Verordening op de heffing en de invordering van baatbelasting (druk)riolering cluster 8 Bredeweg 1 t/m 4 (even en oneven)De raad der gemeente Waddinxveen; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 19 mei 2011; gehoord de commissie Bestuur en Middelen; b e s l u i t: vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en de invordering van baatbelasting (druk)riolering cluster 8 Bredeweg 1 t/m 4 (even en oneven) Artikel1Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: een onroerende zaak: een gebouwd eigendom; een ongebouwd eigendom; een gedeelte van een onder 1 of 2 bedoelde eigendom dat blijkens zijn indeling is bestemd om als een afzonderlijk geheel te worden gebruikt; een samenstel van twee of meer van de onder 1 of 2 bedoelde eigendommen die naar de omstandigheden beoordeeld bij elkaar horen. het bestemmingsplan: “Plan in Hoofdzaak West" (Bredeweg 1 tot 4) ; “Tuinbouwgebied 1e herziening (Bredeweg 4). Artikel2Belastbaar feit 1.Onder de naam “Baatbelasting (druk)riolering cluster 8 Bredeweg 1 t/m 4” wordt in de vorm van een heffing ineens een directe belasting geheven ter zake van de onroerende zaken gelegen in de gemeente binnen de rode omlijning op de bij deze verordening behorende en als zodanig gewaarmerkte kaart, die op 1 januari 2010 zijn gebaat door de in het tweede lid genoemde voorzieningen die tot stand zijn of worden gebracht door of met medewerking van het gemeentebestuur 2.De in het eerste lid bedoelde voorzieningen omvatten de aanleg van (druk)riolering, bestaande uit: - het leggen van leidingen; het plaatsen van pompputten; het verrichten van overige werkzaamheden voor de aanleg van de (druk)riolering. Artikel3Belastingplicht 1.De belasting wordt geheven van degene die van een onroerende zaak als bedoeld in artikel 2, eerste lid het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht. 2.Voor de toepassing van het eerste lid wordt als genothebbende krachtens eigendom bezit of beperkt recht aangemerkt degene die op het tijdstip van ingang van de heffing dan wel, indien de belasting wordt geheven in de vorm van een jaarlijkse belasting, bij de aanvang van het belastingjaar als zodanig in de kadastrale registers is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. 3.Indien de lasten die zijn verbonden aan de voorzieningen genoemd in artikel 2, tweede lid, ter zake van een onroerende zaak krachtens overeenkomst zijn of worden voldaan, wordt de belasting ter zake van die onroerende zaak niet geheven. Artikel4Maatstaf van heffing De maatstaf van heffing is een bedrag per onroerende zaak. Artikel5Belastingtarief De belasting bedraagt per onroerende zaak: indien sprake is van een woning plus een bedrijf dat overeenkomstig het bestemmingsplan is of mag worden gerealiseerd € 4.000,--; in de overige gevallen € 2.000,--. Artikel6Regeling inzake heffing in de vorm van een jaarlijkse belasting 1.In afwijking van het bepaalde in artikel 2 wordt op verzoek van de belastingplichtige de belasting geheven in de vorm van een jaarlijkse belasting gedurende 10 jaren. Het verzoek genoemd in de eerste volzin dient binnen zes weken na de dagtekening van de aanslag schriftelijk bij de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b van de Gemeentewet bedoelde ambtenaar te worden ingediend. 2.Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. 3.De jaarlijkse belasting bedraagt de annuïteit van het totaal verschuldigde, berekend op basis van een periode van 10 jaren en een rentevoet van 5,0 %. 4.De belasting over de nog niet verstreken belastingjaren kan elk jaar worden afgekocht. De afkoopsom wordt bepaald op de contante waarde van de op 1 januari van het belastingjaar, waarin de afkoop plaatsvindt, nog te verschijnen belastingbedragen berekend naar een rentevoet van 5,0%.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.