Toeslagenverordening WWB 2010 Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1Begripsbepaling Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en bijstand en de Algemene wet bestuursrecht. In deze verordening wordt verstaan onder: de wet: de Wet werk en bijstand; gehuwdennorm: de norm als bedoeld in artikel 21, onderdeel c, van de wet; verzorgingsbehoevende: diegene die aantoonbaar is aangewezen op verzorging of verpleging ter voorkoming van opname in een inrichting; een ander: een alleenstaande, alleenstaande ouder of gezin studiefinanciering: een uitkering op grond van de Wet studiefinanciering of een tegemoetkoming op grond van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten schoolverlaters: personen als bedoeld in artikel 28 van de wet, die recent een opleiding hebben beëindigd die aanspraak biedt op WSF of Wtos; kamerverhuurbedrijf: een persoon of rechtspersoon die op commerciële basis een pand exploiteert voor kamerverhuur en daarvoor over een gebruiksvergunning beschikt; Artikel2Werkingssfeer 1.De bepalingen van deze verordening gelden alleen voor belanghebbenden van 27 jaar of ouder, maar jonger dan 65 jaar. Voor gehuwden gelden de bepalingen van deze verordening alleen als beide echtgenoten 27 jaar of ouder, maar jonger dan 65 jaar zijn. 2.De bepalingen in hoofdstuk 2 en 3 staan de toepassing van artikel 18, eerste lid, van de wet niet in de weg. Hoofdstuk2Criteria voor het verhogen van de bijstandsnorm Artikel3Toeslagen voor alleenstaanden en alleenstaande ouders 1.De toeslag als bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de wet bedraagt 20 procent van de gehuwdennorm voor de alleenstaande en alleenstaande ouder in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft. eveneens 20% van de gehuwdennorm indien de alleenstaande of alleenstaande ouder onzelfstandige woonruimte bewoont, die wordt gehuurd via een kamerverhuurbedrijf en er in deze woonruimte geen ander zijn hoofdverblijf heeft 2.De toeslag als bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de wet bedraagt 10 procent van de gehuwdennorm als de alleenstaande of alleenstaande ouder in een woning woont waar tevens een ander zijn hoofdverblijf heeft. 3.In afwijking van lid 2 bedraagt de toeslag als bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de wet 20 procent van de gehuwdennorm als de alleenstaande of alleenstaande ouder in een woning woont waarin uitsluitend een ander zijn hoofdverblijf heeft, die behoort tot de volgende categorieën van personen: meerderjarige kinderen met uitsluitend studiefinanciering; meerderjarige kinderen met een netto inkomen van in totaal ten hoogste de norm als bedoeld in artikel 21, onder a, van de wet; verzorgingsbehoevenden die door de belanghebbende worden verzorgd of personen die de verzorgingsbehoevende belanghebbende verzorgen. Hoofdstuk3Criteria voor het verlagen van de bijstandsnorm of toeslag Artikel4Verlaging voor gehuwden De verlaging als bedoeld in artikel 26 van de wet bedraagt 10 procent van de gehuwdennorm voor gehuwden in wier woning een ander zijn hoofdverblijf heeft en die ander niet behoort tot de in artikel 3, lid 3, genoemde categorieën van personen. Artikel5Verlaging woonsituatie De verlaging als bedoeld in artikel 27 van de wet bedraagt 20 procent van de gehuwdennorm als: een woning wordt bewoond waaraan voor de alleenstaande of alleenstaande ouder geen woonkosten verbonden zijn; de belanghebbende geen woning aanhoudt. Artikel6Verlaging toeslag alleenstaanden van 21 en 22 jaar (Vervallen) Artikel7Verlaging toeslag alleenstaande bij schoolverlating De verlaging bedraagt 10% van de gehuwdennorm voor de alleenstaande die schoolverlater is als bedoeld in artikel 28 van de wet. De verlaging eindigt als zes maanden zijn verstreken, gerekend vanaf de eerste dag van de maand volgend op die waarin de studie is beëindigd. Artikel8Anti cumulatiebeding 1.Een combinatie van verlagingen op de te verstrekken toeslag kan niet meer bedragen dan 20% van de gehuwdennorm; 2.Een combinatie van verlagingen op de bijstandsnorm voor gehuwden kan niet meer bedragen dan 20% van de gehuwdennorm. Hoofdstuk4Slotbepalingen Artikel9Hardheidsclausule In bijzondere gevallen kan ten gunste van de belanghebbende worden afgeweken van de bepalingen in de verordening, als strikte toepassing ervan tot onbillijkheden van zwaarwegende aard zou leiden. Artikel10Onvoorziene situaties In gevallen waarin de bepalingen van deze verordening niet voorzien, wordt zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij vergelijkbare situaties met inachtneming van de individuele omstandigheden van de belanghebbende. Artikel11Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: “Toeslagenverordening WWB 2010" Artikel12Inwerkingtreding en overgangsbepaling Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na bekendmaking en werkt terug tot 1 juli 2010. Nota-toelichting
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.