← Nederland

Regeling specifieke uitkering beschikbaarheidsvergoeding regionale OV-concessies 2022

Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, van 24 juni 2022, nr. IENW/BSK-2022/106139, houdende vaststelling van regels voor een specifieke uitkering met betrekking tot de beschikbaarheidsvergoeding voor regionale OV-concessies voor het jaar 2022 (Regeling specifieke uitkering beschikbaarheidsvergoeding regionale OV-concessies 2022) Regeling specifieke uitkering beschikbaarheidsvergoeding regionale OV-concessies 2022 De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, Gelet op artikel 17, vijfde lid, van de Financiële-verhoudingswet, de artikelen 3, eerste lid, aanhef en onderdeel f, 4, eerste lid, en 5, aanhef en onderdelen a en c tot en met g, van de Kaderwet subsidies I en M, en artikel 2, derde lid, van het Kaderbesluit subsidies I en M; BESLUIT: Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: algemene groepsvrijstellingsverordening: verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187); beschikbaarheidsvergoeding: vergoeding aan een concessiehouder, en indien van toepassing, een opbrengstverantwoordelijke concessieverlener, in het regionaal openbaar vervoer in verband met de uitvoering van het openbaar vervoer in de periode van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2022 en de specifieke kosten van de concessiehouder in dezelfde periode ter voorkoming van verdere verspreiding van het virus dat COVID-19 veroorzaakt, bedoeld in bijlage 2; concessie: regionale vervoersconcessie, genoemd in bijlage 1; concessiehouder: vergunninghoudende vervoerder aan wie een concessie is verleend, genoemd in bijlage 1; concessieverlener: tot verlening van een concessie bevoegd gezag, bedoeld in artikel 20, tweede, derde en vierde lid van de Wet personenvervoer 2000, en genoemd in bijlage 1; controleverklaring: een schriftelijke verklaring van een registeraccountant of Accountant-Administratieconsulent, bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, inhoudende een oordeel over de juistheid van de kosten, de volledigheid van de opbrengsten en financiële rechtmatigheid daarvan in de aanvraag tot subsidievaststelling; dienstregeling: voor een ieder kenbaar schema van reismogelijkheden waarin zijn aangeduid de halteplaatsen waartussen en de tijdstippen waarop openbaar vervoer wordt verricht, zo nodig onder de vermelding of de halteplaatsen of de tijdstippen door de reiziger kunnen worden beïnvloed; Minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat; ontvanger: concessieverlener; regionaal openbaar vervoersbedrijf: vervoerder die regionaal openbaar vervoer verricht, niet in de hoedanigheid van bestuurder van een auto, bus, trein, metro, tram of een via een geleidesysteem voortbewogen voertuig; vaste exploitatiebijdrage: in de concessie overeengekomen tegemoetkoming aan exploitatiekosten van de concessiehouders door de concessieverlener voor uitvoering van de dienstregeling niet zijnde een prestatieafhankelijke bijdrage of aanvullende subsidies; subsidiabele periode: periode van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2022; zuivere winstmarge: winstmarge waarbij het resultaat vóór belastingen van de resultatenrekening wordt gedeeld door de opbrengsten uit die resultaatformule. Artikel 2 Toepasselijkheid Kaderbesluit subsidies I en M Op deze regeling zijn de artikelen 6, eerste lid, 10, eerste tot en met derde lid en vierde lid, onderdelen a, c, f en g, 11, 12, aanhef en onderdelen c tot en met e en g tot en met k, 14, eerste, tweede en vierde lid, 17, eerste lid, aanhef en onderdelen b tot en met c en e tot en met g, 18, 21, 23, tweede, derde en vijfde lid, en 24, eerste lid, van het Kaderbesluit subsidies I en M van overeenkomstige toepassing. Artikel 3 Doel specifieke uitkering De Minister verleent op aanvraag een eenmalige specifieke uitkering per concessie aan de ontvanger, om hem in staat te stellen een beschikbaarheidsvergoeding te verstrekken. Artikel 4 Hoogte van de specifieke uitkering 1 De specifieke uitkering bedraagt 93% van de kosten, bedoeld in bijlage 2, gedurende de subsidiabele periode, verminderd met 100% van de gerealiseerde opbrengsten in de subsidiabele periode die in de berekening van de beschikbaarheidsvergoeding worden meegenomen, bedoeld in bijlage

  1. 2 Indien bij de concessie waarvoor een aanvraag wordt ingediend over de subsidiabele periode een positief resultaat is behaald, wordt het meerdere boven nul in mindering gebracht op de specifieke uitkering. 3 De specifieke uitkering kan op aanvraag van de ontvanger worden verhoogd indien bij de concessie waarvoor een aanvraag wordt ingediend in het jaar 2019 een zuivere winstmarge van 2% of minder is gerealiseerd. Indien een concessiecontract op of later dan 1 januari 2019 in werking is getreden, is de zuivere winstmarge van de meest actuele begroting de toetssteen. 4 De verhoging bedraagt twee procentpunt. 5 Bij de berekening van het resultaat, bedoeld in het tweede lid, worden ten aanzien van de gerealiseerde kosten en opbrengsten in de subsidiabele periode, buiten aanmerking gelaten: a. kosten en opbrengsten die geen betrekking hebben op het regionaal openbaar vervoer als overeengekomen in de vervoersconcessie; b. kosten en opbrengsten van activiteiten als overeengekomen in de vervoersconcessie waarbij sprake is van 100% bekostiging door de ontvanger; c. prestatieafhankelijke bijdrages overeengekomen in de vervoersconcessie; d. ontslagvergoedingen aan de raad van bestuur van een Nederlandse entiteit die belast is met de uitvoering van de concessies voor het openbaar vervoer in Nederland, of ontslagvergoedingen aan personeel die gerelateerd zijn aan een reorganisatie als gevolg van COVID-19; en e. een eventuele aanvullende uitkering door een ontvanger ter compensatie van weggevallen reizigersopbrengsten als gevolg van COVID-
  2. Artikel 5 Aanvraag 1 Een aanvraag van een specifieke uitkering wordt elektronisch, per concessie en uiterlijk op 1 november 2022 ingediend. 2 In de aanvraag wordt in aanvulling op het bepaalde in artikel 10, vierde lid, van het Kaderbesluit subsidies I en M in ieder geval vermeld: a. de periode waarop de aanvraag betrekking heeft; b. de geschatte reizigersinkomsten en andere opbrengsten van de concessiehouder in de uitvoering van het openbaar vervoer in de subsidiabele periode, bedoeld in bijlage 3; c. de daadwerkelijke kosten van de concessiehouder voor de uitvoering van het regionaal openbaar vervoer in de periode van 1 januari 2019 tot en met 31 december 2019, of indien een concessie in werking is getreden op of na 1 januari 2019, de kosten van de meest actuele begroting van de concessie die niet is beïnvloed door COVID-19 of het bestaan van de beschikbaarheidsvergoeding, op het prijspeil van het jaar 2022; d. de geschatte specifieke kosten van de concessiehouder in de subsidiabele periode ter voorkoming van verdere verspreiding van het virus dat COVID-19 veroorzaakt, bedoeld in bijlage 2; en e. of een verhoging van de specifieke uitkering als bedoeld in artikel 4, derde lid, wordt aangevraagd. 3 De aanvraag gaat vergezeld van: a. een verklaring van de ontvanger dat de concessiehouder een aanvraag heeft ingediend voor de beschikbaarheidsvergoeding en een kopie van de door die concessiehouder ingediende aanvraag dan wel ingeval een opbrengstverantwoordelijke concessieverlener aanvrager en ontvanger is, een kopie van die aanvraag aangevuld met een door de concessiehouder ondertekende opgave van de kosten, bedoeld in bijlage 2; en b. een verklaring van de ontvanger dat hij aan de subsidie of aan te passen concessie ten minste de voorwaarden zal verbinden, bedoeld in artikel 6, vijfde lid. Artikel 6 Voorwaarden 1 De ontvanger besteedt de specifieke uitkering uitsluitend aan het doel, bedoeld in artikel
  3. 2 De ontvanger handhaaft de vaste exploitatiebijdrage voor 2022 aan de concessiehouder op het niveau van 2021, dan wel van het geplande niveau van 2022 dat was vastgesteld vóór het begin van de beperkende maatregelen ter voorkoming van de verspreiding van het virus dat COVID-19 veroorzaakt en wordt niet gecorrigeerd voor daadwerkelijke productie. 3 Indien de ontvanger een opbrengstverantwoordelijke concessieverlener is, handhaaft de ontvanger de exploitatiebijdrage van 2019, op het prijspeil van
  4. Indien de concessie op of later dan 1 januari 2019 in werking is getreden, handhaaft de ontvanger de exploitatiebijdrage van het eerste jaar van de inwerkingtreding van de concessie, op het prijspeil van
  5. 4 De ontvanger wijzigt, voor zover noodzakelijk, de vervoersconcessie om de uitkering van de beschikbaarheidsvergoeding mogelijk te maken. 5 De ontvanger verstrekt de beschikbaarheidsvergoeding onder de volgende voorwaarden: a. de concessiehouder voert in de subsidiabele periode een met de ontvanger overeengekomen dienstregeling uit met inachtneming van de kabinetsrichtlijnen voor het openbaar vervoer. Er is sprake van een passend voorzieningenniveau met een minimaal vergelijkbare omvang als in dezelfde periode van
  6. Deze voorwaarde kent een uitzondering indien in de subsidiabele periode met betrekking tot het beleid ter voorkoming van de verspreiding van het virus dat COVID-19 veroorzaakt sprake is van beperkende maatregelen voor het gebruik van het openbaar vervoer die leiden tot minder reizigers dan in dezelfde periode van 2021; b. de concessiehouder overlegt ten behoeve van de verantwoording een definitieve opgave van de inkomsten, andere ontvangsten en kosten die in aanmerking komen voor de beschikbaarheidsvergoeding met een controleverklaring, en indien een verhoging van de specifieke uitkering wordt aangevraagd als bedoeld in artikel 4, derde lid, een verklaring dat in 2019, dan wel in de meest actuele begroting, een winstmarge is gerealiseerd van 2% of minder; c. bij de beoordeling van een verzoek aan de Informatiehuishouding OV-Informatie door of namens de Minister, zal de concessiehouder niet toetsen op bedrijfsvertrouwelijkheid; d. het bepaalde in het zesde tot en met het twaalfde lid. 6 Er wordt geen beschikbaarheidsvergoeding verstrekt indien in of naar aanleiding van het jaar 2022: a. bonussen worden verstrekt aan raad van bestuur, bestuur en directie binnen een Nederlandse entiteit die belast is met de uitvoering van de concessies voor het openbaar vervoer in Nederland en deel uitmaakt van de groep waar het vervoerbedrijf deel van uitmaakt als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek; b. een uitkering van dividend wordt verstrekt aan de aandeelhouders in het openbaar vervoersbedrijf van de concessiehouder of de groep waar het vervoersbedrijf deel van uitmaakt als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Deze bepaling heeft geen betrekking op uitkeringen van: i. een buitenlandse dochtermaatschappij aan een moedermaatschappij; of ii. een moedermaatschappij aan een aandeelhouder, indien daarbij geen middelen van de Nederlandse entiteit zijn betrokken; c. een ontslagvergoeding wordt verstrekt aan de raad van bestuur binnen een Nederlandse entiteit die belast is met de uitvoering van concessies voor het openbaar vervoer in Nederland die de norm overschrijdt van maximaal één jaarsalaris en een opzegtermijn van maximaal zes maanden. 7 In de periode van de ingangsdatum van deze regeling tot en met 31 december 2022 kopen de concessiehouder, zijn raad van bestuur, bestuur en directie binnen een Nederlandse entiteit die belast is met de uitvoering van de concessies voor het openbaar vervoer in Nederland geen aandelen in het vervoersbedrijf of de groep waar het vervoersbedrijf deel van uitmaakt, als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. 8 Voor zover deze betrekking heeft op bedrijfsactiviteiten waarvoor de beschikbaarheidsvergoeding wordt toegekend, is geen vergoeding ontvangen uit het steun- en herstelpakket voor banen en economie, dan wel wordt de ontvangen vergoeding terugbetaald aan het Rijk. 9 Het openbaar vervoersbedrijf of de groep waar het vervoersbedrijf deel van uitmaakt, als bedoeld in artikel 24b Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, neemt de beschikbaarheidsvergoeding op in de fiscale winst over het jaar
  7. 10 Het openbaar vervoersbedrijf of de groep waar het vervoersbedrijf deel van uitmaakt, als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, was vóór 31 december 2021 geen onderneming in moeilijkheden als bedoeld in artikel 2, achttiende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening. 11 Het openbaar vervoersbedrijf of de groep waar het vervoersbedrijf deel van uitmaakt, als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, is geen onderneming ten aanzien waarvan een bevel tot terugvordering van steun uitstaat als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onder a, van de algemene groepsvrijstellingsverordening. 12 De ontvanger en de concessiehouder verlenen medewerking aan een door of namens de Minister ingesteld onderzoek dat erop is gericht de Minister inlichtingen te verschaffen die van belang zijn voor het nemen van een besluit over het verstrekken van de specifieke uitkering, de vaststelling van de rechtmatigheid daarvan, tot tien jaar na de datum van vaststelling van de specifieke uitkering, onder meer door het verschaffen van de daartoe benodigde inlichtingen, gegevens en bescheiden. Artikel 7 Voorschotverlening 1 Gelijktijdig met het besluit tot verlening van de specifieke uitkering verleent de Minister aan de ontvanger een voorschot van 80% van de specifieke uitkering. 2 Het voorschot wordt uiterlijk op 29 december 2022 uitgekeerd. 3 Door middel van een aanvullende aanvraag kan de ontvanger met ingang van 1 januari 2023, zodra een nagenoeg definitieve opgave van gedurende de subsidiabele periode genoten opbrengsten beschikbaar is, verzoeken om een aanvullend voorschot tot 95% van de met de verstrekte gegevens berekende voorgenomen vast te stellen specifieke uitkering. Het aanvullend voorschot is gemaximeerd op de hoogte van de toegekende specifieke uitkering. 4 Bij een aanvullende aanvraag is artikel 5, tweede lid, van overeenkomstige toepassing. Artikel 8 Verantwoording De ontvanger legt verantwoording af over de besteding van een specifieke uitkering als bepaald in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet vóór 16 juli
  8. Artikel 9 Vaststelling 1 De Minister stelt een specifieke uitkering uiterlijk op 31 december 2024 overeenkomstig de beschikking tot verlening vast. 2 De specifieke uitkering kan op een lager bedrag worden vastgesteld indien: a. de specifieke uitkering niet of niet volledig overeenkomstig het doel van deze regeling is besteed; b. niet of niet volledig is voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 6; of c. niet of niet volledig is voldaan aan de verplichting, bedoeld in artikel
  9. 3 De vaststelling vindt plaats op basis van de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet. Artikel 10 Evaluatie De Minister publiceert voor 31 december 2024 een verslag over de doelmatigheid, de doeltreffendheid en andere effecten van de specifieke uitkering in de praktijk. Artikel 11 Inwerkingtreding en horizonbepaling 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2 Deze regeling vervalt met ingang 1 januari 2023 met dien verstande dat zij van toepassing blijft op uitkeringen die voor die datum zijn verleend. Artikel 12 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke uitkering beschikbaarheidsvergoeding regionale OV-concessies
  10. Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst. De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, V.L.W.A. Heijnen Bijlage 1 Concessies, concessieverleners en concessiehouders In onderstaande tabel zijn alleen de concessiecontracten opgenomen die aan de orde zijn in
  11. Deze contracten zijn ingegaan voor of op 1-1-
  12. Of starten in
  13. Concessie Overheid, concessieverlener Vervoerder1 1 Achterhoek-Rivierenland Provincie Gelderland Arriva Personenvervoer Nederland BV 2 Amstelland-Meerlanden Vervoerregio Amsterdam Connexxion Openbaar Vervoer N.V. 3 Arnhem – Nijmegen Provincie Gelderland Hermes Openbaar Vervoer B.V. 4 Bus Rotterdam e.o. Metropoolregio Rotterdam Den Haag RET N.V. 5 Busvervoer Almere Gemeente Almere Keolis Nederland bv 6 Drechtsteden, Molenlanden en Gorinchem Provincie Zuid-Holland Qbuzz B.V. 7 Fast Ferry Vlissingen-Breskens Provincie Zeeland Westerschelde Ferry B.V. 8 Gooi- en Vechtstreek 2021 – 2030 (per 11 -7-2021) Provincie Noord-Holland Transdev Nederland Mobility Services NV. 9 Groningen Drenthe OV-bureau Groningen en Drenthe Qbuzz B.V. 10 Bus Haaglanden Stad Metropoolregio Rotterdam Den Haag HTM Personenvervoer N.V. 11 Bus Haaglanden Streek Metropoolregio Rotterdam Den Haag EBS Public Transportation B.V. 12 Haarlem-IJmond Provincie Noord-Holland Connexxion Openbaar Vervoer N.V. 13 Hoeksche Waard-Goeree-Overflakkee Provincie Zuid-Holland Connexxion Openbaar Vervoer N.V. 14 Hoofdrailnet Ministerie van IenW NV Nederlandse Spoorwegen 15 IJssel-Vecht (noodconcessie per 13 december 2020), Overijssel Provincie Overijssel Keolis Nederland bv 16 IJssel-Vecht (noodconcessie per 13 december 2020), Veluwe Provincie Gelderland Keolis Nederland bv 17 IJssel-Vecht (nieuwe concessie per december 2022), Overijssel Provincie Overijssel EBS Public Transportation BV2 18 IJssel-Vecht (nieuwe concessie per december 2022), Veluwe Provincie Gelderland EBS Public Transportation BV 19 IJsselmond Provincie Flevoland OV Regio Ijsselmond N.V. 20 IJsselmond Provincie Overijssel OV Regio Ijsselmond N.V. 21 Concessie Openbaar Vervoer Limburg dec.2016-dec.2031 Provincies Limburg en Gelderland Arriva Personenvervoer Nederland BV 22 Maastunnelveer Gemeente Rotterdam Aquabus 23 Netz Westliches Münsterland (specifiek het Nederlandse deel van de treindiensten RB51 Enschede-Dortmund en RB64 Enschede-Münster) Provincie Overijssel en gemeente Enschede DB Regio AG, Regio NRW 24 Noord- en Zuidwest Fryslân en Schiermonnikoog (tot en met 10-12-2022) Provincie Fryslân Arriva Personenvervoer Nederland BV 25 Noord-Holland Noord Provincie Noord-Holland Connexxion Openbaar Vervoer N.V. 26 Regionaal spoorvervoer Fryslân Provincie Fryslân Arriva Personenvervoer Nederland BV 27 Regionaal Spoorvervoer Groningen Provincie Groningen Arriva Personenvervoer Nederland BV 28 Noordzeekanaalponten Gemeente Amsterdam GVB Veren B.V. 29 Oost-Brabant Provincie Noord-Brabant Arriva Personenvervoer Nederland B.V. 30 Parkshuttle Rivium Metropoolregio Rotterdam Den Haag Connexxion Openbaar Vervoer N.V. 31 Provincie Utrecht Provincie Utrecht Keolis Nederland bv 32 Rail Haaglanden Metropoolregio Rotterdam Den Haag HTM Personenvervoer N.V. 33 Rail Rotterdam Metropoolregio Rotterdam Den Haag RET N.V. 34 Regio Utrecht Provincie Utrecht Qbuzz B.V. 35 Stadsvervoer Amsterdam Vervoerregio Amsterdam GVB Exploitatie BV 36 Lelystad Provincie Flevoland Arriva Personenvervoer Nederland BV 37 Teutoburger Wald-Netz (specifiek het Nederlandse deel van de treindienst RB61 Hengelo-Bielefeld) Provincie Overijssel Keolis Deutschland 38 Treindienst Ede-Wageningen Amersfoort Provincie Gelderland Connexxion Openbaar Vervoer N.V. 39 Treindienst Gouda-Alphen aan den Rijn Provincie Zuid-Holland NS Reizigers BV 40 Twents (inclusief ZHO) Provincie Overijssel Keolis Nederland bv 41 Vechtdallijnen Provincies Overijssel en Drenthe Arriva Personenvervoer Nederland B.V. 42 Veerverbinding RDM terrein e.o. Metropoolregio Rotterdam Den Haag Aquabus 43 Bus Voorne-Putten en Rozenburg Metropoolregio Rotterdam Den Haag EBS Public Transportation B.V. 44 Waddenveren Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat Rederij Doeksen/TSM (Friese Waddenveren West) en Rederij Wagenborg (Friese Waddenveren Oost) 45 Personenvervoer over Water Rotterdam – Drechtsteden Provincie Zuid-Holland Blue Amigo Waterborne Public Transport Netherlands B.V. 46 Waterland Vervoerregio Amsterdam EBS Public Transportation BV 47 West-Brabant Provincie Noord-Brabant Arriva Personenvervoer Nederland B.V. 48 Zaanstreek Vervoerregio Amsterdam Connexxion Openbaar Vervoer N.V. 49 Zeeland Provincie Zeeland Connexxion Openbaar Vervoer N.V. 50 Zuid-Holland Noord Provincie Zuid-Holland Arriva Personenvervoer Nederland B.V. 51 Zuidoost Fryslân en Waddeneilanden (tot en met 10-12-2022) Provincie Fryslân Arriva Personenvervoer Nederland BV 52 Zuidoost-Brabant Provincie Noord-Brabant Hermes Openbaar Vervoer B.V. 53 Zwolle-Enschede Provincie Overijssel Keolis Nederland bv 54 Zwolle-Kampen Provincie Overijssel Keolis Nederland bv 55 Concessie Openbaar Vervoer Fryslân 2022–2024 (met ingang van 11-12-2022) Provincie Fryslân Arriva Personenvervoer Nederland BV 1 Of diens opvolger in geval van concessiewisseling gedurende de subsidiabele periode. 2 Op moment van publiceren van deze notitie is de gunning aan EBS nog in bezwaar periode. Bijlage 2 Kosten van de concessiehouder die in aanmerking komen voor de beschikbaarheidsvergoeding Daadwerkelijke kostenniveau van de concessiehouder in verband met de uitvoering van het openbaar vervoer in de periode van 1 januari 2019 tot en met 31 december 2019, geïndexeerd op het prijspeil van het jaar 2022; of indien de concessie in werking is getreden na 1 januari 2019, de kosten van de meest actuele begroting van de concessie die niet is beïnvloed door COVID-19 of het bestaan van de beschikbaarheidsvergoeding. Bij de verantwoording behoort ook het daadwerkelijke kostenniveau van de concessiehouder in verband met de uitvoering van het openbaar vervoer in de periode 1 januari 2022 tot en met 31 december 2022 opgegeven te worden. Dit om de beschikbaarheidsvergoeding te kunnen corrigeren bij enig rendement. • Personeelskosten; • Operationele kosten; • Afschrijvingskosten; en • Financieringskosten. Specifieke kosten van de concessiehouder in de periode van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2022 ter voorkoming van verdere verspreiding van het virus dat COVID-19 veroorzaakt. Kosten voor voorzieningen die zijn goedgekeurd op basis van de Regeling specifieke uitkering beschikbaarheidsvergoeding regionale OV-concessies 2020, waarvan de omvang naar rato (van de afwijkende periode) overeenkomt met dezelfde kostensoorten voor de bepaling van de beschikbaarheidsvergoeding 2020, en de realisering doorloopt tot en met 31 december
  14. Kosten van structurele aard voor in ieder geval: • Mondkapjes, handschoenen en andere beschermingsmaatregelen voor chauffeurs / bestuurders / machinisten / conducteurs / monteurs; • Ontsmetting / schoonmaak werkplek van chauffeurs / bestuurders / machinisten / conducteurs / monteurs; • COVID-19 testen personeel; • Extra schoonmaak van voertuigen/treinen/kleding/kantoor • Extra inzet BOA’s/handhavers, voor zover nodig voor het uitvoeren van de in het OV-protocol opgenomen taken en voor bestrijding van zwartrijders; • Tijdelijk inzetten medewerkers die reizigersstromen begeleiden rondom drukke knooppunten (‘crowd control’, verkeers- en/of reizigersstroomregulatie), bijvoorbeeld ten behoeve van het omleiden auto-/fiets-/ loopverkeer op en rond haltes en stations, aanwijzen rustige plekken in voertuigen en treinen, actieve weigering extra instappers bij ‘vol’, etc. Voor zover dit extra personele kosten op de resultatenrekening van een concessie betreft; • Communicatiekosten spelregels en van overige COVID-19-zaken; • Informatievoorziening aan reizigers gericht op het voorkomen van de verspreiding van COVID-
  15. Het daadwerkelijke kostenniveau van de concessiehouder in verband met de uitvoering van het openbaar vervoer in de periode van 1 januari 2019 tot en met 31 december 2019, wordt op prijspeil van 2022 gebracht door toepassing van een index van 12,55%, oftewel te vermenigvuldigen met een factor 1,
  16. Indien de concessie in werking is getreden na 1 januari 2019, worden de kosten van de meest actuele begroting van de concessie die niet is beïnvloed door COVID-19 of het bestaan van de beschikbaarheidsvergoeding eveneens op prijspeil 2022 gebracht. Afhankelijk van de prijspeil/jaar van betreffende actuele begroting worden één of meerdere indices toegepast. Prijspeil 2019 wordt op prijspeil 2021 gebracht door toepassing van een index van 4,27%. De stap van prijspeil 2019 naar 2020 gebeurt door toepassing van een index van 2,89% (oftewel te vermenigvuldigen met een factor 1,0289), van het prijspeil van 2020 naar 2021 door toepassing van een index van 1,34 (oftewel te vermenigvuldigen met een factor 1,0134). De stap van prijspeil 2021 naar 2022 wordt gemaakt met een index van 7,94% (oftewel te vermenigvuldigen met een factor 1,0794). Als die meest actuele begroting reeds op prijspeil 2022 is, is vanzelfsprekend geen indexering meer aan de orde. Bijlage 3 Gerealiseerde opbrengsten in de subsidiabele periode die in de berekening van de beschikbaarheidsvergoeding worden meegenomen Reguliere subsidies concessieverlener conform concessie Vaste exploitatiebijdrage door concessieverlener. Aanvullende subsidies en opbrengsten. OCW-contract studentenkaart Directe opbrengsten van reizigers Andere opbrengsten Andere opbrengsten, waaronder: • andere subsidies, waaronder: ○ bijdragen in het kader van het naleven van het beleid ter voorkoming van de verspreiding van het virus dat COVID-19 veroorzaakt; ○ een vergoeding (voor gederfde reizigersopbrengsten en eventuele extra exploitatiekosten) voor tariefacties als ‘gratis ov voor kinderen’. • rentebaten. Beschikbaarheidsvergoeding 2022

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.