Algemene SubsidieverordeningDe raad van de gemeente Landerd; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 4 mei 1999 gelet op het bepaalde in art. 147 van de Gemeentewet, de Welzijnswet en de subsidietitel van de Algemene wet bestuursrecht (art. 4:21 t/m 4:80); B E S L U I T : vast te stellen de volgende “Algemene Subsidieverordening” HoofdstukIAlgemene bepalingen Artikel1Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: a instelling : de rechtspersoon, daaronder begrepen een zelfstandig onderdeel van een rechtspersoon, met als doel zonder winstoogmerk één of meer activiteiten uit te voeren voor de inwoners van de gemeente Landerd; b subsidie : de aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten (art. 4:21 Awb); c subsidieverlening : de beschikking waarbij subsidie wordt toegekend voor een bepaalde activiteit, mits de instelling de gesubsidieerde activiteit uitvoert en zich houdt aan de opgelegde verplichtingen. d subsidievaststelling : de beschikking tot subsidievaststelling stelt het bedrag van het subsidie vast en geeft aanspraak op betaling van het vastgestelde bedrag. e maatschappelijk en sociaal cultureel welzijn : het welbevinden van personen en groepen in de samenleving waarvan de ontplooiing, het dragen van verantwoordelijkheden voor zichzelf en anderen en actieve maatschappelijke deelname aspecten zijn. f jaarprogramma : een jaarlijks door het college vast te stellen overzicht van gesubsidieerde instellingen, waarbij de hoogte van het subsidiebedrag is aangegeven. g college : het college van burgemeester en wethouders; h commissie : de Commissie Welzijn en/of een andere commissie die adviseert over subsidies; i raad : de gemeenteraad; j (boek)jaar : het kalenderjaar; k begroting : een raming van inkomsten en uitgaven over een kalenderjaar; l activiteitenplan : een overzicht van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd en de daarmee nagestreefde doelstellingen. m jaarverslag : een door de Algemene Vergadering van een instelling vastgesteld inhoudelijk en financieel verslag over een jaar; Artikel2Subsidievormen 1Subsidie, als bedoeld in artikel 1 onder d, wordt verstrekt als: a. budgetsubsidie : een subsidie waarbij de instelling een maximumbedrag aan middelen krijgt toegewezen voor een periode van minimaal één en maximaal vier jaar, om een tevoren overeengekomen activiteitenpakket uit te voeren. b. activiteitensubsidie : een subsidie voor de uitvoering van een tevoren overeengekomen activiteitenpakket en voor activiteiten die het verkleinen van achterstandsituaties en de emancipatorische ontwikkeling van deelnemers beogen. De instelling krijgt een maximumbedrag aan middelen toegewezen voor een periode van één jaar in de vorm van een vast bedrag, een maximum bedrag op begrotingsbasis of een bedrag per deelnemer (aan de activiteiten) of een bedrag per activiteit. c. waarderingsubsidie : een subsidie waarmee erkenning en waardering voor instellingen tot uitdrukking wordt gebracht. d. ontwikkelingssubsidie : een subsidie voor het stimuleren of ontwikkelen van activiteiten, voor investeringen die noodzakelijk zijn voor het starten, stimuleren of ontwikkelen van activiteiten, of het experimenteren met activiteiten die naar het oordeel van het college een meerwaarde hebben voor het maatschappelijk en sociaal-cultureel welzijn van de Landerdse ingezetenen. Tevens een subsidie voor maximaal een jaar voorafgaand aan subsidiëring op grond van een (deel)verordening. e. investeringssubsidie : een subsidie ter ondersteuning van de (ver)bouw van accommodaties en de aanschaf van duurzame gebruiksgoederen. 2De subsidievormen onder a t/m c sluiten elkaar uit, in die zin dat subsidieontvangers slechts op één van deze manieren subsidie kunnen ontvangen. Artikel3Verordeningen en periodieke toetsing 1De raad kan bij (deel)verordening eisen stellen waaraan instellingen moeten voldoen om voor een subsidie in aanmerking te komen, of over de grondslag, de wijze van berekening en betaling van de subsidie. 2Voor zover een door de raad vastgestelde deelverordening afwijkt van deze verordening, gaat de deelverordening voor. 3Het college gaat tenminste eenmaal in de vijf jaar na of er aanleiding bestaat tot herziening van deze verordening, gehoord de commissie. Artikel4Algemeen vereiste voor subsidiëring 1Om voor een subsidie in aanmerking te komen, moet de instelling voldoen aan de bij of krachtens deze verordening of deelverordening gestelde eisen of voorschriften. HoofdstukIISubsidieverstrekking Artikel5Aanvraag subsidieverlening 1Een aanvraag tot verlening van een budget-, activiteiten- of waarderingsubsidie dient vóór 1 april van het jaar voorafgaande aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft, te worden ingediend. 2Als een aanvraag tot subsidieverlening niet vóór de in het eerste lid genoemde datum wordt ingediend, kan het college een termijn stellen waarbinnen de aanvraag moet zijn ingediend. 3Als een aanvraag na het verstrijken van deze termijn wordt ingediend, dan zal op het te verlenen subsidiebedrag een korting worden toegepast van 10%. Artikel6Over te leggen stukken bij aanvraag subsidieverlening 1.Bij de aanvraag tot verlening van een budgetsubsidie, activiteitensubsidie of waarderingsubsidie dient de instelling te overleggen: een activiteitenplan; een begroting. De begroting behelst een overzicht van de voor het desbetreffende jaar geraamde inkomsten en uitgaven. De begroting behelst een vergelijking met de begroting van het lopende boekjaar en de gerealiseerde inkomsten en uitgaven van het jaar voorafgaande aan het lopende jaar. Deze eis geldt niet als voor de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd nog niet eerder subsidie werd verstrekt. Als de aanvrager voor dezelfde activiteiten ook subsidie heeft aangevraagd bij een of meer andere bestuursorganen, meldt hij dat in de aanvraag en deelt de stand van zaken mede. 2.Bij de aanvraag tot verlening van een subsidie dient de instelling tevens te overleggen: de statuten, de stichtingsakte of het reglement van de instelling, zoals deze luiden op het moment van de indiening van de aanvraag, tenzij deze stukken reeds eerder zijn verstrekt en niet zijn gewijzigd; een opgave van de bestuurssamenstelling, de namen en adressen van de bestuursleden en de postgiro- of bankrekening van de instelling; een opgave van de gebruikte accommodatie(s); een opgave van het aantal leden of deelnemers naar de toestand op 1 januari van het jaar voorafgaande aan het jaar waarop de aanvraag tot subsidieverlening betrekking heeft. Instellingen die op basis van ledental/aantal deelnemers worden gesubsidieerd, overleggen hierbij een leden- of deelnemerslijst, bevattende van ieder lid/deelnemer: naam, geboorte datum en woonplaats; een overzicht van de verschuldigde contributies en opgave van de tarieven; een beschrijving hoe beroepskrachten, vrijwilligers, leden en deelnemers bij het beleid van de vereniging worden betrokken; andere dan de onder a t/m f genoemde bescheiden die naar het oordeel van het college voor een juiste beoordeling van een subsidieaanvraag nodig zijn. 3.Het college kan verlangen, dat bij het aanvragen van subsidie gebruik wordt gemaakt van door hen ter beschikking te stellen formulieren. 4.Het college kan ontheffing verlenen van de in dit artikel gestelde eisen. 5.Het college kan nadere eisen stellen met betrekking tot over te leggen gegevens. Artikel7Voorschriften voor subsidieverlening Het college verleent aan een instelling subsidie als is voldaan aan de volgende voorschriften: de instelling heeft rechtspersoonlijkheid; de instelling heeft aannemelijk gemaakt dat: de activiteiten in voldoende mate belangen dienen van inwoners van de gemeente; er in de gemeente behoefte bestaat aan de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd; de werkwijze dusdanig is, dat redelijkerwijze te verwachten is, dat de beoogde doelstellingen worden verwezenlijkt; er van de bezoekers/deelnemers/leden een redelijke bijdrage wordt gevraagd; slechts met subsidie de benodigde financiële middelen ter beschikking staan om de voorgenomen activiteiten te verwezenlijken. de instelling verricht geen activiteiten die de gemeente al subsidieert, tenzij het belang van overlap van activiteiten is aan te tonen; er kan niet via een andere regeling voldoende, naar het oordeel van het college, subsidie worden ontvangen; de activiteiten zijn niet uitsluitend van partijpolitieke, godsdienstige of levensbeschouwelijke aard; met de activiteiten wordt geen winst beoogd ter verdeling onder de deelnemers/leden van de instelling, die de activiteiten organiseert; minimaal 10 of meer deelnemers/leden van de instelling wonen in de gemeente; de instelling is zo georganiseerd, dat personeel, vrijwilligers en degenen voor wie de activiteiten zijn, in de gelegenheid zijn invloed uit te oefenen op het beleid van de instelling; de instelling draagt zorg voor een adequate verzekering van haar personeel, vrijwilligers, leden, deelnemers en eigendommen. Artikel8Weigering subsidieverlening 1.Een subsidie wordt geweigerd als de instelling niet of niet voldoende voldoet aan de in deze verordening gestelde voorschriften. 2.De subsidieverlening kan verder in ieder geval worden geweigerd als een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat: de activiteiten niet of niet geheel zullen plaatsvinden; de aanvrager niet zal voldoen aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen; de aanvrager niet op een behoorlijke wijze rekening en verantwoording zal afleggen omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van de subsidie van belang zijn; de aanvrager in het kader van de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste beschikking op de aanvraag zou hebben geleid; de aanvrager failliet is verklaard of aan hem surséance van betaling is verleend, of daarvoor bij de rechtbank een verzoek is ingediend; de activiteiten van de aanvrager niet gericht zullen zijn op de gemeente of niet aanwijsbaar ten goede komen aan ingezetenen van de gemeente; de gelden niet of onvoldoende besteed zullen worden voor het doel waarvoor de subsidie beschikbaar wordt gesteld; de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten onplooit die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare orde; de aanvrager ook zonder subsidieverstrekking over voldoende gelden, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden kan beschikken om de kosten van de activiteiten te dekken; de subsidieverstrekking niet past binnen het beleid van de gemeente. Artikel9Beslissing op aanvraag subsidieverlening 1Het college beslist op een aanvraag tot verlening van een budgetsubsidie, activiteitensubsidie of waarderingsubsidie binnen twaalf weken na vaststelling van de gemeentebegroting voor het jaar waarop de subsidie betrekking heeft. 2Het college geeft bij de verlening tot gehele of gedeeltelijke toekenning aan welke voorschriften aan het subsidie zijn verbonden. Artikel10Intrekking of wijziging na subsidieverlening 1Zolang de subsidie niet is vastgesteld, kan het college de subsidieverlening intrekken of ten nadele van de subsidieontvanger wijzigen, als: de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden of zullen plaatsvinden; de subsidieontvanger niet heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen; de subsidieontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot subsidieverlening zou hebben geleid, of de subsidieverlening anderszins onjuist was en de subsidieontvanger dit wist of behoorde te weten. 2De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip waarop de subsidie is verleend, tenzij bij de intrekking of wijziging anders is bepaald. Artikel11Indiening aanvraag subsidievaststelling 1Een aanvraag tot vaststelling van het verleende budgetsubsidie, activiteitensubsidie of waarderingsubsidie dient vóór 1 april van het jaar volgend op het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft te worden ingediend. 2Een aanvraag tot vaststelling van een budgetsubsidie die voor meer dan één jaar is verleend dient binnen twaalf weken na afloop van de desbetreffende periode te worden ingediend. 3Als de aanvraag tot vaststelling niet voor deze termijn wordt ingediend, dan kan het college de subsidieontvanger een termijn stellen binnen welke de aanvraag moet zijn ingediend. 4Als de aanvraag na het verstrijken van deze termijn wordt ingediend, dan kan de subsidie ambtshalve worden vastgesteld en zal een korting worden toegepast van tenminste 10% op het verleende subsidie. Artikel12Over te leggen stukken bij aanvraag subsidievaststelling 1Bij de aanvraag tot vaststelling van een budgetsubsidie, activiteitensubsidie of waarderingsubsidie dient de instelling te overleggen: een activiteitenverslag; een financieel verslag. 2Met het activiteitenverslag toont de aanvrager aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, hebben plaatsgevonden volgens de aan de subsidie verbonden verplichtingen. 3Het financieel verslag sluit aan op de begroting waarvoor subsidie is verleend en behelst een vergelijking met de gerealiseerde inkomsten en uitgaven van het jaar voorafgaand aan het boekjaar. 4Het financieel verslag omvat de balans en de exploitatierekening met de toelichting. 5Het financieel verslag geeft volgens normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd, een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd over: het vermogen en het exploitatiesaldo, en Voor zover de aard van het financiële verslag dat toelaat, over de solvabiliteit en de liquiditeit van de subsidieontvanger. 6De balans met de toelichting geeft getrouw, duidelijk en stelselmatig de grootte en de samenstelling in actief- en passiefposten van het vermogen op het einde van het boekjaar weer. 7De exploitatierekening met de toelichting geeft getrouw, duidelijk en stelselmatig de grootte van het exploitatiesaldo van het boekjaar weer. 8Als de verleende subsidie meer dan ƒ 50.000,-- ( 22.689,01) bedraagt, dient het financieel verslag vergezeld te gaan met een getrouwheidsverklaring, opgesteld door een daartoe bevoegde accountant. 9Bij (deel)verordening of bij de subsidieverlening kan worden bepaald dat het financieel verslag tevens vergezeld gaat van een schriftelijke verklaring van de accountant over de naleving door de subsidieontvanger van de aan de subsidie verbonden verplichtingen. 10Als de subsidieontvanger bij (deel)verordening verplicht is tot het opstellen van een jaarrekening als bedoeld in artikel 361 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, of als dit bij de subsidieverlening is bepaald, legt hij in plaats van het financieel verslag de jaarrekening over. 11Als de subsidieontvanger voor bij de aanvraag tot subsidieverlening begrote uitgaven ook subsidie heeft aangevraagd bij een of meer andere bestuursorganen, doet hij daarvan mededeling in de aanvraag, en vermeldt de stand van zaken van de beoordeling van die aanvraag of aanvragen. Artikel13Beslissing op aanvraag subsidievaststelling 1Het college beslist op een aanvraag tot vaststelling van een budgetsubsidie, activiteitensubsidie of waarderingsubsidie binnen twaalf weken na vaststelling van de gemeentebegroting in het jaar waarin de aanvraag tot vaststelling is ingediend. 2De beschikking tot subsidievaststelling stelt het bedrag van de subsidie vast en geeft aanspraak op betaling van het vastgestelde bedrag overeenkomstig artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.