g (Wet technische eenmaking Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering) Wet technische eenmaking Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is het burgerlijk procesrecht te vereenvoudigen door de verschillende versies van artikelen in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en enige andere wetten terug te brengen tot één versie. Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: Hoofdstuk 1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering Artikel I Wijzigt het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Artikel II Artikel I heeft betrekking op het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zoals dat luidt voor de procedures, vorderingen, verzoeken en gerechten waarvoor de Wet van 13 juli 2016 tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de Algemene wet bestuursrecht in verband met vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht (Stb. 2016, 288) niet in werking is getreden overeenkomstig artikel II van het Besluit van 25 januari 2017 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van diverse onderdelen van de Wet van 13 juli 2016 tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de Algemene wet bestuursrecht in verband met vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht (Stb. 2016, 288), de Wet van 13 juli 2016 tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in verband met vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht in hoger beroep en cassatie (Stb. 2016, 289), de Invoeringswet vereenvoudiging en digitalisering procesrecht, het Besluit digitalisering burgerlijk procesrecht en bestuursprocesrecht en het Aanpassingsbesluit vereenvoudiging en digitalisering procesrecht (Stb. 2017, 16) en de artikelen I en II van het Besluit van 4 februari 2021 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van enkele onderdelen van de Wet van 13 juli 2016 tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de Algemene wet bestuursrecht in verband met vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht (Stb. 2016, 288), de Wet van 13 juli 2016 tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in verband met vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht in hoger beroep en cassatie (Stb. 2016, 289), de Invoeringswet vereenvoudiging en digitalisering procesrecht (Stb. 2016, 290) en het Aanpassingsbesluit vereenvoudiging en digitalisering procesrecht (Stb. 2016, 293) (Stb. 2021, 81). Artikel III 1 Het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zoals dat luidt voor de Hoge Raad vervalt. 2 Het eerste lid heeft betrekking op het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zoals dat luidt voor de procedures en vorderingen voor de Hoge Raad waarvoor de Wet van 13 juli 2016 tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de Algemene wet bestuursrecht in verband met vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht (Stb. 2016, 288) en de Wet van 13 juli 2016 tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in verband met vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht in hoger beroep en cassatie (Stb. 2016, 289) in werking zijn getreden overeenkomstig artikel II van het Besluit van 25 januari 2017 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van diverse onderdelen van de Wet van 13 juli 2016 tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de Algemene wet bestuursrecht in verband met vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht (Stb. 2016, 288), de Wet van 13 juli 2016 tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in verband met vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht in hoger beroep en cassatie (Stb. 2016, 289), de Invoeringswet vereenvoudiging en digitalisering procesrecht, het Besluit digitalisering burgerlijk procesrecht en bestuursprocesrecht en het Aanpassingsbesluit vereenvoudiging en digitalisering procesrecht (Stb. 2017, 16) en de artikelen I en II van het Besluit van 4 februari 2021 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van enkele onderdelen van de Wet van 13 juli 2016 tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de Algemene wet bestuursrecht in verband met vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht (Stb. 2016, 288), de Wet van 13 juli 2016 tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in verband met vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht in hoger beroep en cassatie (Stb. 2016, 289), de Invoeringswet vereenvoudiging en digitalisering procesrecht (Stb. 2016, 290) en het Aanpassingsbesluit vereenvoudiging en digitalisering procesrecht (Stb. 2016, 293) (Stb. 2021, 81). Hoofdstuk 2 Andere wetten Artikel IV Wijzigt de Wet griffierechten burgerlijke zaken. Artikel V Wijzigt het Burgerlijk Wetboek Boek 1. Artikel VI Wijzigt het Burgerlijk Wetboek Boek 2. Artikel VII Wijzigt het Burgerlijk Wetboek Boek 4. Artikel VIII Wijzigt het Burgerlijk Wetboek Boek 5. Artikel IX Wijzigt het Burgerlijk Wetboek Boek 6. Artikel X Wijzigt het Burgerlijk Wetboek Boek 8. Artikel XI Wijzigt de Gerechtsdeurwaarderswet. Artikel XII Wijzigt de Uitvoeringswet Bewijsverdrag. Artikel XIII Wijzigt de Uitvoeringswet Rechtsvorderingsverdrag 1905. Artikel XIV Wijzigt de Uitvoeringswet Rechtsvorderingsverdrag 1954. Artikel XV Wijzigt de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen. Artikel XVI Wijzigt de Wet uitvoering rechtsvorderingsverdrag Groot-Brittannië. Artikel XVII Wijzigt de Wet vergoeding van door NAVO-motorrijtuigen veroorzaakte schade. Artikel XVIII Wijzigt de Invorderingswet 1990. Artikel XIX Wijzigt de Wet vereenvoudiging wijze uitbrengen exploiten aan Grootboek 1946. Artikel XX Wijzigt de Kadasterwet. Artikel XXI Wijzigt de Verenwet. Artikel XXII Wijzigt de Wegenwet. Artikel XXIII Wijzigt de Erfgoedwet. Hoofdstuk 3 Samenloopbepalingen Artikel XXIV Wijzigt de Wijzigingswet Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, enz. (tegengaan huwelijkse gevangenschap en enige andere onderwerpen). Artikel XXV Wijzigt het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Artikel XXVI Wijzigt de Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht. Artikel XXVII Wijzigt deze wet. Artikel XXVIII Wijzigt de Uitvoeringswet VN-Verdrag staatsimmuniteit (Kst. 36028). Artikel XXIX Wijzigt de Implementatiewet richtlijn representatieve vorderingen voor consumenten. Hoofdstuk 4 Slotbepalingen Artikel XXX Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. Artikel XXXI Deze wet wordt aangehaald als: Wet technische eenmaking Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden. Gegeven te ’s-Gravenhage 25 januari 2023 Willem-Alexander De Minister voor Rechtsbescherming, F.M. Weerwind de tiende februari 2023 De Minister van Justitie en Veiligheid, D. Yeşilgöz-Zegerius
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.