Verordening op de heffing en de invordering van reclamebelasting gemeente Oldambt De raad van de gemeente Oldambt; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 19 november 2013; gelet op artikel 227 van de Gemeentewet ; B E S L U I T: vast te stellen de: VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN RECLAMEBELASTING luidende als volgt: Hoofdstuk1Nieuw Hoofdstuk Artikel1Begripsomschrijvingen Deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel verstaat onder: a. lichaam elk van de lichamen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Stb. 1959, 301); b. tussenpersoon een natuurlijk persoon of rechtspersoon die zijn bedrijf maakt van het verlenen van bemiddeling bij het totstandbrengen en het sluiten van overeenkomsten in opdracht en op naam van personen tot wie hij niet in een vaste betrekking staat tot; c. exploitant een natuurlijk persoon of rechtspersoon die zijn bedrijf maakt van het ten behoeve van derden tegen vergoeding aanbrengen van aankondigingen op door hem daartoe beschikbaar gestelde oppervlakten; d. maand een kalendermaand; e. jaar een kalenderjaar. Artikel2Belastbaar feit Onder de naam reclamebelasting wordt, binnen het gebied zoals nader aangewezen in de bij deze verordening behorende bijlage 1, een directe belasting geheven ter zake van een openbare aankondiging die zichtbaar is vanaf de openbare weg. Artikel3Belastingplicht 1 De reclamebelasting wordt geheven van degene van wie, dan wel ten behoeve van wie openbare aankondigingen worden aangetroffen. 2In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt de reclamebelasting ter zake van aankondigingen, die met vermelding van de naam van een tussenpersoon zijn gedaan in verband met de verhuur of de verkoop van roerende en onroerende zaken, geheven van die tussenpersoon. 3In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid wordt de reclamebelasting ter zake van aankondigingen die door tussenkomst van een exploitant zijn aangebracht, geheven van die exploitant. Artikel4Maatstaf van heffing De reclamebelasting wordt geheven naar de vanaf de openbare weg zichtbare aankondigingen. Artikel5Tarief 1De reclamebelasting wordt geheven naar de tarieven, die zijn opgenomen in de bij de verordening behorende tarieventabel, met inachtneming van de daarin gegeven aanwijzingen en van het in de volgende leden bepaalde. 2 Voor de toepassing van de tarieven wordt het te betalen bedrag aan reclamebelasting naar beneden op gehele euro’s afgerond. Artikel6Belastingjaar Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel7Wijze van heffing a De reclamebelasting wordt geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, nota of andere schriftuur. b Het verschuldigde bedrag wordt in de kennisgeving, nota of andere schriftuur vermeld. Artikel8Vrijstellingen De reclamebelasting wordt niet geheven ter zake van aankondigingen: a die door de Koninklijke Nederlandse Toeristenbond ANWB of een overeenkomstig lichaam zijn aangebracht of geplaatst ten behoeve van een vlotte doorstroming van het verkeer; b die door culturele, maatschappelijke of daarmee gelijk te stellen lichamen met ideële doelstellingen zijn aangebracht en betrekking hebben op door hen georganiseerde tijdelijke activiteiten met niet-commerciële doeleinden; c die zijn aangebracht op voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, waarvoor precariobelasting verschuldigd is op de voet van de “Verordening precariobelasting”. Artikel9Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1De reclamebelasting is verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt is de naar jaartarieven geheven reclamebelasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde belasting als er in dat tijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3 Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor de naar jaartarieven geheven reclamebelasting voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde reclamebelasting als er in dat tijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij blijkt dat het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 5,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.