Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leiden houdende regels omtrent scholing en educatie WWB, IOAW en IOAZ Beleidsregels scholing en educatieHet college van burgemeester en wethouders van Leiden Gelet op artikel 10 van de Wet werk en bijstand, de artikelen 34, 35 en 36 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en de artikelen 34, 35 en 36 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, artikel 17 Re-integratieverordening gemeente Leiden 2008 en artikel 20 van de Afstemmingsverordening gemeente Leiden 2008 besluit vast te stellen BELEIDSREGELS SCHOLING OF EDUCATIE WWB, IOAW EN IOAZ GEMEENTE LEIDEN 2008 Hoofdstuk1Algemeen Artikel1Begripsbepalingen De begripsbepalingen als bedoeld in de artikelen 1, 2 en 3 Re-integratieverordening Leiden 2008 zijn van overeenkomstige toepassing. Daarnaast wordt in deze verordening verstaan onder: scholing: het systematisch verwerven van arbeidsmarktrelevante kennis en/of vaardigheden voor de uitoefening, het behoud of het verkrijgen van een taak, functie of (zelfstandig) beroep onder begeleiding van daartoe aangestelde docenten. Het betreft een kwalificerende scholing voor zowel het uitoefenen als het verkrijgen van een (deel)kwalificatie voor taak, functie of beroep. Vaardigheidstrainingen vallen niet onder scholing; noodzakelijke scholing: scholing als bedoeld onder a, die naar het oordeel van het college bijdraagt aan de arbeidsinschakeling; niet noodzakelijke scholing: scholing als bedoeld onder a, die naar het oordeel van het college niet bijdraagt aan de arbeidsinschakeling Hoofdstuk2Noodzakelijke scholing en educatie Artikel2Aanbod 1.Het college kan aan een belanghebbende noodzakelijke scholing of educatie als bedoeld in artikel 17 van de Re-integratieverordening Leiden 2008 aanbieden, indien de opleiding of scholing bestaat uit het systematisch verwerven van kennis dan wel vaardigheden volgens een vooraf vastgesteld programma, waarbij de verworven kennis en vaardigheden worden getoetst. 2.De scholing of educatie is in ieder geval noodzakelijk indien aannemelijk is: dat een belanghebbende niet zonder opleiding of scholing een voor hem passend beroep of functie kan uitoefenen op de arbeidsmarkt en dat de voorgestelde scholing of educatie daartoe een adequaat middel is;en dat de scholing of educatie relevant is voor de arbeidsmarkt. 3.De noodzakelijke scholing of educatie bestaat in overwegende mate uit het verrichten van activiteiten die niet productie als doel hebben. 4.De noodzakelijke scholing of educatie leidt, bij voorkeur, op tot een algemeen erkend diploma. Artikel3Duur 1.Scholing of educatie als bedoeld in artikel 2 duurt maximaal één jaar. 2.In afwijking van lid 1 kan het college, gelet op alle omstandigheden, een langere duur voor scholing of educatie toestaan. Artikel4Uitsluiting Een uitkeringsgerechtigde heeft geen recht op scholing of educatie als hij binnen 6 maanden na beëindiging van de bijstand of uitkering weer een beroep op bijstand of uitkering doet en in de bijstands- of uitkeringsperiode voorafgaand aan de beëindiging scholing of educatie is aangeboden. Artikel5Vergoeding van de kosten 1.Het college vergoedt de kosten van noodzakelijke scholing of educatie zoals bedoeld in artikel 2 tot een hoogte van maximaal € 5000,00 exclusief BTW per jaar. 2.Onder de kosten als bedoeld in lid 1 worden de totale kosten verstaan, waaronder begrepen de kosten voor intake, begeleiding, reizen, leermiddelen en examen. 3.Het college kan, gelet op alle omstandigheden van een belanghebbende, besluiten om een hoger bedrag als bedoeld in lid 1 ter beschikking te stellen. Hoofdstuk3Niet noodzakelijke scholing en educatie Artikel6Toestemming Het college kan voor het volgen van niet noodzakelijke scholing of educatie toestemming verlenen. Er is geen toestemming als bedoeld in lid 1 vereist als de scholing of educatie betreft: een opleiding of cursus die in de avonduren of de weekeinden wordt gevolgd; een volledig schriftelijke opleiding of cursus; algemene vaardigheidstrainingen of vormingsactiviteiten; of een scholing die korter dan 6 maanden duurt en minder dan 8 lesuren per week in beslag neemt, mits deze het voldoen aan de verplichtingen als bedoeld in artikel 8 lid 1 en lid 2 Re-integratieverordening niet belemmert. Artikel7Kosten Het college vergoedt geen kosten van niet noodzakelijke scholing of educatie. Hoofdstuk4Verplichtingen Artikel8Inlichtingenplicht 1.Een belanghebbende doet aan het college uit eigen beweging of op verzoek direct mededeling van een scholing die hij volgt dan wel zal volgen, alsmede van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze van invloed kunnen zijn op het recht op een scholing of educatie. 2.Een belanghebbende is verplicht aan het college, daarnaar gevraagd, medewerking te verlenen aan de uitvoering van deze beleidsregels Hoofdstuk5Uitvoeringsbepalingen Artikel9Vaststelling recht 1.Het college stelt het recht op noodzakelijke scholing of educatie ambtshalve of, als dit niet mogelijk is, op schriftelijke aanvraag vast. 2.Het college bepaalt, als dit noodzakelijk is, welke gegevens een belanghebbende voor de vaststelling van het recht op scholing of educatie moet verstrekken, alsmede het de wijze en het tijdstip waarop hij de gegevens moet verstrekken. 3.Het college hanteert bij het beoordelen van een scholing of educatie het protocol als weergegeven in de bijlage bij dit besluit. Artikel10Herziening en intrekking Het college kan het recht op scholing of educatie herzien of intrekken: als het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenverplichting als bedoeld artikel 8 lid 1 geleid heeft tot een ten onrechte of te hoog verstrekte vergoeding van de kosten voor scholing of educatie; als anderszins een vergoeding ten onrechte of tot een te hoog bedrag verstrekt is. Artikel11Terugvordering Als het college een besluit tot herziening of intrekking als bedoeld in artikel 10 genomen heeft, kan het een ten onrechte of te hoog verstrekte vergoeding terugvorderen. Hoofdstuk6Slotbepalingen Artikel12Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van een belanghebbende afwijken van de bepalingen in deze beleidsregels, indien strikte toepassing ervan tot onbillijkheden van zwaarwegende aard zou leiden. Artikel13Onvoorziene situaties In gevallen waarin de bepalingen van deze beleidsregels niet voorzien, neemt het college een besluit, waarbij zoveel mogelijk aansluiting wordt gezocht bij vergelijkbare situaties met inachtneming van alle omstandigheden van een uitkeringsgerechtigde. Artikel14Citeertitel Deze beleidsregels worden aangehaald als: “Beleidsregels scholing en educatie” Artikel15Inwerkingtreding Deze beleidsregels treden in werking met ingang van <datum> Nota-toelichting Toelichting op de beleidsregels scholing of educatie gemeente Leiden 2008.Algemeen. In de Wet werk en bijstand (WWB), het Inkomensbesluit Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) en Inkomensbesluit Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) is, geregeld dat uitkeringsgerechtigden aanspraak op voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling hebben. Blijkens de toelichting is scholing één van de voorzieningen, indien het de verwachting is dat deze scholing leidt tot een betere inschakeling in het arbeidsproces. De gemeente kan daar zelf beleid voor ontwikkelen, mits dit goed beschreven staat in de re-integratieverordening. Deze beleidsregels zijn daar het gevolg van. Voor de beleidsregels is aansluiting gezocht bij het scholingsprotocol van het Uitvoeribgsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV). Enerzijds omdat dit protocol zich in de praktijk heeft bewezen, anderzijds omdat voor met name uitkeringsgerechtigden die van uit de WW of de WIA doorstromen naar de WWB er dan sprake is van een gelijkluidend kader als het om scholing gaat. Door het toepassen van deze beleidsregels en het bijbehorende protocol, ligt de beslissingsbevoegdheid bij de casemanager re-integratie, zolang er binnen de kaders gebleven wordt, maar kan er invulling gegeven worden aan individueel maatwerk door buiten de kaders te treden. Artikelsgewijze toelichting Daar waar hierna geen toelichting wordt gegeven worden de beleidsregels voldoende duidelijk geacht. Artikel 2 Elke persoon die tot één van de doelgroepen van de Re-integratieverordening behoort, kan een vorm van scholing of educatie aangeboden krijgen. Deze scholing moet echter wel aan enkele voorwaarden voldoen zoals omschreven in dit artikel. In lid 4 wordt gesteld dat de scholing of educatie, bij voorkeur leidt tot een algemeen erkend diploma. Hier is voor gekozen omdat met een algemeen erkend diploma de belanghebbende beter toegerust is voor de arbeidsmarkt. Er zijn overigens situaties denkbaar dat een scholing of educatie zeer noodzakelijk is om de kans op arbeidinschakeling, van een individuele cliënt, te vergroten, terwijl er geen sprake is van een algemeen erkend diploma, maar bijvoorbeeld van een in-company training. Artikel 3 Scholing die langer dan één jaar duurt is niet uitgesloten van deze voorziening, maar zal een extra toetsing moeten ondergaan die buiten de kaders van het gehanteerde protocol gaan. Artikel 4 Het recht op scholing of educatie is gebaseerd op bepaalde omstandigheden van de persoon. Indien blijkt dat deze omstandigheden niet overeenkomen met de werkelijkheid door geen, onvolledige of onjuiste informatie van de persoon, dan is er geen recht op scholing of educatie. Het tweede lid is opgenomen om te voorkomen dat een uitkeringsgerechtigde steeds opnieuw een beroep kan doen op scholing en educatie, zonder dat de vorige inzet tot een duurzaam resultaat heeft geleid. Overigens betekent de termijn van zes maanden dat cliënten die de scholing of educatie in de vorm van een traject hebben gevolgd, vrijwel altijd nog onder een voorziening van nazorg vallen en dus nog op basis van een eerdere overeenkomst begeleid worden. Artikel 5 Dit artikel is zo ingericht dat de casemanager re-integratie, mits het protocol als bedoeld in artikel 9 lid 3 gevolgd is, een scholing of educatie kan aanbieden, als het totaalbedrag met alle bijkomende kosten niet boven de € 5000,00 exclusief BTW komt. Lid 3 is toegevoegd om, in die bijzondere gevallen dat de casemanager tot de conclusie komt dat hogere kosten aanvaardbaar zijn, het mogelijk te maken dat de desbetreffende persoon een duurdere scholing of educatie krijgt aangeboden. Artikel 6 Als er sprake is van een niet noodzakelijke scholing dient het college toestemming te verlenen. Voor in ieder geval de in lid 2 vermelde vormen van scholing is geen toestemming nodig. Deze vormen van scholing kunnen gevolgd worden, voor zover zij de directe arbeidsinschakeling en de door het college geboden ondersteuning of voorziening niet belemmeren. Artikel 8 Naast de algemene inlichtingenplicht voortvloeiende uit artikel 17 WWB, artikel 13 IOAW, artikel 13 IOAZ, dan wel op grond van artikel 8 lid 4 en artikel 9 lid 1 Re-integratieverordening is het aannemelijk dat voor de vaststelling van het recht op scholing of educatie, of het voortduren van dit recht, er nadere gegevens nodig zijn. In dit artikel wordt de persoon verplicht om deze gegevens aan te leveren en actueel te houden. Artikel 9 In dit artikel is met name lid 3 van belang. Hierin wordt geregeld dat het protocol, dat als bijlage aan de beleidsregels is toegevoegd, gehanteerd moet worden. De afweging die leidt tot het wel of niet aanbieden van scholing of educatie is daarmee toetsbaar geworden. Dit betekent overigens dat de casemanager re-integratie een rapportage van het gebruik van het protocol zal moeten opstellen per individuele beslissing. Artikel 10 Een vergoeding vaneen scholing of educatie kan als subsidie in de zin van artikel 4:21 lid 1 Algemene wet bestuursrecht (Awb) aangemerkt te worden. Beëindiging, herziening of intrekking van een dergelijke vergoeding op grond van de WWB, IOAW of IOAZ is niet mogelijk, daar deze geen bijstand of uitkering betreft dan wel daarmee gelijkgesteld is in die wetten. Met andere woorden, er is geen (bestuursrechtelijke) grondslag in de WWB, IOAW of IOAZ aanwezig, daar geen bepaling voor beëindiging, herziening of intrekking van een vergoeding voor scholing of educatie opgenomen is. Beëindiging, herziening of intrekking van een vergoeding voor scholing of educatie dient dan ook op grond van Afdeling 4.2.6 van de Awb te geschieden, omdat het een subsidie betreft. Uit de term ‘kan’ blijkt dat het een bevoegdheid van het college betreft. Het college kan derhalve per individuele situatie op grond van de reden van ten onrechte verstrekte vergoeding voor scholing of educatie, de mate van financiële benadeling en de omstandigheden van een uitkeringsgerechtigde besluiten al dan niet tot herziening of intrekking over te gaan. Indien tot herziening of intrekking besloten wordt, vereist het gebruik maken van deze bevoegdheid echter wel een zorgvuldig onderzoek en rapportage alsmede een beschikking die specifiek gemotiveerd is. Artikel 11 In de WWB, IOAW of IOAZ zijn geen specifieke bepalingen voor terugvordering van een ten onrechte verstrekte vergoeding voor scholing of educatie opgenomen. De geldende terugvorderingsbepalingen in die wetten bieden daartoe eveneens geen mogelijkheid, omdat een dergelijke vergoeding geen bijstand of uitkering is.Terugvordering is om voorgaande reden ook niet mogelijk op grond van onderhavig artikel van deze beleidsregels. Terugvordering van een vergoeding voor scholing of educatie dient dan ook op grond van Afdeling 4.2.7 van de Awb te geschieden, omdat het een subsidie betreft. Terugvordering van een vergoeding voor scholing of educatie is met toepassing van art. 4:57 Awb alleen mogelijk op grond van de zgn. onverschuldigde betaling conform artikel 6:203 Burgerlijk Wetboek. Dit is een procedure voor de civiele rechter om een dwanginvorderingstitel voor de ten onrechte verstrekte vergoeding te verkrijgen, nadat een belanghebbende, na aanmaning, in gebreke is gebleven de kosten terug te betalen. Om van een onverschuldigde betaling van de gemaakte kosten te kunnen spreken, dient daaraan echter altijd het hierboven gemelde besluit tot beëindiging, herziening of intrekking vooraf te zijn gegaan. De terugvordering betreft overigens betreft een kan-bepaling. Er kan per geval o.g.v. de reden van ten onrechte verstrekte vergoeding, de mate van financiële benadeling en de omstandigheden van een belanghebbende besloten worden al dan niet tot terugvordering over te gaan. Indien tot terugvordering besloten wordt, vereist het gebruik maken van deze bevoegdheid een zorgvuldig onderzoek en rapportage alsmede een beschikking die specifiek gemotiveerd is. PROTOCOL SCHOLING EN EDUCATIEGEMEENTE LEIDEN 2008 1.Definitie van scholing Voor het protocol wordt de volgende definitie van scholing gehanteerd: Opleiding of scholing is het systematisch verwerven van arbeidsmarktrelevante kennis en/of vaardigheden voor de uitoefening, het behoud of het verkrijgen van een taak, functie of (zelfstandig) beroep onder begeleiding van daartoe aangestelde docenten. Het dient zowel voor het uitoefenen als het verkrijgen van een (deel)kwalificatie voor taak, functie of beroep. Het betreft dus kwalificerende scholing. Vaardigheidstrainingen vallen niet onder scholing. 2.Doelgroep van het protocol De doelgroep van het scholingsprotocol zijn in principe alle uitkeringsgerechtigden zoals bedoeld in artikel 2, onder lid b en e van de Re-integratieverordening Leiden 2008 waarvan is vastgesteld dat een re-integratietraject mogelijk is. Voordat het scholingsprotocol wordt toegepast, heeft de casemanager dus al vastgesteld of re-integratie mogelijk is en of de uitkeringsgerechtigde gemotiveerd is voor het volgen van een re-integratietraject. Blijkt de motivatie te ontbreken, dan moet vastgesteld worden of dit verwijtbaar is, dat wil zeggen aan de uitkeringsgerechtigde toegerekend kan worden. 3.Beoordeling op indicatoren Het protocol scholing bestaat uit drie onderdelen: Het bepalen van de noodzakelijkheid van scholing. Het toetsen van de scholing op basis van de regelgeving en de kostenbaten-verhouding. Het beoordelen van de schoolbaarheid van de uitkeringsgerechtigde. In onderdeel A wordt bepaald of scholing noodzakelijk is. De stappen die hierbij gezet moeten worden, zijn opgenomen in paragraaf
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.