Besluit noodvoorziening kinderopvangtoeslag Besluit noodvoorziening kinderopvangtoeslag De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten. Dit besluit regelt dat de Belastingdienst/Toeslagen incidenteel een noodvoorziening kan verstrekken aan ouders die als gevolg van de problemen rondom de kinderopvangtoeslag in een acute financiële noodsituatie verkeren en waaraan (een eerste betaling voor) compensatie of tegemoetkoming niet op korte termijn uitgekeerd kan worden. 1 Inleiding De Belastingdienst/Toeslagen probeert zo snel mogelijk alle gedupeerde ouders recht te doen door het vaststellen van compensaties, tegemoetkomingen en herzieningen van de kinderopvangtoeslag in verband met de hersteloperatie kinderopvangtoeslag (hierna: compensatie en tegemoetkoming).1Artikelen 49 t/m 49c van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen. Een deel van deze ouders bevindt zich echter in een acute financiële situatie waardoor zij bepaalde noodzakelijke uitgaven niet kunnen doen, terwijl de Belastingdienst/Toeslagen deze ouders niet op korte termijn een compensatie of een tegemoetkoming kan toekennen. Om aan deze ouders hulp te bieden, keur ik in lijn met de wettelijke herstelregelingen2Artikelen 49 t/m 49c van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen. goed dat de Belastingdienst/Toeslagen in deze situaties een incidentele noodvoorziening van beperkte omvang kan uitkeren aan de betreffende ouders. 2 Noodvoorziening 2.1 Doelgroep De noodvoorziening is bedoeld voor ouders die acute financiële problemen hebben als gevolg van de problemen rondom de kinderopvangtoeslag en waarbij het toekennen van compensatie of een tegemoetkoming niet op de gewenste korte termijn mogelijk is. Het gaat dan om de situatie waarin deze ouders hierdoor geen financiële middelen hebben om bepaalde noodzakelijke uitgaven te doen. Hierbij valt te denken aan uitgaven aan schoolvoorzieningen voor kinderen en medicijnen. De noodvoorziening is niet nodig voor zover voor de uitgaven een andere, eenvoudig toegankelijke voorziening bestaat. 2.2 Bedrag De noodvoorziening betreft een beperkt bedrag ter dekking van bepaalde noodzakelijke uitgaven. De noodvoorziening bedraagt in beginsel ten hoogste € 500 per ouder(paar). In incidentele situaties waarbij een bedrag van € 500 niet voldoende is om de acute financiële problemen op te lossen en daardoor een onredelijke en onbillijke situatie blijft bestaan, kan een hoger bedrag worden uitgekeerd. Het bedrag wordt op geen enkele wijze verrekend met openstaande toeslag- of belastingschulden. Ook zal het bedrag van de noodvoorziening op een later moment niet in mindering worden gebracht op het bedrag aan compensatie of tegemoetkoming. De toegekende noodvoorziening op grond van deze regeling vormt geen inkomen uit werk en woning (box 1) in de zin van de Wet IB
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.