Milieuprogramma 20101 Inleiding Dit milieuprogramma geeft een overzicht van alle milieutaken, het uitvoeringsniveau van deze taken en het gewenste uitvoeringsniveau dat in 2010 moet worden bereikt. Het programma wordt, conform artikel 4.20 van de Wet milieubeheer, door de gemeenteraad vastgesteld (zie bijlage 2 voor de wettelijke basis). Een groot deel van de gemeentelijke milieutaken is gericht op het uitvoeren van de milieuwetgeving waarbij het gemeentebestuur weinig beleidsvrijheid wordt geboden. Voor een aantal andere (reguliere) taken moeten ambities door het gemeentebestuur worden bepaald. Over de milieutaken die direct van invloed zijn op de andere beleidsvelden, vindt binnen de gemeenschappelijke organisatie afstemming plaats. Beleidscyclus Het uitgangspunt voor de uitvoering van de milieutaken in de gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude is een beleidscyclus. Controle en corrigerende maatregelen (monitoring) is een vast onderdeel van de beleidscyclus (zie figuur 1). Figuur 1: de beleidscyclus De beleidscyclus is een dynamisch proces. Het beleid dat in het milieuprogramma is vastgelegd wordt geconcretiseerd in acties. Door de uitgevoerde acties te monitoren en vast te leggen in het milieujaarverslag kan op basis hiervan, indien nodig, het beleid voor het volgende jaar aangepast worden. Hiermee begint de beleidscyclus opnieuw. Leeswijzer Het verslag is opgebouwd aan de hand van een aantal milieuthema’s. Tekstkaders zijn aangebracht om een korte toelichting over een bepaald onderwerp te geven. Aan het einde van elk hoofdstuk staat een korte opsomming van de geplande activiteiten. Dit programma komt grotendeels overeen met het programma van
(2005). Het nieuwe beleid is onder andere gericht op het verminderen van de spanning tussen belangen op het gebied van veiligheid, ruimtelijke ontwikkeling en vervoer. Die vermindering moet plaatsvinden door het wettelijk vastleggen van een Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen. Het Basisnet is een netwerk van bestaande spoor-, weg- en binnenwaterverbindingen die in principe in beheer zijn bij het Rijk en waarin plannen zijn meegenomen tot uitbreiding van dat wegennet. Op het Basisnet wordt een gebruiksruimte voor het vervoer vastgesteld en langs het Basisnet worden veiligheidszones vastgelegd (ruimtelijke ordening). Veiligheidszones geven beperkingen aan voor de ruimtelijke ordening in de directe omgeving van de infrastructuur, dus van een spoor-, weg- of waterverbinding. Binnen deze veiligheidszones mogen Gemeenten geen kwetsbare objecten plaatsen. Gebruiksruimtes en veiligheidszones worden in principe eenmalig vastgelegd. Ammoniaktransporten over het spoor Ammoniaktransporten per spoor zijn sinds jaren zowel politiek als maatschappelijk omstreden vanwege de potentieel grote gevolgen van een grootschalig ongeval met ammoniak in (binnen)stedelijk gebied. Op 4 maart 2008 is er een principeakkoord met DSM gesloten over de beëindiging van de ammoniaktransporten van DSM Geleen naar DSM Agro in IJmuiden. De bedoeling is dat uiterlijk 31 december 2009 de ammoniaktransporten op deze route definitief zullen worden beëindigd. Inmiddels is gebleken dat er sinds enige tijd geen ammoniaktransporten meer plaatsvinden. LPG-transporten over de weg Door de aanleg van de Westrandweg zal de hoeveelheid autoverkeer op de N200 volgens prognose met éénderde afnemen. Ook de doorgaande LPG-transporten richting de A9 (en vice versa) zullen voor een deel over de Westrandweg gaan. Hoe groot dit deel zal zijn is onbekend en hangt af van de functionaliteit van de N200 (blijft deze weg überhaupt nog wel deel uitmaken van het Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen aangezien er met de komst van de Westrandweg een veiligere route wordt gecreëerd?). In overleg met de provincie en de omliggende gemeenten dient het vervoer van gevaarlijke stoffen door gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude tot een minimum beperkt te worden. Vliegverkeer Kabinetsstandpunt Schiphol (april 2006) In het standpunt over de ontwikkeling van Schiphol maakt het kabinet een keuze over aanvullend beleid om het groepsrisico te beperken. Het gaat om de volgende aanvullingen: Uitbreiding van het gebied rond de luchthaven met een verbod op nieuwbouw van gebouwen waar veel mensen bijeen zijn; de grens wordt verlegd van het huidige gebied met een risico boven de 10ˉ⁶ naar een gebied met een risico boven de 10ˉ⁷. De plannen die al in procedure zijn en waar al vergunning voor is verleend, blijven daarvan uitgezonderd; In het gebied daarbuiten hebben grote concentraties van mensen minder effect op het groepsrisico, maar het effect is niet nul. Daarom wil het kabinet dat ook in het gebied met een kleiner risico dan 10ˉ⁷, gemeenten en provincies bij plannen voor nieuwbouw van bedrijven of andere gebouwen waar veel mensen bijeen zijn, de effecten op het groepsrisico bewust afwegen tegen andere belangen; De exacte begrenzing van de hierboven genoemde gebieden en de plannen die niet onder het verbod komen te vallen, worden nader geïnventariseerd; Tot slot wil het kabinet onderzoeken of het groepsrisico te verkleinen is door vliegroutes te verleggen dicht bij de luchthaven, en zo plaatsen waar veel mensen bijeen zijn te vermijden. De huidige kaders voor externe veiligheid in relatie tot vliegverkeer van Schiphol leggen geen directe beperkingen op ten aanzien van de bestemming en het gebruik van gronden binnen het plangebied (indirect gelden er wel beperkingen in een deel van het plangebied vanwege geluid). Een wijziging van de regelgeving voor externe veiligheid, op basis van de keuzes van het kabinet, kan er toe leiden dat het groepsrisico moet worden verantwoord bij nieuwbouw van bedrijven of andere gebouwen waar veel mensen bijeen zijn. Risicokaart en Risicoregister Voor het Register Risicosituaties Gevaarlijke Stoffen (RRGS) moet het bevoegd gezag specifiek omschreven risicogegevens van inrichtingen, transportroutes en buisleidingen verzamelen. Bij gemeenten gaat het vooral om de inrichtingen waar zij het bevoegd gezag van zijn. Voor de provinciale risicokaart (PRK) moeten gemeenten risicogegevens aanleveren aan de provincie. Vergeleken met het RRGS vermeldt de PRK veel meer soorten risico’s, zoals openbare orde, overstromingen en instortingsgevaar van gebouwen. In 2004 is gestart met een inventarisatie van risicogegevens. Hiervoor is een coördinator voor de risicokaart en het risicoregister aangewezen. Ook andere medewerkers zijn rollen toebedeeld ten behoeve van de invulling van de risicokaart en het risicoregister. Sinds 30 maart 2008, een jaar na inwerkingtreding van de wetgeving, worden alle gegevens getoond op de risicokaart. Programmafinanciering externe veiligheid De “Subsidieregeling programmafinanciering EV-beleid voor andere overheden 2006-2010” heeft tot doel het stimuleren van de structurele en adequate uitvoering van het externe veiligheidsbeleid en het daartoe bevorderen van samenwerking tussen gemeenten, provincies en regionale samenwerkingsverbanden op het gebied van externe veiligheid. Activiteiten: Advisering op het gebied van externe veiligheid bij milieuvergunningen, projecten en bestemmingsplannen. Zorgdragen voor beheer gegevens risicokaart en risicoregister. 11 Afval Afvalinzameling Op 1 juli 2002 heeft de gemeente de gehele inzameling van afvalstoffen overgedragen aan De Meerlanden te Rijsenhout. In overleg met De Meerlanden wordt ieder jaar bekeken in hoeverre landelijke doelstellingen, wensen of eisen worden gehaald en waar verbetering mogelijk is. De gemeente blijft wel te allen tijde verantwoordelijk voor de wijze waarop de wettelijke zorgplicht wordt uitgevoerd. Om effectief uitvoering te kunnen geven aan het gemeentelijk afvalbeheer en adequaat te kunnen reageren wanneer de gemeente aangesproken wordt door haar burgers, is het van belang dat de gemeente in alle gevallen de regie over de inzameling houdt. In de gemeente wordt gewerkt met een verzamelsysteem met metro’s (ondergronds in bebouwde kom en bovengronds in het buitengebied). Het nieuwe contract met De Meerlanden voorziet in de vervanging van de bovengrondse metro’s in het buitengebied door rolemmers. Grijs- en GFT-afval wordt in afzonderlijke metro’s verzameld en opgehaald. Ook takken en KCA worden periodiek opgehaald. Grofvuil kan op afspraak worden opgehaald of men kan het zelf wegbrengen naar De Meerlanden in Rijsenhout en naar de milieustraat van Spaarnelanden aan de Ir Lelyweg in de Waarderpolder in de gemeente Haarlem. Elk jaar worden in december de inzamelingsregels en een ophaalkalender huis-aan-huis bezorgd. Deze wijze van informeren is een initiatief geweest van de Milieuraad en wordt door De Meerlanden voortgezet. Kunststof Vanaf 2010 moet elke Nederlandse gemeente kunststof afvalverpakkingsmateriaal inzamelen. Met dat voor ogen, zal onze gemeente in 2010 tot het gescheiden inzamelen van plastic overgaan. Ook deze inzameling is overgedragen aan De meerlanden. Kunststofinzameling gebeurt door het plaatsen van de bekende oranje bolcontainers die bovengronds geplaatst worden. Het doel is dat in 2012 42% van al het kunststof verpakkingsafval wordt gerecycled tot grondstof voor nieuwe producten van kunststof. Meer dan 20% van de inhoud van de restafvalcontainer bestaat uit kunststof verpakkingen die gescheiden en gerecycled kunnen worden. Recycling zorgt er dan voor dat er minder plastic in restafvalcontainer zit en in de afvalverbrandingsovens verdwijnt. Hierdoor worden dan ook minder restafval ledigingen en een CO2-reductie behaald. Afvalstoffenverordening Gemeenten dienen in de afvalstoffenverordening regels vast te stellen met betrekking tot de (gescheiden) inzameling van huishoudelijke afvalstoffen. Het gaat hier onder meer om het aanwijzen van een inzameldienst, maar ook om de frequentie of wijze van aanbieden. De afvalstoffenverordening is te vinden op de website van de gemeente. Zwerfafval In Nederland belanden jaarlijks meer dan 50 miljoen lege blikjes en nog een heleboel ander afval zoals snoeppapiertjes, kauwgom, sigarettenpeuken, reclamedrukwerk op straat. Daarnaast is er een groeiende overlast van honden- en paardenpoep. Zwerfafval wordt in het algemeen beschouwd als een grote bron van ergernis. Hoe burgers de kwaliteit van hun directe leefomgeving beleven, wordt mede bepaald door zwerfafval. Belangrijk is een actief zwerfafvalbeleid, waarin de gemeente onder andere handhaaft, zwerfafval opruimt en voorlichting geeft aan burgers. In 2009 is gestart met het “Basisproject Zwerfafval”. Het doel van dit basisproject is het opstellen van een gemeentelijk beleid op het gebied van zwerfafval en het verankeren van dit beleid in de gemeentelijke organisatie. Hiervoor is subsidie verleend. Elk voorjaar wordt er zwerfafval door de kinderen van de scholen opgeruimd. Dit is een initiatief van en wordt begeleid door de Milieuraad. De schoonmaakactie heeft tevens een milieueducatieve functie. Activiteiten: Nakomen zorgplicht. Milieuraad ondersteunen bij schoonmaakactie zwerfvuil scholen. Afronden Basisproject Zwerfafval 12 Water Het thema water is veelomvattend en heeft belangrijke raakvlakken met bodem en natuur. Vervuild water heeft een negatieve invloed op de kwaliteit van de bodem en de aanwezige flora en fauna. Ook de kwaliteit kan een negatieve invloed op de leefomgeving en de veiligheid geven. Integraal waterbeheer Het afvalwaterbeheer is gericht op het zo snel mogelijk afvoeren van afvalwater via riolering en zuiveringsinstallaties naar het oppervlaktewater. Om een duurzame ontwikkeling van het waterbeheer te bevorderen, wordt “integraal waterbeheer” voorgestaan. Integraal waterbeheer richt zich op het verminderen van het waterverbruik, een goede ontwatering en voldoende berging voor afstromend water, het vasthouden van het gebiedseigen water en het terugdringen van afvoerpieken. Voor gemeenten is de opgave om een evenwichtige rioleringstaak uit te voeren die past in het kader van integraal waterbeheer. Daarbij wordt een goede samenwerking en samenspel met andere partijen in de keten (voornamelijk het Hoogheemraadschap Rijnland en de provincie) van steeds groter belang. Gemeentelijk Rioleringsplan Op grond van de artikelen 4.22 en 4.23 Wet milieubeheer zijn gemeenten verplicht tot het opstellen van een Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP). Met dit plan wordt beleidsmatig invulling gegeven aan de zorgplicht die de gemeente heeft voor de doelmatige inzameling en transport van afvalwater. Voorts dient het plan milieumaatregelen te bevatten die de gemeente voor de riolering zal treffen en dient de financiering van de uitvoering te worden aangegeven. De gemeenten zijn verplicht het rioleringsplan conform de in het plan aangegeven programmering uit te voeren. Er is uiteraard wel ruimte om in te spelen op nieuwe ontwikkelingen, zoals de Kaderrichtlijn water en veranderende weersomstandigheden. In 2005 is een gemeentelijk rioleringsplan voor de periode 2005-2010 en een rioolbeheersplan vastgesteld. Kaderrichtlijn water De Kaderrichtlijn water (KRW) is een Europese richtlijn gericht op de verbetering van het oppervlakte- en grondwater. De KRW is sinds december 2000 van kracht en maakt het mogelijk om waterverontreiniging van oppervlaktewater en grondwater internationaal aan te pakken. De Kaderrichtlijn is geen vrijblijvende richtlijn, ze vormt een Europese verplichting, waar de waterbeheerder (Rijk, waterschappen, provincies en gemeenten) niet omheen kan. De Kaderrichtlijn water moet ervoor zorgen dat de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater in 2015 op orde is. In dat jaar moet het oppervlaktewater voldoen aan normen voor bepaalde chemische stoffen, waaronder de zogeheten prioritaire (gevaarlijke) stoffen. Worden die normen gehaald, dan spreken we van “een goede chemische toestand”. Daarnaast moet het oppervlaktewater goed zijn voor een gevarieerde planten- en dierenwereld. Is dat het geval, dan heet dat “een goede ecologische toestand”. Hieronder valt ook een groot aantal andere chemische stoffen dan de hierboven al genoemde prioritaire (gevaarlijke) stoffen. Voor het grondwater gelden aparte normen voor chemische stoffen. Daarnaast moet de grondwatervoorraad stabiel zijn en mogen bijvoorbeeld natuurgebieden niet verdrogen door een te lage grondwaterstand (goede kwantitatieve toestand). Wat precies bedoeld wordt met een goede chemische toestand voor oppervlaktewater staat in de geldende Europese richtlijnen en EU-dochterrichtlijn Prioritaire Stoffen (vastgesteld op 16 december 2008). De ecologische doelstellingen stellen de lidstaten onderling vast in zogeheten (internationale) stroomgebiedbeheersplannen. Voor verschillende typen wateren gelden verschillende ecologische doelstellingen. In een plas leven bijvoorbeeld andere planten- en diersoorten dan in kustwater. Daarom verschillen de ecologische doelen per watertype. De chemische normen zijn bij ieder water ongeveer hetzelfde, met uitzondering van de nutriënten. Daarvoor geldt weer wel een benadering die per watertype kan verschillen. Watertoets Een watertoets geeft aan wat de gevolgen zijn van een ruimtelijk plan voor de waterhuishouding in het betreffende gebied. Zo’n waterparagraaf moet sinds 1 november 2003 worden opgenomen in de toelichting bij een streekplan, een regionaal structuurplan, een gemeentelijk structuurplan, een bestemmingsplan en bij de ruimtelijke onderbouwing bij projectbesluiten op grond van artikel 3.10 Wro. De initiatiefnemer van een ruimtelijk project is verantwoordelijk voor de procedurele gang van zaken van de watertoets. De betreffende waterbeheerder(
- s)zorgt (zorgen) voor de nodige informatie over de watersystemen en levert (leveren) een soort waterhuiskundig programma van eisen. Uiteindelijk wordt er door de waterbeheerder(
- s)een wateradvies geschreven dat afzonderlijk naar de provincie wordt gestuurd om getoetst te worden. De initiatiefnemer van het ruimtelijk plan neemt dit advies op in zijn waterparagraaf. Activiteiten: Aandacht voor het integraal waterbeheer. Uitvoeren van het gemeentelijk rioleringsplan. Activiteiten in verband met de Kaderrichtlijn water. Watertoets (laten) opstellen (indien van toepassing). 13 Milieucommunicatie Draagvlak, bewustwording en gedragsverandering zijn nodig voor een effectief gemeentelijk milieubeleid. Milieucommunicatie is daarom een belangrijk onderdeel van de gemeentelijke instrumentenmix. Milieucommunicatie loopt als een rode draad door de voorafgaande hoofdstukken. Het blijkt een belangrijke voorwaarde te zijn voor gemeentelijke milieusuccessen. Milieucommunicatie is zowel van belang om draagvlak te verwerven binnen het ambtelijke apparaat, als bij de partners en de doelgroepen. Op de website van de gemeente (www.haarlemmerliede.
- nl)is steeds meer milieu-informatie terug te vinden. Ook wordt er op initiatief van de Milieuraad elk jaar een milieudag voor de scholen georganiseerd. Verdrag van Aarhus Burgers hebben sinds 14 februari 2005 ruimere toegang tot milieu-informatie. Dat is het gevolg van wijzigingen van de Wet openbaarheid bestuur (Wob) en de Wet milieubeheer (Wm). Beide wetswijzigingen vloeien voort uit het Verdrag van Aarhus. Een van de gevolgen is dat overheden vaker moeten gaan afwegen wanneer milieu-informatie openbaar moet worden gemaakt omdat enkele absolute weigeringsgronden uit de Wet openbaarheid van bestuur zijn vervangen door een relatieve weigeringsgrond. Verder wordt van overheden verwacht dat ze hun milieu-informatie ordenen en dat ze de informatie steeds meer actief openbaar maken. Bijvoorbeeld door het plaatsen van informatie op internet. Veel van de aspecten die in de richtlijn geëist worden zijn al (deels) in de werkwijze van de gemeente verwerkt. Waar nog aanpassingen nodig zijn zullen deze worden gedaan. Verdrag van Aarhus Het doel van het verdrag is om het recht te beschermen ‘van elke persoon van de huidige en toekomstige generaties om te leven in een milieu dat passend is voor zijn of haar gezondheid en welzijn’. Hiervoor moet het recht op toegang tot informatie, inspraak bij de besluitvormingen en toegang tot de rechter worden gewaarborgd. In 1998 heeft de Europese economische commissie van de Verenigde Naties (Unece) het Verdrag van Aarhus vastgesteld. het regelt de toegang tot milieu-informatie. Van de Unece zijn alle Europese landen, de Europese Commissie en onder andere de Verenigde Staten en Canada lid. Het verdrag is de uitwerking van de Verklaring van Rio die op 13 juni 1992 is vastgesteld op de VN-conferentie Milieu en ontwikkeling (Unced) in Rio de Janeiro. Het verdrag van Aarhus rust op drie pijlers: Activiteiten: Gestructureerd toelichten en bekend maken van het gemeentelijk milieubeleid (actief openbaar maken). Milieuraad ondersteunen bij het organiseren van de milieudag voor scholen. Ondersteunen van activiteiten op het gebied van natuur- en milieueducatie. 14 Gemeentelijke organisatie Gemeentelijke interne milieuzorg (GIM) De gemeente kent sinds 1998 een plan voor de gemeentelijke interne milieuzorg (GIM). Doel van milieuzorg is natuurlijk dat het milieu minder belast wordt. Daarnaast vervult de gemeente een voorbeeldfunctie als het gaat om interne milieuzorg. Het plan van aanpak voor de GIM dient geactualiseerd te worden en opnieuw onder de aandacht te worden gebracht. Door middel van een systematische aanpak en een borging van afspraken in de organisatie zou de GIM blijvend goed kunnen functioneren. Afstemming Met interne en externe afstemming bereiken we dat we efficiënt en effectief samenwerken. Intern is een goede afstemming met de relevante organisatieonderdelen van belang. Extern is het belangrijk om goede afspraken te maken voor gevallen waarin meerdere organisaties tegelijkertijd handhavingsbevoegd zijn of na elkaar handhavingsbevoegd zijn. Afstemming met andere vergunningen Er bestaat een speciale regeling voor de coördinatie tussen de milieuvergunning en de vergunning op grond van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren en de milieuvergunning en de bouwvergunning. Deze speciale regeling wordt door de gemeente toegepast. Afstemming handhaving In hoofdstuk 3 over de handhaving van bedrijven komt de regionale afstemming op het gebied van handhaving aan bod. Daarnaast vindt er tevens afstemming plaatst tussen de vergunningverlener en de handhaver. Een goede afstemming tussen vergunningverlener en de handhaver is van wezenlijk belang voor een eensluidend en uniform optreden naar buiten toe. Verder vindt er op het gebied van handhaving interne afstemming plaats tussen milieu en bouw- en woningtoezicht en ruimtelijke ordening. Afstemming beleid De provinciale en landelijke regelgeving blijft sterk in beweging. Om de gemeentelijke regelgeving actueel te houden moeten regionale en landelijke ontwikkelingen gevolgd worden en zo nodig moet er adequaat op worden ingespeeld. Afstemming met ruimtelijke ordening (bestemmingsplannen) Bij het opstellen van een bestemmingsplan worden ook specialisten op het gebied van milieu geraadpleegd. Activiteiten: Coördineren van Gemeentelijke Interne Milieuzorg. Actualiseren plan van aanpak GIM. Interne en externe afstemming bij de advisering, beleidsontwikkeling en uitvoering van milieutaken. 15 Personele en financiële consequenties Op basis van de Wet milieubeheer (Wm) bestaat er een koppeling tussen de begroting en het milieuprogramma. In artikel 4.21 lid 1 van de Wm staat namelijk: “Het gemeentelijk milieuprogramma wordt voorbereid door burgemeester en wethouders. Burgemeester en wethouders leggen het ontwerp van het programma bij het ontwerp van de begroting aan de gemeenteraad”. Naast de wettelijke eisen van de vaststelling van het milieuprogramma heeft de VROM-inspectie bovendien een toetsingskader opgesteld waarbij bij de vaststelling aan procesinhoudelijke eisen moet worden voldaan. Getoetst wordt of bij de begroting rekening is gehouden met het milieuprogramma. Als onderdeel van het landelijk project “Professionalisering van de milieuhandhaving” zijn op 1 november 2002 kwaliteitscriteria vastgesteld, die gericht zijn op een kwaliteitsverbetering van het proces van milieuhandhaving in brede zin (zie ook hoofdstuk 3). De kwaliteitscriteria worden vastgelegd in een algemene maatregel van bestuur. Sinds 1 januari 2005 moet aan de kwaliteitscriteria voldaan worden. Om te voldoen aan kwaliteitscriterium “Borging van de personele en financiële middelen” is er in de begroting een scheiding aangebracht tussen milieuhandhaving (onder beheerstaaknummer 6.723.01.3) en vergunningverlening (onder beheerstaaknummer 6.723.04.3). Om te voldoen aan kwaliteitscriterium “Organisatorische condities” is er ook een scheiding aangebracht tussen vergunningverlening en handhaving op personeel-niveau. De milieuhandhaving wordt uitgevoerd door de afdeling Ruimte. De voorbereiding van de vergunningverlening is uitbesteed en wordt uitgevoerd door de Milieudienst IJmond. Planning uren 2010 Formatie milieu (afdeling Ruimte) Naam Functie Uren Fte Kees Bruin Technisch medewerker milieu 1.583 1.0 Regina Tijink-Huisman Juridisch medewerker milieu 1.612 1.0 uren 6.723.01.3 milieuhandhaving Kees Bruin 1.000 Regina Tijink-Huisman 300 Totaal 1.300 6.723.02.3 ongediertebestrijding Ton Derkzen 5 Totaal 5 6.723.03.3 klimaatbeleid Ali Kiliç 10 Vacature 10 Peter Mendrik 10 Michel Driessen 10 Regina Tijink-Huisman 200 Ton Derkzen 10 Kees Bruin 20 Marleen van Opzeeland 20 Pier Aldershof 10 Totaal 300 6.723.04.3 milieubeleid en vergunningverlening Pier Aldershof 10 Vacature 5 Peter Mendrik 10 Peter Oud 10 Regina Tijink-Huisman 831 Kees Bruin 442 Totaal 1.308 Totaal aantal productieve uren milieu milieubeheer Kees Bruin 1.502 Regina Tijink-Huisman 1.331 Peter Mendrik 20 Michel Driessen 10 Vacature 15 Ton Derkzen 15 Pier Aldershof 20 Peter Oud 10 Marleen van Opzeeland 20 Ali Kiliç 10 Totaal 2.913 Overige uren voor de uitvoering van het milieuprogramma (totalen) 6.714.02.3 Legionellabacterie bestrijding 40 6.721.01.3 Afvalinzameling 270 6.722.01.3 Riolering 778 Externe uren Milieudienst IJmond Vergunningverlening 40 Technische ondersteuning 15 Regionale handhavingsprojecten - Evenementen 25 ISV-bodem 130 Klimaatbeleid 40 Totaal 240 Financiële middelen voor milieubeheer 6.723.01.3 milieuhandhaving Economische categorie Omschrijving Begroting 2009 Begroting 2010 LASTEN 43.43.08 aankoop boeken /abonnementen 0 0 43.43.13 overige kleine ge- verbruiksgoederen 0 0 43.43.20 overige goederen en diensten 0 0 43.43.51 Presentiegelden 43.43.64 contributies en lidmaatschappen 1.750 1.750 46.20.53 kp ruimte 88.400 80.276 Totaal lasten 90.150 82.026 BATEN 83.40.10 Legesopbrengsten 0 0 Totaal baten 0 0 SALDO BEHEERSTAAK 90.150 82.026 6.723.02.3 ongediertebestrijding Economische categorie Omschrijving Begroting 2009 Begroting 2010 LASTEN 43.43.20 overige goederen en diensten 2.000 3.500 46.20.53 kp ruimte 735 1.015 Totaal lasten 2.735 4.515 BATEN Totaal baten 0 0 SALDO BEHEERSTAAK 2.735 4.515 6.723.03.3 CO₂ klimaatbeleid Economische categorie Omschrijving Begroting 2009 Begroting 2010 LASTEN 43.43.13 overige kleine ge- verbruiksgoederen 1.000 1.000 43.43.20 overige goederen en diensten 5.000 5.000 43.43.71 kosten van advies 2.100 2.100 43.43.78 publicaties, advertentie en reclamekosten 1.000 1.000 46.10.01 rentelasten beheerstaken 0 0 46.20.53 kp ruimte 20.950 19.865 Totaal lasten 30.050 28.965 BATEN 84.11.16 Overige Rijksbedragen 0 0 Totaal baten 0 0 SALDO BEHEERSTAAK 30.050 28.965 6.723.04.3 milieubeleid en vergunningverlening Economische categorie Omschrijving Begroting 2009 Begroting 2010 LASTEN 43.43.08 aankoop boeken, abonnementen 7.500 7.500 43.43.13 overige kleine ge- verbruiksgoederen 5.000 20.000 43.43.20 overige goederen en diensten 54.000 54.000 43.43.51 presentiegelden 150 3.500 43.43.64 contributies en lidmaatschappen 0 0 43.43.68 controlekosten accountant 1.000 1.000 43.43.71 kosten van advies 35.000 35.000 43.43.78 publicaties, advertentie en reclamekosten 1.000 1.000 43.43.82 kosten milieuraad 4.500 4.500 46.20.53 kp ruimte 87.153 80.554 Totaal lasten 195.303 207.054 BATEN 83.40.10 legesopbrengsten 1.500 1.500 84.11.16 overige Rijksbijdragen 0 0 84.22.01 inkomstenoverdracht Provincie 0 0 Totaal baten 1.500 1.500 SALDO BEHEERSTAAK 193.803 205.554 Overige financiële middelen voor de uitvoering van het milieuprogramma 6.721.01.3 afvalinzameling Economische categorie Omschrijving Begroting 2009 Begroting 2010 LASTEN 43.43.20 overige goederen en diensten 0 0 43.43.85 overig uitbesteed werk 2.000 2.000 43.43.86 huishoudelijk afval inzamelen 190.000 338.160 43.43.87 grofvuil inzamelen 22.000 65.170 43.43.88 glasinzameling 4.500 14.348 43.43.89 voorlichting 2.200 1.100 43.43.90 stortkosten huishoudelijk restafval 170.000 0 43.43.91 stortkosten GFT 30.000 0 43.43.92 stortkosten grof huisvuil 35.000 0 43.43.93 stortkosten KCA 7.000 4.700 43.43.94 stortkosten plantsoenafval 6.000 6.000 43.43.95 oud-papierregeling 4.000 4.000 46.00.10 BTW kostendekkende heffingen 97.466 100.000 46.20.06 hkp tractie 557 556 46.20.53 kp ruimte 19.100 18.825 Totaal lasten 589.823 554.859 BATEN 83.40.12 overige bijdragen 36.075 36.075 Totaal baten 36.075 36.075 SALDO BEHEERSTAAK 553.748 518.784 6.714.02.3 legionellabestrijding Economische categorie Omschrijving Begroting 2009 Begroting 2010 LASTEN 43.43.96 legionellabestrijding 6.200 6.200 46.10.01 rentelasten beheerstaken 0 0 46.10.02 afschrijvingen beheerstaken 0 0 46.20.53 kp ruimte 2.720 2.440 Totaal lasten 8.920 8.640 BATEN Totaal baten 0 0 SALDO BEHEERSTAAK 8.920 8.640 6.722.01.3 riolering Economische categorie Omschrijving Begroting 2009 Begroting 2010 LASTEN 43.10.01 elektriciteitsverbruik 14.000 14.000 43.10.99 transportkosten energie 8.000 7.000 43.33.05 Uitbestede investeringen (rioleringen) 277.000 0 43.43.20 overige goederen en diensten 5.000 7.000 43.43.30 overig onderhoud 160.000 160.000 43.43.64 contributies/lidmaatschappen 550 550 43.43.71 kosten van advies 23.500 0 46.00.04 dotatie/onttrekking voorzieningen 0 0 46.00.10 BTW kostendekkende heffingen 35.687 38.000 46.10.01 rentelasten beheerstaken 31.404 43.909 46.10.02 afschrijvingen beheerstaken 61.383 44.550 46.20.06 hkp tractie 557 556 46.20.53 kp ruimte 57.880 54.608 Totaal lasten 674.961 370.173 BATEN 83.40.07 doorberekende energiekosten 3.000 3.000 83.31.01 Bijdrage aansluitingskosten riolering ed 22.881 0 Totaal baten 25.881 3.000 SALDO BEHEERSTAAK 649.080 367.173 Onzekerheden (risicoparagraaf) Algemeen Op het gebied van milieu krijgen gemeenten er steeds meer taken bij (denk aan externe veiligheid, omgevingslawaai, SMB, bodembeleid, luchtkwaliteit, klimaatbeleid etc.) hier staat niet altijd een extra bijdrage van het rijk tegenover. Bodem Bodemsanering Indien in de bodem waarvan de gemeente eigenaar is een geval van urgente bodemsanering wordt geconstateerd, dan zal de gemeente in eerste instantie voor de kosten van bodemonderzoek en –sanering moeten opdraaien. Besluit bodemkwaliteit en het Groene Schip In verband met de eventuele aanleg van het Groene Schip zal deskundigheid op het gebied van het Besluit bodemkwaliteit moeten worden ingehuurd. De begroting voorziet hier niet in; De gemeente heeft inmiddels met de betrokken partijen een intentieovereenkomst gesloten. Daarin is vastgelegd dat de gemeente een vergoeding krijgt, waaruit o.a. dit toezicht kan worden betaald. Geluid De wet geluidshinder kent van oudsher een systeem van voorkeursgrenswaarden en hogere grenswaarden. Gedeputeerde Staten (GS) stelden de grenswaarden vast, binnen de diverse criteria en randvoorwaarden in de Wet en de bijbehorende uitvoeringsbesluiten. Met de wijziging van de Wet geluidshinder wordt bij het vaststellen van hogere grenswaarden (op enkele uitzonderingen
- na)gedecentraliseerd naar de gemeenten. Ook vervalt het merendeel van de ontheffingscriteria en randvoorwaarden: de gemeente zal het vaststellen van hogere grenswaarden zelf moeten motiveren. Milieueffectrapportage en Strategische milieubeoordeling Indien van toepassing (bijvoorbeeld voor het Groene Schip). Externe veiligheid De regelgeving op het gebied van externe veiligheid is deels nog in ontwikkeling. Uitvoering van het externe veiligheidsbeleid zal geld gaan kosten. Hiervoor is er de programmafinanciering externe veiligheid. De VNG heeft echter in april 2005 vastgesteld dat deze rijksbijdrage volstrekt niet voldoende is om tegemoet te komen in de kosten voor gemeenten. 16 Conclusie Dit milieuprogramma geeft een overzicht van alle milieutaken, het uitvoeringsniveau van deze taken en het gewenste uitvoeringsniveau dat in 2010 moet worden bereikt. De prioriteit ligt vooral bij de uitvoering van wettelijke taken, en in het bijzonder de milieuhandhaving. Op het gebied van milieu krijgen gemeenten er steeds meer taken bij (denk aan externe veiligheid, omgevingslawaai, SMB, bodembeleid, luchtkwaliteit, klimaatbeleid, digitalisering, etc). Hierin staat niet altijd als extra bijdrage van het rijk tegen over zodat aan de kosten van de uitvoering toe zouden kunnen nemen. Het milieubeleid dient ook geïntegreerd te worden in ander beleid van de gemeente. Vooral afstemming met het beleid op het gebied van ruimtelijke ordening is hierbij belangrijk (denk bijvoorbeeld aan externe veiligheid, geluid, luchtkwaliteit, water en bodemkwaliteit). Bij ruimtelijke ontwikkelingen is het noodzakelijk om de advisering op het gebied van milieu in een vroeg stadium van de planvorming te betrekken. Mogelijke knelpunten op het gebied van milieu (bijvoorbeeld luchtkwaliteit en externe veiligheid) kunnen zo op tijd gesignaleerd worden. Bijlage1Websites www.haarlemmerliede.nl (gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude) www.vrom.nl (Ministerie van VROM) www.infomil.nl (Infomil verstrekt informatie over milieuregelgeving) www.verkeerenwaterstaat.nl (Ministerie van V&W) www.overheid.nl (informatie over de overheid, wetteksten, kamerbrieven, etc) www.noord-holland.nl (Provincie Noord-Holland) www.vng.nl (Vereniging Nederlandse Gemeenten) www.rivm.nl (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en milieu www.mnp.nl (Milieu en Natuur Planbureau) www.senternovem.nl (agentschap voor duurzaamheid en innovatie) www.meerlanden.nl (de Meerlanden te Rijsenhout, afvalinzameling, recycling en reiniging) www.rijnland.nl (Hoogheemraadschap van Rijnland, waterbeheerder) www.crosinfo.nl (commissie Regionaal Overleg Luchthaven Schiphol) www.geluidsnet.nl (informatie over geluidsmeetpunten) www.milieudienst-ijmond.nl (Milieudienst IJmond) Bijlage2Wettelijke basis van het milieuprogramma Wettelijke plicht De gemeente is conform de Wet milieubeheer verplicht om een milieuprogramma op te stellen. In de Wet milieubeheer staan de volgende eisen ten aanzien van de inhoud van het milieuprogramma. Artikel 4.20 Wet milieubeheer 1. De gemeenteraad stelt jaarlijks voor een daarbij vast te stellen periode een gemeentelijk milieuprogramma vast. 2. Het programma bevat tenminste: a. een programma van door het gemeentebestuur in de betrokken periode te verrichten activiteiten ter uitvoering van de bij wettelijk voorschrift met het oog op de bescherming van het milieu aan het gemeentebestuur opgedragen taken; b. een overzicht van de financiële gevolgen van de onder a bedoelde activiteiten. 3. Indien in de gemeente een gemeentelijk milieubeleidsplan geldt, houdt de gemeenteraad met dat plan rekening bij de vaststelling van een gemeentelijk milieuprogramma. De eisen uit de Wet milieubeheer zijn bewust summier gehouden om gemeenten de ruimte te geven een programma te ontwikkelen dat is toegespitst op de lokale situatie