Reglement voor de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens van de gemeente Westland Burgemeester en wethouders van de gemeente gelet op de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegeven
Art. 100Wet GBA Buitenlandse EU-overheden Ter uitvoering van de opgedragen taken.
Vrije derde Maximaal de gegevens genoemd in art. 100,
Art. 100Wet GBA Buitenlandse niet EU-overheden (met passend beschermingsniveau Art.
76 WBP) www.cbpweb.nl Ter uitvoering van de opgedragen taken en er moet sprake zijn van een Nederlsnds publiek belang! Advies: toestemming burger vragen. Vrije derde Maximaal de gegevens genoemd in art. 100,
Art. 100Wet GBA Art.
76 WBP Buitenlandse vertegenwoordigingen hier te lande Ter uitvoering van de opgedragen taken. Vrije derde Maximaal de gegevens genoemd in art. 100,
Art. 100
Wet GBA Crematoria, begraafplaatsen (niet-gemeentelijke) Voor de bijhouding van registraties verband houdende met het begraven en cremeren. Vrije derde Maximaal de gegevens genoemd in art. 100,
Art. 100Wet GBA Culturele organisaties Voor de aan deze organisaties opgedragen taken.
Vrije derde Maximaal de gegevens genoemd in art. 100,
Art. 100
Wet GBA Fondsverwervende organisaties Voor de aan deze organisaties opgedragen taken. Vrije derde Maximaal de gegevens genoemd in art. 100,
Art. 100
Wet GBA Instellingen/organisaties ten behoeve van: -Maatschappelijke dienstverlening -Algemene/geestelijke gezondheidszorg -Kinderopvang -Jeugdwelzijnswerk -Ouderenzorg -Gehandicaptenzorg -Werkvoorziening Voor de aan deze organisaties opgedragen taken. Vrije derde Maximaal de gegevens genoemd in art. 100,
Art. 100
Wet GBA Juridisch loket (Indien de vraag komt van een advocaat van het Juridisch loket t.b.v. een gerechtelijke procedure = verplichte berde) Voor het bijhouden van de ledenadministratie Vrije derde Maximaal de gegevens genoemd in art. 100,
Art. 100
Wet GBA Kerken (niet zijnde de SILA) Voor het bijhouden van de ledenadministratie Vrije derde Maximaal de gegevens genoemd in art. 100,
Art. 100
Wet GBA Kredietbank (privaatrechtelijk, bijvoorbeeld een stichting) Voor de aan deze organisatie opgedragen taken. Vrije derde Maximaal de gegevens genoemd in art. 100,
Art. 100
Wet GBA Inburgeringsbureaus (niet gemeentelijk) Voor het bijhouden van de ledenadministratie Vrije derde Maximaal de gegevens genoemd in art. 100,
Art. 100
Wet GBA Migrantenorganisaties Voor het bijhouden van de ledenadministratie Vrije derde Maximaal de gegevens genoemd in art. 100,
Art. 100
Wet GBA Natuurlijke personen Vooraf schriftelijke toestemming betrokkene (persoon/gezaghouder) Vrije derde Maximaal de gegevens genoemd in art. 100,
Art. 100
Wet GBA Onderwijsinstellingen (zie onderstaande tekst bij ‘Scholen’) Voor het bijhouden van de ledenadministratie Vrije derde Maximaal de gegevens genoemd in art. 100,
Art. 100
Wet GBA Ouderenorganisaties Voor het bijhouden van de ledenadministratie Vrije derde Maximaal de gegevens genoemd in art. 100,
Art. 100
Wet GBA Patiëntenverenigingen Voor het bijhouden van de ledenadministratie Vrije derde Maximaal de gegevens genoemd in art. 100,
Art. 100Wet GBA Pensioenfondsen Voor de aan deze organisaties opgedragen taken.
Vrije derde Maximaal de gegevens genoemd in art. 100,
Art. 100
Wet GBA Plaatselijke afdelingen van politieke partijen Voor het bijhouden van de ledenadministratie Vrije derde Maximaal de gegevens genoemd in art. 100,
Art. 100
Wet GBA Reclassering/verslaafden-zorg Voor de aan deze organisaties opgedragen taken. Vrije derde Maximaal de gegevens genoemd in art. 100,
Art. 100
Wet GBA Sportorganisaties en -verenigingen Voor het bijhouden van de ledenadministratie Vrije derde Maximaal de gegevens genoemd in art. 100,
Art. 100Wet GBA Thuiszorgorganisaties Voor de aan deze organisaties opgedragen taken.
Vrije derde Maximaal de gegevens genoemd in art. 100,
Art. 100
Wet GBA Vakorganisaties Voor het bijhouden van de ledenadministratie Vrije derde Maximaal de gegevens genoemd in art. 100,
Art. 100
Wet GBA Verenigingen en stichtingen met maatschappelijk of filantropisch doel Voor de aan deze organisaties opgedragen taken. Vrije derde Maximaal de gegevens genoemd in art. 100,
Art. 100
Wet GBA Vrouwenorganisaties Voor het bijhouden van de ledenadministratie Vrije derde Maximaal de gegevens genoemd in art. 100,
Art. 100
Wet GBA Woningbouwverenigin-gen/woningcorporaties Ten behoeve van de bijhouding van de huurdersadministratie en de woningtoewijzing Vrije derde Maximaal de gegevens genoemd in art. 100,
Art. 100
Wet GBA Ziekenhuizen Voor het uitoefenen van patiëntenzorg, het verlenen van medische zorg en het innen van rekeningen ivm die zorg Vrije derde Maximaal de gegevens genoemd in art. 100,
Art. 100
Wet GBA BIJLAGE 7Lijst van binnengemeentelijke afnemers die zijn aangewezen tevens mededeling te doen in verband met andere dan authentieke gegevens die aan hen verstrekt zijn. Wie Gegevens De raad van de gemeente Westland; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. xxxx, nr. xxx; gelet op het bepaalde in artikel 1.25 van de Wet kinderopvang en artikel 149 van de Gemeentewet; overwegende dat het noodzakelijk is de verlening, de voorschotverlening en de vaststelling van de tegemoetkoming van de gemeente in de kosten van kinderopvang bij verordening te regelen; besluit: vast te stellen de volgende verordening: Verordening Wet kinderopvang Westland. §
- ALGEMENE BEPALINGENArtikel 1 BegripsbepalingenIn deze verordening wordt verstaan onder: a. het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Westland; b. de wet: de Wet kinderopvang; c.kinderopvang: gastouderbureaus, gastouderopvang, kinderdagopvang, peuteropvang, en buitenschoolse opvang. §
- VASTSTELLING NOODZAAK VAN KINDEROPVANG OP GROND VAN SOCIAAL-MEDISCHE INDICATIEArtikel 2 Te verstrekken gegevensEen aanvraag tot vaststelling van de noodzaak van kinderopvang op grond van een sociaal-medische indicatie als bedoeld in artikel 1.23 van de wet bevat in ieder geval de volgende gegevens: a.naam en adres van de ouder; b.indien van toepassing: naam van de partner en, indien dit een ander adres is dan het adres van de ouder: het adres van de partner; c.naam en geboortedatum van het kind of de kinderen waarop de aanvraag betrekking heeft; d. overige gegevens die het college nodig acht om te kunnen besluiten over de aanvraag van de tegemoetkoming. Het college kan bepalen dat de aanvraag geschiedt met behulp van een door het college vastgesteld en beschikbaar gesteld aanvraagformulier. Indien de ouder een partner heeft, wordt de aanvraag mede ondertekend door de partner. Artikel 3 BeslistermijnHet college besluit over de aanvraag binnen acht weken na ontvangst van alle benodigde gegevens. Het college kan dit besluit met ten hoogste vier weken verdagen. Het college stelt de ouder hiervan schriftelijk in kennis. Artikel 4 Inhoud van de beschikkingHet besluit tot vaststelling van de noodzaak van kinderopvang op grond van een sociaal-medische indicatie bevat in ieder geval: a. de geldigheidsduur van de indicatie; b. de omvang van de kinderopvang die noodzakelijk wordt geacht. Artikel 5 WeigeringsgrondenHet college weigert de noodzaak van kinderopvang op grond van een sociaal-medische indicatie vast te stellen indien: a. de ouder en de partner al een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang ontvangt of kan ontvangen; of b. de ouder of de partner niet behoort tot de personen als bedoeld in artikel 1.6, eerste lid, onderdeel k of l van de wet. c.geen gebruik wordt gemaakt van een bij het Landelijk Register Kinderopvang geregistreerde kinderopvang. §
- AANVRAAG VAN DE TEGEMOETKOMINGArtikel 6 Te verstrekken gegevens bij de aanvraagEen aanvraag voor een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang bevat: a. naam, adres en sofi-nummer van de ouder; b. indien van toepassing: naam en sofi-nummer van de partner en, indien dit een ander adres is dan het adres van de ouder: het adres van de partner; c. naam, geboortedatum en sofi-nummer van het kind of de kinderen waarop de aangevraagde tegemoetkoming betrekking heeft; d. een offerte of contract van het kindercentrum of gastouderbureau dat de kinderopvang gaat verzorgen waarin in ieder geval wordt aangegeven: het aantal uren kinderopvang per kind, de kostprijs per uur en de aanvangsdatum van de opvang, registratienummer opvangorganisatie LRKO; e. gegevens of een verwijzing naar gegevens waaruit blijkt dat de ouder behoort tot de groep personen als bedoeld in artikel 1.22 van de wet; f. overige gegevens die het college nodig acht om te kunnen besluiten over de aanvraag van de tegemoetkoming. Het college kan bepalen dat de aanvraag geschiedt met behulp van een door het college vastgesteld en beschikbaar gesteld aanvraagformulier. Indien de ouder een partner heeft, wordt de aanvraag mede ondertekend door de partner. §
- VERLENING VAN DE TEGEMOETKOMINGArtikel 7 Het besluit tot verlenen van de tegemoetkomingHet college besluit over de aanvraag binnen vier weken na ontvangst van alle benodigde gegevens. Het college kan dit besluit met ten hoogste vier weken verdagen. Het stelt de ouder hiervan schriftelijk in kennis. Artikel 8 WeigeringsgrondHet college weigert de tegemoetkoming indien de ouder niet behoort tot de personen als bedoeld in artikel 1.22 van de wet. Of indien geen gebruik wordt gemaakt van een bij het Landelijk Register Kinderopvang geregistreerde kinderopvangorganisatie. Artikel 9 Ingangsdatum van de tegemoetkomingDe tegemoetkoming wordt verleend met ingang van de datum waarop de aanvraag voor de tegemoetkoming door het college in ontvangst is genomen. Als op deze datum nog geen kinderopvang plaatsvindt, wordt de tegemoetkoming verleend met ingang van de datum waarop de kinderopvang zal plaatsvinden. Artikel 10 De periode waarvoor de tegemoetkoming wordt verleendDe tegemoetkoming wordt verleend voor de periode van een tegemoetkomingsjaar. In afwijking van het eerste lid kan het college de tegemoetkoming voor een andere periode verlenen. Indien een gastouderbureau uit het register kinderopvang wordt verwijderd, geldt de voorwaarde voor de tussenkomst van een geregistreerd gastouderbureau voor gastouderopvang niet, gedurende een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen uitlooptermijn waarbinnen de voorziening voor gastouderopvang in het register kinderopvang ingeschreven blijft. Artikel 11 Omvang van de kinderopvangHet college verleent de tegemoetkoming voor het aantal uren kinderopvang dat door de ouder is aangevraagd. In afwijking van het eerste lid verleent het college bij een ouder als bedoeld in artikel 1.24, eerste lid, onderdeel a, of tweede lid, onderdeel a, van de wet de tegemoetkoming voor het aantal uren kinderopvang dat naar zijn oordeel redelijkerwijs noodzakelijk is voor de combinatie van arbeid en zorg. Artikel 12 Inhoud van de beschikkingHet besluit tot verlening van een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang bevat in ieder geval: a. de vaststelling tot welke van de gemeentelijke doelgroepen de ouder behoort; b. de naam en geboortedatum van het kind of de kinderen waarop de tegemoetkoming betrekking heeft; c. de naam, adres en registratienummer LRKO van het kindercentrum of gastouderbureau waar de kinderopvang plaatsvindt; d. de periode en de omvang van de kinderopvang per tijdvak waarvoor de tegemoetkoming wordt verleend; e. de wijze waarop het bedrag van de tegemoetkoming wordt bepaald en het bedrag dat op basis hiervan wordt verleend; f. de wijze waarop de tegemoetkoming wordt uitbetaald; g. de verplichtingen van de ouder. Artikel 13 De betaling van de tegemoetkomingDe uitbetaling van de verleende tegemoetkoming geschiedt per maand, op declaratiebasis. Voor de declaratie overlegt de ouder aan het college de factuur van het kindercentrum of het gastouderbureau. Als de ouder hiervoor een machtiging heeft afgegeven, worden de maandbedragen na ontvangst van de factuur rechtstreeks overgemaakt aan het kindercentrum of gastouderbureau. Bij het ontbreken van een machtiging voor rechtstreeks betaling aan het kindercentrum of het gastouderbureau, worden de maandbedragen binnen twee weken na ontvangst van de declaratie overgemaakt op het bankrekening nummer van de ouder. §
- VASTSTELLING VAN DE TEGEMOETKOMINGArtikel 14 Ambtshalve vaststellingDe ouder, die geen of slechts voor een gedeelte van de verleningsperiode, een machtiging heeft afgegeven voor rechtstreekse betaling aan het kindercentrum of het gastouderbureau, overlegt uiterlijk op het in de beschikking vermelde tijdstip, over deze periode bewijzen van betalingen voor de kinderopvang. De vaststelling van de tegemoetkoming geschiedt ambtshalve binnen acht weken: a. na afloop van de toekenningsperiode, als de ouder voor de gehele periode een machtiging heeft afgegeven voor rechtstreekse betaling aan het kindercentrum of het gastouderbureau; of b. nadat de gegevens, als bedoeld in het eerste lid, zijn ontvangen of nadat de datum waarvoor de gegevens uiterlijk moesten zijn verstrekt, is verstreken zonder dat de ouder aan zijn informatieplicht heeft voldaan. §
- VERPLICHTINGEN VAN DE OUDERArtikel 15 InlichtingenplichtDe ouder of de partner doet het college onmiddellijk na het bekend worden daarvan uit eigen beweging schriftelijk mededeling van inlichtingen en gegevens die kunnen leiden tot de vaststelling van een lagere tegemoetkoming of intrekking van de tegemoetkoming. De ouder of partner verstrekt desgevraagd aan het college, binnen een door het college te stellen redelijke termijn, alle gegevens en inlichtingen van hem en zijn partner die voor de aanspraak op en de hoogte van de tegemoetkoming van de gemeente van belang zijn. §
- SLOTBEPALINGENArtikel 16 Inwerkingtreding1.Onder toepassing van artikel 3:40 van de Awb treedt deze verordening in werking direct na haar bekendmaking. Artikel 17 CiteertitelDe verordening wordt aangehaald als: Verordening Wet kinderopvang (VWk) gemeente Westland 2010ev.. Aldus vastgesteld door de raad in zijn openbare vergadering van 25 januari
- de griffier N. Broekema de voorzitter - J. van der Tak