← Nederland

Wijzigingswet Wet milieubeheer, enz. (implementatie Richtlijn (EU) 2023/2413 (bevordering energie uit hernieuwbare bronnen))

Wet van 1 april 2026 tot wijziging van de Wet milieubeheer en de Wet op de accijns in verband met de implementatie van Richtlijn (EU) 2023/2413 van het Europees Parlement en de Raad van 18 oktober 202

3 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2018/2001, verordening (EU) 2018/1999 en Richtlijn 98/70/EG wat de bevordering van energie uit hernieuwbare bronnen betreft, en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2015/652 van de Raad Wijzigingswet Wet milieubeheer, enz. (implementatie Richtlijn (EU) 2023/2413 (bevordering energie uit hernieuwbare bronnen)) Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! Doen te weten: Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het wenselijk is om de Wet milieubeheer en de Wet op de accijns te wijzigen in verband met de implementatie van Richtlijn (EU) 2023/2413 van het Europees Parlement en de Raad van 18 oktober 2023 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2018/2001, verordening (EU) 2018/1999 en Richtlijn 98/70/EG wat de bevordering van energie uit hernieuwbare bronnen betreft, en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2015/652 van de Raad; Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: Artikel I Wijzigt de Wet milieubeheer. Artikel II Wijzigt de Wet op de accijns. Artikel III 1 De verplichtingen bij of krachtens de titels 9.7 en 9.8 van de Wet milieubeheer, zoals deze luidden onmiddellijk voor de inwerkingtreding van deze wet, blijven van toepassing voor het direct aan de datum van inwerkingtreding van deze wet voorafgaande kalenderjaar. 2 Indien de ambtshalve vaststelling van een levering tot eindverbruik over een kalenderjaar tot vijf jaar voor inwerkingtreding van deze wet door toepassing bij of krachtens artikel 9.7.2.4 van de Wet milieubeheer leidt tot de afschrijving of de bijschrijving van een aantal hernieuwbare brandstofeenheden, bedoeld in artikel 9.7.3.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer, zoals dit luidde onmiddellijk voor inwerkingtreding van deze wet, schrijft het bestuur van de emissieautoriteit deze hernieuwbare brandstofeenheden af of bij op de rekening van de leverancier tot eindverbruik, bedoeld in artikel 9.7.5.3 van de Wet milieubeheer, zoals dit luidt na inwerkingtreding van deze wet, als emissiereductie-eenheden conventioneel, geavanceerd, IX-B of overig, als bedoeld in artikel 9.7.3.2, tweede lid, van de Wet milieubeheer, van de sector land, bedoeld in artikel 9.7.3.2, eerste lid, van de Wet milieubeheer, zoals dit luidt na inwerkingtreding van deze wet. 3 Indien de ambtshalve vaststelling van een inboeking over een kalenderjaar tot vijf jaar voor inwerkingtreding van deze wet door toepassing bij of krachtens artikel 9.7.4.13 van de Wet milieubeheer, zoals dit luidde onmiddellijk voor inwerkingtreding van deze wet, leidt tot de afschrijving of de bijschrijving van een aantal hernieuwbare brandstofeenheden, bedoeld in artikel 9.7.3.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer, zoals dit luidde onmiddellijk voor inwerkingtreding van deze wet, schrijft het bestuur van de emissieautoriteit deze hernieuwbare brandstofeenheden af of bij op de rekening van de inboeker, bedoeld in artikel 9.7.5.3 van de Wet milieubeheer, zoals dit luidt na inwerkingtreding van deze wet, als emissiereductie-eenheden conventioneel, geavanceerd, IX-B of overig, als bedoeld in artikel 9.7.3.2, tweede lid, van de Wet milieubeheer, zoals dit luidt na inwerkingtreding van deze wet, waarbij de verdeling van de emissiereductie-eenheden gelijk is aan de beleverde sector van de ambtshalve vastgestelde inboeking in het desbetreffende kalenderjaar en de hernieuwbare brandstofeenheden aan een luchtvaartuig af- of bijgeschreven worden van de sector land. 4 Indien na toepassing van artikel 9.7.5.6 van de Wet milieubeheer, zoals dit luidde onmiddellijk voor inwerkingtreding van deze wet, een aantal hernieuwbare brandstofeenheden is gespaard van de soorten als bedoeld in artikel 9.7.3.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer, zoals dit luidde onmiddellijk voor inwerkingtreding van deze wet, schrijft het bestuur van de emissieautoriteit na inwerkingtreding van deze wet deze hernieuwbare brandstofeenheden bij op de rekening van de leverancier tot eindverbruik, inboeker of de onderneming, bedoeld in artikel 9.7.5.3 van de Wet milieubeheer, zoals dit luidt na inwerkingtreding van deze wet, als emissiereductie-eenheden conventioneel, geavanceerd, IX-B of overig, als bedoeld in artikel 9.7.3.2, tweede lid, van de Wet milieubeheer, zoals dit luidt na inwerkingtreding van deze wet, waarbij de verdeling van de emissiereductie-eenheden per soort over de sectoren plaatsvindt op basis van de sectorverdeling in de inboekingen over kalenderjaar 2025 en de hernieuwbare brandstofeenheden die voor een levering hernieuwbare energie aan een luchtvaartuig bijgeschreven zijn aan de sector land toegerekend worden. 5 De omrekening van gigajoule hernieuwbare energie van een hernieuwbare brandstofeenheid als bedoeld in artikel 9.7.3.1, tweede lid, van de Wet milieubeheer, zoals dit luidde onmiddellijk voor inwerkingtreding van deze wet, naar kg CO2-equivalent-ketenemissiereductie van een emissiereductie-eenheid als bedoeld in artikel 9.7.3.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer, zoals dit luidt na inwerkingtreding van deze wet, vindt plaats op basis van de door het bestuur van de emissieautoriteit vastgestelde broeikasgasemissiereductiebijdrage van de ingeboekte hernieuwbare energie, bedoeld in artikel 33 van de Regeling energie vervoer, zoals gepubliceerd uiterlijk op 1 juli 2025, met dien verstande dat de bijdrage van betere fossiele brandstof, bedoeld in artikel 9.8.1.1 van de Wet milieubeheer, zoals dit luidde onmiddellijk voor inwerkingtreding van deze wet, van de berekening voor de vaststelling is uitgezonderd. Artikel IV Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden. Gegeven te ’s-Gravenhage 1 april 2026 Willem-Alexander De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, A. Bertram de eenentwintigste april 2026 De Minister van Justitie en Veiligheid, D.M. van Weel

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.