Beleidsregel bijdrage sociaal-culturele en educatieve activiteiten minimaBURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN PEEL EN MAAS Gelet op: artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;artikel 35 van de Wet werk en bijstand. Overwegende dat: het wenselijk is een bijdrageregeling voor de deelname aan sociaal-culturele en educatieve activiteiten vast te stellen voor de minima; BESLUITEN: Vast te stellen de volgende beleidsregel: Beleidsregel bijdrage sociaal-culturele en educatieve activiteiten minima Hoofdstuk1 Artikel1Begripsbepalingen 1Rechthebbende:a. de alleenstaande van 18 jaar of ouder zonder of met geringe draagkracht uit inkomen en zonder in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 5 en 7;b. de alleenstaande ouder van 18 jaar en ouder zonder of met geringe draagkracht uit inkomen en zonder in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 5 en 7; c. gehuwden, dan wel daarmee volgens de Wet werk en bijstand gelijkgestelden, zonder of met geringe draagkracht uit inkomen en zonder in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 5 en 7. 2Kosten sociaal-culturele activiteiten:Dit betreft activiteiten die een positieve bijdrage leveren aan de sociale, culturele en/of sportieve ontwikkeling van belanghebbende en een bijdrage kunnen leveren aan de voorkoming of opheffing van een sociaal-maatschappelijk isolement, zoals: a. lidmaatschap/contributie verenigingen, clubs, organisaties en instellingen en direct daarmee samenhangende kosten;b. zwem- en muzieklessen voor het behalen van diploma A en B;c. kosten vrij zwemmen;d. abonnement krant en TV gidse. lidmaatschap kerkradio;f. vormingscursussen en –activiteiten;g. alle soorten van sportbeoefening;h. abonnement op telefoonaansluitingen;i. EHBO lessen, enz. 3Kosten educatieve activiteiten:Bedoeld worden onvermijdelijke kosten die ouders hebben als hun kinderen naar school gaan en waarvoor zij als gevolg van hun inkomen onvoldoende middelen hebben om deze te bekostigen, zoals:a. kosten van schoolreizen en kampwekenb. overblijfkosten;c. gym- en regenkleding;d. fiets;e. boekentas en bureau;f. internetaansluiting;g. ouderbijdragen. 4Bijdrage:Geldelijke bijdrage in de kosten van deelname aan onder 2 en 3 genoemde activiteiten. 5Netto inkomen:Een inkomen als bedoeld in artikel 32 van de Wet werk en bijstand. Zie artikel 4 lid 2. 6Van toepassing zijnde bijstandsnorm:De in de artikelen 20, 21 en 22 van de Wet werk en bijstand en in de “Verordening Toeslagen” genormeerde bedragen. 7Minderjarig kind:Het tot het gezin behorend kind ouder dan 4 en jonger dan 18 jaar, waarvoor de ouder(
- s)en/of verzorger(
- s)in overwegende mate in de kosten van levensonderhoud voorzien. Voor het kind jonger dan 4 jaar dienen de kosten aantoonbaar te zijn. 8Peildatum: 1 augustus. Artikel2Kring van rechthebbenden 1Voor een bijdrage komen in aanmerking:a. rechthebbenden als bedoeld in artikel 1 lid 1;b. die Nederlander zijn dan wel met Nederlanders gelijkgesteld kunnen worden in overeenstemming met artikel 11 lid 2 en 3 van de Wet werk en bijstand;c. die ingeschreven staan in het bevolkingsregister van de gemeente en daar hun hoofdverblijf hebben. 2Voor een bijdrage komen tevens in aanmerking personen bedoeld in het eerste lid die zelfstandig wonen in een begeleid wonen project. 3Geen recht op een bijdrage hebben:a. personen verblijvend in een inrichting als bedoeld in artikel 1 onder g van de Wet werk en bijstand;b. personen van 18 jaar en ouder die in aanmerking komen voor WTOS (Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten) of voor WSF 2000 (Wet studiefinanciering 2000). Artikel3Hoogte van de bijdrage 1De bijdrage in de kosten van deelname aan sociaal culturele activiteiten bedraagt voor iedere rechthebbende van 18 jaar en ouder € 100,00 per jaar. 2De bijdrage in de kosten van deelname aan sociaal culturele activiteiten bedraagt voor elk minderjarig kind € 155,00 per jaar. 3De bijdrage in de kosten van educatieve activiteiten bedraagt:a. € 75,00 per jaar per kind op de basisschool;b. € 150,00 per jaar per kind op de middelbare school;c. € 300,00 eenmalig per kind bij de overgang van basisschool naar middelbare school. 4De bijdrage kan jaarlijks worden aangepast met het wettelijke indexeringspercentage voor alimentatie. Het bedrag wordt afgerond op hele euro’s. De geldende bedragen staan vermeld in de bij deze beleidsregel behorende bijlage. Artikel4Bepalen van het inkomen 1Het inkomen wordt vastgesteld op het moment van de peildatum. 2Het inkomen wordt vastgesteld op het netto inkomen over de laatste betalingsperiode voorafgaand aan de peildatum, omgerekend naar een maandbedrag. 3Als ten tijde van de aanvraag sprake is van een inkomensachteruitgang ten opzichte van de peildatum van 15% of meer, geldt onder lid 1 en 2 de aanvraagdatum in plaats van de peildatum. Artikel5Inkomensgrens a. Bij een netto inkomen tot 115% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm heeft men recht op de volledige vergoeding;b. Bij een netto inkomen tussen 115% en 130% van toepassing zijnde bijstandsnorm heeft men recht op 50% van de bijdrage;c. Bij een netto inkomen van meer dan 130% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm heeft men geen recht op een bijdrage. Artikel6Bepalen van het vermogen 1Het vermogen wordt vastgesteld op het moment van de peildatum. 2Het vermogen wordt vastgesteld op de som van de actuele saldi van alle bank-, giro-, spaar- en/of effectenrekeningen van de alleenstaande dan wel het gezin. Er geldt een extra vermogensvrijlating voor 65 plussers die geen begrafenisverzekering hebben afgesloten (zie bijlage 1.). 3Als ten tijde van de aanvraag sprake is van een verantwoorde intering van het vermogen ten opzichte van de peildatum, geldt onder lid 1 en 2 de aanvraagdatum in plaats van de peildatum. Artikel7Draagkracht uit vermogen De draagkracht uit vermogen bedraagt 100% bij een vermogen boven de vermogensgrens als bedoeld in artikel 34 van de Wet werk en bijstand. Artikel8Recht op een tegemoetkoming 1Voor de vaststelling van het recht op een bijdrage is vereist dat de rechthebbende als bedoeld in artikel 1 lid 1 ten behoeve van zichzelf, zijn partner en/of minderjarig(
- e)kind(eren), kosten heeft (gehad) in verband met het deelnemen aan het maatschappelijke verkeer in de vorm van sociaal-culturele en/of educatieve activiteiten. 2Het recht op een bijdrage wordt jaarlijks beoordeeld en vangt aan op de peildatum. 3Wanneer er tijdens het jaar recht op een bijdrage ontstaat of verloren gaat bestaat maximaal voor een half jaar recht op de bijdrage. De halfjaarlijkse periodes lopen van 1 juli tot en met 31 december en van 1 januari tot en met 30 juni. Artikel9Aanvraag 1De aanvraag voor vergoeding van de kosten van of in verband met deelname aan activiteiten wordt gedaan door middel van het daarvoor door het college van burgemeester en wethouders vastgestelde formulier. 2De aanvrager is gehouden de gevraagde gegevens te overleggen. 3Indien de gegevens van rechthebbende(
- n)bij de gemeente bekend zijn, kan de bijdrage ambtshalve worden toegekend. Artikel10Controle Controle op de besteding van de bijdrage kan achteraf plaatsvinden door middel van een steekproef. Artikel11Citeertitel en inwerkingtreding 1Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel bijdrage sociaal-culturele en educatieve activiteiten minima. 2Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag, volgende op die van haar bekendmaking. 3De beleidsregel bijdrage sociaal-culturele en educatieve activiteiten, zoals vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Peel en Maas op 12 oktober 2010, wordt ingetrokken met ingang van de datum waarop deze beleidsregel in werking treedt. Peel en Maas, 15 maart 2011 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Peel en Maas, de gemeentesecretaris, de burgemeester, drs. H. Mensink W.J.G. Delissen-van Tongerlo Voor 2011 worden de bedragen aangepast en verhoogd volgens het hieronder aangegeven overzicht.1 Bedragen zoals vermeld in art 3. Hoogte van de bijdrage. Artikel 3 . Hoogte van de bijdrage1. bedrag genoemd; deelname aan sociaal culturele activiteiten 18jeo : € 100,-2. bedrag genoemd; deelname aan sociaal culturele activiteiten kinderen : € 155,- 3. onder a; educatieve activiteiten basisschool : € 75,- per kind onder b; middelbare school : € 150,- per kind onder c; eenmalig overgang van basis naar middelbare school : € 300,- per kind Bedrag zoals vermeld in art 6. Draagkracht uit vermogen Artikel 6 onder 2: Draagkracht uit vermogen Vrijstelling kosten van uitvaart: € 2.300,- per persoon van 65 jaar e.o..