Fietsregeling gemeente Oldambt 2010Burgemeester en wethouders van de gemeente Oldambt; Gelet op artikel 4a:1, lid 5, en artikel 4a:3 van de Collectieve Arbeids-voorwaardenregeling (CAR-UWO); Gelet op het gestelde in artikel 160, lid1, sub c van de Gemeentewet; Gehoord de commissie voor Georganiseerd Overleg en na verkregen instemming van de Ondernemingsraad. B e s l u i t e n : tot vaststelling van de navolgende: “Fietsregeling gemeente Oldambt 2010” luidende als volgt: Artikel1Begripsomschrijving Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:
- Medewerker: de ambtenaar als bedoeld in artikel 1:1, lid 1, sub a van de CAR-UWO.
- Fiets: een rijwiel:- zonder hulpmotor- met elektrische hulpmotor die trapondersteuning verleent Rijwielen met een verbrandingsmotor (bijvoorbeeld snorfiets, de Solexen de Spartamet) voldoen niet aan de definitie.
- Woon-werkverkeer: onder afstand van de woning tot de werkplek wordt verstaan de afstand van deur (woning) tot deur (plaats van tewerkstelling) gemeten volgens de postcodesystematiek neergelegd in de door het college vastgestelde vervoersanalyse.
- Vakantie-uren: de vergoeding voor vakantie-uren bij uitwisseling tegen geld, zoals gedefinieerd in artikel 4a:1, lid 5, CAR-UWO.
- Eindejaarsuitkering: de uitkering, zoals gedefinieerd in artikel 3:6 van de CAR-UWO.
- Vakantietoelage: de toelage, zoals gedefinieerd in artikel 6:3 CAR-UWO. Artikel2Deelname aan de regeling 1Op verzoek van de medewerker verstrekt het college van burgemeester en wethouders, met inachtneming van het hierna bepaalde, ten hoogste eenmaal in de drie jaar aan de medewerker een fiets. Deelname staat niet open voor werknemers die de afgelopen drie jaar bij een andere werkgever deel hebben genomen aan de fietsregeling. 2Op het moment van bestelling van de fiets moet sprake zijn van een vaste aanstelling of arbeidsovereenkomst van de medewerker voor onbepaalde tijd. 3Voorwaarde voor deelname is dat de medewerker op meer dan de helft van de dagen waarop de medewerker reist voor woon-werkverkeer, de fiets gebruikt. 4Het gebruik van de fiets voor het woon-werktraject wordt in beginsel aannemelijk geacht, indien de afstand tussen de woning van de medewerker en het werk 15 (vijftien) km of minder bedraagt. De medewerker dient desgevraagd aannemelijk te maken dat hij de fiets voor meer dan de helft van de tijd gebruikt voor (een deel van) het woon-werktraject. Indien de afstand meer bedraagt, dient de medewerker in ieder geval aannemelijk te maken dat hij de fiets meer dan de helft van de tijd gebruikt voor (een deel van) het woon-werktraject. 5De medewerker sluit bij deelname aan de regeling in aanvulling op de aanstelling of arbeidsovereenkomst, een overeenkomst met de gemeente Oldambt. Zowel de medewerker als de P&O functionaris, namens de gemeente Oldambt, ondertekenen de overeenkomst. 6De deelname aan deze regeling vangt aan op de factuurdatum. Artikel3Procedure 1Via het daartoe bestemde formulier kan de medewerker een aanvraag indienen voor deelname aan de regeling. 2De medewerker verklaart schriftelijk dat hij, in meer dan de helft van de dagen dat de medewerker werkzaamheden verricht, gebruik maakt van de fiets. 3Tevens vult de medewerker een verklaring in inzake aanschaf van en financiering van de fiets binnen tenminste 36 maanden. Ten laste van de gemeente Oldambt vindt de financiering plaats. 4Na medeondertekening van het formulier door de direct leidinggevende kan de medewerker tot aanschaf overgaan. 5De medewerker mag eenmaal in de drie jaar vanwege fiscale bepalingen voor de aanschaf van een fiets het fiscaal vastgestelde maximum bedrag besteden. De medewerker kan een duurdere fiets aanschaffen,maar het verschil tussen de prijs van de fiets en het maximale bedrag komt rechtstreeks voor eigen rekening. 6Indien de medewerker een fiets aanschaft met gebruikmaking van deze regeling ontvangt de medewerker voor met de fiets samenhangende zaken een onbelaste vergoeding van maximaal € 82,00 per kalenderjaar gedurende drie jaar, mits de medewerker in het kalenderjaar op meer dan de helft van het aantal dagen dat hij pleegt te reizen gebruik maakt van de fiets. Hierbij kan gedacht worden aan reparaties, een extra slot, steun voor de aktetas, etc. 7Naast de met de fiets samenhangende zaken mag de medewerker ook een fietsverzekering belastingvrij onder de regeling brengen, mits de medewerker in het kalenderjaar op meer dan de helft van het aantal dagen dat hij pleegt te reizen gebruik maakt van de fiets. 8Na aanschaf overlegt de medewerker de factuur aan P&O. Artikel4Financiering 1Om in aanmerking te komen voor deelname aan deze regeling dient een factuur te worden overlegd. 2De in het eerste lid bedoelde factuur dient een duidelijke specificatie te omvatten van de aanschafwaarde van de fiets, de kosten die gemaakt zijn voor accessoires, de fietsverzekering en de BTW-bedragen. 3Afhankelijk van de keuze van financiële dekking van de medewerker op grond van artikel 3, lid 3, van deze regeling wordt het volgende loonbestanddeel/de volgende loonbestanddelen tijdelijk verlaagd om de fiets te kunnen financieren: a. verlaging van de bruto bezoldiging voor een periode van maximaal 3 jaar na aanschaf van de fiets.b. verlaging van de vergoeding voor de verkoop van vakantie-uren voor een periode van maximaal 3 jaar na aanschaf van de fiets.c. verlaging van de eindejaarsuitkering voor een periode van maximaal 3 jaar na de aanschaf van de fiets.d. verlaging van de vakantietoelage voor een periode van maximaal 3 jaar na aanschaf van de fiets.e. een combinatie van bovenstaande mogelijkheden. 4Bij verlaging van de vakantie-uren wordt de omvang van de benodigde tijd berekend op basis van het moment van aanschaf. 5De verlaging van vakantiedagen en bezoldiging wordt zodanig vastgesteld dat tenminste het minimumloon in de zin van de Wet minimumloon en minimum vakantietoeslag en tenminste de minimum aanspraken aan vakantie-uren in de zin van de CAR-UWO resteert. Artikel5Gevolgen van de aanschaf van een fiets 1Het inruilen van een deel van de bezoldiging is van invloed op de hoogte van de vakantietoelage. 2Het inruilen van (een vergoeding voor) verlofuren, (een deel van) de vakantietoelage of eindejaarsuitkering heeft geen invloed op de vakantietoelage. 3Inruil van (een deel van) de bezoldiging, (een gedeelte van de) eindejaarsuitkering of vakantietoelage heeft wel gevolgen voor de pensioengrondslag (tenzij aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan, premies sociale verzekeringen, uitkeringsgrondslagen en inkomensafhankelijke bijdrage zorgverzekering en eventuele uitkeringen ingevolge werknemersverzekeringen (WW, WAO en ZW). 4Het inruilen van een deel van de bezoldiging heeft alleen onder de drie volgende voorwaarden geen invloed:• Het verschil tussen het (oorspronkelijke) pensioengevend loon en het verlaagde loon mag niet meer bedragen dan 30%;• De regeling staat tenminste open voor driekwart van de medewerkers.• Het fiscale loon wordt tijdelijk, derhalve niet structureel, verlaagd. Artikel6Fiscale voorwaarde Indien volgens de fiscus de fiets niet of niet in voldoende mate wordt gebruikt voor het woon-werkverkeer, komt een eventuele naheffingsaanslag loonbelasting/premie volks-verzekeringen, inclusief eventuele rente en boete voor rekening van de medewerker. Artikel7Aansprakelijkheid 1Voor schade aan de fiets tijdens uitoefening van de dienst, als gevolg van opzet of roekeloosheid van de medewerker, is de werkgever niet aansprakelijk te stellen. 2Schade en/of diefstal ontheft de medewerker niet van de verplichting tot (af)betaling. Artikel8Beëindiging overeenkomst 1De overeenkomst, als bedoeld in artikel 2, lid 5, eindigt: a) bij beëindiging van het dienstverband;b) bij overlijden van de medewerker;c) na een wijziging welke de overeenkomst in strijd maakt met de huidige of dan geldende wetgeving;d) op verzoek van de medewerker. 2Bij beëindiging van de overeenkomst binnen drie jaar na de aanvang van de deelname aan de regeling, is de gemeente Oldambt gemachtigd het resterend te betalen bedrag (zonder fiscaal voordeel, dus netto) te verrekenen. 3In geval van overlijden wordt het restant van het te betalen bedrag kwijtgescholden. Artikel9Voorbehoud fiscale wijzigingen De gemeente Oldambt behoudt zich het recht voor om in verband met fiscale wijzigingen, de bedragen, zoals overeengekomen met een medewerker en de bedragen zoals zijn opgenomen in de bijlage bij deze regeling te verlagen naar het fiscaal onbelast toegestane maximum. Artikel10Onvoorziene gevallen In gevallen waarin deze regeling niet of niet in redelijkheid voorziet, kan het college van burgemeester en wethouders een bijzondere voorziening treffen. Artikel11Intrekking oude regelingen De geldende regels m.b.t. fietsregeling van de gemeenten Reiderland, Scheemda en Winschoten en bij de I.G.S.D.-Oldambt en I.B.O.-Oldambt worden per 1 januari 2010 ingetrokken. Artikel12Inwerkingtreding 1Deze regeling kan worden aangehaald als “Fietsregeling gemeente Oldambt 2010”. 2Deze regeling treedt - na behoorlijk te zijn bekendgemaakt - in werking met ingang van 1 januari
- Aldus vastgesteld in de vergadering van hetcollege van burgemeester en wethouders van de gemeente Oldambt ……… januari 2010.De secretaris, De burgemeester, H.J.J. Groothuis M.Zijlstra