← Nederland

Verordening op de heffing en de invordering van havengeld Oude Zeug 2001. (Wieringermeer)

De raad der gemeente Wieringermeer; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 13 februari 2001; gelezen het advies van de Commissie Bestuur en Financiën d.d. 6 maart 2001; gelet op artikel 229, aanhef en onderdelen a en b, van de GemeentewetBesluit: vast te stellen de Verordening op de heffing en de invordering van havengeld Oude Zeug

  1. Artikel1Begripsomschrijving Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:a. vaartuig : elk drijvend lichaam dat wegens zijn drijfvermogen wordt gebruikt dan wel bestemd of geschikt is voor het vervoer te water van personen, stoffen, goederen of voorwerpen, al dan niet met het drijvend lichaam één geheel uitmakend, waaronder begrepen pontons, vlotten en andere drijvende werktuigen; b. vrachtschip : een vaartuig dat hoofdzakelijk is bestemd of wordt gebruikt voor het vervoer van goederen en als vrachtschip op de meetbrief is aangemerkt; c.vissersschip :een vaartuig dat is ingericht en wordt gebruikt voor de visvangst en als zodanig is ingeschreven in het Visserijregister van het Ministerie van Landbouw en Visserij; d.pleziervaartuig : een vaartuig dat hoofdzakelijk wordt gebruikt voor de recreatie, niet zijnde een passagierschip e.passagiersschip : een vaartuig dat bestemd is voor het bedrijfsmatig vervoer van ten minste twaalf personen, dan wel een vaartuig dat bedrijfsmatig twaalf personen vervoert f. Meetbrief : het document als bedoeld in artikel 782, vierde lid, van het Wetboek van Koophandel, juncto het besluit van 24 oktober 1983, Stb. 548 (Besluit binnenschependocumenten); g. dag : aaneengesloten tijdvak van 24 uur. Artikel2Belastbaar feit Onder de naam “havengeld” wordt een recht geheven ter zake van het gebruik overeenkomstig de bestemming van de voor de openbare dienst bestemde haven “De Oude Zeug”. Artikel3Belastingplicht Het havengeld wordt geheven van de gezagvoerder, de schipper, de reder, de eigenaar of de gebruiker van het vaartuig, met dien verstande, dat betaling door één der belastingplichtigen de anderen daarvan bevrijdt. Artikel4Heffingsgrondslag Als grondslag voor de berekening van het havengeld geldt een vast bedrag per vaartuig. Artikel5Maatstaf van heffing en belastingtarieven De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van de in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid gerekend. Artikel6Vrijstellingen Het havengeld wordt niet geheven van: oorlogsschepen; politie -of douaneschepen; hospitaalschepen roeiboten of vlotten, behorende bij schepen waarvoor havengeld verschuldigd is; vaartuigen die gedurende een tijdvak van ten hoogste drie aaneengesloten uren ligplaats innemen; een vaartuig waarmee werkzaamheden worden verricht ten behoeve van de gemeente. Artikel7Meldingsplicht De belastingplichtigen zijn verplicht terstond nadat het gebruik van de haven een aanvang heeft genomen daar van melding te doen aan de daartoe door het college van burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaar of degene die hem vervangt. Artikel8Wijze van heffing Het recht wordt geheven bij wege van gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Indien zich ten aanzien van eenzelfde belastingplichtige meerdere belastbare feiten voordoen, kan het recht ter zake daarvan worden geheven bij wege van één gedagtekende schriftelijke kennisgeving. Artikel9Termijnen van betaling Het recht moet worden betaald op het moment van uitreiking van de in artikel 8 bedoelde kennisgeving. Ingeval de kennisgeving wordt toegezonden moet het recht worden betaald binnen één maand na de dag tekening van de schriftelijke kennisgeving. Artikel10Kwijtschelding Bij de invordering van havengeld wordt geen kwijtschelding verleend. Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van het havengeld. Artikel12Inwerkingtreding, overgangsbepaling en citeertitel Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag van de maand volgende op die van de bekendmaking, De datum van ingang van de heffing is 1 februari
  2. Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening havengeld Oude Zeug 2001”. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 22 maart
  3. Nieuwe Bijlage1 Tarieventabel 2011 behorende bij de Verordening havengeld Oude Zeug 2001 Het tarief bedraagt per vaartuig per dag: voor vrachtschepen : een vast bedrag van …………………………………..… € 14,80 voor vissersschepen : een vast bedrag van ………………………………….…. € 5,90 voor pleziervaartuigen : een vast bedrag van …………………………………..… € 4,50 .5 voor overige vaartuigen : een vast bedrag van ……………………………….……. € 14,80 Behoort bij raadsbesluit van 23 december 2010 De griffier van Wieringermeer, S. Kromkamp

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.