Verordening op de warenmarkt voor de gemeente Alblasserdam 2000De raad van de gemeente Alblasserdam; overwegende dat het wenselijk is regels te stellen voor een ordelijk verloop van de markt; gezien het advies van de Marktadviescommissie d.d. 16 oktober 2000; gehoord hebbende de Commissie Algemeen Bestuur d.d. 23 november 2000; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 28 november 2000, registratienummer Raad 2000/103; gelet op de artikelen 149 en 151 van de Gemeentewet; B E S L U I T : Vast te stellen de volgende “Verordening op de warenmarkt voor de gemeente Alblasserdam 2000”; Hoofdstuk1Inleidende bepalingen Artikel1.1Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: markt: de warenmarkt die plaatsvindt op de, bij of krachtens artikel 1.2 vastgestelde dag, tijd en plaats; marktterrein: de gehele openbare of voor het publiek toegankelijke oppervlakte, die bij of krachtens artikel 1.2 is aangewezen voor het uitoefenen van de markthandel; standplaats: de ruimte die voor de duur van de markt op het marktterrein is aangewezen voor het uitoefenen van de markthandel; vaste plaats: de standplaats die op een markt voor onbepaalde tijd ter beschikking wordt gesteld aan de vergunninghouder; dagplaats: de standplaats die per marktdag beschikbaar wordt gesteld aan een vergunninghouder, omdat deze niet als vaste plaats is toegewezen dan wel ingenomen; standwerken: de activiteit waarbij de vergunninghouder publiek om zich heen verzamelt, over het door hem te verkopen artikel een aansprekende uiteenzetting houdt en tenslotte tracht een aantal personen gelijktijdig tot aankoop van dat artikel te bewegen; standwerkersplaats: de standplaats die per marktdag ter beschikking wordt gesteld om te standwerken: vergunninghouder: degene aan wie door het college van burgemeester en wethouders vergunning is verleend voor het innemen van een standplaats: wachtlijst: de lijst van gegadigden voor een vaste standplaats; anciënniteitslijst: de lijst van vergunninghouders van een vaste plaats; marktmeester: de persoon, die als zodanig is aangewezen door het college van burgemeester en wethouders; branche-indeling: de indeling in artikelengroepen en het aantal vastgestelde plaatsen per artikelengroep; het college: het college van burgemeester en wethouders; commissie: de in artikel 1.4 bedoelde marktcommissie; levenspartner: de persoon met wie de vergunninghouder met het oogmerk duurzaam samen te wonen een gemeenschappelijke huishouding voert, hetgeen blijkt uit een schriftelijke verklaring ingericht volgens door het college te stellen regels; geregistreerde partner: de geregistreerde partner als bedoeld in artikel 1:80a van het Burgerlijk Wetboek. Artikel1.2Dag, tijd en plaats van de markt De markt vindt plaats op maandag van 12.00 uur tot 17.00 uur op het Wilgenplein, gelegen nabij het Makado-Center. Het college kan op grond van dringende redenen, in afwijking van het eerste lid, bepalen dat de markt tijdelijk zal plaatsvinden: op een andere dag; op een andere tijd; op een andere plaats. Het college is bevoegd te bepalen dat de markt tijdelijk zal plaatsvinden op een andere dag, indien de in het eerste lid bedoelde dag samenvalt met één van de in artikel 2, eerste lid, onder b van de Winkeltijdenwet genoemde dagen. Burgemeester en wethouders kunnen vanwege bijzondere weersomstandigheden besluiten tot het afgelasten van de weekmarkt. Artikel1.3Inrichting van de markt; branche-indeling Het college bepaalt ten aanzien van de markt: het aantal standplaatsen; de afmetingen van de standplaatsen; de opstelling en indeling van de markt; welke standplaatsen worden toegewezen als vaste plaats en als standwerkersplaats; welke gedeelte van de markt eventueel bestemd is voor het plaatsen van verkoopwagens. Het college kan voor de markt vaststellen: een lijst met artikelengroepen (branches); en een maximum aantal standplaatsen per branche c.q. artikelengroep. Het college kan grotere vaste plaatsen toewijzen dan de standaardmaat van de op de markt in gebruik zijnde kramen, overeenkomstig een door hen tevoren vast te stellen besluit. Artikel1.4Plaatsen opstallen Het is verboden op het marktterrein ruimte in te nemen zonder vergunning van burgemeester en wethouders. Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders op het marktterrein kramen, tafels, en dergelijke te plaatsen of op te slaan of gebruik te maken van verkoopwagens. Het college kan aan deze vergunning voorwaarden verbinden. Artikel1.5De marktcommissie Er is een marktadviescommissie, die burgemeester en wethouders, al dan niet gevraagd, adviseert omtrent het marktwezen. De leden van de commissie worden benoemd door burgemeester en wethouders. Als voorzitter van de commissie wordt benoemd het lid van het college van burgemeester en wethouders, dat de portefeuille voor het marktwezen beheert of een door hem aan te wijzen ambtenaar. Drie personen worden ter benoeming tot lid van de commissie voorgedragen door de Centrale Vereniging voor de Ambulante Handel, waarvan één persoon een vaste plaats heeft op de markt te Alblasserdam, als vertegenwoordiger van de marktkooplieden, en één persoon door de plaatselijke vrouwenorganisaties als vertegenwoordigster van de consumenten. Ambtshalve lid van de commissie is de marktmeester; voorts de verhuurder van de marktkramen, uit hoofde van zijn functie. Aan de commissie is een door burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaar ter secretarie toegevoegd als secretaris van de commissie; deze heeft een adviserende stem. De vertegenwoordigers(sters) vermeld onder lid 2, sub c, van dit artikel hebben zitting gedurende drie jaren. Voor de eerste maal treden zij af na afloop van het derde jaar na inwerkingtreding van deze verordening. Tenzij de organisaties, die zij vertegenwoordigen, andere leden ter benoeming voordagen, zijn zij terstond hernoembaar. De commissie vergadert tenminste éénmaal per jaar en voorts zo dikwijls als de voorzitter of tenminste twee andere leden zulks met opgaaf van redenen, nodig of gewenst achten, in welk geval de vergadering binnen veertien dagen wordt gehouden. De vergaderingen zijn niet openbaar. Artikel1.6Nadere regels Het college is bevoegd nadere regels te stellen betreffende het bepaalde in deze verordening. Artikel1.7Voorschriften en beperkingen Het college kan voorschriften en beperkingen verbinden aan een krachtens deze verordening verleende vergunning of ontheffing, ter bescherming van de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist. Degene aan wie krachtens deze verordening een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen in acht te nemen. Hoofdstuk2Bepalingen over het aanvragen en verlenen van de vergunning Paragraaf1Algemene bepalingen Artikel2.1Vergunning voor innemen standplaats Het is verboden een standplaats op een markt in te nemen zonder vergunning van het college. Artikel2.2Toewijzing standplaatsen Een standplaats wordt toegewezen als vaste plaats, dagplaats of standwerkersplaats. Artikel2.3De vergunningaanvraag Voor toewijzing van een standplaats komt uitsluitend in aanmerking een handelingsbekwaam natuurlijk persoon die een aanvraag voor een vergunning heeft ingediend bij het college en die daarbij tevens aantoont dat hij persoonlijk voldoet aan alle publiekrechtelijke verplichtingen op het gebied van bedrijfsuitoefening en bedrijfsorganisatie. Artikel2.4Intrekking vergunning De vergunning voor het innemen van een vaste plaats wordt ingetrokken: Op schriftelijk verzoek van de vergunninghouder; Bij overlijden van de vergunninghouder, tenzij op grond van artikel 2.10 de vergunning wordt overgeschreven. Het college kan een vergunning intrekken: Indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt; Indien de vergunninghouder niet meer voldoet aan de in artikel 2.3 genoemde vereisten voor het toewijzen van een standplaats. Indien degene op wie een vergunning ingevolge artikel 2.10 is overgeschreven, reeds vergunning heeft voor een andere vaste plaats op dezelfde markt, wordt deze vergunning ingetrokken. Paragraaf2Vaste plaatsen Artikel2.5Inhoud vergunning Indien een vaste plaats kan worden toegewezen, verleent het college een vergunning waarin in ieder geval is bepaald (indien van toepassing): De naam en voorletters, het adres en de woonplaats van de vergunninghouder; Een duidelijke omschrijving van de toegewezen vaste plaats met vermelding van het nummer en de afmetingen daarvan; De verkoopmaterialen die de vergunninghouder bij het innemen van de plaats mag gebruiken; De artikelen (branche) die de vergunninghouder mag verhandelen; De datum waarop aan de vergunninghouder voor het eerst vergunning is verleend en zijn volgnummer op de anciënniteitslijst; Artikel2.6Inschrijving op de anciënniteitslijst Vergunninghouders van vaste plaatsen worden met vermelding van en in volgorde van de datum, waarop aan hen voor het eerst een vaste plaats is toegewezen, op een doorlopend te nummeren lijst ingeschreven. Bij deze inschrijving wordt tevens vermeld welke artikelen de vergunninghouder mag verhandelen. Artikel2.7Inschrijving op de wachtlijst Het college schrijft de aanvrager in op de wachtlijst, indien: De aanvrager voldoet aan het bepaalde in artikel 2.3, maar aan hem geen vaste plaats kan worden toegewezen; en De aanvrager heeft aangegeven dat hij op de wachtlijst wil worden geplaatst. Het college vermeldt bij inschrijving in ieder geval: De naam en voorletters, het adres en de woonplaats van de aanvrager; De datum waarop de aanvraag door hem is ontvangen; De artikelen (branche) die de aanvrager wil verhandelen; De verkoopmaterialen die de aanvrager wil gebruiken. Het college verstrekt de aanvrager een schriftelijk bewijs van inschrijving op de wachtlijst. De inschrijving op de wachtlijst blijft gehandhaafd, indien deze door de ingeschrevene jaarlijks vòòr 31 januari schriftelijk wordt verlengd. Artikel2.8Doorhalen van inschrijving op wachtlijst De inschrijving op de wachtlijst wordt doorgehaald: indien de ingeschrevene zijn inschrijving niet jaarlijks vóór 31 januari heeft verlengd; op schriftelijk verzoek van de ingeschrevene; bij overlijden van de ingeschrevene; wanneer aan de ingeschrevene een vergunning voor een vaste plaats is verleend, tenzij hij deze op grond van bijzondere omstandigheden niet aanvaardt; indien niet meer aan de vereisten van artikel 2.3 wordt voldaan. Artikel2.9Volgorde toewijzing vaste plaatsen Indien voor de toewijzing van een beschikbare vaste plaats meer aanvragers in aanmerking komen, wordt de plaats achtereenvolgens toegewezen aan: De vergunninghouder van een vaste plaatse die aan het college schriftelijk de wens te kennen heeft gegeven van standplaats te willen veranderen, in volgorde van plaatsing op de anciënniteitslijst; Degene die zich op de wachtlijst heeft laten inschrijven in volgorde van inschrijving op deze lijst. Artikel2.10Overschrijving vergunning (“erfrecht”) Ingeval van overlijden dan wel blijvende arbeidsongeschiktheid van de vergunninghouder kan de vergunning voor de vaste plaats worden overgeschreven op de achterblijvende echtgenoot, de geregistreerde partner of de levenspartner van de vergunninghouder. Indien de vergunning niet kan worden overgeschreven op grond van het eerste lid, kan een kind van de vergunninghouder vergunning voor een vaste plaats indien hij tenminste drie jaar in loondienst van het marktbedrijf van de vergunninghouder heeft gewerkt of gedurende eenzelfde periode als mede-eigenaar in dit bedrijf heeft gefunctioneerd en zich heeft laten inschrijven op de wachtlijst. Indien de vergunning niet kan worden overgeschreven op grond van het eerste of tweede lid, kan een medewerker van de vergunninghouder een vaste plaats krijgen indien hij ten minste drie jaar onafgebroken in loondienst van het marktbedrijf van de vergunninghouder heeft gewerkt of gedurende dezelfde periode als mede-eigenaar in het marktbedrijf heeft gefunctioneerd. Bij notariële akte dient dan aangetoond te worden dat de onderneming in eigendom van de medewerker is overgegaan en dat de marktplaats geen economische factor in de overname is. Bovendien dient de werknemer of de mede-eigenaar ingeschreven te zijn op de wachtlijst. Een aanvraag tot inschrijving wordt ingediend binnen twee maanden na het overlijden van de vergunninghouder dan wel nadat de blijvende arbeidsongeschiktheid is vastgesteld. Het college is bevoegd, in bijzondere omstandigheden, af te wijken van het bepaalde in dit artikel. Paragraaf3Dagplaatsen Artikel2.11Toewijzing dagplaats Toewijzing van een dagplaats geschiedt door afgifte van een vergunning door het college op het moment dat de standplaats niet als vaste plaats wordt ingenomen. De dagplaats wordt toegewezen overeenkomstig de plaats op de wachtlijst van de gegadigden die zich op de dag zelf vóór 12.00 uur aanmelden bij de marktmeester. Paragraaf4Standwerkersplaatsen Artikel2.12Toewijzing standwerkersplaats Het college wijst een standwerkersplaats toe door middel van loting. Aanmelden voor de standwerkersloting kan op de marktdag bij de marktmeester tot 12:00 uur. De loting vindt plaats op 12:00 uur. Het is een ingeschrevene op de wachtlijst niet toegestaan deel te nemen aan de loting voor een standwerkersplaats zolang deze inschrijving niet definitief is vervallen. Indien een standwerker zich wil doen bijstaan, meldt hij dit vooraf aan de marktmeester onder vermelding van de naam van degene die hem zal bijstaan. Degene die hem zal bijstaan, mag niet op eigen naam deelnemen aan de loting. Hoofdstuk3Bepalingen over het gebruik van de standplaats Artikel3.1Persoonlijk innemen standplaats De vergunninghouder neemt de standplaats die hem is toegewezen persoonlijk in. Hij mag de standplaats niet aan een ander afstaan of in gebruik geven. De vergunninghouder mag zich op de standplaats doen bijstaan. De standwerker mag zich alleen doen bijstaan door degene die hij overeenkomstig artikel 2.12, vierde lid bij de marktmeester heeft aangemeld. Artikel3.2Aantal keren innemen standplaats De vergunninghouder van een vaste plaats neemt ten minste eenmaal per twee weken en tenminste tienmaal per dertien weken zijn plaats op de markt in, dit met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 3.3 en 3.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.