Verordening woninggebonden subsidies 2007De raad van gemeente Zijpe; nr. 11 gelet op het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 11 december 2007 gelet op artikel 149 van de Gemeentewet, BESLUIT: vast te stellen de; Verordening woninggebonden subsidies
- HOOFDSTUK1Algemene bepalingen §1.1Begripsbepalingen Artikel1 a.De minister: de minister van volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieubeheer. b.Het Besluit: het Besluit woninggebonden subsidies
- c.BWS-budget: het positieve bedrag aan gerealiseerde exploitatieresultaten, welke in het kader van de BWS-regelgeving vrij besteedbaar is, en is bestemd om eventuele nadelige kas- en renteverschillen op te vangen. d.(vervallen) e.Subsidie-ontvanger: de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die een aanvraag doet om vaststelling en betaling van de door de gemeente verleende subsidie. f.(vervallen) g.(vervallen) h.Huurprijs: prijs die bij huur en verhuur is verschuldigd voor het enkele gebruik van een woning, standplaats of woonwagen, uitgedrukt in een bedrag per maand. i.Gereedkomingsdatum: de dag waarop de woning, de standplaats of de woonwagen gereedkomt, dan wel in geval van het treffen van ingrijpende voorzieningen de dag waarop de werkzaamheden zijn voltooid, dan wel de dag waarop de administratief in een plan samengevoegde woningen gemiddeld gereedkomen, dan wel de dag waarop een buiten de standplaats gebouwde nieuwe woonwagen op de standplaats wordt geplaatst. j.Kosten van het verkrijgen in eigendom: de door burgemeester en wethouders vast te stellen noodzakelijke, direct met de bouw samenhangende kosten, inclusief de koopsom van de grond van een woning of een standplaats, met dien verstande dat: indien een woning of standplaats wordt gebouwd op grond waarop een recht van opstal rust of waarop een recht van erfpacht is gevestigd dan wel de grond en de woning of de standplaats afzonderlijk in eigendom worden verkregen of de grond reeds geruime tijd eigendom is van de eigenaar, als koopsom van de bouwrijpe grond een door burgemeester en wethouders te bepalen bedrag wordt aangehouden; indien een koopwoning, een koopstandplaats of een koopwoonwagen geheel of gedeeltelijk met eigen arbeid of in eigen beheer wordt gebouwd, als kosten van het verkrijgen in eigendom een door burgemeester en wethouders te bepalen bedrag wordt aangehouden; de kosten van het verkrijgen in eigendom in voorkomende gevallen kunnen worden verminderd met subsidie, verleend als bijdrage ten behoeve van woningaanpassing voor gehandicapten op grond van de Wet voorzieningen gehandicapten dan wel de Regeling ziekenfondsraad subsidiëring woningaanpassingen gehandicapten
- k.(vervallen) l.Toegelaten instelling: toegelaten instelling als bedoeld in artikel 70 van de Woningwet. Artikel2 Voor de toepassing van deze verordening wordt mede verstaan onder: eigenaar: opstaller, erfpachter, gerechtigde tot een appartementsrecht of degene die lid is van een coöperatie en op die grond het uitsluitende gebruik heeft van een aan die coöperatie in bloot eigendom toebehorende woning; eigendom: opstal, erfpacht, appartementsrecht of lidmaatschap als bedoeld onder a; woning: onzelfstandige woonruimte; het verlenen van subsidie: het verlenen van subsidie ten behoeve van het bouwen dan wel het treffen van ingrijpende voorzieningen van gemeentewege; bouwen: het verbouwen van een gebouwde onroerende zaak tor woonruimte, waarbij de bestemming van de onroerende zaak wordt gewijzigd; bouwen van standplaatsen: het treffen van ingrijpende voorzieningen aan bestaan- de huurstandplaatsen. Artikel3 Deze verordening is niet van toepassing op: woningen die niet geschikt of bestemd zijn om voortdurend door dezelfde persoon of personen te worden bewoond; woningen die bestemd zijn voor of in gebruik zijn als ambts- of dienstwoning; bejaardenoorden als bedoeld in de Wet op de bejaardenoorden. §1.2Grondslag en werkingssfeer Artikel4 Op grond van deze verordening kunnen burgemeester en wethouders uitsluitend subsidie verlenen voor: het bouwen van woningen; het treffen van ingrijpende voorzieningen aan woningen; het bouwen standplaatsen; het bouwen van woonwagens. §1.3Uitgangspunten voor subsidiëring en verdeelbesluit Artikel5 (Vervallen) Artikel6 (Vervallen) Artikel7 (Vervallen) Artikel8 (Vervallen) Artikel9 (Vervallen) Artikel10 (Vervallen) HOOFDSTUK2Aanvragen, verlenen en vaststellen van subsidie §2.1Aanvraag om subsidie Artikel11 (Vervallen) Artikel12 (Vervallen) Artikel13 (Vervallen) §2.2Verlening van subsidie Artikel14 (Vervallen) Artikel15 (Vervallen) Artikel16 (Vervallen) Artikel17 (Vervallen) Artikel18 (Vervallen) Artikel19 (Vervallen) Artikel20 (Vervallen) §2.3Gereedmelding Artikel21 1.De subsidie-ontvanger meldt aan burgemeester en wethouders dat de te bouwen woning, standplaats of woonwagen gereed is, dan wel dat de werkzaamheden zijn voltooid. 2.De gereedmelding is tevens een aanvraag om vaststelling en betaling van de subsidie. 3.De subsidie-ontvanger dient de gereedmelding als bedoeld in het eerste lid bij burgemeester en wethouders in terstond na de voltooiing van de werkzaamheden, doch uiterlijk binnen drie jaar na het verlenen van de subsidie. Artikel22 1.De gereedmelding als bedoeld in artikel 21, eerste lid, gaat vergezeld van: een verklaring van de subsidie-ontvanger dat bij de bouw respectievelijk het treffen van de ingrijpende voorzieningen is of wordt voldaan aan de bijzondere verplichtingen waaronder de subsidie is verleend; een opgave van de gereedkomingsdatum. 2.Indien de subsidie-ontvanger een ander is dan de aanvrager, gaat de gereedmelding als bedoeld in het eerste lid vergezeld van een opgave van de afwijkingen van bestek en tekeningen, indien deze hebben plaatsgevonden. 3.De aanvrager dient gedurende een periode van vijf jaar na de gereedmelding alle rekeningen en betalingsbewijzen met betrekking tot de werkzaamheden ter controle beschikbaar te houden. Artikel23 (vervallen) §2.4Vaststelling van subsidie Artikel24 Burgemeester en wethouders bevestigen binnen twee weken de ontvangst van de gereedmelding als bedoeld in artikel 21, eerste lid. Artikel25 1.Binnen acht weken na ontvangst van de gereedmelding als bedoeld in artikel 21, eerste lid, nemen burgemeester en wethouders een besluit op de aanvraag tot vaststelling en betaling van subsidie. 2.Burgemeester en wethouders kunnen een besluit als bedoeld in het eerste lid eenmaal met acht weken verdagen voor zover de controle op de juistheid van de gegevens daartoe aanleiding geeft. Artikel26 (vervallen) Artikel27 Indien burgemeester en wethouders instemmen met de aanvraag tot vaststelling en betaling, stellen zij de subsidie vast overeenkomstig het bepaalde in artikel 4:46 Awb. Artikel28 De subsidie wordt betaald als bijdrage ineens, één jaar na de gereedkomingsdatum als genoemd in artikel 22, eerste lid, onder b. §2.5Intrekking en wijziging van subsidie Artikel29 De intrekking en wijziging van de beschikking tot subsidieverlening en subsidievaststelling geschieden overeenkomstig afdeling 4.2.6 van de Awb. Artikel30 Burgemeester en wethouders voegen aan het BWS-budget het bedrag toe dat beschikbaar komt als gevolg van een intrekking van een besluit tot verlening van subsidie. §2.6Nadere bepalingen Artikel31 1.Burgemeester en wethouders kunnen op een daartoe strekkende en gemotiveerde aanvraag van de aanvrager dan wel de subsidie-ontvanger ontheffing verlenen van de termijn als genoemd in artikel
- Een dergelijke aanvraag wordt vóór het verstrijken van de termijn bij burgemeester en wethouders ingediend. 2.Indien burgemeester en wethouders een aanvraag als bedoeld in het eerste lid honoreren, geven zij een nieuwe termijn aan. Artikel32 Burgemeester en wethouders kunnen voor de uitvoering van deze verordening nadere regels vaststellen. Artikel32a De werking van artikel 4:24 van de Awb wordt uitgesloten. HOOFDSTUK3Bepalingen per subsidiecategorie §3.1Huurwoningen Artikel33 Burgemeester en wethouders kunnen aan een toegelaten instelling subsidie verlenen voor het bouwen van een huurwoning. Artikel34 Burgemeester en wethouders verlenen alleen subsidie indien de huurprijs niet hoger is dan € 486,--. Artikel35 De subsidie als bedoeld in artikel 33 bedraagt maximaal € 2.269,--. Artikel36 1.Indien de woning bedoeld is om een naar prijsklasse zo gedifferentieerd mogelijke samenstelling van de woningvoorraad in de wijk of buurt te bereiken, verlenen burgemeester en wethouders, in afwijking van het bepaalde in artikel 34, subsidie indien de huurprijs niet meer bedraagt dan € 399,--. 2.Bij toepassing van het eerste lid kan de subsidie als genoemd in artikel 35 worden verhoogd met maximaal € 4.084,--. Artikel37 Indien locatiegebonden kostenverhogende factoren de bouwprijs van de woning beïnvloeden, kan de subsidie als genoemd in artikel 35 worden verhoogd. Artikel38 1.Burgemeester en wethouders kunnen van de huurprijzen als genoemd in de artikelen 34 en 36, eerste lid, afwijken indien de woning vijf of meer kamers zal hebben. 2.Voor het bepalen van het aantal kamers als bedoeld in het eerste lid worden een afzonderlijke keuken en een afzonderlijke badkamer niet meegerekend. Artikel39 (vervallen) §3.2Huurstandplaatsen Artikel40 (vervallen) Artikel41 (vervallen) Artikel42 (vervallen) Artikel43 (vervallen) §3.3Huurwoonwagens Artikel44 (vervallen) Artikel45 (vervallen) Artikel46 (vervallen) §3.4Koopwoningen Artikel47 (vervallen) Artikel48 (vervallen) Artikel49 (vervallen) Artikel50 (vervallen) Artikel51 (vervallen) Artikel52 (vervallen) Artikel53 (vervallen) §3.5Koopstandplaatsen Artikel54 (vervallen) Artikel55 (vervallen) Artikel56 (vervallen) Artikel57 (vervallen) Artikel58 (vervallen) §3.6Koopwoonwagens Artikel59 (vervallen) Artikel60 (vervallen) Artikel61 (vervallen) §3.7Ingrijpende voorzieningen aan woningen Artikel62 (vervallen) Artikel63 (vervallen) Artikel64 (vervallen) Artikel65 (vervallen) HOOFDSTUK4Overgangs- en slotbepalingen Artikel66 Op aanvragen, waarop vóór 1 juni 2007 een bijdrage is verleend, blijven de bepalingen van de regeling op grond waarvan de bijdrage is verleend van toepassing. Artikel67 1.Burgemeester en wethouders kunnen de uitvoering van bepalingen van deze verordening, voor zover die uitvoering tot hun bevoegdheid behoort, mandateren aan burgemeester en wethouders van een door hen aan te wijzen centrumgemeente. 2.In de besluiten van burgemeester en wethouders van de centrumgemeente als bedoeld in het eerste lid wordt tot uitdrukking gebracht dat deze namens burgemeester en wethouders zijn genomen. Artikel68 Indien vanwege bijzondere omstandigheden een strikte toepassing van het bepaalde in deze verordening naar het oordeel van burgemeester en wethouders zou leiden tot een onredelijke beslissing, kunnen burgemeester en wethouders afwijken van het bepaalde in deze verordening. Artikel69 Deze verordening kan worden aangehaald als de Verordening woninggebonden subsidies
- Artikel70 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 februari 2008 en werkt terug tot 1 juni
- Schagerbrug, 29 januari 2008