BWBR0047860_2023-10-06_0 Besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 3 februari 2023, nr. 2022-0000685502, tot vaststelling van het Organisatiebesluit BZK 2023 Organisatiebesluit BZK 2023 De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; gelet op artikel 3, tweede lid van het Coördinatiebesluit organisatie en bedrijfsvoering rijksdienst 2011; Besluit: vast te stellen het navolgende Organisatiebesluit: Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. Ministerie: het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; b. Minister: de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; c. bewindspersonen: de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening of de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, afhankelijk van wie het aangaat; d. capaciteitsplan: schriftelijk stuk waarin de uitwerking van de flexibele organisatiestructuur van een dienstonderdeel wordt vastgelegd evenals de verdeling van de formatie binnen deze structuur; e. BZK Kerndepartement: de directoraten-generaal Openbaar Bestuur en Democratische Rechtsstaat, Volkshuisvesting en Bouwen, Koninkrijksrelaties, Digitalisering en Overheidsorganisatie, Ruimtelijke Ordening en de clusters Mensen en Middelen en Bestuursondersteuning. Hoofdstuk 2 Hoofd- en overlegstructuur Artikel 2 1 Het Ministerie bestaat uit de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal en de volgende dienstonderdelen: a. het directoraat-generaal Openbaar Bestuur en Democratische Rechtsstaat (DGOBDR); b. het directoraat-generaal Volkshuisvesting en Bouwen (DGVB); c. het directoraat-generaal Ruimtelijke Ordening (DGRO); d. het directoraat-generaal Koninkrijksrelaties (DGKR); e. het directoraat-generaal Digitalisering en Overheidsorganisatie (DGDOO); f. het directoraat-generaal Algemene Bestuursdienst (DGABD); g. het directoraat-generaal Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD); h. de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme (NCDR); i. de regeringscommissaris Informatiehuishouding (IHH); j. de regeringscommissaris Omgevingswet; k. het directoraat-generaal Vastgoed en Bedrijfsvoering Rijk (DGVBR); l. het cluster Mensen en Middelen (M&M); m. het cluster Bestuursondersteuning (BO); n. het agentschap Dienst van de Huurcommissie (DHC); o. het agentschap Logius; p. het agentschap Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG); q. de dienst Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw (TloKB). 2 De dienstonderdelen bestaan uit organisatieonderdelen waarvan de inrichting nader kan worden beschreven op een wijze als bedoeld in artikel 29, tweede lid. 3 De secretaris-generaal geeft rechtstreeks leiding aan de leidinggevende functionarissen van de dienstonderdelen, genoemd in het eerste lid, met uitzondering van: a. het agentschap Dienst Huurcommissie dat ressorteert onder het bestuur van de Huurcommissie; b. de dienst Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw die ressorteert onder het bestuur van de Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw. 4 de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme genoemd in het eerste lid, onder h, en de regeringscommissarissen genoemd in het eerste lid, onder i en j, voeren de aan hen opgedragen taken uit onder de verantwoordelijkheid van de Minister. Artikel 3 1 Er is een Bestuursraad Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Smal en een Bestuursraad Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Breed. 2 De Bestuursraad Smal is samengesteld uit de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal, de directeuren-generaal Openbaar Bestuur en Democratische Rechtsstaat, Volkshuisvesting en Bouwen, Koninkrijksrelaties, Digitalisering en Overheidsorganisatie, Vastgoed en Bedrijfsvoering Rijk, Ruimtelijke Ordening en de directeuren Constitutionele Zaken en Wetgeving en Financieel-economische Zaken. De leden kunnen zich incidenteel laten vervangen door hun plaatsvervangers of, in uitzonderlijke gevallen, door een andere rechtstreeks onder hen ressorterende functionaris. De overige directeuren-generaal en de Chief Information Officer BZK (CIO BZK) hebben een staande uitnodiging voor de Bestuursraad Smal. 3 De Bestuursraad Breed is samengesteld uit de Bestuursraad Smal aangevuld met de directeuren-generaal Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst en Algemene Bestuursdienst. De leden kunnen zich incidenteel laten vervangen door hun plaatsvervangers of, in uitzonderlijke gevallen, door een andere rechtstreeks onder hen ressorterende functionaris. De CIO BZK heeft een staande uitnodiging voor de Bestuursraad Breed. 4 Het overleg in de Bestuursraad Smal, respectievelijk de Bestuursraad Breed, heeft, onverminderd het bepaalde in de departementale mandaat- en volmachtsbesluiten over de bevoegdheden van de afzonderlijke leden van de Bestuursraad Smal, respectievelijk de Bestuursraad Breed ten aanzien van de onderwerpen die in het overleg aan de orde komen, ten doel het bespreken en het bereiken van overeenstemming over de departementale beleids- en beheerkaders en het toezien op de uitvoering van deze kaders. 5 De Bestuursraad Smal, respectievelijk de Bestuursraad Breed, heeft tevens tot doel het bespreken en het bereiken van overeenstemming over aspecten van het departementale personeelsbeleid en personele aangelegenheden alsmede het toezien op de uitvoering hiervan. 6 Al hetgeen in de vergaderingen aan de orde komt is vertrouwelijk, voor zover niet anders is besloten of indien bij wettelijk voorschrift anders is bepaald. 7 Een adviseur van de directie Bestuursadvisering voert het secretariaat van de Bestuursraad. 8 Een adviseur van de directie P&O voert het secretariaat van de bespreking van het departementale personeelsbeleid. Artikel 4 Overeenkomstig artikel 1 van het Besluit regeling functie en verantwoordelijkheid van de secretaris-generaal (Stb. 1988, 499), is de secretaris-generaal belast met de ambtelijke leiding van al hetgeen het Ministerie betreft. Tot deze taak behoort in ieder geval: a. het informeren en adviseren van de bewindspersonen over aangelegenheden, de bewindspersonen of het Ministerie betreffende; b. het zorgdragen voor de coördinatie en integratie van beleidsvoorbereiding, beleidsontwikkeling en beleidsuitvoering binnen het Ministerie; c. het uitoefenen van de algemene controlfunctie bij het Ministerie; d. het rechtstreeks leiding geven aan de plaatsvervangend secretaris-generaal, de directeuren-generaal en de directeur FEZ; e. het voorzitterschap van de Bestuursraad; f. het zorgdragen voor het nemen van besluiten over en het geven van algemene aanwijzingen ten aanzien van de formatie van het Ministerie; g. het voeren van overleg met de Departementale Ondernemingsraad en de Ondernemingsraad BZK Kerndepartement, als bestuurder in de zin van de Wet op de Ondernemingsraden, en met de vakbonden zoals bedoeld in paragraaf 26.2 CAO Rijk 2022; h. het geven van uitvoering aan de Regeling audit committees van het Rijk; i. het verlenen of weigeren van goedkeuring van besluiten tot uitzonderingen op de aanbestedingsregelgeving; j. het eigenaarschap van het agentschap Rijksvastgoedbedrijf. Artikel 5 1 De plaatsvervangend secretaris-generaal staat onder leiding van de secretaris-generaal. 2 De plaatsvervangend secretaris-generaal heeft onder meer de volgende taken: a. de verantwoordelijkheid voor de departement brede samenhangende bedrijfsvoering georganiseerd in het cluster M&M en cluster BO; b. het rechtstreeks leiding geven aan en de eindverantwoordelijkheid voor het functioneren van de directeuren Personeel en Organisatie (P&O), Chief Information Officer & Informatiemanagement (CIO&I), Communicatie, Kennis, Internationaal, Europa en Macro-economie (KIEM) en Bestuursadvisering (BA); c. de portefeuillehouder in de Bestuursraad voor de onderwerpen P&O, CIO&I, Communicatie, KIEM en BA; d. de verantwoordelijkheid voor één of meerdere departement brede portefeuilles; e. het eigenaarschap van alle tot het Ministerie behorende uitvoeringsorganisaties, tenzij deze rol ergens anders is belegd; f. de vertegenwoordiging van het Ministerie in de Interdepartementale Commissie Bedrijfsvoering Rijk; g. het opdrachtgeverschap met betrekking tot de departementale herindelingen volgens ‘Handboek departementale herschikkingen 2019’ en eventuele vervolgversies; h. het opdrachtgeverschap van de Beveiligingsautoriteit en het fungeren als contactpersoon bij afwezigheid van de secretaris-generaal en de beslissingsbevoegdheid bij calamiteiten. 3 De plaatsvervangend secretaris-generaal is plaatsvervanger van de secretaris-generaal, met uitzondering van de inhoudelijke dossiers op het werkgebied van de directeuren-generaal. In voorkomende gevallen kan de secretaris-generaal ervoor kiezen om de plaatsvervangend secretaris-generaal aan te wijzen als vervanger voor: a. de bestuurstaken in de zin van de Wet op de Ondernemingsraden richting de Departementale Ondernemingsraad en de Ondernemingsraad Kerndepartement BZK; b. het opdrachtgeverschap op het gebied van organisatieontwikkeling en begeleiden van transitie en organisatieveranderingstrajecten die voortvloeien uit wijzigingen in de organisatie; c. domein overstijgende onderwerpen zoals vervanging in Secretarissen-Generaal Overleg en crisisbeheersing. Hoofdstuk 3 Dienstonderdelen Paragraaf 3.1 Directoraat-generaal Openbaar Bestuur en Democratische Rechtsstaat Artikel 6 1 Het directoraat-generaal Openbaar Bestuur en Democratische Rechtsstaat staat onder leiding van een directeur-generaal. 2 Het directoraat-generaal draagt zorg voor het beschermen en vernieuwen van democratische instituties en het versterken van de rechtsstatelijkheid van overheidshandelen door het uitvoeren van onder andere de volgende taken: a. de inrichting en de bekostiging van het openbaar bestuur, de interbestuurlijke en financiële verhoudingen en het vernieuwen van de financieringssystematiek; b. de borging van de democratische rechtsstaat; c. de borging van de rechtstatelijke instituties, waaronder het parlement, de Raad van State, de Algemene Rekenkamer en de Nationale ombudsman; d. de borging van fundamentele grondrechten en vrijheid van burgers in de Grondwet en andere wet- en regelgeving; e. het onderhoud van het stelsel van de Grondwet en het Statuut; f. de rijksbrede coördinatie van het antidiscriminatiebeleid en de beleidsverantwoordelijkheid voor de Algemene wet gelijke behandeling; g. voorbereiding van de noodzakelijke wijzigingen in het constitutionele bestel; h. de samenwerking met andere overheden aan openbaar bestuur en een weerbare, robuuste democratie; i. het versterken van het gebiedsgericht werken en het inzetten op het verbeteren van de onderlinge samenwerking tussen directies, directoraten-generaal en departementen en interbestuurlijk met andere overheidslagen. 3 Het directoraat-generaal bestaat uit de volgende organisatieonderdelen: a. de directie Democratie en Bestuur; b. de directie Bestuur, Financiën en Regio’s; c. de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving. Artikel 7 1 De directie Constitutionele Zaken en Wetgeving staat onder leiding van een directeur. 2 De directie is, naast de beleidsmatige taken zoals genoemd in artikel 6 tweede lid onderdeel b tot en met i van dit besluit, belast met de departement brede juridische taken en zelfstandige advisering over onder meer: a. het beheer en onderhoud van de Grondwet en het Statuut; b. de toetsing van (concept)regelgeving, beleid en maatregelen aan de Grondwet, het Statuut en relevante internationale verdragen, inclusief het EU-recht, alsmede het vervullen van de functie van Coördinatiepunt staatssteun decentrale overheden (CSDO); c. het opstellen van regelgeving waar de bewindspersonen eerstverantwoordelijk voor zijn; d. het bijdragen aan de totstandkoming van nationale en internationale wetgeving waarbij de bewindspersonen mede zijn betrokken; e. de noodzaak, wenselijkheid en mogelijkheid om door middel van wetgeving bij te dragen aan het bereiken van de beleidsdoelstellingen van de bewindspersonen; f. het begeleiden en voeren van bestuursrechtelijke en civielrechtelijke (gerechtelijke) procedures namens de bewindspersonen of de Staat der Nederlanden en de advisering over juridische aangelegenheden in het algemeen, alsmede de advisering in bijzondere opdrachten van bewindspersonen en de ambtelijke top; g. de rijksbrede stelselverantwoordelijkheid voor de Omgevingswet. Paragraaf 3.2 Directoraat-generaal Volkshuisvesting en Bouwen Artikel 8 1 Het directoraat-generaal Volkshuisvesting en Bouwen staat onder leiding van een directeur-generaal. 2 Het directoraat-generaal richt zich op het domein van wonen en gebouwde omgeving, bouwen en de energietransitie van de gebouwde omgeving in Nederland, geeft uitvoering aan de regisserende en ondersteunende rol van de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en heeft onder meer de volgende taken: a. het beleid en de regelgeving voor de huurwoningmarkt, woningcorporaties en koopwoningmarkt, gericht op betaalbaarheid, kwaliteit en leefbaarheid van woningen; b. de realisatie van de kwantitatieve en kwalitatieve bouwopgave – op korte, middellande en lange termijn – en het in balans brengen van vraag en aanbod op de woningmarkt; c. de ontwikkeling van de kaders en de regelingen ter stimulering van de energietransitie in de gebouwde omgeving en de realisatie van aardgasvrije wijken en klimaat neutrale gebouwen; d. de focus op wonen en gebouwde omgeving, financiële aspecten en het realiseren van energietransitie-doelen; e. het ontwikkelen en realiseren van een hernieuwde Nationale Woon- en Bouwagenda en de maatregelen om vraag en aanbod op de woningmarkt in balans te brengen; f. de samenwerking met andere overheden en partners ter realisatie van de gestelde ambitie op het gebied van de woningbouw; g. het verlenen van ondersteuning in kennis en handelingsperspectief aan gemeenten, het bevorderen van kennisdeling tussen gemeenten ten behoeve van de lokale warmtetransitie en het versnellen daarvan, en het periodiek monitoren van de voortgang; h. het opdrachtgeverschap voor het zelfstandige bestuursorgaan de Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw; i. het opdrachtgeverschap voor het zelfstandige bestuursorgaan de Huurcommissie. 3 Het directoraat-generaal bestaat uit de volgende organisatieonderdelen: a. de directie Bouwen en Energie; b. de directie Woningbouw; c. de directie Wonen; d. de programmadirectie Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW). Paragraaf 3.3 Directoraat-generaal Ruimtelijke Ordening Artikel 9 1 Het directoraat-generaal Ruimtelijke Ordening staat onder leiding van een directeur-generaal. 2 Het directoraat-generaal richt zich op het algemeen beleid ruimtelijke ordening en de regie op de uitvoering van de inrichting van de leefomgeving in Nederland, en heeft onder meer de volgende taken: a. het algemeen beleid, de programmatische aanpak en de borging van de ruimtelijke ordening in Nederland; b. de regie op de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving en inrichting van de ruimte en de politieke, interdepartementale en interbestuurlijke besluitvorming bij tegengestelde belangen; c. de interbestuurlijke en interdepartementale programmering en coördinatie van (de inwerkingtreding, implementatie en doorontwikkeling van) de Nationale omgevingsvisie, de Omgevingswet en GEO-informatie als stelselverantwoordelijk Ministerie, en de doorontwikkeling van de stelselverantwoordelijkheid; d. de beleidsvorming op hoe de nationale regie op de ruimtelijke inrichting vorm krijgt, voorbereiding van politieke besluitvoering en voorbereiding van wetgeving vanuit ruimtelijk perspectief; e. de nationale regie op de gebieden en/of regio’s die aandacht behoeven en/of waar sprake is van conflicterende belangen en inzet richting de uitvoering; f. het grondbeleid en de inzet van het grondinstrumentarium ten behoeve van de realisatie; g. het inzicht van juridisch instrumentarium. 3 Het directoraat-generaal bestaat uit de volgende organisatieonderdelen: a. de directie Ruimtelijk Beleid; b. de directie Ruimtelijke Ontwikkeling; c. de programmadirectie Aan de Slag. Paragraaf 3.4 Directoraat-generaal Koninkrijksrelaties Artikel 10 1 Het directoraat-generaal Koninkrijksrelaties staat onder leiding van een directeur-generaal. 2 Het directoraat-generaal heeft onder meer de volgende taken: a. het zorg dragen voor een toekomstbeeld, scenario’s en handvatten om het Koninkrijk nader vorm en inhoud te geven, door beleidsvorming, beleidsvaststelling en uitvoering; b. het onderhouden van goede relaties met en het coördineren van de samenwerking met de openbare lichamen van Caribisch Nederland en met Curaçao, Aruba en Sint Maarten; c. het met andere partners binnen en buiten het departement zorg dragen voor het opstellen en verwezenlijken van het beleid van het Ministerie voor de openbare lichamen van Caribisch Nederland; d. het met andere partners binnen en buiten het departement zorg dragen voor de coördinatie van het algemene beleid van de rijksoverheid op dit terrein, met de speerpunten die samen met de openbare lichamen van Caribisch Nederland en de departementen worden bepaald; e. het beheersmatig aansturen van de kabinetten van de gouverneur en de Rijksvertegenwoordiger voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba; f. het ter beschikking stellen van mensen en middelen aan het College Financieel Toezicht Curaçao en Sint Maarten, het College Financieel Toezicht Bonaire, Sint Eustatius en Saba, en het College Aruba Financieel Toezicht; g. het aansturen van de Rijksdienst Caribisch Nederland (RCN); h. het ondersteunen van de Vertegenwoordiger bij het uitvoeren van zijn taken en opdracht zoals vastgelegd in het koninklijk besluit van 4 maart 2013 (Stcrt. 2013, nr. 8486). 3 Het directoraat-generaal bestaat uit de volgende organisatieonderdelen: a. de dienst Rijksdienst Caribisch Nederland; b. de dienst SSO-CN. 4 Het directoraat-generaal kent geen directies, maar wel de volgende verantwoordelijken; a. de directeur Landen; b. de directeur Caribisch Nederland. 5 Onder de directeur Landen ressorteert de vertegenwoordiger van Nederland in Aruba, Curaçao en Sint-Maarten. De vertegenwoordiger geeft leiding aan de Vertegenwoordiging. 6 De vertegenwoordiger heeft de taken als bedoeld in het besluit in het tweede lid onder h. Paragraaf 3.5 Directoraat-generaal Digitalisering en Overheidsorganisatie Artikel 11 1 Het directoraat-generaal Digitalisering en Overheidsorganisatie staat onder leiding van een directeur-generaal. 2 Het directoraat-generaal heeft onder meer de volgende taken: a. de ontwikkeling van het werkgeverschap in de publieke sector (met een accent op de kabinetssectoren), modernisering van het werkgeverschap voor de sector Rijk, en de doorontwikkeling van de personele functie (HRM) van en in de Rijksdienst; b. de interbestuurlijke en interdepartementale ontwikkeling van de i-Overheid voor burgers en bedrijven: 1°. de randvoorwaardelijke beleidsontwikkeling ten behoeve van de i-samenleving waaruit onder andere voortvloeit de ontwikkeling en realisatie van de digitale basisvoorzieningen voor burgers en bedrijven, met inbegrip van de bijbehorende regelgeving, toezicht en de bijbehorende bestuurlijke structuur voor de aansturing en financiering van de voorzieningen; 2°. het opdrachtgeverschap aan RvIG, Logius, DICTU, ICTU, de Kamer van Koophandel en de samenwerkingsovereenkomsten met de Rijksdienst voor ondernemend Nederland voor zover deze voortkomen uit de verantwoordelijkheid voor de voorzieningen en beleidsverantwoordelijkheden; 3°. de digitale identificatie (eID); c. het bevorderen van de optimale vormgeving van de informatisering en ICT in het Rijk en bij zelfstandige bestuursorganen door het stellen van kaders en het toezicht daarop; d. de ontwikkeling van en sturing op het rijksbrede bedrijfsvoeringsbeleid en de beoordeling of de beleidsambities worden gerealiseerd; e. de kaders voor inkoop, aanbesteden, faciliteiten en huisvesting bij het Rijk en het toezicht daarop; f. de doorontwikkeling van een rijksdienst en van een efficiënte en effectieve bedrijfsvoering van de overheid, inclusief de monitoring en verantwoording van het rijksbrede bedrijfsvoeringsbeleid; g. het zorgdragen voor de stelsels van de basisregistratie personen, de Persoonsinformatievoorziening in de Caribische delen van het Koninkrijk (PIVA), het burgerservicenummer en reisdocumenten met de bijbehorende registraties, alsmede de verwerking van persoonsgegevens met het oog op die stelsels; h. de zorg voor het bewaken van het integrale karakter en de consistentie van de rijksbrede kaders voor beveiliging alsmede het toezicht op de werking van de integrale beveiliging van de Rijksdienst; i. de coördinerende functie op digitalisering van de samenleving, waarin economisch belang, grondrechten en veiligheid samenkomen en geborgd worden in de digitale driehoek van het Ministerie, het Ministerie van Justitie en Veiligheid en het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat; j. het versterken van de samenwerking tussen de EU-lidstaten op het gebied van digitalisering en het aanpakken van digibetisme. 3 Het directoraat-generaal bestaat uit de volgende organisatieonderdelen: a. de directie Ambtenaar en Organisatie (DA&O); b. de directie Inkoop- Facilitair- en Huisvestingsbeleid Rijk (DIFHR); c. de directie Chief Information Officier Rijk; d. de directie Digitale Samenleving; e. de directie Digitale Overheid; f. het secretariaat voor het Adviescollege ICT-toetsing; g. het bureau Adviescollege Openbaarheid en Informatiehuishouding. 4 De directeur Digitale Samenleving is tevens plaatsvervangend directeur-generaal Digitalisering en Overheidsorganisatie. De plaatsvervangend directeur-generaal Digitalisering en Overheidsorganisatie is verantwoordelijk voor de positionering, profilering en vertegenwoordiging van Nederland in Europa op de digitaliseringopgave. Paragraaf 3.6 Directoraat-generaal Algemene Bestuursdienst Artikel 12 1 Het directoraat-generaal Algemene Bestuursdienst staat onder leiding van een directeur-generaal. 2 Het directoraat-generaal heeft onder meer de volgende taken: a. het bijdragen aan de versterking van het management door beleid te ontwikkelen en uit te voeren op het gebied van management development; b. het ontwikkelen van instrumenten nodig voor de realisatie van het beleid; c. het ontwikkelen van producten en diensten ter bevordering van de ontwikkeling van managers; d. het adviseren en begeleiden van individuele managers op gebied van opleiding en in hun (loopbaan)ontwikkeling; e. het bijdragen aan de beschikbaarheid van managers en aan talentontwikkeling; f. het waar nodig realiseren van strategisch advies en de bezetting met tijdelijke capaciteit; g. het zorgen voor loopbaanbegeleiding en fungeren als gedelegeerd werkgever voor het topmanagement van de Rijksdienst; h. het uitvoeren van HRM-dienstverlening voor de bewindspersonen. 3 Het directoraat-generaal bestaat uit de volgende organisatieonderdelen: a. de directie Management Development Rijk (MDR); b. de directie Beleid en Bedrijfsvoering; c. ABD Topconsult. Paragraaf 3.7 Directoraat-generaal Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst Artikel 13 1 Het directoraat-generaal Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst staat onder leiding van een directeur-generaal en een plaatsvervangend directeur-generaal. 2 De Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst heeft de taken, bedoeld in artikel 8 van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.