BWBR0050667_2025-01-15_0 Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 8 januari 2025, nr. IENW/BSK-246458, houdende tijdelijke regels voor toekenning van rijksbijdragen voor verkeersveiligheidsmaatregelen voor de periode van 1 januari 2025 tot 1 januari 2030 (Regeling stimulering verkeersveiligheidsmaatregelen 2025–2030) Regeling stimulering verkeersveiligheidsmaatregelen 2025–2030 De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, Gelet op de artikelen 2, derde lid, 4, eerste en tweede lid, 6, zesde lid, 8, eerste lid, 10, tweede lid, 15, vijfde lid, 22, tweede lid, en 23 vijfde lid, van het Kaderbesluit subsidies I en M juncto 17, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet; BESLUIT: Artikel a1 Grondslagen BES Deze regeling berust mede op de artikelen 4 en 5 van de Kaderwet subsidies I en M in samenhang met artikel 92, eerste lid, van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: aanvrager: een gemeente, niet behorend tot de Vervoerregio Amsterdam of de Metropoolregio Rotterdam Den Haag, een provincie, de Vervoerregio Amsterdam, de Metropoolregio Rotterdam Den Haag namens een tot die regio’s behorende gemeente, het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba of een waterschap; aanvraagtijdvak: termijn waarbinnen een aanvraag voor een rijksbijdrage kan worden ingediend; minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat; rijksbijdrage: specifieke uitkering als bedoeld in artikel 15a van de Financiële-verhoudingswet, bijzondere uitkering als bedoeld in artikel 91 van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba of een subsidie op grond van deze regeling. Artikel 2 Toepasselijkheid Kaderbesluit subsidies I en M De artikelen 6, eerste lid, 8, tweede lid, onder a, 10, vierde lid, onder a tot en met d en f, 11, 12, aanhef en onder b, c en i, 14, eerste en vierde lid, 17, eerste lid, aanhef en onder a tot en met c, e en f, en tweede lid, 18 en 21 van het Kaderbesluit subsidies I en M zijn van overeenkomstige toepassing op deze regeling. Artikel 3 Doel Het doel van deze regeling is het stimuleren van het nemen of versnellen van kosteneffectieve en risicogestuurde verkeersveiligheidsmaatregelen op het onderliggend wegennet. Artikel 4 Kosten die in aanmerking komen voor rijksbijdrage 1 De minister kan op aanvraag een rijksbijdrage verstrekken voor de kosten van het uitvoeren van maatregelen die zijn opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling. 2 De volgende kosten komen voor de verstrekking van een rijksbijdrage in aanmerking: a. uitvoeringskosten; en b. infrastructurele kosten. 3 Op grond van deze regeling wordt geen rijksbijdrage verstrekt voor: a. maatregelen waarvoor reeds een specifieke uitkering, bijzondere uitkering of een subsidie door het Rijk is verstrekt; b. maatregelen waarvoor in de begroting van de aanvrager al volledige dekking is; c. maatregelen waarvan de uitvoering al begonnen is vóór de inwerkingtreding van deze regeling; d. reguliere onderhoudswerkzaamheden; e. personele kosten of kosten voor inhuur van personeel ten behoeve van de voorbereiding van werkzaamheden; f. grondaankopen; en g. omzetbelasting over de kosten van activiteiten en maatregelen voor zover deze omzetbelasting in aanmerking komt voor compensatie op grond van de Wet op het BTW-compensatiefonds of verrekend kan worden. Artikel 5 Plafond, wijze van verdeling en bekendmaking aanvraagtijdvak 1 Het rijksbijdrageplafond voor de jaren 2025–2030 bedraagt in totaal € 236.000.000,–. In bijlage 2 bij deze regeling is voor elke aanvrager bepaald welk bedrag van de rijksbijdrage voor de aanvrager ten hoogste beschikbaar is. 2 De minister stelt per aanvraagtijdvak een plafond vast voor rijksbijdragen die op grond van deze regeling worden verstrekt. Een aanvraagtijdvak en het plafond worden uiterlijk zes weken voor aanvang ervan bekendgemaakt in de Staatscourant. Aanvraagtijdvakken vinden alleen plaats in het jaar
- 3 De minister verdeelt de bedragen, bedoeld in het tweede lid, op volgorde van binnenkomst van de aanvragen. Artikel 6 Hoogte van de rijksbijdrage De totale rijksbijdrage per subsidieverstrekking bedraagt ten hoogste 50% van de kosten, bedoeld in artikel 4, tweede lid, met een maximum per ontvanger zoals vermeld in bijlage 2 bij deze regeling. Artikel 7 Aanvraag tot verlening 1 Een rijksbijdrage wordt op aanvraag verstrekt. 2 Een aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een door de minister ter beschikking gesteld aanvraagformulier. 3 Rijksbijdragen kunnen worden aangevraagd gedurende door de minister vastgestelde aanvraagtijdvakken. 4 In een aanvraagtijdvak kan een aanvrager ten hoogste één aanvraag indienen waarin alle voorgenomen maatregelen worden genoemd. 5 Onverminderd artikel 10, vierde lid, onder a tot en met d en f, van het Kaderbesluit subsidies I en M, worden in het volledig in te vullen aanvraagformulier, bedoeld in het tweede lid, in ieder geval de volgende gegevens opgenomen: a. een overzicht van de locaties waar elke maatregel wordt gerealiseerd; b. een beschrijving van de huidige verkeersveiligheidssituatie op elke locatie en een toelichting op de wijze waarop het nemen van de voorgestelde maatregel de verkeersveiligheid op de locatie verbetert en de kans op verkeersongevallen verkleint; c. een overzicht met de realisatiedatum van elke maatregel; d. dat de aanvrager een risicoanalyse heeft; e. dat de aanvrager een uitvoeringsprogramma heeft. 6 De begroting, bedoeld in artikel 10, vierde lid, onder c, van het Kaderbesluit subsidies I en M, specificeert uitsluitend de uitvoerings- en infrastructurele kosten per maatregel en geeft tevens inzicht in de eigen bijdrage en de externe financiering. 7 De aanvraag van de Vervoerregio Amsterdam en de Metropoolregio Rotterdam Den Haag gaat tevens vergezeld van een maatregelenprogramma. De door de minister gehonoreerde aanvragen van Vervoerregio Amsterdam en Metropoolregio Rotterdam Den Haag worden uitgevoerd conform de subsidieverordening van de desbetreffende vervoerregio. Artikel 8 Verlening en afwijzingsgronden 1 Een besluit tot verlening vermeldt in elk geval: a. de maatregelen waarvoor de rijksbijdrage wordt verleend; b. het bedrag van de rijksbijdrage; c. de wijze waarop het bedrag van de rijksbijdrage is bepaald; d. en de periode waarvoor de rijksbijdrage wordt verleend. 2 De minister wijst een aanvraag voor een rijksbijdrage af indien het plafond, bedoeld in artikel 5, tweede lid, in geval van honorering van de aanvraag zou worden overschreden. 3 De minister kan een aanvraag voor een rijksbijdrage tevens afwijzen, indien de aanvrager naar zijn oordeel in het verleden aanwijsbaar onvoldoende inspanning heeft gepleegd om eerder toegekende maatregelen te realiseren. Artikel 9 Bevoorschotting en betaling 1 De minister keert bij het besluit tot verlening, bedoeld in artikel 8, een voorschot van 100% uit. 2 Het voorschot wordt uiterlijk zes weken na de dagtekening van het besluit tot verlening uitgekeerd. Artikel 10 Voorwaardelijke verlening Voor zover de rijksbijdrage wordt verleend ten laste van een nog niet door de Staten-Generaal aangenomen rijksbegroting, onderdeel Infrastructuur en Waterstaat, wordt in de beschikking tot verlening van een rijksbijdrage vermeld dat de verlening plaatsvindt onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld in de Wet tot vaststelling van de rijksbegroting, onderdeel Infrastructuur en Waterstaat. Artikel 11 Verplichtingen ontvanger 1 De ontvanger besteedt de rijksbijdrage uitsluitend aan de maatregelen waarvoor de rijksbijdrage wordt verleend. 2 Alle maatregelen waarvoor een rijksbijdrage is verstrekt, zijn uiterlijk op 31 december 2028 gerealiseerd. Artikel 12 Verantwoording 1 Provincies, gemeenten en de Vervoerregio Amsterdam en de Metropoolregio Rotterdam Den Haag, namens de daartoe behorende gemeenten, leggen verantwoording af over de besteding van de rijksbijdrage op de wijze bepaald in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet. 2 Waterschappen leggen verantwoording af over de besteding van de rijksbijdrage overeenkomstig de Regeling informatieverstrekking sisa. 3 De openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba zenden informatie ten behoeve van de verantwoording over de uitvoering van de activiteiten uiterlijk 15 juli van het jaar volgend op het begrotingsjaar aan de Minister in de vorm van de jaarrekening en het jaarverslag, bedoeld in artikel 28 van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Artikel 13 Vaststelling van de rijksbijdrage De minister stelt de rijksbijdrage vast op 31 december van het jaar waarin de laatste verantwoording, bedoeld in artikel 12, heeft plaatsgevonden. Artikel 13a Beschikking tot vaststelling bijzondere uitkering BES 1 De Minister stelt de bijzondere uitkering overeenkomstig de verlening vast. 2 In afwijking van het eerste lid kan de bijzondere uitkering lager worden vastgesteld dan het bij beschikking verleende bedrag als: a. de activiteiten waarvoor de bijzondere uitkering is verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden of zullen plaatsvinden; b. de aanvrager niet heeft voldaan aan de verplichtingen die zijn verbonden aan de bijzondere uitkering; c. de aanvrager onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot verlening van een bijzondere uitkering zou hebben geleid; of d. de verlening van een bijzondere uitkering anderszins onjuist was en de aanvrager dit wist of behoorde te weten. 3 De Minister kan de bijzondere uitkering geheel of gedeeltelijk ambtshalve vaststellen, indien: a. de aanvrager niet tijdig de laatste verantwoording heeft ingediend; of b. de beschikking tot verlening van een bijzondere uitkering wordt ingetrokken of ten nadele van de aanvrager wordt gewijzigd. Artikel 13b Intrekken en wijzigen verlening bijzondere uitkering BES 1 Zolang de bijzondere uitkering niet is vastgesteld kan de Minister de verlening van de bijzondere uitkering intrekken of ten nadele van de ontvanger wijzigen, indien: a. de activiteiten waarvoor bijzondere uitkering is verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden of zullen plaatsvinden; b. de ontvanger niet heeft voldaan aan de aan de bijzondere uitkering verbonden verplichtingen; c. de ontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot verlening van de bijzondere uitkering zou hebben geleid; of d. de verlening van de bijzondere uitkering anderszins onjuist was en de ontvanger dit wist of behoorde te weten. 2 De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip waarop de bijzondere uitkering is verleend, tenzij bij de intrekking of wijziging anders is bepaald. Artikel 13c Intrekking en wijziging vaststelling bijzondere uitkering BES 1 De Minister kan de vaststelling van de bijzondere uitkering intrekken of ten nadele van de ontvanger wijzigen: a. op grond van feiten of omstandigheden waarvan het bij de vaststelling van de bijzondere uitkering redelijkerwijs niet op de hoogte kon zijn en op grond waarvan de bijzondere uitkering lager dan overeenkomstig de verlening van de bijzondere uitkering zou zijn vastgesteld; b. indien de vaststelling van de bijzondere uitkering onjuist was en de ontvanger van de bijzondere uitkering dit wist of behoorde te weten; of c. indien de ontvanger van de bijzondere uitkering na de vaststelling van de bijzondere uitkering niet heeft voldaan aan de aan de bijzondere uitkering verbonden verplichtingen. 2 De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip waarop de bijzondere uitkering is vastgesteld, tenzij bij de intrekking of wijziging anders is bepaald. 3 De vaststelling van de bijzondere uitkering kan niet meer worden ingetrokken of ten nadele van de ontvanger worden gewijzigd indien vijf jaren zijn verstreken sedert de dag waarop zij is bekendgemaakt dan wel, in het geval, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, sedert de dag waarop de handeling in strijd met de verplichting is verricht of de dag waarop aan de verplichting had moeten zijn voldaan. Artikel 13d Betaling en terugvordering bijzondere uitkering BES 1 De verplichting tot betaling van een bijzondere uitkering of een voorschot wordt opgeschort met ingang van de dag waarop de Minister aan de ontvanger van de bijzondere uitkering schriftelijk kennisgeeft van het ernstige vermoeden dat er grond bestaat om toepassing te geven aan artikel 13b of 13c, tot en met de dag waarop de beschikking omtrent de intrekking of wijziging is bekendgemaakt of de dag waarop sedert de kennisgeving van het ernstige vermoeden dertien weken zijn verstreken. 2 De Minister kan onverschuldigd betaalde bedragen van de bijzondere uitkering terugvorderen. 3 Terugvordering van een bijzondere uitkering of een voorschot vindt niet plaats voor zover na de dag waarop de bijzondere uitkering is vastgesteld, dan wel de handeling, bedoeld in artikel 13c, eerste lid, onderdeel c, heeft plaatsgevonden, vijf jaren zijn verstreken. Artikel 14 Evaluatieverslag De minister publiceert voor 1 januari 2029 een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de rijksbijdrage in de praktijk. Artikel 15 Inwerkingtreding en vervaldatum Deze regeling treedt in werking met ingang van 15 januari 2025 en werkt terug tot en met 1 januari
- De regeling vervalt met ingang van 1 januari 2030, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op een rijksbijdrage die voor die datum is verstrekt. Artikel 16 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling stimulering verkeersveiligheidsmaatregelen 2025–
- Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst. De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, B. Madlener Bijlage 1 bedoeld in artikel 4, eerste lid De volgende maatregelen komen voor de verstrekking van een rijksbijdrage in aanmerking. Algemeen • Aanleg van openbare verlichting. • Aanleg vrijliggend voetpad. Fietsinfrastructuur • Aanbrengen van kant- en asmarkering op fietspaden. • Saneren van onnodig geplaatste paaltjes en verticale elementen op of vlak naast fietspaden, of wanneer dit niet mogelijk is het aanbrengen van attentieverhogende markeringen. • Saneren van verticale trottoirbanden en overbruggen hoogteverschillen tussen verharding en berm. • Uitvoering van gesloten verharding van fietsstroken- en paden. • Verbreden van fietspaden. • Aanleg plateau kruispunt op gebiedsontsluitingsweg/erftoegangsweg (GOW/ETW). • Fietsoversteek over zijweg door middel van een uitritconstructie. • Aanleg van een vrijliggend fietspad of vrijliggend fiets-/bromfietspad (op 50-, 60- en 80 km/uur wegen). • Aanleg ongelijkvloerse kruising (onderdoorgang of brug). • Verwijderen van wegversmallingen en chicanes voor fietsers. • Aanbrengen van bermverharding langs fietspaden. 30 km/uur wegen • Aanleg van een kruispuntplateau. • Aanleg van korte rechtstanden. • Aanleg van een uitritconstructie van zijstraten gebiedsontsluitingswegen naar 30 km/uur-zone. • Inrichten van schoolzone met snelheidsverlagende maatregelen. • Aanleg van een fietsstraat op een 30 km/uur weg. 50 km/uur wegen • Saneren van langsparkeren of parkeerstroken langs de rijbaan. • Links afslaan verbieden door aanleg van een doorgetrokken middengeleider. • Aanleg van een rotonde binnen de bebouwde kom. • Aanleg van rijrichtingscheiding door rammelstrook op asmarkering. • Het volwaardig afwaarderen van een gebiedsontsluitingsweg 50 km/uur naar een erftoegangsweg 30 km/uur. • Aanleg van een fietsoversteek, via een middeneiland, alleen bij een kruispunt. • Aanleg van een snelheidsremmend plateau voor een fietsoversteek, alleen bij een kruispunt. • Aanleg van een uitritconstructie van zijstraten gebiedsontsluitingswegen naar 30 km/uur-zone. • Aanleg van een middeneiland bij een komgrens van een 60 km/uur weg naar een gebiedsontsluitingsweg 50 km/uur of gebiedsontsluitingsweg 80 km/u naar een gebiedsontsluitingsweg 50 km/uur. • Het uitvoeren van LARGAS-maatregelen zoals de aanleg van een voorrangsplein op een kruising van een gebiedsontsluitingsweg en een erftoegangsweg en de aanleg van smalle rijstroken gescheiden door een middenberm. • Het volwaardig afwaarderen van een gebiedsontsluitingsweg 50 km/uur naar een gebiedsontsluitingsweg 30 km/uur. 60 km/uur wegen • Aanleg van een kruispuntplateau. • Aanleg van verticale elementen voor korte rechtstanden (rekening houdend met landbouwverkeer). • Aanleg van één rijloper met fiets(suggestie)stroken en bermen. • Aanbrengen bermverharding op een erftoegangsweg 60 km/u. • Aanleg van een fietsoversteek via een middeneiland. • Aanleg van een snelheidsremmend plateau voor een fietsoversteek, alleen bij een kruispunt op 60 km/uur-wegen. 80 km/uur wegen • Aanbrengen van een (fysieke) rijrichtingscheiding. • Aanleggen van veilige, obstakelvrije bermen. • Aanleg van een parallelweg voor het ontsluiten van percelen. • Aanleg van rijrichtingsscheiding door rammelstrook op as-markering. • Aanleg van een fietsoversteek, via een middeneiland, alleen bij een kruispunt. • Aanleg van een snelheidsremmend plateau voor een fietsoversteek, alleen bij een kruispunt. • Aanleg van een rotonde buiten de bebouwde kom. • Het volwaardig afwaarderen van een 80 km/uur weg naar een 60 km/uur weg. • Ombouw van een meerstrooksrotonde naar turborotonde. 100 km/uur wegen • Aanbrengen van een fysieke rijrichtingscheiding. • Aanleggen van veilige, obstakelvrije bermen. • Aanleg van een parallelweg voor het ontsluiten van percelen. • Aanleg van een ongelijkvloerse kruising. • Het volwaardig afwaarderen van een 100 km/uur weg naar een 80 km/uur weg. Bijlage 2 bedoeld in de artikelen 5, tweede lid, en 6 Op de volgende rijksbijdrage kan de aanvrager ten hoogste aanspraak maken gedurende de looptijd van deze regeling. Provincies Aanvrager Plafondbedrag Aanvrager Plafondbedrag Provincie Drenthe € 1.062.000 Provincie Noord-Brabant € 1.450.700 Provincie Flevoland € 1.326.500 Provincie Noord-Holland € 1.697.400 Provincie Fryslân € 1.218.600 Provincie Overijssel € 1.900.500 Provincie Gelderland € 3.300.800 Provincie Utrecht € 877.900 Provincie Groningen € 1.114.200 Provincie Zeeland € 1.127.100 Provincie Limburg € 1.403.200 Provincie Zuid-Holland € 1.568.400 Waterschappen Aanvrager Plafondbedrag Aanvrager Plafondbedrag Hoogheemraadschap Schieland en Krimpenerwaard € 226.800 Waterschap De Hollandse Delta € 2.106.200 HHS Hollands Noorderkwartier € 593.200 Waterschap Scheldestromen € 5.396.500 Waterschap Rivierenland € 845.700 Gemeenten binnen Vervoerregio Amsterdam Aanvrager Plafondbedrag Aanvrager Plafondbedrag Aalsmeer € 262.700 Oostzaan € 127.600 Amstelveen € 635.100 Ouder-Amstel € 190.600 Amsterdam € 3.656.100 Purmerend € 551.200 Diemen € 203.000 Uithoorn € 252.200 Edam-Volendam € 228.400 Waterland € 128.800 Haarlemmermeer € 1.641.800 Wormerland € 127.600 Landsmeer € 127.600 Zaanstad € 930.700 Gemeenten binnen Metropoolregio Rotterdam Den Haag Aanvrager Plafondbedrag Aanvrager Plafondbedrag Albrandswaard € 186.900 Ridderkerk € 328.800 Barendrecht € 408.200 Rijswijk € 350.400 Capelle aan den IJssel € 402.200 Rotterdam € 3.690.100 Delft € 530.400 Schiedam € 416.700 Krimpen aan den IJssel € 177.800 's-Gravenhage € 2.159.400 Lansingerland € 686.000 Vlaardingen € 473.200 Leidschendam-Voorburg € 441.300 Voorne aan Zee € 593.600 Maassluis € 213.400 Wassenaar € 287.400 Midden-Delfland € 254.100 Westland € 1.002.400 Nissewaard € 629.000 Zoetermeer € 799.600 Pijnacker-Nootdorp € 458.800 Gemeenten Aanvrager Plafondbedrag Aanvrager Plafondbedrag Aa en Hunze € 965.800 Loon op Zand € 350.000 Aalten € 585.700 Lopik € 193.300 Achtkarspelen € 506.700 Losser € 480.300 Alblasserdam € 135.800 Maasdriel € 397.300 Alkmaar € 863.500 Maasgouw € 484.800 Almelo € 848.100 Maashorst € 971.600 Almere € 1.972.100 Maastricht € 935.200 Alphen aan den Rijn € 953.200 Medemblik € 655.200 Alphen-Chaam € 369.300 Meerssen € 282.700 Altena € 998.700 Meierijstad € 1.472.200 Ameland € 250.800 Meppel € 423.100 Amersfoort € 1.060.900 Middelburg (Z.) € 426.000 Apeldoorn € 2.010.600 Midden-Drenthe € 1.187.400 Arnhem € 1.286.700 Midden-Groningen € 1.188.600 Assen € 895.700 Moerdijk € 797.900 Asten € 350.700 Molenlanden € 243.700 Baarle-Nassau € 370.700 Montferland € 633.600 Baarn € 270.900 Montfoort € 127.600 Barneveld € 1.042.700 Mook en Middelaar € 139.400 Beek (L.) € 228.400 Neder-Betuwe € 385.900 Beekdaelen € 617.200 Nederweert € 563.400 Beesel € 260.000 Nieuwegein € 517.900 Berg en Dal € 513.300 Nieuwkoop € 326.100 Bergeijk € 490.400 Nijkerk € 522.500 Bergen (L.) € 451.700 Nijmegen € 1.180.400 Bergen (NH.) € 467.800 Noardeast-Fryslân € 1.290.900 Bergen op Zoom € 751.300 Noord-Beveland € 140.600 Berkelland € 1.437.100 Noordenveld € 776.000 Bernheze € 640.700 Noordoostpolder € 1.038.200 Best € 410.700 Noordwijk € 416.100 Beuningen € 375.800 Nuenen, Gerwen en Nederwetten € 363.800 Beverwijk € 293.000 Nunspeet € 566.400 Bladel € 411.000 Oegstgeest € 165.300 Blaricum € 158.900 Oirschot € 504.900 Bloemendaal € 236.100 Oisterwijk € 586.100 Bodegraven-Reeuwijk € 347.900 Oldambt € 897.000 Boekel € 206.800 Oldebroek € 401.700 Borger-Odoorn € 979.900 Oldenzaal € 314.600 Borne € 277.200 Olst-Wijhe € 486.800 Borsele € 219.600 Ommen € 814.100 Boxtel € 508.900 Oost Gelre € 735.000 Breda € 1.726.300 Oosterhout € 708.400 Bronckhorst € 1.316.200 Ooststellingwerf € 753.200 Brummen € 422.900 Opmeer € 164.700 Brunssum € 245.000 Opsterland € 776.000 Bunnik € 188.600 Oss € 1.363.300 Bunschoten € 206.100 Oude IJsselstreek € 753.700 Buren € 627.400 Oudewater € 127.600 Castricum € 311.800 Overbetuwe € 665.100 Coevorden € 1.291.100 Papendrecht € 237.500 Cranendonck € 454.800 Peel en Maas € 886.200 Culemborg € 294.400 Pekela € 216.300 Dalfsen € 808.900 Putten € 526.000 Dantumadiel € 375.500 Raalte € 898.000 De Bilt € 379.200 Reimerswaal € 206.200 De Fryske Marren € 1.235.600 Renkum € 362.700 De Ronde Venen € 527.400 Renswoude € 127.600 De Wolden € 863.800 Reusel-De Mierden € 371.300 Den Helder € 572.800 Rheden € 475.900 Deurne € 774.600 Rhenen € 224.400 Deventer € 1.177.400 Rijssen-Holten € 697.600 Dijk en Waard € 798.800 Roerdalen € 635.300 Dinkelland € 923.700 Roermond € 698.400 Doesburg € 127.600 Roosendaal € 909.800 Doetinchem € 753.500 Rozendaal € 127.600 Dongen € 286.300 Rucphen € 436.300 Dordrecht € 867.400 Schagen € 773.800 Drechterland € 241.700 Scherpenzeel € 127.600 Drimmelen € 452.200 Schiermonnikoog € 127.600 Dronten € 903.600 Schouwen-Duiveland € 565.900 Druten € 273.800 's-Hertogenbosch € 1.501.100 Duiven € 326.500 Simpelveld € 141.400 Echt-Susteren € 719.400 Sint-Michielsgestel € 444.700 Ede € 1.716.800 Sittard-Geleen € 1.008.500 Eemnes € 158.300 Sliedrecht € 158.500 Eemsdelta € 1.110.800 Sluis € 373.300 Eersel € 490.200 Smallingerland € 759.800 Eijsden-Margraten € 564.200 Soest € 388.900 Eindhoven € 1.780.100 Someren € 508.500 Elburg € 325.600 Son en Breugel € 251.800 Emmen € 1.953.300 Stadskanaal € 657.300 Enkhuizen € 156.700 Staphorst € 596.700 Enschede € 1.532.700 Stede Broec € 182.700 Epe € 891.500 Steenbergen € 605.200 Ermelo € 456.400 Steenwijkerland € 1.052.800 Etten-Leur € 525.800 Stein (L.) € 319.300 Geertruidenberg € 267.300 Stichtse Vecht € 609.700 Geldrop-Mierlo € 417.200 Súdwest-Fryslân € 1.901.800 Gemert-Bakel € 736.300 Terneuzen € 620.800 Gennep € 333.700 Terschelling € 240.600 Gilze en Rijen € 386.300 Texel € 608.900 Goeree-Overflakkee € 504.800 Teylingen € 281.300 Goes € 420.400 Tholen € 206.000 Goirle € 325.500 Tiel € 403.500 Gooise Meren € 509.800 Tilburg € 1.913.800 Gorinchem € 255.300 Tubbergen € 761.600 Gouda € 420.600 Twenterand € 577.000 Groningen € 1.780.300 Tynaarlo € 774.600 Gulpen-Wittem € 405.600 Tytsjerksteradiel € 661.900 Haaksbergen € 664.900 Uitgeest € 127.600 Haarlem € 763.400 Urk € 165.900 Halderberge € 482.000 Utrecht € 1.933.700 Hardenberg € 1.522.500 Utrechtse Heuvelrug € 662.400 Harderwijk € 488.200 Vaals € 146.900 Hardinxveld-Giessendam € 127.600 Valkenburg aan de Geul € 238.600 Harlingen € 207.100 Valkenswaard € 399.700 Hattem € 186.000 Veendam € 441.200 Heemskerk € 267.200 Veenendaal € 422.500 Heemstede € 178.600 Veere € 295.100 Heerde € 452.500 Veldhoven € 537.800 Heerenveen € 903.900 Velsen € 600.100 Heerlen € 732.300 Venlo € 1.334.200 Heeze-Leende € 437.000 Venray € 831.300 Heiloo € 250.600 Vijfheerenlanden € 392.100 Hellendoorn € 805.300 Vlieland € 127.600 Helmond € 977.100 Vlissingen € 371.900 Hendrik-Ido-Ambacht € 209.600 Voerendaal € 235.300 Hengelo OV € 854.800 Voorschoten € 175.400 Het Hogeland € 1.408.700 Voorst € 566.100 Heumen € 280.200 Vught € 444.600 Heusden € 565.600 Waadhoeke € 1.075.200 Hillegom € 149.200 Waalre € 248.000 Hilvarenbeek € 434.000 Waalwijk € 598.200 Hilversum € 634.200 Waddinxveen € 248.000 Hoeksche Waard € 721.400 Wageningen € 342.900 Hof van Twente € 1.020.300 Weert € 879.400 Hollands Kroon € 1.164.500 West Betuwe € 983.900 Hoogeveen € 855.800 West Maas en Waal € 404.100 Hoorn € 521.500 Westerkwartier € 1.352.800 Horst aan de Maas € 1.054.600 Westerveld € 1.049.500 Houten € 516.700 Westervoort € 127.600 Huizen € 334.500 Westerwolde € 1.019.900 Hulst € 279.800 Weststellingwerf € 696.600 IJsselstein € 238.000 Wierden € 587.800 Kaag en Braassem € 314.900 Wijchen € 574.100 Kampen € 723.500 Wijdemeren € 213.800 Kapelle € 127.600 Wijk bij Duurstede € 269.300 Katwijk € 377.700 Winterswijk € 800.700 Kerkrade € 371.900 Woensdrecht € 544.300 Koggenland € 317.000 Woerden € 491.200 Krimpenerwaard € 319.100 Woudenberg € 174.700 Laarbeek € 433.800 Zaltbommel € 460.900 Land van Cuijk € 2.167.500 Zandvoort € 132.800 Landgraaf € 342.300 Zeewolde € 651.800 Laren (NH.) € 148.300 Zeist € 504.000 Leeuwarden € 1.557.700 Zevenaar € 642.000 Leiden € 616.800 Zoeterwoude € 127.600 Leiderdorp € 192.000 Zuidplas € 509.500 Lelystad € 1.254.100 Zundert € 520.300 Leudal € 931.700 Zutphen € 432.800 Leusden € 363.300 Zwartewaterland € 331.500 Lingewaard € 573.800 Zwijndrecht € 313.400 Lisse € 147.600 Zwolle € 1.294.200 Lochem € 1.063.700 Bijzondere gemeenten (de Caribische openbare lichamen) Aanvrager Plafondbedrag Aanvrager Plafondbedrag Bonaire € 127.600 Sint Eustatius € 127.600 Saba € 127.600