← Nederland

Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie voorjaar 2020

Obsah (8)Artikel 28Artikel 30Artikel 32Artikel 34Artikel 36Artikel 38Artikel 42Artikel 44

Regeling van de Minister van Economische Zaken en Klimaat van 11 maart 2020, nr. WJZ/ 20030806, houdende aanwijzing van categorieën van productie-installaties voor de stimulering van duurzame energiep

Artikel 28

1 De Minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door: a. een productie-installatie waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd door middel van allesvergisting, waarbij ten minste de vergister nieuw is; b. een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte worden geproduceerd door middel van allesvergisting, waarbij ten minste de vergister nieuw is en waarbij het nominaal elektrisch rendement ten minste 20% bedraagt; c. een productie-installatie waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd door middel van monomestvergisting, met een vermogen groter dan 400 kW, waarbij ten minste de vergister nieuw is; d. een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte worden geproduceerd door middel van monomestvergisting, met een vermogen groter dan 400 kW, voor elektrisch en thermisch vermogen samen, waarbij ten minste de vergister nieuw is en waarbij het nominaal elektrisch rendement ten minste 20% bedraagt; e. een productie-installatie waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd door middel van monomestvergisting, met een vermogen kleiner dan of gelijk aan 400 kW, waarbij ten minste de vergister nieuw is; of f. een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte worden geproduceerd door middel van monomestvergisting, met een vermogen kleiner dan of gelijk aan 400 kW, voor elektrisch en thermisch vermogen samen, waarbij ten minste de vergister nieuw is en waarbij het nominaal elektrisch rendement ten minste 20% bedraagt. 2 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in een installatie met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen gelijk aan of groter dan 2 MW gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de richtlijn (EU) 2018/2001. Artikel 29 1 Subsidie als bedoeld in artikel 28 wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 28, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. § 3.3.4 Verbeterde slibgisting bij rioolwaterzuiveringsinstallaties voor

Artikel 30

1 De Minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte uit biogas dat vrijkomt ten gevolge van een biologische afbraakreactie van gisting van zuiveringsslib waarbij er verbeteringen zijn uitgevoerd in het productieproces waarna er per ton slib sprake is van ten minste 25% meer biogasproductie ten opzichte van voor de verbetering: a. waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd, waarbij ten minste de installatie-onderdelen die verantwoordelijk zijn voor de meerproductie nieuw zijn; b. waarmee hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd, waarbij ten minste de installatie-onderdelen die verantwoordelijk zijn voor de meerproductie nieuw zijn. 2 De installatiedelen die verantwoordelijk zijn voor de meerproductie, bedoeld in het eerste lid, worden niet in gebruik genomen voor de subsidie is aangevraagd. 3 De subsidieaanvrager maakt aannemelijk dat de voorgestelde aanpassingen een verbetering van 25% inhouden ten opzichte van de gemiddelde productie van het jaar voorafgaande aan de aanvraag, of, wanneer de producent minder dan een jaar produceert, ten opzichte van de totale gemiddelde productie tot het moment van de aanvraag. 4 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in een installatie met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen gelijk aan of groter dan 2 MW gebruikte biomassa voldoet aan het broeikasgasemissiereductiecriterium, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de richtlijn (EU) 2018/2001. Artikel 31 1 Subsidie als bedoeld in artikel 30, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 30, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. § 3.3.5 Ketel vloeibare biomassa voor

Artikel 32

1 De Minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte met een nominaal thermisch vermogen groter dan of gelijk aan 0,5 MWth en een nominaal elektrisch vermogen kleiner dan of gelijk aan 100 MW voor de productie van warmte door middel van verbranding van vloeibare biomassa, als bedoeld in de nummers 512, 514, 517, 518, 543, 545, 550 tot en met 579, 587, 594, 595 en 800 tot en met 809 van de NTA 8003: 2017, met een brander in een ketel. 2 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de richtlijn (EU) 2018/2001. Artikel 33 1 Subsidie als bedoeld in artikel 32, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 32, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. § 3.3.6 Kleine ketel vaste of vloeibare biomassa voor

Artikel 34

1 De Minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte door middel van verbranding van vaste of vloeibare biomassa als bedoeld in de NTA 8003: 2017, met uitzondering van biomassa als bedoeld in de nummers 100, 150, 170 tot en met 179 van de NTA 8003: 2017 in een ketel met een nominaal thermisch vermogen groter dan of gelijk aan 0,5 MWth en kleiner dan 5 MWth waarbij ten minste de ketel nieuw is. 2 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat ten minste 95% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is. 3 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de richtlijn (EU) 2018/2001. Artikel 35 1 Subsidie als bedoeld in artikel 34, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 34, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. § 3.3.7 Grote ketel vaste of vloeibare biomassa voor

Artikel 36

1 De Minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte, of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte, of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, uitsluitend door middel van thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa als bedoeld in de NTA 8003: 2017, met uitzondering van biomassa als bedoeld in de nummers 100, 150, 170 tot en met 179 van de NTA 8003: 2017, met een nominaal thermisch vermogen groter dan of gelijk aan 5 MWth, waarbij ten minste de ketel nieuw is en waarbij het aantal subsidiabele vollasturen: a. ten hoogste 4.500 vollasturen per jaar bedraagt; b. ten hoogste 5.000 vollasturen per jaar bedraagt; c. ten hoogste 5.500 vollasturen per jaar bedraagt; d. ten hoogste 6.000 vollasturen per jaar bedraagt; e. ten hoogste 6.500 vollasturen per jaar bedraagt; f. ten hoogste 7.000 vollasturen per jaar bedraagt; g. ten hoogste 7.500 vollasturen per jaar bedraagt; h. ten hoogste 8.000 vollasturen per jaar bedraagt; of i. ten hoogste 8.500 vollasturen per jaar bedraagt. 2 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat ten minste 95% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is. 3 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa, dan wel de in een installatie met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen gelijk aan of groter dan 20 MW gebruikte vaste biomassa, voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de richtlijn (EU) 2018/2001. Artikel 37 1 Subsidie als bedoeld in artikel 36, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 36, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. § 3.3.8 Grote ketel op B-Hout voor

Artikel 38

1 De Minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte, of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte, of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, uitsluitend door middel van thermische conversie van B-Hout als bedoeld in nummers 170 t/m 179 van de NTA 8003: 2017, met een nominaal thermisch vermogen groter dan of gelijk aan 5 MWth, waarbij ten minste de ketel nieuw is. 2 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat ten minste 95% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is. 3 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in een installatie met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen gelijk aan of groter dan 20 MW gebruikte biomassa voldoet aan het broeikasgasemissiereductiecriterium, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de richtlijn (EU) 2018/2001. Artikel 39 1 Subsidie als bedoeld in artikel 38, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 38, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. § 3.3.9 Ketel op houtpellets voor

voor stadsverwarming Artikel 40 1 De Minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte door middel van verbranding van houtpellets, in een ketel met een nominaal thermisch vermogen groter dan of gelijk aan 10 MWth, waarbij ten minste de ketel nieuw is waarin: a. houtpellets geproduceerd uit biomassa als bedoeld in de nummers 110 tot en met 138 van de NTA 8003: 2017 worden verbrand; b. reststoffen die vrijkomen uit bioraffinage als bedoeld in nummer 595 van de NTA 8003:2017, van biomassa als bedoeld in de nummers 110 tot en met 138 van de NTA 8003:2017, worden verbrand voor ten hoogste 25% van het aantal kWh dat in een kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt; c. houtpellets geproduceerd uit biomassa als bedoeld in de nummers 160 tot en met 169 van de NTA 8003: 2017 worden verbrand, voor ten hoogste vijftien vijfentachtigste deel van de som van het aantal kWh dat in een kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt, geproduceerd met biomassa als bedoeld onder a en b. 2 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat ten minste 95% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is. 3 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid, levert de warmte uitsluitend aan een stadsverwarmingsnet. 4 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat in voldoende mate aannemelijk wordt gemaakt dat de gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheidseisen voor vaste biomassa, bedoeld in artikel 7 van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie. Artikel 41 1 Subsidie als bedoeld in artikel 40, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 40, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. § 3.3.10 Stoomketel op houtpellets voor

Artikel 42

1 De Minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van warmte of hernieuwbare elektriciteit en warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van stoom door middel van verbranding van houtpellets, in een ketel met een nominaal thermisch vermogen groter dan of gelijk aan 5 MWth, waarbij ten minste de stoomketel nieuw is waarin: a. houtpellets geproduceerd uit biomassa als bedoeld in de nummers 110 tot en met 138 van de NTA 8003: 2017 worden verbrand; b. reststoffen die vrijkomen uit bioraffinage, als bedoeld in nummer 595 van de NTA 8003:2017, van biomassa als bedoeld in de nummers 110 tot en met 138 van de NTA 8003:2017, worden verbrand voor ten hoogste 25% van het aantal kWh dat in een kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt; c. houtpellets geproduceerd uit biomassa als bedoeld in de nummers 160 tot en met 169 van de NTA 8003: 2017 worden verbrand, voor ten hoogste vijftien vijfentachtigste deel van de som van het aantal kWh dat in een kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt, geproduceerd met biomassa als bedoeld onder a en b. 2 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat ten minste 95% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is. 3 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat in voldoende mate aannemelijk wordt gemaakt dat de gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheidseisen voor vaste biomassa, bedoeld in artikel 7 van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie.’ Artikel 43 1 Subsidie als bedoeld in artikel 42, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 42, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. § 3.3.11 Directe inzet (brander) van houtpellets voor industriële toepassingen voor

Artikel 44

1 De Minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte, of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, door middel van verbranding van houtpellets, met een brander in een ketel, een oven of een fornuis met een nominaal thermisch vermogen groter dan of gelijk aan 5 MWth en een nominaal elektrisch vermogen kleiner dan of gelijk aan 100 MWth waarin: a. houtpellets geproduceerd uit biomassa als bedoeld in de nummers 110 tot en met 138 van de NTA 8003: 2017 worden verbrand; b. reststoffen die vrijkomen uit bioraffinage als bedoeld in nummer 595 van de NTA 8003:2017, van biomassa als bedoeld in de nummers 110 tot en met 138 van de NTA 8003:2017, worden verbrand voor ten hoogste 25% van het aantal kWh dat in een kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt; c. houtpellets geproduceerd uit biomassa als bedoeld in de nummers 160 tot en met 169 van de NTA 8003: 2017 worden verbrand, voor ten hoogste vijftien vijfentachtigste deel van de som van het aantal kWh dat in een kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt, geproduceerd met biomassa als bedoeld onder a en b. 2 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat in voldoende aannemelijk wordt gemaakt dat de gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheidseisen voor vaste biomassa, bedoeld in artikel 7 van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie. Artikel 45 1 Subsidie als bedoeld in artikel 44, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt. 2 De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 44, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. § 4 Fasebedragen Artikel 46 1 Voor de fase genoemd in de eerste kolom van onderstaande tabel wordt: a. de periode waarbinnen de aanvragen binnen moeten zijn vastgesteld van de datum genoemd in de tweede kolom van onderstaande tabel tot de datum genoemd in de tweede kolom van onderstaande tabel van de daarop volgende fase, de derde fase sluit op 2 april 2020, 17:00 uur; b. het fasebedrag voor de subsidie, bedoeld in de artikelen 10, eerste lid, en 43a, eerste lid, van het besluit, voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbare

, vastgesteld op het in de derde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag; c. het fasebedrag voor de subsidie, bedoeld in artikel 27, eerste lid, van het besluit, voor de productie van hernieuwbaar gas, vastgesteld op het in de vierde kolom genoemde bedrag. 1 2 3 4 fase datum openstelling fasebedrag in euro/kWh fasebedrag hernieuwbaar gas in euro/kWh 1 17 maart 2020, 9:00 uur 0,070 0,049 2 23 maart 2020, 17:00 uur 0,080 0,056 3 30 maart 2020, 17:00 uur 0,130 0,092 2 In afwijking van de fasebedragen genoemd in de derde kolom van de tabel in het eerste lid geldt voor de productiecategorieën, bedoeld in de artikelen 4, 6, 8, eerste lid, 10, eerste lid, 12, eerste lid, 14, 24, eerste lid, 26, 28, 30, eerste lid, 32, eerste lid, 34, eerste lid, 36, eerste lid, 38, eerste lid, 40, eerste lid, 42, eerste lid, en 44, eerste lid, het fasebedrag in euro per kWh in drie decimalen dat door de aanvrager bij de aanvraag in een fase is ingediend, mits dat bedrag per kWh lager is dan het fasebedrag, genoemd in de derde kolom van de tabel in het eerste lid dat voor de fase waarin de aanvraag is ingediend van toepassing is. 3 In afwijking van de fasebedragen genoemd in de vierde kolom van de tabel in het eerste lid geldt voor de productiecategorieën, bedoeld in de artikelen 16, 18, eerste lid, 20, en 22, eerste lid, het fasebedrag in euro per kWh in drie decimalen dat door de aanvrager bij de aanvraag in een fase is ingediend, mits dat bedrag per kWh lager is dan het fasebedrag, genoemd in de vierde kolom van de tabel in het eerste lid dat voor de fase waarin de aanvraag is ingediend van toepassing is. 4 Voor de vergelijking van de fasebedragen, bedoeld in artikel 58, tweede lid, van het besluit bedraagt het fasebedrag voor de productie van hernieuwbaar gas het fasebedrag gedeeld door een correctiefactor van 0,706 en afgerond op drie decimalen, tenzij het fasebedrag gelijk is aan het fasebedrag in de vierde kolom van de in het eerste lid opgenomen tabel, in welk geval het fasebedrag van de derde kolom geldt. § 5 Maximaal aantal vollasturen, basiselektriciteits- en basisenergieprijzen, basisbedragen en correctiebedragen § 5.1 Hernieuwbare elektriciteit Artikel 47 Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt: a. het basisbedrag voor subsidie, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het besluit, vastgesteld op het in de derde kolom genoemde bedrag; b. voor de productie van hernieuwbare elektriciteit het maximaal aantal vollasturen vastgesteld op het in de vierde kolom van onderstaande tabel genoemde aantal uren; c. voor de productie van hernieuwbare elektriciteit de basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 12, eerste lid, van het besluit, vastgesteld op het in de vijfde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag; en d. de correctie op het basisbedrag voor subsidie voor 2020 vastgesteld op: 1°. voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit, het in de zesde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag; en 2°. voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit op € 0 per kWh. 1 2 3 4 5 6 Artikel regeling Categorie Basisbedrag in euro/kWh Vollasturen Basiselektriciteitsprijs in euro/kWh Voorlopig correctiebedrag 2020 in euro/kWh Artikel 4, onderdeel a Waterkracht, valhoogte < 50 cm waaronder vrije stroming en golfenergie 0,130 3.700 0,035 0,049 Artikel 4, onderdeel b Waterkracht, valhoogte ≥ 50 cm 0,130 5.700 0,035 0,049 Artikel 4, onderdeel c Waterkracht, valhoogte ≥ 50 cm, renovatie 0,097 2.600 0,035 0,049 Artikel 6 Osmose 0,130 8.000 0,035 0,049 Artikel 8, eerste lid, onderdeel a Wind op land, ≥ 8,0 m/s 0,042 netto P50-waarde vollasturen 0,029 0,043 Artikel 8, eerste lid, onderdeel b Wind op land, ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,045 netto P50-waarde vollasturen 0,029 0,043 Artikel 8, eerste lid, onderdeel c Wind op land, ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,048 netto P50-waarde vollasturen 0,029 0,043 Artikel 8, eerste lid, onderdeel d Wind op land, ≥ 6,75 en < 7,0 m/s 0,052 netto P50-waarde vollasturen 0,029 0,043 Artikel 8, eerste lid, onderdeel e Wind op land, < 6,75 m/s 0,056 netto P50-waarde vollasturen 0,029 0,043 Artikel 10, eerste lid, onderdeel a Wind op waterkeringen, ≥ 8,0 m/s 0,046 netto P50-waarde vollasturen 0,029 0,043 Artikel 10, eerste lid, onderdeel b Wind op waterkeringen, ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,049 netto P50-waarde vollasturen 0,029 0,043 Artikel 10, eerste lid, onderdeel c Wind op waterkeringen, ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,052 netto P50-waarde vollasturen 0,029 0,043 Artikel 10, eerste lid, onderdeel d Wind op waterkeringen, ≥ 6,75 en < 7,0 m/s 0,057 netto P50-waarde vollasturen 0,029 0,043 Artikel 10, eerste lid, onderdeel e Wind op waterkeringen, < 6,75 m/s 0,061 netto P50-waarde vollasturen 0,029 0,043 Artikel 12, eerste lid Wind in meer, water ≥ 1 km2 0,059 netto P50-waarde vollasturen 0,029 0,043 Artikel 14, onderdeel a Fotovoltaïsche zonnepanelen ≥ 15 kWp en < 1 MWp, aansluiting 3*80A 0,085 950 Netlevering: 0,029 Netlevering: 0,047 Niet netlevering: 0,060 Niet netlevering: 0,078 Artikel 14, onderdeel b Fotovoltaïsche zonnepanelen ≥ 1 MWp, gebouwgebonden systeem 0,079 950 Netlevering: 0,029 Netlevering: 0,047 Niet netlevering: 0,051 Niet netlevering: 0,069 Artikel 14, onderdeel c Fotovoltaïsche zonnepanelen ≥ 1 MWp, niet gebouwgebonden systeem 0,074 950 Netlevering: 0,029 Netlevering: 0,047 Niet netlevering: 0,051 Niet netlevering: 0,069 Artikel 14, onderdeel d Fotovoltaïsche zonnepanelen ≥ 1 MWp, zonvolgend niet gebouwgebonden systeem 0,074 1.045 Netlevering: 0,029 Netlevering: 0,047 Niet netlevering: 0,051 Niet netlevering: 0,069 § 5.2 Hernieuwbaar gas Artikel 48 1 Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt: a. het basisbedrag voor subsidie, bedoeld in artikel 28, eerste lid, van het besluit, voor de productie van hernieuwbaar gas, vastgesteld op het in de derde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag; b. voor de productie van hernieuwbaar gas het maximaal aantal vollasturen vastgesteld op het in de vierde kolom van onderstaande tabel genoemde aantal uren; c. voor de productie van hernieuwbaar gas de basisgasprijs, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van het besluit, vastgesteld op het in de vijfde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag; en d. de correctie op het basisbedrag voor subsidie voor 2020 vastgesteld op: 1°. voor wat betreft de energieprijs, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel a, van het besluit het in de zesde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag; en 2°. voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel b, van het besluit op € 0 per kWh. 1 2 3 4 5 6 Artikel regeling Categorie Basisbedrag in eur/kWh Vollasturen Basisenergie-prijs in eur/kWh Voorlopig correctiebedrag 2020 in eur/kWh Artikel 16, onderdeel a Allesvergisting 0,064 8.000 0,016 0,020 Artikel 16, onderdeel b Monomestvergisting > 400 kW 0,068 8.000 0,016 0,020 Artikel 16, onderdeel c Monomestvergisting ≤ 400 kW 0,088 8.000 0,016 0,020 Artikel 18, eerste lid Verbeterde slibgisting bij rioolwaterzuiveringsinstallaties 0,042 8.000 0,016 0,020 Artikel 20 Rioolwaterzuiveringsinstallaties bestaande slibgisting 0,030 8.000 0,016 0,020 Artikel 22, eerste lid Biomassavergassing (≥95% biogeen) 0,073 7.500 0,016 0,020 2 Het basisbedrag wordt voor de toepassing van artikel 58, tweede lid, van het besluit, voor een productie-installatie als bedoeld in de artikelen 16, 18, eerste lid, 20, en 22, eerste lid, vastgesteld op het in de derde kolom van de in het eerste lid opgenomen tabel genoemde bedrag, gedeeld door een correctiefactor van 0,706 en afgerond op drie decimalen. § 5.3 Hernieuwbare warmte en (gecombineerde) opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte Artikel 49 Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt: a. het basisbedrag voor subsidie, bedoeld in artikel 44, eerste lid, van het besluit, voor de productie van hernieuwbare warmte en de gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, vastgesteld op het in de derde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag; b. voor de productie van hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of de gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte het maximaal aantal vollasturen vastgesteld op het in de vierde kolom van onderstaande tabel genoemde aantal uren; c. de basisenergie- of basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 12, eerste lid, of artikel 45, eerste lid, van het besluit, voor de productie van hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of de gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, vastgesteld op het in de vijfde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag; en d. de correcties op het basisbedrag voor subsidie voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel, worden voor 2020 vastgesteld op: 1°. voor wat betreft de energie- of elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, of 47, eerste lid, onderdeel a, van het besluit het in de zesde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag; en 2°. voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, of 47, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit op € 0 per kWh. 1 2 3 4 5 6 Artikel regeling Categorie Basisbedrag in euro/kWh Vollasturen Basisenergie-prijs in euro/kWh Voorlopig correctiebedrag 2020 in euro/kWh Artikel 24, eerste lid, onderdeel a Zonthermie ≥ 140 kW en < 1 MW 0,095 600 0,030 0,035 Artikel 24, eerste lid, onderdeel b Zonthermie ≥ 1 MW 0,080 600 0,023 0,028 Artikel 26, onderdelen a en b Geothermie warmte, diepte ≥ 500 meter 0,043 6.000 0,016 0,020 Artikel 26, onderdeel c Geothermie warmte aanvullende put, diepte ≥ 500 meter 0,031 6.000 0,016 0,020 Artikel 26, onderdeel d Geothermie warmte, diepte ≥ 4.000 meter 0,065 7.000 0,016 0,020 Artikel 28,onderdeel a Allesvergisting, warmte 0,060 7.000 0,023 0,028 Artikel 28,onderdeel b Allesvergisting, gecombineerde opwekking 0,067 7.622 0,029 0,038 Artikel 28,onderdeel c Monomestvergisting, warmte > 400 kW 0,062 7.000 0,023 0,028 Artikel 28, onderdeel d Monomestvergisting, gecombineerde opwekking > 400 kW 0,074 7.353 0,029 0,039 Artikel 28, onderdeel e Monomestvergisting, warmte ≤ 400 kW 0,098 7.000 0,023 0,028 Artikel 28, onderdeel f Monomestvergisting, gecombineerde opwekking ≤ 400 kW 0,121 6.374 0,049 0,063 Artikel 30, eerste lid, onderdeel a Verbeterde slibgisting bij rioolwaterzuiveringsinstallaties, warmte 0,029 7.000 0,023 0,028 Artikel 30, eerste lid, onderdeel b Verbeterde slibgisting bij rioolwaterzuiveringsinstallaties, gecombineerde opwekking 0,044 5.729 0,033 0,047 Artikel 32, eerste lid Ketel vloeibare biomassa voor

0,069 7.000 0,023 0,028 Artikel 34, eerste lid Kleine ketel op vaste of vloeibare biomassa voor

0,050 3.000 0,023 0,028 Artikel 36, eerste lid, onderdeel a Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa voor

0,047 4.500 0,016 0,020 Artikel 36, eerste lid, onderdeel b Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa voor

0,046 5.000 0,016 0,020 Artikel 36, eerste lid, onderdeel c Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa voor

0,046 5.500 0,016 0,020 Artikel 36, eerste lid, onderdeel d Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa voor

0,045 6.000 0,016 0,020 Artikel 36, eerste lid, onderdeel e Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa voor

0,045 6.500 0,016 0,020 Artikel 36, eerste lid, onderdeel f Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa voor

0,044 7.000 0,016 0,020 Artikel 36, eerste lid, onderdeel g Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa voor

0,044 7.500 0,016 0,020 Artikel 36, eerste lid, onderdeel h Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa voor

0,044 8.000 0,016 0,020 Artikel 36, eerste lid, onderdeel i Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa voor

0,044 8.500 0,016 0,020 Artikel 38, eerste lid Grote ketel op B-hout voor

0,027 7.500 0,016 0,020 Artikel 40, eerste lid Ketel stadsverwarming op houtpellets voor

0,066 6.000 0,016 0,020 Artikel 42, eerste lid Stoomketel op houtpellets,

0,064 8.500 0,016 0,020 Artikel 44, eerste lid Directe inzet (brander) van houtpellets voor industriële toepassingen voor

0,052 3.000 0,021 0,025 § 6 Slotbepalingen Artikel 50 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. Artikel 51 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie voorjaar

  1. Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst. 's-Gravenhage 11 maart 2020 De Minister van Economische Zaken en Klimaat, E.D. Wiebes Bijlage 1 Behorende bij artikel 2, vijfde lid, van de regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie voorjaar 2020 Uitvoeringsovereenkomst tot zekerheid van het aanvangen van de activiteiten ter zake waarvan meer dan € 400 miljoen subsidie is verleend op basis van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie voorjaar 2020
  2. De Staat der Nederlanden, (hierna te noemen: de Staat), te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de Minister van Economische Zaken en Klimaat; en
  3. ............, gevestigd te..... (hierna te noemen: Ondernemer); ..... (hierna te samen ook te noemen: Partijen); overwegen: a. de Minister van Economische Zaken en Klimaat heeft blijkens een beschikking met kenmerk....., hierna te noemen Beschikking, waarvan een kopie als Bijlage A bij deze overeenkomst is gevoegd aan de Ondernemer een subsidie verleend van meer dan € 400 miljoen op grond van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie voorjaar 2020 (hierna: Regeling). b. de Beschikking bevat de opschortende voorwaarde dat binnen twee weken na afgifte van de beschikking de onderhavige uitvoeringsovereenkomst, hierna te noemen Uitvoeringsovereenkomst, tot stand is gekomen tussen de Staat en de subsidieontvanger; c. de Minister van Economische Zaken en Klimaat beoogt door middel van deze Uitvoeringsovereenkomst te verzekeren dat de Ondernemer de productie-installatie bedoeld in de Beschikking tijdig in gebruik zal nemen. Partijen komen daartoe het volgende overeen: Artikel 1 Tijdige ingebruikname van de productie-installatie De Ondernemer verplicht zich jegens de Staat de productie-installatie tijdig in gebruik te nemen en wel binnen de in artikel 61 van het Besluit stimulering duurzame energieproductie bedoelde periode of, indien op grond van artikel 62, derde lid, van het Besluit stimulering duurzame energieproductie een ontheffing is verleend, binnen de in de ontheffing opgenomen periode. Artikel 2 Inhoud en omvang van de garantie De Ondernemer verplicht zich om tot zekerheid voor de nakoming van de in artikel 1 bedoelde verplichting, alsmede de bij niet tijdige nakoming verschuldigde boetes, binnen vier weken nadat de Beschikking is afgegeven ten behoeve van de Staat financiële zekerheid te stellen en gesteld houden voor een bedrag groot 2% van de maximale hoogte van de subsidie, bedoeld in de artikelen 16, 33 en 49 van het Besluit stimulering duurzame energieproductie, door middel van de afgifte aan de Staat van een door een binnen de Europese Unie gevestigde bank afgegeven bankgarantie welke is opgemaakt onder gebruikmaking van het model bankgarantie. Artikel 3 Vrijval van de garantie
  4. De verplichting de in artikel 2 bedoelde bankgarantie te blijven stellen vervalt uitsluitend door het schriftelijk bericht van de Staat aan de Bank dat de verplichting geheel of gedeeltelijk is vervallen. De Ondernemer ontvangt een kopie van het bericht van verval.
  5. Zodra de verplichting geheel is vervallen zal de Staat de bankgarantie retourneren aan de Ondernemer. Artikel 4 Boetes
  6. Indien de Ondernemer de productie-installatie niet binnen de in artikel 1 bedoelde periode in gebruik heeft genomen, is de Ondernemer aan de Staat bij wijze van boete een bedrag verschuldigd groot 0,2% van het beschikte bedrag enkel door het verloop van die termijn en zonder dat enige ingebrekestelling nodig is.
  7. Indien de Ondernemer daarna nog in gebreke blijft met het tijdig in gebruik nemen van de productie-installatie is de Ondernemer maandelijks een boete van telkens 0,2% van de maximale hoogte van de subsidie, bedoeld in de artikelen 16, 33 en 49 van het Besluit stimulering duurzame energieproductie, verschuldigd voor zover hij de productie-installatie op de eerste van elke volgende maand niet in gebruik heeft genomen.
  8. De boetes bedoeld in het eerste en tweede lid, waarvan de som ten hoogste 2% van het beschikte bedrag bedraagt, zijn telkens verschuldigd voor het enkele verloop van de termijn en zonder dat enige ingebrekestelling nodig is.
  9. De Ondernemer machtigt bij deze de Staat onherroepelijk tot het innen van de boetes door het inroepen van de bankgarantie voor het bedrag van de boete, telkens wanneer er een boete verschuldigd is geworden. Artikel 5 Aanvang en einde Uitvoeringsovereenkomst
  10. Deze Uitvoeringsovereenkomst treedt in werking door de ondertekening daarvan door de Partijen met dien verstande dat de inwerkingtreding wordt opgeschort totdat de Beschikking in werking is getreden en de Staat de Ondernemer daarvan schriftelijk bericht heeft gestuurd.
  11. Deze Uitvoeringsovereenkomst eindigt van rechtswege door de teruggave van de bankgarantie door de Staat aan de Ondernemer. Artikel 6 Domiciliekeuze en berichtgevingen
  12. De Staat kiest voor uitvoering van deze Uitvoeringsovereenkomst domicilie ten kantore van Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, onderdeel van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, Hanzelaan 310, 8017 JK Zwolle.
  13. Onverminderd het bepaalde in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering dienen alle mededelingen, aanzeggingen, verzoeken, toestemmingen en andere berichten uit hoofde van deze uitvoeringsovereenkomst schriftelijk te worden gedaan.
  14. Mededelingen, aanzeggingen, verzoeken, toestemmingen en andere berichten die niet in overeenstemming met het tweede lid zijn gedaan blijven zonder rechtsgevolg.
  15. De Staat is bevoegd eenzijdig van het bepaalde in het eerste lid af te wijken. Artikel 7 Rechtskeuze
  16. Op deze Uitvoeringsovereenkomst is uitsluitend Nederlands recht van toepassing.
  17. Alle geschillen in verband met deze uitvoeringsovereenkomst of met afspraken die daarmee samenhangen zullen worden beslecht door de bevoegde rechter te Den Haag. Artikel 8 Citeertitel Deze Uitvoeringsovereenkomst wordt tussen partijen aangeduid als ‘Uitvoeringsovereenkomst duurzame energieproductie Staat/.....’. Aldus overeengekomen en in tweevoud ondertekend te..... Ondernemer te ’s-Gravenhage op..... De Minister van Economische Zaken en Klimaat, Model bankgarantie DE ONDERGETEKENDE, ....., gevestigd te....., hierna te noemen de ‘Bank’, IN AANMERKING NEMENDE DAT: A. ......., gevestigd te....., (hierna te noemen de Ondernemer) en de STAAT der NEDERLANDEN, (hierna te noemen: Staat), waarvan de zetel is gevestigd te Den Haag, te dezen vertegenwoordigd door....., hierbij vertegenwoordigd door de Minister van Economische Zaken en Klimaat op..... de ‘Uitvoeringsovereenkomst duurzame energieproductie Staat/.....’ (hierna: uitvoeringsovereenkomst) hebben getekend; B. de Ondernemer volgens artikel 2 van de overeenkomst binnen vier weken nadat een beschikking van de Minister van Economische Zaken en Klimaat met kenmerk.....is afgegeven ten behoeve van de Staat financiële zekerheid dient te stellen en gesteld houden voor een bedrag groot €.....,– door de afgifte aan de Staat van een door een bank afgegeven bankgarantie; C. de Bank bereid is de desbetreffende bankgarantie ten gunste van de Staat te stellen onder de hierna te noemen voorwaarden. VERKLAART ALS VOLGT
  18. De Bank stelt zich hierbij als zelfstandige verbintenis tegenover de Staat onherroepelijk en onvoorwaardelijk garant voor al hetgeen de Staat van de Ondernemer op grond van de uitvoeringsovereenkomst te vorderen heeft tot een maximumbedrag van €.....,–.
  19. Deze bankgarantie is een abstracte afroepgarantie. De Bank komt in geen geval een beroep toe op de onderliggende rechtsverhouding tussen de Staat en de Ondernemer als vervat in de Uitvoeringsovereenkomst.
  20. De Bank zal op eerste schriftelijk verzoek van de Staat, zonder opgaaf van redenen te verlangen of nader bewijs te vragen, overgaan tot uitbetaling van al hetgeen de Ondernemer, volgens verklaring van de Staat, verschuldigd is uit hoofde van de Uitvoeringsovereenkomst.
  21. Deze bankgarantie vervalt uitsluitend door het schriftelijk bericht van de Staat aan de Bank dat de verplichting geheel of gedeeltelijk is vervallen.
  22. De Minister van Economische Zaken en Klimaat zendt de bankgarantie zo spoedig mogelijk nadat deze geheel is vervallen retour aan de Bank.
  23. Op deze bankgarantie is uitsluitend Nederlands recht van toepassing. Alle geschillen die mochten ontstaan over of naar aanleiding van deze bankgarantie zullen worden beslecht door de bevoegde rechter te ’s-Gravenhage.
  24. Indien deze bankgarantie dient te worden geretourneerd geschiedt dat door toezending aan adres:..... Getekend te op De Bank Bijlage 2 Behorende bij de artikelen 8 en 10 van de regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie voorjaar 2020 Lijst van gemeenten volgens de gemeentelijke indeling per 31 december 2018 Gemeentenaam Provincie Windcategorie Ameland Friesland ≥ 8,0 m/s Bergen (NH.) Noord-Holland ≥ 8,0 m/s De Marne Groningen ≥ 8,0 m/s Den Helder Noord-Holland ≥ 8,0 m/s Dongeradeel Friesland ≥ 8,0 m/s Eemsmond Groningen ≥ 8,0 m/s Ferwerderadiel Friesland ≥ 8,0 m/s Harlingen Friesland ≥ 8,0 m/s Hollands Kroon Noord-Holland ≥ 8,0 m/s Noordwijk Zuid-Holland ≥ 8,0 m/s Rotterdam Maasvlakte (wijk 23 buurt 8) Zuid-Holland ≥ 8,0 m/s Súdwest-Fryslân Friesland ≥ 8,0 m/s Schagen Noord-Holland ≥ 8,0 m/s Schiermonnikoog Friesland ≥ 8,0 m/s Terschelling Friesland ≥ 8,0 m/s Texel Noord-Holland ≥ 8,0 m/s Vlieland Friesland ≥ 8,0 m/s Waadhoeke Friesland ≥ 8,0 m/s Zandvoort Noord-Holland ≥ 8,0 m/s Achtkarspelen Friesland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Alkmaar Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Appingedam Groningen ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Bedum Groningen ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Beemster Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Beverwijk Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Bloemendaal Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Castricum Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Dantumadiel Friesland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s De Fryske Marren Friesland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Delfzijl Groningen ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Drechterland Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Edam-Volendam Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Enkhuizen Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Goeree-Overflakkee Zuid-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Grootegast Groningen ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Heemskerk Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Heerenveen Friesland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Heerhugowaard Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Heiloo Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Hillegom Zuid-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Hoorn Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Katwijk Zuid-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Koggenland Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Kollumerland c.a. Friesland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Langedijk Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Leek Groningen ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Leeuwarden Friesland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Lisse Zuid-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Loppersum Groningen ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Marum Groningen ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Medemblik Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Noord-Beveland Zeeland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Noordoostpolder Flevoland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Noordwijkerhout Zuid-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Oldambt Groningen ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Opmeer Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Opsterland Friesland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Schouwen-Duiveland Zeeland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Smallingerland Friesland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Stede Broec Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Ten Boer Groningen ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Tytsjerksteradiel Friesland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Uitgeest Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Urk Flevoland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Veere Zeeland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Velsen Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Wassenaar Zuid-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Westland Zuid-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Westvoorne Zuid-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Winsum Groningen ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Zuidhorn Groningen ≥ 7,5 en < 8,0 m/s Aa en Hunze Drenthe ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Aalburg Noord-Brabant ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Aalsmeer Noord-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Aalten Gelderland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Almere Flevoland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Alphen aan den Rijn Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Amstelveen Noord-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Amsterdam Noord-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Assen Drenthe ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Binnenmaas Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Bodegraven-Reeuwijk Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Borger-Odoorn Drenthe ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Borsele Zeeland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Brielle Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Coevorden Drenthe ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Cromstrijen Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Culemborg Gelderland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Dalfsen Overijssel ≥ 7,0 en < 7,5 m/s De Ronde Venen Utrecht ≥ 7,0 en < 7,5 m/s De Wolden Drenthe ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Delft Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Diemen Noord-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Dronten Flevoland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Emmen Drenthe ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Geldermalsen Gelderland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Giessenlanden Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Goes Zeeland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Gouda Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Groningen Groningen ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Haarlem Noord-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Haarlemmerliede en Spaarnwoude Noord-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Haarlemmermeer Noord-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Hardenberg Overijssel ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Hardinxveld-Giessendam Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Haren Groningen ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Heemstede Noord-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Hellevoetsluis Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Hoogeveen Drenthe ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Hulst Zeeland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s IJsselstein Utrecht ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Kaag en Braassem Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Kampen Overijssel ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Kapelle Zeeland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Korendijk Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Krimpenerwaard Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Landsmeer Noord-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Lansingerland Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Leerdam Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Leiden Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Leiderdorp Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Leidschendam-Voorburg Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Lelystad Flevoland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Lingewaal Gelderland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Lopik Utrecht ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Maassluis Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Meppel Drenthe ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Middelburg Zeeland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Midden-Delfland Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Midden-Drenthe Drenthe ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Midden-Groningen Groningen ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Moerdijk Noord-Brabant ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Molenwaard Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Montfoort Utrecht ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Neerijnen Gelderland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Nieuwkoop Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Nissewaard Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Noordenveld Drenthe ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Oegstgeest Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Oost Gelre Gelderland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Ooststellingwerf Friesland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Oostzaan Noord-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Oud-Beijerland Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Ouder-Amstel Noord-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Oudewater Utrecht ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Pekela Groningen ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Pijnacker-Nootdorp Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Purmerend Noord-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Reimerswaal Zeeland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Rijswijk Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Rotterdam-West (wijk 17, wijk 23 excl. buurt 8, en wijk 27) Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s ’s-Gravenhage Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Sluis Zeeland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Stadskanaal Groningen ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Staphorst Overijssel ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Steenbergen Noord-Brabant ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Steenwijkerland Overijssel ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Stichtse Vecht Utrecht ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Strijen Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Terneuzen Zeeland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Teylingen Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Tholen Zeeland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Tynaarlo Drenthe ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Uithoorn Noord-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Veendam Groningen ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Vianen Utrecht ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Vlissingen Zeeland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Voorschoten Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Waddinxveen Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Waterland Noord-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Weesp Noord-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Westerveld Drenthe ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Westerwolde Groningen ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Weststellingwerf Friesland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Woerden Utrecht ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Wormerland Noord-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Woudrichem Noord-Brabant ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Zaanstad Noord-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Zaltbommel Gelderland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Zederik Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Zoetermeer Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Zoeterwoude Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Zuidplas Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Zwartewaterland Overijssel ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Zwolle Overijssel ≥ 7,0 en < 7,5 m/s Alblasserdam Zuid-Holland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s Albrandswaard Zuid-Holland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s Barendrecht Zuid-Holland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s Bergen op Zoom Noord-Brabant ≥ 6,75 en < 7,0 m/s Berkelland Gelderland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s Beuningen Gelderland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s Bunnik Utrecht ≥ 6,75 en < 7,0 m/s Bunschoten Utrecht ≥ 6,75 en < 7,0 m/s Buren Gelderland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s Capelle aan den IJssel Zuid-Holland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s Dordrecht Zuid-Holland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s Drimmelen Noord-Brabant ≥ 6,75 en < 7,0 m/s Druten Gelderland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s Duiven Gelderland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s Etten-Leur Noord-Brabant ≥ 6,75 en < 7,0 m/s Geertruidenberg Noord-Brabant ≥ 6,75 en < 7,0 m/s Gooise Meren Noord-Holland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s Gorinchem Zuid-Holland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s Haaksbergen Overijssel ≥ 6,75 en < 7,0 m/s Halderberge Noord-Brabant ≥ 6,75 en < 7,0 m/s Hattem Gelderland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s Hellendoorn Overijssel ≥ 6,75 en < 7,0 m/s Hendrik-Ido-Ambacht Zuid-Holland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s Houten Utrecht ≥ 6,75 en < 7,0 m/s Krimpen aan den IJssel Zuid-Holland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s Lingewaard Gelderland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s Maasdriel Gelderland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s Neder-Betuwe Gelderland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s Nieuwegein Utrecht ≥ 6,75 en < 7,0 m/s Nijkerk Gelderland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s Oldebroek Gelderland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s Olst-Wijhe Overijssel ≥ 6,75 en < 7,0 m/s Ommen Overijssel ≥ 6,75 en < 7,0 m/s Oss Noord-Brabant ≥ 6,75 en < 7,0 m/s Oude IJsselstreek Gelderland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s Overbetuwe Gelderland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s Papendrecht Zuid-Holland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s Raalte Overijssel ≥ 6,75 en < 7,0 m/s Ridderkerk Zuid-Holland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s Roosendaal Noord-Brabant ≥ 6,75 en < 7,0 m/s Rotterdam (excl. wijk 17, 23 en 27) Zuid-Holland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s Schiedam Zuid-Holland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s Simpelveld Limburg ≥ 6,75 en < 7,0 m/s Sliedrecht Zuid-Holland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s Tiel Gelderland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s Tubbergen Overijssel ≥ 6,75 en < 7,0 m/s Twenterand Overijssel ≥ 6,75 en < 7,0 m/s Utrecht Utrecht ≥ 6,75 en < 7,0 m/s Vlaardingen Zuid-Holland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s Waalwijk Noord-Brabant ≥ 6,75 en < 7,0 m/s Werkendam Noord-Brabant ≥ 6,75 en < 7,0 m/s West Maas en Waal Gelderland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s Wijchen Gelderland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s Wijdemeren Noord-Holland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s Wijk bij Duurstede Utrecht ≥ 6,75 en < 7,0 m/s Winterswijk Gelderland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s Zeewolde Flevoland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s Zevenaar Gelderland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s Zundert Noord-Brabant ≥ 6,75 en < 7,0 m/s Zwijndrecht Zuid-Holland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s Almelo Overijssel < 6,75 m/s Alphen-Chaam Noord-Brabant < 6,75 m/s Amersfoort Utrecht < 6,75 m/s Apeldoorn Gelderland < 6,75 m/s Arnhem Gelderland < 6,75 m/s Asten Noord-Brabant < 6,75 m/s Baarle-Nassau Noord-Brabant < 6,75 m/s Baarn Utrecht < 6,75 m/s Barneveld Gelderland < 6,75 m/s Beek Limburg < 6,75 m/s Beesel Limburg < 6,75 m/s Berg en Dal Gelderland < 6,75 m/s Bergeijk Noord-Brabant < 6,75 m/s Bergen (L.) Limburg < 6,75 m/s Bernheze Noord-Brabant < 6,75 m/s Best Noord-Brabant < 6,75 m/s Bladel Noord-Brabant < 6,75 m/s Blaricum Noord-Holland < 6,75 m/s Boekel Noord-Brabant < 6,75 m/s Borne Overijssel < 6,75 m/s Boxmeer Noord-Brabant < 6,75 m/s Boxtel Noord-Brabant < 6,75 m/s Breda Noord-Brabant < 6,75 m/s Bronckhorst Gelderland < 6,75 m/s Brummen Gelderland < 6,75 m/s Brunssum Limburg < 6,75 m/s Cranendonck Noord-Brabant < 6,75 m/s Cuijk Noord-Brabant < 6,75 m/s De Bilt Utrecht < 6,75 m/s Deurne Noord-Brabant < 6,75 m/s Deventer Overijssel < 6,75 m/s Dinkelland Overijssel < 6,75 m/s Doesburg Gelderland < 6,75 m/s Doetinchem Gelderland < 6,75 m/s Dongen Noord-Brabant < 6,75 m/s Echt-Susteren Limburg < 6,75 m/s Ede Gelderland < 6,75 m/s Eemnes Utrecht < 6,75 m/s Eersel Noord-Brabant < 6,75 m/s Eijsden-Margraten Limburg < 6,75 m/s Eindhoven Noord-Brabant < 6,75 m/s Elburg Gelderland < 6,75 m/s Enschede Overijssel < 6,75 m/s Epe Gelderland < 6,75 m/s Ermelo Gelderland < 6,75 m/s Geldrop-Mierlo Noord-Brabant < 6,75 m/s Gemert-Bakel Noord-Brabant < 6,75 m/s Gennep Limburg < 6,75 m/s Gilze en Rijen Noord-Brabant < 6,75 m/s Goirle Noord-Brabant < 6,75 m/s Grave Noord-Brabant < 6,75 m/s Gulpen-Wittem Limburg < 6,75 m/s Haaren Noord-Brabant < 6,75 m/s Harderwijk Gelderland < 6,75 m/s Heerde Gelderland < 6,75 m/s Heerlen Limburg < 6,75 m/s Heeze-Leende Noord-Brabant < 6,75 m/s Helmond Noord-Brabant < 6,75 m/s Hengelo Overijssel < 6,75 m/s Heumen Gelderland < 6,75 m/s Heusden Noord-Brabant < 6,75 m/s Hilvarenbeek Noord-Brabant < 6,75 m/s Hilversum Noord-Holland < 6,75 m/s Hof van Twente Overijssel < 6,75 m/s Horst aan de Maas Limburg < 6,75 m/s Huizen Noord-Holland < 6,75 m/s Kerkrade Limburg < 6,75 m/s Laarbeek Noord-Brabant < 6,75 m/s Landerd Noord-Brabant < 6,75 m/s Landgraaf Limburg < 6,75 m/s Laren Noord-Holland < 6,75 m/s Leudal Limburg < 6,75 m/s Leusden Utrecht < 6,75 m/s Lochem Gelderland < 6,75 m/s Loon op Zand Noord-Brabant < 6,75 m/s Losser Overijssel < 6,75 m/s Maasgouw Limburg < 6,75 m/s Maastricht Limburg < 6,75 m/s Meerssen Limburg < 6,75 m/s Meierijstad Noord-Brabant < 6,75 m/s Mill en Sint Hubert Noord-Brabant < 6,75 m/s Montferland Gelderland < 6,75 m/s Mook en Middelaar Limburg < 6,75 m/s Nederweert Limburg < 6,75 m/s Nijmegen Gelderland < 6,75 m/s Nuenen, Gerwen en Nederwetten Noord-Brabant < 6,75 m/s Nunspeet Gelderland < 6,75 m/s Nuth Limburg < 6,75 m/s Oirschot Noord-Brabant < 6,75 m/s Oisterwijk Noord-Brabant < 6,75 m/s Oldenzaal Overijssel < 6,75 m/s Onderbanken Limburg < 6,75 m/s Oosterhout Noord-Brabant < 6,75 m/s Peel en Maas Limburg < 6,75 m/s Putten Gelderland < 6,75 m/s Renkum Gelderland < 6,75 m/s Renswoude Utrecht < 6,75 m/s Reusel-De Mierden Noord-Brabant < 6,75 m/s Rheden Gelderland < 6,75 m/s Rhenen Utrecht < 6,75 m/s Rijssen-Holten Overijssel < 6,75 m/s Roerdalen Limburg < 6,75 m/s Roermond Limburg < 6,75 m/s Rozendaal Gelderland < 6,75 m/s Rucphen Noord-Brabant < 6,75 m/s Scherpenzeel Gelderland < 6,75 m/s Schinnen Limburg < 6,75 m/s 's-Hertogenbosch Noord-Brabant < 6,75 m/s Sint Anthonis Noord-Brabant < 6,75 m/s Sint-Michielsgestel Noord-Brabant < 6,75 m/s Sittard-Geleen Limburg < 6,75 m/s Soest Utrecht < 6,75 m/s Someren Noord-Brabant < 6,75 m/s Son en Breugel Noord-Brabant < 6,75 m/s Stein Limburg < 6,75 m/s Tilburg Noord-Brabant < 6,75 m/s Uden Noord-Brabant < 6,75 m/s Utrechtse Heuvelrug Utrecht < 6,75 m/s Vaals Limburg < 6,75 m/s Valkenburg aan de Geul Limburg < 6,75 m/s Valkenswaard Noord-Brabant < 6,75 m/s Veenendaal Utrecht < 6,75 m/s Veldhoven Noord-Brabant < 6,75 m/s Venlo Limburg < 6,75 m/s Venray Limburg < 6,75 m/s Voerendaal Limburg < 6,75 m/s Voorst Gelderland < 6,75 m/s Vught Noord-Brabant < 6,75 m/s Waalre Noord-Brabant < 6,75 m/s Wageningen Gelderland < 6,75 m/s Weert Limburg < 6,75 m/s Westervoort Gelderland < 6,75 m/s Wierden Overijssel < 6,75 m/s Woensdrecht Noord-Brabant < 6,75 m/s Woudenberg Utrecht < 6,75 m/s Zeist Utrecht < 6,75 m/s Zutphen Gelderland < 6,75 m/s

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.