Integraal Verkeersbeleidsplan Gemeente BunschotenSAMENVATTING Het ‘Integraal Verkeersbeleidsplan’ (IVBP) geeft de kaders weer voor het verkeers(veiligheids)beleid van de gemeente Bunschoten voor de periode 2007-
(2). Op de andere locaties heeft één ongeval plaatsgevonden in de laatste drie jaar. In bijlage 3 zijn de ongevallen per jaar weergegeven. Figuur 25 Belangrijkste ongevallenlocaties Bunschoten (2003 – 2006), in de bijlage zijn de jaren afzonderlijk weergegeven De meeste ongevallen met als gevolg doden of ziekenhuisgewonden zijn aanrijdingen in de flank. De leeftijd van de slachtoffers is zeer divers. De meeste ernstige slachtoffers vallen in de categorie langzaam verkeer (bromfiets, fiets en voetganger). Omdat er in vier jaar tijd slechts veertien ongevallen met gevolg doden of ziekenhuisgewonden zijn voorgekomen, is het moeilijk aan te geven of dit toevallig was of dat de locaties moet worden aangepakt. In de periode 2003 – 2006 hebben vier dodelijke ongevallen plaatsgevonden, namelijk: Bachlaan-Bikkersweg; Groen van Prinsterersingel; Vaartweg-Gasthuisweg; Vaartweg (net buiten Eemdijk). De oorzaak van deze ongevallen was het niet verlenen van voorrang en de ongevallen vonden overdag plaats. Het aantal dodelijke ongevallen is zeer gering en verspreid over de gemeente. Er is daarom geen aanwijsbare oorzaak en er is sprake van toeval. Natuurlijk dient de kans op ongevallen zoveel mogelijk te worden geminimaliseerd. Bij de zes locaties waar de meeste ongevallen zijn gebeurd, zijn de volgende verbeteringen uitgevoerd of worden de volgende verbeteringen voorgesteld: 1 Vaartweg-Gasthuisweg Wordt gereconstrueerd. Snelheidsverlaging naar 60 km/u en aanleg plateau. 2 Rotonde Bikkersweg, Westsingel Fietsers duidelijker in de voorrang plaatsen door rood asfalt en borden (zie hoofdstuk 4). 3 Kruispunt Brahmslaan, Westsingel Kruispunt vervangen door rotonde (zie hoofdstuk 4). 4 Groen van Prinsterersingel Reconstructie heeft in 2003 plaatsgevonden, het aantal ongevallen is daarna afgenomen. Blijven monitoren. 5 Kruispunt Molenstraat, Spuistraat Kruispunt is een aantal jaren geleden al gereconstrueerd. Hier lijken verkeerskundig geen verbeteringen mogelijk. Blijven monitoren. 6 Kruispunt Broerswetering, Groen van Prinsterersingel Er is inmiddels een plateau gerealiseerd. In de zomer van 2007 hebben twee zware ongevallen plaatsgevonden op de Vaartweg en in december 2007 een zwaar ongeval op de Groen van Prinsterersingel. Het risico van dergelijke ongevallen kan mogelijk door het reconstrueren van infrastructuur worden verkleind. Het gedeelte van de Vaartweg tot aan de bebouwde kom grens van Bunschoten wordt opnieuw ingericht. Deze weg krijgt een maximale snelheid van 60 km/uur in plaats van 80 km/uur. Ook voor de overige kruispunten van de Vaartweg is een voorstel voor een reconstructie in voorbereiding. Op de Groen van Prinsterersingel kan de mate van verlichting een rol hebben gespeeld. Dit wordt nader onderzocht. Beleidsvoorstel: Ieder jaar monitoren van de ongevalscijfers. Vaartweg volledig inrichting als 60 km/u. Aanpakken voorrang fietser op de Rotonde Bikkersweg, Westsingel en op de Brahmslaan met de Westsingel. 7.2 SNELHEIDSREMMENDE MAATREGELEN ‘Duurzaam Veilig’ begint met een ruimtelijk ordeningsbeleid dat gericht is op het creëren van een verkeersveilige omgeving. In de hoofdstukken 4 en 5 is beschreven hoe het fiets- en wegennet worden opgebouwd en vormgegeven. Daarbij is uitgegaan van een duurzaam veilige verkeersstructuur en vormgeving: een duidelijk onderscheid tussen verkeersaders en verblijfsgebieden; een bijbehorende vormgeving van hoofdwegen en verblijfsgebieden; een duidelijk en veilig vormgegeven fietsnetwerk met veilige kruispunten. De juiste categorisering van wegen en de bijbehorende vormgeving completeert de duurzaam veilige infrastructuur. In een aantal verblijfsgebieden zijn nog maatregelen nodig om te voldoen aan de uitgangspunten voor 30 km-gebieden. Er is nog geen beleid over hoe deze 30 km-gebieden dienen te worden ingericht. De afgelopen jaren bepaalde het gevoel van onveiligheid van bewoners of er in een bepaald verblijfsgebeid drempels werden aangelegd. Bewoners dienden hiervoor een verzoek in bij de gemeente. Met een enquête werd bepaald hoeveel bewoners drempels wensten. In principe werd geluisterd naar de meerderheid van de stemmen. Dit heeft geresulteerd in een grote verscheidenheid aan oplossingen en mensen zijn ‘drempelmoe’. In de gemeente liggen veel verschillende soorten drempels. Daarnaast liggen in sommige wijken bijna helemaal geen drempels en in andere wijken juist weer heel veel. Drempels hebben ook nadelen zoals trillingen en geluid (vrachtwagens). Er is behoefte aan een duidelijk beleid over de toepassing van snelheidsremmende maatregelen in de verkeersgebieden, kortom: hoe zorgen we dat de 30 km-gebieden ook daadwerkelijk als zodanig worden gebruikt? Het beleid voor 30 km-gebieden kan op diverse manieren worden vormgegeven, van zeer sober tot heel uitgebreid. De mogelijkheden zijn in te delen in vijf niveaus: Bebording en strepen op de weg. Vorige niveau met incidentele snelheidsremmende maatregelen. Vorige niveau met uitritconstructies. Vorige niveau met plateaus op locaties met meerdere ongevallen. Vorige niveau met alle kruisingen als plateaus, maximale rechtsstand 90 meter, asfalt wordt klinkerverharding. Niveau vijf is het meest veilig, maar betekent ook een grote investering. Gezien het huidige niveau van verkeersveiligheid van de gemeente Bunschoten is deze investering niet nodig. Er moet per locatie worden beoordeeld welk niveau in de gemeente wel nodig en gewenst is. Hierbij moet rekening worden gehouden met de huidige snelheid van het verkeer en de mate van overschrijding van de 30 km per uur. In ontwikkelingsgebieden als Kortelanden dient direct bij de inrichting van het gebied rekening te worden gehouden met de uitgangspunten van Duurzaam Veilig. Belangrijk hierbij is dat ook alternatieven voor drempels worden overwogen, zoals plateaus, chicanes, versmallingen, asverspringingen en druppels. Beleidsvoorstel: Een aantal gebieden wordt nog volgens de principes van Duurzaam Veilig ingericht. De maatregelen per gebied zullen afhangen van snelheidsovertredingen, type verkeer, (bijna)ongevallen, klachten, aanwezigheid van voorzieningen (bijvoorbeeld scholen). Per gebied wordt bepaald waar welke type snelheidsremmende maatregelen en oversteekvoorzieningen nodig zijn. 7.3 EDUCATIE EN HANDHAVING ‘Duurzaam Veilig’ richt zich niet alleen op infrastructuur, maar ook op educatie en voorlichting. De voorstellen in dit IVBP bieden de mogelijkheid voor een duurzaam veilige structuur. Een blijvende inspanning op de mensgerichte kant blijft noodzakelijk. Het menselijk gedrag is positief te beïnvloeden door: voorlichting; permanente educatie; handhaving op specifieke locaties en doelgroepen. Voorlichting en educatie Aanvullend op de inrichting van een verkeersveilige infrastructuur is aandacht nodig voor gedrag, voorlichting en educatie. Naast de lokale initiatieven en acties wordt hiervoor ook in regionaal verband ondersteuning geboden. De acties richten zich op infrastructuur, voorlichting en handhaving op een aspect van de verkeersonveiligheid. Voorbeelden hiervan zijn de verkeerseducatie op het voorgezet onderwijs, maar ook schoolomgevingsprojecten en de actie controle fietsverlichting. Permanente educatie In regionaal verband worden programma’s opgesteld waarbij voor elke leeftijds- en gebruikersgroep specifiek aandacht wordt besteed aan hun verkeersomgeving. De gemeente Bunschoten is al actief bij deze regionale initiatieven aangesloten. Voorbeelden zijn: basisonderwijs: wij gaan weer naar school, schoolroutes, verkeersonderwijs, verkeersexamen; middelbaar onderwijs: ‘Effe Chillen’ (scooters), fietsverlichtingsacties, schoolroutes; jonge automobilisten: alcohol/uitgaan, voertuigbeheersing, snelheid; oudere automobilisten: BROEM-cursus. SportBOB SportBOB is een alcohol-matigingsproject dat van start gaat in de gemeente Bunschoten. Het project SportBOB wordt opgezet omdat van de voertuigbestuurders die onder invloed worden aangehouden door de politie of bij een ongeval betrokken raken, 8 procent uit sportkantines komt. Door bewustmaking van het gebruik van alcohol in de kantines, wil het Regionaal Orgaan Verkeersveiligheid (ROV) bereiken dat de verenigingen een actief matigingsbeleid inzetten waarbij vooral wordt gelet op degenen die nog een voertuig moeten besturen. Het project kent diverse partners, namelijk het ROV (Regionaal Orgaan Verkeersveiligheid), de KNVB (koninklijke Nederlandse Voetbal Bond), Centrum Maliebaan (centrum voor verslavingszorg in de provincie Utrecht), Adviesbureau Lameijer, De Grift (Gelders centrum voor verslavingszorg) en diverse gemeenten waaronder de gemeente Bunschoten. De pilot richt zich nu op het drinken van alcohol in voetbalkantines. Vanaf volgend jaar wordt het project breder getrokken in de provincie en wordt ook gekeken naar sportkantines bij andere takken van sport. De pilot bestaat uit drie fases. In fase 1 wordt per gemeente een presentatie gegeven aan leden van barcommissies en bestuurders van sportverenigingen. In die presentaties wordt uitleg gegeven over de pilot en voorlichting gegeven over wat alcohol, drugs en medicijnen met de mens doen. Vervolgens wordt uiteengezet wat de partners van het project individueel (maar in een door het ROV gecoördineerde actie) kunnen bijdragen om de verenigingen hierin te ondersteunen. In fase 2 worden er campagneteams ingezet om BOB materiaal uit te zetten bij de verenigingen op een dag dat er wordt gespeeld. Zo zien bestuurders, barvrijwilligers en leden op diverse manieren geregeld BOB materiaal terug. Uiteindelijk wil het ROV in fase 3 bereiken dat zelfs de bestuursreglementen worden aangescherpt, het toezicht wordt verbeterd en de handhaving wordt aangehaald. Overige acties In de gemeente Bunschoten wordt in het kader van het fietsverkeersexamen de film ‘Met Peter fiets je beter’ getoond. In deze film komen verschillende verkeerssituaties in en rond de gemeente Bunschoten-Spakenburg aan de orde. De gemeente Bunschoten werkt ook samen met het Sportloket Bunschoten en het vrijwilligers steunpunt. In 2006 hebben 250 vrijwilligers de IVA-cursus (instructiecursus verantwoord alcoholgebruik) gevolgd. De vrijwilligers ontvangen allemaal een certificaat. Verder zijn de acties als de bordenontwerpwedstrijd en de 30 km/u campagne succesvol gebleken en deze moeten worden voortgezet. Handhaving Het afdwingen van gewenste gedrag is niet te vermijden. Infrastructuur, voorlichting en educatie vormen weliswaar de solide basis voor verkeersveiligheid en verkeersveilig gedrag, maar handhaving blijft nodig. Het is van belang om deze handhaving selectief in te zetten vanwege de beperkte capaciteit. De gemeente Bunschoten wil op basis van de geregistreerde onveiligheid, klachten en wensen in overleg met de politie zorgen voor een afgewogen handhavingprogramma. Zowel bij de aanpak van de infrastructuur als bij de educatie en handhaving bepaalt het belang van de zwakke verkeersdeelnemers (scholieren, fietsers, ouderen) in hoge mate het belang van de te nemen maatregelen. Beleidsvoorstel: Afstemmen handhaving met politie. Educatie en voorlichting voortzetten. 7.4 SNELHEID Op enkele plaatsen in de gemeente, zoals de Westsingel en de Oostelijke Randweg, wordt te hard gereden. Vooral de Oostelijke Randweg is breed en nodigt hierdoor uit om iets harder te rijden. De herinrichting van de Oostelijke randweg zoals besproken in hoofdstuk 4 zal de snelheid op de Oostelijke randweg doen afnemen. Op de Westsingel zal de gereden snelheid ook lager worden nadat de rotondes zijn aangelegd. Dit zorgt voor meer afremming van het verkeer. 7.5 VERKEERSVEILIGHEID RONDOM SCHOLEN In de gemeente Bunschoten bevinden zich veel scholen. Deze scholen zijn verspreid over de gemeente. Uit de ongevallenanalyse blijkt dat in de afgelopen vier jaar drie basisschoolkinderen en vier middelbare schoolleerlingen bij een ernstig ongeval zijn betrokken. De locaties van deze ongevallen hangen echter niet samen met de locaties van scholen. Er is daarom geen reden om de verkeerssituatie bij de scholen aan te pakken. Wel dient er continu aandacht te zijn voor de verkeersveiligheid bij de scholen, zodat kinderen zich meer bewust zijn van de gevaren en hun gedrag aanpassen. In Bunschoten wordt gebruik gemaakt van verkeersbrigadiers. De bijdrage van deze brigadiers wordt beschouwd als zeer waardevol en belangrijk. Het voorstel is om de inzet van deze brigadiers te handhaven. Verder wordt in overleg met scholen subjectief onveilige verkeerssituaties geanalyseerd. Zo is in het verleden al de kruising Bikkersweg – Beethovenlaan aangepakt. Op deze wijze moet, in overleg met de betrokken scholen, nog twee kwetsbare oversteken op lange termijn nader worden geanalyseerd: Bikkersweg – Molenstraat; Bikkersweg – Prinses Irenestraat. Beleidsvoorstel: Blijvende aandacht voor verkeersveiligheid op scholen. Handhaving inzet verkeerbrigadiers. Nadere analyse van de kwetsbare oversteken aan de Bikkersweg. 8 PARKEREN In de notitie ‘Uitgangspunten IVBP’ zijn de volgende uitgangspunten gedefinieerd voor het thema parkeren: Het handhaven van het gratis parkeren in Spakenburg Centrum, in elk geval in de periode 2006-2010, om de concurrentiepositie van de middenstand ten opzichte van de regio te garanderen. Een nadere analyse van de parkeerproblematiek moet meer inzicht geven in mogelijke oplossingen. De parkeerruimte in het centrum wordt optimaal verdeeld onder bewoners, werknemers en bezoekers. Met name tijdens de piekmomenten in het stadscentrum en op de sportvelden wordt het gebruik van de fiets gestimuleerd, zodat een goede ruimtelijke en financiële balans ontstaat tussen aanbod en gebruik van de parkeervoorzieningen. Voor woonwijken (herkomstgebieden) met een hoge parkeerdruk worden criteria opgesteld voor het al dan niet invoeren van parkeerregulering en/of het uitbreiden van de parkeervoorzieningen voor bewoners. Deze uitgangspunten vormen de basis van het beleid en de in te zetten maatregelen. In dit hoofdstuk zijn deze uitgangspunten verder uitgewerkt. 8.1 PARKEERPROBLEMATIEK 2007 De parkeerproblematiek van de gemeente Bunschoten beperkt zich tot het centrumgebied: de ruit tussen de Talmastraat, de Groen van Prinsterersingel, de Oostsingel en het Eemmeer. In het centrum zijn ongeveer 1.200 parkeerplaatsen. De meeste parkeerplaatsen bevinden zich op straat en in parkeerhavens. 400 plaatsen bevinden zich in de vijf grotere parkeerlocaties: Parkeerterrein bij de voetbalstadions, op 200 meter loopafstand van het winkelcentrum (capaciteit 118 parkeerplaatsen). Peter Dorleijnplein (capaciteit 70 parkeerplaatsen). Visrokersplein (capaciteit 88 parkeerplaatsen). Schansplein (capaciteit 90 parkeerplaatsen). Plein bij de Sluisweg (capaciteit ongeveer 30 parkeerplaatsen). In figuur 26 zijn de parkeerplaatsen weergegeven. In de straten met blauwe lijnen kan op straat of in de parkeerhavens worden geparkeerd. De genummerde gebieden zijn de grote parkeerlocaties. Figuur 26 Parkeervoorzieningen in het centrumgebied In het centrumgebied wordt de parkeerdruk vooral op zaterdag als te groot ervaren. Dit wordt veroorzaakt door een piek in het aantal bezoekers: het bezoek aan de markt valt samen met het bezoek aan de winkels en de voetbalwedstrijden. Op zaterdag neemt de markt ook ongeveer 30 parkeerplaatsen in beslag. Automobilisten die op zoek zijn naar een parkeerplaats en rijden rondjes op de parkeerpleinen. Dit zoekverkeer leidt tot verkeersonveilige situaties. Het autoverkeer wil zo dicht mogelijk bij de winkels en markt parkeren. Zij parkeren ook vaak niet in de vakken. Dit foutparkeren zorgt voor een rommelig straatbeeld en leidt tot meer verkeersonveilige situaties. De parkeerproblematiek in het centrumgebied is in kaart gebracht met een parkeertelling op koopavond (vrijdag), zaterdagochtend en -middag. De parkeerdruk op zaterdag is hoger dan op koopavond. Tussen 15.00 en 15.30 uur was de parkeerdruk het hoogst. Op dat moment was 91 procent van de parkeerplaatsen in het centrumgebied bezet. Figuur 27 Visrokersplein: rommelig straatbeeld en zoekverkeer Uit de parkeertelling blijkt dat de parkeerproblemen zich beperken tot de grote parkeerpleinen en de parkeerplaatsen in de directe omgeving van de winkels en de markt. Op een aantal plaatsen was het aantal auto’s zelfs hoger dan het aantal parkeerplaatsen. In figuur 28 zijn de locaties weergegeven waar meer dan 95 procent van de parkeerplaatsen bezet was. De grote parkeerpleinen hadden ook op koopavond een bezettingsgraad van meer dan 95 procent. De kans op het vinden van een vrije parkeerplek op de pleinen en in de straten met een bezettingsgraad van meer dan 95 procent, is klein. Dit werkt foutparkeren, zoekverkeer en onveiligheid in de hand. Figuur 28 Locaties met een bezettingsgraad 95 procent of meer Een deel van de parkeerplaatsen wordt bezet door bewoners en werknemers, oftewel langparkeerders. Uit de telling van zaterdagochtend bleek dat om 8.00 uur al 75 procent van het aantal parkeerplaatsen op het Peter Dorleijnplein en het Schansplein bezet was. Op het Visrokersplein was 35 procent bezet. Veel parkeerplaatsen op de grote pleinen worden dus gebruikt door bewoners. Om 8.00 uur waren nog er nog 118 van de 278 parkeerplaatsen op de drie pleinen vrij. De meeste winkels openen om 9.30 of 10.00 uur. De markt start ook rond deze tijd. Rond 9.00 uur waren er nog maar 40 parkeerplaatsen beschikbaar op de grote pleinen en om 10.00 uur waren bijna alle parkeerplaatsen bezet. In onderstaande tabel is aangegeven wie op welk tijdstip parkeerde en hoeveel procent van de parkeerplaatsen op de grote pleinen bezet was. Tijd Bezetting Parkeerders 08.00 uur 58% Bewoners 09.00 uur 85% Bewoners, werknemers (voetballers*) 10.00 uur 95% Bewoners, werknemers, bezoekers (voetballers*) * Tijdens de zaterdagochtendmeting waren de parkeerplaatsen bij de Westmaat wegens reconstructie niet beschikbaar. Daardoor was het aantal voetballers dat al rond 9.00 uur parkeerde op de pleinen waarschijnlijk hoger dan onder normale omstandigheden. 8.2 PARKEERBALANS TOEKOMST Het gebied Spakenburg Oost wordt herontwikkeld. Er worden 170 appartementen gebouwd, er komen twee supermarkten (2.750 m2 bvo, de Aldi verplaatst), een parkeergarage en een aantal winkels (2.120 m2 bvo). De parkeergarage wordt medio 2008 opgeleverd en heeft een capaciteit van 337 plaatsen. 115 parkeerplaatsen worden verkocht aan de bewoners van de appartementen en 222 plaatsen blijven beschikbaar voor bezoekers en winkelend publiek. Om een beter beeld te krijgen van de vraag naar parkeerplaatsen in de toekomst is een parkeerbalans opgesteld. Met deze parkeerbalans wordt berekend hoeveel parkeerplaatsen nodig zijn bij de totale omvang van de voorzieningen in het centrum. Uit de parkeerbalans blijkt dat de 222 plaatsen in de garage op zaterdag allemaal bezet worden door bezoekers van het gebied Spakenburg Oost. De garage zorgt daarom niet voor een verlichting van de problematiek in andere gebieden van het centrum. Op koopavond zullen er ongeveer 50 parkeerplaatsen in de parkeergarage overblijven. Dit geeft mogelijk wel een verlichting van de parkeerdruk op de grote parkeerpleinen op koopavond. 8.3 TOEKOMSTSCENARIO’S Uit het parkeeronderzoek blijkt dat de parkeerdruk in het centrum met name op zaterdag hoog is. Daarnaast blijkt dat de parkeergarage tijdens de drukste uren weinig tot geen verlichting van de parkeerdruk zal bieden. De vraag is of en hoe het parkeren moet worden gereguleerd. Hiervoor kunnen diverse scenario’s worden opgesteld. Er zijn vijf scenario’s voor het parkeerregime beschreven. Het is thans niet de bedoeling om een keuze te maken uit één van deze scenario’s. De scenario’s geven inzicht in de mogelijke effecten. De vijf mogelijke toekomstscenario’s zijn: Geen wijzigingen: onbeperkt gratis parkeren op straat en in de parkeergarage. Blauwe zone op straat, onbeperkt gratis parkeren tot 18.00 uur in de garage. Betaald parkeren in de garage, onbeperkt gratis parkeren op straat. Betaald parkeren in de garage, blauwe zone op straat. Betaald parkeren in de garage, betaald parkeren op straat. Ad
- Geen wijzigingen: onbeperkt gratis parkeren op straat en in de parkeergarage Het gratis parkeren zorgt ervoor dat de werknemers ‘s ochtends de beste plaatsen innemen. Dit is zowel het geval op straat als in de parkeergarage. De bezoekers komen later en zullen verder van de winkels en de markt moeten parkeren. De parkeerdruk op de pleinen en in de garage blijft daardoor hoog, er zal zoekverkeer blijven en de verkeersveiligheid verbetert niet. Daarnaast zijn er geen inkomsten van de parkeergarage. In figuur 29 is de verdeling van auto’s op de parkeerpleinen weergegeven. Ad
- Blauwe zone op straat, onbeperkt gratis parkeren tot 18.00 in de garage Een blauwe zone op straat zorgt ervoor dat op straat de parkeerduur wordt beperkt. Langparkeerders zullen daarom ook in de parkeergarage parkeren. Door de beperking van de openingstijd van de garage wordt voorkomen dat bewoners van omliggende woningen in de parkeergarage gaan parkeren. De bezoekers van de winkels in Spakenburg Oost gaan meer parkeren op de omliggende parkeerterreinen. Een aantal parkeerplaatsen in de parkeergarage wordt immers ingenomen door werkers. Ad
- Betaald parkeren in de garage, onbeperkt gratis parkeren op straat Indien er betaald moet worden voor de parkeergarage, zullen werknemers en bezoekers de parkeergarage mijden. Zij kunnen immers gratis parkeren buiten deze garage. Op de parkeerpleinen en op straat nemen de werknemers de beste parkeerplaatsen in. De parkeerdruk op de pleinen wordt hierdoor groter en er wordt meer op straat geparkeerd dan in scenario
- Er ontstaat daardoor extra zoekverkeer en een verkeersonveiligere situatie. Er zullen weinig inkomsten voor de garage zijn. In figuur 31 is de verdeling van auto’s op de parkeerpleinen weergegeven. Ad
- Betaald parkeren in de garage, blauwe zone op straat Zowel op straat als in de parkeergarage is er sprake van een parkeerduurbeperking. Op straat door een blauwe zone waarin maximaal twee uur mag worden geparkeerd. In de parkeergarage wordt de parkeerduur beperkt doordat betaald moet worden voor ieder uur dat wordt geparkeerd. Bezoekers en werknemers zullen net als in het vorige scenario de parkeergarage mijden, omdat men nog steeds een alternatief heeft waar men gratis kan parkeren. Op straat zal extra parkeerruimte voor bezoekers ontstaan, aangezien werknemers niet meer de hele dag in het centrum mogen parkeren. Deze plaatsen worden echter direct ingenomen door bezoekers die niet bereid zijn om te betalen voor de parkeergarage. De parkeerdruk op straat blijft dus groot. De werknemers zullen in de randen rondom het centrum gaan parkeren of met een ander vervoermiddel naar het centrum komen. Als deze maatregelen worden ingevoerd, dient te worden gemonitord waar de werknemers hun auto’s gaan parkeren. Het kan namelijk zijn dat er hierdoor elders een probleem wordt gecreëerd, aangezien werknemers mogelijk hun auto’s in woonwijken gaan parkeren. Er zijn weinig inkomsten voor de garage. In figuur 32 is de verdeling van auto’s op de parkeerpleinen weergegeven. Ad
- Betaald parkeren in de garage, betaald parkeren op straat In het vierde scenario is zowel op straat als in de parkeergarage betaald parkeren ingevoerd. Bezoekers en winkelend publiek zullen de parkeergarage niet meer mijden, aangezien voor alle parkeerplaatsen betaald moet worden. Als gevolg hiervan zullen de bezoekers en werknemers hun keuze voor de auto heroverwegen. Reizen met de fiets of het openbaar vervoer zal immers goedkoper zijn. De werknemers zullen daarnaast hun auto niet de hele dag in het centrum parkeren omdat zij dan ook voor de hele dag moeten betalen. Dit kan verder worden gestimuleerd door differentiatie van het parkeertarief. Zo kan op straat een ander tarief worden gehanteerd dan in de parkeergarage, en kan het tarief voor de eerste twee uur lager zijn dan het tarief voor het derde en vierde uur. In dit scenario is er minder zoekverkeer en zijn er inkomsten van de parkeergarage en het straatparkeren. Zoals in scenario 3 zal ook in dit scenario gemonitord moeten worden waar de werknemers hun auto’s gaan parkeren. In figuur 33 is de verdeling van auto’s op de parkeerpleinen weergegeven. Gevolgen voor bewoners in scenario’s 3 en 4 In de scenario’s 3 en 4 wordt de parkeerduur op straat beperkt. Bewoners moeten hun auto echter wel langer kunnen parkeren op straat en op de pleinen. Daarvoor dient er een parkeervergunning of –ontheffing te worden ingevoerd. Parkeerexploitatie De parkeerexploitatie is afhankelijk van de gehanteerde tarieven, in hoeverre de kosten voor vergunningen worden doorberekend aan de bewoners, de kosten voor het beheer van parkeerapparatuur en de parkeergarage en de handhavingskosten. Deze variabelen kunnen nu nog niet worden ingevuld. Daarvoor moeten de scenario’s eerst verder worden uitgewerkt. Concurrentiepositie middenstand Vaak wordt gedacht dat de concurrentiepositie van de middenstand afhankelijk is van het tarief dat moet worden betaald voor het parkeren. Gratis parkeren lijkt aantrekkelijker voor bezoekers uit andere regio’s dan betaald parkeren. Uit diverse onderzoeken blijkt echter dat dit niet doorslaggevend is voor het aantal bezoekers dat de middenstand trekt. Waar parkeren invloed heeft op koopstromen gaat het veel meer om een tekort aan parkeercapaciteit in de binnenstad, en niet om de prijsstelling van het parkeren. Consument hechten een groter belang aan beschikbare vrije parkeerplaatsen dan aan het betalen voor parkeren, uiteraard mits het parkeertarief als redelijk wordt ervaren. Daarnaast bepalen vooral het winkelaanbod en de bezienswaardigheden of een bezoek wordt gebracht aan een centrum. Beleidsvoorstel: De huidige en toekomstige parkeerproblematiek zijn aanleiding om een vorm van parkeerregulering te overwegen. 8.4 SITUATIE TIJDENS VOETBALWEDSTRIJDEN Voetbalwedstrijden trekken veel publiek. Een deel hiervan komt met de fiets, maar een groot deel ook met de auto. Het parkeerterrein bij de Westmaat is te klein om de auto’s van het voetbalpubliek te herbergen. Er wordt veel op straat geparkeerd buiten de officiële parkeervakken. Dit belemmert het overzicht en de doorstroming van het verkeer. Tijdens één voetbalwedstrijd is een parkeertelling gehouden. Op dat moment was er een tekort van ongeveer 100 parkeerplaatsen (figuur 34): 30 auto’s langs de Westdijk; 20 auto’s op het braakliggend terrein naast het stadion; 25 auto’s op het tijdelijke parkeerterrein; 20 auto’s op ongewenste plekken in de wijk. De bezoekers en voetballers parkeren niet alleen op deze plaatsen. Zij nemen ook plaatsen in van bezoekers op bijvoorbeeld het Peter Dorleijnplein en het Visrokersplein. De piek in de parkeervraag bij voetbalwedstrijden valt samen met de piek voor winkelend publiek. Het is daarom belangrijk het voetbalpubliek niet te laten parkeren op parkeerplaatsen die bestemd zijn voor het winkelend publiek. Figuur 34 Tekort aan parkeerplaatsen tijdens voetbalwedstrijden De vraag naar parkeerplaatsen is berekend aan de hand van theoretische normen (volgens CROW Publicatie 182). Per hectare sportveld geldt een norm van 13 tot 27 parkeerplaatsen. Op basis van het aantal sportvelden zijn tussen de 52 en 108 parkeerplaatsen nodig. Er is ook een norm voor het aantal parkeerplaatsen per zitplaats in een stadion. Per zitplaats geldt een norm van 0,04 (min) tot 0,2 (max) parkeerplaatsen. Volgens deze berekening zouden 120 tot 600 parkeerplaatsen nodig zijn. De telling en de theoretische berekening geven aan dat er een tekort aan parkeerplaatsen is bij de voetbalstadions. Hoe groot dit tekort exact is, dient in een vervolgonderzoek te worden onderzocht. De situatie in Bunschoten is uniek en vergt maatwerk. In het onderzoek dient daarom ook te worden meegenomen waar de bezoekers vandaan komen en in hoeverre gestuurd kan worden op het aantal personen dat met een auto naar de voetbalvelden komt. Er zijn twee oplossingsrichtingen: het aanleggen van een extra parkeerterrein specifiek voor voetbalwedstrijden, bijvoorbeeld door het braakliggend terrein bij velden 3 en 4 van IJsselmeervogels te voorzien van grasklinkers; tijdens wedstrijden een voetbalbusje laten rijden in en om Bunschoten- Spakenburg om de voetbalfans op centrale punten op te halen. Het voorstel is beide opties toe te passen. De parkeervraag is dermate groot, dat deze niet met uitsluitend flankerende maatregelen kan worden gereguleerd. Wel kan worden geprobeerd om de stroom auto’s te verminderen door de inzet van een voetbalbusje. Belangrijk bij de invoering van een dergelijke voorziening is dat deze goed aansluit bij de wensen van de voetballers en het publiek. Denk hierbij aan de prijsstelling en frequentie. De maatregel dient te worden getoetst op financiële haalbaarheid voordat deze wordt ingevoerd. De kosten van een dergelijke dienstverlening moeten worden vergeleken met de kosten van het uitbreiden van parkeercapaciteit en de gederfde inkomsten. De extra parkeerplaatsen zouden namelijk het grootste deel van het jaar leeg staan, en door de functie kan deze grond niet meer worden gebruikt voor andere functies. Beleidsvoorstel: Vervolgonderzoeken parkeerproblematiek voetbalstadions. Aanleggen nieuw parkeerterrein. Maken voorstel voor toepassing voetbalbusje en uitvoeren toets op financiële haalbaarheid hiervan. 8.5 PARKEREN IN WOONWIJKEN EN BEDRIJVENTERREINEN De nadruk van dit IVBP lag op parkeren in het centrum. Ook in woonwijken en op bedrijventerreinen ervaren mensen echter parkeerproblemen. Het is belangrijk om ook deze problemen in kaart te brengen en hierbij de ervaren problemen af te zetten tegen de objectieve problemen. Hierbij is een beslissingsstructuur nodig die helpt bij de beslissing of er extra parkeercapaciteit gerealiseerd moet worden. De volgende stappen dienen hierbij te worden doorlopen: vaststellen van het probleem; vaststellen van de oorzaken; bepalen van de oplossingsrichtingen; maken van de keuze voor een oplossingsrichting; prioritering; financiering van de oplossing; realisatie van de parkeerplaatsen. Nieuwe situaties Bij parkeervraagstukken in nieuwe situaties zoals Rengerswetering, Kortelanden en Oostmaat is het belangrijk dat parkeervraag en –aanbod goed op elkaar zijn afgestemd. Beleidsvoorstel: Opstellen beslissingsstructuur voor parkeren in woonwijken en op bedrijventerreinen. 9 DE MAATREGELEN In dit hoofdstuk is een overzicht gegeven van alle maatregelen benoemd in dit IVBP. Hierbij is een inschatting gemaakt van kosten en urgentie. In paragraaf 2 is aangegeven welke factoren van invloed zijn op de prioritering van de maatregelen en of er een uitvoeringsprogramma kan worden opgesteld. 9.1 INFRASTRUCTURELE MAATREGELEN Tabel 7 toont alle infrastructurele maatregelen die in de gemeente moeten worden genomen. Per maatregel is een inschatting gemaakt van de kosten en is een eerste onderscheid gemaakt tussen urgent en minder urgente maatregelen. De mate van urgentie is gebaseerd op de probleemanalyse: problemen die vaak zijn genoemd, veel zijn ervaren of een grote impact hebben, zijn als urgent betiteld. De kosten zijn ingedeeld in zeven klassen: A: tot € 5.000 B: € 5.000 – € 20.000 C: € 20.000 - € 50.000 D: € 50.000 - € 150.000 E: € 150.000 - € 250.000 F: € 250.000 - € 400.000 G: meer dan € 400.000 Tabel 7 Infrastructurele maatregelen en projectenLocatie Maatregel Kosten Urgent Herinrichting Oostsingel Herinrichten tot erftoegangsweg A. De huidige inrichting is nog niet gericht op 40 km/uur. Snelheidsremmende maatregelen zijn noodzakelijk. Aanleggen fietsstroken en twee plateus. D Westdijk Herinrichten tot erftoegangsweg A. de huidige inrichting is nog niet gericht op 40 km/uur. Aanbrengen twee plateus. B Nijkerkerweg* Aanleggen middeneiland C Bisschopsweg* Aanleggen middeneiland C Zes rotondes in de gemeente Uniformeren rotondes voor fiets: rood asfalt en borden. F x Bikkersweg Herinrichten kwetsbare oversteken aan de Bikkersweg D x Rotondes Westsingel-Brahmslaan Aanleggen rotonde F x Westsingel-Velduil Aanleggen rotonde F x Oostelijke Randweg-De Kleine Pol** Aanleggen rotonde F Oostelijke Randweg-Botter** Aanleggen rotonde F Plateaus Westsingel-De Graafjes Toevoegen plateau C x Westsingel-Schipperskamp Toevoegen plateau C x Oostelijke Randweg-nieuwe aansluitingen met Rengerswetering Toevoegen twee plateaus D Fiets In de hele gemeente Bewegwijzering naar het centrum B In de hele gemeente Toevoegen twee (Oost en West) fietsenstallingen met ongeveer 50 plaatsen C In de hele gemeente Het aantal fietsenrekken uitbreiden op 4-6 locaties in het centrum en bij bushaltes C x Oostelijke Randweg*** Fietspad oostzijde F x Westsingel Verbreden fietspad + aanleggen voetpad F x * Combineren met het voltooien van de recreatieve fietsroute ** Combineren met de aanpak Oostelijke Randweg *** Combineren met realisatie Rengerwetering 9.2 DE NIET-INFRASTRUCTURELE MAATREGELEN EN PROJECTEN Tabel 8 toont alle niet-infrastructurele maatregelen die de gemeente de komende jaren moet nemen. De maatregelen die niet zijn opgenomen, hebben betrekking op onderzoek, monitoring, afstemming en stimulering. Tabel 8 Niet-infrastructurele maatregelen en projectenLocatie Maatregel Kosten Urgent Onderzoek Industrieterrein de Kronkels Op het terrein moet nader onderzoek worden uitgevoerd naar de fietsroute. B x Stoepen in de hele gemeente Opstellen en uitvoeren plan van aanpak voor herzien trottoirbanden om deze geschikt te maken voor rollator- en rolstoelgebruikers. B x Verblijfsgebieden Onderzoek gewenst niveau ‘Duurzaam Veilig’ in verblijfsgebieden en opstellen plan van aanpak per verblijfsgebied. C In de hele gemeente Opstellen parkeerbeleidsplan voor het centrum. C x Bikkersweg Nadere analyse van de kwetsbare oversteken aan de Bikkersweg. B x Fietsnetwerk in de gemeente Opstellen plan van aanpak voor voltooien fietsnetwerk. B Monitoring In de hele gemeente Monitoren van autoverkeer (met name op de Oostelijke Randweg). B x Talmastraat* Moet een erftoegangsweg A blijven ondanks de toename van het verkeer. Mogelijk kleine aanpassingen nodig, is afhankelijk van de toename van het verkeer door oplevering Rengerswetering. A Zuidwenk (tussen de stenen brug en de Oostsingel)* Moet een erftoegangsweg A blijven ondanks de toename van het verkeer. Mogelijk kleine aanpassingen nodig, is afhankelijk van de toename van het verkeer door oplevering Rengerswetering. A In de hele gemeente Monitoren fietsverkeer. A x In de hele gemeente Monitoren ongevalcijfers. A x In de gehele gemeente In kaart brengen verkeerslawaai. B Stimuleringsmaatregelen fiets In de hele gemeente Campagne ‘Goed stallen’. A In de hele gemeente Stimuleringsactie fiets. B x Overig Provinciale weg Overleg met de provincie over maatregelen provinciale weg. A Routes OV Overleg met vervoerder over de route van de bussen. A In de hele gemeente Opstellen plan van aanpak voor handhaving v