Huisvestingsverordening 2007 Gemeente LeidenHuisvestingsverordening 2007 van de gemeente Leiden (huisvestingsverordening 2007) HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel1BEGRIPSBEPALINGEN De leden van dit artikel zijn in alfabetische volgorde geplaatst: besluit: het Huisvestingsbesluit; doorstromer: een woningzoekende die als legale hoofdbewoner over een zelfstandige woonruimte in de huursector in de regio Leiden beschikt, welke op het moment van inschrijven als woningzoekende een huurprijs heeft tot de huurprijsgrens, en deze leeg achterlaat voor verkoop of verhuur; economisch gebondene: een persoon met een binding aan de gemeente Alkemade of Zoeterwoude, daarin gelegen dat die persoon, met het oog op de voorziening in het bestaan, een redelijk belang heeft zich in de gemeente Alkemade respectievelijk Zoeterwoude te vestigen, met dien verstande dat een economische binding en elk geval wordt aangenomen ten aanzien van personen die voor de voorziening in het bestaan zijn aangewezen op het duurzaam verrichten van arbeid binnen of vanuit de gemeente Alkemade respectievelijk Zoeterwoude; eigenaar: degene die bevoegd is tot het in gebruik geven van een woonruimte of een gebouw; financiële indicatie: indien men kan aantonen dat men door omstandigheden buiten eigen toedoen niet meer in staat is de woonlasten te voldoen welke indicatie in ieder geval aanwezig wordt geacht indien van gemeentewege een woonkostentoeslag met verhuisplicht wordt verstrekt; huishouden: een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren of willen gaan voeren; huisvestingsvergunning: de vergunning bedoeld in artikel 7 van de wet; huurprijs: de subsidiabele huurprijs per maand zoals bedoeld in de Huursubsidiewet; huurprijsgrens: de subsidiabele huurprijs per maand zoals genoemd in artikel 13 sub 1, sub a, van de Huursubsidiewet; ingezetene: degene die in het persoonsregister van de gemeente Alkemade of Zoeterwoude is opgenomen, en feitelijk in deze gemeente hoofdverblijf heeft in een voor permanente bewoning aangewezen woonruimte; inkomen: het belastbaar inkomen, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 dan wel, indien geen aanslag in de inkomstenbelasting is of wordt vastgesteld, het zuiver loon, bedoeld in art. 9 van de Wet op de loonbelasting 1964, of een op vergelijkbare wijze bepaald bedrag. Voor de bepaling van het totale inkomen wordt uitgegaan van het laatstelijk voor die vergunningverlening bekende inkomen van elk van de leden van het betrokken meerpersoonshuishouden en blijven de negatieve inkomens en de inkomens van inwonende kinderen, pleegkinderen en kleinkinderen van de huurder die op 1 januari van het jaar waarin de vergunning wordt verleend 26 jaar of jonger zijn, buiten beschouwing; inwoning: het bewonen van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden in gebruik is genomen; koopprijs: de prijs die voor de enkele koop van een woonruimte daadwerkelijk is of zal worden betaald; koopprijsgrens: het grensbedrag als bedoeld in artikel 6 derde lid van de wet, waar beneden een huisvestingsvergunning is vereist. Voor de gemeenten Alkemade en Zoeterwoude geldt het grensbedrag als bedoeld in artikel 6, vierde lid, van de wet waar beneden een huisvestingsvergunning is vereist en wel € 113.445; maatschappelijk gebondene: de persoon met een binding aan de gemeente Alkemade of Zoeterwoude, daarin gelegen dat die persoon een redelijk met de plaatselijke samenleving verband houdend belang heeft zich in de gemeente Alkemade respectievelijk Zoeterwoude te vestigen, met dien verstande dat een maatschappelijke binding in elk geval wordt aangenomen ten aanzien van personen die gedurende de voorafgaande tien jaar tenminste zes jaar onafgebroken ingezetene zijn geweest van de gemeente Alkemade respectievelijk Zoeterwoude of zich uit het persoonsregister van de gemeente Alkemade respectievelijk Zoeterwoude heeft laten uitschrijven om elders een dagstudie te volgen en deze studie maximaal drie maanden voor de datum van de indiening van de aanvraag heeft beëindigd; medische indicatie: een door de regionale urgentiecommissie geaccepteerde schriftelijke verklaring van de GGD te Leiden of een andere door burgemeester en wethouders aan te wijzen instantie waaruit de medische noodzaak tot verhuizen blijkt; onttrekken: het geheel of gedeeltelijk onttrekken van woonruimte aan de bestemming tot bewoning, het samenvoegen van woonruimten en het omzetten van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte; onttrekkingsvergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 30 van de wet; onzelfstandige woonruimte: woonruimte, niet zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte; ouderenwoning: een woonruimte die specifiek bestemd is voor bewoning door personen van 65 jaar en ouder; (psycho)sociale indicatie: een door de regionale urgentiecommissie geaccepteerde schriftelijke verklaring van de GGD te Leiden of een andere door burgemeester en wethouders aan te wijzen instantie waaruit de (psycho)sociale noodzaak tot verhuizen blijkt; recreatiewoning: een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat blijkens het ter plaatse geldende bestemmingsplan slechts is bestemd voor recreatief verblijf en waar derhalve geen permanente bewoning is toegestaan; regio Leiden: het grondgebied van de gemeenten Alkemade, Leiden, Leiderdorp, Oegstgeest, Voorschoten en Zoeterwoude; regionale urgentiecommissie: een door de colleges van burgemeester en wethouders van de betrokken gemeenten en het Regionaal Overleg Woningcorporaties ingestelde onafhankelijke commissie, bestaande uit vertegenwoordigers namens de betrokken gemeenten en woningcorporaties, die op basis van mandaat van de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten, besluit over de urgentieaanvraag van woningzoekenden en de toepassing van de hardheidsclausule; seniorenwoning: een woonruimte bestemd voor bewoning door personen van 55 jaar en ouder; Sociaal Statuut: het stedelijk kader voor instrumenten bij sloop en collectieve ingrijpende woningverbetering waarover corporaties, huurdersorganisaties en de gemeente Leiden overeenstemming hebben bereikt. Het Sociaal Statuut is onverkort van toepassing op de in dit artikel onder 29 genoemde personen; splitsen: het verdelen van het eigendom van een woongebouw in meerdere afzonderlijke appartementsrechten als bedoeld in artikel 106, eerste en derde lid, van boek 5 van het Burgerlijk Wetboek; splitsingsvergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 33 van de wet; spijtoptanten zijn huurders die gedwongen de woning hebben moeten ontruimen door sloop, ingrijpende woningverbetering of samenvoeging, een woning buiten de wijk hebben betrokken en niet kunnen aarden in hun nieuwe woonomgeving. Spijtoptanten kunnen een beroep doen op de urgentieprocedure. Er zal dan getoetst worden of er omstandigheden zijn die terugkeer naar de oude wijk nodig maken. Daarbij wordt onder andere gekeken naar sociale omstandigheden; stadsvernieuwingsurgent: de persoon die in het bezit is van een namens burgemeester en wethouders door de regionale urgentiecommissie afgegeven stadsvernieuwings-urgentieverklaring; stadsvernieuwingsurgentie-verklaring: een door de urgentiecommissie namens burgemeester en wethouders afgegeven verklaring waarbij woningzoekende vanaf de in het Sociaal Statuut genoemde peildatum tot de datum van sloop/ ingrijpende woningverbetering onder de daarin gestelde voorwaarden, voorrang krijgen bij de toewijzing van woonruimte: standplaats: een kavel, bestemd voor het plaatsen van een woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere instellingen of van gemeenten kunnen worden aangesloten; starter: de woningzoekende die niet voldoet aan de definitie van doorstromer; urgente: de persoon die in het bezit is van een namens burgemeester en wethouders door de regionale urgentiecommissie afgegeven urgentieverklaring; urgentieverklaring: een door de urgentiecommissie namens burgemeester en wethouders afgegeven verklaring waarbij de woningzoekende gedurende een in de verklaring genoemde periode onder de daarin gestelde voorwaarden, voorrang verkrijgt bij de toewijzing van woonruimte; wet: de Huisvestingswet (Stb, 1992, 548); woningzoekende: het huishouden dat in het register als bedoeld in artikel 10 is ingeschreven respectievelijk ingeschreven wil worden; woonduur: de onafgebroken periode gedurende welke een woningzoekende de huidige woonruimte zelfstandig bewoont en op dat adres ingeschreven staat in de Gemeentelijke Basis Administratie; woonwagen: voor bewoning bestemd gebouw dat is geplaatst op een standplaats en dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst; woonruimte: een besloten ruimte welke een eigen toegang heeft en welke door een huishouden kan worden bewoond zonder dat dit afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte; zoekprofiel: een omschrijving van de vereiste woonruimte, de huurklasse en de gemeente waarop een urgent woningzoekende met voorrang mag reageren; zoekprofiel stadsvernieuwingsurgenten: woningtype, woninggrootte en huurprijsniveau waarvoor men met de stadsvernieuwingsurgentie in aanmerking komt zoals vermeld wordt in het Sociaal Statuut onder de begripsomschrijving passende woning. Artikel2Werkingsgebied Het bepaalde in deze verordening (in de gemeente Leiden alleen de hoofdstukken II en III van deze verordening) is uitsluitend van toepassing op woonruimten met een koopprijs beneden de koopprijsgrens dan wel met een huurprijs beneden de huurprijsgrens, met uitzondering van: een woonruimte als bedoeld in artikel 6, lid 1, van de wet (inwoning, woonwagen, woonschip, bejaardenoord); een onzelfstandige woonruimte; woonruimte in beheer bij de Stichting Leidse Studentenhuisvesting; een recreatiewoning; een stacaravan op een recreatieterrein. HOOFDSTUKIIHUISVESTINGSVERGUNNING Artikel3Vergunningvereiste [vervallen] Artikel4Aanvragen van een huisvestingsvergunning [vervallen1] Artikel5Criteria voor vergunningverlening [vervallen1] Artikel6Nieuwbouw-koopwoningen [vervallen] Artikel7Intrekking [vervallen1] Artikel8Passendheid [vervallen1] HOOFDSTUKIIILEEGMELDING Artikel9Melding van leegstand 1.Zodra de leegstand van woonruimte langer duurt dan twee maanden is de eigenaar verplicht daarvan melding te doen aan burgemeester en wethouders. 2.Een woonruimte als bedoeld in het eerste lid wordt geacht ter beschikking te zijn gekomen wanneer: degene die de woonruimte in gebruik heeft aan de eigenaar het gebruik daarvan heeft opgezegd; de eigenaar aan degene die de woonruimte in gebruik heeft het gebruik daarvan heeft opgezegd en vaststaat dat ontruiming rechtens mogelijk is; de woonruimte is ontruimd, anders dan onder b; de woonruimte als zodanig niet langer in gebruik is, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat dit slechts voor korte tijd het geval is; op enigerlei andere wijze is gebleken dat een woonruimte te huur of - vrij van huur - te koop is. 1.Burgemeester en wethouders noteren de ingevolge het eerste lid aangemelde woonruimten in het leegstandregister. 4.Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om voor delen van de woningvoorraad de verplichting van melding van leegstaande woningen, zoals vermeld in het eerste lid, ontheffing te verlenen. HOOFDSTUKIVINSCHRIJVING EN UITSCHRIJVING ALS WONINGZOEKENDE Artikel10Register van woningzoekenden [vervallen1] HOOFDSTUKVRANGORDE EN URGENTIE Artikel11Rangordebepaling [vervallen1] Artikel12Urgentie: inschrijving en urgentiebepaling [vervallen1] HOOFDSTUKVISTANDPLAATS WOONWAGEN/LIGPLAATS WOONSCHIP Artikel13Standplaatsen [Vervalt in de Leidse Huisvestingsverordening.] Artikel14Ligplaatsen [Vervalt in de Leidse Huisvestingsverordening.] HOOFDSTUKVIIWIJZIGING SAMENSTELLING WONINGVOORRAAD A.ONTTREKKINGSVERGUNNING Artikel 15 Vergunningvereiste Het is verboden om zonder onttrekkingsvergunning een woonruimte, aangewezen in artikel 2: geheel of gedeeltelijk aan de bestemming tot bewoning te onttrekken; met andere woonruimte samen te voegen; van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte om te zetten. Het bepaalde in het eerste lid is van toepassing ten aanzien van het geheel of gedeeltelijk onttrekken van woonruimte aan de bestemming tot bewoning: op woonruimten met een koopprijs beneden de koopprijsgrens dan wel met een huurprijs beneden de huurprijsgrens; ten aanzien van het samenvoegen van woonruimten: op woonruimten met een koopprijs beneden de koopprijsgrens dan wel met een huurprijs beneden de huurprijsgrens; ten aanzien van het omzetten van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte: op alle zelfstandige woonruimten. Artikel 16 Tijdelijke vergunningen op naam Indien een beoogde onttrekking betrekking heeft op het gebruik van de woonruimte voor een andere doel dan permanente bewoning door een huishouden en deze onttrekking voorziet in een tijdelijke behoefte, kan slechts een tijdelijke vergunning worden verleend, met dien verstande dat de vergunning wordt verleend voor een in de vergunning aan te geven maximale termijn, welke niet langer kan zijn dan vijf jaar en ten hoogste eenmaal voor maximaal vijf jaar kan worden verlengd. Een tijdelijke vergunning heeft slechts betrekking op de aanvrager (de vergunninghouder) en is niet vatbaar voor overdracht aan derden. Artikel 17 Criteria voor vergunningverlening 1.Onverminderd het bepaalde in lid 2, wordt een vergunning verleend, tenzij het belang van het behoud of de samenstelling van de woonruimtevoorraad groter is dan het met het onttrekken aan de bestemming tot bewoning gediende belang en het belang van het behoud of de samenstelling van de woonruimtevoorraad niet door het stellen van voorwaarden en voorschriften, als bedoeld in artikel 18, voldoende kan worden gediend. 2.Onverminderd het bepaalde in het voorgaande lid wordt een vergunning voor omzetting van zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte, als bedoeld in artikel 15 lid 1 onder c, indien vaststaat of redelijkerwijs moet worden aangenomen, dat verlening van de vergunning zou leiden tot een ontoelaatbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van het gebouw waarop de aanvraag betrekking heeft en deze inbreuk niet voorkomen kan worden door het stellen van voorwaarden en voorschriften als bedoeld in artikel 18 lid 3, geweigerd in het belang van het behoud en de samenstelling van de woonruimtevoorraad als bedoeld in het voorgaande lid. Artikel18Voorwaarden en voorschriften 1.Burgemeester en wethouders kunnen in het belang van het behoud of de samenstelling van de woonruimtevoorraad voorwaarden of voorschriften verbinden aan een vergunning met inachtneming van de volgende twee leden. 2.De in lid 1 genoemde voorwaarden en voorschriften kunnen uitsluitend, behoudens het bepaalde in lid 3, betrekking hebben op reële compensatie (realisatie van vervangende woonruimte die aan de bestaande voorraad woonruimten wordt toegevoegd) of financiële voorwaarden ten behoeve van reële compensatie. 3.Onverminderd het bepaalde in het voorgaande lid kunnen burgemeester en wethouders, indien de vergunning betrekking heeft op omzetting van zelfstandige naar onzelfstandige woonruimte, zoals bedoeld in artikel 15 lid 1 onder c, in het belang van een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van het gebouw waarop de aanvraag betrekking heeft, voorwaarden en voorschriften verbinden aan de vergunning. Artikel18AOnttrekking ten behoeve van huisartspraktijk (Vervallen) Artikel19Aanvragen van een onttrekkingsvergunning De aanvraag voor een onttrekkingsvergunning wordt ingediend bij burgemeester en wethouders en bevat in ieder geval het volgende: naam, adres, geboortedatum en geboorteplaats van de aanvrager; indien voor de behandeling van de aanvraag een gemachtigde is aangewezen: diens naam en adres; straat, huisnummer(s), kadastrale aanduiding(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.