:
: Overige taken 2 Artikel 7: Producten en diensten 2 Artikel 8: Dienstverlening 2 Hoofdstuk 3: Inrichting 2 Artikel 9: Bestuursorganen 2 Hoofdstuk 4: Het algemeen bestuur 2 Artikel 10: Samenstelling, plaatsvervanging en zittingsduur 2 Artikel 11: Einde lidmaatschap 2 Artikel 12: Bevoegdheden van het algemeen bestuur 2 Artikel 13: Werkwijze 2 Artikel 14: Besloten vergadering 2 Hoofdstuk 5: Het dagelijks bestuur 2 Artikel 15: Samenstelling, plaatsvervanging en zittingsduur 2 Artikel 16: Einde lidmaatschap 2 Artikel 17: Bevoegdheden dagelijks bestuur 2 Artikel 18: Werkwijze 2 Hoofdstuk 6: Inlichtingen en verantwoording 2 Artikel 19: Interne informatieverstrekking door het dagelijks bestuur 2 Artikel 20:Externe informatieverstrekking door het algemeen en dagelijks bestuur 2 Artikel 21: Externe informatieverstrekking door individuele leden van het algemeen bestuur 2 Artikel 22: Interne verantwoording 2 Artikel 23: Externe verantwoording 2 Hoofdstuk 7: De voorzitter 2 Artikel 24: De voorzitter 2 Artikel 25:
: Directeur 2 Artikel 27: Taak 2 Artikel 28: Machtiging en mandaat 2 Artikel 29: Klachtbehandeling 2 Hoofdstuk 9: Het personeel 2 Artikel 30: Personeel 2 Hoofdstuk 10: Beleid 2 Artikel 31: Strategische visie, beleidsplan en beleidsverslag 2 Hoofdstuk 11: Financiële bepalingen 2 Artikel 32: Financiële administratie 2 Artikel 33: Begrotingsprocedure 2 Artikel 34: Bijdragen van de gemeenten 2 Artikel 35: De directe kosten 2 Artikel 36: De indirecte kosten 2 Artikel 37: Jaarrekening 2 Hoofdstuk 12: Vergoedingen 2 Artikel 38: Vergoeding leden dagelijks bestuur 2 Hoofdstuk 13: Het archief 2 Artikel 39: Archief 2 Hoofdstuk 14: Toetreding, uittreding, wijziging, geschillen en opheffing 2 Artikel 40: Toetreding, uittreding 2 Artikel 41: Wijziging 2 Artikel 42: Geschillen 2 Artikel 43: Opheffing en liquidatie 2 Hoofdstuk 15: Slotbepalingen 2 Artikel 44: Overgangsbepaling 2 Artikel 45: Inwerkingtreding 2 Artikel 46: Duur van de regeling 2 Artikel 47: Citeertitel 2 Artikel 48: Slotbepaling 2 Artikel1:Begripsbepalingen Deze regeling verstaat onder: 1. a. De dienst: het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 2; b.De deelnemende gemeenten: de bij de regeling aangesloten gemeenten Heusden, Loon op Zand en Waalwijk; Gemeentebesturen: de raden en de colleges, ieder voor zover zij bevoegd zijn; Gedeputeerde Staten: Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant; e.De regeling: De gemeenschappelijke regeling Intergemeentelijke Sociale Dienst Midden-Langstraat; f.WWB: De Wet werk en bijstand. 2.Waar in deze regeling artikelen en bepalingen van enige wet of andere regeling van overeenkomstige toepassing worden verklaard, worden in die artikelen in plaats van ‘de gemeente’, ‘de raad’, ‘het college’ en ‘de burgemeester’ gelezen onderscheidenlijk: ‘het openbaar lichaam’, ‘het algemeen bestuur’, ‘het dagelijks bestuur’ en ‘de voorzitter’. Artikel2:Openbaar lichaam 1.Er is een openbaar lichaam Intergemeentelijke Sociale Dienst Midden-Langstraat, dat is gevestigd te Waalwijk. 2.Het rechtsgebied van de dienst omvat het grondgebied van de deelnemende gemeenten. Artikel3:Doel / missie De dienst zorgt voor het verkrijgen van een zelfstandige bestaansvoorziening van zijn klanten, en activeert klanten tot maatschappelijke participatie. Daarnaast zorgt de dienst voor een rechtmatige, klantgerichte en efficiënte uitvoering van de Wet werk en bijstand en daaraan gerelateerde wetten en regelingen. Artikel4:Werkterrein De dienst is werkzaam op het terrein van Werk & Inkomen. Hoofdstuk2:Taken en bevoegdheden Artikel5:Taken en bevoegdheden 1.Aan de bestuursorganen van de dienst worden de bevoegdheden tot regeling en bestuur overgedragen met betrekking tot de uitvoering van: de Wet werk en bijstand (WWB) en de Wet Investeren in Jongeren (WIJ); de op deze wetten gebaseerde (uitvoerings)regelingen; het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004; de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW); de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ); zoals deze wetten thans luiden of in de toekomst zullen luiden. 2.Aan de bestuursorganen worden tevens opgedragen: De advisering van het bestuur van de deelnemende gemeenten over het te voeren beleid op het terrein van Werk & Inkomen, sociale zekerheid en ontwikkelingen op de lokale/regionale arbeidsmarkt; Het overleg met en deelname aan het Regionaal Ketenoverleg (Reko). Artikel6:Overige taken 1.Aan de bestuursorganen van de dienst worden in mandaat opgedragen de taken en bevoegdheden met betrekking tot de uitvoering van: a.de Wet inburgering (Wi) op basis van het beleid dat door de deelnemende gemeenten is vastgesteld; b.de Wet Kinderopvang op basis van het beleid dat door de deelnemende gemeenten is vastgesteld; c.Ten behoeve van de uitvoering van deze taken wordt een uitvoeringsovereenkomst gesloten. 2.De dienst kan op verzoek, indien het algemeen bestuur hiermee instemt, nader te omschrijven taken gaan uitvoeren. De kostenverrekening en overige voorwaarden waaronder deze taken worden uitgevoerd, worden vastgelegd in een uitvoeringsovereenkomst. 3.Bij de uitvoering van de onder artikel 5 en 6 genoemde regelingen en taken werkt de dienst zoveel mogelijk samen met (keten)partners en derden bij de activering, re-integratie en arbeidstoeleiding van klanten van de dienst. 4.De dienst vervult hierbij de regiefunctie namens de deelnemende gemeenten. Artikel7:Producten en diensten Het algemeen bestuur stelt jaarlijks, met inachtneming van artikel 31, het (meerjaren)beleidsplan van de dienst vast, waarin de taakstelling met betrekking tot de te leveren producten en diensten is opgenomen. Hierbij wordt aangesloten bij de vigerende wet- en regelgeving, waaronder de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (SUWI), de Algemene wet bestuursrecht (Awb), de Wet werk en bijstand (WWB) en de op basis van de Wet werk en bijstand vastgestelde verordeningen. Tot de geleverde producten en diensten van de dienst behoren o.a.: het aanbieden en (laten) uitvoeren van re-integratieplannen, gericht op uitstroom van klanten naar reguliere en gesubsidieerde arbeid, deelname aan werkprojecten; uitkeringsverstrekking aan de klanten van de dienst en de overige taken in het kader van de Wet werk en bijstand. Voor de levering van diensten en producten is de klantmanager aanspreekpunt voor de klant (integrale dienstverlening door één contactpersoon). Artikel8:Dienstverlening 1.De dienst verricht incidenteel diensten, op verzoek van gemeenten buiten het in art 2 lid 2 genoemde gebied, indien het algemeen bestuur hiermee instemt. De diensten worden verricht tegen een vooraf overeengekomen prijs. Indien van toepassing wordt BTW apart in rekening gebracht. 2.De dienst kan op verzoek, indien het algemeen bestuur hiermee instemt, nader te omschrijven taken gaan uitvoeren. De kostenverrekening en overige voorwaarden waaronder deze taken worden uitgevoerd worden vastgelegd in een uitvoeringsovereenkomst. Hoofdstuk3:Inrichting Artikel9:Bestuursorganen Het openbaar lichaam Intergemeentelijke Sociale Dienst Midden-Langstraat kent de volgende bestuursorganen: het algemeen bestuur; het dagelijks bestuur; de voorzitter. Hoofdstuk4:Het algemeen bestuur Artikel10:Samenstelling, plaatsvervanging en zittingsduur 1.Het algemeen bestuur bestaat uit negen leden. 2.Iedere raad wijst drie leden aan evenals hun plaatsvervangers. a.Twee leden, evenals de plaatsvervanger(s), worden door de raad aangewezen uit zijn midden, de voorzitter inbegrepen, b.Het derde lid, evenals de plaatsvervanger, uit de leden van het college op voordracht van dat college. 3.Het algemeen bestuur wijst uit zijn midden de voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter aan. 4.De leden en de plaatsvervangend leden worden benoemd voor een periode, gelijk aan die van de zittingsduur van de gemeenteraden. 5.De benoeming geschiedt zo spoedig mogelijk, doch in elk geval binnen dertien weken na installatie van de nieuwe gemeenteraad. Voor de eerste maal geschiedt de benoeming binnen acht weken na het besluit tot instelling van de dienst. Aftredende leden en plaatsvervangende leden kunnen opnieuw worden benoemd. 6.De leden kunnen te allen tijde schriftelijk ontslag nemen. 7.De betrokken gemeenteraad voorziet zo spoedig mogelijk in de tussentijdse vacatures doch uiterlijk binnen acht weken na het ontstaan daarvan. 8.Hij die ontslag neemt als lid van het algemeen bestuur blijft zijn functie waarnemen, tot zijn opvolger deze functie heeft aanvaard. 9.De bepalingen voor de leden van het algemeen bestuur zijn van overeenkomstige toepassing op de plaatsvervanger. Artikel11:Einde lidmaatschap 1.Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt: a.doordat een lid zijn ontslag indient; b.door ontslag door het orgaan dat hem heeft aangewezen; c.van rechtswege doordat het lid geen deel meer uitmaakt van het gemeentelijke orgaan van waaruit hij door de raad is aangewezen; d.op het moment dat de zittingsperiode van de gemeenteraad afloopt. 2.Het lid van het algemeen bestuur, wiens lidmaatschap eindigt op de grond genoemd in het vorig lid onder a, stelt de voorzitter van het algemeen bestuur alsmede de raad die hen heeft aangewezen hiervan op de hoogte. Het lidmaatschap eindigt niet eerder dan nadat in de opvolging is voorzien. 3.Het lid dat ter vervulling van een tussentijdse vacature als lid van het algemeen bestuur wordt benoemd, treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens of wier plaats dit lid is benoemd, zou hebben moeten aftreden. 4.De aanwijzing voor de vervulling van plaatsen die zijn opengevallen, vindt binnen een maand plaats door de raad die het aangaat. Artikel12:Bevoegdheden van het algemeen bestuur 1.Aan het algemeen bestuur komen in het kader van deze regeling alle bevoegdheden toe, die niet aan een ander orgaan zijn opgedragen. 2.De volgende bevoegdheden van het algemeen bestuur zijn niet overdraagbaar: a.het aanwijzen van de voorzitter, plaatsvervangend voorzitter, alsmede de overige leden van het dagelijks bestuur; b.het benoemen, schorsen en ontslaan van de directeur en diens waarnemer; c.het vaststellen van een reglement van orde; d.het vaststellen van de begroting, respectievelijk begrotingswijzingen en de rekening; e.het vaststellen van een regeling voor het financiële en administratieve beheer; f.het vaststellen van een bezoldigingsverordening; g.het doen van voorstellen tot wijziging, toetreding, uittreding en opheffing van deze gemeenschappelijke regeling; h.het vaststellen van een directiestatuut. Artikel13:Werkwijze 1.Het algemeen bestuur stelt een reglement van orde voor zijn vergaderingen vast. 2.Voor alle besluiten van het algemeen bestuur is meer dan de helft van het aantal stemmen vereist, waaronder van elke gemeente minimaal een stem. Als de stemmen staken, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. 3.Het algemeen bestuur vergadert zo vaak als hij daartoe heeft besloten, maar minimaal twee keer per jaar en verder zo dikwijls als de voorzitter dit nodig acht of ten minste twee leden van het algemeen bestuur dit verzoeken (onder schriftelijke opgave van de te behandelen onderwerpen). In het laatste geval vindt de vergadering binnen twee weken na het gedane verzoek plaats. 4.De voorzitter roept de leden schriftelijk tot de vergadering op. 5.In de vergadering heeft elk lid van het algemeen bestuur één stem. 6.Tegelijkertijd met de oproep brengt de voorzitter dag, tijdstip en plaats van de vergadering ter openbare kennis. De agenda en de daarbij behorende voorstellen – met uitzondering van de in artikel 25, tweede lid Gemeentewet (stukken waaromtrent geheimhouding is opgelegd), bedoelde stukken – worden tegelijkertijd met de oproep en op een bij de openbare kennisgeving aan te geven wijze ter inzage gelegd. 7.De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar. 8.De deuren worden gesloten wanneer twee van de aanwezige leden daarom verzoeken of de voorzitter het nodig oordeelt. 9.Het algemeen bestuur beslist vervolgens of met gesloten deuren wordt vergaderd. 10.Uit de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing de bepalingen in artikel 20 (quorum voor opening van vergadering), artikel 22 (onschendbaarheid, verschoningsrecht), artikel 26 (handhaving orde vergadering), artikel 28 (niet-deelname aan de stemming), artikel 29 (quorum voor geldige stemming), artikel 30 (totstandkoming besluit), artikel 31 (geheime stembriefjes), artikel 32 (overige stemmingen) en artikel 33 (ambtelijke bijstand leden van het bestuur). Artikel14:Besloten vergadering 1.Het algemeen bestuur kan in een besloten vergadering, op grond van de belangen, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) omtrent het in die vergadering met gesloten deuren behandelde en omtrent de inhoud van de stukken welke aan het algemeen bestuur worden overgelegd, geheimhouding opleggen. 2.In een besloten vergadering van het algemeen bestuur worden geen beslissingen genomen over het beleidsplan, de begroting, de rekening en het liquidatieplan. Hoofdstuk5:Het dagelijks bestuur Artikel15:Samenstelling, plaatsvervanging en zittingsduur 1.Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter en twee leden, met dien verstande dat in het dagelijks bestuur elk van de deelnemende gemeenten vertegenwoordigd is. 2.De leden van het dagelijks bestuur worden aangewezen door en uit het algemeen bestuur. Zij worden aangewezen in de eerste vergadering van het algemeen bestuur nadat overeenkomstig artikel 11 de leden van het algemeen bestuur zijn aangewezen. 3.De leden van het dagelijks bestuur worden aangewezen uit de leden van de colleges als bedoeld in artikel 10 lid 2 sub b. 4.De aanwijzing van leden van het dagelijks bestuur ter vervulling van plaatsen die openvallen, vindt plaats binnen twee maanden na de melding van de opengevallen plaats. 5.In geval van afwezigheid kan een lid van het dagelijks bestuur worden vervangen door een ander lid van het dagelijks bestuur of een door het algemeen bestuur uit zijn midden aan te wijzen lid. Artikel16:Einde lidmaatschap 1.Het lidmaatschap van het dagelijks bestuur eindigt indien het lid ophoudt lid te zijn van het algemeen bestuur; 2.De leden van het dagelijks bestuur treden af op de dag waarop de zittingsperiode van de gemeenteraad afloopt. Zij blijven hun functie waarnemen tot het moment dat het algemeen bestuur in nieuwe samenstelling nieuwe leden voor het dagelijks bestuur heeft aangewezen. 3.Een lid van het dagelijks bestuur kan door het algemeen bestuur worden ontslagen, als dit lid niet meer het vertrouwen van het algemeen bestuur geniet. In dit geval is het bepaalde in artikel 49 en 50 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. Op het ontslagbesluit is artikel 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing. Artikel17:Bevoegdheden dagelijks bestuur Het dagelijks bestuur wordt met de volgende taken en bevoegdheden belast: het voorbereiden van al hetgeen aan het algemeen bestuur ter overweging en beslissing zal worden voorgelegd, voor zover die voorbereiding niet aan anderen is opgedragen; het uitvoeren van beslissingen van het algemeen bestuur; het beheer van de eigendommen en geldmiddelen van het samenwerkingsverband; het nemen van alle conservatoire maatregelen, zowel in als buiten rechte en het doen van alles wat nodig is ter voorkoming van verjaring en het verlies van recht of bezit; het houden van een voortdurend toezicht op het beheer en de exploitatie van de dienst, alsmede op al wat de dienst aangaat, waaronder de zorg voor de archiefbescheiden; het behartigen van de belangen van de dienst bij andere overheidslichamen en instellingen, diensten of personen, waarmee contact voor het samenwerkingsverband van belang is. Artikel18:Werkwijze 1.Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter of een ander lid van het dagelijks bestuur dit nodig acht, zulks onder opgave van de te behandelen onderwerpen. De vergadering vindt plaats binnen twee weken nadat het verzoek is ingekomen. 2.In het dagelijks bestuur kan alleen worden beraadslaagd of besloten, indien ten minste de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is. 3.Besluiten worden genomen met gewone meerderheid van stemmen. Als de stemmen staken, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. 4.Voor de besluitvorming in het dagelijks bestuur en de verplichting tot geheimhouding zijn de overeenkomstige bepalingen zoals die zijn opgenomen in de Gemeentewet voor het college van toepassing. 5.Voor zover deze regeling niet anders bepaalt, kan het dagelijks bestuur zijn werkzaamheden verdelen over zijn leden. Het dagelijks bestuur deelt zijn beslissingen daarover mee aan het algemeen bestuur. 6.Het dagelijks bestuur stelt een reglement van orde voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden vast, dat aan het algemeen bestuur ter kennisneming wordt overgelegd. Hoofdstuk6:Inlichtingen en verantwoording Artikel19:Interne informatieverstrekking door het dagelijks bestuur 1.De leden van het dagelijks bestuur zijn, samen en ieder afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd voor het door hen gevoerde bestuur. 2.Zij verstrekken het algemeen bestuur de door een of meer leden van het algemeen bestuur gevraagde inlichtingen op de in het reglement van orde aangegeven wijze. 3.Een lid van het dagelijks bestuur kan door het algemeen bestuur worden ontslagen, als dit lid niet meer het vertrouwen van het algemeen bestuur bezit. In dit geval is het bepaalde in artikel 49 en verder van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. 4.De leden 1 tot en met 3 zijn van overeenkomstige toepassing op de voorzitter voor het door hem gevoerde bestuur. Artikel20:Externe informatieverstrekking door het algemeen en dagelijks bestuur 1.Het algemeen en dagelijks bestuur geven aan de raden en aan de colleges van de gemeenten desgevraagd de informatie die voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is. 2.Het algemeen en het dagelijks bestuur verstrekken aan de raden van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen die door één of meer leden van die raden worden verlangd. 3.De inlichtingen worden schriftelijk gevraagd en ingediend bij de voorzitter van het algemeen bestuur. 4.De inlichtingen worden zo spoedig mogelijk schriftelijk gezonden aan de voorzitters van de raden. Artikel21:Externe informatieverstrekking door individuele leden van het algemeen bestuur Een lid of plaatsvervangend lid van het algemeen bestuur verschaft de raad waardoor hij is aangewezen alle inlichtingen die door de raad of door één of meer leden van de raad worden verlangd en wel op de in het reglement van orde voor de vergaderingen van de desbetreffende raad aangegeven wijze en met de inachtneming van artikel 16 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Artikel22:Interne verantwoording 1.Een of meer leden van het algemeen bestuur kunnen het dagelijks bestuur, of een of meer leden daarvan, ter verantwoording roepen voor het door hem in het dagelijks bestuur gevoerde beleid 2.De verantwoording wordt mondeling afgelegd in een vergadering van het algemeen bestuur. Het reglement van orde van het algemeen bestuur geeft voorschriften over de wijze waarop de verantwoording wordt afgelegd. Artikel23:Externe verantwoording 1.Een lid of plaatsvervangend lid van het algemeen bestuur kan door de raad die het lid heeft aangewezen ter verantwoording worden geroepen voor het door hem in dat bestuur gevoerde beleid. Het afleggen van verantwoording geschiedt volgens door de betrokken gemeenteraad nader te stellen regels. 2.De raad kan dit lid uitnodigen in zijn vergadering te verschijnen met het doel deze verantwoording af te leggen. 3.De raad van een deelnemende gemeente kan een door haar aangewezen lid van het algemeen bestuur ontslag verlenen indien dit lid niet meer het vertrouwen van de raad geniet. Hoofdstuk7:De voorzitter Artikel24:De voorzitter 1.De voorzitter wordt in de eerste vergadering van elke zittingsperiode door het algemeen bestuur uit zijn midden aangewezen. 2.Het algemeen bestuur kan de voorzitter ontslag verlenen, indien deze het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit. 3.Bij verhindering of ontstentenis van de voorzitter wordt deze vervangen door een lid van het dagelijks bestuur, aan te wijzen door het dagelijks bestuur. Artikel25:Taken en bevoegdheden 1.De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. 2.De voorzitter tekent de stukken die van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur uitgaan. 3.De voorzitter vertegenwoordigt de dienst in en buiten rechte. De voorzitter kan de vertegenwoordiging opdragen aan een door deze aan te wijzen gemachtigde. Indien de voorzitter behoort tot het bestuur van een gemeente, die partij is in een geding waarbij het samenwerkingsverband is betrokken, wordt het samenwerkingsverband door een ander, door het dagelijks bestuur aan te wijzen, lid vertegenwoordigd. 4.De voorzitter is belast met het toezicht op de uitvoering van de besluiten van het algemeen en dagelijks bestuur. Hoofdstuk8:De Directeur Artikel26:Directeur 1.De dienst heeft een ambtelijk apparaat, aan het hoofd waarvan een directeur staat. 2.De directeur wordt benoemd, geschorst en ontslagen door het algemeen bestuur. 3.De benoeming geschiedt uit een door het dagelijks bestuur op te maken aanbeveling. Artikel27:Taak 1.De bestuursorganen van het samenwerkingsverband worden bijgestaan door een directeur, aan wie in het dagelijks bestuur een adviserende stem toekomt. 2.De directeur vervult in het algemeen bestuur en in het dagelijks bestuur de secretariaatsfunctie. 3.De directeur is belast met de dagelijkse leiding van de dienst. 4.De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de directeur worden vastgelegd in een directiestatuut. 5.De directeur is bestuurder in de zin van de Wet op de Ondernemingsraden. 6.De directeur is verantwoording schuldig aan het dagelijks bestuur. Artikel28:Machtiging en mandaat 1.Het dagelijks bestuur draagt de bedrijfsvoering en de hem opgedragen uitvoering van wettelijke voorschriften in mandaat op aan de directeur. 2.In een door het algemeen bestuur vast te stellen directiestatuut worden de bevoegdheden van de directeur evenals de wijze waarop het dagelijks bestuur toeziet op de uitvoering daarvan, nader omschreven. 3.Het dagelijks bestuur stelt met in achtneming van het directiestatuut, uit een oogpunt van doelmatig en doeltreffend bestuur en de uitoefening van bevoegdheden binnen de organisatie, een mandaat- en volmachtbesluit vast. 4.Het in het eerste lid bedoelde mandaat kan zich niet uitstrekken tot het beschikken op bezwaarschriften en tot het instellen van beroep. 5.Ten aanzien van de mandatering is het bepaalde in hoofdstuk 10 Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Artikel29:Klachtbehandeling De directeur zorgt voor de interne- en externe klachtenbehandeling. Hoofdstuk9:Het personeel Artikel30:Personeel 1.De dienst kan personeel aanstellen. 2.Op het personeel van de dienst zijn van toepassing: a.de collectieve arbeidsvoorwaardenregeling voor het gemeentepersoneel (CAR/UWO). b.de rechtspositieregelingen en het sociaal statuut van de gemeente Waalwijk, tenzij het algemeen bestuur anders bepaalt. 3.Het algemeen bestuur beslist over de toepassing van arbeidsvoorwaarden die buiten de kaders van de CAR/UWO of andere bindende regelingen vallen. 4.Het dagelijks bestuur is belast met de aanstelling, de schorsing en het ontslag van het personeel. 5.Het dagelijks bestuur draagt deze bevoegdheid in mandaat op aan de directeur. Hoofdstuk10:Beleid Artikel31:Strategische visie, beleidsplan en beleidsverslag 1.Het dagelijks bestuur bereidt het beleidsplan voor en legt het beleidsplan ter vaststelling voor aan het algemeen bestuur van de dienst. In het beleidsplan is een strategische visie opgenomen, op basis van landelijke en regionale ontwikkelingen die zich voordoen op het gebied van werk, inkomen en de sociale zekerheid. 2.Alvorens tot vaststelling over te gaan wordt het beleidsplan voorgelegd aan de raden/raadscommissies van de deelnemende gemeenten. Eventuele wijzigingsvoorstellen worden door het bestuur van de dienst in overweging genomen en gemotiveerd al dan niet overgenomen. 3.Het algemeen bestuur stelt vervolgens het beleidsplan vast en stuurt het toe aan de deelnemende gemeenten 4.Indien de raad van een gemeente dan wel het college, ieder voor wat zijn bevoegdheid betreft, ten aanzien van een bepaald onderwerp, beleid wenst uit te voeren dat afwijkt van het gemeenschappelijke beleid, wordt ook het afwijkende beleidsstandpunt van deze gemeente in het beleidsplan opgenomen en door de dienst uitgevoerd. Voor de financiële gevolgen van dit lid is artikel 35 van toepassing. 5.Met verwijzing naar artikel 33 wordt het beleidsplan tegelijk met de begroting van de dienst ingediend. 6.Het algemeen bestuur stelt het beleidsverslag over het afgesloten dienstjaar vast en legt dit ter kennisname voor aan de raden van de deelnemende gemeenten. 7.Jaarlijks worden in overleg met de deelnemende gemeenten de termijnen vastgesteld voor de indiening en toezending van de stukken. Hoofdstuk11:Financiële bepalingen Artikel32:Financiële administratie 1.De geldmiddelen van de dienst worden afzonderlijk beheerd. 2.Het dagelijks bestuur stelt voorschriften vast voor het financiële en administratieve beheer en het geldverkeer van de dienst. 3.Ten aanzien van de controle op het geldelijk beheer en de administratie is het bepaalde in artikel 212 en 213 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. 4.Na afloop van elk kwartaal verstrekt het dagelijks bestuur de colleges een bestuursrapportage. Artikel33:Begrotingsprocedure 1 Het dagelijks bestuur zendt jaarlijks een ontwerpbegroting van de dienst voor het komende kalenderjaar, vergezeld van een memorie van toelichting evenals de financiële beleidsuitgangspunten voor de komende jaren (meerjarenraming), toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. Het bepaalde in artikel 190 lid 1 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing. De ontwerpbegroting wordt door de gemeenten voor een ieder ter inzage gelegd en tegen betaling van de kosten algemeen verkrijgbaar gesteld. Het bepaalde in artikel 190 lid 2 en 3 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen binnen twee maanden na toezending van de ontwerpbegroting het dagelijks bestuur hun zienswijze aangeven. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin de zienswijze van de raden zijn vervat, bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval vóór 1 juli van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan Gedeputeerde Staten. Nadat deze is vastgesteld, zendt het algemeen bestuur de begroting aan de raden van de deelnemende gemeenten. Op wijzigingen van de begroting zijn voorgaande bepalingen zo mogelijk van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de wijzigingen die geen invloed hebben op de bijdragen van de deelnemende gemeenten. Jaarlijks worden in overleg met de deelnemende gemeenten de termijnen vastgesteld voor de indiening en toezending van de stukken. Artikel34:Bijdragen van de gemeenten 1.In de begroting staat welke bijdrage elke gemeente verschuldigd is ter dekking van alle kosten van de dienst. 2.De deelnemende gemeenten betalen bij wijze van voorschot op de eerste dag van het kwartaal een kwart van de in het eerste lid bedoelde bijdrage. 3.De kosten die de dienst aan de deelnemende gemeenten toerekent, bestaan uit directe en indirecte kosten. Artikel35:De directe kosten 1.De directe kosten worden rechtstreeks toegerekend aan de gemeente waarvoor de kosten zijn gemaakt. 2.Onder directe kosten wordt verstaan: a.Uitkeringskosten, kosten van leningen en andere verstrekkingen die voortvloeien uit toepassing van wet en regelgeving, als bedoeld in artikel 5 en 6, onder aftrek van ontvangsten uit vorderingen. b.Alle extra uitvoeringskosten van de dienst, die worden veroorzaakt door gemeentelijk bijstandsbeleid dat afwijkt van het gemeenschappelijke beleid dat is beschreven in het beleidsplan. c.Alle extra kosten van de dienst, die voortvloeien uit een kennelijk ontoereikende uitvoering van wet en regelgeving, als bedoeld in artikel 5 en 6, in de periode voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Gemeenschappelijke regeling. 3.Alle middelen en doeluitkeringen, niet zijnde uitvoeringskosten, bedoeld voor de taken die conform artikel 5 en 6 van deze regeling zijn overgedragen aan de dienst, worden verstrekt aan en beheerd door de dienst. 4.Het re-integratiedeel van het Participatiebudget wordt intergemeentelijk ingezet. Het algemeen bestuur kan voorafgaand aan een begrotingsjaar op verzoek van een deelnemende gemeente besluiten het re-integratiedeel van die gemeente in te zetten voor educatie- en of inburgeringstrajecten van personen die tot de klantenkring van de ISD behoren. 5.De dienst kan met de overschotten op de uitkering als bedoeld in artikel 69 eerste lid WWB één risico- en innovatiereserve vormen, waarin jaarlijks een storting wordt gedaan tot een maximum van 15% van het betreffende jaarbudget is bereikt. 6.Bij overschrijding van het in het vorige lid bedoelde maximum vindt terugstorting aan de deelnemers plaats op basis van de verdeelsleutel als bedoeld in het eerste lid van het volgende artikel. Negatieve bijdrage(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.