medisch adviseur 41. Controle door de zorgverzekeraar op de rechtmatigheid van facturen, die op grond van artikel 5.5.1 door een zorgaanbieder, dan wel een patiënt, ter betaling aan die zorgverzekeraar zijn aangeboden, vindt plaats door of onder verantwoordelijkheid van een medisch adviseur. Uitzondering voor zelfbetalers 42. De artikelen 5.4.3, 5.4.11, 5.4.12 en 5.4.14, voor zover betrekking hebbend op tot de diagnose herleidbare gegevens, blijven buiten toepassing indien een patiënt aan de zorgaanbieder te kennen geeft de factuur, resp. facturen, met betrekking tot de door hem genoten behandeling(
  6. en)zelf te zullen betalen, althans niet ter betaling bij zijn zorgverzekeraar aan te bieden. Factuur alsnog ter betaling indienen 43. Indien een patiënt bedoeld in artikel 5.5.6 zich bedenkt en de factuur op een later moment alsnog ter betaling wil indienen bij zijn zorgverzekeraar, dan dient alsnog een verklaring als bedoeld in artikel 5.5.1 te worden ingevuld en ondertekend. De artikelen 5.5.2 tot en met 5.5.5 zijn in dat geval van overeenkomstige toepassing. 6 Zzp’s ggz In dit hoofdstuk worden de registratie-, declaratie- en informatiebepalingen van de prestaties en toeslagen in het kader van de langdurige ggz met behandeling beschreven. Met prestaties wordt in dit hoofdstuk bedoeld: – zzp-ggz b 3 t/m 7 inclusief dagbesteding – zzp-ggz b 3 t/m 7 exclusief dagbesteding – zzp-ggz b vmr inclusief dagbesteding – zzp-ggz b vmr exclusief dagbesteding – zzp-ggz Klinisch Intensieve Behandeling Met toeslagen wordt in dit hoofdstuk bedoeld: – toeslag niet-strafrechtelijke forensische psychiatrie – toeslag Vervoer dagbesteding – toeslag Woonzorg jong volwassenen ggz 6.1 Algemene registratiebepalingen 44. De registratie van de prestaties en toeslagen in de administratie van de zorgaanbieder is volledig, juist en actueel. 45. De registratie van de prestaties en toeslagen start als de patiënt langer dan 365 aaneengesloten dagen behandeling inclusief verblijf heeft ontvangen. Voor patiënten met behandeling en verblijf wordt vanaf dag 366 een zzp-ggz geregistreerd in plaats van een dbc. 46. De registratie van de prestaties en toeslagen eindigt wanneer de patiënt niet langer verblijft in de instelling. 47. In uitzondering op artikel 6.1.3 geldt dat de zorgaanbieder, in verband met het beschikbaar houden van de verblijfsplaats, gedurende de tijdelijke afwezigheid van de patiënt de zzp-ggz mag blijven registreren die ook geregistreerd wordt bij aanwezigheid. Voor registratie bij tijdelijke afwezigheid geldt een maximum van veertien dagen afwezigheid per keer, tellend vanaf de eerste dag na vertrek van de instelling. Dit maximum geldt niet in het geval van ziekenhuisopname. In aanvulling op het gestelde in de vorige alinea geldt het volgende: Voor de registratie bij tijdelijke afwezigheid van patiënten die als leerling voor dagonderwijs staan ingeschreven en die dit onderwijs ook daadwerkelijk volgen, wordt per keer een maximum afwezigheid berekend. Deze loopt vanaf de eerste dag van afwezigheid van de patiënt tot de maximale wettelijke vakantieduur. 48. De uitzondering als bedoeld in artikel 6.1.4 is niet van toepassing op de toeslagen. 49. Er kunnen niet meerdere zzp’s ggz voor één patiënt voor dezelfde datum worden geregistreerd. 50. De administratieve organisatie is zodanig ingericht dat een audit-trail mogelijk is. De NZa en de zorgverzekeraar moeten altijd de mogelijkheid hebben om vastlegging van de uitgevoerde behandeltrajecten op juistheid te controleren. 6.2 Declaratiebepalingen 51. De zorgaanbieder declareert de prestatie met het profiel dat overeenkomt met het profiel van de patiënt (zie Bijlage 6: profielen zorgzwaartepaketten ggz). De declaratie vindt plaats op patiëntniveau. De normatieve huisvestingscomponent (nhc) en normatieve inventariscomponent (nic) maken integraal onderdeel uit van de zzp. 52. Er kunnen niet meerdere zzp’s ggz voor één patiënt voor dezelfde datum worden gedeclareerd. 53. De toeslagen worden altijd in combinatie met een zzp-ggz in rekening gebracht. 54. De declaratieperiode voor de prestaties en toeslagen is een kalendermaand. 55. Als er een verandering in de zorgvraag van de patiënt optreedt, kan een andere (hoger of lager) zzp-ggz worden gedeclareerd. Wanneer er tijdens een zzp-ggz b vmr toch weer sprake wordt van medische noodzaak voor verblijf, registreert de zorgaanbieder de eerst volgende dag de zzp-ggz b die het best passend is bij de zorgvraag van de patiënt op dat moment. De zzp-ggz b vmr wordt dan niet langer geregistreerd. 56. De prestaties en toeslagen worden na afloop van de declaratieperiode in rekening gebracht. 57. De declaratie bestaat uit het aan de patiënt geleverde aantal zzp dagen en eventuele toeslagen binnen de declaratieperiode, met inbegrip van het gestelde in artikel 6.1.4. 58. Een zorgaanbieder heeft bepaalde verplichtingen als het gaat om transparantie richting de patiënt. Voor wat betreft deze verplichtingen verwijzen we naar de beleidsregel ‘Transparantie zorgaanbieders’. 6.3 Informatiebepalingen Elke factuur bevat in ieder geval de volgende gegevens: Begindatum declaratieperiode 59. Het gaat hier om de datum van de eerste dag in de betreffende declaratieperiode. Einddatum declaratieperiode 60. Het gaat hier om de datum van de laatste dag die onderdeel uitmaakt van de betreffende declaratieperiode. Gedeclareerde prestatie(
  7. s)61. Het gaat hier om de in rekening te brengen zzp’s ggz. Het moet duidelijk zijn welke zzp’s ggz gedeclareerd (prestatiecode) worden en in welk aantal. Toeslagen 62. De volgende toeslagen worden onderscheiden: – niet-strafrechtelijke forensische psychiatrie – vervoer dagbesteding – woonzorg jong volwassenen ggz Alle toeslagen worden altijd in combinatie met een zzp-ggz in rekening gebracht. Op de factuur wordt vermeld welke toeslagen op welke datum geleverd zijn en tegen welk tarief. Gedeclareerde tarief 63. Het gaat hier om de tarieven die in rekening worden gebracht voor de zzp’s ggz en toeslagen en het in totaal gedeclareerde bedrag (p x q). AGB-code 64. De AGB-instellingscode en – als dat van toepassing is – de AGB-zorgverlenerscode. Lekenomschrijving 65. Als een zorgaanbieder aan de patiënt factureert, voegt hij op de factuur een lekenomschrijving met betrekking tot de geleverde zorg toe. Vermelding van de lekenomschrijving blijft achterwege als de zorgaanbieder de factuur rechtstreeks aan de zorgverzekeraar zendt. 7 Overige zorgproducten (ozp’s)16Zie voor een overzicht van de ozp’s die door de ggz te declareren zijn bijlage 4 van de nadere regel msz: overige zorgproducten per segment De categorie ‘overige zorgproducten’ (ozp’
  8. s)heeft geen relatie met het dbc- of zzp-ggz-traject van een patiënt. De registratieprocessen voor de dbc’s en zzp’s ggz gelden dus ook niet voor de ozp’s. De integrale tarieven voor de overige zorgproducten kunnen daarom afzonderlijk gedeclareerd worden aan de patiënt, zorgverzekeraar of aan de opdrachtgever. Voor meer informatie over overige zorgproducten wordt verwezen naar de beleidsregel ‘Prestaties en tarieven gespecialiseerde ggz’. Als er aan een patiënt zowel basispakketzorg als niet basispakketzorg wordt geleverd, dan declareert de zorgaanbieder zowel een dbc/zzp-ggz als een ozp. Zorg die tot het basispakket behoort Bij consultaties door een psychiater bij een euthanasieverzoek op grond van psychisch lijden kan het specifiek ozp in rekening worden gebracht. De werkzaamheden die met dit ozp in rekening kunnen worden gebracht betreffen het dossieronderzoek, gesprek met patiënt en naasten, verslaglegging en afsluiting. Hierbij geldt een maximum van 12 uur per patiënt. Zorg die niet tot het basispakket behoort 66. Het is zorgaanbieders niet toegestaan om zorg die niet tot het basispakket behoort, in rekening te brengen als zorg die tot het basispakket behoort. 67. Voor het declareren van zorg die niet onder het basispakket valt, maar wel zorg is zoals omschreven in de Wmg, brengt de zorgaanbieder één van de voor deze zorg vastgestelde ozp’s in rekening. Als er geen aparte prestatie bestaat voor de niet-basispakketzorg, dan kunnen de volgende algemene prestaties gebruikt worden: – ozp niet-basispakketzorg consult – ozp niet-basispakketzorg verblijf 68. Activiteiten en verrichtingen die niet onder de reikwijdte van het begrip ‘zorg’ als omschreven in artikel 1, eerste lid, onder b, Wmg behoren, worden niet via prestaties of ozp’s gedeclareerd. 69. Bij keuringen, rapporten en informatieverstrekkingen kunnen aanbieders bij levering van specifieke prestaties een prestatie (‘toeslag’) in rekening brengen voor additionele directe of indirecte tijd. De zorgverlener moet de patiënt vooraf informeren wanneer hij verwacht gebruik te maken van deze toeslag bovenop de standaardprestatie. 8 Intrekking oude regeling Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze regeling wordt de Nadere regel ‘Gespecialiseerde geestelijke gezondheidszorg’, met kenmerk NR/REG-1927, ingetrokken. Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze ‘Regeling gespecialiseerde geestelijke gezondheidszorg’ met kenmerk NR/REG 2021b worden de al wel gepubliceerde maar nog niet in werking getreden ‘Regeling gespecialiseerde gespecialiseerde gezondheidszorg’ met kenmerk NR/REG 2021 en ‘Regeling gespecialiseerde gespecialiseerde gezondheidszorg’ met kenmerk NR/REG 2021a, ingetrokken. 9 Overgangsbepaling De Nadere regel ‘Gespecialiseerde geestelijke gezondheidszorg’ met kenmerk NR/REG-1927 blijft van toepassing op gedragingen (handelen en nalaten) van zorgaanbieders die onder de werkingssfeer van die regeling vielen en die zijn aangevangen – en al dan niet beëindigd – in de periode dat die regeling gold. Dit betekent dat voor overlopende dbc’s (dbc’s gestart vóór 2020 en doorlopend in 2020) de op het moment van opening van de dbc geldende nadere regel van toepassing is. 10 Inwerkingtreding en citeerregel Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2020. Indien de Staatscourant waarin de regeling wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 december 2019, treedt de regeling in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin de regeling wordt geplaatst. Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling gespecialiseerde geestelijke gezondheidszorg. de Nederlandse Zorgautoriteit, M.J. Kaljouw voorzitter Raad van Bestuur Bijlage 1 Zorgtypen Tabel 1: Zorgtypen initiële dbc’s Initiële dbc Code Zorgtype 101 Reguliere zorg 106 Second opinion-dbc 107 Zorg op basis van een tertiaire verwijzing 108 Langdurig periodieke controle (bij overname) 109 Bemoeizorg 147 Overgang vanuit de Jeugdwet 152 Uitzondering paralleliteit ECT 153 Uitzondering parallelliteit farmacotherapie 154 Uitzondering parallelliteit tijdelijk verblijf 155 Zorgmachtiging 156 Crisismaatregel Reguliere zorg – 101 Het zorgtype reguliere zorg wordt gebruikt voor patiënten met een nieuwe zorgvraag die vanuit de eerste lijn, door bijvoorbeeld de huisarts of een collega-specialist, zijn doorverwezen. Second opinion – 106 Een ‘second opinion’ is de herbeoordeling van een zorgvraag en het bijbehorend advies van een andere zorgaanbieder. Er is doorgaans sprake van een beperkt aantal contacten en er is géén sprake van een overname van de behandeling. Als de dbc het zorgtype ‘Second opinion’

(106)heeft, moet de behandelaar minimaal één diagnostische activiteit registreren. Een dbc met dit zorgtype mag daarnaast niet meer dan 250 minuten directe tijd bevatten. Zorg op basis van tertiaire verwijzing – 107 Het betreft een patiënt met een nieuwe zorgvraag, die wordt gezien op basis van een erkende doorverwijzing door een andere zorgaanbieder omdat daar de benodigde expertise, kennis, ervaring en/of behandelfaciliteiten voor die zorgvraag niet aanwezig zijn. Langdurig periodieke controle (bij overname) – 108 Er is sprake van een meerjarig zorgtraject waarbij de patiënt tenminste eenmaal per jaar ter controle wordt gezien nadat de initiële behandelingsfase is afgerond. Dit zorgtype kan alleen bij een initiële dbc worden geregistreerd wanneer de patiënt wordt overgenomen vanuit een andere zorginstelling/organisatie en waarbij er sprake is van een langdurig periodieke controle. Bemoeizorg – 109 Dit zorgtype wordt geregistreerd als bemoeizorg de aanleiding is voor het starten van de dbc in de gespecialiseerde ggz. Er is geen sprake van een juridische maatregel ten aanzien van de zorg. Activiteiten die gerekend kunnen worden tot bemoeizorg (voortraject; aanleiding van zorg; nog geen zorgvraag en zorgvrager) behoren niet tot de geneeskundige ggz en vallen daarmee niet onder de dbc-systematiek. Overgang vanuit de jeugdwet – 147 Dit zorgtype moet gebruikt worden als een lopende behandeling, bekostigd onder de Jeugdwet, wordt voortgezet en wordt bekostigd vanuit de Zvw. Uitzondering parallelliteit ECT[152] Dit zorgtype wordt geregistreerd indien er gebruik gemaakt wordt van de uitzonderingssituatie waarbij parallelliteit is toegestaan bij behandeling bij ECT Uitzondering parallelliteit farmacotherapie [153] Dit zorgtype wordt geregistreerd indien er gebruik gemaakt wordt van de uitzonderingssituatie waarbij parallelliteit is toegestaan bij behandeling bij farmacotherapie. Uitzondering parallelliteit tijdelijk verblijf [154] Dit zorgtype wordt geregistreerd indien er gebruik gemaakt wordt van de uitzonderingssituatie waarbij parallelliteit is toegestaan bij behandeling bij tijdelijk verblijf. Zorgmachtiging [155] Dit zorgtype wordt geregistreerd als er sprake is van verplichte zorg in het kader van de Wet verplichte ggz op basis van een Zorgmachtiging. Crisismaatregel [156] Dit zorgtype wordt geregistreerd als er sprake is van verplichte zorg in het kader van de Wet verplichte ggz op basis van een crisismaatregel. Tabel 2: Zorgtypen vervolg-dbc’s Vervolg-dbc Code Zorgtype 201 (Langdurig periodieke) controle 202 Voortgezette behandeling 203 Uitloop 204 Exacerbatie/recidive 205 Bemoeizorg 252 Uitzondering paralleliteit ECT 253 Uitzondering parallelliteit farmacotherapie 254 Geen behandeling vanwege VMR 255 Zorgmachtiging 256 Crisismaatregel (langdurig periodieke) Controle – 201 Registreer dit vervolg zorgtype als de patiënt ten minste eenmaal per jaar ter controle wordt gezien nadat de initiële behandelingsfase is afgerond en de voorgaande dbc 365 dagen heeft opengestaan. Voortgezette behandeling – 202 Kies voor het vervolg zorgtype voortgezette behandeling als een behandeling voor een bepaalde diagnose langer dan 365 dagen duurt. Uitloop – 203 Dit vervolg zorgtype wordt geregistreerd als een behandeling door omstandigheden (bijvoorbeeld wachtlijsten) langer duurt dan 365 dagen. In feite zou de behandeling binnen 365 dagen na openen van de dbc afgerond kunnen worden. Door omstandigheden die niet door de behandeling zelf worden veroorzaakt, wordt deze periode echter overschreden. Exacerbatie/recidive – 204 Het vervolg zorgtype exacerbatie/recidive mag worden geregistreerd als de patiënt binnen 365 dagen na sluiten van de dbc voor dezelfde primaire diagnose weer in behandeling komt bij dezelfde zorgaanbieder. Bij het openen van een vervolg-dbc met dit zorgtype gaat het niet om het voorzetten van de vorige dbc, maar om een terugval. Bemoeizorg – 205 Dit vervolg zorgtype wordt geregistreerd als bemoeizorg de aanleiding is voor het starten van de dbc in de gespecialiseerde ggz. Er is geen sprake van een juridische maatregel ten aanzien van de zorg. Activiteiten die gerekend kunnen worden tot bemoeizorg (voortraject; toeleiding naar zorg; nog geen zorgvraag en zorgvrager) behoren niet tot de geneeskundige ggz en vallen daarmee niet onder de dbc-systematiek. Uitzondering parallelliteit ECT[252] Dit zorgtype wordt geregistreerd indien er gebruik gemaakt wordt van de uitzonderingssituatie waarbij parallelliteit is toegestaan bij behandeling bij ECT. Uitzondering parallelliteit farmacotherapie [253] Dit zorgtype wordt geregistreerd indien er gebruik gemaakt wordt van de uitzonderingssituatie waarbij parallelliteit is toegestaan bij behandeling bij farmacotherapie. Geen behandeling vanwege VMR – 254 Dit zorgtype wordt geregistreerd indien er binnen een vervolg-dbc met VMR geen sprake is van behandeling. Op het moment dat er wel sprake is van behandeling binnen de vervolg-dbc in combinatie met VMR is dit zorgtype niet van toepassing. Zorgmachtiging 255 Dit vervolg zorgtype wordt geregistreerd als er sprake is van verplichte zorg in het kader van de Wet verplichte ggz op basis van een Zorgmachtiging. Crisismaatregel 256 Dit vervolg zorgtype wordt geregistreerd als er sprake is van verplichte zorg in het kader van de Wet verplichte ggz op basis van een crisismaatregel. Tabel 3: Zorgtypen crisis-dbc’s Crisis-dbc Code Zorgtype 303 Acute psychiatrische hulpverlening binnen budget 304 Acute psychiatrische hulpverlening buiten budget- vervolg binnen budget 305 Acute psychiatrische hulpverlening buiten budget- zorgaanbieder geen onderdeel regioplan 306 Acute psychiatrische hulpverlening buiten budget- geen regioplan 303: Acute psychiatrische hulpverlening binnen budget Dit zorgtype wordt geregistreerd als sprake is van acute psychiatrische hulpverlening, geleverd volgens de generieke module Acute psychiatrie. Dit zorgtype geldt alleen voor zorgaanbieders met een door de NZa vastgesteld budget van acute psychiatrische hulpverlening binnen budget. Voorwaarden zijn dat in een regio een regioplan is vastgesteld en er afspraken over de levering van acute psychiatrische hulpverlening zijn gemaakt en vastgelegd in een tweezijdig ingediende budgetaanvraag. 304: Acute psychiatrische hulpverlening buiten budget – vervolg binnen budget Dit zorgtype wordt geregistreerd als sprake is van acute psychiatrische hulpverlening, geleverd volgens de generieke module Acute psychiatrie. Dit zorgtype geldt wanneer in een regio een regioplan is vastgesteld en er afspraken over de levering van acute psychiatrische hulpverlening zijn gemaakt en vastgelegd in een ingediende budgetaanvraag. Dit zorgtype wordt gebruikt als de crisis-dbc’s binnen budget moet worden gesloten maar er nog sprake is van een crisissituatie. De crisis-dbc’s buiten budget met zorgtype 304 mogen alleen gedeclareerd worden door aanbieders die ook door of namens de gebudgetteerde zorgaanbieder de crisis-dbc’s binnen budget mogen declareren of door aanbieders die onderdeel zijn van het regioplan en via onderlinge dienstverlening voor de gebudgetteerde zorgaanbieder acute psychiatrische hulpverlening binnen budget leveren. 305: Acute psychiatrische hulpverlening buiten budget – zorgaanbieder geen onderdeel regioplan Dit zorgtype wordt geregistreerd als sprake is van acute psychiatrische hulpverlening, geleverd volgens de generieke module Acute psychiatrie. Dit zorgtype geldt wanneer in een regio een regioplan is vastgesteld en er afspraken over de levering van acute psychiatrische hulpverlening zijn gemaakt en vastgelegd in een ingediende budgetaanvraag, maar de zorgaanbieder die acute psychiatrische hulpverlening levert is geen onderdeel van het regioplan. 306: Acute psychiatrische hulpverlening buiten budget – geen regioplan Dit zorgtype wordt geregistreerd als sprake is van acute psychiatrische hulpverlening. Dit zorgtype geldt wanneer in een regio geen regioplan is vastgesteld en er geen afspraken over de levering van acute psychiatrische hulpverlening zijn gemaakt en vastgelegd in een ingediende budgetaanvraag. Bijlage 2 en 2A Activiteiten en verrichtingen Codelijst en omschrijvingen Bijlage 2 bevat achtereenvolgens de uitgebreide codelijst met alle te registreren activiteiten en verrichtingen, en de meer uitgebreide definitie daarvan. Onder bijlage 2a staat de verkorte activiteitenlijst opgenomen. Een zorgaanbieder heeft de keuze om of de uitgebreide activiteitenlijst te hanteren of de verkorte activiteitenlijst onder bijlage 2a te hanteren Activiteit Soort Selecteerbaar Mag direct Mag indirect Mag reistijd Mag groep?
  1. Pré-intake Tijdschrijven Ja Nee Ja Nee Ja
  2. Diagnostiek Tijdschrijven Nee 2.1 Intake & screening Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 2.2 Verwerven informatie van eerdere behandelaars Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 2.3 Anamnese / vragenlijsten Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 2.4 Hetero-anamnese Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 2.5 Psychiatrisch onderzoek Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 2.6 Psychodiagnostisch onderzoek Tijdschrijven Nee Nee Nee Nee Nee 2.6.1 Intelligentie Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 2.6.2 Neuropsychologisch Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 2.6.3 Persoonlijkheid Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 2.7 Orthodidactisch onderzoek Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 2.8 Vaktherapeutisch onderzoek Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 2.9 Contextueel onderzoek (gezin, school, etc.) Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 2.10 Lichamelijk onderzoek Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 2.11 Aanvullend onderzoek: lab, rad, klin.neur.) Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 2.12 Advisering Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 2.13 Overige diagnostische activiteiten Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja
  3. Behandeling Tijdschrijven Nee 3.1 Communicatief behandelcontact Tijdschrijven Nee 3.1.1 Follow up behandelcontact Tijdschrijven Nee Nee Nee Nee Nee 3.1.1.1 Patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.1.1.1 Patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.1.1.2 Patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.1.1.4 Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.1.1.5 Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.1.1.6 Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.1.1.7 Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.1.2 Steunend en structurerend behandelcontact Tijdschrijven Nee Nee Nee Nee Nee 3.1.2.1 Patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.1.2.2 Patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.1.2.4 Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.1.2.5 Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.1.2.6 Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.1.2.7 Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.1.3 Psychotherapie Tijdschrijven Nee Nee Nee Nee Nee 3.1.3.1 Psychoanalyse Tijdschrijven Nee Nee Nee Nee Nee 3.1.3.1.1 Patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.1.3.1.4 Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.1.3.1.6 Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.1.3.2 Psychodynamische psychotherapie Tijdschrijven Nee Nee Nee Nee Nee 3.1.3.2.1 Patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.1.3.2.2 Patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.1.3.2.4 Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.1.3.2.5 Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.1.3.2.6 Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.1.3.2.7 Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.1.3.3 Gedragstherapie Tijdschrijven Nee Nee Nee Nee Nee 3.1.3.3.1 Patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.1.3.3.2 Patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.1.3.3.4 Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.1.3.3.5 Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.1.3.3.6 Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.1.3.3.7 Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.1.3.4 Cognitieve gedragstherapie Tijdschrijven Nee Nee Nee Nee Nee 3.1.3.4.1 Patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.1.3.4.2 Patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.1.3.4.4 Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.1.3.4.5 Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.1.3.4.6 Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.1.3.4.7 Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.1.3.5 Interpersoonlijke therapie Tijdschrijven Nee Nee Nee Nee Nee 3.1.3.5.1 Patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.1.3.5.2 Patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.1.3.5.4 Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.1.3.5.5 Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.1.3.5.6 Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.1.3.5.7 Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.1.3.6 Patiëntgerichte therapie Tijdschrijven Nee Nee Nee Nee Nee 3.1.3.6.1 Patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.1.3.6.2 Patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.1.3.6.4 Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.1.3.6.5 Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.1.3.6.6 Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.1.3.6.7 Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.1.3.7 Systeemtherapie Tijdschrijven Nee Nee Nee Nee Nee 3.1.3.7.1 Patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.1.3.7.2 Patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.1.3.7.4 Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.1.3.7.5 Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.1.3.7.6 Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.1.3.7.7 Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.1.3.8 Overig psychotherapie Tijdschrijven Nee Nee Nee Nee Nee 3.1.3.8.1 Patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.1.3.8.2 Patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.1.3.8.4 Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt individu Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.1.3.8.5 Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.1.3.8.6 Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.1.3.8.7 Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.1.4 Overige (communicatieve) behandeling Tijdschrijven Nee Nee Nee Nee Nee 3.1.4.1 Patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.1.4.2 Patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.1.4.4 Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.1.4.5 Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.1.4.6 Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.1.4.7 Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.2 Farmacotherapie Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.3 Fysische therapie Tijdschrijven Nee Nee Nee Nee Nee 3.3.1 Electroconvulsietherapie Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.3.2 Lichttherapie Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.3.3 Transcraniële magnetische stimulatie Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.3.4 Overig behandeling fysische technieken Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.3.5 Deep brain stimulation Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.3.6 Neurofeedback Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.4 Vaktherapie Tijdschrijven Nee Nee Nee Nee Nee 3.4.4 Beeldende therapie Tijdschrijven Nee Nee Nee Nee Nee 3.4.4.1 Patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.4.4.2 Patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.4.4.4 Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.4.4.5 Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.4.4.6 Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.4.4.7 Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.4.5 Danstherapie Tijdschrijven Nee Nee Nee Nee Nee 3.4.5.1 Patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.4.5.2 Patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.4.5.4 Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.4.5.5 Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.4.5.6 Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.4.5.7 Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.4.6 Dramatherapie Tijdschrijven Nee Nee Nee Nee Nee 3.4.6.1 Patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.4.6.2 Patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.4.6.4 Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt individu Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.4.6.5 Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.4.6.6 Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.4.6.7 Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.4.
  4. Muziektherapie Tijdschrijven Nee Nee Nee Nee Nee 3.4.7.1 Patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.4.7.2 Patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.4.7.
  5. Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.4.7.
  6. Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.4.7.6 Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.4.7.7 Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.4.
  7. Psychomotorische therapie Tijdschrijven Nee Nee Nee Nee Nee 3.4.8.1 Patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.4.8.2 Patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.4.8.4 Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt individu Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.4.8.5 Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.4.8.6 Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.4.8.7 Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja ja 3.5 Fysiotherapie Tijdschrijven Nee Nee Nee Nee Nee 3.5.1 Patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.5.2 Patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.5.6 Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.5.7 Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.6 Ergotherapie Tijdschrijven Nee Nee Nee Nee Nee 3.6.1 Patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.6.2 Patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 3.6.6 Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 3.6.7 Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja
  8. Begeleiding Tijdschrijven Nee 4.6 Geneeskundig begeleidingscontact Tijdschrijven Nee Nee Nee Nee Nee 4.6.1 Patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 4.6.2 Patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 4.6.3 Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt individu Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 4.6.4 Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 4.6.5 Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 4.6.6 Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 4.7 Ondersteunend begeleidingscontact tijdens verblijf met overnachting Tijdschrijven Nee Nee Nee Nee Nee 4.7.1 Patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 4.7.2 Patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 4.7.3 Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt individu Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 4.7.4 Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 4.7.5 Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt individueel Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Nee 4.7.6 Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt in groep Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja
  9. Verpleging Tijdschrijven Nee 5.1 Verpleging Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja
  10. Crisis Tijdschrijven Nee 6.1 Crisiscontact binnen kantooruren Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 6.2 Crisiscontact buiten kantooruren Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 6.4 Intake en screening crisisinterventie Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 6.5 Psychiatrisch onderzoek crisisinterventie Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 6.6 Farmacotherapie crisisinterventie Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja 6.7 Steunend en structurerend crisiscontact Tijdschrijven Ja Ja Ja Ja Ja
  11. Algemeen indirecte tijd Tijdschrijven Nee 7.1 Zorgcoördinatie Tijdschrijven Ja Nee Ja Nee Nee 7.2 No show Tijdschrijven Ja Nee Nee Ja Nee 7.3 Interne patiëntbespreking (mdo) Tijdschrijven Ja Nee Ja Nee Ja 7.4 Extern overleg met derden (buiten de instelling) Tijdschrijven Ja Nee Ja Nee Ja 7.5 Verslaglegging algemeen (bijv. correspondentie, brief) Tijdschrijven Ja Nee Ja Nee Ja 7.6 Activiteiten i.v.m. juridische procedures (Wvggz) Tijdschrijven Ja Nee Ja Nee Ja 7.7 Regelen tolken Tijdschrijven Ja Nee Ja Nee Ja
  12. Verblijfsdag met overnachting (24-uurs verblijf) Verblijfsdag Nee 8.8 Verblijf met overnachting (24-uurs verblijf) Verblijfsdag Nee Nee Nee Nee Nee 8.8.01 Deelprestatie verblijf A (Lichte verzorgingsgraad) Verblijfsdag Ja Nee Nee Nee Nee 8.8.02 Deelprestatie verblijf B (Beperkte verzorgingsgraad) Verblijfsdag Ja Nee Nee Nee Nee 8.8.03 Deelprestatie verblijf C (Matige verzorgingsgraad) Verblijfsdag Ja Nee Nee Nee Nee 8.8.04 Deelprestatie verblijf D (Gemiddelde verzorgingsgraad) Verblijfsdag Ja Nee Nee Nee Nee 8.8.05 Deelprestatie verblijf E (Intensieve verzorgingsgraad) Verblijfsdag Ja Nee Nee Nee Nee 8.8.06 Deelprestatie verblijf F (Extra intensieve verzorgingsgraad) Verblijfsdag Ja Nee Nee Nee Nee 8.8.0.7 Deelprestatie verblijf G (zeer intensieve verzorgingsgraad) Verblijfsdag Ja Nee Nee Nee Nee 8.8.0.8 Deelprestatie verblijf H (HIC) Verblijfsdag Ja Nee Nee Nee Nee 8.9 Verblijf zonder overnachting Verblijfsdag Nee Nee Nee Nee Nee 8.9.01 Deelprestatie verblijf zonder overnachting Verblijfsdag Ja Nee Nee Nee Nee
  13. Dagbesteding Dagbesteding Nee 9.1 Dagbesteding sociaal (ontmoeting) Dagbesteding Ja Nee Nee Nee Nee 9.2 Dagbesteding activering (dagactiviteiten) Dagbesteding Ja Nee Nee Nee Nee 9.3 Dagbesteding educatie Dagbesteding Ja Nee Nee Nee Nee 9.4 Dagbesteding arbeidsmatig Dagbesteding Ja Nee Nee Nee Nee 9.5 Dagbesteding overig Dagbesteding Ja Nee Nee Nee Nee
  14. Verrichting Verrichting Nee 10.1 Electroconvulsietherapie Verrichting Ja Nee Nee Nee Nee 10.2 Ambulante methadon (medicijn, registratie per maand) Verrichting Ja Nee Nee Nee Nee 10.6 Toeslag tolk gebarentaal / communicatiespecialist Verrichting Ja Nee Nee Nee Nee 10.7 Toeslag oorlogsgerelateerd psychotrauma Verrichting Ja Nee Nee Nee Nee 10.8 Voorbereiding zorgmachtiging Verrichting Ja Nee Nee Nee Nee Definities van activiteiten en verrichtingen Diagnostiek en behandeling en behandeling – Pré-intake Op deze activiteit wordt de indirect patiëntgebonden tijdsbesteding geschreven die wordt besteed aan patiënten voorafgaand aan de intake. Het is mogelijk dat een dbc met alleen pré-intake niet leidt tot een vervolgtraject en dus niet verder getypeerd zal worden. De dbc kan dan worden afgesloten met reden van sluiten pré-intake, intake of diagnostiek. Voorbeelden zijn: een patiënt proberen te bereiken voor een eerste afspraak, overleg met de verwijzer over de geschiktheid voor verwijzing van een potentiële patiënt. Onder pré-intake mogen geen activiteiten in het kader van openbare ggz of preventie worden geschreven. Op pré-intake kan alleen indirect patiëntgebonden tijd worden geregistreerd. Omdat er altijd directe tijd in een dbc geregistreerd moet zijn, is het niet mogelijk een dbc te declareren met alleen pre-intake. – Diagnostiek Dit onderdeel omvat alle activiteiten gericht op verduidelijking van de klachten en van de zorgvraag. Onder diagnostiek onderscheiden we de volgende activiteiten: – Intake/screening: alle (gespreks)activiteiten gericht op verduidelijking van de klachten en van de zorgvraag. – Verwerven informatie van eerdere behandelaars. – Anamnese: het verzamelen van alle noodzakelijke diagnostische informatie bij de patiënt met behulp van gesprekken en vragenlijsten. – Hetero-anamnese: het verzamelen van alle noodzakelijke diagnostische informatie bij de partner, familie of andere relaties van de patiënt met behulp van gesprekken en vragenlijsten. – Psychiatrisch onderzoek. – Psychodiagnostisch onderzoek (intelligentie, neuropsychologisch, persoonlijkheid). – Orthodidactisch onderzoek. – Vaktherapeutisch onderzoek. – Contextueel onderzoek (gezin, school, et cetera): inschatten van de invloed/beperkingen/mogelijkheden van gezin, school of andere voor het kind/de jeugdige betekenisvolle milieus. – Lichamelijk onderzoek. – Aanvullend onderzoek (laboratorium, radiologie, klinische neurofysiologie, nucleaire geneeskunde). De behandelaar registreert de patiëntgebonden tijd die hij besteedt aan het aanvragen en (laten) uitvoeren van aanvullend onderzoek. – Advisering: diagnostische bevindingen en beleidsadvies bespreken met betrokkenen en in gezamenlijkheid bepalen van het verdere beleid. – Overige diagnostische activiteiten. Op deze activiteiten wordt alle daarmee samenhangende direct en indirect patiëntgebonden tijd geschreven. – Behandeling – Communicatieve behandeling: hieronder wordt iedere vorm van behandeling verstaan waarbij communicatie op zichzelf het belangrijkste instrument is om tot vermindering van klachten of symptomen te komen. Het begrip omvat wat vroeger ook wel ‘gespreksbehandeling’ werd genoemd, maar biedt tevens ruimte voor elektronische of schriftelijke communicatie en voor non-verbale communicatietechnieken. De categorie communicatieve behandeling is onderverdeeld in de volgende groepen: – Follow-up behandelingscontact: hierbij wordt het beloop van de klachten en symptomen vastgelegd in het vervolg op een eerder ingestelde behandeling van welke soort dan ook. Zo nodig wordt de eerder ingestelde behandeling aangepast en worden adviezen gegeven met betrekking tot het dagelijks functioneren van de patiënt. – Steunend en structurerend behandelingscontact: ter vermindering van klachten en symptomen en verandering van habituele gedragspatronen, wordt gericht gebruik gemaakt van empathie, confrontatie, cognitieve herordening en gedragsveranderende technieken. – Psychotherapie: is opgesplitst in een aantal mogelijke soorten psychotherapie. Met name die vormen zijn genoemd die steunen op de uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek of op de professionele traditie. Daarnaast is een categorie ‘overig’ opgenomen (denk bijvoorbeeld aan vormen van psychotherapie die niet in de registratielijst worden genoemd zoals kinderpsychotherapie, familieopstellingen, milieutherapie et cetera). – Overige (communicatieve) behandelcontacten betreffen alle activiteiten die vallen onder communicatieve behandeling maar niet zijn te plaatsen onder de hierboven genoemde groepen. Onder deze categorie kunnen we onder andere de volgende activiteiten rekenen: psycho-educatie, training patiënten, ouder-groepstraining, videohometraining, instructies, et cetera. Ook de somatische activiteiten en logopedie kunnen onder deze activiteit worden weggeschreven. Op deze activiteiten wordt alle daarmee samenhangende patiëntgebonden tijd geschreven. Preventieve activiteiten die in het kader van het behandeltraject van de patiënt plaatsvinden, kunnen worden weggeschreven als directe tijd onder overige (communicatieve) behandelcontacten bijvoorbeeld leefstijltraining, educatieve behandeling et cetera. – Farmacotherapie: dit betreft de medicamenteuze behandeling van psychiatrische en somatische aandoeningen bij patiënten (zowel klinisch als ambulant). Op deze activiteit wordt de directe en indirect patiëntgebonden tijd geschreven met betrekking tot het voorschrijven en toepassen van farmacotherapie (het consult). – Fysische therapie: dit betreft de behandeling met behulp van fysische technieken. Daarbij worden fysische stimuli (zoals elektriciteit, magnetische golven et cetera) op (delen van) de hersenen gericht. De toediening van de stimuli kan binnen de schedel plaatsvinden, door de schedel heen of via afferente zenuwbanen. Deze vormen van behandeling zijn sterk in ontwikkeling. De volgende vormen van fysische therapie zijn opgenomen: – Electroconvulsietherapie – Lichttherapie – Transcraniële magnetische stimulatie – Overig behandeling fysische technieken – Deep brain stimulation. De behandelaren registreren de door hen bestede patiëntgebonden tijd op deze activiteiten. Voor electroconvulsietherapie geldt dat de materiële kosten en de inzet van beroepen die niet voorkomen op de dbc-beroepentabel (bijvoorbeeld anesthesist, verkoeververpleegkundige) in kaart worden gebracht via registratie van een verrichting/behandeling ect. – Vaktherapie: Dit is een behandelvorm voor mensen met psychiatrische stoornissen en psychosociale en fysieke problematiek, waarbij methodisch gebruik gemaakt wordt van een ervaringsgerichte werkwijze. De vakdisciplines zijn: beeldende therapie, danstherapie, dramatherapie, muziektherapie en psychomotorische therapie. Vaktherapie wordt uitgeoefend door beeldende, dans-, drama-, muziek- en psychomotorische therapeuten. Systematische inzet van werkvormen, materialen en technieken in de genoemde disciplines zijn het voertuig voor de beroepsuitvoering. De problematiek van de cliënt komt ‘al doende’ naar voren en leidt tot ervaringen die effect hebben op de problematiek. – Fysiotherapie: Het betreft hier fysiotherapie ter behandeling van de stoornis zoals geregistreerd in de ggz-dbc. Het gaat om activiteiten zoals die ook terug te vinden zijn in de beleidsregel Prestatiebeschrijvingen voor fysiotherapie – Ergotherapie: Het betreft hier ergotherapie ter behandeling van de stoornis zoals geregistreerd in de ggz-dbc. Het gaat om activiteiten zoals die ook terug te vinden zijn in de beleidsregel Prestatiebeschrijvingen voor ergotherapie. – Begeleiding Er worden twee vormen van begeleiding onderscheiden26Zie voor de aanspraken het rapport van het ZINL: ‘Vaktherapie en dagbesteding in de geneeskundige GGZ’, d.d. 29-10-2015.: ‘Geneeskundig begeleidingscontact’ en ‘Ondersteunend begeleidingscontact tijdens verblijf met overnachting’. – Geneeskundig begeleidingscontact: Deze vorm van begeleiding omvat activiteiten die gericht zijn op de beperkingen voortvloeiend uit de stoornis en die ingrijpen op deze beperkingen. Dit begeleidingscontact dient te worden opgenomen in het behandelplan. – Ondersteunend begeleidingscontact tijdens verblijf met overnachting: Bij ondersteunende begeleiding gaat het om het handhaven van de zelfredzaamheid en integratie in de samenleving. De begeleiding is niet gericht op de stoornis of aandoening zelf, maar op de beperkingen van de verzekerde die veroorzaakt worden door de stoornis. Deze ondersteunende begeleiding dient onderdeel te zijn van het zorgprogramma als integraal onderdeel van verblijf. – Verpleging Verpleging in het kader van de Zvw kan als onderdeel van geneeskundige zorg (artikel 2.4 Bzv) voorkomen. Werkzaamheden die verpleegkundigen verrichten in het kader van geneeskundige zorg, behoren tot de prestatie geneeskundige zorg. In artikel 2.10 Bzv wordt er op gewezen dat verpleging een onderdeel kan zijn van verblijf. Tot slot is verpleging als afzonderlijke prestatie mogelijk in verband met medisch-specialistische zorg, maar zonder verblijf (artikel 2.11 Bzv).
  15. Algemeen indirecte tijd – Zorgcoördinatie: zorgcoördinatie heeft ten doel om alle zorg die een individuele patiënt van de eigen instelling met complexe problematiek op enig moment nodig zou kunnen hebben voor hem/haar beschikbaar te kunnen maken en op elkaar af te stemmen. De tijdsbesteding aan alle activiteiten die in dit kader voor deze individuele patiënt worden uitgevoerd, wordt op deze activiteit geregistreerd. Behandelaren kunnen hun tijd op de activiteit zorgcoördinatie verantwoorden als er sprake is van coördinerende activiteiten voor de patiënt ‘over de muren van de afdeling of instelling heen’. Dit kan betrekking hebben op: – ofwel coördineren van de zorg van verschillende behandelaren of afdelingen binnen een instelling; – ofwel coördineren van de zorg van de eigen zorginstelling en andere zorginstellingen en instanties. Alle overige coördinerende activiteiten die direct samenhangen met het uitvoeren van de op deze lijst genoemde activiteiten en verrichtingen, vallen hier dus niet onder. Tevens vallen hier niet onder de coördinerende activiteiten die voor groepen patiënten of voor de gehele instelling worden uitgevoerd. – No show: het komt voor dat patiënten niet verschijnen op gemaakte afspraken zodat er ‘loze ruimte’ ontstaat in de agenda van de behandelaar. Dit wordt ook wel aangeduid als ‘No show’. No show is een gepland patiëntcontact met een behandelaar, waarop de patiënt niet verschijnt, terwijl de patiënt niet binnen een (werkdag) termijn van 24 uur voorafgaand aan de afspraak heeft afgezegd. Voor het registreren van No show gelden volgende regels: – Op de activiteit ‘No show’ mag geen (in)directe tijd geschreven worden. – In geval van ‘No show’ mag alleen reistijd als indirecte tijd worden geschreven. In dit geval gaat de behandelaar op huisbezoek en blijkt de patiënt om welke reden dan ook niet thuis te zijn/open te doen. Deze ‘verloren’ reistijd kan geregistreerd worden. – Interne patiëntbespreking (mdo): onder een interne patiëntbespreking verstaan we de tijdsbesteding van een behandelaar aan het voeren van overleg met collega-behandelaren (dus binnen de eigen instelling) over de hulpverlening aan patiënten ter voorbereiding of naar aanleiding van de uitvoering van een activiteit of verrichting. Ten aanzien van de interne patiëntenbespreking, (het multidisciplinair overleg) geldt dat veelal sprake is van een groepsgewijze bespreking. Meerdere behandelaren bespreken meerdere patiënten tijdens een overleg. Alle behandelaren registreren de totale bestede tijd (totale duur van het mdo) op deze activiteit. Deze tijd wordt verdeeld over de dbc’s van alle tijdens het mdo besproken patiënten. Voorbeeld: er vindt een mdo plaats met drie behandelaren waar zes patiënten aan bod komen. Het mdo duurt 60 minuten. De drie behandelaren verdelen nu elk het door hen bestede uur mdo over alle zes besproken patiënten. – Extern overleg: de tijdsbesteding van een behandelaar die is gemoeid met het voeren van overleg met derden (dus buiten de eigen instelling) over de hulpverlening of naar aanleiding daarvan (bijvoorbeeld: een consult dat plaatsvindt tussen een behandelaar en een leraar over een kind dat in behandeling is). – Verslaglegging algemeen: verslaglegging algemeen zoals correspondentie over of namens de patiënt of een ontslagbrief. – Activiteiten i.v.m. juridische procedures (Wet verplichte ggz): administratieve activiteiten, correspondentie, et cetera in verband met juridische of gerechtelijke procedures van een patiënt op grond van de Wvggz. – Regelen tolken: de tijdsbesteding van een behandelaar die is gemoeid met het regelen van een tolk voor een activiteit of verrichting die face-to-face wordt uitgevoerd. Met betrekking tot het regelen van een tolk gebarentaal / communicatiespecialist kan er algemeen indirecte tijd worden geregistreerd. Crisis Crisis-activiteiten kunnen geregistreerd worden als er sprake is van een crisissituatie waarin een crisis-dbc buiten budget geopend wordt. – Crisiscontact binnen kantooruren: een patiëntgebonden contact bij acute en/of niet-geplande problematiek, dat plaatsvindt op maandag tot en met vrijdag, niet zijnde een feestdag, waarbij de (indirect of direct) patiëntgebonden tijd 50% of meer valt binnen de periode van 08.00–18.00 uur. – Crisiscontact buiten kantooruren: een patiëntgebonden contact bij acute en/of niet-geplande problematiek, dat plaatsvindt op zaterdagen, zondagen en feestdagen en ieder patiëntgebonden contact bij acute problematiek op werkdagen waarbij de (indirect of direct) patiëntgebonden tijd voor meer dan 50% valt buiten de periode van 08.00-18.00 uur. – Intake en screening crisisinterventie: alle (gesprek)activiteiten gericht op verduidelijking van de klachten en van de crisisinterventie. Psychiatrisch onderzoek crisisinterventie: alle activiteiten in het kader van een psychiatrisch onderzoek tijdens de intake van de crisisinterventie, ter ondersteuning van de gegevensverzameling.Hieronder valt ook onderzoek om een somatische oorzaak uit te sluiten. – Farmacotherapie crisisinterventie: dit betreft de medicamenteuze behandeling van psychiatrische en somatische aandoeningen bij patiënten tijdens een crisisinterventie. Op deze activiteit wordt de directe en indirect patiëntgebonden tijd geschreven met betrekking tot het voorschrijven en toepassen van farmacotherapie. – Steunend en structurerend crisiscontact: dit contact is vooral gericht op de stabilisatie van de patiënt tijdens de crisisinterventie en op het voorkomen van verergering van gedrag- of psychische problematiek. Verblijf – Verblijf met overnachting (24-uurs verblijf) Verblijf in een instelling wordt geregistreerd in verblijfsdagen. Een verblijfsdag kan alleen geregistreerd worden wanneer een patiënt de dag en de daaropvolgende nacht aanwezig is geweest in de instelling. De dag van opname en de daarop volgende nacht gelden als één verblijfsdag. Alleen als de patiënt op zijn laatst om 20:00 uur is opgenomen en ’s nachts in de instelling verblijft, mag voor die dag nog een verblijfsdag worden geregistreerd. De dag waarop de patiënt ontslagen wordt en dus niet de daaropvolgende nacht in de instelling verblijft, geldt niet als verblijfsdag. Artikel 2.10 Bzv
  16. Verblijf omvat verblijf gedurende een ononderbroken periode van ten hoogste 365 dagen, dat medisch noodzakelijk is in verband met de geneeskundige zorg, bedoeld in artikel 2.4, al dan niet gepaard gaande met verpleging, verzorging of paramedische zorg.
  17. Een onderbreking van ten hoogste dertig dagen wordt niet als onderbreking beschouwd, maar deze dagen tellen niet mee voor de berekening van de 365 dagen.
  18. In afwijking van het tweede lid tellen onderbrekingen wegens weekend- en vakantieverlof wel mee voor de berekening van de 365 dagen. – Verblijf zonder overnachting Deze deelprestatie is bedoeld voor patiënten bij wie ondersteuning door vov-personeel nodig is voor een goed verloop van de diagnostiek en behandeling. De patiënt verblijft ’s nachts niet in de instelling. Dagbesteding Het doel van dagbesteding is het bevorderen, behouden of compenseren van de zelfredzaamheid van de patiënt. Binnen de gespecialiseerde ggz is het van belang dat de dagbesteding: – altijd in het kader is van de (psychiatrische) behandeling en; – terug te vinden is in het behandelplan van de patiënt dat is opgesteld door de regiebehandelaar. Dagbesteding wordt geregistreerd op basis van uren aanwezigheid. – Dagbesteding sociaal (ontmoeting) De meest basale functie van een dagactiviteitencentrum is de ontmoetingsfunctie. De inloopfunctie is de meest ‘laagdrempelige’ functie in het kader van dag- en arbeidsmatige activiteiten. Het gaat dan ook vooral om de beschikbaarheidsfunctie. Dat betekent dat aan deelnemers over het algemeen geen stringente eisen worden gesteld voor wat betreft de deelname aan de inloop. – Dagbesteding activering Dit gaat verder dan alleen anderen ontmoeten en betreft deelname aan recreatieve, creatieve of sportieve activiteiten. Tekenen en schilderen bijvoorbeeld, maar ook gipsgieten, kleding maken, tuinieren, voetballen, zwemmen of sjoelen. (Re)creatieve activiteiten worden over het algemeen groepsgewijs aangeboden. De deelname is niet verplicht, maar is minder vrijblijvend dan bij dagbesteding sociaal. Het aantal patiënten varieert per type (re)creatieve activiteit van enkele patiënten tot wel twintig. Voor incidentele activiteiten, zoals jaarlijkse uitstapjes, kan het aantal patiënten nog groter zijn. – Dagbesteding educatie Te denken valt aan een computercursus, een cursus boekbinden, lijsten maken, gitaarspelen, tekenen, bloemschikken, drama en toneel enzovoorts. Ook bij de educatieve activiteiten is er over het algemeen sprake van een vast weekprogramma en een groepsgewijs aanbod. Deelname is niet verplicht, maar het is de bedoeling dat de patiënten er iets van opsteken en daarom is deelname minder vrijblijvend dan bij de recreatieve activiteiten. – Dagbesteding arbeidsmatig Arbeidsmatige activiteiten zijn gestructureerde activiteiten. Begeleiders en deelnemers maken afspraken over de werkzaamheden die verricht zullen worden. De activiteiten zijn gericht op het opdoen van arbeidsvaardigheden en -ervaring. De zorginstelling kan een functie vervullen in de begeleiding van patiënten die aan het werk willen in het reguliere arbeidsproces. Het gaat hierbij om onbetaalde werkzaamheden, soms wordt een (beperkte) onkostenvergoeding verstrekt. Er zijn duidelijke afspraken gemaakt over het aantal dagdelen dat de patiënt werkzaam is en het tijdstip waarop de werkzaamheden verricht worden. De volgende punten zijn hierbij van belang: – arbeidsmatige activiteiten hebben betekenis in het kader van persoonlijke ontplooiing en verkenning van individuele mogelijkheden (bijvoorbeeld gericht op het opdoen van arbeidservaring of op het toeleiden naar een (on-)betaalde baan); – arbeidsmatige activiteiten zijn gericht op het aanleren en/of onderhouden van arbeidsvaardigheden (het DAC als stimulerend oefenmilieu); – arbeidsmatige activiteiten zijn gericht op persoonlijk en maatschappelijk herstel van mensen met psychiatrische en/of psychische problemen en dragen op die manier bij aan de bevordering van maatschappelijke (her)integratie; – arbeidsmatige activiteiten hebben een stabiliserend effect op het dagelijks leven van de patiënten en dragen op die manier bij aan het voorkomen van isolement, terugval en decompensatie. Essentieel voor arbeidsmatige activiteiten is: – dat er een overeenkomst (mondeling dan wel schriftelijk) bestaat tussen de individuele patiënt en de organisatie waarin geregeld is wat er van elkaar wordt verwacht; – dat er sprake is van activiteiten die gericht zijn op een toeleidingstraject naar (betaalde of onbetaalde) arbeid in een andere setting of dat er sprake is van arbeidsmatige activiteiten als dagbesteding die plaats blijven vinden in het activiteitencentrum. – Dagbesteding overig Alle dagbesteding die niet onder dagbesteding sociaal, activering, educatie of arbeidsmatig valt, maar wel wordt ingezet in het kader van de behandeling van een patiënt met een bepaalde primaire diagnose, kan onder dagbesteding overig worden geregistreerd. Pré-intake, intake en diagnostiek zijn onderdeel van de Zorgverzekeringswet. Deze activiteiten kunnen geregistreerd worden op een dbc. Mocht de diagnosestelling leiden tot enkel dagbesteding (al dan niet met Ondersteunende begeleidingscontacten), dan kan er geen aanspraak gemaakt worden op de Zvw en moet de dbc worden afgesloten met afsluitreden
  19. Een dbc met uitsluitend dagbesteding (al dan niet in combinatie met pré-intake, intake/diagnostiek, algemeen indirecte tijd, ondersteunende begeleidingscontacten en/of verblijf zonder overnachting) wordt afgekeurd in de validatie. Verrichtingen Verrichtingen worden geregistreerd in aantallen: ect per behandeling, methadon per maand waarin de stof methadon ambulant is verstrekt, de toeslag tolk gebarentaal/communicatiedeskundige per dbc en de toeslag oorlogsgerelateerd psychotrauma per verblijf D. Deze verrichtingen kunnen alleen in combinatie met de dbc worden gedeclareerd. – Ect De materiële kosten en de inzet van behandelaren die niet voorkomen op de dbc-beroepentabel (zoals de anesthesist) worden in kaart gebracht via de registratie van het aantal behandelingen ect. – Methadon (ambulante verstrekking per maand) Wanneer methadon aan een patiënt wordt verstrekt, wordt dit per maand geregistreerd op de dbc van de patiënt. Ambulante verstrekking in een maand wordt gezien als één verrichting. Dit is ongeacht de hoeveelheid en frequentie van de ambulante Methadonverstrekking in die maand. Een dbc met een verrichting methadon (ambulante verstrekking per maand) moet altijd de activiteit farmacotherapie bevatten. dbc’s met de verrichting methadon (ambulante verstrekking per maand) zonder de activiteit farmacotherapie vallen uit in de validatie. – Toeslag tolk gebarentaal / communicatiespecialist Deze verrichting is bedoeld om de kosten te dekken die betrekking hebben op de inzet van de tolk gebarentaal / communicatiespecialist. De verrichting mag maar één keer per dbc geregistreerd worden. Deze prestatie mag worden gedeclareerd indien er zorg geleverd wordt aan patiënten met een auditieve beperking en waarvoor de inzet van een tolk gebarentaal / communicatiespecialist noodzakelijk is. Het gaat hierbij om vroegdoven, plots-en laatdoven, slechthorenden, doofblinden en patiënten met een gehoorstoornis als tinnitus, hyperacusis, ménière of auditieve verwerkingsproblemen; – Toeslag oorlogsgerelateerd psychotrauma Deze verrichting dekt de ontoereikende verdiscontering van afwezigheid bij verblijfsprestatie D voor patiënten met een ernstige verstoring in het psychiatrisch ziektebeeld, veroorzaakt door oorlog of oorloggerelateerde vervolging of oorloggerelateerd geweld, waarvoor bovengemiddeld weekendverlof voor het succesvol afronden van de behandeling noodzakelijk is. De verrichting

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.