Verordening commissie bezwaarschriftenDe raad, het college en de burgemeester van de gemeente Oud-Beijerland;ieder voor zoveel het hun bevoegdheden betreft;gezien het voorstel van het college d.d. 17 februari 2009;gelet op de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Gemeentewet;besluiten vast te stellen de volgende verordening: Verordening commissie bezwaarschriften Artikel1Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: verwerend orgaan: bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft genomen; commissie: vaste commissie van advies voor de bezwaarschriften. Artikel2Inleidende bepaling commissie 1Er is een commissie ter voorbereiding van de beslissing op bezwaren tegen besluiten van de raad, het college en de burgemeester. 2De commissie is niet bevoegd ten aanzien van bezwaarschriften die zijn ingediend tegen besluiten op grond van: een wettelijk voorschrift inzake belastingen of de Wet waardering onroerende zaken; een wettelijk voorschrift inzake de Wet werk en bijstand (Wwb), de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) het Bijstandsbesluit Zelfstandigen 2004 (Bbz) en de Wet inburgering (Wi). Artikel3Samenstelling van de commissie 1De commissie bestaat uit twee clusters. Het ene cluster behandelt de bezwaarschriften tegen rechtspositionele besluiten, het andere cluster behandelt de overige bezwaarschriften. 2Elk cluster bestaat uit een voorzitter en ten minste twee leden. 3De voorzitters en leden zijn onafhankelijk. Dit betekent dat zij geen deel uitmaken en niet werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van het verwerend orgaan. 4Eén van de leden van het cluster dat de bezwaarschriften tegen rechtspositionele besluiten behandelt, wordt voorgedragen door de werknemersvertegenwoordiging. 5De voorzitters en de leden worden door de raad op voorstel van het college benoemd, geschorst en ontslagen. 6De commissie regelt de vervanging van de voorzitters. Artikel4Secretaris Het secretariaat van de commissie wordt uitgevoerd door een of meerdere door het college aangewezen ambtenaren. Artikel5Zittingduur 1De voorzitters en de leden van de commissie worden benoemd voor een periode van vier jaar. Zij kunnen maximaal één keer worden herbenoemd.De maximale zittingsduur wordt daarom niet langer dan acht jaar, 2In afwijking van het voorgaande lid worden de eerstbenoemde voorzitters voor een periode van vier jaar benoemd, welke periode één keer verlengd kan worden met zes jaar. Hiermee wordt voorkomen dat op enig moment de voltallige commissie aftreedt en wordt zorggedragen voor een bepaalde overlap. Na het aftreden van de eerstbenoemde voorzitters, worden volgende voorzitters benoemd overeenkomstig het bepaalde in lid 1. 3De voorzitters en de leden van de commissie kunnen op elk moment ontslag nemen. 4De aftredende voorzitters en de aftredende leden van de commissie blijven hun functie vervullen totdat in de opvolging is voorzien. Artikel6Ingediend bezwaarschrift 1Op het ingediende bezwaarschrift wordt de datum van ontvangst aangetekend. 2Het bezwaarschrift met de daarbij overgelegde stukken wordt zo spoedig mogelijk in handen van de commissie gesteld. Artikel7Uitoefening bevoegdheden De bevoegdheden ingevolge de hierna genoemde artikelen van de Awb worden voor de toepassing van deze verordening uitgeoefend door de voorzitter van de commissie: artikel 2:1, tweede lid; artikel 6:6, wat betreft het de indiener stellen van een termijn; artikel 6:17, voorzover het de verzending van stukken betreft tijdens de behandeling door de commissie; artikel 7:4, tweede lid; artikel 7:6, vierde lid. Artikel8Vooronderzoek 1 De voorzitter spant zich in om tot een volledig inzicht in de relevante feiten en omstandigheden te komen alvorens een zaak op een hoorzitting wordt behandeld. De voorzitter is daarbij bevoegd rechtstreeks alle gewenste inlichtingen in te winnen of te laten inwinnen. 2De voorzitter kan uit eigen beweging of op verlangen van de commissie bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en hen zo nodig uitnodigen daartoe op de hoorzitting te verschijnen. Indien daaraan kosten zijn verbonden, is vooraf machtiging van het college vereist. Artikel9Hoorzitting 1De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de zitting waarin de belanghebbenden en het verwerend orgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te laten horen. 2De voorzitter beslist over de toepassing van artikel 7:3 van de Awb. 3Indien de voorzitter op grond van het tweede lid besluit af te zien van het horen, doet hij daarvan mededeling aan de belanghebbenden en het verwerend orgaan. Artikel10Uitnodiging zitting 1De voorzitter nodigt de belanghebbenden en het verwerend orgaan ten minste twee weken voor de zitting schriftelijk uit. 2Binnen drie dagen na de uitnodiging kunnen de belanghebbenden of het verwerend orgaan onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken het tijdstip van de zitting te wijzigen. 3De beslissing van de voorzitter op dit verzoek wordt uiterlijk één week voor het tijdstip van de zitting aan de belanghebbenden en het verwerend orgaan meegedeeld. 4De voorzitter is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken of afwijking toe te staan van de termijnen die genoemd zijn in het eerste tot en met het derde lid. Artikel11Quorum Voor het houden van een zitting is vereist dat de meerderheid van het aantal leden, onder wie in elk geval de voorzitter, of zijn plaatsvervanger, aanwezig is. Artikel12Niet-deelneming aan de behandeling De voorzitter en de leden van de commissie nemen niet deel aan de behandeling van een bezwaarschrift indien daarbij hun onpartijdigheid in het geding kan zijn. Artikel13Openbaarheid zitting 1De zitting van de commissie is openbaar. 2De deuren kunnen worden gesloten indien de voorzitter van de commissie of een van de aanwezige leden het nodig oordeelt of indien een belanghebbende daartoe een verzoek doet. 3Indien de commissie vervolgens beslist dat gewichtige redenen aanwezig zijn die zich tegen openbaarheid van de zitting verzetten, vindt de zitting plaats met gesloten deuren. Artikel14Schriftelijke verslaglegging 1Het verslag als bedoeld in artikel 7:7 van de Awb vermeldt de namen van de aanwezigen en hun hoedanigheid. 2Het verslag houdt een zakelijke vermelding in van wat over en weer is gezegd en wat verder ter zitting is voorgevallen. 3Indien de zitting geheel of gedeeltelijk met gesloten deuren plaatsvond, of indien belanghebbenden, respectievelijk hun gemachtigden niet in elkaars tegenwoordigheid zijn gehoord, maakt het verslag hiervan melding. 4Het verslag verwijst naar de op de zitting overgelegde bescheiden, die aan het verslag kunnen worden gehecht. 5Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris van de commissie. Artikel15Nader onderzoek 1Indien na afloop van de zitting maar voordat het advies wordt opgesteld, nader onderzoek wenselijk blijkt te zijn, kan de voorzitter uit eigen beweging of op verlangen van de andere commissieleden dit onderzoek houden. 2De uit het nader onderzoek verkregen informatie wordt in afschrift aan de leden van de commissie, het verwerend orgaan en de belanghebbenden toegezonden. 3De leden van de commissie, het verwerend orgaan en de belanghebbenden kunnen binnen een week na verzending van de nadere informatie aan de voorzitter van de commissie een verzoek richten tot het beleggen van een nieuwe hoorzitting. De voorzitter beslist op zo'n verzoek. 4Op een nieuwe hoorzitting zijn de bepalingen in deze verordening die betrekking hebben op de hoorzitting, zo veel mogelijk van overeenkomstige toepassing. Artikel16Raadkamer en advies 1De commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over het door haar uit te brengen advies. 2Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel voor de te nemen beslissing op het bezwaarschrift. 3De commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het uit te brengen advies. 4Indien bij een stemming de stemmen staken, beslist de stem van de voorzitter. 5Van een minderheidsstandpunt wordt bij het advies melding gemaakt indien die minderheid dat verlangt. 6Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris van de commissie ondertekend. Artikel17Uitbrengen advies en verdaging 1Het advies wordt, onder medezending van het verslag als bedoeld in artikel 14 en eventueel door de commissie ontvangen nadere informatie en nader verslag, tijdig uitgebracht aan het bestuursorgaan dat op het bezwaarschrift dient te beslissen. 2Indien naar het oordeel van de voorzitter van de commissie de termijn van 10 weken, als bedoeld in artikel 7:10, eerste lid, van de Awb, ontoereikend is voor achtereenvolgens het uitbrengen van een advies en het nemen van een beslissing, verzoekt hij het verwerend orgaan tijdig de beslissing te verdagen. 3Van een besluit tot verdaging ontvangen de commissie en de belanghebbenden een afschrift. Artikel18Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de dag dat de voorzitters en de leden zijn benoemd. Artikel19Intrekking oude regelingen en overgangsrecht 1De op 5 september 2000 vastgestelde Verordening inzake de behandeling van bezwaar- en beroepschriften wordt ingetrokken op het moment dat deze verordening in werking treedt. 2De op 27 oktober 2003 vastgestelde Verordening bezwarencommissie personeel & organisatie Oud-Beijerland 2003 wordt ingetrokken op het moment dat deze verordening in werking treedt. 3Bezwaarschriften die zijn ingediend voor de inwerkingtreding van deze verordening worden nog afgehandeld overeenkomstig de werkwijze die gold onder de onder de leden1 en 2 genoemde verordeningen. Artikel20Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening commissie bezwaarschriften. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering vanDe voorzitter, De griffier, De burgemeester, De secretaris,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.