← Nederland

Monumentenverordening gemeente Gulpen-Wittem 2008 (Gulpen-Wittem)

Monumentenverordening gemeente Gulpen-Wittem 2008De raad van de gemeente Gulpen-Wittem; Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 12-08.-2008; gelet op het bepaalde in artikel 149 van de Gemeentewet en de artikelen 12, 14, 14a, 15 en 16 van de Monumentenwet 1988 en de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht; b e s l u i t : vast te stellen de Monumentenverordening gemeente Gulpen- Wittem 2008 Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen Deze verordening verstaat onder: monumenten: zaken die van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde; terreinen die van algemeen belang zijn wegens daar aanwezige zaken als bedoeld onder 1; gemeentelijk monument: onroerende monument, bedoelt in onderdeel 1, onder 1, dat overeenkomstig de bepalingen van deze verordening als beschermd gemeentelijk monument is aangewezen; 3.gemeentelijke monumentenlijst: de lijst waarop zijn geregistreerd de overeenkomstig deze verordening als beschermd gemeentelijk monument aangewezen zaken; 4.gemeentelijk archeologisch monument: monument bedoelt in onderdeel 1, onder 2; 5.rijksmonument: onroerend monument, dat is ingeschreven in de ingevolge de Monumentenwet 1988 vastgestelde registers; 6.kerkelijke monument: onroerend monument, dat eigendom is van een kerkgenootschap, een zelfstandig onderdeel daarvan, een lichaam waarin kerkgenootschappen zijn verenigd, of van een ander genootschap op geestelijke grondslag en welke uitsluitend of voor een overwegend deel worden gebruikt voor het gezamenlijk belijden van de godsdienst of levensovertuiging; 7.monumentencommissie: Op basis van art.15, lid 1 Monumentenwet 1988 door het college van burgemeester en wethouders ingestelde commissie of instantie, met als taak burgemeester en wethouders op verzoek of uit eigen beweging te adviseren over de toepassing van de Monumentenwet 1988, de verordening en het monumentenbeleid. 8.gemeentelijk stads- en dorpsgezichten: groepen van onroerende zaken die van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, hun onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang dan wel haar wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde en in welke groepen zich één of meer monumenten bevinden; 9.beschermde stads- en dorpsgezichten: Stads- en dorpsgezichten die door Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer als zodanig ingevolge artikel 35 van de Monumentenwet 1988 zijn aangewezen; 10.archeologische attentiegebieden: terreinen waarvan het algemeen belang wegens hun betekenis voor de archeologische monumentenzorg vaststaat of vermoed wordt op grond van historische gegevens en/of door archeologische vondsten en onderzoek; 11.gemeentelijke archeologisch attentiegebieden: archeologische attentiegebieden die overeenkomstig de bepalingen van deze verordening op de gemeentelijk archeologische attentie gebiedkaart en –lijst zijn geplaatst; 12.gemeentelijk archeologisch attentiegebied kaart en –lijst; Kaart en lijst waarop zijn geregistreerd de overeenkomstig deze verordening aangewezen gemeentelijke archeologische attentiegebieden; 13.bouwhistorisch onderzoek: In een schriftelijke rapportage vastgelegd onderzoek naar de bouwgeschiedenis en de cultuurhistorische, esthetische en wetenschappelijke waarden en kwaliteiten van een onroerend monument; 14.restauratieplan: bouwplan voor het slopen, wijzigen, c.q. herstellen van een beschermd gemeentelijk monument of dorpsgezicht, bestaand uit: 1.bestaande toestand tekening van plattegronden, gevels en doorsneden, schaal 1:

  1. (eventuele bouwsporen dienen in de tekening te worden aangegeven.); gewenste toestand tekening van plattegronden, gevels en doorsneden, schaal 1:100; situatietekening van het bouwwerk, schaal 1:100; fotorapportage van de te wijzigen c.q. te restaureren onderdelen; principedetails van de te wijzigen c.q. te restaureren onderdelen, schaal 1:5; straataanzicht (schaal 1:100/200)en foto`s van de belendende bouwwerken; Artikel 2 Het gebruik van het monument Bij de toepassing van de verordening wordt binnen de kaders van het vigerende bestemmingsplan, rekening gehouden met de bestaande en mogelijke toekomstige gebruiksfuncties van het monument, en onroerende zaken gelegen in een beschermde dorpsgezicht en respectievelijk met terreinen gelegen in een archeologisch attentiegebied. Hoofdstuk2beschermde gemeentelijke monumenten, Paragraaf1.De aanwijzing als beschermd gemeentelijk monument en de registratie op de gemeentelijke monumentenlijst. Artikel 3 De aanwijzing tot gemeentelijk monument 1.Burgemeester en wethouders kunnen, al dan niet op verzoek van belanghebbenden, besluiten, een onroerend monument als bedoelt in artikel 1 lid 1 aanwijzen als beschermd gemeentelijk monument. Rijksmonumenten die zijn ingeschreven in het register als bedoeld in artikel 6 van de Monumentenwet 1988, worden door burgemeester en wethouders niet op de gemeentelijke monumentenlijst geplaatst. 2.Op de voorbereiding van een besluit tot aanwijzing als bedoeld in het eerste lid is afdeling 3.4 van de Algemene Wet Bestuursrecht van toepassing. 3.Voorafgaande aan de ter inzage legging van een ontwerpbesluit tot aanwijzing van een gemeentelijk monument dan wel afwijzing van een daartoe strekkend verzoek, wordt de monumentencommissie, in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen. 4.De monumentencommissie adviseert schriftelijk binnen acht weken na ontvangst van het verzoek van burgemeester en wethouders. 5.Als belanghebbende als bedoeld in artikel 3:13 Algemene Wet Bestuursrecht wordt in ieder geval verstaan de eigenaar van een monument. Zienswijzen kunnen worden ingebracht door eenieder. Indien zienswijzen worden ingebracht naar aanleiding van een ontwerpbesluit, indien wenselijk adviseert de monumentencommissie. Lid 4 is van overeenkomstige toepassing. 8.Als er sprake is van een besluit tot aanwijzing van een gemeentelijk monument, beslissen burgemeester en wethouders binnen zestien weken na de ter inzage legging van het ontwerpbesluit. 9.Met ingang van de datum waarop op verzoek van belanghebbenden, besluiten, een onroerend monument als bedoelt in artikel 1 lid 1 aanwijzen als beschermd gemeentelijk monument tot aanwijzing als gemeentelijk monument ontvangt tot het moment dat de registratie als bedoeld in artikel 5 plaatsvindt, dan wel vaststaat dat het monument niet wordt geregistreerd, zijn de artikelen 7 tot en met 11 van overeenkomstige toepassing. 10.Monumenten die zijn ingeschreven in het register als bedoeld in artikel 6 van de Monumentenwet 1988, worden door burgemeester en wethouders niet op de gemeentelijke monumentenlijst geplaatst. 11.Monumenten, op de gemeentelijke monumentenlijst die worden ingeschreven in het Rijksregister als bedoeld in artikel 6 van de Monumentenwet 1988, worden geacht niet meer op de gemeentelijke monumentenlijst te zijn geplaatst. Artikel 4 Mededeling aanwijzingsbesluit 1.De aanwijzing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt medegedeeld aan degenen die als zakelijk gerechtigden in de kadastrale legger bekend staan en aan de ingeschreven hypothecaire schuldeisers. 2.De aanwijzing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, inschrijven in het register Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerdende zaken (Wkpb). Artikel 5 Registratie op de gemeentelijke monumentenlijst Het college registreert het gemeentelijk monument op de gemeentelijke monumentenlijst. De gemeentelijke monumentenlijst geeft de plaatselijke aanduiding, de kadastrale aanduiding, de datum van aanwijzing, de tenaamstelling en een beschrijving van het monument aan. 3.Burgemeester en wethouders maken plaatsing op de gemeentelijke monumentenlijst op de in de gemeente gebruikelijke wijze bekend in het Heuvelland Aktueel. 4.De gemeentelijke monumentenlijst ligt in het gemeentehuis voor eenieder ter inzage, en kan via internet worden geraadpleegd. Artikel 6 Wijzigen of intrekken van de aanwijzing 1.Burgemeester en wethouders kunnen ambtshalve of op verzoek van belanghebbenden een aanwijzing tot beschermd gemeentelijk monument wijzigen dan wel intrekken. 2.De artikelen 3, tweede tot en met negende lid, artikel 4 en 5 zijn van overeenkomstige toepassing. Paragraaf2.Vergunning tot wijziging of afbraak van gemeentelijke monumenten. Artikel 7 Verbodsbepaling Het is verboden een gemeentelijk monument te bekladden, beschadigen of te vernielen. Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders of in strijd met bij zodanige vergunning gestelde voorschriften: a.een gemeentelijk monument af te breken, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen; b.een gemeentelijk monument te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze, waardoor het wordt ontsierd of in gevaar wordt gebracht. Artikel 8 Vergunning 1.Op de voorbereiding van een besluit op een aanvraag om vergunning als bedoelt in artikel 7, 2e lid, is afdeling 3.4 van de Algemene Wet Bestuurrecht van toepassing Zienswijze kunnen naar voren worden gebracht door eenieder Bij de aanvraag van voornoemde vergunning worden de door burgemeester en wethouders verlangde gegevens, zoals aangegeven op het door de burgemeester en wethouders vastgestelde aanvraagformulier en als bedoelt in artikel 1, lid1, onderdeel 1.4 van deze verordening overgelegd. Burgemeester en wethouders kunnen ter beoordeling van de aanvraag een bouwhistorisch onderzoek als bedoelt in artikel 1, lid1, onderdeel, 13 van de aanvrager verlangen. 4.Burgemeester en wethouders zenden onmiddellijk een afschrift van de aanvraag aan de monumentencommissie. 5.De monumentencommissie adviseert schriftelijk binnen 2 maanden na de datum van ontvangst van het afschrift. 6.Burgemeester en wethouders beslissen binnen 6 maanden na de datum van ontvangst van het advies van de monumentencommissie, doch in ieder geval binnen de in artikel 3:18 Algemene Wet Bestuursrecht bepaalde termijn. 7.Indien burgemeester en wethouders niet voldoen aan het zesde lid, wordt de vergunning geacht te zijn verleend. 8.De werking van de vergunning wordt opgeschort totdat de beroepstermijn is verstreken of, indien (hoger) beroep is ingesteld, op het (hoger) beroep is beslist. De vergunninghouder kan de voorzieningenrechter van de rechtbank, onderscheidenlijk de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verzoeken de opschorting op te heffen. Artikel 10 Voorschriften 1.Burgemeester en wethouders kunnen aan een vergunning voorschriften verbinden in het belang van de monumentenzorg. Artikel 11 Intrekken van de vergunning De vergunning kan door burgemeester en wethouders worden ingetrokken indien: blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend; blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften, bedoeld in artikel 10 niet naleeft; de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument zwaarder dient te wegen. d.Niet binnen één jaar na het onherroepelijk worden van de vergunning, van de vergunning gebruik wordt gemaakt. Hoofdstuk3Rijksmonumenten Artikel 12 Vergunning 1.Burgemeester en wethouders zenden onmiddellijk een afschrift van de ontvankelijke aanvraag om vergunning voor een rijksmonument aan de monumentencommissie. 2.De monumentencommissie adviseert schriftelijk over de aanvraag binnen twee maanden na de datum van verzending van het afschrift. Bij overschrijding van deze termijn wordt de monumentencommissie geacht te hebben geadviseerd. 3.De procedure voor de afgifte van vergunning voor het wijzigen van beschermde rijksmonumenten door burgemeester en wethouders is geregeld in de artikelen 11 t/m 21 van de monumentenwet 1988 Hoofdstuk4Schadevergoedingen Artikel 13 Schadevergoeding Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende ten gevolge van: de weigering van burgemeester en wethouders een vergunning als bedoelt in artikel 7, tweede lid te verlenen; b.voorschriften door burgemeester en wethouders verbonden aan een vergunning als bedoelt in artikel 9, tweede lid; 2.Artikel 23 t/m 29 van de Monumentenwet 1988 worden eveneens van toepassing verklaard, met dien verstande dat het college van burgemeester en wethouders in plaats treedt van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en dat voor Ministerie dient te worden gelezen; de gemeente Gulpen-Wittem. Hoofdstuk5Strafbepalingen Artikel 14 Strafbepalingen Hij, die handelt in strijd met de artikel 7 van deze verordening wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie. Hoofdstuk6Toezicht en opsporing Artikel 15 Toezichthouders Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast: medewerker vergunningverlening monumenten; medewerker handhaving bouw- en woning toezicht; Verder zijn met het toezicht op naleving van bepaalde bij of krachtens deze verordening belast de bij besluit van burgemeester en wethouders dan wel de burgemeester aan te wijzen persoon. Artikel 16 Opsporing 1.De opsporing van de in artikel 14 strafbaar gestelde feiten is, naast de in artikel 141 van het Wetboek van Strafverordening genoemde opsporingsambtenaren, opgedragen aan hen die door burgemeester en wethouders met de zorg voor de naleving van deze verordening zijn belast, ieder voor zover het de feiten betreft die in de aanwijzing zijn vermeld. 2.Zo dikwijls de zorg voor de naleving van deze verordening dit vereist wordt hierbij de last verstrekt al dan niet besloten ruimten en plaatsen, met uitzondering van woningen, desnoods tegen de wil van rechthebbende, bewoner of gebruiker te betreden, aan hen die en voor zover zij door het bevoegd gezag belast zijn met het toezicht op de naleving van deze verordening. Hoofdstuk7Slot- en overgangsbepalingen Artikel 22 Inwerkingtreding 1.Voor zover deze verordening betrekking heeft op gemeentelijke monumenten treedt zij in werking op de derde dag na de dag waarop zij is bekendgemaakt in de Heuvelland Aktueel. 2.Voor zover deze verordening betrekking heeft op beschermde rijksmonumenten treedt zij in werking overeenkomstig het bepaalde in artikel 15, lid 2, van de Monumentenwet
  2. 3.De monumentenverordening, vastgesteld bij besluit van de gemeenteraad van 25 februari 1999, voor zover het betreft bepalingen over beschermde rijksmonumenten, vervalt op de datum waarop het tweedelid toepassing vindt. 4.Aanvragen om een vergunning die zijn ingediend vóór de in werkingtreding van deze verordening worden afgehandeld met in achtneming van de in het derde lid3 ingetrokken verordening. Artikel 23 Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als ”Monumentenverordening Gulpen-Wittem 2008”. Aldus besloten door de raad der gemeente Gulpen-Wittem van 09-10-2008 de griffier, de voorzitter, M.van der Walle drs. A.R.B. van den Tilllaar

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.