Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant; Gelet op artikel 2, eerste lid, van de Wet inrichting landelijk gebied; Gelet op artikel 2, eerste, vierde en zesde lid, van de Subsidieverordening inrichting landelijk gebied 2007; Overwegende dat Gedeputeerde Staten vanaf 1 januari 2007 verantwoordelijk zijn voor het wegzetten van de middelen van Rijk, provincie en het Europese Plattelands Ontwikkelings Programma (POP) voor het landelijk gebied. Om de in dit pMJP opgenomen doelen te realiseren heeft Gedeputeerde Staten de beschikking over verschillende methoden. De belangrijkste instrumenten zijn opdrachtverlening en subsidieverlening. Wanneer Gedeputeerde Staten kiezen voor opdrachtverlening, zal het reguliere aanbestedingstraject worden gevolgd, met inachtneming van provinciale, Rijks- en Europese aanbestedingregels, tenzij dit op grond van wettelijke verplichtingen niet mogelijk is. Dit is bijvoorbeeld het geval bij de verwerving van gronden; Overwegende dat de belangrijkste methode voor de realisatie van de doelstellingen in het pMJP, en zeker voor de partijen in het veld, het verlenen van subsidie is, waarbij Gedeputeerde Staten, zoals hierboven vermeld, kan beschikken over provinciale, Rijks- en Europese middelen. In het pMJP zijn de te realiseren doelen opgenomen. Uit de formulering van de verschillende doelen is niet op te maken welke maatregelen en welke kosten in aanmerking komen voor een subsidie. Deze zijn opgenomen in deze regeling. Naast deze inhoudelijke criteria zijn er nog andere criteria die van belang zijn voor de subsidiëring van projecten; Overwegende dat het formele toetsingskader voor een subsidieaanvraag wordt gevormd door de provinciale Subsidieverordening inrichting landelijk gebied 2007(Pb 160/06). De Subsidieverordening vormt de wettelijk vereiste grondslag voor subsidiëring. Artikel 2 van de Subsidieverordening inrichting landelijk gebied 2007 geeft Gedeputeerde Staten de bevoegdheid subsidies te geven voor activiteiten, opgenomen in deze regeling en in de zogenaamde POP-fiches. Daarnaast zijn in de Subsidieverordening de regels opgenomen die gelden voor alle subsidies in het landelijk gebied. Hierbij moet u denken aan kosten die in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking komen, beslissings- en bewaartermijnen, eisen die gesteld worden aan aanvragen, de procedures van voorschotverlening en subsidievaststelling, etc. Tevens schept de Subsidieverordening de mogelijkheid voor Gedeputeerde Staten nadere regels te stellen. Op dit moment zijn dergelijke nadere regels nog niet vastgesteld. Het is de verwachting dat op korte termijn er in ieder geval regels zullen vastgesteld met betrekking tot het sanctioneringbeleid. Indien de verwachte POP-fiche met betrekking tot de agrarische structuurverbetering niet of nog niet voldoet naar de mening van de provincie, stellen Gedeputeerde Staten een eigen regeling voor de subsidiëring van verkaveling/kavelruil vast; Overwegende dat indien activiteiten uitgevoerd worden, waarvoor Europese POP-middelen ter beschikking staan, het kan zijn dat er aanvullende eisen gesteld worden. Daarnaast is het Europese staatssteunbeleid vanzelfsprekend altijd van toepassing op subsidies aan ondernemers. Met name voor agrarische ondernemers kan dit beperkingen opleveren. Bij het opstellen van de criteria voor subsidiëring en het verlenen van subsidies wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheden die de Europese verordeningen bieden; Overwegende dat op dit moment voor alle subsidiemogelijkheden, opgenomen in deze regeling, dan wel waarnaar verwezen wordt in deze regeling, geen goedkeuring danwel instemming verkregen is van de Europese Commissie, met uitzondering van de regelingen met betrekking tot de verplaatsing van intensieve veehouderijen. Dit betekent voor de overige regelingen dat subsidiëring aan ondernemers zoveel mogelijk zal geschieden onder de van toepassing zijnde Europese Vrijstellingsverordeningen. Indien de te subsidiëren activiteiten toepassing van de Vrijstellingsverordeningen niet mogelijk maken, is subsidiëring alleen mogelijk met inachtneming van de zogenaamde Europese De-minimisverordening. Dit betekent dat aan agrarische ondernemers maximaal € 3.000,-- per drie jaar aan subsidie kan worden verleend. Andere ondernemers kunnen vanaf 1 januari 2007 maximaal € 200.000,-- per drie jaar ontvangen. Dit laatste bedrag is overigens onder voorbehoud van vaststelling door de Europese Commissie van de desbetreffende Europese verordening; Besluiten vast te stellen de volgende regeling: Paragraaf 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Reikwijdte Hieronder vindt u per operationeel doel aangegeven op welke wijze Gedeputeerde Staten de ILG-middelen die hun ter beschikking staan willen inzetten om het gegeven doel te bereiken. In een beperkt aantal gevallen zal hierbij opdrachtverlening aan de orde zijn. Meestal is er sprake van subsidiëring van maatregelen. Met betrekking tot de doelen waarvoor subsidiëring de aangewezen methode is, zijn er twee categorieën te onderscheiden. Bij sommige operationele doelen bevat deze regeling de volledige regeling waaraan getoetst wordt. Bij andere doelen wordt verwezen naar een (reeds bestaande) aparte provinciale subsidiebeleidsregel. In die laatste gevallen zijn de gegevens zoals die opgenomen zijn in deze regeling slechts ter informatie. Om te bezien of een bepaald project in aanmerking komt voor subsidie dient die aparte subsidiebeleidsregel erop nageslagen te worden. Artikel 2 Subsidies en beleidsregels 1 Zolang er in deze regeling geen verwijzing is opgenomen naar andere provinciale beleidsregels, bijvoorbeeld de UEB of het Combifonds, blijven deze volledig gescheiden van deze regeling en de Subsidieverordening inrichting landelijk gebied 2007, ook al vindt er op grond van die beleidsregels subsidiëring plaats in het landelijk gebied. Voor de overige provinciale beleidsregels als UEB en Combifonds blijft de Algemene Subsidieverordening van toepassing. 2 Subsidieaanvragen met betrekking tot de volgende doelen worden – naast de Subsidieverordening inrichting landelijk gebied 2007 en eventuele door Gedeputeerde Staten vastgestelde nadere regels – getoetst aan de inhoud van deze regeling. Het betreft hier de volgende operationele doelen: 1.1.a1, 1.1.c1, 1.2.a, 1.2.b, 1.2.c, 1.3a, 1.5a, 1.6g, 1.9a, 2.1f, 2.4f, 5.1a, 5.1b, 5.1c, 4.1a. 3 De volgende doelen worden – naast de Subsidieverordening inrichting landelijk gebied 2007 en eventuele door Gedeputeerde Staten vastgestelde nadere regels bediend met aparte subsidiebeleidsregels. Het betreft hier de volgende operationele doelen: 2.1f, 1.6a, 1.7, 2.1e, 2.4d, 3.1a, 3.1b. Op grond van de toelichtingen, opgenomen in deze regeling betreffende deze operationele doelen, worden geen subsidies verstrekt. Hiervoor wordt verwezen naar de genoemde aparte beleidsregels. 4 Gedeputeerde Staten kunnen per operationeel doel (per jaar) subsidieplafonds vaststellen. Bij de vaststelling van de plafonds kunnen zij bepalen of een bepaalde regeling op volgorde van binnenkomst zal worden uitgevoerd, dan wel met behulp van een zogenaamd tendersysteem. Indien dit laatste het geval is kunnen Gedeputeerde Staten aanvullende criteria opstellen waarmee de volgorde wordt bepaald waarin de aanvragen worden gehonoreerd. Bij veel projecten zullen meerdere doelen bediend worden, de zogenaamde integrale projecten. Per project zal bezien worden hoe de financiering op een zo gunstig mogelijke manier voor de aanvrager geregeld kan worden, binnen de kaders die gesteld zijn. Artikel 3 Overige doelen 1 Het totstandkomen van het subsidiekader in het kader van het Investeringsbudget Landelijk Gebied is geschied onder grote tijdsdruk. Dit heeft ondermeer tot gevolg dat de overige doelen nog niet (of nog niet geheel) in het subsidiekader zijn opgenomen. Voorkomen moet worden dat de uitvoering stokt, omdat er geen regeling bestaat. Hierbij valt te denken aan doelen waar geen ILG-middelen voor beschikbaar zijn. Daarom wordt in deze regeling voorzien in een voortzetting van de Subsidieregeling projecten landelijk gebied 2006, die opgenomen is onder paragraaf 8. Projecten komen hiervoor in aanmerking, indien zij niet (voldoende) subsidie ontvangen op grond van de andere subsidiemogelijkheden opgenomen of vermeld in deze regeling of andere provinciale regelingen en voldoen aan de betreffende subsidievoorwaarden. 2 In deze regeling staat per doel beschreven hoe de kosten die samenhangen met de realisatie van het desbetreffende doel kunnen worden gesubsidieerd. Nu zal ter realisatie van veel doelen de instrumenten “vrijwillige kavelruil” en “wettelijke verkaveling” ingezet worden. Omdat dit instrument niet aan een doel gekoppeld is, volgt hier, in het algemene gedeelte van deze regeling, een subsidieregeling voor notaris- en kadasterkosten die het gevolg zijn van vrijwillige kavelruil. Er wordt nog bezien of en hoe de overige kosten van de vrijwillige kavelruil en wettelijke verkaveling gesubsidieerd moeten worden. Dit is ook afhankelijk van de inhoud en interpretatie van POP-fiche 125. Indien wenselijk zullen Gedeputeerde Staten een aanvullende regeling vaststellen ter subsidiëring van kosten in verband met kavelruil en verkaveling. Op dit moment wordt hier volstaan met de regeling zoals bepaald in artikel 4. Artikel 4 Regeling Notaris- en kadasterkosten bij vrijwillige kavelruil 1 Indien sprake is van een overeenkomst in de zin van hoofdstuk 9 van de Wet inrichting landelijk gebied, worden de kosten voor notaris en kadaster, die verband houden met de overeenkomst vergoed aan de eigenaren voor 100%. 2 Zolang van de Europese Commissie geen goedkeuring of instemming is verkregen, geldt dat subsidiëring aan ondernemers zoveel mogelijk zal geschieden onder de van toepassing zijnde Europese Vrijstellingsverordeningen. Indien de te subsidiëren activiteiten toepassing van de Vrijstellingsverordeningen niet mogelijk maken, is subsidiëring alleen mogelijk met inachtneming van de zogenaamde Europese De-minimisverordening. Dit betekent dat aan agrarische ondernemers maximaal € 3000,-- per drie jaar aan subsidie kan worden verleend. Andere ondernemers kunnen vanaf 1 januari 2007 maximaal € 200.000,-- per drie jaar ontvangen. Dit laatste bedrag is overigens onder voorbehoud van vaststelling door de Europese commissie van de desbetreffende Europese verordening. 3 De kosten van de subsidiëring van notaris van kadaster zullen worden toegeschreven aan het doel of doelen waar de kavelruil, vastgelegd in de ruilovereenkomst, aan bijdraagt of bijdragen. Artikel 5 Eenheidsprijzen en subsidiemaxima De Subsidieverordening inrichting landelijk gebied 2007 bevat in artikel 2, derde lid, onder d, een bepaling aangaande de kosteneffectiviteit van een te subsidiëren maatregel of activiteit. Deze kosteneffectiviteit wordt als volgt geïnterpreteerd. Indien maatregelen of activiteiten in een te subsidiëren project onder de eenheidsprijs worden uitgevoerd, wordt in beginsel aan de eis van kosteneffectiviteit voldaan. Indien de kosten hoger zijn dan de eenheidsprijs, is dit grond voor het weigeren van subsidie. Indien de initiatiefnemer aan Gedeputeerde Staten aantoont dat de kosten in het concrete geval redelijk zijn, kunnen Gedeputeerde Staten overgaan tot subsidiëring. Artikel 6 Apparaatskosten Op grond van artikel 3 van de Subsidieverordening inrichting landelijk gebied 2007 worden kosten van reguliere werkzaamheden niet gesubsidieerd. Dit betekent dat apparaatskosten van aanvragers in beginsel niet worden gesubsidieerd, tenzij in de regeling bij een operationeel doel hiervan expliciet melding van wordt gemaakt. Subsidiëring van apparaatskosten vindt altijd plaats op grond van tarieven die door Gedeputeerde Staten marktconform worden geacht. Artikel 7 Definitie landelijk gebied 1 Voor dit hoofdstuk wordt vooralsnog voor het begrip “landelijk gebied” aangesloten bij de definitie zoals die waarschijnlijk gehanteerd gaat worden in het kader van POP. Dit betekent dat projecten in het hele gebied van de provincie Noord-Brabant voor subsidie in aanmerking komen, met uitzondering van het bebouwde gebied van kernen met meer dan 30.000 inwoners. In aanvulling daarop kunnen wel Ecologische Verbindingszones worden gesubsidieerd die door deze kernen aangelegd worden. 2 Voor zover de te subsidiëren maatregelen of activiteiten voorzien worden in kernen met tussen de 15.000 en 30.000 inwoners, dienen de desbetreffende maatregelen of activiteiten voor minstens 50% gebruikt te worden door inwoners van kernen met minder dan 15.000 inwoners. Artikel 8 Programma Beheer Naast de Subsidieverordening inrichting landelijk gebied 2007 hebben Provinciale Staten ook verordeningen vastgesteld in het kader van Programma Beheer: de Subsidieverordening Natuurbeheer en de Subsidieverordening Agrarisch Natuurbeheer. Deze verordeningen vormen zelfstandige formele en inhoudelijke toetsingskaders. Deze regeling heeft aangaande Programma Beheer geen betekenis. Paragraaf 2 Subsidieregelingen voor uitvoering doelen Natuur Artikel 9 Realisatie Ecologische Hoofdstructuur (EHS) en de Robuuste Verbindingszones Beerze en De Biesbosch (RV) Ten behoeve van de verwerving en inrichting van de EHS en RV zijn de volgende doelen opgesteld, waarbij gearceerde doelen deel uitmaken van doelen die worden gesubsidieerd uit ILG-budget. De overige doelen zijn hier niet toegevoegd. De regelingen ten behoeve van de overige doelen worden op een later tijdstip uitgewerkt. Beschrijving maatregelen Een-heid Eenheids-prijs (maximale bijdrage per eenheid) Na te streven prestaties 2007-2013 Kosten nieuwe verplichtingen 2007-2013 (ILG-periode) Bijdragen financiering door betrokken partijen Ruimtelijke duiding (waar worden maatre-gelen uitgevoerd; evt. verwijzing naar kaart) Gebruikte tekst regeling of anderszins (evt. opgeno-men in bijlage ) 1.1a1 Verworven areaal EHS rijkstempo ILG financiering ha € 40.950 2.748 € 112.530.600 1e fase ha’s: 50% ILG en 50% provincie; Rest van deha’s 100% ILG-budget. In de praktijk betekent dat een provin-ciale bijdrage van 18% op alle ha’s. Begrensde EHS Regeling EHS- en RV-realisatie en inrichting 1.1a2 Verworven areaal EHS door middel van ruilen BBL-grond ha € - 1.602 € - 100% ILG-budget Kaart met BBL-gronden Idem 1.1a3 Verworven areaal EHS door middel van inzet grondvoor-raad ha € - 464 € - 100% ILG-budget Idem 1.1b1 Verworven areaal Robuuste Verbinding rijkstempo € 40.950 104 € 4.258.800 100% ILG-budget Begrensde RV Idem 1.1b2 Verworven areaal Robuuste Verbinding door middel van ruilen BBL-grond € - 46 € - 100% ILG-budget Kaart met BBL-gronden Idem 1.1c1 Ingericht areaal EHS rijkstempo ha € 9.600 3860 € 37.056.000 100% ILG-budget Begrensde EHS Idem 1.1c2 Ingericht areaal Robuuste Verbinding rijkstempo ha € 13.341 232 € 3.095.112 100% ILG-budget Begrensde RV Idem Artikel 10 Ad 1.1 a en 1.1b: Grondverwerving ten behoeve van realisatie EHS en RV 1 Grondverwerving t.b.v. realisatie EHS en RV vindt plaats door: aankoop ter plekke (binnen begrensd gebied); aankoop percelen in de omgeving van EHS en RV van percelen die via uitruil ingezet kunnen worden voor realisatie EHS en RV; uitruilen (direct en indirect) van bestaand BBL-bezit en nieuw te verwerven ruilgronden met percelen in de EHS of RV. 2 De provincie verleent de Dienst Landelijk Gebied opdracht tot het verwerven en overdragen van grond ten behoeve van Staatsbosbeheer en ten behoeve van Brabants Landschap en Natuurmonumenten in landinrichtingsprojecten via het aansturingsprotocol, het daarbij behorende provinciale handelingskader grondverwerving en de jaarlijkse prestatieovereenkomst met DLG. Via deze documenten verleent de provincie eveneens opdracht tot het verwerven, uitruilen, overdragen of afstoten van ruilgronden. 3 Daarnaast kunnen Brabants Landschap en Natuurmonumenten zelf gronden verwerven. De aansturing hiervan vindt plaats via de overlegstructuur grondverwerving. Brabants Landschap en Natuurmonumenten ontvangen subsidie van de provincie (50% aankoopkosten) voor wat betreft de gebieden van de eerste fase relatienota (dit zijn de te realiseren EHS-gebieden die reeds in 1990 zijn aangewezen als EHS) en bestaande bos- en natuurgebieden in de EHS. 4 Ook ontvangen zij via de provincie voor deze gronden 50% subsidie vanuit het landelijke budget uit de zogenoemde PNB-lening. Voor de overige aankopen EHS en REV ontvangen Brabants Landschap en Natuurmonumenten via de provincie 100% subsidie vanuit uit de zogenoemde PNB-lening. 5 Naast deze 1e fase gronden bestaan er de 2e fase gronden. Dit zijn de gebieden gelegen in EHS die na 1990 is aangewezen. Verwerving van deze gronden wordt gesubsidieerd via een rijksregeling. 6 Per 1 juli 2007 zal de Rijksregeling voor het verstrekken van subsidie aan Brabants Landschap en Natuurmonumenten worden ingetrokken. Vanaf dat moment zal de Provincie Noord-Brabant de gehele subsidiëring voor de verwerving van de EHS op zich nemen. Artikel 11 Ad 1.1a1 Regeling Verwerving EHS Relatienota 1e fase (2e fase gronden worden verworven via Rijksregeling) Tabel: Toelichting / definities Indieningstermijn De Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten en Stichting Het Noordbrabants Landschap kunnen in aanmerking komen voor subsidie voor de verwerving van gronden ter realisatie van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), voor zover deze gronden begrensd zijn als nieuwe natuur (reservaatsgebieden en natuurontwikkelingsprojecten) en vallen binnen de zgn. eerste fase van de Relatienota. Daarnaast is de aankoop van bestaande natuur binnen de EHS onder voorwaarden subsidiabel.? Indien een aanvrager in aanmerking komt voor een subsidie op grond van de Rijksregeling Subsidies particuliere terreinbeherende natuurbeschermingsorganisaties (hierna: de PNB-regeling) kan de aanvrager voor diezelfde subsidiabele kosten ook subsidie ontvangen van de provincie Noord-Brabant. Aanvragen kunnen het gehele jaar worden ingediend, en worden behandeld op volgorde van binnenkomst. Ruimtelijke duiding De EHS, en meer in het bijzonder de gronden waar verwerving wordt nagestreefd zijn begrensd in de natuurgebiedsplannen van Noord-Brabant (vastgesteld op basis van de Subsidieregeling Natuurbeheer 2000 in 2002, nadien jaarlijks geactualiseerd). De daaraan voorafgaande WEB-visies en begrenzingenplannen op grond van de Rbon voor nieuw te realiseren natuur (reservaatsgebieden en natuurontwikkelingsprojecten) zijn daarin opgegaan. De zgn. ‘invloedsferenkaart’, die door de minister van LNV in overleg met gedeputeerde staten is vastgesteld, geeft aan voor welke gronden welke terreinbeherende organisatie in principe voor aankoopsubsidie in aanmerking komt. Voor de financiering vanuit het ILG is tot slot verder van belang of de te verwerven gronden voor nieuwe natuur vallen binnen de 1e dan wel 2e fase van de Relatienota (alleen de 1e fase wordt via het ILG gefinancierd). Of gronden binnen deze eerste fase vallen wordt bepaald op basis van de vastgestelde Kaart 1e fase Relatienotagebieden. Eenheidsprijs (normkosten) t.b.v. programmering (hoogte toegekende subsidiebijdragen: zie hierna) € 40.950 /ha Na te streven prestaties 2007-2013 2007-2018 (12 jaar): PM restanttaakstelling eerste fase 2007-2013 (6 jaar): PM restanttaakstelling eerste fase Kosten verplichting 2007-2013 (ILG) 2007-2018 (12 jaar): PM te berekenen op basis van restanttaakstelling eerste fase 2007-2013 (6 jaar): PM te berekenen op basis van restanttaakstelling eerste fase Bijdrage financiering door betrokken partijen Eerste fase Relatienota en bestaande natuur: 50% Rijk /50% Provincie (programmering en financiering via ILG).Tweede fase Relatienota en Robuuste Verbindingen als bedoeld in de Nota Ruimte en nader begrensd door de provincie: 100% Rijk (PNB-regeling) (programmering via ILG, financiering na aankoop via terugbetaling uit PNB-pot). Subsidiabele activiteiten Subsidiabel is de aankoop van gronden binnen de begrensde EHS , waar volgens de natuurgebiedsplannen van Noord-Brabant verwerving wordt nagestreefd. Subsidiabel zijn de volgende kosten (zoals nader gespecificeerd in de PNB-regeling): aankoopkosten (aankoopbedrag o.b.v. reële marktwaarde) en bijkomende kosten van aankoop: kadastrale en registratierechten, veiling- en notariskosten, niet kwijtgescholden of verminderde overdrachtsbelasting en schenkingsrechten, afkoop evt. landinrichtingsrente, kosten i.v.m. verlies of sloop van gebouwen, en hervestigingskosten/ kosten van flankerend beleid, voor zover doorberekend, en -tot een bepaald maximumbedrag- taxatie- en bemiddelingskosten. Niet subsidiabel zijn de kosten voor de verplaatsing van niet-landbouwbedrijven, het saneren van de bodem of het saneren van glasopstanden, tenzij Gedeputeerde Staten bijzondere omstandigheden aanwezig achten en aanleiding zien om de algemene afwijkingsbevoegdheid uit de ILG-verordening toe te passen. Voor zover géén sprake is van gronden waar natuurontwikkeling wordt nagestreefd, kunnen mede gelet op de PNB-regeling bij beschikking tevens als subsidiabele kosten worden aangemerkt (tot een bepaald maximumbedrag): - de kosten wegens het wegwerken van ten tijde van verwerving aanwezig achterstallig onderhoud; - kleine investeringen t.b.v. de inrichting van een terrein; - kosten verbonden aan het tenietgaan van een eventueel op het terrein gevestigd recht van opstal. Voor de aankoop van bestaande en nieuwe natuurterreinen (thans agrarische gronden) binnen de EHS in eigendom van gemeenten worden bijzondere criteria en voorwaarden gehanteerd, zie hierna. De in dat kader toegepaste ‘Formule van Reusel’ wordt thans geëvalueerd en mogelijk herzien. Afrondingsaankopen. Gebieden buiten/direct grenzend aan de EHS, die leiden tot afronding van bestaande bezittingen van Natuurmonumenten en Brabants Landschap rechtstreeks bijdragen aan de realisatie van de EHS zijn in beginsel ook aankoopwaardig (zgn. ‘afrondingsaankopen’). Een en ander te beoordelen aan de hand van de nog beschikbare afrondingshectares. Bijkomende kosten worden terughoudend gesubsidieerd. Beoordelingscriteria en afweging - De gronden liggen binnen de begrensde EHS zoals nader omschreven onder ‘ruimtelijke duiding’. -De prijs is in redelijke verhouding tot de gangbare vrije verkeerswaarde van vergelijkbare objecten. · Bestaande natuur: De aankoop van bestaande natuur binnen de EHS wordt alleen gesubsidieerd indien er een noodzaak tot aankoop is op grond van een of meer van de navolgende criteria: - het terrein bezit een hoge/actuele en/of potentiële natuur- en/of landschappelijke waarde, en de kwaliteit van het gebied wordt bedreigd; - het terrein vraagt om een zeer specifiek ecologisch beheer, of is van belang voor een efficiënter beheer van andere, reeds in bezit zijnde terreinen; - er bestaan bedreigingen (bijv. versnippering van eigendom) door verkoop aan derden, waardoor realisatie van de beleidsdoelstellingen van het gebied wordt bemoeilijkt. De gronden die overgedragen worden aan Staatsbosbeheer, worden verworven binnen de kaders van de wettelijke taak van DLG/BBL. Hierbij is geen sprake van subsidieverlening. Met betrekking tot de eenheidsprijs (normkosten t.b.v. programmering: ) deze is onderwerp van een monitoringsonderzoek. Hierin wordt bezien of de eenheidsprijs een reële prijs en in hoeverre deze onderhevig is aan prijsstijgingen. Dit onderzoek kan leiden tot een bijstelling van de eenheidsprijs Zie verder de toelichting in deel 1. Artikel 12 Ad 1.1c1: Regeling Inrichting EHS en Robuuste Verbindingen Biesbosch en de Beerze Artikel 13 (Agrarisch) beheer Ten behoeve van het agrarisch beheer van beheersgronden, natuurontwikkeling door middel van agrarisch beheer in EHS en RV zijn de volgende doelen opgesteld: Totaal Programma Beheer-onderdelen is nog in zijn geheel PM. Gearceerde doelen maken deel uit van doelen die worden gesubsidieerd uit ILG-budget Beschrijving maatregelen Eenheid Eenheidsprijs (maximale bijdrage per eenheid) Na te streven prestaties 2007-2013 Kosten nieuwe verplichtingen 2007-2013 (ILG-periode) Bijdragen financiering door betrokken partijen Ruimtelijke duiding (waar worden maatregelen uitgevoerd; evt. verwijzing naar kaart) Gebruikte tekst regeling of anderszins (evt. opgenomen in bijlage ) 1.1b1 Particulier en agrarisch beheerd areaal Robuuste Verbinding d.m.v. functiewijziging rijkstempo € 2.200 € - Financiering uit Programma Beheer: 10% POP en 90% rijksgeld (PB is nog PM) Programma Beheer, provinciale uitwerking 1.1b3 Toename beheer a.g.v. verwerving vanaf 1-1-2007 ha € 80 € - Financiering uit Programma Beheer: 100% rijksgeld (PB is nog PM) Idem 1.8 Agrarisch natuur- en landschapsbeheer is geoptimaliseerd 1.8a Het areaal dat is ingericht en beheerd ten behoeve van agrarisch natuur- en landschapsbeheer ha € 800 0 PM Idem Artikel 14 Water en kwaliteit EHS Ten behoeve van de natuurdoeltypen van de Vogel-en-Habitat-Richtlijn-gebieden (VHR) en overige delen van de EHS zijn de volgende doelen m.b.t. kwantitatieve en kwalitatieve condities van het watersysteem opgesteld: Gearceerde doelen maken deel uit van doelen die worden gesubsidieerd uit ILG-budget. De overige (provinciale) doelen zijn hier voorlopig uitgehaald. Deze (provinciale) doelen zijn overigens wel te vinden in de tabellen van het pMJP. Beschrijving maatregelen Eenheid Eenheidsprijs (maximale bijdrage per eenheid) Na te streven prestaties 2007-2013 Kosten nieuwe verplichtingen 2007-2013 (ILG-periode) Bijdragen financiering door betrokken partijen Ruimtelijke duiding (waar worden maatregelen uitgevoerd; evt. verwijzing naar kaart) Gebruikte tekst regeling of anderszins (evt. opgenomen in bijlage ) 1.2 De gewenste kwantitatieve watercondities van de EHS/VHR en Nbwet-gebieden zijn gerealiseerd 1.2a Areaal natte natuurparel met gewenste hydrologische situatie binnen ILG ha € 4.000 9.760 € 39.040.000 Financiering 50% ILG-budget, 25% provincie en 25% initiatiefnemer Kaart met TOP-lijst-gebieden (w.o. natte natuurparels) Regeling Aanpak verdroging in natte natuurparels 1.2b Areaal overige EHS/VHR en Nb-wet-gebieden met gewenste hydrologische situatie binnen ILG ha € 1.333 2.350 € 3.133.333 Financiering 50% ILG-budget, 25% provincie en 25% initiatiefnemer Kaart met EHS, VHR- en Nb-wetgebieden Regeling Aanpak verdroging in natte natuurparels 1.2c Areaal brongebied waar maatregelen getroffen zijn ter verbetering van de ecologische waarden beken tbv de EHS/VHR en NB-wet-gebieden binnen ILG. ha € 200 1.064 € 212.800 Financiering 50% ILG-budget, 25% provincie en 25% initiatiefnemer Kaart met te herstellen brongebieden binnen de EHS Inrichting van waterlopen (Beek en kreekherstel) 1.3 De gewenste morfologische condities ten behoeve van de EHS/VHR en Nbwet-gebieden zijn gerealiseerd 1.3a Gerealiseerde lengte waarover de beek/kreek is hersteld tbv EHS/VHR en Nb-wet-gebieden binnen ILG. Km € 190.000 175 € 33.326.000 Financiering 50% ILG-budget, 25% provincie en 25% initiatiefnemer Kaart met te herstellen beken en kreken binnen de EHS Inrichting van waterlopen (Beek en kreekherstel) 1.5 De gewenste chemische kwaliteit (stoffen) voor de EHS/VHR en Nbwet-gebieden is gerealiseerd 1.5a Areaal waar maatregelenpakketten zijn ingezet ter verbetering van de water- en bodemkwaliteit t.b.v. de EHS/VHR en NB-wet-gebieden binnen ILG. ha € 2.500 6.617 € 16.542.500 Financiering 50% ILG-budget, 25% provincie en 25% initiatiefnemer Regeling Verbetering van de waterkwaliteit Artikel 15 Ad 1.2a en 1.2b: Regeling Aanpak van verdroging in natte natuurparels Tabel: Toelichting / definities De waterhuishouding (vooral kwel en grondwaterstand), waterkwaliteit en inrichting zijn afgestemd op de ecologische doelstellingen. Ruimtelijke duiding Maatregelen zijn subsidiabel ten behoeve van herstel van de natte natuurparels in de rijks EHS (TOP-lijst, met een prioriteit voor VHR-gebieden binnen de TOP-lijst ). Eenheidsprijs, richtbedrag €4000,-/ha Te subsidiëren percentage maximaal 100% van de totale subsidiabele kosten. Subsidiabele activiteiten en kosten Subsidiabele maatregelen met cursief een indicatieve lijst van voorbeelden: - maatregelen ter verhoging van de grond- en oppervlaktewaterstand en/of ter versterking van de kwel: opzetten van peilen in primaire en secundaire watergangen;- maatregelen ter stremming van de afvoer, vasthouden en bevordering infiltratie: plaatsen van stuwen, plaatsen van knijpduikers;- maatregelen voor het verhogen van de drainage basis: dempen of verontdiepen van watergangen en greppels, verwijderen van drains;- maatregelen voor externe aanvoer voor suppletie en infiltratie van water: aanvoer van water ter suppletie aan het oppervlaktewater (compensatie van tekorten), aanvoer van water en infiltratie hiervan ter aanvulling van het grondwater;- maatregelen met als doel hydrologisch isoleren van gebied: hydrologisch isoleren van watergangen, hydrologisch isoleren van gebieden (vervuild water af- of omleiden);- maatregelen ter vermindering van grondwateronttrekkingen: vermindering beregening, hermeandering van beken en kreken, venherstel;- (technische) maatregelen en kosten ter voorkoming of compensering van schade aan bebouwing;- ondersteunende maatregelen binnen EHS ten behoeve van hydro-ecologisch herstel die een ondergeschikt aandeel in de projectkosten vormen. verlaging maaiveld / plaggen (zuiver ten behoeve van verwijderen van voedselrijke toplaag), verwijderen sliblaag waterbodem van vennen en wielen, omvorming van naald- naar loofbos;- grondverwerving buiten EHS voorzover noodzakelijk voor de aanleg van maatregelen; - maatregelen en kosten ter compensatie van landbouwkundige opbrengstvermindering (natschade): aanleg ondiepe drainage, vervanging van diepe drainage door ondiepe drainage, financiële vergoeding van natschade, grondverwerving (ruil en compensatie);- onderzoek, voorbereiding en communicatie: onderzoek, planvorming, besteksgereed maken, communicatieve activiteiten; - monitoring en evaluatie (cf Handboek Projectmonitoring): ontwerp, aanleg en inrichting van monitoring, periodieke evaluatie van de meetresultaten; - communicatie ter vergroting van draagvlak voor project en ter openbaring van projectresultaten. Niet-subsidiabele activiteiten (voorbeelden) - Grootschalige infiltratie Beoordelingscriteria en afweging - Maatregelen dienen kosteneffectief te zijn, waarbij als richtprijs de eenheidsprijs gehanteerd wordt. Specifieke inhoudelijke voorwaarden en uitgangspunten - Subsidie alleen voor gebieden op de TOP-lijst, met een prioriteit voor VHR-gebieden binnen de TOP-lijst (na 7 jaar 75% van de aan te pakken gebieden zijn VHR-gebieden). - Technische maatregelen ter compensatie van natschade worden gesubsidieerd voorzover deze niet nadelig zijn voor de natuurdoeltypen en de realisatie van natuurdoeltypen niet belemmeren. Eindbegunstigden Waterschappen. Hoogte van toegekende subsidiebedragen Projectkosten op basis van Plan van aanpak en op basis van werkelijk gemaakte kosten. EU-bepalingen/communautair toestingskader Agrarische ondernemers zijn uitgesloten van subsidiëring op grond van deze regeling. Tekst regeling opgenomen in bijlage … Artikel 16 Ad 1.3a Inrichting van waterlopen (Beek en kreekherstel) Tabel: Toelichting / definities De inrichting van waterlopen richt zich op behoud, herstel en ontwikkeling van de landschappelijke en natuurwaarden voor waterlopen met een specifieke waterhuishoudkundige functie. De hydrologie, morfologie en migratiemogelijkheden zijn afgestemd op de ecologische doelstellingen. Ruimtelijke duiding Maatregelen zijn subsidiabel indien ten behoeve van behoud, herstel en ontwikkeling van watersystemen waaraan een specifieke functie volgens het vigerende waterhuishoudingsplan toegekend, mits gelegen binnen de EHS. Subsidie bij voorkeur voor gebieden op de TOP-lijst, met een prioriteit voor VHR-gebieden binnen de TOP-lijst. Eenheidsprijs (richtbedrag bijdrage per kilometer) €190.000,-/km (en € 255.000,- indien gecombineerd met ruimere dimensionering ten behoeve van waterberging) volgens artikel 42. Bijdrage financiering door betrokken partijen 50% provincie, 50% initiatiefnemer(s). Te subsidiëren percentage maximaal 50% van de totale subsidiabele kosten. Subsidiabele activiteiten en kosten Maatregelen zijn subsidiabel voorzover niet voortvloeiend uit bepalingen Wet Bodembescherming, tot een maximum van 10% - Maatregelen ten behoud, herstel en ontwikkeling van de hydrologie zoals verhang, stroomsnelheid, voeding, watervoerendheid, overstromingsfrequentie, peilfluctuatie en insnijding. - Maatregelen ten behoud, herstel en ontwikkeling van de morfologie zoals profielvorm, tracévorm, substraat, sedimentatie en erosie, transporterend vermogen en karakteristieke beplanting. - Maatregelen ten behoud, herstel en ontwikkeling van migratie van (semi)aquatische organismen zoals vispassages. - Grondverwerving voorzover noodzakelijk voor de aanleg van maatregelen. - Onderzoek en voorbereiding: onderzoek, planvorming, besteksgereed maken. - Monitoring en evaluatie: ontwerp, aanleg en inrichting van monitoring, periodieke evaluatie van de meetresultaten. - Communicatie ter vergroting van draagvlak voor project en ter openbaring van projectresultaten Beoordelingscriteria en afweging - Interne kosten zijn niet subsidiabel. Specifieke inhoudelijke voorwaarden en uitgangspunten - Projecten zijn integraal conform 5-S-model waarbij doelstellingen voor de inrichting van waterlopen gecombineerd worden met doelstellingen overige thema’s zoals waterberging, verdrogingsbestrijding, waterkwaliteit en ecologische verbindingszones. - Waterkwaliteit zoals zuurgraad, kalkgehalte, hardheid, zuurstofgehalte, ijzer en nutriënten is aangepast aan de ecologische potenties van het watersysteem. - Maai- en peilbeheer zijn aangepast aan de ecologische potenties van het watersysteem. - Maatregelen die voortvloeien uit de inrichting van waterlopen, maar niet bijdragen aan de specifieke doelstellingen (zoals het verplaatsen van een brug) zijn tot een maximum van 10% van de projectkosten subsidiabel. - (Water)bodemsanering ten behoeve van de inrichting van waterlopen is subsidiabel voorzover niet voortvloeiend uit bepalingen Wet Bodembescherming, tot een maximum van 10%. - Beheer en onderhoud zijn niet subsidiabel. Niet-subsidiabele activiteiten (voorbeelden) Eindbegunstigden Waterschappen, natuurterreinbeheerders, gemeenten, overige initiatiefnemers Hoogte van toegekende subsidiebedragen Projectkosten op basis van Plan van aanpak en op basis van werkelijk gemaakte kosten EU-bepalingen/ communautair toetsingskader Agrarische ondernemers zijn uitgesloten van subsidiëring op grond van deze regeling. Tekst regeling opgenomen in bijlage … - Discussiepunten: ILG is alleen beschikbaar voor projecten binnen EHS/VHR en NB-wetgebieden. Beleidsregel Water beschikbaar tot 2008 voor projecten buiten deze gebieden met specifieke functie. Na 2008 ontstaat een financierings-probleem betreffende doelstellingen conform Provinciaal Waterhuishoudingplan en Bestuursovereenkomst reconstructie cq revitalisering. Artikel 16a. Inrichting waterlopen (aanleg vispassages) Toelichting / definities De aanleg van een vispassage heeft tot doel de migratiemogelijkheden voor aquatische en semi-aquatische organismen te behouden, herstellen of te verbeteren. Ruimtelijke duiding Subsidie kan worden verleend voor de aanleg van vispassages in waterlopen buiten de TOP-gebieden waaraan in het Provinicaal Waterplan de functie ‘waternatuur’ of ‘verweven’ is toegekend Eenheidsprijs (richtbedrag per vispassage) €110.000 Na te streven prestaties 2012-2015 25 vispassages Kosten verplichting 2012-2015 (PWP-bijdrage) € 1.375.000,- Bijdrage financiering door betrokken partijen 50% provincies, 50% initiatiefnemer(
- s)Te subsidiëren percentage Max. 50% van de totale subsidiabele kosten Subsidiabele activiteiten en kosten Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie, komen onder andere de volgende daadwerkelijk gemaakte kosten voor subsidie in aanmerking: - uitvoeringskosten voor de aanleg van een vispassage en direct daarmee samenhangende maatregelen ter behoud, herstel en ontwikkeling van migratie van (semi)aquatische organismen; - Onderzoeks- en voorbereidingskosten inclusief het opstellen van een inrichtingsplan en besteksgereed maken, gemaakt vanaf 1 december 2010; - Kosten voor monitoring en evaluatie, betreffende ontwerp, aanleg en inrichting van monitoring en periodieke evaluatie van de meetresultaten; - Kosten voor communicatie ter vergroting van draagvlak voor project en ter openbaring van projectresultaten. Beoordelingscriteria en afweging Gedeputeerde Staten behandelen aanvragen op volgorde van binnenkomst. Indien een aanvraag nog niet volledig is, wordt het tijdstip van binnenkomst bepaald door het moment waarop de subsidieaanvraag wel volledig is. Specifieke inhoudelijke voorwaarden en uitgangspunten (Water)bodemsanering ten behoeve van de herinrichting van waterlopen ter hoogte van de vispassage is subsidiabel voorzover niet voortvloeiend uit bepalingen Wet Bodembescherming, tot een maximum van 10% van de projectkosten. Niet-subsidiabele activiteiten en maatregelen - Interne kosten zijn niet subsidiabel. Beheer en onderhoud zijn niet subsidiabel Eindbegunstigden Waterschappen Hoogte van toegekende subsidiebedragen Projectkosten op basis van begroting bij Plan van aanpak of inrichtingsplan; vaststelling op basis van werkelijk gemaakte kosten. Een subsidie bedraagt nooit meer dan het aandeel in de kosten van het project dat de aanvrager zelf voor zijn rekening neemt. EU-bepalingen/ communautair toetsingskader Niet van toepassing (ondernemingen zijn uitgesloten van subsidiëring op grond van deze regeling). Tekst regeling opgenomen in bijlage … n.v.t. Artikel 17 Ad 1.5a: Regeling Verbetering van de waterkwaliteit (Areaal waar maatregelenpakketten zijn ingezet ter verbetering van de water- en bodemkwaliteit t.b.v. de EHS/VHR en NB-wet-gebieden binnen ILG) Tabel: Toelichting / definities Bovenwettelijke brongerichte of systeemgerichte maatregelen voor het verbeteren van de kwaliteit van grond- of oppervlaktewateren. Brongerichte maatregelen zijn met name gericht op het verminderen van de aanvoer en verliezen van N en P. Systeemgerichte maatregelen zijn gericht op het verbeteren van de zuiverende werking van het water- of bodemsysteem, het aanleggen van zuiveringsvoorzieningen en andere inrichtingsmaatregelen die de belasting op het oppervlaktewater terug dringen, of het ruimtelijk scheiden van functies. Effectgerichte maatregelen zijn gericht op het verwijderen van historische belasting, voorzover noodzakelijk voor ecologisch herstel van aquatische en terrestrische natte natuur. Ruimtelijke duiding Maatregelen zijn subsidiabel indien ze worden genomen binnen de EHS - VHR dan wel binnen de (hydrologische) beïnvloedingsgebieden van EHS -VHR (veelal agrarische gebied) . Subsidie bij voorkeur voor gebieden op de TOP-lijst, met een prioriteit voor VHR-gebieden binnen de TOP-lijst (na 7 jaar 75% van de aan te pakken gebieden zijn VHR-gebieden). Eenheidsprijs (richtprijs totale bijdrage per hectare) Gemiddelde kosten bedragen globaal € 2500/ha. Dit bedrag geeft de gemiddelde kosten aan uitgedrukt per hectare van het gebied waar milieueffecten zijn te verwachten als gevolg van de maatregel. De kosten voor de afzonderlijke maatregelen kunnen zeer sterk uiteenlopen. Na te streven prestaties 2007-2013 Areaal waarbinnen verbeteringen gerealiseerd worden: 5775 ha. De kosten en effecten van bronmaatregelen worden uitgedrukt in kg N of P die via deze maatregelen uit het milieu worden gehouden. Kosten verplichting 2007-2013 (ILG-budget) € 7.218.750,- Bijdrage financiering door betrokken partijen 50% Rijksbijdrage ILG, 25% provincie, 25% initiatiefnemer(s). Te subsidiëren percentage Max. 75% voor initiatiefnemer en max. 100% voor overige partijen zonder eigen middelen Subsidiabele activiteiten en kosten Het aanleggen en beheren van voorzieningen voor het verwijderen van N en/of P uit oppervlaktewater. Het nemen van bronmaatregelen om de belasting van grond- of oppervlaktewater met probleemstoffen (N, P, bestrijdingsmiddelen, koper, zink) bovenwettelijk te verminderen. Het benutten van landbouwgrond voor het aanbrengen van een ruimtelijke scheiding tussen teeltactiviteiten en oppervlaktewater als aanvulling op de verplichtingen uit het Lozingenbesluit Open teelt en Veehouderij en de Europese Nitraatrichtlijn. Afgraven van de voedselrijke toplaag in gebieden met natte schrale natuurdoelen en verwijderen van voedselrijke sliblaag ten behoeve van hydroecologisch herstel van vennen en wielen. Communicatie ter vergroting van draagvlak voor project en ter openbaring van projectresultaten?? Beoordelingscriteria en afweging Ad 1. Projecten komen alléén voor subsidie in aanmerking wanneer het bovenwettelijke maatregelen betreft en wanneer is aangetoond dat de zuiveringsvoorziening innovatief is óf kosteneffectiever dan het nemen van bronmaatregelen. Alleen projecten gelegen in of ten behoeve van VHR of EHS (en dus gelegen binnen de hydrologische beinvloedingsgebieden) zijn subsidiabel. De voorzieningen dienen na afloop van de subsidieperiode nog tenminste tien jaar in stand gehouden en beheerd te worden tenzij anders overeengekomen. Subsidie bij voorkeur voor gebieden op de TOP-lijst, met een prioriteit voor VHR-gebieden binnen de TOP-lijst (na 7 jaar 75% van de aan te pakken gebieden zijn VHR-gebieden). Ad 2. Tenminste de helft van de milieuwinst dient een structureel karakter te hebben. Alleen projecten gelegen binnen de beïnvloedingsgebieden van VHR of EHS zijn subsidiabel. Indien het project betrekking heeft op bestrijdingsmiddelen, koper en/of zink dient de aanvrager aan te tonen dat het een probleemstof betreft in de zin van de Kaderrichtlijn Water en dat het project past binnen de doelstellingen van de reconstructie. Ad 4. Afgraven voedselrijke toplaag en verwijderen sliblaag voorzover deze maatregel duurzaam is en noodzakelijk is voor het behalen van de natuurdoeltypen en Europese doelstellingen. Niet-subsidiabele activiteiten (voorbeelden) Specifieke inhoudelijke voorwaarden en uitgangspunten N.v.t. Eindbegunstigden Waterschappen, gemeenten, natuurterreinbeheerders, (verenigingen van) agrariër(s), kennisinstellingen Hoogte van toegekende subsidiebedragen Subsidiabele projectkosten; reguliere kosten of kosten voor het voldoen aan wettelijke verplichtingen komen niet voor vergoeding in aanmerking. EU-bepalingen/communautair toetsingskader In aanvulling op bovenstaande voorwaarden is het volgende in het kader van deze regeling van toepassing: kosten van niet productieve investeringen kunnen tot 100 % worden vergoed;? indien subsidie wordt verstrekt aan landbouwers voor de instandhouding van traditionele landschappen wordt subsidie verstrekt overeenkomstig artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1/2004*, waarbij de kosten, bedoeld in artikel 2 van die verordening, kunnen worden vergoed tot 100%; indien subsidie wordt verstrekt aan landbouwers welke niet valt onder de hiervoor onder 1 en 2 genoemde categorieën, wordt de subsidie verstrekt met inachtneming van Verordening (EG) nr. 1860/2004; indien subsidie wordt verstrekt aan ondernemers, niet zijnde landbouwers, voor (bijv. investeringen) wordt subsidie verstrekt overeenkomstig artikel 4 van Verordening (EG) nr. 70/2001; indien subsidie wordt verstrekt aan ondernemers, niet zijnde landbouwers, en de subsidie valt niet onder de hiervoor genoemde categorie 1 of 4, wordt de subsidie verstrekt met inachtneming van Verordening (EG) nr. 69/2001. ** * en opvolgende Verordening per 1 januari 2007, concepttekst gepubliceerd in Pb C 193, d.d. 17 augustus 2006. ** en opvolgende Verordening per 1 januari 2007, concepttekst gepubliceerd in Pb C 137, d.d. 10 juni 2006. Tekst regeling opgenomen in bijlage … - Artikel 18 Verplaatsing veehouderijbedrijven ten behoeve van kwaliteit EHS Ten behoeve van reductie van ammoniakdepositie op kwetsbare natuur zijn de volgende doelen opgesteld, waarbij gearceerde doelen deel uit maken van doelen die worden gesubsidieerd uit ILG-budget. De overige (provinciale) doelen zijn hier voorlopig uitgehaald. Deze (provinciale) doelen zijn overigens wel te vinden in de tabellen van het pMJP. Beschrijving maatregelen Eenheid Eenheidsprijs (maximale bijdrage per eenheid) Na te streven prestaties 2007-2013 Kosten nieuwe verplichtingen 2007-2013 (ILG-periode) Bijdragen financiering door betrokken partijen Ruimtelijke duiding (waar worden maatregelen uitgevoerd; evt. verwijzing naar kaart) Gebruikte tekst regeling of anderszins (evt. opgenomen in bijlage ) 1.5 De gewenste chemische kwaliteit (stoffen) voor de EHS/VHR en Nbwet-gebieden is gerealiseerd 1.5b Aantal verplaatste intensieve veehouderij locaties in de extensiverings-gebieden rondom de zeer kwetsbare natuurgebieden (WAV-A) naar LOG’s stuks € 2.000.000 46 € 92.000.000 Financiering 25% ILG-budget, 15% provincie en 60% PPS Kaart met extensiveringsgebieden Beleidsregel Verplaatsing Intensieve Veehouderij en Subsidieregeling Verplaatsing Intensieve Veehouderij Artikel 19 Ad 2.1f Toelichting Regeling Verplaatsing Intensieve Veehouderijen Tabel: Toelichting / definities Op dit moment beschikt de provincie Noord-Brabant over een regeling voor het verplaatsen van toekomstrijke intensieve veehouderijen uit extensiveringsgebieden en verweving-gebieden, voor zover geen duurzame locatie, naar duurzame locaties, bij voorkeur in Landbouwontwikkelingsgebieden. Deze regeling, bestaande uit een publiekrechtelijke en privaatrechtelijke component blijft bestaan. Voor inzicht of een bedrijf in aanmerking komt voor ondersteuning van een verplaatsing wordt verwezen naar de hieronder genoemde provinciale regelingen. Ruimtelijke duiding De zonering voor de intensieve veehouderij zoals opgenomen in de Brabantse reconstructieplannen, vastgesteld door PS op 22 april 2005. Eenheidsprijs Na te streven prestaties 2007-2013 2007-2013 (7 jaar): 32 Kosten verplichting 2007-2013 (ILG) 2007-2013 (7 jaar): € 23 miljoen Bijdrage financiering door betrokken partijen 25% ILG-budget, 15% provincie en 60% PPS Subsidiabele activiteiten Dit betreft alleen het publiekrechtelijke deel. Te denken valt aan advieskosten, sloopkosten op de nieuwe locatie. Beoordelingscriteria en afweging Op grond van de huidige regeling is een tender geopend (VIV 2005). Een aantal bedrijven heeft zich aangemeld. Hierop is een prioritering toegepast aan de hand van criteria opgenomen in de bijlage van de regeling. Met een deel van de aangemelde bedrijven is een onderhandelingstraject gestart. Specifieke inhoudelijke voorwaarden en uitgangspunten Het betreft hier een regeling die opengesteld dient te worden door GS. Eindbegunstigden Individuele agrarische ondernemers Hoogte van toegekende subsidiebedragen Met betrekking tot het privaatrechtelijke deel: de werkelijke kosten op grond van onafhankelijke taxaties. Voor wat betreft het publiekrechtelijke deel: €100.000 per ondernemer. EU-bepalingen/communautair toetsingskader Regeling aangemeld op grond van de vrijstellingverordening 2004/1 Tekst regeling opgenomen in bijlage … Artikel 20 Realisatie van de ecologische samenhang van de EHS Ten behoeve van de ecologische samenhang van de EHS in de vorm van de realisatie van Ecologische Verbindingszones zijnde volgende doelen opgesteld Beschrijving maatregelen Eenheid Eenheidsprijs (maximale bijdrage per eenheid) Na te streven prestaties 2007-2013 Kosten nieuwe verplichtingen 2007-2013 (ILG-periode) Bijdragen financiering door betrokken partijen Ruimtelijke duiding (waar worden maatregelen uitgevoerd; evt. verwijzing naar kaart) Gebruikte tekst regeling of anderszins (evt. opgenomen in bijlage) 1.6 De ecologische samenhang van de EHS is gereali-seerd 1.6a EVZ-rijksdoelen (verwerving) ha € 40.950 1.027 € 21.027.825 Voorlopige afspraken: Financiering 50% ILG en 50% provincie Kaart met EVZ’’s die rijksdoelen vertegenwoordigen Regeling realisatie EVZ’s als onderdeel van Beleidsregel Subsidie Natuur en Landschap 1.6g Op te lossen knelpunten Robuuste Verbindingen stuks € 4.142.500 4 € 16.570.000 Financiering 100% ILG Kaart met op te lossen knelpunten Regeling Ontsnippering rijks(water)wegen in Robuuste Verbindingen Artikel 21 Ad 1.6a: Regeling realisatie EVZ’s als onderdeel van Beleidsregel Subsidie Natuur en Landschap Tabel: Toelichting / definities De ecologische verbindingszones vormen de groene schakels die de Brabantse natuurgebieden met elkaar verbinden. Planten en vooral dieren kunnen zich daardoor van het ene naar het andere natuurgebied verplaatsen. Ruimtelijke duiding Zoals aangegeven op de plankaarten van Streekplan, Waterhuishoudingsplan en Natuurgebiedsplan en: - opgenomen op de LNV-lijst van uit te financieren EVZ’s; - gelegen binnen een Landinrichtingsplan waarvan Plan van toedeling of Raamplan voor 1-1-2005 is vastgesteld; - opgenomen op de projectenlijst behorend bij de bestuursovereenkomst water versie okt. 2004. Eenheidsprijs (maximale bijdrage per hectare) € 40.950 per hectare voor verwerving Na te streven prestaties 2007-2013 1027 hectare Kosten verplichting 2007-2013 (ILG) 21 mln euro Bijdrage financiering door betrokken partijen 50% ILG-bijdrage / 50% gemeente-waterschap-provincie (voorlopig percentage) Te subsidiëren percentage Nader vast te stellen Subsidiabele activiteiten en kosten Voorbereidingskosten (incl. grondverwerving) Inrichtingskosten op basis van bestek etc. Niet-subsidiabele activiteiten (voorbeelden) Beoordelingscriteria en afweging - Opgenomen op de LNV-lijst van uit te financieren EVZ’s. - Gelegen binnen een Landinrichtingsplan waarvan Plan van toedeling of Raamplan voor 1-1-2005 is vastgesteld. - Opgenomen op de projectenlijst behorend bij de bestuursovereenkomst water versie okt. 2004. Specifieke inhoudelijke voorwaarden en uitgangspunten Zoals provinciaal Eindbegunstigden Waterschappen/gemeenten Hoogte van toegekende subsidiebedragen 50% van de geaccepteerde projectkosten EU-bepalingen/communautair toetsingskader Agrarische ondernemers zijn uitgesloten van subsidiëring op grond van deze regeling Tekst regeling opgenomen in bijlage … Beleidsregel Subsidie Natuur en Landschap Artikel 22 Ad1.6g: Regeling Ontsnippering rijks(water)wegen in Robuuste Verbindingen Tabel: Toelichting / definities Faunavoorzieningen bij Rijks infrastructuur met als doel het opheffen van de barrièrewerking van genoemde infrastructuur, bijvoorbeeld door de aanleg van voorzieningen variërend van kleinere voorzieningen zoals dassentunnels en ecoduikers tot ecoducten . Ruimtelijke duiding Zoals aangegeven in de beleidskaarten behorende bij het Rijks Meerjaren Programma Ontsnippering. Eenheidsprijs (maximale bijdrage per hectare) Variabel: afhankelijk van feitelijke omstandigheden maar vooralsnog uitgaand van € 4 miljoen per genoemd knelpunt.1 knelpunt kan overigens uit een serie van meerdere maatregelen bestaan (bijvoorbeeld 1 ecoduct of reeks kleinere faunatunnels). Na te streven prestaties 2007-2013 Oplossen van de genoemde 4 knelpunten in de Robuuste verbinding Beerze. Kosten verplichting 2007-2013 (ILG) Totaal 16,57 miljoen euro Bijdrage financiering door betrokken partijen 100% financiering door het Rijk (LNV) Te subsidiëren percentage Subsidiabele activiteiten Totale kosten van realisering: - planvorming, bestek, directievoering; - grondverwerving, ontpachting, waardedaling (incl. personele kosten); - inrichting en beheer. Niet-subsidiabele activiteiten (voorbeelden) Beoordelingscriteria en afweging - Gelegen binnen de REVZ Beerze. - Opgenomen als knelpunt in het MJPO en Bestuursovereenkomst. - Voorzien van een onderbouwing van de kosten volgens de PRI-ramingsystematiek van Rijkswaterstaat. - Instemming met onderbouwing door LNV en programmamanager MJPO. Specifieke inhoudelijke voorwaarden en uitgangspunten En specifieke onderbouwing wordt momenteel uitgewerkt door adviesbureau Grontmij. Eindbegunstigden Rijkswaterstaat, terreinbeherende instanties en/of, gemeenten Hoogte van toegekende subsidiebedragen Geaccepteerde projectkosten EU-bepalingen/communautair toetsingskader - Tekst regeling opgenomen in bijlage … - Artikel 23 Bescherming van kwetsbare soorten Ten behoeve van de bescherming van kwetsbare soorten zijn de volgende doelen opgesteld. Beschrijving maatregelen Eenheid Eenheidsprijs (maximale bijdrage per eenheid) Na te streven prestaties 2007-2013 Kosten nieuwe verplichtingen 2007-2013 (ILG-periode) Bijdragen financiering door betrokken partijen Ruimtelijke duiding (waar worden maatregelen uitgevoerd; evt. verwijzing naar kaart) Gebruikte tekst regeling of anderszins (evt. opgenomen in bijlage ) 1.7 Kwetsbare soorten zijn beschermd 1.7a Het aantal op te stellen en uit te voeren soortenbeschermings- en habitatplannen binnen ILG stuks € 90.500 15 € 1.339.400 Financiering 50% ILG en 50% provincie Kaart met gebieden waar soortbeschermingsplannen worden uitgevoerd Regeling soortenbescherming Artikel 24 Ad 1.7a: Regeling Soortenbescherming (kwetsbare soorten beschermd, rijksdeel) Tabel: Toelichting / definities Om uitvoering te geven aan het soortenbeleid van het Rijk is het ‘Meerjarenprogramma Uitvoering Soortenbeleid 2000-2004’ opgesteld. Voor de uitvoering werden door het Rijk soortbeschermingsplannen (SBP) opgesteld. Hierin zijn concrete acties opgenomen die in het veld uitgevoerd dienden te worden. De coördinatie van de uitvoering was een gezamenlijke taak van Rijk en de provincies. Het Ministerie van LNV stelde jaarlijks gelden beschikbaar aan de provincies. Tot de inwerkingtreding van de beleidsstrategie soorten vindt afweging en prioritering mbt de SBP’s plaats binnen de landelijke klankbordgroep uitvoering soortenbeleid. SBP’s die zijn gestart in het jaar 2000 of later blijven in principe van kracht tot het moment dat de provincies voor de soorten deze SBP’s kan overgaan op het regime van de leefgebieden benadering. Ruimtelijke duiding Gebieden in Noord-Brabant zoals vastgelegd in de landelijke soortbeschermingsplannen. Eenheidsprijs (maximale bijdrage per plan) € 90.500,- per soortbeschermingsplan Na te streven prestaties 2007-2013 Uitvoering lopende soortbeschermingsplannen vanaf 2000. Maatregelen ten behoeve van ca. 300 soorten, die zijn opgenomen in ca. 15 soortbeschermings- en habitatplannen. Kosten verplichting 2007-2013 (ILG-budget) € 670.000,- aan ILG-middelen Bijdrage financiering door betrokken partijen 50% rijk en 50% provincie Te subsidiëren percentage 100% mits eindbegunstigde is niet de provincie Subsidiabele activiteiten Maatregelen zoals opgenomen in de lopende soortbeschermingsplannen dan wel op te stellen leefgebiedsplannen. Niet-subsidiabele activiteiten (voorbeelden) Geen voorbeelden. Beoordelingscriteria en afweging De provincie stelt dit jaarplan op, op basis van de landelijke meerjarenprogramma’s en/of leefgebiedsplannen, in overleg met de landelijke klankbordgroep soortenbeleid. De ingediende projecten moeten passen in het jaarlijks op te stellen jaarplan. Specifieke inhoudelijke voorwaarden en uitgangspunten Opgenomen in de desbetreffende plannen, dan wel onder verantwoordelijkheid landelijk coördinator. Eindbegunstigden Overheden, particuliere organisaties, terreinbeherende organisaties en particuliere grondeigenaren Hoogte van toegekende subsidiebedragen Geaccepteerde projectkosten EU-bepalingen/communautair toetsingskader In aanvulling op bovenstaande voorwaarden is het volgende in het kader van deze regeling van toepassing: kosten van niet productieve investeringen kunnen tot 100 % worden vergoed; indien subsidie wordt verstrekt aan landbouwers voor de instandhouding van traditionele landschappen wordt subsidie verstrekt overeenkomstig artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1/2004*, waarbij de kosten, bedoeld in artikel 2 van die verordening, kunnen worden vergoed tot 100%; indien subsidie wordt verstrekt aan landbouwers welke niet valt onder de hiervoor onder 1 en 2 genoemde categorieën, wordt de subsidie verstrekt met inachtneming van Verordening (EG) nr. 1860/2004; indien subsidie wordt verstrekt aan ondernemers, niet zijnde landbouwers, voor (bijv. investeringen) wordt subsidie verstrekt overeenkomstig artikel 4 van Verordening (EG) nr. 70/2001; indien subsidie wordt verstrekt aan ondernemers, niet zijnde landbouwers, en de subsidie valt niet onder de hiervoor genoemde categorie 1 of 4, wordt de subsidie verstrekt met inachtneming van Verordening (EG) nr. 69/2001. ** * en opvolgende Verordening per 1 januari 2007, concepttekst gepubliceerd in Pb C 193, d.d. 17 augustus 2006. ** en opvolgende Verordening per 1 januari 2007, concepttekst gepubliceerd in Pb C 137, d.d. 10 juni 2006. Tekst regeling opgenomen in bijlage … Beleidsregel uitvoering soortenbeleid Noord-Brabant Artikel 25 Uitvoering maatregelen Nationale Parken Ten behoeve van maatregelen in Nationale Parken (Loonse en Drunense Duinen, Biesbosch en Grenspark Zoom-Kalmthout) is het volgende doel opgesteld. Gearceerde doelen maken deel uit van doelen die worden gesubsidieerd uit ILG-budget. Beschrijving maatregelen Eenheid Eenheidsprijs (maximale bijdrage per eenheid) Na te streven prestaties 2007-2013 Kosten nieuwe verplichtingen 2007-2013 (ILG-periode) Bijdragen financiering door betrokken partijen Ruimtelijke duiding (waar worden maatregelen uitgevoerd; evt. verwijzing naar kaart) Gebruikte tekst regeling of anderszins (evt. opgenomen in bijlage ) 1.9 Nationale Parken € 6.763.575 1.9a Uitvoering jaarprogramma’s NP (LDD, Biesbosch en Grenspark Zoom-Kalmthout aantal € 966.225 7 € 6.763.575 Financiering 80% ILG, 10% gemeenten en 10% PPS Kaart met Nationale Parken Regeling Nationale Parken Artikel 26 Ad1.9a: Regeling Nationale Parken Tabel: Toelichting / definities Nationale Parken zijn grootschalige natuurgebieden, die (inter)nationaal waardevolle en voor Nederland representatieve belangrijke ecosystemen vertegenwoordigen. Het beleid van de Nationale Parken is gericht op natuurbehoud- en ontwikkeling, natuurgerichte recreatie, voorlichting/educatie en onderzoek; versterking van de samenwerking tussen beheerders, overheden en betrokken sectoren (zoals de recreatiesector). Onder exploitatiekosten worden verstaan: a. strikt noodzakelijke huisvestingkosten beperkt tot maximaal één gebouw dat tot doel heeft het personeel in vaste dienst van het Nationaal Park te huisvesten; b. personeelskosten van medewerkers met een vaste aanstelling bij het Nationaal Park; c. vacatiegelden en reiskosten van de voorzitter van een Nationaal Park. Ruimtelijke duiding De gebieden zoals opgenomen in het door het Overlegorgaan vastgestelde Beheer- en inrichtingsplan (BIP) van de parken. Te subsidiëren percentage maximaal 50% van de subsidiabele kosten. Subsidiabele activiteiten Exploitatiekosten voor het kalenderjaar 2014. Beoordelingscriteria en afweging a. Betreft het de financiering van exploitatiekosten, niet zijnde kosten voor de inzet van medewerkers in dienst van aan het Nationaal Park verbonden partijen, zoals gemeenten , terreinbeherende instanties en het IVN en kosten die redelijkerwijs kunnen worden gedekt uit de inkomsten die met activiteiten die door het Nationale Park gegeneerd kunnen worden. Eindbegunstigden Het Nationaal Park Biesbosch, het Grenspark Zoom-Kalmthout en het Nationaal Park Loonse en Drunense Duinen .en het Nationaal Park De Groote Peel. Hoogte van toegekende subsidiebedragen Exploitatiekosten en onherroepelijke meerjarenverplichtingen. Verdeelcriteria Subsidie wordt toegekend op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen. EU-bepalingen/communautair toetsingskader In aanvulling op bovenstaande voorwaarden is het volgende in het kader van deze regeling van toepassing: kosten van niet productieve investeringen kunnen tot 100 % worden vergoed; indien subsidie wordt verstrekt aan landbouwers voor de instandhouding van traditionele landschappen wordt subsidie verstrekt overeenkomstig artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1/2004*, waarbij de kosten, bedoeld in artikel 2 van die verordening, kunnen worden vergoed tot 100%; indien subsidie wordt verstrekt aan landbouwers welke niet valt onder de hiervoor onder 1 en 2 genoemde categorieën, wordt de subsidie verstrekt met inachtneming van Verordening (EG) nr. 1860/2004; indien subsidie wordt verstrekt aan ondernemers, niet zijnde landbouwers, voor (bijv. investeringen) wordt subsidie verstrekt overeenkomstig artikel 4 van Verordening (EG) nr. 70/2001; indien subsidie wordt verstrekt aan ondernemers, niet zijnde landbouwers, en de subsidie valt niet onder de hiervoor genoemde categorie 1 of 4, wordt de subsidie verstrekt met inachtneming van Verordening (EG) nr. 69/2001. ** * en opvolgende Verordening per 1 januari 2007, concepttekst gepubliceerd in Pb C 193, d.d. 17 augustus 2006. ** en opvolgende Verordening per 1 januari 2007, concepttekst gepubliceerd in Pb C 137, d.d. 10 juni 2006. Tekst regeling opgenomen in bijlage n.v.t. Paragraaf 3 Subsidieregelingen voorn uitvoering doelen Landbouw Artikel 27 3.3 Subsidieregelingen voor uitvoering doelen Landbouw Ten behoeve van de uitvoering van maatregelen ten behoeve van een duurzame landbouw zijn de volgende doelen opgesteld, waarbij gearceerde doelen deel uitmaken van doelen die worden gesubsidieerd uit ILG-budget, terwijl de gearceerd onderstreepte doelen zowel een bijdrage uit het ILG-budget als een bijdrage uit het POP-fonds kennen. Voor deze doelen zal een POP-fiche opgesteld worden dat dienst zal doen als toe te passen regeling. De POP-fiches zijn gereed begin van 2007. De overige doelen zijn hier niet toegevoegd. De regelingen ten behoeve van de overige doelen worden op een later tijdstip uitgewerkt. Beschrijving maatregelen Eenheid Eenheidsprijs (maximale bijdrage per eenheid) Na te streven prestaties 2007-2013 Kosten nieuwe verplichtingen 2007-2013 (ILG-periode) Bijdragen financiering door betrokken partijen Ruimtelijke duiding (waar worden maatregelen uitgevoerd; evt. verwijzing naar kaart) Gebruikte tekst regeling of anderszins (evt. opgenomen in bijlage) 2.1 De ruimtelijke structuur voor landbouw is verbeterd. 2.1b Areaal verbeterde landbouwkundige structuur (bijvoorbeeld via verkaveling) ha € 1.240 17.458 € 21.647.920 Financiering 45% uit POP, 22,5% ILG, 22,5% provincie en 10% PPS Voor regeling wordt verwezen naar de zogenaamde POP-fiche voor deze maatregel: Maatregel 125: Verbetering en ontwikkeling van infrastructuur die verband houdt met de ontwikkeling en aanpassing van land- en bosbouw 2.1b1 Areaal verbeterde landbouwkundige structuur (bijvoorbeeld via verkaveling) Dit is het deel waarvoor geen POP-geld meer beschikbaar is. Financiering mede vanuit waterschappen en gemeenten omdat belang ook daar gelegen is (bijv. bij watermaatregelen en ruimtelijke ontwikkelingen) ha € 1.240 13.125 € 16.275.000 Financiering 22,5% ILG, 22,5% provincie, 15% gemeenten, 15% water-schappen en 25% PPS Voorgesteld wordt om dit doel ook te hangen onder de regels conform het POP-fiche voor deze maatregel: Maatregel 125: Verbetering en ontwikkeling infrastructuur (landinrichting) 2.1e Areaal geoperationaliseerde duurzame vestigingsgebieden glastuinbouw ha € 36.300 500 € 18.150.000 Financiering uit StiDuG-budget: 100%. Bijdragen van EU-structuurfondsen, provincie en PPS nog de vraag. Locatie Steenbergen Regeling Glastuinbouwgebieden 2.1f Areaal geoperationaliseerde Landbouw Ontwikkelingsgebieden aantal € 2.000.000 32 € 63.000.000 Financiering: 40% ILG, 15% provincie en 15% gemeenten 30% PPS Regeling Landbouw Ontwikkelingsgebieden 2.3 Economische basis voor de landbouw is verbreed 2.3b Aantal bedrijven met diversificatie naar niet-agrarische activiteiten € 44.000 100 € 4.400.000 Financiering 30% uit POP, 50% ILG, 15% provincie en 5% PPS Voor regeling wordt verwezen naar de zogenaamde POP-fiche voor deze maatregel : Maatregel As 3: Verbetering van de kwaliteit van leven op het platteland en diversificatie plattelandseconomie 2.4 Aantal bedrijven met duurzame productiesystemen is toegenomen. € 11.456.875 2.4b Aantal deelnemende bedrijven aan Europese voedselkwaliteitsregelingen € 10.000 80 € 800.000 Financiering 50% ILG, 15% provincie en 35% PPS Dit doel maakt onderdeel uit ILG. Op dit moment is hiervoor echter geen subsidieregeling operationeel. In 2007/2008 zal de provincie iom de sector bekijken of verder kan worden voldaan aan maatschappelijke randvoorwaarden op het gebied van voedselkwaliteit. Voorlopig is dit doel ondergebracht in Regeling Stimulering duurzame productie 2.4d Toename van het aantal traditionele bedrijven met duurzame productiesystemen door inzet van stimulator aantal bedrijven € 50.000 8,0 € 400.000 Financiering 50% ILG, 25% provincie en 25% PPS Regeling Stimulering duurzame productie 2.4f Aantal pilots duur-zaam ondernemen ter vergroting van agrobio-diversiteit pilots € 415.000 4 € 1.660.000 Financiering 50% ILG, 25% provincie en 25% waterschap (bufferzones) Regeling Agrobiodiversiteit Artikel 28 Ad 2.1b en 2.1b1 Hiervoor wordt het POP-fiche gebruikt van Maatregel 125: Verbetering en ontwikkeling infrastructuur (landinrichting). Artikel 29 Ad 2.1e Toelichting voor operationalisering duurzame vestigingsgebieden glastuinbouw Tabel: Toelichting / definities Ruimtelijke duiding Duurzaam projectvestigingsgebied glastuinbouw te Dinteloord Eenheidsprijs € 3,63 /m2 rijksbijdrage Na te streven prestaties 2007-2013 2007-2013 (7 jaar): 250 ha Kosten verplichting 2007-2013 (ILG) 2007-2013 (7 jaar): € 9,07 miljoen Bijdrage financiering door betrokken partijen Rijksbijdrage 50% en rest is nader vast te stellen Subsidiabele activiteiten De middelen zullen worden besteed aan het duurzaam inrichten van de glastuinbouwprojectlocatie Dinteloord. Hiertoe zullen nog nadere regels worden opgesteld door GS. Te denken valt aan het subsidiëren van fysieke maatregelen als : - infrastructurele aanpassingen die noodzakelijk zijn het glastuinbouwgebied als zodanig tot ontwikkeling te brengen, zowel “droge” als “natte” infrastructuur; - ontwikkeling van innovatieve collectieve energie- en waterconcepten; - landschappelijke inpassing; - ontwikkeling van groenvoorzieningen en kleinschalige milieumaatregelen. Beoordelingscriteria en afweging Deze zullen voor zover noodzakelijk opgenomen worden in het nog op te stellen regels van GS. Specifieke inhoudelijke voorwaarden en uitgangspunten Duurzaamheid zal een belangrijk criterium zijn bij het opstellen van de regeling en de subsidiëring. Eindbegunstigden Gemeenten, samenwerkingsverbanden, geen individuele ondernemers. Hoogte van toegekende subsidiebedragen Deze zullen voor zover noodzakelijk opgenomen worden in het nog op te stellen regels van GS. EU-bepalingen/communautair toetsingskader Tekst regeling opgenomen in bijlage … nvt Artikel 30 Ad 2.1f Regeling operationalisering Landbouw Ontwikkelingsgebieden Toelichting / definities Landbouwontwikkelingsgebieden voor de intensieve veehouderij, (LOG’
- s)zoals gedefinieerd in de Reconstructiewet concentratiegebieden en nader uitgewerkt in zes reconstructieplannen. Ontwikkelingsplan: plan voor de ontwikkeling van LOG’s, zoals beschreven in de reconstructieplannen en nader uitgewerkt in de ´Handreiking ontwikkelingsplannen voor LOG’s”, vastgesteld door GS. Ruimtelijke duiding De LOG’s zoals begrensd in de reconstructieplannen, vastgesteld door Provinciale Staten op 22 april 2005. Eenheidsprijs €2.000.000 Na te streven prestaties 2007-2013 2007-2013 (7 jaar): 32 Kosten verplichting 2007-2013 (ILG) 2007-2013 (7 jaar): € 63.000.000 Bijdrage financiering door betrokken partijen a. 40% Rijk, 15% Provincie, 15% gemeente, 30% PPS b. 50% provincie, 50% gemeente Te subsidiëren percentage Max. 70% voor initiatiefnemers, niet zijnde overheden. Subsidiabele activiteiten [vervallen]. b. plankosten voor gemeenten: - opstellen Landbouwontwikkelingsplannen voor LOG’s, conform de “Handreiking ontwikkelingsplannen voor LOG’s”, vastgesteld door GS; - in kaart brengen en matchen ondernemers en locaties; - voorbereidingskosten realisatie infrastructuur. Beoordelingscriteria en afweging Indien de kosten subsidiabel zijn op grond van a. is er geen subsidiemogelijk op grond van b. De maatregelen onder a. dienen conform een door GS goedgekeurd ontwikkelingsplan te worden uitgevoerd. Specifieke inhoudelijke voorwaarden en uitgangspunten - Kosten die voor rekening dienen te komen van ondernemers, worden in geen geval gesubsidieerd.. - Kosten voor niet-reguliere werkzaamheden van gemeenten zijn subsidiabel, voor een standaardtarief €45,-- per uur. Eindbegunstigden Gemeenten, samenwerkingsverbanden, geen individuele ondernemers Hoogte van toegekende subsidiebedragen Nader te bepalen EU-bepalingen/communautair toetsingskader Tekst regeling opgenomen in bijlage … nvt Artikel 31 Aantal bedrijven met diversificatie naar niet-agrarische bedrijven Hiervoor wordt het POP-fiche gebruikt van Maatregel 311: Diversificatie naar niet-agrarische activiteiten. Artikel 32 Ad 2.4.d Regeling stimulering duurzame productiesystemen op traditionele bedrijven door inzet van stimulator Tabel: Toelichting / definities Verdergaand verduurzamen van de landbouw door de inzet van duurzame en innovatieve maatregelen op gangbare productiesystemen te stimuleren. Ruimtelijke duiding Stimuleringsregeling Duurzame Landbouw (voorlopig kader: uit te werken in 2007) Maatregelen zijn subsidiabel indien zij resultaten opleveren die of verdergaan dan wettelijk vereist, of communicatie van behaalde resultaten ondersteunt, of transparantie en imago van de sector versterken, of integratie en samenwerking binnen of tussen sectoren versterkt (vooralsnog niet-limitatieve lijst). Ruimtelijke inzet van maatregelen afhankelijk van afspraken per sector in bijvoorbeeld vastgestelde reconstructie- en gebiedsplannen, nota glastuinbouw, et cetera. Stimuleringsregeling stuurgroep LIBDeze dient bij te dragen aan de implementatie van integrale projectmatige innovaties in de land- en tuinbouw, die zijn gericht op de verbetering van de milieu- en waterkwaliteit en de ruimtelijke en economische structuur in de provincie Noord-Brabant. Deze steun komt ten goede aan hoofdzakelijk kleine ondernemingen die landbouwproducten produceren, verwerken en afzetten. In de praktijk betekent dit ondersteunen van kleinschalige projectmatige innovaties waarbij de economische, ecologische en sociaal-culturele aspecten van de land- en tuinbouw elkaar, zoveel als mogelijk, versterken. Eenheidsprijs, richtbedrag € 50.000,- Na te streven prestaties 2007-2013 8 bedrijven Kosten verplichting 2007-2013 (ILG) € 400.000,- Bijdrage financiering door betrokken partijen 50% Rijksbijdrage ILG, 25% provincies, 25% PPS Te subsidiëren percentage Subsidiabele activiteiten Stimuleringsregeling Duurzame Landbouw (voorlopig kader, uit te werken in 2007) Onderstaand zijn maatregelen weergegeven (niet-limitatief) met cursief een lijst (niet-limitatief) van specifieke mogelijkheden. - Maatregelen ter vermindering van emissies van ammoniak, geur, fijnstof en/of broeikasgassen: luchtwassers, bouwkundige maatregelen (bv. verkleining mestoppervlak), technische maatregelen (bv. koelen, beluchten). - Maatregelen ter vermindering van de mest- en mineralenproblematiek: mestbe- en verwerking, mestvergisting.- Maatregelen ter bevordering van duurzame energie: biomassagebruik, warmtepompen, inzet aquifers, uitwisseling van reststromen tussen verschillende sectoren.- Maatregelen ter bevordering van waterkwaliteit en –kwantiteit: hydrologisch onderzoek, haalbaarheidsstudies, ontwikkelen collectief waterconcept. - Maatregelen ter bevordering van dierenwelzijn en diergezondheid: innovatieve stalconcepten.- Maatregelen ter bevordering van landschappelijke inpassing: opstellen landschapsplan, erfbeplanting. - Maatregelen ter bevordering van transparantie en imago: voorlichting, educatie, mediatraining, open dagen. - Maatregelen ter bevordering van integratie en samenwerking: haalbaarheidsstudie, infrastructurele en logisitieke maatregelen. - Maatregelen ter ondersteuning van communicatietrajecten: voorlichting, educatie, uitwisseling, studiedagen. - Maatregelen ter bevordering van de voedselkwaliteit: deelname aan Europese voedselkwaliteitsmaatregelen.- Haalbaarheidsstudies en voorbereidend onderzoek. - Monitoring en evaluatie: ontwerp, aanleg en inrichting van monitoring, periodieke evaluatie van de meetresultaten. Stimuleringsregeling Stuurgroep LIB 2004 – 2007- Marktonderzoeken en ontwikkeling van kwaliteitsproducten ter bevordering van de productie en afzet ervan (art. 13 verordening 1/2004). - Ondersteuning in kennisontwikkeling en kennisoverdracht voor landbouwers en bedrijfsmedewerkers in de vorm van telersbijeenkomsten, inhuur van adviseurs, ontwikkeling en verspreiding van communicatiematerialen (artikelen, flyers, internet) van tijdelijke duur. - Investeringen in onroerend goed, materieel, inhuur van adviseurs, voor (haalbaarheids)studies en samenwerkingsverbanden ten behoeve van verlaging productiekosten, verbetering en omschakeling van de productie, verhoging van de productkwaliteit, verbetering dierwelzijn en ten behoeve van het natuurlijk milieu. - Investeringen in onroerend goed, materieel, inhuur van adviseurs en voor (haalbaarheid)studies ten behoeve van verbetering van verwerking en afzet, en verbetering prestaties ten aanzien van milieu, voedselveiligheid en dierwelzijn. Niet-subsidiabele activiteiten (voorbeelden) Beoordelingscriteria en afweging Stimuleringsregeling Duurzame Landbouw (voorlopig kader, uit te werken in 2007) - Ruimtelijke inzet van maatregelen afhankelijk van afspraken per sector in bijvoorbeeld vastgestelde reconstructie- en gebiedsplannen, nota glastuinbouw, et cetera. - Alleen die maatregelen worden gesubsidieerd die bewezen kosteneffectief zijn. - Technische maatregelen worden gesubsidieerd voorzover deze verder gaan dan wettelijk vereist. Stimuleringsregeling Stuurgroep LIB 2004 – 2007Voor uitgebreide versie zie: www.brabant.nl/werken/landbouw.aspx - Het project moet vernieuwende aspecten in zich bergen. - Er moet voldoende draagvlak zijn in de betreffende sector en het project moet een reëel slagingskans hebben. - Het project moet, na voldoende en adequate theoretische toetsing ervan, praktijkrijp zijn en concrete, meetbare resultaten opleveren. - Onderzoek wordt in beginsel niet ondersteund. Dit geldt niet voor kennisontwikkeling door het valideren van innovaties in de praktijk, marktonderzoeken, ontwikkeling van kwaliteitsproducten, (haalbaarheids) studies voor verbetering van verwerking en afzet. - Alleen meerkosten ten opzichte van de gangbare bedrijfsvoering komen voor ondersteuning in aanmerking. Specifieke inhoudelijke voorwaarden en uitgangspunten Stimuleringsregeling Duurzame Landbouw uit te werken in 2007 Stimuleringsregeling Stuurgroep LIB 2004 – 2007- Een bijdrage wordt voor maximaal één jaar toegezegd. Voortzetting van meerjarige projecten wordt op basis van de voortgang en het perspectief, jaar op jaar beoordeeld. - In het project moet ruimte zijn gecreëerd om de resultaten uit te dragen naar zowel sectorgenoten als partners in de keten. Eindbegunstigden Agrarische ondernemers of samenwerkingsverbanden daarvan, de daaraan gekoppelde schakels in de agro-foodketen, lokale overheid. Hoogte van toegekende subsidiebedragen Stimuleringsregeling Duurzame Landbouw uit te werken in 2007 Stimuleringsregeling Stuurgroep LIB 2004 – 2007- De bijdrage aan door derden ingediende projecten bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten en bedraagt ten hoogste € 35.000,- per jaar. EU-bepalingen/communautair toetsingskader Inzet van maatregelen worden getoetst aan staatsteunregels en relevante vrijstellingsverordeningen. Tekst regeling opgenomen in bijlage XX Stimuleringsregeling Duurzame Landbouw uit te werken in 2007Stimuleringsregeling Stuurgroep LIB 2004 – 2007- Zie bijlage XX en www.brabant.nl/werken/landbouw.aspx Artikel 33 Ad 2.4f: Regeling pilots duurzaam ondernemen ter vergroting van agrobiodiversiteit Tabel: Toelichting / definities Gebiedsgerichte integrale aanpak van biodiversiteit in de boerenpraktijk. De diversiteit heeft betrekking op omgeving, bodem, gewassen en vee en moet leiden tot een stabiele en robuuste productie. Ruimtelijke duiding Pilots worden uitgevoerd in een drietal zandgebieden en één in het zeekleigebied Eenheidsprijs per pilot € 415.000 Na te streven prestaties 2007-2013 4 pilots waarin praktische maatregelen worden uitgetest en gedemonstreerd t.b.v. meer diversiteit en een stabiele robuuste productie. Kosten verplichting 2007-2013 (ILG) 1.660.000 euro Bijdrage financiering door betrokken partijen 50% Rijksbijdrage ILG, 25% provincies, 25% waterschappen en PPS Te subsidiëren percentage 100% bij randenbeheer langs waterwegen (bijdragen van waterschappen) en 75% bij overige projecten Subsidiabele activiteiten - Demonstraties en kennisoverdracht via studieclubs, open dagen en demodagen. - Individuele en groepsbegeleiding. - Uittesten maatregelen ten behoeve van verbetering bodemvruchtbaarheid, duurzaamheid vee, verhoging weerstand gewas tegen ziekten en plagen. - Communicatie ter vergroting van draagvlak voor het project en openbaarmaking van projectresultaten. Niet-subsidiabele activiteiten (voorbeelden) Individuele aanvragen buiten de pilots Beoordelingscriteria en afweging Specifieke inhoudelijke voorwaarden en uitgangspunten Eindbegunstigden Agrarische samenwerkingsverbanden of individuele agrariërs die samen een pilot opstarten Hoogte van toegekende subsidiebedragen Projectkosten EU-bepalingen/communautair toestingskader In aanvulling op bovenstaande voorwaarden is het volgende in het kader van deze regeling van toepassing: kosten van niet productieve investeringen kunnen tot 100 % worden vergoed; indien subsidie wordt verstrekt aan landbouwers voor de instandhouding van traditionele landschappen wordt subsidie verstrekt overeenkomstig artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1/2004*, waarbij de kosten, bedoeld in artikel 2 van die verordening, kunnen worden vergoed tot 100% indien subsidie wordt verstrekt aan landbouwers welke niet valt onder de hiervoor onder 1 en 2 genoemde categorieën, wordt de subsidie verstrekt met inachtneming van Verordening (EG) nr. 1860/200 indien subsidie wordt verstrekt aan ondernemers, niet zijnde landbouwers, voor (bijv. investeringen) wordt subsidie verstrekt overeenkomstig artikel 4 van Verordening (EG) nr. 70/2001; indien subsidie wordt verstrekt aan ondernemers, niet zijnde landbouwers, en de subsidie valt niet onder de hiervoor genoemde categorie 1 of 4, wordt de subsidie verstrekt met inachtneming van Verordening (EG) nr. 69/2001. ** * en opvolgende Verordening per 1 januari 2007, concepttekst gepubliceerd in Pb C 193, d.d. 17 augustus 2006. ** en opvolgende Verordening per 1 januari 2007, concepttekst gepubliceerd in Pb C 137, d.d. 10 juni 2006. Tekst regeling opgenomen in bijlage … Nvt Paragraaf 4 Subsidieregelingen voor uitvoering doelen Lanschap en Cultuurhistorie Artikel 34 Subsidieregelingen voor uitvoering doelen Landschap en Cultuurhistorie Ten behoeve van de uitvoering van maatregelen ten behoeve van landschap en cultuurhistorie zijn de volgende doelen opgesteld, waarbij gearceerde doelen deel uitmaken van doelen die worden gesubsidieerd uit ILG-budget, terwijl de gearceerd onderstreepte doelen zowel een bijdrage uit het ILG-budget als een bijdrage uit het POP-fonds kennen. Voor deze doelen zal een POP-fiche opgesteld worden dat dienst zal doen als toe te passen regeling. De POP-fiches zijn gereed begin van 2007. De overige doelen zijn hier niet toegevoegd. De regelingen ten behoeve van de overige doelen worden op een later tijdstip uitgewerkt. Beschrijving maatregelen Eenheid Eenheidsprijs (maximale bijdrage per eenheid) Na te streven prestaties 2007-2013 Kosten nieuwe verplichtingen 2007-2013 (ILG-periode) Bijdragen financiering door betrokken partijen Ruimtelijke duiding (waar worden maatregelen uitgevoerd; evt. verwijzing naar kaart) Gebruikte tekst regeling of anderszins (evt. opgenomen in bijlage ) 3.1 Landschappelijke kwaliteit buiten stedelijke regio’s en cultuur-historische waarden zijn versterkt en hersteld € 61.450.875 3.1a Areaal hectare waar maatregelen zijn genomen ten behoeve van versterking en herstel van landschappelijke, cultuurhistorische (en aardkundige) waarden ha € 2.500 4.000 € 10.000.000 Financiering: 23% POP, 20% rijk (ILG), 10% provincie, 24% gemeenten en 24% PPS Er is een provinciale regeling Natuur- en landschapsbeheer, maar hier wordt verwezen naar de POP-fiche 3.1b Aantal herstelde, versterkte en ontwikkelde cultuurhistorische bouwelementen € 75.000 27 € 2.002.500 Financiering: 23% POP, 20% rijk (ILG), 10% provincie, 24% gemeenten en 24% PPS Er is een provinciale regeling Natuur- en landschapsbeheer, maar hier wordt verwezen naar de POP-fiche 3,1h Provinciale stichtingen landschapsbeheer € 4.010.010 1 € 4.010.010 Financiering:, 60% ILG, 32% provincie en 8% PPS Enkel overeenkomst nodig Artikel 35 Ad 3.1a en 3.1b: Regeling natuur- en landschapsbeheer Aangezien POP-fiche noodzakelijk is, zal de POP-fiche dienen als definitieve regeling. Betreffende POP-fiche is in najaar 2006 gereed. Nu is hieronder de provinciale regeling opgenomen. Toelichting / definities Aanleg en herstel kleine landschapselementen (KLE), natuurbouw (kleinschalige natuurontwikkeling), biotoopverbetering (voor soorten buiten de EHS). Ruimtelijke duiding Heel Brabant uitgezonderd EHS. Prioritaire gebieden aangeduid in de regeling zelf. Eenheidsprijs (maximale bijdrage per maatregel) Landschapselementen: max. € 10.000 per project Natuurbouw: max. € 15.000 per project Biotoopverbetering: max. € 7.000 per project Na te streven prestaties 2007-2013 200 projecten per jaar (totaal: 1.400) Kosten verplichting 2007-2013 (ILG) 2,6 miljoen provinciaal budget Bijdrage financiering door betrokken partijen overheden: 50% provinciaal / 50% gemeente-waterschappen. particulieren/stichtingen: 80% provincie / 20% part. Subsidiabele activiteiten Landschapselementen: plantsoen en rasters (op basis van normkostentabel). Natuurbouw en biotoopverbetering: planvorming, bestek. directievoering, inrichting, leges, alg. kosten, onderzoek. Beoordelingscriteria en afweging Zie artikel 12, 14, 15 beleidsregel + bijlagen Specifieke inhoudelijke voorwaarden en uitgangspunten Zie artikel 12, 14, 15 beleidsregel + bijlagen Eindbegunstigden Gemeente, waterschappen, stichtingen voor landschapsbeheer, particulieren (incl. agrariërs) Hoogte van toegekende subsidiebedragen Op basis van normkostentabellen A t/m D van de beleidsregel SNL. EU-bepalingen/communautair toetsingskader - Tekst regeling opgenomen in bijlage … Beleidsregel Subsidie Natuur en Landschap Voor Regeling voor cultuurhistorische elementen wordt verwezen naar het nog definitief op te stellen Pop-fiche. Artikel 36 Ad 3.1h: Regeling Provinciale Stichtingen Landschapsbeheer Aan hetCoördinatiepunt Landschapsbeheer bij het Brabants Landschap wordt jaarlijks een budgetsubsidie verleend, die in lijn is met de meerjaren-overeenkomst tussen provincie, rijk en stichting. Het Coördinatiepunt Landschapsbeheer bij het Brabants Landschap wordt gestimuleerd om te werken in de Nationale Landschappen van het Groene Woud en de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Volstaan kan worden met een overeenkomst met betreffende stichtingen omdat deze de enige eindbegunstigden zijn. Er is geen regeling nodig. Paragraaf 5 Subsidieregelingen voor uitvoering doelen Recreatie en Toerisme Artikel 37 Maatregelen ten behoeve van Recreatie en Toerisme Ten behoeve van de uitvoering van maatregelen ten behoeve van Recreatie en Toerisme zijn de volgende doelen opgesteld, waarbij gearceerde doelen deel uitmaken van doelen die worden gesubsidieerd uit ILG-budget, terwijl de gearceerd onderstreepte doelen zowel een bijdrage uit het ILG-budget als een bijdrage uit het POP-fonds kennen. De POP-fiches zijn gereed begin van 2007. De overige doelen zijn hier niet toegevoegd. De regelingen ten behoeve van de overige doelen worden op een later tijdstip uitgewerkt. Beschrijving maatregelen Eenheid Eenheidsprijs (maximale bijdrage per eenheid) Na te streven prestaties 2007-2013 Kosten nieuwe verplichtingen 2007-2013 (ILG-periode) Bijdragen financiering door betrokken partijen Ruimtelijke duiding (waar worden maatregelen uitgevoerd; evt. verwijzing naar kaart) Gebruikte tekst regeling of anderszins (evt. opgenomen in bijlage ) 5.1 Verbeteren van de landelijke routestructuren 5.1a Knelpuntenvrij km landelijke routestructuren wandelen opgeloste knelpunten 4 € 860.000 Financiering: 50% rijk (ILG), 30% provincie en 20% gemeenten Regeling Knelpuntenvrij km landelijke routestructuren wandelen 5.1b Knelpuntenvrij km landelijke routestructuren fietsen opgeloste knelpunten 14 € 1.180.000 Financiering: 50% rijk (ILG), 30% provincie en 20% gemeenten Regeling Knelpuntenvrij km landelijke routestructuren fietsen 5.1c Knelpuntenvrij km landelijke routestructuren varen km 182 € 30.200.000 Financiering: 10% rijk (ILG), 10% provincie, 20% gemeenten, 20% waterschappen en 40% PPS Regeling Knelpuntenvrij km landelijke routestructuren varen 5.4 Verbeteren van het toeristische en recreatieve aanbod in het LG 5.4a Toename aantal dag- en verblijfsrecreatieve voorzieningen stuks € 142.857 93 € 13.285.714 Financiering: 35% POP, 35% provincie en 30% PPS Hiervoor gebruiken we POP-fiche Artikel 38 Ad 5.1 a Regeling Knelpuntenvrij km landelijke routestructuren wandelen Tabel: Toelichting / definities De bestaande doorgaande landelijke LAW’s kwalitatief verbeteren door knelpunten in de routes op te lossen. Dat kan in concreto betekenen dat indien infrastructurele veranderingen hebben plaatsgevonden c.q. verkeerssituaties zijn gewijzigd, routes omgeleid/aangepast moeten worden zodat geen verkeersonveilige situaties ontstaan. Ook door de verdergaande verstedelijking (nieuwe woonwijken) moeten met enige regelmaat routes worden omgeleid. Ten behoeve van kwaliteitsverbetering worden voorzieningen aangelegd, zoals klaphekjes, bruggetjes, informatiepanelen. Ook als gevolg van de ontsluiting van het landelijke gebied (de mogelijkheden van wandelen over boerenland) zullen in de toekomst aanpassingen moeten worden gedaan in de diverse trajecten. Ruimtelijke duiding LAW 4, 7-2, 1-3, 7-1, 9-2, 701, 11, 5-1 Eenheidsprijs (maximale bijdrage per hectare of per BPE) Nog vast te stellen Na te streven prestaties 2007-2013 of 2010-2013 4 knelpunten Kosten verplichting 2007-2013 (ILG-budget) € 430.000 Bijdrage financiering door betrokken partijen 50% rijk (ILG), 30% provincie en 20% gemeenten Bijdrage-% Afhankelijk van aanvragende partij. Subsidiabele activiteiten Trajectherzieningen en voorzieningen in/aan de route ten behoeve van een kwaliteitsverbetering aan de wandelroute/wandelpad. Niet-subsidiabele activiteiten Beoordelingscriteria en afweging - Draagvlak bij projectpartners die participeren door middel van financiële bijdrage en/of menskracht. - De routes maken deel uit van het landelijke (doorgaande) netwerk. Specifieke inhoudelijke voorwaarden en uitgangspunten De verantwoordelijkheid en middelen voor de kwaliteitsverbeteringen/het onderhoud van de routes zijn vastgelegd in contracten of beleidsnotities. Eindbegunstigden Gemeenten, regionale overheden, Stichting Wandelplatform LAW en overige betrokken organisaties. Hoogte van toegekende subsidiebedragen Projectbedragen EU-bepalingen/ communautair toetsingskader Agrarische ondernemers zijn uitgesloten van subsidiëring op grond van deze regeling. Tekst regeling opgenomen in bijlage … n.v.t. Artikel 39 Ad 5.1 b Regeling Knelpuntenvrij km landelijke routestructuren fietsen Tabel: Toelichting / definities De bestaande doorgaande LF routes kwalitatief verbeteren door knelpunten in de routes op te lossen. Dit als gevolg van het afstemmen van de LF routes op het Brabant-brede knooppuntensysteem, infrastructurele wijzigingen (waardoor herziening van de trajecten noodzakelijk is). Ruimtelijke duiding (waar worden maatregelen uitgevoerd) Kaart? LF 2, 7, 51, 11, 12, 9 Eenheidsprijs (maximale bijdrage per hectare of per BPE) Nog nader vast te stellen Na te streven prestaties 2007-2013 of 2010-2013 14 knelpunten Kosten verplichting 2007-2013 (ILG) € 590.000 Bijdrage financiering door betrokken partijen 50% rijk (ILG), 30% provincie en 20% gemeenten Bijdrage-% Afhankelijk van aanvragende partij. Subsidiabele activiteiten Trajectherzieningen en voorzieningen aan/op de LF routes als gevolg van een kwaliteitsverbetering aan de fietsroute/fietspad. Niet-subsidiabele activiteiten Beoordelingscriteria en afweging - Draagvlak bij projectpartners die participeren door middel van financiële bijdrage en/of menskracht;. - De routes maken deel uit van het landelijke fietsroutenetwerk . Specifieke inhoudelijke voorwaarden en uitgangspunten De verantwoordelijkheid en middelen voor het onderhoud van de routes zijn vastgelegd in contracten of beleidsnotities. Eindbegunstigden Gemeenten, regionale overheden, het Landelijk Fietsplatform en overige betrokkenen. Hoogte van toegekende subsidiebedragen Projectbedragen EU-bepalingen/communautair toetsingskader Agrarische ondernemers zijn uitgesloten van subsidiëring op grond van deze regeling. Tekst regeling opgenomen in bijlage … n.v.t. Artikel 40 Ad 5.1 c Regeling Knelpuntenvrij km landelijke routestructuren varen Tabel: Toelichting / definities Het vaarroutenet in Brabant op een dusdanige wijze kwalitatief verbeteren/ aanpassen zodat door de toervaart optimaal gebruik kan worden gemaakt van de Brabantse wateren. Ruimtelijke duiding Lijst van aan te pakken projecten/voorzieningen ligt bij EZ, wordt nog op teruggekomen Eenheidsprijs (maximale bijdrage per hectare of per BPE) Nader vast te stellen. Na te streven prestaties 2007-2013 of 2010-2013 182 km Kosten verplichting 2007-2013 (ILG) € 3.020.000 Bijdrage financiering door betrokken partijen 10% rijk (ILG), 10% provincie, 20% gemeenten, 20% waterschappen en 40% PPS Bijdrage-% Afhankelijk van aanvragende partij. Subsidiabele activiteiten Fysieke aanleg van havens, kades, factoren die de toegankelijkheid van het vaartoerisme vergroten. Niet-subsidiabele activiteiten Beoordelingscriteria en afweging - Draagvlak bij projectpartners die participeren door middel van financiële bijdrage en/of menskracht;. - De routes maken deel uit van het nationale knooppuntensysteem. Specifieke inhoudelijke voorwaarden en uitgangspunten De verantwoordelijkheid en middelen voor het onderhoud van de routes zijn vastgelegd in contracten of beleidsnotities. Eindbegunstigden Gemeenten, regionale overheden, stichtingen op het gebied van watertoerisme, Stichting Recreatietoervaart Nederland. Hoogte van toegekende subsidiebedragen Projectbedragen EU-bepalingen/communautair toetsingskader Agrarische ondernemers zijn uitgesloten van subsidiëring op grond van deze regeling. Tekst regeling opgenomen in bijlage … n.v.t. Paragraaf 6 Subsidieregelingen voor uitvoering doelen Bodem en Water Artikel 41 Maatregelen ten behoeve van bodem en water Ten behoeve van de uitvoering van maatregelen ten behoeve van bodem en water zijn de volgende doelen opgesteld, waarbij gearceerde doelen deel uitmaken van doelen die worden gesubsidieerd uit ILG-budget, terwijl de gearceerd onderstreepte doelen zowel een bijdrage uit het ILG-budget als een bijdrage uit het POP-fonds kennen. Voor deze doelen zal een POP-fiche opgesteld worden dat dienst zal doen als toe te passen regeling. De POP-fiches zijn gereed begin van 2007. De overige doelen zijn hier niet toegevoegd. De regelingen ten behoeve van de overige doelen worden op een later tijdstip uitgewerkt. Beschrijving maatregelen Eenheid Eenheidsprijs (maximale bijdrage per eenheid) Na te streven prestaties 2007-2013 Kosten nieuwe verplichtingen 2007-2013 (ILG-periode) Bijdragen financiering door betrokken partijen Ruimtelijke duiding (waar worden maatregelen uitgevoerd; evt. verwijzing naar kaart) Gebruikte tekst regeling of anderszins (evt. opgenomen in bijlage ) 4.1 Areaal gerealiseerd waterbergingsgebied binnen en buiten de EHS 4.1a Areaal gerealiseerd waterbergingsgebied geïntegreerd met andere waterdoelen. Betere omschrijving: Waterberging door ruimere dimensionering ten behoeve van waterconservering bij beekherstelprojecten binnen of ten behoeve van EHS ha € 18.500 616 € 11.400.956 Financiering 50% ILG, 25% provincie en 25% initiatiefnemer Regeling ruimere dimesionering beekherstel 4.3 Verbeteren van de (water)bodemkwaliteit in het landelijk gebied door sanering € 20.362.500 Aantal pilots gebruik bodeminformatie Pilots € 125.000 4 € 500.000 Financiering 50% ILG en 50% provincie Opgestelde provinciale bodemvisie 1 visie € 400.000 1 € 400.000 Financiering 50% ILG en 50% provincie 4.3a Verbeteren van de waterbodemkwaliteit in het landelijk gebied door sanering: aantal m3 waterbodem dat in periode 2010-2013 aangepakt wordt incl. onderzoeken m3 € 16 300.000 € 4.800.000 Financiering 90% ILG en 10% PPS 4.3b Aantal uitgevoerde bodemsaneringsgevallen in BPE in periode 2010-2013 incl onderzoeken BPE € 15,54 625.000 € 9.712.500 Financiering 75% ILG en 25% PPS Artikel 42 Ad 4.1a: Regeling Ruimere dimensionering beek- en kreekherstel ten behoeve van waterberging als bijdrage aan robuust watersysteem Tabel: Toelichting / definities Ruimere dimensionering beek- en kreekherstel ten behoeve van waterberging als onderdeel van een integraal waterproject. Met een integraal project wordt bedoeld een project binnen de EHS-VHR of ten behoeve van de EHS-VHR waar natuurontwikkeling, verdrogingsbestrijding en beek- en kreekherstel en waterberging in hun samenhang worden uitgevoerd. Via deze integrale aanpak worden robuuste watersystemen gecreëerd). Doelen zoals recreatie en toerisme vallen hier niet onder. Ruimtelijke duiding Maatregelen zijn subsidiabel ten behoeve van als “waterberging” aangewezen of gereserveerde locaties op reconstructie- en gebiedsplankaarten binnen of rond de EHS. Subsidie alleen voor gebieden op de TOP-lijst, met een prioriteit voor VHR-gebieden binnen de TOP-lijst (na 7 jaar 75% van de aan te pakken gebieden zijn VHR-gebieden). Eenheidsprijs (maximale bijdrage per hectare) Geïntegreerd met beek- en kreekherstel komen we tot een totaalbedrag van € 255.000,- per km. Bijdrage financiering door betrokken partijen 50% provincie, 50 % initiatiefnemer(s). Te subsidiëren percentage maximaal 50% van de totale subsidiabele kosten. Subsidiabele activiteiten - Maatregelen die tevens invulling geven aan WB21-doelen in en ten behoeve van de EHS. Te denken valt aan meestromende berging en maatregelen voor het vasthouden in de haarvaten in combinatie met natuurontwikkeling, verdrogings-bestrijding of beek- en kreekherstel. - Grondverwerving voorzover noodzakelijk voor de aanleg van deze maatregelen. - Onderzoek en voorbereiding (muv van interne kosten): onderzoek, planvorming, besteksgereed maken. - Communicatie ter vergroting van draagvlak voor project en ter openbaring van projectresultaten. Beoordelingscriteria en afweging Inhoudelijk: Is op plankaart aangewezen als (reserverings)gebied waterberging? Geeft het project invulling aan WB21? Voegt het project toe aan EHS-doelstellingen? Niet-subsidiabele activiteiten (voorbeelden) Specifieke inhoudelijke voorwaarden en uitgangspunten Subsidie bij voorkeur voor gebieden op de TOP-lijst, met een prioriteit voor VHR-gebieden binnen de TOP-lijst (na 7 jaar 75% van de aan te pakken gebieden zijn VHR-gebieden). Eindbegunstigden In beginsel het waterschap, omdat waterberging een waterschapstaak is. Aangezien het hier een combinatie betreft met beek- en kreekherstel kunnen ook terreinbeheerders, gemeenten gebruik maken van de subsidie. Hoogte van toegekende subsidiebedragen Projectkosten op basis van Plan van aanpak en op basis van werkelijk gemaakte kosten. EU-bepalingen/communautair toetsingskader Niet van toepassing, omdat eindbegunstigden geen bedrijfshoofden zijn. Tekst regeling opgenomen in bijlage … - Artikel 43 Ad 4.3 a en b: Regeling (water)bodemsanering 1 Het ILG-budget voor (water)bodemsanering wordt niet verdeeld via een subsidieregeling, maar moet meer gezien worden als een bijdrageregeling in de vorm van cofinanciering. Voor het opstellen van een Bodemvisie en het uitvoeren van pilots Gebruik Bodeminformatie ontvangen de provincies een bijdrage van het rijk en zijn er geen andere mogelijke eindbegunstigden. Hiervoor wordt derhalve geen regeling opgesteld. 2 Voor (water)bodemsanering geldt dat de financiering van maatregelen middels ILG-budget pas vanaf 2010 plaatsvindt. Tot die tijd vindt financiering plaats conform de Wet bodembescherming. Dit houdt onder meer in dat de financiering plaatsvindt vanuit een vangnetgedachte. Eerst dient met belanghebbenden te worden onderhandeld welk deel door de overheid wordt bijgedragen. Dit is afhankelijk van de juridische positie van partijen, bijvoorbeeld als partij alleen belanghebbende is bij de ontwikkeling of schuldige eigenaar of zelfs veroorzaker. Dit betekent ook dat er niet bij voorbaat vastligt welk deel door de overheid wordt bijgedragen, maar dat hierover onderhandeld dient te worden. Daarnaast bestaat er vanuit de Wbb de mogelijkheid om de kosten, die door de overheid zijn bijgedragen, achteraf te verhalen. In principe is alleen de aanpak van gevallen van ernstige bodemverontreiniging subsidiabel. Als er daarnaast sprake is van zodanige risico’s dat een spoedige sanering noodzakelijk is, hebben deze gevallen prioriteit boven gevallen waar dat niet aan de orde is. 3 Zoals hiervoor aangegeven is de hoogte van het toe te kennen bedrag afhankelijk van de juridische positie van partijen en van de uitkomst van te voeren onderhandelingen. Deze ligt dus niet bij voorbaat vast. Ook heeft de provincie geen autonoom geld beschikbaar, maar krijgt de bijdrage als rijksbudget. 4 Uiteraard dient bij aanbesteding door de overheid de Europese aanbestedingregeling te worden gevolgd. Artikel 44 Uitgangspunten en voorwaarden (water)bodemsanering, Bodemvisie en Gebruik Bodeminformatie In onderstaande tabel zijn uitgangspunten en voorwaarden voor (water)bodem-sanering, het opstellen van een Bodemvisie en het uitvoeren van pilots Gebruik Bodeminformatie op een rij gezet. Voor (water)bodemsanering is een regeling om de ILG-gelden weg te kunnen zetten pas in 2010 noodzakelijk. In onderstaande tabel is de huidige gang van zaken toegelicht. Be- schrij-ving maat-regelen Toe-lich-ting/ defini-tie Ruim-telijke duiding (waar worden maat-regelen uitge-voerd; evt. verwij-zing naar kaart) Een-heid Een-heids-prijs (ma-ximale bijdrage per een-heid) Na te stre-ven prestaties 2007-2013 Kosten nieuwe verplich-tingen 2007-2013 (ILG-periode) Bij-dra-gen finan-cie-ring door be-trok-ken par-tijen Subsi-diabele activi-eiten Beoor-delings-criteria en weging Speci- fieke in-houde-lijke voor-waarden en uit-gangs-punten Eind-be-gun-stig-den Hoogte van toege-kende subsidie-bedra-gen Eu-be-paling -en / Com- mu-nau-tair toet-sings-kader Tekst regeling opgenomen in bijlage Aantal pilots gebruik bodemin-formatie Bod-emin-forma-tie tbv ruim-telijke ont--wikke-lingen Land-bouw-gebie-den en in ge-bieden voor na-tuur-ont-wik-keling Pilots € 125.000 4 € 500.000 Finan-ciering 50% ILG en 50% pro-vincie Onderzoek en rapportage Beoor-deling op bruik-baarheid Zie BIELLS Pro-vincie en ge-meen-ten en der-den € 62.500 / pilot nvt nvt Opge-stelde provin-ciale bodem-visie Bo-dem-infor-matie tbv ruimte-lijke Ont-wikke-lingen Buiten-gebied van de provincie 1 visie € 400.000 1 € 400.000 Fin-ancie-ring 50% ILG en 50% pro-vincie Opstellen visie Moet voldoen aan de uitgangs-punten van de Beleids-brief Bodem Zie Beleidsb-rief Bodem (decem-ber 2003) Pro-vincie en ge-meen-ten en der-den € 200.000 nvt nvt 4.3a Verbeter-en van de water-bodem-kwaliteit in het landelijk gebied door sanering: aantal m3 water-bodem dat in periode 2010-2013 aangepakt wordt incl. onder-zoeken Sane-ring ern-stige veront-reinig-de water-bo-dems (geen onder-houds-bagger) Water-bodems in het buiten-gebied m3/ BPE € 14,16/ m3 300.000 € 5.000.000 Finan-cier-ing 85% ILG en 15% PPS Onderzoek en sanering Wbb (jan 2006) Circulaire sanering waterbo-dems (SC nr. 104, mei 2006) Pro-vincie en water-schap-pen en der-den € 4.250. nvt nvt 4.3b Aantal uitgevoer-de bodem-sanerings-gevallen in BPE in periode 2010-2013 incl. onder-zoeken Sa-nering ern-stige ver-ont-rein-igde bo-dems Bodem in het buitengebied BPE € 20 /BPE 625.000 €12.500.000 Finan-ciering 75% ILG en 25% PPS Onderzoek en sanering Wbb (jan 2006) Circulaire bodem-sanering 2006 (SC nr. 83, april 2006) Pro-vincie en ge-meen-ten en der-den € 9.712. 500 nvt nvt Paragraaf 7 Subsidieregelingen voor uitvoering doelen Wonen, Werken en Leefbaarheid Artikel 45 Doelen wonen, werken en leefbaarheid 1. Ten behoeve van de uitvoering van maatregelen ten behoeve van Wonen, werken en leefbaarheid zijn de volgende doelen opgesteld, waarbij gearceerde doelen deel uitmaken van doelen die worden gesubsidieerd uit ILG-budget, terwijl de gearceerd onderstreepte doelen zowel een bijdrage uit het ILG-budget als een bijdrage uit het POP-fonds kennen. Doelen die enkel onderstreept zijn kennen alleen een POP-bijdrage en geen ILG-bijdrage. Voor deze doelen zal een POP-fiche opgesteld worden dat dienst zal doen als toe te passen regeling. De POP-fiches zijn gereed begin van 2007. Beschrijving maatregelen Eenheid Eenheidsprijs (maximale bijdrage per eenheid) Na te streven prestaties 2007-2013 Kosten nieuwe verplichtingen 2007-2013 (ILG-periode) Bijdragen financiering door betrokken partijen Ruimtelijke duiding (waar worden maatregelen uitgevoerd; evt. verwijzing naar kaart) Gebruikte tekst regeling of anderszins (evt. opgenomen in bijlage ) 6.2 Verbeteren van het aanbod van diensten ter verbetering van de leefbaarheid in de kleine kernen 6.2a Aantal kernen die steun hebben ontvangen voor investeringen gerelateerd aan vernieuwing en ontwikkeling stuks € 100.000 35 € 3.480.000 Financiering: 50% POP, 25% provincie en 25% gemeenten Hiervoor gebruiken we POP-fiche 6.2b Aantal gecombineerde voorzieningen stuks € 200.000 42 € 8.400.000 Financiering: 25% POP, 10% provincie, 30% gemeenten en 35% PPS Hiervoor gebruiken we POP-fiche 6.2c Aantal geïnitieerde plaatselijke groepen en uitgevoerde maatregelenpakketten NIEUW stuks € 142.857 78 € 11.142.857 Financiering: 35% POP, 35% provincie en 30% PPS Hiervoor gebruiken we POP-fiche 6.3 Economische ontwikkelingen op het platteland worden gestimuleerd 6.3c Oprichten in ontwikkelen micro ondermeningen € 71.429 - 49 € 3.500.000 Financiering: 35% POP, 35% provincie en 30% PPS Hiervoor gebruiken we POP-fiche 6.4 Verminderen van de verstoringsbronnen op het platteland ter verbetering van de leefbaarheid 6.4a Aantal verplaatste intensieve veehouderij locaties rondom stankgevoelige objecten in combinatie met oplossen ammoniakknelpunten stuks € 2.000.000 16 € 31.600.000 Financiering: 25% ILG, 15% provincie en 60% PPS Regeling VIV Zie onder Natuur: Verplaatsen IV-bedrijven 2. Er zijn binnen dit thema geen ILG-gerelateerde doelen, behalve verplaatsing van IV-bedrijven. Regeling Verplaatsing IV-bedrijven is reeds behandeld onder het thema Natuur onder Ad 2.1.f Paragraaf 8 Regeling overige doelen Artikel 46 Interne en externe apparaatskosten gemeenten en waterschappen Vervallen. Artikel 47 Fysieke projecten, criteria en kosten Vervallen. Artikel 48 Overige bepalingen Vervallen. Artikel 49 Europese bepalingen In aanvulling op bovenstaande voorwaarden is het volgende in het kader van deze regeling van toepassing: kosten van niet productieve investeringen kunnen tot 100 % worden vergoed; indien subsidie wordt verstrekt aan landbouwers voor de instandhouding van traditionele landschappen wordt subsidie verstrekt overeenkomstig artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1/2004*, waarbij de kosten, bedoeld in artikel 2 van die verordening, kunnen worden vergoed tot 100%; indien subsidie wordt verstrekt aan landbouwers welke niet valt onder de hiervoor onder 1 en 2 genoemde categorieën, wordt de subsidie verstrekt met inachtneming van Verordening (EG) nr. 1860/2004; indien subsidie wordt verstrekt aan ondernemers, niet zijnde landbouwers, voor (bijv. investeringen) wordt subsidie verstrekt overeenkomstig artikel 4 van Verordening (EG) nr. 70/2001; indien subsidie wordt verstrekt aan ondernemers, niet zijnde landbouwers, en de subsidie valt niet onder de hiervoor genoemde categorie 1 of 4, wordt de subsidie verstrekt met inachtneming van Verordening (EG) nr. 69/2001. ** * en opvolgende Verordening per 1 januari 2007, concepttekst gepubliceerd in Pb C 193, d.d. 17 augustus 2006. ** en opvolgende Verordening per 1 januari 2007, concepttekst gepubliceerd in Pb C 137, d.d. 10 juni 2006. Paragraaf 9 Slotbepalingen Artikel 50 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal blad waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 12 december 2008. Artikel 51 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke subsidieregeling inrichting landelijk gebied Noord-Brabant. ’s-Hertogenbosch, 16 december 2008. Gedeputeerde Staten voornoemd, de voorzitter J.R.H. Maij-Weggen de secretaris drs. W.G.H.M. Rutten