Mandaatbesluit Ede 2011 De burgemeester en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ede, ieder voor zover het zijn eigen bevoegdheid betreft; Gelet op afdeling 10.1.1 Algemene wet bestuursrecht; Gelet op het Organisatiebesluit van de gemeente Ede, vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders op 29 maart 2005, gewijzigd vastgesteld op 27 april 2010; Besluiten: De uitoefening van de bevoegdheden zoals vermeld in de overzichten behorende bij dit besluit op te dragen aan de gemeentesecretaris/algemeen directeur respectievelijk externen (hierna: de gemandateerde); Het tekenen van de stukken zoals vermeld in de overzichten behorende bij dit besluit op te dragen aan de daarbij genoemde functionaris; Ten aanzien van de uitoefening van de onder I. en II. van dit besluit bedoelde mandaten de volgende algemene bepalingen vast te stellen: Artikel 1 In de volgende gevallen waarin sprake is van een namens de burgemeester of het college van burgemeester en wethouders te nemen besluit, legt de gemandateerde dit vooraf aan de burgemeester dan wel de betrokken portefeuillehouder voor: indien het voornemen bestaat tot aanvulling of afwijking van het tot dan gevoerde beleid; indien er, behalve in zaken met een routinematig karakter, rekening mee is gehouden dat de burgemeester, het college of de betrokken portefeuillehouder op zijn verantwoordelijkheid voor het te nemen besluit zal worden aangesproken; indien uit het te nemen besluit niet voorziene financiële of andere belangrijke consequenties kunnen voortvloeien; indien de burgemeester (in zijn hoedanigheid van bestuurlijk coördinator), de betrokken portefeuillehouder of de secretaris (in zijn hoedanigheid van ambtelijk coördinator) dit kenbaar heeft gemaakt. Artikel 2 Indien bij een te nemen besluit een andere gemeentelijke sector belang heeft of de betreffende zaak het taakgebied van een andere gemeentelijke sector raakt, legt de gemandateerde de zaak vooraf aan het hoofd van die sector voor. Indien met hem/haar geen overeenstemming wordt bereikt, legt de gemandateerde de zaak aan de burgemeester of de betrokken portefeuillehouder voor. Artikel 3 Bij de uitoefening van afdoening- of ondertekeningmandaat worden uitgaande stukken als volgt ondertekend: “Namens de burgemeester van Ede, met vriendelijke groet,” gevolgd door de handtekening, de naam en de functieaanduiding van de gemandateerde of “Namens burgemeester en wethouders, met vriendelijke groet,” gevolgd door de handtekening, de naam en de functieaanduiding van de gemandateerde. Artikel 4 Behalve in zaken met een routinematig karakter geldt ondertekeningmandaat niet voor stukken, gericht aan de Kroon, Minister, Commissaris van de Koningin, Gedeputeerde Staten en de raad van de gemeente Ede. Artikel 5
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.