'Meedoen in Heemstede' Beleidsnota Wmo / lokaal gezondheidsbeleid 2008-2011 Inleiding De Wet maatschappelijk ondersteuning (Wmo), in werking getreden op 1 januari 2007, heeft MEEDOEN als motto. Meedoen van iedereen - jong en oud, gezond of met een beperking - aan alle facetten van de samenleving, al dan niet geholpen door vrienden, familie of bekenden. Van de gemeente wordt verwacht dat zij meedoen stimuleert en mogelijk maakt. Maar meedoen is niet voor iedereen vanzelfsprekend. Ouderdom, handicap of moeilijkheden thuis kunnen hindernissen opwerpen om in de maatschappij te participeren. Als dat het geval is, moeten burgers volgens de Wmo in eerste instantie zichzelf en elkaar helpen. Lukt dat niet, dan is er de (maatschappelijke) ondersteuning vanuit de gemeente. De wet legt hiermee nadruk op eigen verantwoordelijkheid, zelfredzaamheid en maatschappelijke binding. Prestatievelden Elke gemeente mag zelf bepalen hoe ze de ondersteuning organiseert. Deze vrijheid betekent niet dat er sprake is van vrijblijvendheid: in 9 prestatievelden is vastgelegd wat gemeenten tenminste moeten presteren op het gebied van maatschappelijke ondersteuning. Prestatievelden Wmo Het bevorderen van sociale samenhang in en leefbaarheid van dorpen, wijken en buurten. Op preventie gerichte ondersteuning van jeugdigen met problemen met opgroeien en van ouders met problemen met opvoeden. Het geven van informatie, advies en cliëntondersteuning. Het ondersteunen van mantelzorgers en vrijwilligers. Het bevorderen van de deelname aan het maatschappelijke verkeer en van het zelfstandig functioneren van mensen met een beperking of een chronisch psychisch probleem en van mensen met een psychosociaal probleem. Het verlenen van voorzieningen aan mensen met een beperking of een chronisch psychisch probleem en aan mensen met een psychosociaal probleem ten behoeve van het behoud van hun zelfstandig functioneren of hun deelname aan het maatschappelijk verkeer. Het bieden van maatschappelijke opvang, waaronder vrouwenopvang. Het bevorderen van openbare geestelijke gezondheidszorg, met uitzondering van het bieden van psychosociale hulp bij rampen. Het bevorderen van verslavingsbeleid. De opdracht aan gemeenten is tweeledig: het voeren van algemeen beleid gericht op bevordering van de zelfredzaamheid van burgers, hun maatschappelijke participatie en de leefbaarheid van de woonomgeving, en het leveren van individueel geïndiceerde voorzieningen van maatschappelijke zorg aan mensen die daar op aangewezen zijn. Dit zijn op het individu en diens persoonlijke omstandigheden afgestemde voorzieningen, gericht op de bevordering van zijn zelfredzaamheid. Ten opzichte van de situatie vóór de inwerkingtreding van de Wmo zijn de wettelijke verplichtingen voor de gemeenten op drie onderdelen toegenomen, namelijk: het geven van informatie, advies en cliëntondersteuning (prestatieveld 3); het ondersteunen van mantelzorgers (prestatieveld 4); het verstrekken van hulp bij het huishouden (onderdeel prestatieveld 6). Ten aanzien van deze nieuwe taken geldt voor Heemstede dat hieraan reeds in belangrijke mate vorm is gegeven. Sinds februari 2002 is het Loket Heemstede geopend. Per 1 juli 2007 participeert Tandem (voorheen Steunpunt Mantelzorg) in het Loket. Ook is invulling gegeven aan de overgang per 1 januari 2007 van de huishoudelijke hulp naar de gemeente. Voor de prestatievelden 7, 8 en 9 geldt dat de uitvoering hiervan blijft vallen onder de verantwoordelijkheid van de centrumgemeente. De centrumgemeente van Zuid-Kennemerland - de gemeente Haarlem - betrekt de regiogemeenten bij de ontwikkeling van het beleid ten aanzien van deze prestatievelden en zorgt voor afstemming op de wensen van de regiogemeenten. Vaststelling beleid Wmo en gezondheidsbeleid Eenmaal in de 4 jaar - met ingang van 2008 - dient de gemeente een Beleidsplan Wmo vast te stellen: dit plan bestaat uit de concrete invulling van alle prestatievelden. Hierbij moeten de verschillende (belangen)organisaties betrokken worden. Verder dient de gemeente jaarlijks verantwoording af te leggen aan zowel de minister van Volksgezondheid Welzijn en Sport als haar burgers over wat zij heeft gedaan en bereikt om meedoen te bevorderen. De verantwoording aan de burgers kan plaats vinden via het Burgerjaarverslag. Ook op grond van de Wet Collectieve Preventie Volksgezondheid (Wcpv) dienen gemeenten eenmaal in de 4 jaar het lokaal gezondheidsbeleid in een nota vast te leggen. De vigerende nota Lokaal Gezondheidsbeleid Heemstede omvat de periode 2004 t/m
- Anders gezegd, ook op dit beleidsterrein dient de gemeente per 2008 het beleid voor de komende 4 jaren vast te stellen. Gelet op de inhoudelijke samenhang tussen het lokale gezondheidsbeleid en de Wmo is gekozen voor de opstelling van één integrale nota maatschappelijke ondersteuning en gezondheidsbeleid voor de periode 2008-
- Ook de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft haar voorkeur uitgesproken voor een dergelijke integrale nota, gelet op de inhoudelijke overlap van de betreffende beleidsterreinen. Inventarisatie van aandachtspunten, wensen en knelpunten Ter voorbereiding op de vaststelling van het integrale vierjarige Wmo en gezondheidsbeleid hebben we aandachtspunten, wensen en knelpunten die er in het veld op deze brede beleidsterreinen leven, geïnventariseerd. Hierbij is als volgt te werk gegaan. Onder 24 instellingen en organisaties en 10 huisartsen is een enquête uitgezet met als doel inzicht te krijgen in de wijze waarop het huidige gemeentelijke beleid, voor zover dat is gerelateerd aan de Wmo en het gezondheidsbeleid, wordt ervaren en welke wensen, aandachtspunten en knelpunten er leven. Deze enquête is ingevuld geretourneerd door de Stichting Welzijn Ouderen Heemstede (WOH), de Stichting CASCA, de ouderenbonden ANBO, KBO en PCOB, de Nederlandse Vereniging van Slechthorenden afdeling Heemstede, het Rode Kruis, Tandem, het Loket Heemstede, de Diaconie Protestantse Kerk, de R.K. Parochie O.L.Vrouw Hemelvaart, de Stichting Sint Jacob, SHDH*, de Zonnebloem afdeling Heemstede en twee huisartsen. * SHDH is een op zichzelf staande naam. Voorheen stonden de letters voor Stichting Hervormde Diaconale Huizen. Voorafgaand aan deze enquête is op 9 mei 2007 een informatiebijeenkomst gehouden om de 24 instellingen en organisaties inhoudelijk te informeren over de gevolgen van de Wmo. Daarnaast zijn op ambtelijk niveau diverse afzonderlijke gesprekken gevoerd met organisaties en instellingen die werkzaam zijn binnen het Wmo- en gezondheidsbeleid. Ook is een enquête gehouden onder organisaties en instellingen die bij de uitvoering van hun werkzaamheden gebruik maken van vrijwilligers. In totaliteit zijn 83 gesubsidieerde en niet-gesubsidieerde organisaties en instellingen aangeschreven. Van deze organisaties zijn 41 ingevulde vragenlijsten terug ontvangen. Verder is meegewerkt aan een door Elan Wonen georganiseerde avond voor bewonerscommissies uit Haarlem en Heemstede waarin de aanwezigen zijn geïnformeerd over de Wmo en tevens wensen, aandachtspunten en knelpunten zijn geïnventariseerd. Hiernaast is gebruik gemaakt van informatie die op een andere wijze door diverse organisaties en instellingen is aangedragen, zoals de verslagen van de Peilstokgroep Jeugd, de verslagen van het Lokaal Comité Vrijwilligerswerk, de jaarverslagen van de Jeugdgezondheidszorg Kennemerland, Stichting De Baan, Stichting Kontext, het Buurtnetwerk Jeugdhulpverlening, het Gezondheidsprofiel Heemstede 2007 van de GGD Kennemerland en het EMOVO rapport (elektronische enquête onder scholieren van het voortgezet onderwijs over leefstijl en gezondheid) van de GGD Kennemerland. De verzamelde aandachtspunten, wensen en knelpunten zijn vervolgens, voorzien van een reactie en voor zover mogelijk een oplossingsrichting, in augustus 2007 beschreven in de nota Inventarisatie Wmo/Gezondheidsbeleid. De Klankbordgroep Wmo - bestaande uit vertegenwoordigers van de Heemsteedse ouderenbonden en Stichting 't Web - en de Heemsteedse instellingen en organisaties zijn gevraagd hierop een reactie te geven. Reacties zijn van de Klankbordgroep Wmo, Stichting ’t Web, Stichting CASCA, Steunpunt Vrijwilligerswerk en Stichting Welzijn Ouderen Heemstede. De reacties zijn vastgelegd in de adviesnota ‘Reacties op Inventarisatienota Wet maatschappelijke ondersteuning/ lokaal gezondheidsbeleid’, vastgesteld op 30 oktober
- In de conceptbeleidsnota van april 2008 hebben we de reacties verwerkt. Deze conceptbeleidsnota is vervolgens in mei 2008 voorgelegd (B-stuk) aan de commissie Samenleving. Tevens zijn de Klankbordgroep Wmo en de Heemsteedse instellingen en organisaties om een reactie op de conceptbeleidsnota gevraagd. Het resultaat is verwerkt in de voorliggende Beleidsnota Wet maatschappelijke ondersteuning en lokaal gezondheidsbeleid Heemstede 2008-
- Opbouw beleidsnota Hoofdstuk 1 gaat in op de doelstellingen van het gemeentelijke Wmo-beleid en schetst de daarbij van toepassing zijnde uitgangspunten en prioriteiten. In de hoofdstukken 2 tot met 4 gaan wij in op de voorzieningen in de gemeente en doen wij voorstellen tot verbetering. Hierbij gaan wij uit van de volgende indeling: Hoofdstuk 2: de algemene preventieve voorzieningen, bedoeld voor alle inwoners. Hoofdstuk 3: de algemeen curatieve voorzieningen, bedoeld voor (bijzondere) groepen inwoners. Hoofdstuk 4: de individuele voorzieningen, waarop, na indicatiestelling, een beroep kan worden gedaan. In hoofdstuk 5 beschrijven we het gezondheidsbeleid, voorzover het niet in de eerdere hoofdstukken aan de orde is geweest. In hoofdstuk 6 geven we een overzicht van de extra financiële middelen die we de komende jaren gaan ontvangen voor de uitvoering van het Wmo-beleid. De nota sluit in hoofdstuk 6 af een samenvatting van de voorstellen die in de hoofdstukken 2 tot en met 5 zijn gedaan, afgezet tegen de beschikbare financiële middelen. Hoofdstuk 1 Doelstellingen, uitgangspunten en prioriteiten 1.1 Doelstellingen Wmo-beleid gemeente Heemstede We willen met het Heemsteedse Wmo-beleid bereiken dat iedere Heemstedenaar volwaardig deel kan nemen aan de maatschappij. Via toereikende algemene voorzieningen of - als dat ondanks eigen inzet en die van hun omgeving niet kan - via individuele verstrekkingen. Hiervan uitgaande stellen we met het Heemsteedse Wmo-beleid de volgende doelstellingen na te streven:
- Het bevorderen van het welzijn en de gezondheid van Heemsteedse inwoners. Dit vraagt om de inzet van preventieve voorzieningen en activiteiten die mogelijkheden bieden voor ontspanning, recreatie, sociale en maatschappelijke participatie, ontplooiing en zelfredzaamheid. Ondanks preventieve voorzieningen en activiteiten kan de situatie zich voordoen dat Heemsteedse inwoners maatschappelijk en/of sociaal buiten de gemeenschap komen te staan. Op deze situatie is de tweede doelstelling van het Heemsteeds Wmo-beleid gericht.
- Het bieden van ondersteuning aan Heemsteedse inwoners die door fysieke, psychische of sociale oorzaken in een kwetsbare positie verkeren. Dit vraagt om curatieve voorzieningen die - veelal tijdelijk - worden ingezet om degenen die in een kwetsbare positie verkeren hier weer uit te helpen. Als de curatieve voorzieningen niet voldoende zijn, wordt zorg gedragen voor het verstrekken van individuele voorzieningen (rolstoelen, vervoers- en woonvoorzieningen, uitgebreid met de hulp bij het huishouden). Hiermee kunnen mensen, die door beperkingen niet in staat zijn mee te doen, zodanig worden gecompenseerd dat zij in staat zijn hun huishouden te voeren, zich kunnen verplaatsen en anderen kunnen ontmoeten. Oftewel, kunnen meedoen. Samenvattend willen we met het geheel aan preventieve, curatieve én individuele voorzieningen er aan bijdragen dat iedereen in Heemstede zich kan ontplooien en kan meedoen. Dit willen we realiseren door het bestaande aanbod te optimaliseren op basis van de geconstateerde aandachtspunten, wensen en knelpunten. 1.2 Uitgangspunten van het Heemsteedse Wmo-beleid Verantwoordelijkheden Bij het realiseren van de bovenstaande doelstellingen hanteren we de volgende uitgangspunten: Eigen verantwoordelijkheid van de burger De burger is primair zelf verantwoordelijk voor de inrichting van zijn leven en voor het meedoen aan de maatschappij. De gemeente schept hiervoor de voorwaarden. Wederzijdse ondersteuning van burgers Burgers ondersteunen elkaar via allerlei sociale verbanden. Familie, verenigingen, sport en cultuur zijn bij uitstek gebieden waar mensen elkaar ontmoeten en sociale verbanden aangaan. De burger heeft volgens de Wmo een verantwoordelijkheid om - naar vermogen - beschikbaar te zijn voor mensen in zijn omgeving, bijvoorbeeld door het verrichten van vrijwilligerswerk of het zich inzetten als mantelzorger. Financiën Voorts gaan wij er bij het realiseren van onze doelstellingen vanuit dat dit gebeurt binnen de hiervoor beschikbare middelen. 1.3 Prioriteiten De in de inventarisatienota Wmo/lokaal gezondheidsbeleid van augustus 2007 beschreven wensen, aandachtspunten en knelpunten zijn aan de hand van de volgende criteria beoordeeld: Is er sprake van een objectief probleem? Wordt het probleem door verschillende partijen gesignaleerd? Legitimeert de omvang en de ernst van het probleem ingrijpen? Is het bestaande aanbod onvoldoende om het probleem op te lossen? Moet en kan het probleem door de gemeente worden aangepakt of is er sprake van een knelpunt dat door het rijk, de provincie of anderen moet worden opgepakt? Is er een efficiënte oplossing van het probleem op lokaal niveau of regionaal niveau mogelijk? Alle onder onze aandacht gebrachte aandachtspunten, wensen en knelpunten voldoen aan deze criteria en geven aanleiding tot het doen van voorstellen in de voorliggende conceptnota. Bovendien past het geheel aan voorstellen binnen de voor de uitvoering van de Wmo beschikbaar komende middelen. 1.4 Evaluatie De beleidsnota betreft in overeenstemming met de wettelijke verplichting een periode van 4 jaar. Wij zullen het Wmo-beleid de komende 4 jaar nauwgezet blijven monitoren en daar waar wenselijk tussentijds voorstellen zullen doen voor verdere verbetering. Hiervoor zullen wij jaarlijks evalueren wat het afgelopen jaar is bereikt en aangeven wat we gaan doen in het daaropvolgende jaar. Uitgaande van de vaststelling van de Beleidsnota Wmo/lokaal gezondheidsbeleid 2008-2011 in juni 2008, zal de eerste evaluatie in het derde kwartaal van 2009 worden gepresenteerd. Hoofdstuk 2 Algemeen preventieve voorzieningen We streven naar een algemeen preventief voorzieningenniveau, dat alle Heemstedenaren de mogelijkheden biedt voor sociale participatie, ontplooiing en zelfredzaamheid. Hierbij moet gedacht worden aan voorzieningen en activiteiten op het gebied van onderwijs, peuterspeelzaalwerk, (jeugd)gezondheidszorg, spelen, recreatie en ontmoeting, sport, cultuur, ouderenwerk, sociaal-cultureel werk en vrijwilligerswerk. De vraag die voorligt is of het huidige algemene preventieve voorzieningenniveau van Heemstede - kwalitatief en kwantitatief - toereikend is voor ons streven om alle Heemstedenaren de mogelijkheid te geven mee te doen. Uit de inventarisatie van aandachtwensen en knelpunten die we in augustus 2007 hebben opgesteld, blijkt dat het Heemsteedse algemene preventieve voorzieningenniveau positief wordt beoordeeld. Het wordt gekarakteriseerd als: “breed qua aanbod, van goed niveau, laagdrempelig en afgestemd op verschillende leeftijdsgroepen”. Deze positieve beoordeling van het Heemsteedse algemene voorzieningen- en activiteitenniveau wil echter niet zeggen dat er helemaal geen verbetering of actualisering nodig is. In de volgende paragrafen van dit hoofdstuk wordt ingegaan op de aandachtspunten, knelpunten en wensen die in dit kader onder onze aandacht zijn gebracht. 2.1 Verbeteren van toegankelijkheid en gebruik voorzieningen voor gehandicapten Een voorwaarde voor "meedoen" is dat de algemene voorzieningen in de gemeente voor zoveel mogelijk burgers toegankelijk zijn, ook voor mensen met een beperking. In de praktijk blijken niet alle voorzieningen aan deze voorwaarde te voldoen. Op grond van de Deelverordening Investeringen kan een bijdrage in de kosten worden verstrekt voor het toegankelijk maken voor gehandicapten van gebouwen voor sport en scouting. Dit betekent dat ook van de verenigingen/instellingen een financiële bijdrage wordt verwacht. Voor andere voorzieningen, bijvoorbeeld voor de gebouwen van het sociaal-cultureel werk en het ouderenwerk, is een zodanige regeling niet aanwezig. Uiteraard is het voor gehandicapten van groot belang dat zij ook gebruik kunnen maken van de voorzieningen van deze gebouwen. Dit kan gefaciliteerd worden door de Deelverordening Investeringen zo aan te passen dat het toegankelijk maken van alle gebouwen waar gesubsidieerde activiteiten plaatsvinden met ingang van 2009 financieel kan worden ondersteund. Wij stellen voor hier jaarlijks een budget van maximaal € 25.000 voor beschikbaar te stellen. Voorstel Op grond van de Deelverordening Investeringen kan een bijdrage worden verstrekt in de kosten van het toegankelijk maken voor gehandicapten van gebouwen voor sport en scouting. Wij stellen voor de Deelverordening Investeringen zo aan te passen dat deze subsidiemogelijkheid per 2009 geldt voor alle gebouwen waar gesubsidieerde activiteiten plaatsvinden en voor dit onderdeel jaarlijks een bedrag van maximaal € 25.000 beschikbaar te stellen. Hiernaast is het van belang dat gebouwen voor voorzieningen in het gebruik voor zoveel mogelijk burgers geschikt zijn. Ook voor slechthorenden. Vaak zijn gebouwen toegerust met een ringleiding. Maar als dat niet het geval is, of als dat niet voldoende blijkt te zijn, biedt solo-apparatuur een uitkomst. Met deze draadloze apparatuur, die individueel wordt gebruikt, kan worden gerealiseerd dat ook slechthorenden lezingen of voorlichtingsbijeenkomsten kunnen volgen. En kan een geconstateerd knelpunt worden opgelost. Wij stellen voor ten behoeve van de bijeenkomsten die plaatsvinden in Het Oude Slot, de bibliotheek, het gebouw van de Stichting Welzijn Ouderen Heemstede, de gebouwen van CASCA en in De Pauwehof solo-apparatuur aan te schaffen en op genoemde locaties ter beschikking te stellen. Hiermee is incidenteel een bedrag van in totaal € 10.000 (10 stuks) gemoeid. We willen de Nederlandse Vereniging van Slechthorenden afdeling Heemstede betrekken bij de aanschaf van de solo-apparatuur. Voorstel Wij stellen voor solo-apparatuur aan te schaffen zodat op individueel niveau slechthorenden bijeenkomsten kunnen bijwonen in Het Oude Slot, de bibliotheek, het gebouw van de Stichting Welzijn Ouderen Heemstede, de gebouwen van CASCA en in De Pauwehof en hiervoor eenmalig € 10.000 beschikbaar te stellen. 2.2 Verbeteren vervoersvoorzieningen ouderen Het is van belang dat zoveel mogelijk burgers de in de gemeente aanwezige algemene voorzieningen kunnen bereiken om mee te kunnen doen in de maatschappij. Sommige inwoners, vooral ouderen, zijn hiervoor afhankelijk van vervoer. Een voorwaarde is dan ook dat er voldoende vervoersmogelijk- heden zijn. In Heemstede zijn voor ouderen, naast het openbaar vervoer, diverse vervoersvoorzieningen aanwezig: het vervoer van rolstoelgebruikers door de Stichting Aangepast Vervoer Zuid-Kennemerland (AVZK), het deur tot deur vervoer van de OV-taxi, de KObus van de Stichting Welzijn Ouderen Heemstede (WOH) en het vrijwilligersvervoer van de Stichting WOH. Hoewel de OV-taxi open staat voor alle Heemstedenaren, zien we in de praktijk dat voornamelijk ouderen met een vervoersindicatie gebruikmaken van dit vervoer. In paragraaf 4.3 wordt nader ingegaan op het functioneren van de OV-taxi. De KObus - eigendom van de gemeente en in bruikleen gegeven aan de Stichting WOH - en het vrijwilligersvervoer van de Stichting WOH zijn succesvol en kennen geen wachtlijsten en wachttijden. Ouderen worden vervoerd van en naar bijvoorbeeld de dagbesteding, het ziekenhuis, familie, de kapper of een cursus. De Stichting WOH biedt tevens begeleid vrijwilligersvervoer. De vrijwilliger blijft dan, bijvoorbeeld tijdens bezoek aan het ziekenhuis, bij de oudere. De KObus heeft in 2007 circa 1.950 ouderenritten verzorgd. Dit is een stijging ten opzichte van 2005 met ruim 50%. En er zijn ruim 3.600 ritten verzorgd door het vrijwilligersvervoer. Ook hier is sprake van een relatief aanzienlijke stijging ten opzichte van 2005: 20%. Hiernaast biedt de Stichting WOH 15 keer per jaar middagtochtjes met de KObus aan. Op jaarbasis nemen hier ruim 100 ouderen aan deel. Om deze vervoersmogelijkheden voor ouderen te handhaven, wordt in 2008 een nieuwe KObus aangeschaft. De hiermee gepaard gaande kosten zijn al door de raad beschikbaar gesteld. De huidige bus (uit 1998) is echter technisch gezien goed genoeg om nog enige tijd (minder frequent) te worden ingezet: deze bus kan vanaf de tweede helft van 2008 - als pilot - nog enige tijd worden ingezet voor extra middagtochtjes en het vervoer van ouderen naar de winkels op de Binnenweg en naar de markt. Op deze manier kan worden bijgedragen aan de bevordering van de zelfredzaamheid en sociale participatie van ouderen. Na een jaar zullen we deze extra vervoersinzet, uitgevoerd door de Stichting WOH, evalueren. Voor ouderenactiviteiten in het kader van de Wmo is in 2007 via een motie een jaarlijks bedrag beschikbaar gesteld van € 7.
- De eventuele meerkosten van de pilot worden ten laste gebracht van dit bedrag. We stellen voor dit bedrag structureel beschikbaar te houden voor vervoers- voorzieningen van de Stichting WOH. Bij de evaluatie van de pilot zullen wij hier nadere voorstellen voor doen. Voorstel Door de aanschaf van een nieuwe KObus worden in de tweede helft van 2008 - in de vorm van een pilot - aan Heemsteedse ouderen door de Stichting WOH extra vervoersmogelijkheden geboden. In het derde kwartaal van 2009 zullen we deze pilot evalueren. Voor ouderenactiviteiten in het kader van de Wmo is in 2007 via een motie een jaarlijks bedrag beschikbaar gesteld van € 7.
- De eventuele meerkosten van de pilot worden ten laste gebracht van dit bedrag. We stellen voor dit bedrag structureel beschikbaar te houden voor vervoersvoorzienin- gen van de Stichting WOH. 2.3 Uitbreiden preventief huisbezoek In 2003 heeft de Stichting WOH eenmalig het project preventief huisbezoek 75-jarigen uitgevoerd. Sinds mei 2007 wordt deze activiteit door de stichting structureel uitgevoerd. Het project heeft als doel: informatie verstrekken over voorzieningen, diensten en activiteiten waar ouderen gebruik van kunnen maken voor hun sociale participatie en voor het behoud van hun zelfredzaamheid. Dit onder meer door het verstrekken van de Seniorengids, folders van de Stichting WOH, de Pauwehof en Loket Heemstede. Tevens kan in gevallen waarin nadere ondersteuning nodig is, in overleg met de oudere, het Loket Heemstede worden ingeschakeld. De doelgroep bestaat uit zelfstandig wonende ouderen die 75 jaar zijn geworden. In de periode mei tot en met december 2007 zijn 164 uitnodigingen voor deelname verzonden, 93 ouderen hebben positief gereageerd en zijn vervolgens door speciaal opgeleide (gesprekstechniek, signaleren) vrijwilligers bezocht. Ouderen die niet willen deelnemen, geven als reden op dat zij nog heel actief zijn en geen behoefte hebben aan meer informatie. Alle ouderen die bezocht worden, reageerden enthousiast op het bezoek. Opvallend is dat van de 75-jarigen die in 2007 bezocht zijn, maar liefst 80% nog actief deelneemt aan (sport) activiteiten en in het algemeen zeer goed bekend is met het aanbod van de Stichting WOH, de Pauwehof en het Loket Heemstede. De andere 20% is minder actief en minder bekend met het Heemsteedse aanbod. Deze groep vindt het prettig te horen waar zij terechtkunnen als zij hulp nodig hebben. Het huisbezoek 75-jarigen is een moment waarop signaleringen en doorverwijzingen plaatsvinden. In verschillende gevallen is vervolgens het Loket Heemstede ingeschakeld voor nadere ondersteuning. De 75-jarigen in Heemstede blijken zich in de regel nog goed te kunnen redden. Zij zijn vaak lichamelijk nog uitstekend in staat om aan allerlei activiteiten deel te nemen. Een latere levensfase kenmerkt zich daarentegen in het algemeen door een toename van lichamelijk en geestelijke handicaps en sociale problemen. Bijvoorbeeld als gevolg van het wegvallen van primaire relaties. Bij deze ouderen komen steeds meer voorwaarden voor welzijn te vervallen. En op dat moment is een hernieuwd preventief huisbezoek volgens ons van groot belang. We willen daarom tevens overgaan tot uitvoering van het preventief huisbezoek 80-jarigen. De Stichting WOH kan de uitvoering binnen de huidige budgetsubsidie op zich nemen. Voorstel Het preventief huisbezoek van 75-jarigen, uitgevoerd door de Stichting WOH, zal in 2009 worden uitgebreid met het preventief huisbezoek 80-jarigen. De Stichting WOH kan het project binnen de verstrekte budgetsubsidie (2007-2009) uitvoeren. De Stichting WOH heeft ons hiernaast verzocht of zij een start kan maken met het bezoeken van die ouderen die tussen het eenmalige preventieve huisbezoek project van 2003 en de start van het huidige project in 2007 geen preventief huisbezoek hebben ontvangen. Deze inhaalslag - waarbij ongeveer 800 ouderen een uitnodiging zullen krijgen - kan op korte termijn worden gestart. Wel zijn er incidentele kosten (scholing en onkosten) verbonden aan deze extra inzet (€ 3.000). Gelet op de bijdrage die dit levert aan een goede informatievoorziening voor ouderen en de mogelijkheid van signalering van problematiek vinden we het van belang dat deze inhaalslag plaatsvindt. Voorstel De Stichting WOH kan nog in 2008 starten met het bezoeken van die ouderen die tussen het eenmalige preventieve huisbezoek project van 2003 en de start van het huidige project in 2007 geen preventief huisbezoek hebben ontvangen. We stellen voor om hiervoor in 2008 eenmalig een bedrag van € 3.000 beschikbaar te stellen. Naast het preventieve huisbezoek door vrijwilligers bestaat het activerende huisbezoek door professionals. Dit laatste maakt onderdeel uit van het algemene curatieve voorzieningenniveau. Voorstellen voor de inzet van activerend huisbezoek in Heemstede treft u aan in paragraaf 3.4.
- 2.4 Stimuleren informatievoorziening 65-jarigen Vanuit preventief oogpunt vinden wij het belangrijk om ouderen in een zo vroeg mogelijk stadium te wijzen op de mogelijkheden die er zijn om te blijven meedoen. Verschillende gemeenten in Nederland verzorgen in dit kader jaarlijks een 65-jarigen informatiemiddag (inclusief presentaties) op het raadhuis met ontvangst door burgemeester en portefeuillehouder. Wij stellen voor om met ingang van 2008 een dergelijke middag met specifieke informatie (zoals veiligheid, financiën, sport, recreatieve activiteiten, vrijwilligerswerk) voor 65-jarigen organiseren en deze organisatie in handen te leggen van de Stichting WOH en het Loket Heemstede. Aan alle 65-jarigen zal tevens de Seniorengids worden uitgereikt. De kosten die de informatiemiddag met zich meebrengt, bedragen jaarlijks € 2.
- Voorstel Wij stellen voor om met ingang van 2008 op het raadhuis een informatiemiddag voor de 65-jarigen te organiseren en deze organisatie in handen te leggen van de Stichting WOH en het Loket Heemstede. De kosten die dit met zich meebrengt, bedragen jaarlijks € 2.
- 2.5 Bevorderen informatievoorziening ouderen 66 t/m 74 jaar Met de voorstellen voor uitbreiding van het preventief huisbezoek en de organisatie van de 65-jarige informatiemiddag kan de informatievoorziening aan een grote groep senioren vorm gegeven worden. Al deze ouderen ontvangen de Seniorengids. We vinden het echter van belang dat deze Seniorengids ook wordt toegezonden aan alle Heemsteedse ouderen van 66 tot en met 74 jaar. Hiervoor willen we circa 2.000 extra Seniorengidsen laten drukken en verspreiden. De eenmalige kosten hiervan bedragen € 4.
- Voorstel Wij stellen voor om extra Seniorengidsen te laten drukken en deze toe te zenden aan alle Heemstedenaren van 66 t/m 74 jaar. De kosten hiervan bedragen in 2008 eenmalig € 4.
- 2.6 Faciliteren administratieve ondersteuning ouderen Vorig jaar hebben de Stichting WOH en het Loket Heemstede aangegeven dat ouderen regelmatig aanlopen tegen problemen op (financieel) administratief vlak. Het gaat dan om situaties waarbij de ouderen moeite hebben de persoonlijke financiën te ordenen - de administratie bij te houden - terwijl er geen aanleiding is tot professionele ondersteuning (schuldhulpverlening). Ook elders in het land is dit probleem herkend. Dit heeft er in verschillende gemeenten toe geleid dat het project "Administratieve ondersteuning van ouderen" in het leven is geroepen. Dit preventieve project is erop gericht dat ouderen ondersteuning ontvangen van daartoe opgeleide vrijwilligers voor het ordenen en bijhouden van hun administratie, het doornemen van de post en het afhandelen ervan en het informeren over regelingen waar ouderen mogelijk voor in aanmerking komen. Dit alles mede om te voorkomen dat ouderen op enig moment met schuldhulpverlening te maken krijgen. Om een bijdrage te leveren aan de oplossing van deze geconstateerde problematiek hebben wij in het laatste kwartaal van 2007 een subsidie van € 8.000 aan de Stichting WOH verleend om ook in Heemstede over te gaan tot uitvoering in van het project Administratieve ondersteuning van ouderen. Deze subsidie is verleend ten laste van de rijksbijdrage die wij hebben ontvangen op grond van de Tijdelijke subsidieregeling schuldhulpverlening. De Stichting WOH heeft met inzet van de subsidie in 2007 de vrijwilligers opgeleid die ouderen in 2008 helpen met hun financiële administratie. Voor de eventuele uitvoeringskosten van het project in 2009 stellen wij voor een bedrag van € 4.000 te reserveren. We zullen het project medio 2009 evalueren en de mogelijke voortzetting betrekken bij de verlening van de nieuwe budgetsubsidie aan de Stichting WOH per
- Voorstel In 2007 hebben wij een incidentele subsidie van € 8.000 verstrekt aan de Stichting WOH voor de opleiding van vrijwilligers die ouderen in 2008 helpen met hun financiële administratie. Wij stellen voor om voor de mogelijke kosten van de uitvoering van het project in 2009 een bedrag van € 4.000 te reserveren. Het project "Administratieve ondersteuning van ouderen zal medio 2009 worden geëvalueerd. 2.7 Professionaliseren peuterspeelzaalwerk Doel van het peuterspeelzaalwerk is: het bieden van voldoende opvang voor kinderen tussen de 2 en 4 jaar met het oog op het stimuleren van de sociale, motorische, zintuiglijke en creatieve ontwikkeling. In Heemstede bevinden zich 6 gesubsidieerde peuterspeelzalen. Twee hiervan (De Pluizebol en De Paddestoel) maken deel uit van de Stichting CASCA. De overige (‘t Meerlnest Voorweg en ’t Meerlnest Reggelaan, De Klimappel en Pinkeltje) vallen onder 3 zelfstandige peuterspeelzaalbesturen (Stichting Peuterspeelgroep Heemstede, Stichting Peuterspeelgroep De Klimappel en Stichting Christelijke Peuterspeelzaal Pinkeltje). De uitvoering van het peuterspeelzaalwerk is de laatste decennia steeds verder geprofessionaliseerd. Veel aandacht wordt vooral gegeven aan het signaleren van opgroeiproblematiek. Daartegenover staat dat er niet altijd een professionalisering in de bestuurs- en magementtaken heeft plaats- gevonden. Zo bestaan de besturen van de zelfstandige peuterspeelzalen in Heemstede uit vrijwilligers. Zij zijn de afgelopen jaren voor meer en complexere bestuurs- en managementtaken gesteld. Dit als gevolg van gewijzigde wet- en regelgeving. Ook van de hoofdleidsters wordt op het gebied van management steeds meer gevraagd. Deze situatie wordt steeds meer ervaren als een knelpunt. Dit is voor ons aanleiding geweest om aan Bureau OOG opdracht te verlenen de problematiek per peuterspeelzaal in kaart te brengen en te onderzoeken op welke wijze (bijvoorbeeld door intensieve samenwerking of schaalvergroting) mogelijke knelpunten opgelost kunnen worden. Op dit moment is het onderzoek in volle gang. De afronding hiervan wordt in het derde kwartaal 2008 verwacht. Het is op dit moment niet duidelijk of het uiteindelijke voorstel leidt tot extra kosten (p.m.). Voorstel Wij hebben Bureau OOG opdracht verleend om de (mogelijke) problematiek per peuterspeelzaal op het gebied van aansturing en management in kaart te brengen en te onderzoeken op welke wijze eventuele knelpunten opgelost kunnen worden. Het onderzoek is in volle gang en wordt naar verwachting in het derde kwartaal van 2008 afgerond 2.8 Stimuleren sociale cohesie en leefbaarheid: straatfeesten en wijkprojecten In de periode 2000-2004 kon op grond van de Verordening Themasubsidies Incidentele Subsidies voor het organiseren en uitvoeren van straatfeesten een waarderingssubsidie worden verstrekt. Dit ter bevordering van de sociale cohesie. Deze subsidiemogelijkheid was zeer populair en werd onder andere gebruikt voor de huur van speelmogelijkheden voor de jeugd. In de periode 2000-2004 zijn per jaar gemiddeld 12 straatfeesten financieel ondersteund. De Verordening Themasubsidies Incidentele Subsidies is per 2005 ingetrokken. Sindsdien hebben wij veel aanvragers voor een straatfeestsubsidie moeten teleurstellen en is herhaaldelijk aan ons verzocht deze subsidiemogelijkheid weer in het leven te roepen. Straatfeesten kunnen een goede bijdrage leveren aan de sociale cohesie in straten en hiermee aan de leefbaarheid. Daarom stellen wij voor de subsidiemogelijkheid hiervoor weer in het leven te roepen en voor de uitvoering van een straatfeest een bedrag van € 250 beschikbaar stellen. Dit onder de voorwaarde dat minimaal 10 huishoudens participeren. De kosten op jaarbasis bedragen naar verwachting € 3.
- Voorstel Wij stellen voor om voor straatfeesten die een bijdrage leveren aan de sociale cohesie een subsidie van € 250 te verstrekken. We stellen voor hiervoor ingaande 2008 jaarlijks maximaal € 3.000 beschikbaar te stellen. Niet alleen in straten, maar ook op wijkniveau is de sociale cohesie van belang. Om dit te bevorderen kunnen aan wijken budgetten beschikbaar worden gesteld voor het door de bewoners zelf opzetten en uitvoeren van projecten met aantoonbaar draagvlak, die bijdragen aan de leefbaarheid en sociale cohesie in de wijk. Uitgegaan kan worden van 12 Heemsteedse wijken en een budget per wijk van € 2.500 per 2 jaar. Wij stellen voor om deze mogelijkheid nader uit te werken en hiervoor een bedrag te reserveren van € 15.000 per jaar vanaf
- Voorstel Wij stellen voor om de mogelijkheid van het subsidiëren van door bewoners zelf opgezette en uitgevoerde projecten die een bijdrage leveren aan de leefbaarheid en sociale cohesie in wijken nader uit te werken en voor de kosten hiervan vanaf 2009 een bedrag te reserveren van € 15.
- 2.9 Voorkomen schulden onder jongeren Schulden zijn in Nederland een regelmatig voorkomend probleem onder jongeren. Er is geen reden aan te nemen dat de situatie in Heemstede anders is. In het kader van preventie verzorgt de Stichting Klasse Kunst een interactieve voorstelling (inclusief een lespakket) voor leerlingen van het voortgezet onderwijs. De Haemstede Barger heeft hier onlangs goede ervaringen mee opgedaan. Deze voorstelling is door ons ingekocht via het budget Tijdelijke stimuleringsregeling schuldhulpverlening. Gelet op het belang zullen we per 2009 een dergelijk aanbod inzetten via het Centrum voor Jeugd en Gezin. Zie hiervoor hoofdstuk
- Mogelijk kan ook Kontext, stichting voor maatschappelijk werk,op dit gebied een bijdrage leveren. Voorstel Wij zullen per 2009 vanuit het Centrum voor Jeugd en Gezin projecten laten opzetten gericht op het voorkomen van schulden onder jongeren. 2.10 Bijdragen aan een toereikend aanbod sportvoorzieningen Sport is een factor van betekenis bij de gezondheids- en welzijnsbevordering van mensen en levert een bijdrage aan hun sociale participatie. Heemstede kent een gevarieerd aanbod aan sportactiviteiten, sportverenigingen en sportaccommodaties. De financiële betrokkenheid van de gemeente ligt met name op het gebied van jeugdsport, sportaccommodaties en Breedtesport (Jeugdsportpas en GALM-project, zie hiervoor paragraaf 5.4). Ook ondersteunen we sinds het schooljaar 2007-2008 naschoolse sportactiviteiten in het kader van de Brede Schoolontwikkeling. Sinds 1 januari 1998 is het beheer en de exploitatie van de gemeentelijke sportaccommodaties - het Sportcentrum Groenendaal, het gemeentelijk sportpark en de tennisparken Groenendaal en HBC - opgedragen aan Drijver Exploitatie BV. Deze BV heeft voor de uitvoering van deze taak de lokale vennootschap Optisport Heemstede BV opgericht. Het contract met Optisport Heemstede BV loopt tot 1 januari
- Enkele sportverenigingen hebben de afgelopen periode verzocht om meer of andersoortige accommodatie of andere tarieven. Dit is, samen met de vraag naar de toekomstige beheersvorm van de gemeentelijke sportaccommodaties én de vraag van de raad om nader inzicht in het subsidie- en tarievenbeleid met betrekking tot sportverenigingen, voor ons aanleiding geweest om een externe partij in te schakelen. We hebben Grontmij/Marktplan BV gevraagd onderzoek te verrichten en advies uit te brengen. Grontmij/Marktplan BV heeft in april 2008 haar conceptrapportage, bestaande uit 3 deelrapportages, gepresenteerd: Toekomstvisie sportaccommodaties 2008-2017; Van visie naar uitwerking; Tarieven en subsidies. Deze rapporten zijn in april 2008 door Grontmij/Marktplan BV toegelicht aan en besproken met de raad en de verenigingen. Op dit moment is nog niet inzichtelijk welke keuzes gemaakt zullen worden en welke financiële gevolgen dit met zich meebrengt. Daarom zal de besluitvorming over dit onderwerp separaat aan deze nota plaatsvinden. 2.11 Uitbreiden aanbod ontmoetingsplekken jeugd Van de Heemsteedse jongeren die aan het EMOVO-onderzoek* in 2007 hebben meegedaan, geeft circa 30% aan een ontmoetingsplek in de buurt te missen, 22% mist een voetbalveldje in de woon- omgeving. Dit knelpunt is tevens onder onze aandacht gebracht door het jongerenwerk en de politie. Hierbij vindt 33% van de jongeren dat de gemeente niet (voldoende) naar hen luistert als zij beslist over zaken die hen aangaan. Aan de behoefte van jongeren kan voldaan worden door het realiseren van meerdere voorzieningen, waar een combinatie van sport en ontmoeten mogelijk is. Uitgegaan wordt van 2 á 4 voorzieningen. Nadat besluitvorming over de locaties heeft plaats gevonden, worden de jongeren betrokken bij de uitwerking van de plannen. Hiervoor zullen wij de scholen voor voortgezet onderwijs benaderen. Ook omwonenden zullen we bij de uitwerking van de plannen intensief informeren en betrekken. Hierbij wordt aangesloten bij de uitgangspunten zoals deze zijn opgenomen in de eerder vastgestelde Speelvisie. Op dit moment wordt onderzocht op welke wijze jongerenparticipatie over bredere onderwerpen vorm gegeven kan worden. Verwacht wordt dat in ieder geval nog dit schooljaar gestart kan worden met een klankbordgroep bestaande uit kinderen uit groep 8 van het basisonderwijs. * EMOVO (Elektronische Monitor en Voorlichting) is een onderzoek onder leerlingen van de klassen 1 en 2 van het voortgezet onderwijs over gezondheid en leefstijl. Voorstel Wij stellen voor - verspreid over de gemeente - 2 á 4 voorzieningen te realiseren waar een combinatie van sport en ontmoeten mogelijk is. We stellen voor hiervoor € 50.000 in 2009 en € 50.000 in 2010 beschikbaar te stellen. De doelgroep zal intensief betrokken worden bij de uitwerking van de plannen. Wij zullen hiervoor leerlingen van het voortgezet onderwijs uitnodigen. 2.12 Versterken vrijwilligerswerk In Heemstede maakt een groot aantal organisaties gebruik van vrijwilligers. Het gaat onder andere om sportverenigingen, culturele verenigingen, de Stichting WOH, zorginstellingen en organisaties die zich inzetten voor de ondersteuning van inwoners die op de een of andere manier hulp nodig hebben bij het functioneren in het dagelijkse leven (charitatieve instellingen). Door de inzet van vrijwilligers worden veel activiteiten laagdrempelig en betaalbaar gehouden. En hiernaast draagt vrijwilligerswerk bij aan de sociale en maatschappelijke participatie van de vrijwilligers zelf. Geschat wordt dat in totaal ongeveer 6.400 Heemstedenaren actief zijn als vrijwilliger. Dit aantal is gebaseerd op het landelijke rapport “Ontwikkeling in het lokaal vrijwilligersbeleid” van het Sociaal Cultureel Planbureau. Volgens deze rapportage is 25% van het totale inwoneraantal incidenteel en/of structureel actief als vrijwilliger. Er is geen reden te veronderstellen dat Heemstede afwijkt van het landelijke percentage. Sinds 2002 worden drie projecten, uitgevoerd door de Stichting CASCA, gericht op de stimulering van het vrijwilligerswerk ondersteund met een jaarlijkse subsidie (ruim € 35.000). Het gaat om de volgende projecten: het Steunpunt Vrijwilligerswerk, het organiseren van een jaarlijkse vrijwilligersbijeenkomst waarbij de vrijwilligersprijs wordt uitgereikt; het organiseren van activiteiten ter bevordering van vrijwilligerswerk door jongeren. Doelstelling van het Steunpunt Vrijwilligerswerk is het bieden van een laagdrempelige bemiddelings- en ondersteuningsfunctie van het vrijwilligerswerk, inclusief deskundigheidsbevordering, zowel ten behoeve van de vrijwilligers als ten behoeve van de organisaties. De bemiddelingsfunctie van het Steunpunt Vrijwilligerswerk wordt onder andere vorm gegeven via een (digitale) vacaturebank. Om een goed beeld te krijgen van het vrijwilligerswerk in Heemstede is in de zomer van 2007 een enquête verzonden aan 83 gesubsidieerde en niet-gesubsidieerde organisaties die gebruik maken van vrijwilligers. De respons was 50%. Uit de enquête is voren gekomen dat er zowel een tekort is aan vrijwilligers voor eenmalige activiteiten (7 organisaties) als voor langdurige activiteiten (18 organisaties/48 vrijwilligers). Gelet op het belang van voldoende vrijwilligers voor het functioneren van de verschillende organisaties en verenigingen, willen wij bijdragen aan de vermindering van dit knelpunt. Uit de enquête blijkt dat het Steunpunt Vrijwilligerswerk een belangrijke rol vervult als intercedent, adviseur en ondersteuner. Een kwart van de instellingen heeft in de enquête aangegeven gebruik te maken van het Steunpunt en dan vooral van de vacaturebank. Het is echter nog steeds zo dat een meerderheid van de verenigingen liever zelf werft of denkt dat zelf werven onder de eigen leden het beste is. Een onderscheid tussen instellingen enerzijds en verenigingen anderzijds op dit onderdeel is verklaarbaar. Verenigingen hebben in tegenstelling tot instellingen immers de mogelijkheid om onder de eigen leden te werven. Vermoedelijk zijn organisaties en verenigingen in Heemstede niet voldoende op de hoogte van datgene wat het Steunpunt Vrijwilligerswerk te bieden heeft. Een persoonlijke benadering van de organisaties die hebben aangegeven knelpunten te ondervinden, lijkt de meest aangewezen werkwijze om dit te verbeteren. We zullen het Steunpunt Vrijwilligerswerk verzoeken hier prioriteit aan te geven, bijvoorbeeld door organisaties op proef een vacature te laten plaatsen in de digitale vacaturebank. Maar ook door de andere diensten op de meest directe wijze, in een persoonlijk contact, aan te bieden. De nadruk dient hierbij te liggen op de invulling van moeilijk vervulbare vacatures. Het gaat dan veelal om functies van structurele, langdurige aard zoals bestuursfuncties die, als ze goed worden uitgevoerd, het werk van de vrijwilligers met werkzaamheden van een meer uitvoerend karakter kunnen faciliteren. Voorstel Wij stellen voor de subsidieverlening aan de Stichting CASCA voor de uitvoering van het vrijwilligerswerk te continueren. Hierbij stellen we voor om aan deze subsidieverlening de voorwaarde te verbinden dat via een actieve, persoonlijke benadering van organisaties en verenigingen een verbetering van de bekendheid van de werkzaamheden en mogelijkheden van het Steunpunt Vrijwilligerswerk wordt gerealiseerd. Hiernaast dient het Steunpunt Vrijwilligerswerk zich de komende periode vooral te richten op de invulling van moeilijk vervulbare (vrijwilligers)vacatures. We zullen dit in de beschikking nader concretiseren. Overlegstructuur In 2001 is het Lokaal Comité Vrijwilligerswerk in het leven geroepen ten behoeve van activiteiten die in dat jaar, Internationaal Jaar van de Vrijwilliger, uitgevoerd werden in Heemstede. Het Comité heeft gefungeerd als klankbord in het proces om te komen tot een Steunpunt Vrijwilligerswerk. Sindsdien fungeert het Comité met name als klankbord voor de coördinator van het Steunpunt Vrijwilligerswerk. In het Lokaal Comité Vrijwilligerswerk participeren op dit moment de Stichting Welzijn Ouderen Heemstede, de Stichting Sint Jacob, de Stichting CASCA, twee vertegenwoordigers van sportverenigingen en een medewerker van de afdeling Welzijnszaken. Het Comité wordt voorgezeten door de coördinator van het Steunpunt Vrijwilligerswerk. Gelet op de rol van het Comité (klankbord voor de coördinator) en de rol van de gemeente (subsidieverstrekker) ligt het voor de hand de gemeentelijke participatie hierin te beëindigen. Hiernaast laten wij het over aan de Stichting CASCA op welke wijze zij voor de werkzaamheden van het Steunpunt Vrijwilligerswerk een overleg initieert met de organisaties en verenigingen die gebruikmaken van vrijwilligers. De voortgang van de activiteiten van het Steunpunt Vrijwilligerswerk zal worden besproken in het reguliere kwartaaloverleg met de Stichting CASCA. Voorstel Wij stellen voor om de gemeentelijke participatie in het Comité Vrijwilligerswerk te beëindigen. Het is aan de Stichting CASCA op welke wijze, zij voor de uitvoering van de werkzaamheden van het Steunpunt Vrijwilligerswerk een overleg initieert met de organisaties en verenigingen die gebruikmaken van vrijwilligers. 2.13 Ondersteunen van maatschappelijke stages Maatschappelijke stages worden georganiseerd door het onderwijs. Het vinden van stageplekken is primair de verantwoordelijkheid van de school en de leerling. Hiervoor ontvangen de scholen middelen van het rijk. Het rijk heeft geconstateerd dat deze taak extra ondersteuning nodig heeft en ziet hier een rol voor gemeenten. Voor de periode 2008-2011 worden aan gemeenten middelen ter beschikking gesteld voor met name het bieden van passende stages aan leerlingen die niet zelf een plaats kunnen vinden én het ondersteunen van de organisaties waar de leerlingen geplaatst worden. Doel is dat de stagiair van nu de vrijwilliger van de toekomst wordt. De beschikbare middelen die aan de gemeente Heemstede worden verstrekt zijn als volgt: 2008 2009 2010 2011 Algemeen deel € 3.674 € 11.570 € 15.478 € 23.374 VO-scholen € 4.325 € 13.618 € 18.219 € 27.513 Totaal € 7.999 € 25.188 € 33.697 € 50.887 Nagegaan dient te worden op welke wijze, mét de inzet van de beschikbaar komende middelen, de maatschappelijke stages door jongeren effectief kunnen worden gerealiseerd en ondersteund. Hiervoor zullen wij in overleg treden met de in de gemeente gevestigde scholen voor voortgezet onderwijs. Mede op basis van de resultaten van dit overleg zullen wij in het laatste kwartaal van 2008 voorstellen presenteren voor de gemeentelijke ondersteuning van maatschappelijke stages per 2009 en de inzet van de hiervoor beschikbare middelen. De beschikbare middelen in 2008 willen we inzetten om het hiervoor noodzakelijke onderzoek ambtelijk uit te laten voeren. Voorstel Wij zullen in het laatste kwartaal van 2008 voorstellen presenteren voor de gemeentelijke ondersteuning van maatschappelijke stages per 2009 en de inzet van de hiervoor beschikbare middelen. We stellen voor de beschikbare middelen in 2008 (€ 7.999) in te zetten om het hiervoor noodzakelijke onderzoek ambtelijk uit te laten voeren. 2.14 Tijdelijk voortzetten inzet Stichting Net-werk Vrijwilligershulp Zuid-Kennemerland Voor 2008 is een subsidieverzoek ontvangen van de Stichting Net-werk Vrijwilligershulp Zuid-Kennemerland. Dit netwerk ondersteunt en bundelt de krachten van vrijwilligersorganisaties in de regio Zuid-Kennemerland. Deze stichting was tot de invoering van de Wmo een van de regionale instellingen die een subsidie ontvingen op grond van de Algemene wet bijzondere ziektekosten (Awbz). De subsidieregelingen op grond van de Awbz zijn beëindigd. Per 2008 ontvangen alle gemeenten gelden via de Wmo uitkering uit het Gemeentefonds, zodat lokaal maatwerk geleverd kan worden. De Stichting Net-werk Vrijwilligershulp Zuid-Kennemerland biedt ondersteuning aan vrijwilligers- organisaties in de regio Zuid-Kennemerland. De toegevoegde waarde van het Net-werk voor Heemstede is beperkt. De taken van het Net-werk overlappen in belangrijke mate de taken waarvoor het Steunpunt Vrijwilligerswerk wordt gesubsidieerd. Gelet hierop stellen we voor om geen structurele subsidie te verlenen aan de Stichting Net-werk Vrijwilligershulp Zuid-Kennemerland. Vanuit het oogpunt van zorgvuldigheid stellen we voor om in 2008 eenmalig een subsidie te verstrekken van € 2.380 (zijnde het Heemsteedse aandeel in de totale kosten voor de regio). Voorstel Wij stellen voor om geen structurele subsidie te verlenen aan de Stichting Net-werk Vrijwilligershulp Zuid-Kennemerland en vanuit het oogpunt van zorgvuldigheid in 2008 eenmalig een subsidie te verlenen van € 2.
- 2.15 Verminderen overlast jongeren Al geruime tijd heeft Heemstede te maken met groepen jongeren die - veelal in hun eigen buurt - op straat samenkomen en rondhangen, de zogenoemde hangjongeren. Heemstede kent altijd circa 10 á 15 van deze groepen. In veel gevallen geeft dit rondhangen geen problemen. In sommige gevallen echter leidt het tot overlast. Hierbij kan worden gedacht aan het veroorzaken van rommel en geluidsoverlast, het plegen van lichte vernielingen en het (beperkt) gebruik van alcohol. Het is moeilijk te voorspellen of een groep overlast gaat veroorzaken. Om dit proces te kunnen sturen zijn alle groepen bij de zogenoemde Peilstokgroep bekend. Deze Peilstokgroep bestaat onder andere uit politie, jongerenwerker, leerplichtambtenaar en HALT. De afgelopen jaren is er, als er overlast was geconstateerd, ingezet op zowel een repressieve aanpak van de politie als een preventieve aanpak met inzet van verschillende partijen en gecoördineerd vanuit de afdeling Welzijnszaken. Hiervoor hebben we met betrokken partijen een procedure afgesproken, waarin de stappen zijn aangegeven die door de verschillende partijen na een melding genomen worden. Aanvulling preventieve aanpak Tot nu toe vindt de preventieve aanpak als volgt plaats. In eerste instantie wordt vanuit het jongerenwerk van de Stichting CASCA geprobeerd jongeren (individueel, maar ook als groep) te betrekken bij reguliere activiteiten. Aanvullend hierop kan op de individuele jongeren gerichte inzet plaatsvinden van leerplicht en van andere organisaties, zoals Stichting Kontext, Brijder Stichting, JeugdRiagg. Dit zal uiteraard worden voortgezet. In sommige gevallen is sprake van een complexe problematiek. Zo kan een overlast gevende groep bestaan uit enerzijds een harde kern van jongeren die al deelnemen aan jeugdzorgtrajecten en/of in aanraking zijn geweest met politie en/of HALT en/of justitie en anderzijds meelopers. Het Jeugd Interventie Team (JIT) van Bureau Jeugdzorg, waar tot op heden inkoop van de aanpak van deze problematiek mogelijk was, zal door Bureau Jeugdzorg op korte termijn worden afgestoten. Dit als gevolg van een reorganisatie van Bureau Jeugdzorg. Het Jeugdinterventieteam, bestaande uit zogenoemde interventiewerkers, heeft zich bij overlast in verschillende gemeenten (vooral in Haarlem) succesvol gericht op: het bieden van een maatschappelijk toekomstperspectief aan de jongeren behorend tot de harde kern en het voorkomen dat de meelopers naar voorbeeld van de harde kern afglijden. Dit via: Het in voorkomende gevallen begeleiden van ouders en/of jongeren richting Bureau Jeugdzorg; Het betrekken van de buurt bij de aanpak van de problematiek; Het organiseren van activiteiten voor deze groep jongeren, gericht op het stimuleren van positief gedrag en het versterken van de sociale vaardigheden; Het in voorkomende gevallen aanbieden van begeleidingstrajecten of een van de leerwerktrajecten van Bureau Jeugdzorg. Wij vinden het van belang de bestaande preventieve aanpak van jongerenoverlast in Heemstede aan te vullen met dergelijk interventiewerk en te streven naar een goede afstemming en aansluiting met Bureau Jeugdzorg. Uitgaande van een benodigde inzet van 350 uur bedragen de kosten hiervan op jaarbasis € 17.
- Wij zullen hierbij met de regiogemeenten bespreken of er op dit gebied mogelijkheden zijn om tot een gezamenlijke inzet te komen. Bij de uitvoering van de preventieve aanpak wordt aansluiting gerealiseerd bij het Centrum voor Jeugd en Gezin (zie paragraaf 3.2). Voorstel Wij stellen voor om de preventieve aanpak van jongerenoverlast ingaande 2008 uit te breiden met de inzet van interventiewerk. De kosten hiervan bedragen € 17.500 op jaarbasis. 2.16 Faciliteren buurtbemiddeling Ter bevordering van de leefbaarheid wordt in de gemeenten Haarlemmermeer en Haarlem bij verstoorde burenrelaties sinds enkele jaren succesvol gebruik gemaakt van buurtbemiddeling door speciaal daarvoor opgeleide vrijwilligers. Het kan gaan om huurders of eigenaren van woningen. Het project wordt geleid door Stichting Meerwaarde, in samenwerking met de politie Kennemerland, de gemeenten en de woningcorporaties. Stichting Meerwaarde verzorgt de opleiding van vrijwilligers, coördineert de verzoeken om bemiddeling en stelt per conflict een team van 2 vrijwilligers samen. Bij verstoorde burenrelaties wordt getracht met de inzet van vrijwiligers de communicatie tussen de betrokken buren en buurtgenoten te herstellen, opdat zij zelf een oplossing voor hun conflict realiseren en escalatie kan worden voorkomen. De Stichting Meerwaarde werkt voor de uitvoering van het project in Haarlem nauw samen met de gemeente, de politie Kennemerland, Elan Wonen en Pré Wonen. In Haarlem is de inzet gericht op circa 50 verstoorde burenrelaties per jaar. Ook Heemstede kent burenconflicten. Wij stellen daarom voor de Stichting Meerwaarde te verzoeken het project buurtbemiddeling ook in Heemstede aan te bieden. De kosten voor de coördinerende rol van de Stichting Meerwaarde, de opleiding en begeleiding van circa 4 Heemsteedse vrijwilligers en de feitelijke bemiddeling bij 6 á 8 burenconflicten bedragen € 12.500 per jaar. Voorstel Wij stellen voor om de bemiddeling bij conflicten tussen buren te faciliteren en hiervoor de Stichting Meerwaarde in te schakelen. De kosten hiervan bedragen in 2008 maximaal € 6.250 en vanaf 2009 op jaarbasis maximaal € 12.
- Hoofdstuk 3 Algemene curatieve voorzieningen Voor sommige burgers zijn de algemene preventieve voorzieningen van hoofdstuk 2 niet voldoende om mee te kunnen doen. Zij hebben extra ondersteuning nodig, omdat ze anders maatschappelijk of sociaal buiten de maatschappij komen te staan. Bijvoorbeeld als gevolg van fysieke, psychische, sociale of financiële oorzaken. Voor hen zijn extra, curatieve voorzieningen en activiteiten vereist, zodat ook zij kunnen meedoen in de maatschappij. Hieronder vallen bijvoorbeeld de activiteiten van de Stichting Kontext (het algemeen maatschappelijk werk), Stichting ’t Web (belangenbehartiging gehandicapten), de Baan (vrijetijdsbesteding voor gehandicapten), Stichting Paardrijden Gehandicapten, maar ook de activiteiten voor gehandicapten van sportverenigingen. Bij curatieve voorzieningen voor kinderen en jongeren kan gedacht worden aan het speciaal onderwijs, logopedie, de leerplicht, schoolbegeleiding en de inzet van de jeugdgezondheidszorg bij risicokinderen. In het onderstaande gaan we nader in op de aandachtspunten, knelpunten en wensen die op het vlak van de curatieve voorzieningen onder onze aandacht zijn gebracht. 3.1 Loket Heemstede: optimaliseren participatie en voorlichting Het Loket Heemstede biedt cliënten en hun mantelzorgers sinds 2002 informatie, advies en ondersteuning op het brede terrein van wonen, zorg en welzijn. Met ingang van 26 maart 2008 is Loket Heemstede gehuisvest in het raadhuis. De openingstijden van het Loket zijn vanaf dat moment verruimd van 9.00 tot 12.00 uur naar 8.30 tot 13.00 uur. In het kader van de verhuizing van het Loket Heemstede naar het raadhuis is nadrukkelijk aandacht geschonken aan de presentatie en het behoud van de eigen identiteit van het Loket Heemstede. Het Loket is een samenwerkingsverband van de gemeente Heemstede, Stichting Kontext, Stichting Welzijn Ouderen Heemstede (WOH), Zorgbalans en Tandem (voorheen genaamd Steunpunt mantelzorg). Cliëntcontacten In 2007 bedroeg het aantal cliëntcontacten 4.150 waarvan 170 huisbezoeken. Dit is een aanzienlijke stijging ten opzichte van eerdere jaren (het jaarlijkse gemiddelde was 3.500 cliëntcontacten, waarvan 85 huisbezoeken). Circa de helft van de cliënten bezoekt het Loket, de andere helft richt zich telefonisch tot het Loket. In het eerste kwartaal 2008 bedroeg het aantal cliëntcontacten 1.060 waarvan 69 huisbezoeken. De groei van het aantal huisbezoeken in 2007 en het eerste kwartaal 2008 is met name een gevolg van de invoering van de Wmo en de rol van de loketmedewerkers bij de totstandkoming van het indicatieadvies voor de hulp bij het huishouden. Het gaat hier om een nieuwe taak voor het Loket. Om tot een zorgvuldig indicatieadvies te komen, leggen de loketmedewerkers een huisbezoek af. Hiernaast zien we sinds de participatie van Tandem in juli 2007 een toename in het aantal contacten met mantelzorgers. Naast de stijging van de contactaantallen is sprake van een toename in de complexiteit van de vragen. Dit heeft enerzijds te maken met het feit dat mensen steeds ouder worden en langer zelfstandig (thuis) blijven wonen, anderzijds met een steeds complexer wordende samenleving waardoor mensen moeilijk de weg kunnen vinden in het aanbod aan diensten en producten. 3.1.
- Optimaliseren participatie in het Loket Bij de samenstelling van de partners in het Loket wordt gestreefd naar een evenwichtige samenstelling die recht doet aan de taken die het Loket heeft. Gelet op de nieuwe taak die de gemeente met de invoering van de Wmo heeft gekregen, de mantelzorgondersteuning, is in 2007 Tandem voor 6 uur per week gaan participeren in het Loket. Hierbij is afgesproken dat Tandem deze inzet in 2007 leverde vanuit de subsidie die zij voor de regionale mantelzorgondersteuning ontving van de gemeente Haarlem. Zie ook paragraaf 3.3.
- Ingaande 2008 komt deze inzet voor rekening van de gemeente. Landelijk is een ontwikkeling ingezet die moet leiden tot intensiever contact en samenwerking tussen gemeenten en MEE. Deze organisatie richt zich op het bieden van vraaggerichte laagdrempelige ondersteuning aan mensen met een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking en chronisch zieken. In Heemstede is deze samenwerking de afgelopen jaren vanuit het Loket in gang gezet. In 2008 zullen wij met MEE nadere afspraken maken over de samenwerking. Vooralsnog ziet MEE geen mogelijkheden tot fysieke participatie in het Loket. Participatie voor 1 april 2008 In het onderstaande schema treft u de inzet van de participanten in én ten behoeve van het Loket Heemstede aan vóór 1 april
- Organisatie Inzet per week vóór 1 april 2008 Coördinator Welzijnszaken 24 uur Sociale Zaken 32 uur Stichting Kontext 24,88 uur Stichting WOH 23 uur ZorgBalans 20 uur Tandem 6 uur Thuiszorg Van Gool 6 uur Toelichting: aan de Stichting Kontext en de Stichting WOH wordt een jaarlijkse subsidie verstrekt voor hun participatie in én ten behoeve van het Loket. De zorgaanbieders - Zorgbalans en Thuiszorg Van Gool - participeren in het Loket zonder dat daar een kostenvergoeding van de gemeente tegenover staat. De genoemde uren zijn bedoeld voor spreekuren in het Loket, uitwerking van de vragen, huisbezoeken en werkoverleggen. Participatie sinds 1 april 2008 De Stichting Thuiszorg Van Gool heeft de participatie van 6 uur per week per 1 april 2008 beëindigd. De andere zorgaanbieder, ZorgBalans, heeft het aantal uren per 1 april 2008 met 8 per week verminderd. Hiermee is in totaal 14 uur per week minder beschikbaar in het Loket. Deze uren zijn echter noodzakelijk om de minimaal noodzakelijke bezetting van het Loket te organiseren. Om te kunnen voldoen aan de uitbreiding van de openingstijden is het hiernaast noodzakelijk om de formatie uit te breiden met 10 uur per week (2 uur per dag). De benodigde 24 uur (14 uur vervanging en 10 uur uitbreiding) kan worden gerealiseerd door: Uitbreiding inzet Stichting Welzijn Ouderen met 18 uur per week; Uitbreiding inzet Tandem met 6 uur per week. Voor 18 uur per week stellen wij voor de inzet van Stichting WOH uit te breiden en hiervoor een subsidie te verlenen van € 25.500 per jaar. Voorstel Wij stellen voor de inzet van de Stichting WOH uit te breiden met 18 uur per week en hiervoor een subsidie te verlenen van € 12.750 voor 2008 en vanaf 2009 € 25.500 structureel per jaar. Wij stellen voor om aan Tandem voor de eerste helft van 2008 een subsidie te verlenen voor 6 uur participatie in het Loket. De kosten hiervan bedragen € 4.
- We stellen hiernaast voor om de participatie van Tandem in het Loket per juli 2008 uit te breiden naar 12 uur per week. De kosten hiervan bedragen in 2008 € 8.500 en per 2009 € 17.
- Hiermee zijn de benodigde 24 uur (14 uur vervanging en 10 uur uitbreiding) voor het Loket gerealiseerd. Er kan echter tevens vanuit worden gegaan dat de participatie van Tandem in het Loket leidt tot een verdere toename van de vraag om mantelzorgondersteuning. We stellen voor om voor de inzet vanuit de back-office (mantelzorgmakelaar) per juli 2008 gedurende 5 uur per week aan Tandem een bedrag beschikbaar te stellen van € 6.400 op jaarbasis. Voorstel Wij stellen voor om aan Tandem voor de eerste helft van 2008 een subsidie te verlenen voor 6 uur participatie in het Loket. De kosten hiervan bedragen € 4.
- We stellen voor Tandem per juli 2008 een subsidie te verlenen voor 12 uur participatie in het Loket. De kosten hiervan bedragen in 2008 € 8.500 en per 2009 € 17.
- Wij stellen voor om voor de inzet gedurende 5 uur per week van Tandem vanuit de back-office (mantelzorgmakelaar) per juli 2008 een subsidie te verlenen. De kosten hiervan bedragen in 2008 € 3.200 en per 2009 € 6.
- De totale kosten van deze participatie in het Loket en inzet vanuit de backoffice bedragen hiermee € 15.950 voor 2008 en vanaf 2009 € 23.400 structureel per jaar. 3.1.
- Verbeteren van de voorlichting Burgers moeten de weg naar het Loket Heemstede weten te vinden. Immers, het Loket biedt niet alleen informatie, advies en ondersteuning, maar vormt tevens de toegang tot de Wmo-voorzieningen. Uit het door de Stichting WOH gehouden preventief huisbezoek 75-jarigen blijkt weliswaar dat circa 80% van de Heemsteedse ouderen bekend is met het Loket Heemstede, maar dit bereik kan verbeterd worden. Bovendien is voorlichting een permanent punt van aandacht. De afgelopen jaren is ‘in eigen huis’ voorlichtingsmateriaal ontwikkeld zowel voor het Loket als voor de individuele Wmo-voorzieningen. Dit voorlichtingsmateriaal mist een zekere aantrekkingskracht; de folders vallen niet op tussen andere folders. Wij zijn voornemens om in samenwerking met de afdeling Communicatie te investeren in professioneel vorm gegeven informatiefolders. Tevens zullen we hierbij de Intergemeentelijke Afdeling Sociale Zaken betrekken. De kosten die in 2008 verbonden zijn aan het laten ontwikkelen van voorlichtingsmateriaal ramen we op € 7.
- De jaarlijkse kosten van het herhalen van de informatie bedragen € 2.
- Voorstel Wij stellen voor om de voorlichting over het Loket en de individuele voorzieningen te verbeteren en willen hiervoor voorlichtingsmateriaal ontwikkelen. De kosten hiervan bedragen in 2008 eenmalig € 7.500 en vanaf 2009 € 2.500 structureel per jaar. 3.1.
- Aanpassen van de overlegstructuur De begeleidingscommissie Loket Heemstede (waarin de participanten van het Loket zijn vertegenwoordigd) is in 2001 ingesteld om het college te adviseren over alle zaken die het Loket betreffen. De begeleidingscommissie heeft vervolgens een belangrijke bijdrage geleverd aan de totstandkoming van het Loket in
- De rol van de begeleidingscommissie is geleidelijk gewijzigd. Feitelijk is de begeleidingscommissie op dit moment een maandelijks managementoverleg bestaande uit de managers van de organisaties die participeren in het Loket. Wij zijn voornemens de naamgeving van dit overleg en de formele taken hiermee in overeenstemming te brengen. 3.2 Verbeteren ondersteuning aan jeugdigen en hun ouders: Het Centrum voor Jeugd en Gezin Het lokale jeugdbeleid wordt onder verdeeld in algemeen en specifiek jeugdbeleid. Het algemene jeugdbeleid, onderdeel van hoofdstuk 2, is voor 85% van de jongeren voldoende om zonder problemen op te groeien. In Heemstede zijn dit circa 5.000 kinderen en jongeren. Voor de overige 15% - circa 850 Heemsteedse kinderen en jongeren - is echter meer nodig: het specifieke jeugdbeleid. Het specifieke jeugdbeleid is noodzakelijk voor kinderen en jongeren (én hun ouders) die - soms tijdelijk, soms langer - in de problemen zijn gekomen of dreigen te komen en voor wie de algemene preventieve voorzieningen falen of ontoereikend zijn. Voorbeelden van voorzieningen van dit specifieke jeugdbeleid zijn: het speciaal onderwijs, Bureau HALT, de leerplicht, het leerlingenvervoer, de schoolbegeleiding en de begeleiding van risicokinderen door de jeugdgezondheidszorg. Als de problemen van jongeren te zwaar zijn om op te lossen met dit specifieke jeugdbeleid (dit is met name bij ernstige opgroei, opvoedings- of psychiatrische problemen het geval), dient een jongere zo snel mogelijk terecht te komen bij de jeugdzorg. Op dat moment eindigt de verantwoordelijkheid van de gemeente en is de provincie op grond van de Wet op de Jeugdzorg de verantwoordelijke partij. Bureau Jeugdzorg is dé centrale onafhankelijke toegang voor de jeugdzorg. Dit bureau staat tussen de lokale voorzieningen voor de jeugd en de voorzieningen van de jeugdzorg in. Door het afgeven van een indicatie door Bureau Jeugdzorg kan hulpverlening plaatsvinden door jeugdzorgaanbieders op grond van de Wet op de Jeugdzorg. Circa 1% van de Heemsteedse jongeren (50 jongeren) heeft een indicatie voor een vorm van jeugdzorg. Bureau Jeugdzorg geeft naast de indicatietaak uitvoering aan onder andere de jeugdreclassering en de jeugdbescherming. Bij dit laatste gaat het om de onder toezichtstelling en de ontzetting en ontheffing van het ouderlijk gezag en de uitvoering van deze maatregelen via de uitoefening van voogdij en gezinsvoogdij. De Wmo geeft gemeenten de opdracht om gerichte ondersteuning te bieden aan jeugdigen met problemen met opgroeien en aan ouders met problemen met opvoeden, zodat zoveel mogelijk wordt voorkomen dat jongeren in de jeugdzorg terechtkomen. In tegenstelling tot de andere onderdelen van de Wmo, is de wet voor dit onderdeel richtinggevend. Gemeenten zijn verplicht op lokaal niveau, voorafgaand aan de jeugdzorg, tenminste de volgende 5 functies te bieden: Informatie en advies. Dit gaat om informatie en advies aan ouders, kinderen en jongeren over opvoeden en opgroeien. Signalering. Duidelijk moet zijn welke afspraken gelden voor het melden van signalen door instellingen als jeugdgezondheidszorg, onderwijs, peuterspeelzalen en jeugd- en jongerenwerk. Toeleiding naar hulp. Lokaal moet geregeld zijn hoe de toeleiding naar hulp plaatsvindt, dat wil zeggen naar lokale en regionale voorzieningen of Bureau Jeugdzorg (zijnde het indicatiebureau voor de jeugdzorg). Licht pedagogische hulp. Voor gezinnen en jeugdigen met opvoed- en opgroeiproblemen moet er op lokaal niveau licht pedagogische hulp beschikbaar zijn. Coördinatie van zorg. Bij coördinatie van zorg gaat het om het afstemmen en zo mogelijk bundelen van zorg in het geval dat meerdere hulpsoorten nodig zijn om een jeugdige of gezin te ondersteunen. Door het rijk en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) worden Centra voor Jeugd en Gezin gezien als de vorm waarbinnen die functies in samenhang worden uitgevoerd. Vóór 2012 moet elke gemeente een Centrum voor Jeugd en Gezin hebben. Naast de 5 genoemde functies moet in de Centra voor Jeugd en Gezin uitvoering geven aan de reguliere jeugdgezondheidszorg. De partijen die de jeugdgezondheidszorg uitvoeren, worden door het rijk gezien als de kernpartners in het Centrum voor Jeugd en Gezin. Bovendien dient er een schakel te worden gerealiseerd met Bureau Jeugdzorg en met het onderwijs. Ambitie Het is van belang dat de jeugd meedoet aan álle facetten van de samenleving, waarbij uitval wordt voorkomen en zo nodig aangepakt. Vanzelfsprekend zijn ouders de eerstverantwoordelijken voor de opvoeding van hun kind(eren). Hiernaast is echter sprake van een gemeentelijke verantwoordelijkheid voor opvoedondersteuning. Hier willen wij op krachtige wijze vorm aan geven door in 2008 een herkenbaar, laagdrempelig Centrum voor Jeugd en Gezin te realiseren, waar: Ouders en jongeren alle informatie kunnen krijgen over opvoeden en opgroeien. Effectieve en kwalitatief goede methoden worden ingezet voor alle vragen en problemen op het terrein van opgroeien en opvoeden. Passende hulp door tijdige signalering en coördinatie van die hulp wordt geboden. Als de ontwikkeling van een kind hapert, zo nodig bemoeizorg ingezet kan worden. Bemoeizorg is gericht op zogenaamde zorgmijders en is een onderdeel van de Openbare geestelijke gezondheidszorg (OGGZ). Zie hiervoor verder hoofdstuk
- Beroepskrachten advies en informatie kunnen krijgen als zij zien dat het met een kind niet goed gaat. Uitvoering wordt gegeven aan de door het rijk verplicht gestelde taken, maar ook lokaal maatwerk wordt geboden. Financiële middelen voor Centrum voor Jeugd en Gezin Voor de financiële ondersteuning van de gemeenten om te komen tot Centra voor Jeugd en Gezin, heeft het rijk de Tijdelijke regeling CJG vastgesteld. Op grond van deze regeling ontvangen gemeenten in de periode 2008 tot en met 2011 een brede doeluitkering ten behoeve van de jeugdgezondheidszorg (0-4 jarigen), maatschappelijke ondersteuning en afstemming jeugd en gezin en het realiseren van een Centrum voor Jeugd en Gezin. Naast de middelen uit de brede doeluitkering worden ook middelen voor de Centra voor Jeugd en Gezin toegevoegd aan het gemeentefonds. Via het accres van het Gemeentefonds stelt het rijk vanaf 2008 gefaseerd €100 miljoen beschikbaar. Rijk en VNG hebben in het Bestuursakkoord afgesproken dat deze middelen beoogd zijn om een belangrijke bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van de Centra voor Jeugd en Gezin. Heemstede ontvangt de volgende extra middelen: Brede Doeluitkering Jeugd 2008 2009 2010 2011 Beschikbaar voor CJG € 47.995 € 96.985 € 130.162 € 167.985 Gemeentefonds 2008 2009 2010 2011 Beschikbaar voor CJG -* € 64.000 € 96.000 € 128.000 * Bij de behandeling van de begroting 2008 zijn de via het Gemeentefonds beschikbaar komende gelden voor het CJG ( € 32.000) niet voor dit doel gereserveerd. Vanaf 2009 wordt in de begroting rekening gehouden met het reserveren van de hierboven genoemde bedragen voor het CJG. De extra middelen zijn beschikbaar gekomen, mede op basis van een quick scan die de VNG heeft laten uitvoeren. Volgens deze quick scan is van de extra middelen circa 35% nodig voor de Centra voor Jeugd en Gezin, 35 % voor de Zorgadviesteams en 30 % voor Opvoedondersteuning. Bij de inzet van de beschikbaar komende middelen hebben we deze verdeling als uitgangspunt genomen, waarbij we rekening hebben gehouden met de lokale situatie. Voor de ontwikkeling van Centra voor Jeugd en Gezin in Zuid-Kennemerland heeft de provincie Noord Holland op ons verzoek de volgende subsidies verleend: Een subsidie op grond van het uitvoeringsprogramma jeugdzorg van € 104.960 te besteden in
- Een subsidie op grond van de Investeringsimpuls Opvoedingsondersteuning van € 297.400 te besteden in de periode 2008-2010 voor gemeenten in Zuid-Kennemerland (met uitzondering van de gemeente Haarlem). 3.2.
- Uitwerking Centrum voor Jeugd en Gezin in Heemstede De Jeugdgezondheidszorg Kennemerland (0-4 jaar) en de GGD Kennemerland (4-19 jaar) moeten een plaats krijgen in het Centrum voor Jeugd en Gezin. Met hen zijn regionaal afspraken gemaakt over de samenwerking in de lokaal te realiseren Centra voor Jeugd en Gezin. Hiernaast is nauwe samenwerking vereist met onder andere Bureau Jeugdzorg, Stichting Kontext, Stichting CASCA, het onderwijs, Bureau HALT, huisartsen. Huisvesting De Jeugdgezondheidszorg Kennemerland (0-4 jaar) en de GGD Kennemerland (4-19 jaar) voeren voor Heemstede hun jeugdgezondheidszorgtaken uit in het ‘Gezondheidshuis’. De Jeugdgezond-heidszorg Kennemerland is eigenaar van dit gebouw en biedt de mogelijkheid om hierin voor het Centrum voor Jeugd en Gezin een ruimte te huren van 90 m2 met een eigen entree. Deze locatie heeft als voordeel dat veel inwoners hiermee al bekend zijn als gevolg van bezoek aan het consultatiebureau of aan de schoolarts. Om de ruimte geschikt te maken voor een Centrum voor Jeugd en Gezin zijn aanpassingen noodzakelijk. De hiermee samenhangende kosten kunnen als volgt worden begroot: Huisvestingskosten 2008 2009 2010 2011 Huurkosten 4.000 12.000 12.000 12.000 Energie etc. 2.000 6.000 6.000 6.000 PR 4.000 4.000 4.000 4.000 Inrichting 45.000 - - - Totaal 55.000 22.000 22.000 22.000 Personele invulling Gemeenten dienen met betrekking tot de Centra voor Jeugd en Gezin volgens het rijk uitdrukkelijk invulling te geven aan hun regierol. Die regierol bestaat uit: Het tot stand brengen van "één gezin, één plan" voor gezinnen met meervoudige problemen. Op het moment dat meerdere partijen zorg en ondersteuning leveren binnen hetzelfde gezin, is het van belang dat deze zorg en ondersteuning op elkaar wordt afgestemd. Er moet worden gestreefd naar ‘één gezin, één plan’. Voor de hiervoor benodigde coördinatie is de gemeente verantwoordelijk. Het realiseren van samenwerking binnen het Centrum voor Jeugd en Gezin en afstemming met instellingen buiten het Centrum. . Aanstellen coördinator Om een goede uitvoering te geven aan de regierol stellen we voor om een coördinator Centrum Jeugd en gezin aan te stellen. Deze coördinator is tevens degene die namens de gemeente overleggen met andere partners initieert en onderhoudt en als coördinator optreedt voor de Zorgadviesteams (aansluiting met het onderwijs) en de RAAK-aanpak (RAAK staat voor Reflectie- en Actiegroep Aanpak Kindermishandeling). Nadere informatie over de RAAK-aanpak treft u aan in paragraaf 5.4.7, waar wij onze voorstellen voor de aanpak van kindermishandeling presenteren. In totaliteit is een formatie benodigd van 24 uur per week. · Aanstellen informatiemedewerker Hiernaast is het noodzakelijk dat gedurende de openingstijden een informatiemedewerker aanwezig is die in ieder geval invulling kan geven aan de informatie- en adviesfunctie en de vraagverheldering. Om deze taak goed uit te kunnen voeren dient deze medewerker te beschikken over kennis van de jeugdketen. Uitgaande van een dagelijkse openstelling gedurende de ochtenden gaan wij uit van een benodigde inzet van 20 uur per week. · Inzet Stichting Kontext De Stichting Kontext wordt door ons vooralsnog niet gesubsidieerd voor activiteiten op het gebied van opvoedondersteuning. Om de stichting in de gelegenheid te stellen deze ondersteuning op afroep in het Centrum te kunnen bieden, is een inzet benodigd van gemiddeld 4 uur per week. · Inzet (ortho)pedagoog In het centrum willen we een opvoedspreekuur op afspraak aanbieden en de mogelijkheden nagaan om een digitaal opvoedspreekuur aan te bieden. Hiervoor is een inzet van een (ortho)pedagoog benodigd van 6 uur per week. Dit is temeer van belang nu de Opvoedwinkel in Haarlem - die ook ondersteuning aan Heemsteedse ouders bood - per 2008 is gesloten. · Inzet Welzijnswerk In het Centrum voor Jeugd en Gezin wordt niet alleen zorg geboden, ook het welzijnswerk speelt een belangrijke rol bij het opgroeien van de jeugd. Het is daarom van belang dat de Stichting CASCA intensief betrokken wordt bij het Centrum. Aan de hand van signalen uit het Centrum dient bijvoorbeeld het jongerenwerk extra activiteiten te ontwikkelen en uit te voeren. · Inzet kwartiermaker Vooruitlopend op het bovenstaande stellen wij voor een kwartiermaker aan te stellen die de daadwerkelijke realisatie van het Centrum, samen met de (kern-)partners, gaat voorbereiden. Hiervoor wordt uitgegaan van een inzet van 14 uur per week gedurende 6 maanden, te beginnen op 1 juli
- Wij gaan er van uit dat met deze inzet het Centrum in het laatste kwartaal 2008 een feit zal kunnen zijn. Personele inzet 2008 2009 2010 2011 Kwartiermaker, 14 uur 13.000 (6 mnd) - - - Coördinator, 24 uur 11.250 (3 mnd) 45.000 45.000 45.000 Informatiemedewerker, 20 uur 8.000 (3 mnd) 32.000 32.000 32.000 Inzet Kontext, 4 uur 1.500 (3 mnd) 6.000 6.000 6.000 Aansluiting Welzjin/jongerenwerk 1.875 (3 mnd) 7.500 7.500 7.500 Opvoedspreekuur, 6 uur 2.250 (3 mnd) 9.000 9.000 9.000 Totaal 37.875 99.500 99.500 99.500 Opvoedondersteuning Opvoedondersteuning wordt door de jeugdgezondheidszorg regulier aangeboden in de vorm van pedagogische advisering tijdens de bezoeken aan het consultatiebureau en door de GGD Kennemerland tijdens de gezondheidsonderzoeken op scholen. Het daarnaast bestaande aanvullende aanbod aan opvoedondersteuningsactiviteiten dient nader bezien te worden, waarna zo nodig overgegaan kan worden tot aanpassing van het bestaande aanbod en/of de ontwikkeling van nieuw aanbod. Hierbij dienen activiteiten met een klein bereik zoveel mogelijk vermeden te worden en dienen vooral die activiteiten ingezet te worden die volgens het Nederlands Jeugd Insitituut “evidence based” zijn. Eén van die activiteiten is Triple P*, waarmee we met inzet van provinciale middelen in 2008 starten. * Triple P is een opvoedondersteuningsprogramma. De interventies in dit programma zijn gericht op het bevorderen van de competenties en het zelfvertrouwen van ouders in de opvoeding van hun kinderen. Triple P beoogt ouders te ondersteunen bij het omgaan met gedrags- en faseproblemen en streeft naar minder gebruik van dwingende en negatieve disciplinevormen, betere communicatie over opvoedingskwesties tussen ouders onderling en tussen ouders en kind en minder opvoedings- stress. In het scholingstraject en bij de implementatie zullen de professionals van de diverse betrokken instellingen intensief met elkaar optrekken. Hierdoor zal de samenwerking tussen de verschillende instellingen in het Centrum voor Jeugd en Gezin verder versterkt worden. Uit informatie van de Jeugdgezondheidszorg Kennemerland blijkt dat nergens in de regio Zuid-Kennemerland de vraag van ouders naar opvoedondersteuning zo groot is als in Heemstede. Hier kan op worden ingesprongen door kort voor of kort na de geboorte van het kind op alle (aanstaande) ouders gerichte groepsbijeenkomsten aan te bieden waarin algemene voorlichting over opvoeden wordt gegeven. De goed bezochte themabijeenkomsten over opvoedproblemen (gericht op kinderen van alle leeftijden) die de afgelopen 3 jaren met provinciale middelen zijn aangeboden, dienen te worden voortgezet. Aan alle ouders en kinderen willen we die ondersteuning geven die voor hen noodzakelijk en voldoende is. Het ontwikkelen van dit aanbod is de komende jaren een belangrijk aandachtspunt voor het Centrum. Om een lokaal passend aanbod van activiteiten aan te kunnen bieden, zijn middelen nodig. Wij gaan uit van € 15.000 in 2009, oplopend tot € 37.500 in 2010 en € 50.000 in
- Bereik jongeren Het bereiken van jongeren is een uitdaging voor het Centrum. Jongeren geven zelf aan bij voorkeur digitaal toegang te hebben tot informatie. De gemeente Haarlem heeft mede hiervoor de website “Kiezen voor jeugd” ontwikkeld. Wij willen aansluiting zoeken bij de Haarlemse website. Deze kan op een relatief eenvoudige wijze omgezet en verder ontwikkeld worden naar een Heemsteedse versie, gericht op jongeren. Opvoedondersteuning/ Activiteiten 2008 2009 2010 2011 Triple P 55.000 5.000 5.000 5.000 VRIENDEN-programma 13.000 13.000 6.500 - Thema-bijeenkomsten 1.500 3.000 3.000 3.000 Oudercursussen 2.500 5.000 7.500 10.000 Pedagogische gezinsondersteuning 2.500 5.000 7.500 10.000 Bemoeizorg 2.500 5.000 5.000 5.000 Opvoedondersteuning - 15.000 37.500 50.000 Totaal 77.000 51.500 72.000 93.000 Ondersteuning van de professionals (Zorgadviesteams) Vanuit het Centrum is een schakel naar de scholen van belang. Dit kan worden bereikt door elke school over een zorgadviesteam te laten beschikken. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen wil dat alle scholen, zowel in het basis- als in het voortgezet onderwijs, beschikken over een zorgadviesteam. Een zorgadviesteam is een samenwerkingsverband van professionals (uit onder andere onderwijs, welzijnswerk, leerplicht, jeugdzorg, jeugdgezondheidszorg en veiligheid) dat zich richt op leerlingen van het basis- en voortgezet onderwijs en van waaruit, zo nodig, passende zorg wordt geregeld. Door een goede afstemming tussen het Centrum voor Jeugd en Gezin en de zorgadviesteams kan toeleiding naar het lokale en regionale hulpaanbod efficiënt plaatsvinden. Op dit moment beschikken de scholen in Heemstede niet over zorgadviesteams. Wel zijn er twee buurtnetwerken, een netwerk 0-12 jaar en een netwerk 12-plus. Deze worden gecoördineerd door de Stichting CASCA die hiervoor een subsidie ontvangt van ruim € 10.000 per jaar. Een zorgadviesteam onderscheidt zich van een buurtnetwerk, met name door een op de casus afgestemde samenstelling van het team en de aanwezigheid op de scholen. Wij willen in 2008 laten onderzoeken op welke wijze de zorgadviesteams op de Heemsteedse scholen gerealiseerd kunnen worden en wat dit betekent voor de huidige netwerken. Hiervoor willen wij een extern bureau, bijvoorbeeld Bureau OOG, opdracht verlenen. De kosten hiervan ramen wij op € 7.
- Voorstel Wij zullen in 2008 laten onderzoeken op welke wijze de zorgadviesteams op de Heemsteedse scholen gerealiseerd kunnen worden en wat dit betekent voor de huidige netwerken. Hiervoor zullen wij een extern bureau opdracht verlenen. De kosten hiervan ramen wij op € 7.
- Ondersteuning professionals 2008 2009 2010 2011 Zorgadviesteams/netwerken 10.000 37.000 62.500 75.000 Extern onderzoek 7.500 - - - Signaleringscursussen 2.000 4.000 4.000 4.000 Werkconferentie partijen 2.000 2.000 2.000 2.000 Totaal 21.500 43.000 68.500 81.000 Automatisering Vanaf 1 januari 2009 wordt landelijk het Elektronisch Kind Dossier (EKD) voor kinderen van 0 tot 19 ingevoerd. Met ingang van die datum moet elk kind bij het eerstvolgende contactmoment met de jeugdgezondheidszorg een EKD krijgen. Dit is een registratiesysteem van opgroei- en opvoedingsgegevens. Het vergemakkelijkt de informatie-uitwisseling binnen de jeugdgezondheidszorg zelf en met omringende instanties. Het gebruik van het EKD wordt in 2009 wettelijk verplicht. Voor onze regio geldt dat de Jeugdgezondheidszorg Kennemerland al enkele jaren met het EKD werkt. De GGD Kennemerland heeft op dit moment nog geen EKD. Naast het EKD komt er de landelijke Verwijsindex Risicojongeren. Via deze index kunnen instanties die met jongeren werken risico’s en incidenten melden, zodat gericht en gecoördineerd kan worden opgetreden. Dit wordt per 2011 wettelijk verplicht. Het streven is dat het EKD digitaal gegevens kan uitwisselen met de Verwijsindex Risicojongeren. Een voorbeeld ter verduidelijking. Als door een consultatiebureau een incident of een risico wordt gemeld in het EKD, komt er via de Verwijsindex, direct een melding terug in het geval er over het betreffende kind al vanuit een andere instantie (bijvoorbeeld politie of AMK) een melding is gedaan. Via protocollen worden vervolgens de vervolgstappen geregeld. Voor de invoering en het onderhoud van deze systemen is de gemeente verantwoordelijk. Hiervoor wordt van het rijk een bijdrage in de kosten van de invoering van deze systemen ontvangen. De onderhoudskosten komen geheel voor rekening van de gemeente. In de begroting voor het Centrum voor Jeugd en Gezin is hiervoor een aanvullend bedrag opgenomen. Daarnaast is in 2008 incidenteel een bedrag opgenomen voor de te maken eenmalige kosten voor ICT en telefonie in het Centrum. Automatisering 2008 2009 2010 2011 Gemeentelijke bijdrage EKD en verwijsindex 10.000 10.000 10.000 10.000 Incidentele kosten telefoon en ICT 9.500 - - - Totaal 19.500 10.000 10.000 10.000 Totaaloverzicht kosten Centrum voor Jeugd en Gezin Totale kosten 2008 2009 2010 2011 Huisvesting 55.000 22.000 22.000 22.000 Personeel 37.875 99.500 99.500 99.500 Opvoedondersteuning 77.000 51.500 72.000 93.000 Ondersteuning professionals 21.500 43.000 68.500 81.000 Automatisering 19.500 10.000 10.000 10.000 Totaal 210.875 226.000 272.000 305.500 Middelen - uitgaven 2008 2009 2010 2011 Beschikbare middelen* 211.005 226.135 274.812 320.135 Totale Uitgaven 210.875 226.000 272.000 305.500 Resteeert 130 135 2.812 14.635 * Een overzicht van de totale beschikbare middelen is opgenomen in paragraaf 6.
- Op dit moment is de ontwikkeling van de kosten van het Centrum voor Jeugd en Gezin in de periode 2008-2011 niet volledig te overzien, temeer daar sprake is van een groeimodel. Wij willen de beschikbare middelen in deze periode dan ook volledig reserveren voor het Centrum. Voorstel Wij stellen voor om voor het realiseren van een Centrum voor Jeugd en Gezin in het vierde kwartaal 2008 per 1 september 2008 een huurovereenkomst aan te gaan met de Jeugdgezondheidszorg Kennemerland voor de huur van een gedeelte van het ´Gezondheidshuis´; per 1 juli 2008 een kwartiermaker aan te stellen voor 14 uur per week voor de duur van 6 maanden; het functioneren van het Centrum voor Jeugd en Gezin jaarlijks te evalueren. 3.3 Verbeteren mantelzorgondersteuning Het is belangrijk dat er voor mantelzorgers een goed ondersteuningsaanbod aanwezig is én dat zij bekend zijn met dit aanbod. Hiermee kan mogelijk uitval van mantelzorgers door overbelasting worden voorkomen. De instellingen die ondersteuning bieden aan mantelzorgers zijn niet alleen in Heemstede maar in de hele regio (Zuid-) Kennemerland actief. Het gaat dan om de Stichting Thuiszorg Gehandicapten (vrijwillige en professionele thuiszorg) en Tandem (ondersteuning mantelzorgers). Voor de ondersteuning van mantelzorgers is eind 2007 incidenteel een extra bedrag beschikbaar gekomen van € 68.
- Dit bedrag is opgenomen in de reserve Wmo. We zullen het laatste kwartaal van 2008 voorstellen doen voor de inzet van deze middelen. Het is noodzakelijk om eerst inzicht te krijgen in de vraag van de mantelzorger. Hiervoor zullen wij het Loket Heemstede, waar Tandem deel van uitmaakt, in overleg laten treden met in ieder geval de Heemsteedse huisartsen. Voorstel We zullen het laatste kwartaal van 2008 voorstellen doen voor de inzet van de incidentele middelen voor mantelzorgondersteuning. 3.3.1 Voortzetten van de ondersteuning door Tandem Tandem levert ondersteuning aan mantelzorgers door het aanbieden van informatie, advies en begeleiding, groepsondersteuning, themabijeenkomsten, educatie en deskundigheidsbevordering van intermediairs, voorlichting, lespakketten voor jonge mantelzorgers en de inzet van respijtzorg. Tandem organiseert jaarlijks 1 of 2 regionale bijeenkomsten voor mantelzorgers. In overleg met de Stichting WOH vindt eenmaal per 3 jaar een dergelijke bijeenkomst in Heemstede plaats. Tandem participeert tevens sinds 1 juli 2007 in het Loket Heemstede. De bekendheid van (het ondersteuningsaanbod van) Tandem is op dit moment nog onvoldoende. En het aantal zorgvrijwilligers dat bij Tandem bekend is voor de ondersteuning van mantelzorgers is beperkt. Tot de inwerkingtreding van de Wmo ontving Tandem een subsidie op grond van de regeling Coördinatie Vrijwillige Thuiszorg en Mantelzorg (CVTM). Deze regeling is overgegaan naar de gemeenten. Om de ondersteuning van mantelzorgers die Tandem al levert ook vanaf 2008 te kunnen voortzetten, dient aan deze instelling een subsidie te worden verleend. Voor het voortzetten van de ondersteuning aan Heemsteedse mantelzorgers heeft Tandem een bedrag verzocht van € 17.
- Dit is exclusief de inzet in Loket Heemstede (zie paragraaf 3.1.1). Wij zullen Tandem verzoeken om per 2008 aandacht te schenken aan de intensivering van de PR. Wij zullen hier zelf aandacht aan besteden via de voorlichting vanuit het Loket Heemstede (paragraaf 3.1.2). Hiernaast zullen wij Tandem verzoeken om - in overleg met de Stichting WOH - de lokale inzet op het gebied van voorlichting te intensiveren. Voorstel Wij stellen voor om aan Tandem ingaande 2008 een structurele subsidie te verlenen van maximaal € 17.674 voor de algemene inzet van Tandem in Heemstede. 3.3.2 Voortzetten van de ondersteuning door Stichting Thuiszorg Gehandicapten De Stichting Thuiszorg Gehandicapten zet zich in voor vrijwillige thuishulp en professionele thuiszorg voor kinderen en volwassenen met een beperking of chronische ziekte. Hierdoor wordt de mantelzorger ondersteund. De instelling is al jaren actief en vormt een vast onderdeel van het voorzieningenniveau in de regio. Voor deze stichting geldt hetzelfde als voor Tandem: ook deze stichting werd voorheen gesubsidieerd vanuit de regeling CVTM. Voor het voortzetten van de ondersteuning aan Heemsteedse mantelzorgers heeft de Stichting Thuiszorg Gehandicapten een subsidie verzocht van € 7.
- Voorstel Wij stellen voor om aan de Stichting Thuiszorg Gehandicapten ingaande 2008 een structurele subsidie te verlenen van maximaal € 7.227 voor de ondersteuning van Heemsteedse mantelzorgers. 3.3.3 Verbeteren van het bereik én de ondersteuning van jonge mantelzorgers Van het Buurtnetwerk 12-plus hebben wij signalen ontvangen dat er in Heemstede jonge mantelzorgers zijn die zodanig belast worden, dat zij in het dagelijks functioneren in de problemen komen. Hiermee wordt alleen een beperkt aantal jonge mantelzorgers getraceerd. Het is van belang dat eerder, voordat van overbelasting sprake is, gesignaleerd wordt en ondersteuning kan worden geboden. Daarvoor is het vereist dat deze jonge mantelzorgers gevonden en bereikt worden. Om dit te kunnen realiseren, heeft de GGD Rotterdam een methode ontwikkeld, waarbij vragenlijsten worden afgenomen bij alle leerlingen in de brugklas en in klas 3 van het voortgezet onderwijs. Dit kan ook uitgevoerd worden door de GGD Kennemerland. De opgedane expertise kan vervolgens worden ingebracht in het Centrum voor Jeugd en Gezin. Voorstel Wij stellen voor om het bereik en de ondersteuning van jonge mantelzorgers te verbeteren door het laten afnemen van vragenlijsten op het voortgezet onderwijs via de jeugdgezondheidszorg (GGD). De kosten hiervan bedragen eenmalig € 10.000 in 2009 en vanaf 2010 structureel € 2.500 per jaar. 3.4 Overige curatieve voorzieningen 3.4.1 Ondersteunen activerend huisbezoek In hoofdstuk 2 zijn voorstellen neergelegd voor uitbreiding van het preventief huisbezoek. Naast het preventieve huisbezoek door vrijwilligers bestaat het activerend huisbezoek door professionals. Dit huisbezoek is gericht op mensen die door omstandigheden uit balans zijn geraakt en hierdoor kunnen vereenzamen. Voorbeelden zijn: overlijden van een dierbare, lichamelijke achteruitgang, ziekte van de partner, verhuizing, wegvallen van sociale contacten. Doel van het activerend huisbezoek (bestaande uit maximaal 4 bezoeken van een professional) is deze mensen weer maatschappelijk te laten meedoen. Of - als dat niet lukt - te zorgen voor toereikende doorverwijzing. De Stichting WOH heeft bij ons onder de aandacht gebracht dat deze problematiek speelt bij circa 5% van de ouderen. Dit beeld wordt vanuit het Loket Heemstede bevestigd. Om bij te dragen aan de vermindering van dit knelpunt stellen we voor de Stichting WOH een subsidie te verstrekken voor de uitvoering van 6 uur activerend huisbezoek per week. We willen de Stichting WOH dit huisbezoek in samenwerking met het Loket Heemstede laten uitvoeren, waarbij we ons richten op senioren vanaf 65 jaar. De kosten die hiermee gemoeid zijn bedragen op jaarbasis € 8.
- Voorstel Wij stellen voor om de Stichting WOH een subsidie te verstrekken voor de uitvoering van 6 uur activerend huisbezoek per week. De kosten hiervan bedragen in 2008 € 4.250 en vanaf 2009 structureel € 8.500 per jaar. Om eenzaamheid onder ouderen tegen te gaan, stellen we tevens voor om ouderen die deelnemen aan het activerend huisbezoek een gratis proefdeelname aan te bieden bij bijvoorbeeld de Stichting WOH of de Stichting CASCA. Gedacht kan worden aan deelname aan Samen Eten of aan een activiteit van de Pauwehof. Of aan een ochtend onder begeleiding deelnemen aan de dagopvang. Op deze wijze kan een drempelverlagend aanbod worden gedaan aan ouderen die vanuit zichzelf de stap om te participeren niet makkelijk maken. De kosten die dit op jaarbasis met zich meebrengt, bedragen naar verwachting maximaal € 2.
- Voorstel Wij stellen voor aan senioren die activerend huisbezoek ontvangen gratis proefdeelname aan te bieden aan de activiteiten van bijvoorbeeld de Stichting WOH of de Stichting CASCA. De kosten bedragen in 2008 € 1.000 en vanaf 2009 structureel € 2.000 per jaar. 3.4.2 Voortzetten en uitbreiden van activiteiten voor gehandicapten In het kader van de Deelverordening Belangenbehartiging en sociaal culturele en recreatieve activiteiten gehandicapten wordt structureel een subsidie verleend aan Stichting ’t Web, Stichting Paardrijden gehandicapten en Stichting Sportsupport voor de bevordering van sportparticipatie door gehandicapten. Aan Stichting De Baan, die zich inzet voor de vrijetijdsbesteding van mensen met een verstandelijke beperking, wordt zowel een structurele subsidie (€ 16.000) als een incidentele subsidie (€ 10.000) verleend. De incidentele subsidie is bestemd voor het organiseren van activiteiten voor gehandicapten binnen het reguliere sociaal cultureel werk. De activiteiten, zoals koken en discoavonden, worden uitgevoerd in samenwerking met Stichting CASCA. Gelet op het succes van deze activiteiten stellen wij voor om ingaande 2009 hiervoor een structurele subsidie te verlenen van € 10.
- Stichting De Baan maakt voor de uitvoering van de activiteiten gebruik van een groot aantal vrijwilligers. De coördinatie van de ondersteuning en deskundigheidsbevordering van deze vrijwilligers werd tot 2008 bekostigd door met name het zorgkantoor. Stichting De Baan vraagt hiervoor per 2008 een subsidie van in totaliteit € 118.000 aan de gemeenten in Zuid-Kennemerland. Het Heemsteedse aandeel bedraagt € 14.
- Voorstel Wij stellen voor om aan Stichting De Baan ingaande 2009 een structurele subsidie te verlenen van € 10.000 voor activiteiten die plaatsvinden binnen het reguliere sociaal-cultureel werk. ingaande 2008 structureel een aanvullende subsidie te verlenen van maimaal € 14.042 per jaar voor de ondersteuning en deskundigheidsbevordering van vrijwilligers. 3.4.3 Vergroten van de inzet van Stichting Kontext Gemeenten zijn sinds 1989 verantwoordelijk voor het algemeen maatschappelijk werk. Het algemeen maatschappelijk werk - een algemene, laagdrempelige en kosteloos toegankelijke voorziening - helpt mensen die moeilijkheden ondervinden in hun persoonlijk en sociaal functioneren. Daarnaast kan via het algemeen maatschappelijk werk informatie worden verkregen over sociale voorzieningen, wetten en regelingen (sociaal raadsliedenwerk). De Stichting Kontext voert al geruime tijd in Heemstede het algemeen maatschappelijk werk uit met een inzet van 1,69 fte (0,055 fte raadsliedenwerk en 1,635 fte algemeen maatschappelijk werk regulier maatschappelijk werk). De landelijke norm per formatieplaats bedraagt 85 dossiers (langdurige hulpverleningen) per jaar. De Stichting Kontext behandelt al jaren met 1,69 fte op jaarbasis circa 210 dossiers. Hiermee ligt het productieniveau ruim boven het landelijke gemiddelde. Bovendien is geconstateerd dat sprake is van een stijgende vraag én een stijging van het aantal multi-probleem gezinnen. Hierdoor is het niet meer mogelijk om met de relatief beperkte formatie een kwalitatief goede uitvoering van het algemeen maatschappelijk werk in Heemstede te realiseren. Gelet hierop heeft de Stichting per 2008 verzocht om een uitbreiding van de gesubsidieerde personeelskosten met 0,5 fte. In de begroting 2008 is hiervoor een bedrag gereserveerd van € 36.
- Door de subsidie aan Kontext met dit bedrag te verhogen kan de formatie voor Heemstede uitgebreid worden met 0,5 fte. Voorstel Wij stellen voor om de subsidie aan Stichting Kontext ingaande 2008 te verhogen met maximaal € 36.000 voor het uitbreiden van de formatie met 0,5 fte. De kosten hiervan kunnen gedekt worden uit de hiervoor gereserveerde middelen in de begroting
- 3.4.4 Voortzetten project Draagnet voor thuiswonende dementerende ouderen Vanuit Draagnet, een project van Zorgbalans, worden in Zuid-Kennemerland circa 500 thuiswonende dementerenden én hun familie/naasten (mantelzorgers) ondersteund, zodat thuiswonen zo optimaal mogelijk is en crisissituaties worden voorkomen. Om ondersteuning van Draagnet te krijgen is het vereist dat de diagnose dementie is gesteld. De ondersteuning bestaat onder andere uit het geven van uitgebreide informatie over dementie, het adviseren en begeleiden van familie/naasten over de omgang met dementie, het bieden van praktische hulp aan familie/naasten en het bemiddelen met de huisarts en de aanbieders van geïndiceerde zorg (zoals de dagbehandeling). Het project Draagnet is hiermee een aanvulling op het geïndiceerde zorgaanbod voor dementerenden. Tot 2008 werd het project voornamelijk gefinancierd door het Zorgkantoor (€ 350.000) en eigen middelen van Zorgbalans (€ 350.000). De voortzetting van de subsidie door het Zorgkantoor is nog onzeker. Zorgbalans ziet geen mogelijkheid om vanaf 2008 een deel van de kosten voor haar rekening te blijven nemen. Voor 2008 heeft Zorgbalans bij de gemeenten in Zuid-Kennemerland een verzoek ingediend voor voortzetting en uitbreiding van het project. Het mogelijk maken dat het project ook in 2008 en daarna kan worden voortgezet is niet uitsluitend een gemeentelijke verantwoordelijkheid. Gelet op de doelgroep, is hier ook een verantwoordelijkheid weggelegd voor het Zorgkantoor. Door het project kunnen cliënten met een verblijfsindicatie (25%) en cliënten die daarvoor in aanmerking zouden kunnen komen (25%) thuis blijven wonen. Hierdoor worden de kosten van een intramuraal verblijf ten laste van de Algemene wet bijzondere ziektekosten niet gemaakt. Dit rechtvaardigt een medefinanciering van 50% door het Zorgkantoor. Wij stellen voor uit te gaan van de kosten van het project in 2007 en een bijdrage van het Zorgkantoor van minimaal 50% van deze kosten. Het Heemsteedse aandeel in de kosten komt dan op € 47.
- Voorstel Wij stellen voor om ingaande 2008 aan de Stichting Zorgbalans een structurele subsidie te verlenen van maximaal € 47.184 voor de ondersteuning van thuiswonende dementerenden, onder de voorwaarde dat het Zorgkantoor 50% van de totale kosten subsidieert. Hoofdstuk 4 Individuele voorzieningen De gemeente verstrekt op grond van de Wmo de volgende individuele voorzieningen: hulp bij het huishouden, woonvoorzieningen, vervoersvoorzieningen en rolstoelen. Het beleid is vanaf 1 januari 2007 gebaseerd op de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Heemstede en het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Heemstede. De gemeente was vóór 1 januari 2007 al verantwoordelijk voor het verstrekken van rolstoelen, woon- en vervoersvoorzieningen. De huishoudelijk hulp is door de invoering van de Wmo per 1 januari 2007 een gemeentelijke verantwoordelijkheid geworden. Met behulp van individuele Wmo-voorzieningen kunnen mensen, die door beperkingen niet in staat zijn mee te doen, zodanig worden gecompenseerd dat zij in staat zijn hun huishouden te voeren, zich kunnen verplaatsen en anderen kunnen ontmoeten. Hierbij wordt, indien mogelijk, een beroep op de eigen kracht, eigen verantwoordelijkheid en medeverantwoordelijkheid van de burger gedaan zodat het gebruik van individuele voorzieningen beheersbaar blijft. De uitvoering van deze taken vindt plaats door medewerkers van het Loket Heemstede en de Intergemeentelijke afdeling Sociale Zaken. Het Loket Heemstede vormt de toegang tot de individuele Wmo-voorzieningen en draagt zorg voor indicatieadvisering bij aanvragen voor huishoudelijke hulp. Besluitvorming over de aanvragen voor individuele Wmo-voorzieningen vindt plaats door de Intergemeentelijke afdeling Sociale Zaken. Voorafgaand aan de invoering van de Wmo per 1 januari 2007 is de formatie van de afdeling Sociale Zaken en van het Loket Heemstede op de nieuwe taak aangepast. Om inzicht te krijgen in de mate van tevredenheid onder de aanvragers van individuele Wmo-voorzieningen is recent besloten een cliënttevredenheidsonderzoek te houden. Hiervoor is opdracht gegeven aan het SGBO (tot 1 januari 2008 het onderzoeksbureau van de VNG). De onderzoeksresultaten moeten inzicht geven in de mate waarin aanvragers tevreden zijn over het proces van aanvraagbehandeling, de keuzemogelijkheden tussen aanbieders, de organisatie en de medewerker die de hulp bij het huishouden levert, de verstrekte voorziening en het gebruik van het collectief vervoer. Het onderzoeksrapport komt binnenkort beschikbaar. Afhankelijk van de resultaten van dit onderzoek zullen mogelijk voorstellen worden gedaan om tot verdere verbetering van de verstrekking van individuele Wmo-voorzieningen te komen. 4.1 Verbeteren van de hulp bij het huishouden Om voor een individuele voorziening, waaronder de hulp bij het huishouden, in aanmerking te kunnen komen moet de burger een aanvraag indienen waarna, aan de hand van een zorgvuldig onderzoek, een indicatieadvies wordt opgesteld. De indicatieadvisering met betrekking tot de aanvragen voor hulp bij het huishouden vindt in principe vanuit het Loket Heemstede plaats. Om tot een indicatieadvies te komen, gaat de loketmedewerker op huisbezoek bij de cliënt. Deze werkwijze leidt er toe dat een goed inzicht ontstaat in de situatie van de cliënt waarbij de loketmedewerker signaleert of mogelijk ook andere voorzieningen wenselijk zijn. In de gevallen waarin dit wordt gesignaleerd, wordt de procedure hiervoor ook in gang gezet. Het verrichten van huisbezoeken is weliswaar arbeidsintensief, maar gelet op de resultaten hiervan, willen wij deze werkwijze ook in de toekomst voortzetten. Het beleid ten aanzien van de verstrekking van de hulp bij het huishouden stemmen wij af met de gemeenten in de regio Zuid-Kennemerland. In het kader hiervan hebben wij samen met de vijf andere regiogemeenten gezamenlijk de hulp bij het huishouden aanbesteed. Dit heeft ertoe geleid dat de gemeenten per 1 januari 2007 met zes geselecteerde aanbieders een raamovereenkomst zijn aangegaan. De overeenkomst heeft een looptijd van 2 jaar met de mogelijkheid om deze éénmaal met maximaal 2 jaar te verlengen. Op dit moment constateren wij dat in de uitvoering van de overeenkomst door de aanbieders een situatie is ontstaan, waarin geen sprake is van een zorgvuldige naleving van een aantal bepalingen uit de overeenkomst: de levering van nieuwe zorg verloopt niet optimaal (onder andere als gevolg van krapte op de arbeidsmarkt); aan de administratieve voorwaarden wordt niet adequaat voldaan, bijvoorbeeld informatie over de kwaliteit van de geleverde zorg en klachten ontbreekt. Aanbesteding Na intensief overleg met de vijf andere gemeenten is besloten om een nieuwe aanbesteding te starten. Gelet op de termijn die nodig is voor een zorgvuldige voorbereiding en implementatie, kan een nieuw contract niet eerder dan per 1 oktober 2009 ingaan. In de Wmo is de verplichting opgenomen dat de cliënt voor de hulp bij het huishouden de keuze moet hebben uit minimaal drie zorgaanbieders. Zoals hiervoor is aangegeven zijn in Zuid-Kennemerland zes aanbieders gecontracteerd waar de cliënt een keuze uit kan maken. Het gaat hier om aanbieders die allemaal voldoen aan het programma van eisen waardoor zij in staat moeten zijn de gevraagde kwaliteit te leveren. Dit brengt met zich mee dat er in de praktijk weinig onderscheid is tussen de aanbieders. Mede hierdoor is het voor cliënten moeilijk om een keuze te maken uit de aanbieders. Bij de nieuwe aanbesteding zullen wij meer aandacht besteden aan de onderscheidende kwaliteit tussen de aanbieders. Eigen bijdrage Bij de individuele voorzieningen wordt voor de hulp bij het huishouden aan de burger een eigen bijdrage gevraagd. Voor de overige individuele voorzieningen wordt geen eigen bijdrage gevraagd. Hiermee is de praktijk zoals die was vóór 1 januari 2007 gecontinueerd. Financieel gezien had de invoering van de Wmo voor de burgers geen financiële gevolgen. Over de hoogte van de eigen bijdrage voor de hulp bij het huishouden heeft regionaal afstemming plaats gevonden. Daarbij is afgesproken om in ieder geval in 2007 de situatie van vóór 1 januari 2007 te handhaven. Nu de budgetten voor de Wmo vanaf 1 januari 2008 bekend zijn - waaruit blijkt dat de gemeente Heemstede, evenals de andere gemeenten in Zuid-Kennemerland een zogenaamde voordeelgemeente is - is er financieel gezien geen aanleiding om een hogere eigen bijdrage te gaan heffen. Er zijn hiervoor evenmin andere redenen. Persoonsgebonden budget De burger heeft de mogelijkheid te kiezen tussen zorg in natura en een persoonsgebonden budget. De hoogte van het persoonsgebonden budget zoals dat in 2006 onder de Algemene wet bijzondere ziektekosten (Awbz) is vastgesteld, is in 2007 en 2008 met indexering gehandhaafd. Onder de Awbz was het uurtarief voor een persoonsgebonden budget € 17,
- Op basis hiervan zijn de jaarbedragen per klasse (omvang uren geïndiceerde hulp) bepaald. Of de uurtarieven voor de huishoudelijke hulp in de toekomst, bij een nieuwe aanbesteding, op hetzelfde tarief zullen blijven is nog maar de vraag. Vooralsnog lijkt het niet voor de hand te liggen om te streven naar een koppeling tussen het uurtarief uit de aanbesteding en het persoonsgebonden budget. Evenmin is er een financiële aanleiding om het persoonsgebonden budget te verlagen. Voor ondersteuning kunnen houders van een persoonsgebonden budget gebruikmaken van de diensten van de Sociale Verzekeringsbank. Hiervoor is de gemeente een overeenkomst aangegaan met de Sociale Verzekeringsbank (SVB). De kosten hiervan komen ten laste van de gemeente en niet van de houder van een persoonsgebonden budget. De ondersteuning door de SVB bestaat uit het voeren van de salarisadministratie bij volledig werkgeverschap, het aanbieden van modelovereenkomsten en het verstrekken van informatie op arbeidsrechtelijk terrein. Voorstel Wij stellen voor om in de nieuwe aanbesteding hulp bij het huishouden explicieter aandacht te schenken aan de kwaliteit van de hulp en de nakoming van de voorwaarden uit de overeenkomst. 4.2 Continueren verstrekking rolstoelen, woon- en vervoersvoorzieningen Voor de verstrekking van rolstoelen, woon- en vervoersvoorzieningen is het gemeentelijk beleid gevormd onder de Wet voorzieningen gehandicapten, zoals deze tot 1 januari 2007 gold. Bij de overgang van deze voorzieningen naar de Wmo is het beleid ten aanzien van deze individuele voorzieningen nader bezien. Besloten is om het gevormde beleid nagenoeg ongewijzigd voort te zetten onder de Wmo. Er is op dit moment geen aanleiding om het beleid op dit onderdeel te wijzigen. Zoals aangegeven betreft het cliënttevredenheidsonderzoek van het SGBO mede de verstrekking van rolstoelen, woon- en vervoersvoorzieningen. Of voorstellen volgen voor de verdere verbetering van de verstrekking van deze voorzieningen is afhankelijk van de resultaten van dit onderzoek. 4.3 Functioneren van de OV-taxi De OV-taxi is een voorziening waar alle inwoners gebruik van kunnen maken. Echter, de OV-taxi is ook een voorziening die verstrekt kan worden in het kader van de Wmo. Is dit het geval, dan betaalt de gebruiker een gereduceerd tarief. In de praktijk zijn ca. 90% van de gebruikers van de OV-taxi personen met een Wmo-indicatie. De OV-taxi is een voorziening ter compensatie van beperkingen die een persoon ondervindt in zijn zelfredzaamheid en zijn maatschappelijke participatie en die hem in staat stellen om zich lokaal te verplaatsen per vervoermiddel. De OV-taxi is voor hen dan ook van essentieel belang om te kunnen participeren, mensen te ontmoeten en sociale verbanden aan te kunnen gaan. Voor het collectief vervoer wordt samengewerkt met de Provincie Noord-Holland. De aanbesteding van dit vervoer is gedaan door de Provincie Noord-Holland. Het is ook de Provincie die de overeenkomst is aangegaan met de vervoerder. Deze overeenkomst loopt tot 1 januari
- In 2007 zijn in de regio Zuid-Kennemerland in toenemende mate klachten geuit over dit vervoer, onder andere door cliëntenorganisaties als Stichting ’t Web. Een gegeven is dat de OV-taxi in de regio onder de tijdigheidsnorm van 92% presteert. Voor Heemstede geldt een positieve uitzondering. Bij de voor Heemsteedse inwoners uitgevoerde ritten is de tijdigheidsnorm wel gehaald: volgens de laatste managementrapportage is 94% van het aantal ritten binnen deze norm uitgevoerd. Vanzelfsprekend blijven we streven naar verdere verbetering. Bij het realiseren van de tijdigheidsnorm merken we op dat er externe niet beïnvloedbare factoren zijn die een grote invloed hebben op het functioneren van de OV-taxi, zoals filedruk en arbeidsmarktproblematiek. De klachten van cliëntenorganisaties zijn voor de gemeenten in Zuid-Kennemerland aanleiding geweest om bij de Provincie Noord-Holland aan te dringen op een onderzoek waarbij ook de beleving van de gebruikers wordt betrokken. Dit onderzoek is in opdracht van de provincie uitgevoerd door TNS-NIPO. De resultaten zijn in december 2007 kenbaar gemaakt. De onvrede over het systeem komt slechts in beperkte mate tot uitdrukking in het onderzoek dat in opdracht van Provinciale Staten is uitgevoerd. De ontevredenheid komt meer tot uitdrukking in het cliënttevredenheidsonderzoek dat het SGBO onlangs in opdracht van de gemeente Haarlem heeft uitgevoerd. De belangrijkste conclusie uit het onafhankelijk onderzoek van Provinciale Staten is het feit dat cliënten de productformule niet goed zouden kennen en daarom andere verwachtingen van het OV-taxisysteem zouden hebben dan contractueel overeengekomen is. Een intensieve voorlichtingscampagne onder de gebruikers van de OV-taxi is een aanbeveling die wordt gedaan aan Gedeputeerde Staten. Naast deze constatering blijkt uit het onderzoek van TNS-NIPO dat de gebruikers van de OV-taxi een piek hebben in het gebruik hiervan rondom de spitsuren in het verkeer. Door een betere spreiding op de dag is er een grotere garantie dat er op tijd wordt gereden. Een goede voorlichting aan cliënten kan ook hierin wellicht een oplossing zijn. Er is een discrepantie tussen de beleving, de ervaring en de managementinformatie van de OV-taxi. Dit is voor de gemeenten in Zuid-Kennemerland aanleiding geweest om in overleg te treden met de provincie. Met de gedeputeerde is afgesproken dat er een stuurgroep geformeerd wordt waarin de gemeenten zijn vertegenwoordigd. De Heemsteedse portefeuillehouder zal zitting nemen in deze stuurgroep. De stuurgroep zal de kwaliteit van de OV-Taxi monitoren en een nieuw aanbestedingstraject in 2009 begeleiden. Hoofdstuk 5 Gezondheidsbeleid De reguliere gezondheidszorg houdt zich hoofdzakelijk bezig met de behandeling van zieken. Openbare gezondheidszorg (OGZ), ook wel collectieve preventie genoemd, richt zich op het voorkomen dat mensen ziek worden en op het bevorderen van gezondheid. De Wet collectieve preventie volksgezondheid (Wcpv) legt de verantwoordelijkheid voor deze collectieve preventie uitdrukkelijk neer bij gemeenten. Onder de taken van de Wcpv vallen: epidemiologie, het uitvoeren van preventieprogramma’s gericht op de bevordering van de gezondheid, het uitvoeren van bevolkingsonderzoeken (het oproepen van vrouwen tussen de 30 en 60 jaar voor deelname aan de onderzoeken naar borstkanker en baarmoederhalskanker), het bevorderen van de medische-milieukunde, het bevorderen van de technische hygiënezorg (toezicht op de hygiëne bij grote evenementen of in risico-instellingen), het uitvoeren van infectieziektebestrijding en het uitvoeren van de jeugdgezondheidszorg (0-4 jaar en 4-19 jaar). De Wcpv geeft gemeenten de opdracht gegeven eenmaal in de vier jaren hun plannen op het gebied van de volksgezondheid vast te leggen in een nota lokaal gezondheidsbeleid. In Heemstede is in dit kader de nota Lokaal gezondheidsbeleid Heemstede 2004-2007 vastgesteld. In het onderstaande doen we, na een schets van de toestand van de volksgezondheid, voorstellen voor de komende periode. Ook hierbij gaan we uit van de knelpunten, aandachtspunten en wensen die onder onze aandacht zijn gebracht. 5.1 Algemene situatie van de volksgezondheid De levensverwachting voor mannen in Nederland is op dit moment gemiddeld 77,2 jaar, voor vrouwen 81,6 jaar. Dit betekent dat de gemiddelde levensverwachting ook de afgelopen jaren weer verder is toegenomen (gemiddelden in 2002: respectievelijk 75,3 jaar en 80,5 jaar). Naar verwachting zal onze levensverwachting nog verder toenemen. Hoewel de levensverwachting in Nederland stijgt, raakt Nederland binnen de Europese Unie achterop. Bij mannen neemt de levensverwachting minder snel toe dan in de meeste landen van de Europese Unie. En de levensverwachting van Nederlandse vrouwen ligt sinds het begin van de jaren negentig zelfs onder het Europese gemiddelde. Dit vooral als gevolg van een relatief ongezonde levensstijl. De belangrijkste doodsoorzaken in Nederland zijn hart- en vaatziekten (37%) en kanker (27%). Roken is nog steeds volksgezondheidvijand nummer één. Tegenwoordig wordt dit op de voet gevolgd door overgewicht. Circa 45% van de volwassenen in Nederland is te zwaar. Het aantal mensen met ernstig overgewicht (obesitas) neemt toe: maar liefst 11% van de volwassen Nederlanders heeft obesitas. De gevolgen van overmatig drankgebruik staan op de derde plaats. Voorkomen is beter dan genezen. Dat geldt zeker voor de gezondheid. Het rijksbeleid (nota "Kiezen voor gezond leven, 2007") richt zich de komende periode op de aanpak van deze bedreigingen van de volksgezondheid (roken, overgewicht, overmatig alcoholgebruik) door middel van intensieve voorlichting en door regelgeving. Hiernaast zal het rijksbeleid gericht zijn op een ander geconstateerd landelijk probleem: de toename van psychische problematiek. Jaarlijks heeft circa 7% van de bevolking een depressie, circa 12% heeft een angststoornis. Hiermee leveren psychische en psychosociale problemen een aanzienlijke bijdrage aan de ziektelast van de bevolking - dat is het totaal van korter en minder goed leven door ziekten -. 5.1.
- Gezondheidssituatie Heemstede Volgens het Gezondheidsprofiel 2007 van de GGD Kennemerland verschillen de gezondheids- problemen in Heemstede in het algemeen niet (of weinig) van de landelijke problematiek. Soms komen trends in de regio Kennemerland en/of Heemstede in versterkte mate voor. Een voorbeeld hiervan zijn de gevolgen op het gebied van gezondheid als gevolg van de vergrijzing. De GGD Kennemerland adviseert om op lokaal niveau aansluiting te zoeken bij de landelijke speerpunten en daarbij vooral te kiezen voor de doelgroepen jeugd en ouderen. 5.2 Nota lokaal gezondheidsbeleid 2004-2007 In onze eerste nota lokaal gezondheidsbeleid (2004-2007) is, na een analyse van de knelpunten in de lokale gezondheidssituatie, vooral ingezet op de volgende speerpunten: Het verminderen van huiselijk geweld. Het bevorderen van lichamelijke activiteit van ouderen. Het bevorderen van meer bewegen door kinderen. Het verminderen van drugs- en alcoholgebruik door jongeren. Het ondersteunen van ouders bij opvoedingsproblemen (via themabijeenkomsten). Het toegankelijk houden van gezondheidsvoorzieningen (via het verlenen van steun aan de realisatie van huisvesting van meerdere huisartsen onder een dak (HOED) of zorg onder een dak (ZOED). De punten 1 t/m 5 blijven ook de komende periode onze aandacht vragen. In het onderstaande zullen we hiervoor nadere voorstellen doen, waarbij we tevens zullen aangeven wat we in de periode 2004-2007 hebben gerealiseerd. In 2008 zal een ZOED gerealiseerd zijn aan de Provinciënlaan. In deze ZOED wordt huisartsenzorg (vanuit 3 praktijken), fysiotherapie, een apotheek en psychologische ondersteuning aangeboden. Naast het feit dat hiermee een bijdrage wordt geleverd aan het op niveau houden van de huisartsenzorg, vindt hiermee tevens bundeling plaats van eerstelijnszorg op een centraal punt in Heemstede. 5.3 Uitvoering preventieve taken Wcpv 2008-2011 Voor de uitvoering van de preventieve taken van de Wcpv dienen gemeenten zorg te dragen voor de instelling en instandhouding van een GGD (gemeentelijke, gewestelijke of gezamenlijke gezondheidsdienst). De Wcpv bepaalt dat een GGD (als uitvoerende instantie) tenminste beschikt over deskundigen op de terreinen geneeskunde, epidemiologie, verpleegkunde, gezondheidsvoorlichting en -opvoeding, tandzorg, gedragswetenschappen en informatica. De GGD Kennemerland voert op grond van een gemeenschappelijke regeling voor de regiogemeenten in Midden- en Zuid-Kennemerland en de gemeente Haarlemmermeer de preventieve taken van de Wcpv uit. De GGD Kennemerland maakt onderdeel uit van de Veiligheidsregio Kennemerland (VRK). Ook andere gezondheidsinstellingen kunnen taken op het terrein van de collectieve preventie uitvoeren. Zo verzorgt de Jeugdgezondheidzorg Kennemerland - via consultatiebureaus - de uitvoering van de jeugdgezondheidszorg voor kinderen van 0 tot 4 jaar in de regio’s Midden- en Zuid-Kennemerland. Via de uitvoering van de wettelijke taken van de Wcpv willen we de voorwaarden scheppen om de gezondheid van de bevolking te bevorderen. Gedurende de periode 2008-2011 worden onze taken op het gebied van de collectieve preventie op grond van de regionale gemeenschappelijke regeling uitgevoerd door de GGD Kennemerland en - voor wat betreft de jeugdgezondheidszorg voor kinderen van 0 tot 4 jaar - door de Jeugdgezondheidszorg Kennemerland (via consultatiebureaus). Op dit moment wordt onderzocht of en zo ja op welke wijze gekomen kan worden tot een integratie van de (instellingen voor) jeugdgezondheidszorg 0-19 jaar. Dit onderzoek zal inzicht dienen te geven in de mogelijke organisatievormen en de gevolgen per organisatievorm op het gebied van financiën, kwaliteit en personeel. De jeugdgezondheidszorg voor 0-4 jarigen bestaat onder andere uit 15 wettelijk verplichte contactmomenten per kind. De Jeugdgezondheidszorg Kennemerland kent een zeer hoog bereik van de doelgroep 0-4 jarigen: 98% in
- De jeugdgezondheidszorg 4-19 jaar kent 3 verplichte contactmomenten (groep 2 en 7 van de basisschool en groep 2 van het voortgezet onderwijs). In het Gezondheidsprofiel Heemstede 2007 van de GGD Kennemerland is aangegeven dat extra aandacht voor het bereik van de jeugdgezondheidszorg 4-19 jaar vereist is. Wij gaan er vooralsnog vanuit dat dit aandachtspunt betrokken kan worden bij het onderzoek naar de mogelijke integratie