Beleidsregels verhaal Wet werk en bijstand en Wet investeren in jongeren gemeente Bunschoten 2010ALGEMEEN Algemeen Burgemeester en wethouders maken gebruik van de bevoegdheid tot het verhalen van kosten van bijstand en inkomensvoorziening tot de grens van de onderhoudsplicht als bedoeld in Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek: op degene die bij het ontbreken van gezinsverband zijn onderhoudsplicht jegens zijn echtgenoot of minderjarig kind niet of niet behoorlijk nakomt; tot de grens van de onderhoudsplicht als bedoeld in Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek: op degene die zijn onderhoudsplicht na echtscheiding of ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed niet of niet behoorlijk nakomt; tot de grens van de onderhoudsplicht op grond van artikel 395a van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek: degene die zijn onderhoudsplicht niet of niet behoorlijk nakomt jegens zijn meerderjarig kind aan wie bijzondere bijstand is verleend; op degene aan wie de persoon die bijstand of inkomensvoorziening ontvangt of heeft ontvangen een schenking heeft gedaan voor zover bij het besluit op de aanvraag om bijstand of inkomensvoorziening met de geschonken middelen rekening zou zijn gehouden indien de schenking niet had plaatsgevonden, tenzij gelet op alle omstandigheden aannemelijk is dat de schenker ten tijde van de schenking de noodzaak van verlening van bijstand of inkomensvoorziening redelijkerwijs niet heeft kunnen voorzien; op de nalatenschap van de persoon indien: aan die persoon ten onrechte bijstand of inkomensvoorziening is verleend indien sprake is van een situatie als beschreven in de “beleidsregels terugvordering op grond van de Wet werk en bijstand en de Wet investeren in jongeren gemeente Bunschoten 2010” punt 4 onder a en e en voor zover voor het overlijden nog geen terugvordering heeft plaatsgevonden; bijstand of inkomensvoorziening is verleend in de vorm van geldlening of als gevolg van borgtocht. Behoudens in de gevallen als bedoeld in onderdeel e, ten tweede, worden kosten van bijstand of inkomensvoorziening, die meer dan vijf jaar vóór de datum van verzending van het besluit tot verhaal zijn gemaakt, niet verhaald. BEPERKING VERHAAL Beperking verhaal Buiten de gevallen aangegeven in beleidsregel 1 vindt geen verhaal plaats. AFZIEN VAN HET NEMEN VAN EEN VERHAALSBESLUIT Afzien van het nemen van een verhaalsbesluit Burgemeester en wethouders zien af van het nemen van een verhaalsbesluit indien: het op te leggen verhaalsbedrag lager is dan € 50,- per maand daarvoor gelet op de omstandigheden van degene op wie verhaal wordt gezocht of degene die de bijstand ontvangt of heeft ontvangen, dringende redenen aanwezig zijn. KWIJTSCHELDING Kwijtschelding wegens schuldenproblematiek In afwijking van beleidsregel 1 kunnen burgemeester en wethouders, op verzoek van degene op wie verhaald wordt, besluiten gedeeltelijk af te zien van verhaal van kosten van bijstand of inkomensvoorziening voor zover het betreft verschuldigde verhaalsbedragen die op het moment van het besluit opeisbaar zijn, indien: redelijkerwijs te voorzien is dat degene op wie wordt verhaald niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden; redelijkerwijs te voorzien is dat een schuldregeling met betrekking tot alle vorderingen van de overige schuldeisers zonder een zodanig besluit niet tot stand zal komen; en de vordering van de gemeente wegens verhaal van bijstand of inkomensvoorziening ten minste zal worden voldaan naar evenredigheid met de vorderingen van de schuldeisers van gelijke rang. Inwerkingtreding van het besluit tot afzien van verhaal wegens schuldenproblematiek Het besluit tot het gedeeltelijk afzien van verhaal treedt niet in werking voordat een schuldregeling als bedoeld in beleidsregel 4 onder b tot stand is gekomen. Intrekking van het besluit tot afzien van verhaal wegens schuldenproblematiek Het besluit tot het gedeeltelijk afzien van verhaal wordt ingetrokken of ten nadele van de belanghebbende gewijzigd indien: niet binnen twaalf maanden nadat dat besluit is bekendgemaakt, een schuldregeling is tot stand gekomen die voldoet aan de voorwaarden genoemd in beleidsregel 4 onder a, b en c; de belanghebbende zijn schuld aan de gemeente niet overeenkomstig de schuldregeling voldoet; of onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid. BEOORDELING VAN MATE VAN ONDERHOUDSPLICHT Beoordeling mate van onderhoudsplicht Bij de beoordeling van het bestaan van het verhaalsrecht als bedoeld in beleidsregel 1 onder a, b en c en de omvang van het te verhalen bedrag wordt rekening gehouden met de maatstaven die gelden en de omstandigheden die van belang zijn in het geval dat de rechter dient te beslissen over de vraag of en, zo ja, tot welk bedrag een uitkering tot levensonderhoud na echtscheiding, scheiding van tafel en bed of ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed zou moeten worden toegekend. Nihilbeding Een overeenkomst waarbij echtgenoten of gewezen echtgenoten hebben bepaald dat na echtscheiding, scheiding van tafel en bed of ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed, de een tegenover de ander in het geheel niet dan wel slechts tot een bepaald bedrag tot diens levensonderhoud zal zijn gehouden, al dan niet met het beding bedoeld in artikel 159 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, staat niet in de weg aan verhaal op een der partijen en laat de vaststelling van het te verhalen bedrag onverlet. VERHALEN VAN RECHTERLIJKE UITSPRAAK BETREFFENDE LEVENSONDERHOUD Verhalen van rechterlijke uitspraak betreffende levensonderhoud Indien een rechterlijke uitspraak betreffende levensonderhoud verschuldigd krachtens Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek die uitvoerbaar is, niet wordt nagekomen, wordt verhaald in overeenstemming met deze uitspraak. Het besluit tot verhaal wordt in dat geval bij brief medegedeeld aan degene op wie wordt verhaald, met de vermelding het verschuldigde binnen dertig dagen na verzending van de brief te voldoen. WIJZIGING DOOR RECHTER VASTGESTELD BEDRAG LEVENSONDERHOUD Wijziging rechterlijke uitspraak Indien sprake is van gewijzigde omstandigheden kan de gemeente verzoeken het door de rechter vastgestelde bedrag voor levensonderhoud te wijzigen. De gemeente verzoekt de rechter het verhaalsbedrag in afwijking van een rechterlijke uitspraak betreffende levensonderhoud verschuldigd krachtens Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek vast te stellen, indien de rechter: deze uitspraak zou kunnen wijzigen op de gronden genoemd in de artikelen 157 en 401 van dat boek; geen rekening heeft kunnen houden met alle voor de betrokken beslissing in aanmerking komende gegevens en omstandigheden betreffende beide partijen. een verzoek als bedoeld in de aanhef van deze beleidsregel en onder a en b wordt niet gedaan indien het te verhalen bedrag niet meer dan € 100,-- per maand hoger is dan het reeds vastgestelde bedrag zulks ter voorkoming van onredelijke verhaalsprocedures bij de rechter. INHOUD VAN HET VERHAALSBESLUIT Inhoud van het verhaalsbesluit Een besluit tot verhaal op grond van beleidsregel 1 wordt door het college aan degene op wie verhaal wordt gezocht medegedeeld. Het besluit vermeldt het bedrag of de bedragen waarvan, evenals de termijn of termijnen waarbinnen, betaling wordt verlangd. Bij verhaal op de nalatenschap wordt de mededeling gericht tot de langstlevende echtgenoot of een der erfgenamen die geacht kan worden bij de afwikkeling van de nalatenschap te zijn betrokken. HERONDERZOEK Heronderzoek Indien bij de vaststelling van het verhaalsbedrag rekening is gehouden met bepaalde verplichtingen, waardoor het verhaalsbedrag lager is vastgesteld, verrichten burgemeester en wethouders een onderzoek naar de hoogte van het inkomen op het moment waarop naar verwachting de verplichting/verplichtingen niet langer aan de orde zal/zullen zijn. Verder wordt een onderzoek naar de hoogte van het inkomen verricht indien er (andere) gerechtvaardigde aanwijzingen/verwachtingen zijn op grond waarvan aangenomen kan worden dat het verhaalsbedrag niet meer in overeenstemming is met de draagkracht. Indien het inkomen daartoe aanleiding geeft wordt als gevolg van het inkomensonderzoek de betalingsverplichting gewijzigd vastgesteld. Er wordt niet overgegaan tot het gewijzigd vaststellen van een verhaalsbedrag indien de draagkracht niet meer dan € 100,- per maand hoger blijkt te zijn dan het reeds vastgestelde verhaalsbedrag. VERHAAL IN RECHTE Verhaal in rechte Indien de belanghebbende niet uit eigen beweging bereid is de verlangde gelden aan de gemeente te betalen dan wel niet of niet tijdig tot betaling daarvan overgaat, besluiten burgemeester en wethouders tot verhaal in rechte. Burgemeester en wethouders zien af van verhaal in rechte indien het te verhalen bedrag een bedrag van € 1.000,- niet te boven gaat. BESLAGLEGGING Beslaglegging Indien de belanghebbende niet bereid blijkt de door de rechter vastgestelde bijdrage voor levensonderhoud te voldoen dan wordt die uitspraak tenuitvoergelegd door middel van executoriaal beslag overeenkomstig de artikelen 479b tot en met 479g van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. INVORDERINGSKOSTEN Invorderingskosten Indien met de invordering van de verhaalsbijdrage (externe) kosten gemoeid gaan (zoals bijvoorbeeld deurwaarderskosten) wordt de verhaalsbijdrage met die kosten verhoogd en worden deze kosten derhalve ook op de verhaalsplichtige verhaald. AFZIEN VAN INVORDERING Afzien van invordering Indien daadwerkelijke invordering niet of slechts na heel veel inspanning te realiseren is (omdat bijvoorbeeld derdenbeslag niet mogelijk is) wordt van invordering afgezien indien de vordering € 250,-- of minder bedraagt. De verhaalsvordering word in dat geval afgeboekt. OVERIGE BEPALINGEN Nadere invulling van beleid Burgemeester en wethouders kunnen deze beleidsregels nader uitwerken in een beleidsnotitie inzake verhaal van verleende bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand of inkomensvoorziening ingevolge de Wet investeren in jongeren. Inwerkingtreding en werkingsduur Deze beleidsregels treden in werking met ingang van 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.