Reïntegratieverordening wet werk en bijstand gemeente Moerdijk 2007 De raad van de gemeente Moerdijk, in zijn vergadering van 29 maart 2007; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 13 februari 2007; gelet op artikelen 147 en 149 van de Gemeentewet, artikel 8 van de Wet werk en bijstand, artikel 35 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte werknemers en artikel 35 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; BESLUIT vast te stellen de volgende verordening: REÏNTEGRATIEVERORDENING WET WERK EN BIJSTAND GEMEENTE MOERDIJK 2007 Hoofdstuk1ALGEMENE BEPALINGEN Artikel1Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: ouderen: uitkeringsgerechtigden vanaf 57,5 jaar, jongeren: niet uitkeringsgerechtigden 15 tot 18 jarige; jongeren, uitkeringsgerechtigden, Anw-ers en Nuggers vanaf 18 tot 23 jaar; voorziening: een voorziening als bedoelt in artikel 7 eerste lid onder a van de wet en beschreven in deze verordening; WIA: Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen; algemeen geaccepteerde arbeid: iedere vorm van arbeid die algemeen maatschappelijk aanvaard is en die niet in strijd is te achten met de wet of met iemands persoonlijke integriteit, inclusief de uitoefening van een zelfstandig beroep; reïntegratietraject: een voorziening, gebaseerd op SUWI wetgeving, uitgevoerd door derden en/of gemeente met het doel het laten aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid door de in lid b tot en met g genoemde personen; het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Moerdijk; de raad: de gemeenteraad van de gemeente Moerdijk; werknemers in gesubsidieerde arbeid: werknemers als bedoeld in artikel 10, tweede lid van de wet; direct werk: een voorziening van tenminste 24 uur per week gericht op instroom in algemeen geaccepteerde arbeid binnen 6 maanden; leer/werkervaringsplaats: een voorziening, gericht op instroom in algemeen geaccepteerde arbeid, waarbij in het bijzonder aandacht wordt gegeven aan het verwerven van structuur, sociale vaardigheden, arbeidsritme en werkervaring. Afhankelijk tot de beoordeelde afstand tot de arbeidsmarkt kan de duur van de plaatsing na drie maanden verlengd worden, indien dit noodzakelijk wordt bevonden met betrekking tot de arbeidsinschakeling op de arbeidsmarkt; wettelijk minimumloon: het minimumloon, bedoeld in artikel 8 van de Wet minimumloon en mininumvakantiebijslag; uitvoeringsbesluit: een besluit van het College van Burgemeester en wethouders, waarin nadere regels worden gesteld voor de uitvoering van een bepaalde voorziening of regeling; sociale activering: nuttige activiteiten gericht op het voorkomen of doorbreken van sociaal isolement, zo mogelijk gericht op arbeidsinschakeling; zorgtraject: Activiteiten gericht op het wegnemen van sociale en/of medische beperkingen die reïntegratie in de weg staan; gemeentelijk werkgelegenheidsproject: Organisatie die er op toegerust is om zorg-/activerings- en reïntegratie /arbeidsinschakeling gerichte trajecten uit te voeren; de wet, Wet werk en bijstand. Hoofdstuk2BELEID EN FINANCIËN Artikel2Opdracht college 1.Het college biedt aan bijstandsgerechtigden tot 65 jaar, personen met een nabestaanden- of halfwezenuitkering, niet-uitkeringsgerechtigden alsmede personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid van de wet, ondersteuning bij de arbeidsinschakeling aan en, voor zover het college dat noodzakelijk acht, een voorziening gericht op die arbeidsinschakeling. Artikel 40, eerste lid van de wet is van overeenkomstige toepassing. Het college draagt hierbij zorg voor een evenwichtige aanpak met betrekking tot leden van de doelgroep. 2.Bij de keuze van de mogelijkheden van ondersteuning en het aanbieden van voorzieningen wordt door het college een afweging gemaakt, waarbij gekeken wordt of de ondersteuning of de voorziening, gelet op de mogelijkheden en capaciteiten van een cliënt, zoals bedoeld in deze verordening in artikel, onder b tot en met d, het meest doelmatig is met het oog op inschakeling in de arbeid. 3.Jaarlijks stelt het college de omvang van het in lid 2 bedoelde aanbod vast op basis van het beschikbare budget en de samenstelling van het uitkeringsbestand. Hierbij wordt rekening gehouden met het gestelde in artikel 7 van deze verordening. In verband met de Europese aanbestedingsregels vindt deze vaststelling uiterlijk 1 augustus van elk jaar plaats. 4.Het college kan bij het bepalen van het aanbod aan reïntegratie-instrumenten prioriteiten stellen in verband met de financiële mogelijkheden en met maatschappelijke, economische en conjuncturele ontwikkelingen. 5.Het college bevordert de beschikbaarheid van voorzieningen voor de opvang van kinderen tot 12 jaar voor leden van de doelgroep, voor zover die opvang noodzakelijk is voor het volgen van een traject of toetreding tot de arbeidsmarkt. Artikel3Aanspraak op ondersteuning Uitkeringsgerechtigden, ANW-ers, Nuggers, alsmede personen als bedoeld in artikel 10 WWB (waaronder jongeren), tweede lid van de wet, hebben aanspraak op ondersteuning bij arbeidsinschakeling en op de naar het oordeel van het college noodzakelijk geachte voorziening gericht op arbeidsinschakeling. Deze personen vormen de doelgroep van het reïntegratiebeleid. Geen aanspraak maakt de persoon, die geen uitkeringsgerechtigde is en die onderwijs of een beroepsopleiding volgt niet zijnde partieel leerplichtig als bedoeld in de Wet studiefinanciering 2000 of in hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten. Deze personen behoren dus ook niet tot de doelgroep van het reïntegratiebeleid. Artikel4Rechten en Verplichtingen van de cliënt 1.Een bijstandsgerechtigde, IOAW-er en IOAZ-er die door het college een voorziening wordt aangeboden is verplicht hiervan gebruik te maken. Een niet uitkeringsgerechtigde heeft niet de verplichting een aangeboden voorziening te aanvaarden. 2.De bijstandsgerechtigde, IOAW-er en IOAZ-er die deelneemt aan een voorziening is gehouden aan de verplichtingen die voortvloeien uit de wet, de Wet Structuur Uitvoering Werk en Inkomen, deze verordening, alsmede aan de verplichtingen die het college aan de aangeboden voorziening heeft verbonden. De overige, tot de doelgroep behorende belanghebbende, die deelnemen aan een voorziening zijn gehouden aan de verplichtingen die zijn opgenomen in door beide partijen te ondertekenen overeenkomst. 3.Naast de verplichting als genoemd in het tweede lid kan het college verplichtingen opleggen die strekken tot instroom in algemeen geaccepteerde arbeid. 4.Naast de verplichting, zoals genoemd in artikel 9, eerste lid van de wet, kan het college op grond van artikel 55 WWB bij uitvoeringsbesluit nadere regels stellen inzake deze verplichting. 5.De in het eerste lid bedoelde persoon is verplicht datgene na te laten dat de realisatie van het doel van het traject of van de reïntegratie-instrumenten belemmert. 6.Indien een uitkeringsgerechtigde die deelneemt aan een voorziening, niet voldoet aan het gestelde 3 in het eerste tot en met vierde lid, kan het college de uitkering verlagen overeenkomstig hetgeen hierover is bepaald in de afstemmingsverordening. 7.Het niet of onjuist verstrekken van relevante informatie van personen leidt tot het weigeren, intrekken of beëindigen van de in lid 1 en 2 bedoelde voorzieningen. 8.Indien de bijstandsgerechtigde, die gebruik maakt van een voorziening, niet voldoet aan het gestelde in het tweede tot en met zevende lid, als gevolg waarvan het reïntegratietraject wordt beëindigd, wordt de bijstand afgestemd overeenkomstig de Afstemmingsverordening WWB. Indien belanghebbende een uitkering ingevolge de IOAW of IOAZ ontvangt wordt er een maatregel opgelegd overeenkomstig het maatregelenbesluit IOAW / IOAZ. Indien de niet uitkeringsgerechtigde behorende tot de gemeentelijke reïntegratiedoelgroep, niet voldoet aan het gestelde in de gesloten overeenkomst, als gevolg waarvan het reïntegratietraject wordt beëindigd is de belanghebbende gehouden aan de in de overeenkomst opgenomen boeteclausule. Artikel5Vrijstelling Het college kan in individuele gevallen tijdelijk (gedeeltelijke) vrijstelling verlenen van sollicitatieverplichtingen: –indien is komen vast te staan, dat de persoon zorgtaken niet (volledig) kan combineren met arbeid. Aard en omvang van zorgtaken worden vastgelegd in het uitvoeringsbesluit. –aan personen die op grond van psychische of medische omstandigheden geheel of gedeeltelijk structureel functioneel beperkt zijn; –aan personen van 57½ jaar en ouder, indien in samenspraak met het CWI is komen vast te staan dat voor deze personen geen arbeidsperspectief aanwezig is, gelet op de situatie op de arbeidsmarkt; –gedurende maximaal 10 dagen per kalenderjaar in verband met de noodzakelijke verzorging van een ziek kind, een zieke partner of ouder Artikel6Budgetplafonds Het college kan bij uitvoeringsbesluit een of meer budgetplafonds vaststellen voor de verschillende voorzieningen. Een door het college ingesteld budgetplafond vormt een weigeringgrond bij de aanspraak op een specifieke voorziening Het college kan een plafond instellen voor het aantal personen dat in aanmerking komt voor een specifieke voorziening. Hoofdstuk3VOORZIENINGEN Artikel7Algemene bepalingen over voorzieningen 1.Het college kan, in aanvulling op de verplichtingen die voortvloeien uit de wet en deze verordening, aan een voorziening nadere verplichtingen verbinden. 2.Het college kan een voorziening beëindigen: indien de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn verplichting als bedoeld in de artikel 17 van de wet en artikel 4 van deze verordening niet nakomt; indien de persoon die deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep van de wet; indien de persoon algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van deze voorziening; indien naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling. indien een persoon neveninkomsten heeft, waardoor naar het oordeel van het college de betrokkene in staat is zonder voorziening een plaats te vinden of te behouden op de arbeidsmarkt. Beëindiging van de voorziening kan tevens inhouden het opzeggen van een dienstbetrekking of het beëindigen van de subsidie zoals bedoeld in artikel 20, paragraaf 4, Overgangsbepalingen van deze verordening. 3.Bij uitvoeringsbesluit kan het college ten aanzien van de voorzieningen, bedoeld in de artikelen 8 tot en met 18 van deze verordening nadere regels stellen. Deze regels kunnen in ieder geval betrekking hebben op: de voorwaarden waaronder een voorziening wordt aangeboden; de weigeringsgronden bij het aanbieden van voorzieningen; de intrekking of wijziging van de subsidieverlening of – vaststelling; de aanvraag, van en de besluitvorming over subsidies en premies; de betaling van subsidies en het verlenen van voorschotten; overige criteria voor het aanbieden van voorzieningen en het verstrekken van subsidies. Artikel8Reïntegratietrajecten Reïntegratietrajecten zijn primair gericht op uitstroom naar algemeen geaccepteerde arbeid. Voor personen die nieuw instromen in de uitkering, zij die al in het WWB bestand voorkomen en jongeren is Direct Werk een primaire voorziening; Bij de inzet van reïntegratietrajecten wordt een zorgvuldige afweging gemaakt over de combinatie met zorgtaken. Artikel9Direct werk 1.Elke uitkeringsgerechtigde werkzoekende en elke jongere krijgt binnen 1 maand na inschrijving bij het CWI een verplichting voor een “Direct Werk” voorziening als bedoeld in artikel 1, onder r, opgelegd, gericht op inschakeling in algemeen geaccepteerde arbeid. 2.Het eerste lid is niet van toepassing op personen ten aanzien van wie het college heeft bepaald dat een volledige ontheffing van de arbeidsverplichting geldt. 3.Het college kan in individuele gevallen afwijken van het gestelde in het eerste lid. 4.Indien de Direct Werk voorziening, ook na een noodzakelijk geachte verlenging niet heeft geleid tot instroom in algemeen geaccepteerde arbeid, wordt een ander reïntegratietraject ingezet waarvan onderstaande voorzieningen onderdeel kunnen uitmaken. Artikel10Leerwerkervaringsplaatsen 1.Het college kan aan personen, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, een Leerwerkervaringsplaats aanbieden, als onderdeel van een reïntegratietraject, gericht op arbeidsinschakeling. 2.De Leerwerkervaringsplaats heeft tot doel belanghebbende, met behoud van uitkering, werkervaring op te laten doen, dan wel te leren functioneren in een arbeidsrelatie. Een Leerwerkervaringsplaats kan geen einddoel zijn. 3.Een Leerwerkervaringsplaats kent een maximale duur van drie maanden, waarbij deze termijn kan worden verlengd tot maximaal zes maanden. 4.Het college kan bij uitvoeringsbesluit nadere regels stellen met betrekking tot de Leerwerkervaringsplaats. Artikel11Sociale activering Het college kan aan uitkeringsgerechtigden als onderdeel van een reïntegratietraject activiteiten aanbieden in het kader van sociale activeringen zorgtraject, zoals bedoeld in artikel 1, lid V en W van deze verordening. Artikel12Scholing Het college stelt bij uitvoeringsbesluit regels ten aanzien van de noodzakelijkheid van de scholing, de duur en de maximale kosten. Het college kan een vorm van scholing aanbieden gericht op arbeidsinschakeling. Artikel13Loonkostensubsidies voor werkgevers gericht op reïntegratie 1.Het college kan subsidie verstrekken aan werkgevers die met een persoon bedoeld in artikel 1 onder b, c en d een arbeidsovereenkomst sluiten ten behoeve van een onder artikel 10 genoemde leerwerkervaringsplaats en onder de in artikel 1, lid r genoemde “ Direct Werk” voorziening. 2.Bij uitvoeringsbesluit stelt het college regels ten aanzien van de duur van de subsidie, de hoogte, en de verplichtingen, die aan de subsidie worden verbonden. 3.Het niet mee werken door de werkgever aan het behalen van de in het trajectplan opgenomen doelstellingen en de uitvoering van de daaraan gekoppelde activiteiten, kan leiden tot het weigeren, intrekken of beëindigen van beschikbaar gestelde loonkostensubsidie. 4.Bij het beschikbaar stellen van gesubsidieerde arbeid zal door spreiding van gesubsidieerde werknemers over diverse bedrijven of organisaties worden voorkomen dat oneerlijke concurrentie ontstaat. Hiermee worden de uitgangspunten van EC verordening 2204/2002 nageleefd. Artikel14Inkomstenvrijlating de uitkeringsgerechtigde die arbeid in deeltijd heeft of aanvaard, waarmee een inkomen wordt verworven dat minder bedraagt dan de voor de uitkeringsgerechtigde van toepassing zijnde norm, krijgt vrijlating van inkomsten uit arbeid gedurende maximaal zes aaneengesloten maanden; zoals bedoeld in artikel 31 tweede lid onder o van de wet, waarbij het percentage wordt bepaald op 25% van het inkomen en het maximumbedrag zoals genoemd in artikel 31; zoals bedoeld in artikel 2 onder d van het Inkomensbesluit IOAW, waarbij het percentage wordt 5 bepaald op 25% van het inkomen en het maximumbedrag zoals genoemd in artikel 2; zoals bedoelt in artikel 4 lid 1 onder a van het Inkomensbesluit IOAZ, waarbij het percentage wordt bepaald op 25% van het inkomen en het maximumbedrag zoals genoemd in artikel 4; en dit naar het oordeel van het college bijdraagt aan zijn arbeidsinschakeling. Artikel15Premies aan werknemers 1.Het college kan conform artikel 31 van de wet een premie toekennen aan mensen die vanuit een reïntegratietraject algemeen geaccepteerde arbeid aanvaarden, waardoor aanspraak op de uitkering of op de subsidie genoemd in artikel 13 van deze verordening komt te vervallen. 2.Het college kent een premie toe aan ouderen en structureel functioneel beperkten voor het blijven verrichten van arbeid, waarbij de inkomsten lager zijn dan de bijstandsnorm en waarbij geen recht bestaat op vrijlating op grond van artikel 15; 3.Het college stelt bij uitvoeringsbesluit regels over de hoogte en aard van de premies. Artikel16Overige vergoedingen 1.Het college kan een vergoeding verstrekken voor kosten die gemaakt zijn in het kader van de arbeidsinschakeling en wel voor: reiskosten kosten voor kinderopvang kosten voor een vervangende voorziening van mantelzorg, voor zover deze kosten niet door voorliggende voorzieningen kunnen worden bekostigd. 2.Het college stelt bij uitvoeringsbesluit regels ten aanzien van doelgroep, de noodzaak en de hoogte van de vergoedingen Artikel17Overige voorzieningen Het college kan aanvullend op de in deze verordening genoemde voorzieningen, in experimentele zin een nieuwe, door de reïntegratiemarkt ontwikkelde voorziening aanbieden, mits dit gericht is op instroom in algemeen geaccepteerde arbeid. Hoofdstuk4OVERGANGSBEPALINGEN Artikel18Subsidieduur voor bestaande dienstverbanden op grond van artikel 4 en 5 van de (voormalige) Wet inschakeling werkzoekenden (Wiw) De subsidie die op 31 december 2003 op grond van artikel 4 en 5 van de Wiw van toepassing was blijft gehandhaafd tot uiterlijk 1 januari 2006 onder de voorwaarden die op grond van de Wiw en de andere toepasselijke regelgeving golden op 31 december
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.