← Nederland

Monumentenverordening Landerd 2004 (Landerd)

Monumentenverordening Landerd 2004Agendapunt: Vaststelling Monumentenverordening Landerd 2004 De raad van de gemeente Landerd; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van Landerd d.d. 2 december 2003; gelet op artikel 149 van de gemeentewet en de artikelen 12, 14 en 15 van de Monumentenwet 1988; B E S L U I T: vast te stellen de volgende Monumentenverordening Landerd 2004 HOOFDSTUK1Algemene bepalingen Artikel1Begripsbepalingen Deze verordening verstaat onder: monument: zaak die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of (cultuur)historische waarde; daaronder mede te verstaan objecten, zijnde alle zaken, bouwwerken, panden, elementen, wegen, paden, singels, bermen, bruggen, sluizen, waterpartijen- en lopen, natuurlijke elementen en structuren, tuinen, bomen en boomgroepen, erf- en gebiedsbegrenzingen, grafheuvels, bodem en bodeminhoud. Voorts vaar- en voertuigen, apparaten, onderdelen, instrumenten en dergelijke die mogelijk onderwerp van bescherming kunnen zijn en voor zover deel uitmakend van een onroerende zaak. terrein dat van algemeen belang is wegens een daar aanwezige zaak als bedoeld onder a; cultuurhistorisch waardevol gebied: groep van onroerende zaken en objecten die van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, hun onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang dan wel hun wetenschappelijke of (cultuur)historische waarde en in welke groepen zich een of meer monumenten bevinden. beschermd gemeentelijk monument: monument, dat overeenkomstig de bepalingen van deze verordening als beschermd gemeentelijk monument is aangewezen; gemeentelijke monumentenlijst A: lijst waarop zijn geregistreerd de overeenkomstig deze verordening als beschermd gemeentelijk monument, zoals genoemd in lid 2, aangewezen zaken; gemeentelijke monumentenlijst B: lijst waarop zaken en objecten zijn geregistreerd die weliswaar geen bescherming krachtens deze verordening genieten, maar waarvoor wordt geadviseerd de monumentencommissie om advies te vragen in die gevallen waarin dit in deze verordening voor beschermde monumenten is voorgeschreven. beschermd rijksmonument: onroerend monument, dat is ingeschreven in de ingevolge de Monumentenwet 1988 vastgestelde registers; kerkelijk monument: monument, dat eigendom is van een kerkgenootschap, kerkelijke gemeente of parochie of van een kerkelijke instelling en dat uitsluitend of voor een overwegend deel wordt gebruikt voor de uitoefening van de eredienst; monumentencommissie: door de raad ingestelde commissie of aangewezen instantie, met als taak burgemeester en wethouders op verzoek of uit eigen beweging te adviseren over de toepassing van de Monumentenwet 1988, deze verordening en het monumentenbeleid; bouwhistorisch onderzoek: in schriftelijke rapportage vastgelegd onderzoek naar de bouwgeschiedenis en de bouwhistorische kwaliteit van een monument. historisch landschapsonderzoek: in schriftelijk rapportage vastgelegd onderzoek naar de geschiedenis en de cultuurhistorische kwaliteit van een landschapselement. Artikel2Het gebruik van het monument Bij de toepassing van deze verordening wordt rekening gehouden met het gebruik van het monument. HOOFDSTUK2Beschermde gemeentelijke monumenten Paragraaf1De aanwijzing als beschermd gemeentelijk monument en de registratie op de gemeentelijke monumentenlijst Artikel3De aanwijzing tot beschermd gemeentelijk monument 1Burgemeester en wethouders kunnen, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, een monument aanwijzen als beschermd gemeentelijk monument. 2Voordat burgemeester en wethouders over de aanwijzing een besluit nemen, vragen zij advies aan de monumentencommissie. 3Burgemeester en wethouders kunnen ten behoeve van de aanwijzing van een monument als beschermd gemeentelijk monument bepalen dat bouwhistorisch onderzoek wordt verricht. 4Voordat burgemeester en wethouders een monument aanwijzen, voeren zij overleg met de eigenaar en/of de gebruiker, aanwijzing vindt niet plaats zonder instemming van de eigenaar en/of de gebruiker. 5De aanwijzing kan geen monument betreffen dat is aangewezen als rijksmonument op grond van artikel 3 van de Monumentenwet

  1. Artikel4Termijn advies en aanwijzingsbesluit 1De monumentencommissie adviseert schriftelijk binnen acht weken na ontvangst van het verzoek van burgemeester en wethouders. 2Burgemeester en wethouders beslissen binnen twaalf weken na ontvangst van het advies van de monumentencommissie, maar in ieder geval binnen 20 weken na de adviesaanvraag. Artikel5Mededeling en voorbescherming 1De aanwijzing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt medegedeeld aan degenen die als zakelijk gerechtigden in de kadastrale legger bekend staan en aan de ingeschreven hypothecaire schuldeisers. 2Met ingang van de datum waarop de mededeling bedoeld in het vorige lid heeft plaatsgevonden tot het moment dat registratie op de gemeentelijke monumentenlijst plaatsvindt dan wel vaststaat dat het monument niet wordt geregistreerd, zijn de artikelen 10 tot en met 25 van overeenkomstige toepassing. Artikel6Registratie op de gemeentelijke monumentenlijst 1Burgemeester en wethouders registreren het beschermde gemeentelijke monument op de gemeentelijke monumentenlijst A en de niet beschermde maar cultuur-historisch waardevolle objecten op de monumentenlijst B; 2De gemeentelijke monumentenlijst A bevat de plaatselijke en kadastrale aanduiding, de tenaamstelling, de datum van de aanwijzing, een beschrijving van het beschermde gemeentelijke monument en de reden die tot de aanwijzing heeft geleid; 3De gemeentelijke monumentenlijst B bevat de plaatselijke en kadastrale aanduiding, de tenaamstelling, de datum van de aanwijzing, een beschrijving van het object en de reden die tot de aanwijzing heeft geleid;. Artikel7Wijzigen van de aanwijzing 1Burgemeester en wethouders kunnen de aanwijzing ambtshalve of op verzoek van een belanghebbende wijzigen. 2Artikel 3, tweede, derde en vierde lid, alsmede artikel 4, eerste en tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing op de wijziging. 3De inhoud en de datum van de wijziging worden op de gemeentelijke monumentenlijst aangetekend. Artikel8Intrekken van de aanwijzing 1Burgemeester en wethouders kunnen de aanwijzing intrekken. 2Artikel 3, tweede lid, en artikel 4 zijn van overeenkomstige toepassing op de intrekking. 3De aanwijzing wordt geacht ingetrokken te zijn, indien toepassing wordt gegeven aan artikel 3 van de Monumentenwet
  2. 4De intrekking wordt onder vermelding van de datum op de gemeentelijke monumentenlijst aangetekend. Artikel9Bekendmaking Burgemeester en wethouders maken de aanwijzing tot beschermd gemeentelijk monument als genoemd in artikel 3, de wijziging als genoemd in artikel 7 en de intrekking van de aanwijzing als genoemd in artikel 8 op de in de gemeente gebruikelijke wijze bekend. Paragraaf2Vergunningen tot wijziging of afbraak van beschermde gemeentelijke monumenten Artikel10Verbodsbepaling 1Het is verboden een beschermd gemeentelijk monument te beschadigen of te vernielen. 2Het is verboden zonder, of in strijd met een vergunning van burgemeester en wethouders: een beschermd gemeentelijk monument af te breken, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen; een beschermd gemeentelijk monument te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een dusdanige wijze, dat het wordt ontsierd of in gevaar wordt gebracht. Artikel11Aanvraag van de vergunning De aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 10, tweede lid, wordt ingediend bij burgemeester en wethouders. Daarbij worden de door burgemeester en wethouders verlangde gegevens overgelegd. Artikel12Advies van de monumentencommissie 1Burgemeester en wethouders vragen advies aan de monumentencommissie voordat zij beslissen op de aanvraag. 2Binnen acht weken na de adviesaanvraag brengt de monumentencommissie schriftelijk advies uit aan burgemeester en wethouders. 3In de advisering met betrekking tot het al dan niet verlenen van vergunningen dient de monumentencommissie zich te baseren op hetgeen in de "reden die tot de aanwijzing heeft geleid" is verwoord; 4De commissie kan ook ongevraagd advies uitbrengen over de zaken die in deze verordening zijn genoemd. Artikel13Beslissing van burgemeester en wethouders op het verzoek om vergunning 1Burgemeester en wethouders beslissen binnen 8 weken na ontvangst van het advies van de monumentencommissie, maar in ieder geval binnen 13 weken na ontvangst van het verzoek om vergunning, op dit verzoek. 2Burgemeester en wethouders kunnen de in het eerste lid genoemde termijn van 13 weken met ten hoogste 13 weken verlengen, mits zij de aanvrager daarvan kennis geven binnen de in het eerste lid genoemde termijn. 3Indien burgemeester en wethouders niet voldoen aan het eerste of tweede lid, wordt de vergunning geacht te zijn geweigerd. 4Burgemeester en wethouders geven met betrekking tot een beschermd kerkelijk monument geen beschikking ingevolge de bepalingen van artikel 10, tweede lid, dan in overeenstemming met de eigenaar, indien en voor zover het een beschikking betreft, waarbij wezenlijke belangen van de godsdienstuitoefening in het monument in het geding zijn. Artikel14Intrekken van de vergunning 1De vergunning kan door burgemeester en wethouders worden ingetrokken indien: blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend; blijkt dat de vergunninghouder de vergunning of de voorschriften als bedoeld in artikel 10, tweede lid, niet naleeft; de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument zwaarder dient te wegen. niet binnen twee jaar van de vergunning gebruik is gemaakt. 2De beschikking tot intrekking wordt in afschrift gezonden aan de monumentencommissie. HOOFDSTUK3Cultuurhistorisch waardevolle objecten en landschapelementen Artikel15Omschrijving en aanwijzing 1Burgemeester en wethouders kunnen, gehoord de monumentencommissie, cultuurhistorisch waardevolle gebieden,objecten en landschapselementen aanwijzen welke naar hun oordeel voor bescherming in aanmerking komen en derhalve als cultuurhistorisch waardevol object gelden. 2Een cultuurhistorisch waardevol object draagt onder meer de volgende kenmerken: elementen zoals wegen en waterlopen, beplanting, bomen, houtwallen, verkaveling en gebouwen zijn in hun dimensie, door plaatsing en richting historisch bepaald; de huidige verschijningsvorm van de elementen van een cultuurhistorisch waardevol gebied, blijkende ondermeer uit materiaalgebruik, kleur, detaillering, is geheel of goeddeels nog in overeenstemming met zijn authentieke streekgebonden historische karakter; storende elementen zijn slechts minimaal aanwezig; Een of meer van de onder a genoemde elementen hebben een belangrijke rol gespeeld in de lokale geschiedenis of herinnering. 3Onder "historisch(e)" wordt mede verstaan cultuurhistorische, geomorfologisch(e) of archeologische; onder "schoonheid" wordt mede verstaan landschappelijke schoonheid. Artikel16Registratie 1De lijst van cultuurhistorisch waardevolle objecten geeft de plaatselijke aanduiding aan waarbij zonodig de onderdelen worden genoemd waarop de aanwijzing gericht is. 2De lijst met cultuurhistorisch waardevolle objecten ligt ter gemeentesecretarie voor een ieder ter inzage. Artikel17Relatie met bestemmingsplannen Burgemeester en wethouders bevorderen dat cultuurhistorisch waardevolle objecten als bedoeld in artikel 15 overeenkomstig worden bestemd in bestemmingsplannen. HOOFDSTUK4Beschermde Rijksmonumenten Paragraaf3Vergunningen tot wijziging of afbraak van beschermde rijksmonumenten Artikel18Vergunning voor beschermd rijksmonument 1Burgemeester en wethouders zenden een afschrift van de aanvraag om vergunning voor een beschermd rijksmonument met de naar voren gebrachte zienswijzen aan de monumentencommissie na afloop van de termijn van 14 dagen, bedoeld in artikel 12, tweede lid, van de Monumentenwet
  3. 2De monumentencommissie adviseert schriftelijk over de aanvraag binnen acht weken na de datum van verzending van het afschrift. 3Bij overschrijding van de in het tweede lid genoemde termijn wordt de monumentencommissie geacht geadviseerd te hebben. HOOFDSTUK6Schadevergoeding Artikel19Schadevergoeding 1Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende ten gevolge van: de weigering van burgemeester en wethouders een vergunning tot wijziging, afbraak of verwijdering van een gemeentelijk monument te verlenen als bedoeld in artikel 10 lid 2 en artikel 16 van deze verordening; voorschriften door burgemeester en wethouders verbonden aan een vergunning tot wijziging, afbraak of verwijdering van een gemeentelijk monument of gemeentelijk archeologisch monument schade lijdt of zal lijden, die redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven, kent de gemeenteraad hem op zijn aanvraag een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe. 2Voor de behandeling van de aanvragen zijn de bepalingen van de verordening ter regeling van de procedure bij toepassing van artikel 49 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening van overeenkomstige toepassing. HOOFDSTUK7Instelling monumentencommissie Artikel20samenstelling en benoeming monumentencommissie 1De commissie bestaat uit vijf ter zake kundige leden waarvan er een ter benoeming wordt voorgedragen door de Heemkundekring Schaijk-Reek, een door de Heemkundekring Zeeland en een door de Stichting Natuur en Milieu; deze drie leden dragen een onafhankelijk ter zake kundig lid ter benoeming voor; burgemeester en wethouders dragen een onafhankelijk ter zake kundige voorzitter ter benoeming voor; 2De leden worden door burgemeester en wethouders benoemd voor een periode van vier jaar. HOOFDSTUK8Slot- en overgangsbepalingen Artikel21Bezwaar Een vergunning ingevolge deze verordening blijft buiten werking gedurende zes weken na de datum waarop zij is verleend of van rechtswege is verleend. Indien gedurende deze termijn bezwaar wordt gemaakt op grond van de Algemene wet bestuursrecht, blijft de vergunning buiten werking totdat op het bezwaar is beslist. Artikel22Strafbepaling Hij, die handelt in strijd met artikel 10 en artikel 16 van deze verordening, wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie. Artikel23Opsporingsbevoegdheid De opsporing van de in artikel 21 strafbaar gestelde feiten is, naast de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering genoemde opsporingsambtenaren, opgedragen aan hen die door burgemeester en wethouders met de zorg voor de naleving van deze verordening zijn belast, ieder voor zover het de feiten betreft die in de aanwijzing zijn vermeld. Artikel24Binnentreden Zo dikwijls de zorg voor de naleving van deze verordening dit vereist, wordt hierbij de machtiging verstrekt al dan niet besloten ruimten en plaatsen, met uitzondering van woningen, desnoods tegen de wil van de rechthebbende, bewoner of gebruiker, te betreden, aan hen die en voor zover zij door het bevoegd gezag belast zijn met het toezicht op de naleving van deze verordening. Artikel25Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking overeenkomstig het bepaalde in artikel 15, tweede lid, van de Monumentenwet
  4. Artikel26Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als 'Monumentenverordening Landerd 2004'. Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad der gemeente Landerd van 5 februari
  5. De raad voornoemd, de griffierJ.A.G.Huijsde voorzitterW.C. Doorn - van der Houwen

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.