Maatschappelijke ondersteuningHoofdstuk1.Begripsbepalingen Besluit maatschappelijke ondersteuning Oss 2011 Artikel1 1.In dit besluit wordt verstaan onder: Verordening: de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Oss; 2.Alle begrippen die in dit Besluit worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wet, Verordening en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Hoofdstuk2.Bijzondere regels over het persoonsgebonden budget (PGB) Artikel
(2011)Hyundai Accent Renault Twingo Renault Kangoo Bediening gas en rem Gaspedaal links/rechts opklapbaar € 347,- € 346,- € 416,- Gaspedaal rechts opklapbaar € 151,- € 134,- € 102,- Rempedaal opklapbaar € 160,- € 155,- € 145,- Handbedrijfsrem (exclusief opklapbaar rempedaal) € 493,- € 467,- € 638,- Handbedrijfsrem met segmentgas (exclusief opklapbare pedalen) € 594,- € 618,- € 1.125,- Stoelaanpassingen Verlengde stoelslede links onder originele autostoel € 701,- € 671,- € 858,- Verlengde stoelslede links onder originele autostoel met hoogteverstelling € 862,- Verlengde stoelslede rechts onder originele autostoel € 706,- € 671,- € 858,- Bediening overig op aanvraag op aanvraag op aanvraag Liften op aanvraag op aanvraag op aanvraag 4 Forfaitair bedrag voor aanschaf auto/gesloten buitenwagen De hoogte van het persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 8.
- onder a. van dit besluit bedraagt € 5.854,22 indien er een indicatie bestaat voor een open elektrische buitenwagen (scootermobiel) en € 11.708,42 indien er een indicatie bestaat voor een gesloten buitenwagen. Indien er sprake is van twee gehuwde gehandicapten die beide recht hebben op het persoonsgebonden budget voor een scootermobiel dan bedraagt het totaal van de forfaitaire bedragen voor hen samen maximaal € 8.781,
- Indien er sprake is van twee gehuwde gehandicapten die beide recht hebben op het persoonsgebonden budget voor een gesloten buitenwagen dan bedraagt het totaal van de forfaitaire bedragen voor hen samen maximaal € 17.572,
- Indien er sprake is van twee gehuwde gehandicapten waarvan de een recht heeft op het persoonsgebonden budget voor een scootermobiel en de ander op het persoonsgebonden budget voor een gesloten buitenwagen dan bedraagt het totaal van de forfaitaire bedragen voor hen samen maximaal € 13.171,
- 5 Forfaitair bedrag aanschaf rolstoelbus/rolstoeltoegankelijke auto en kosten autoaanpassing De hoogte van de forfaitaire vergoeding als bedoeld in artikel 8.
- onder b. van dit besluit bedraagt € 8.592,29 voor de aanschaf van een rolstoelbus of rolstoeltoegankelijke auto. De hoogte van de forfaitaire vergoeding als bedoeld in artikel 8.
- onder b. van dit besluit ten behoeve van de kosten van aanpassing van het vervoermiddel wordt vastgesteld aan de hand van de gemaximeerde bedragen als genoemd in de lijst van autoaanpassingen bij de referentieauto’s (artikel 10.
- van dit besluit). Indien er sprake is van twee gehuwde gehandicapten die beide recht hebben op het forfaitaire bedrag als genoemd onder a dan bedraagt het totaal van de forfaitaire bedragen voor hen samen € 12.888,
- Indien er sprake is van twee gehuwde gehandicapten waarvan de een recht heeft op het forfaitaire bedrag als genoemd onder a. en de ander op de forfaitaire vergoeding voor een scootermobiel als bedoeld in artikel 10.4 onder a dan bedraagt het totaal van de forfaitaire bedragen voor hen samen maximaal € 10.834,
- Indien er sprake is van twee gehuwde gehandicapten waarvan de een recht heeft op het forfaitaire bedrag als genoemd onder a en de ander op de forfaitaire vergoeding voor een gesloten buitenwagen als bedoeld in artikel 10.4 onder a dan bedraagt het totaal van de forfaitaire bedragen voor hen samen maximaal € 15226,
- Forfaitair bedrag aanschaf personenauto en kosten autoaanpassing De hoogte van de forfaitaire vergoeding als bedoeld in artikel 8.
- onder c van dit besluit bedraagt € 5.854,22 voor de aanschaf van een auto. De hoogte van de forfaitaire vergoeding als bedoeld in artikel 8.1, onder c voor de kosten van aanpassing van het vervoermiddel wordt vastgesteld aan de hand van de gemaximeerde bedragen als genoemd in de lijst van autoaanpassingen bij de referentieauto’s (artikel 10.
- van dit besluit). Indien er sprake is van twee gehuwde gehandicapten die beide recht hebben op het forfaitaire bedrag als genoemd onder a dan bedraagt het totaal van de forfaitaire bedragen voor hen samen maximaal € 8.781,
- Indien er sprake is van twee gehuwde gehandicapten waarvan de een recht heeft op het forfaitaire bedrag als genoemd onder a en de ander op de forfaitaire vergoeding voor een scootermobiel als bedoeld in artikel 10.
- onder a dan bedraagt het totaal van de forfaitaire bedragen voor hen samen maximaal € 8.781,
- Indien er sprake is van twee gehuwde gehandicapten waarvan de een recht heeft op het forfaitaire bedrag als genoemd onder a en de ander op de forfaitaire vergoeding voor een gesloten buitenwagen als bedoeld in artikel 10.
- onder a dan bedraagt het totaal van de forfaitaire bedragen voor hen samen maximaal € 13.171,
- Hoofdstuk7.Verplaatsen in en rond de woning Artikel
- Persoonsgebonden budget Het persoonsgebonden budget voor een rolstoel wordt vastgesteld zoals vermeld onder artikel 2 lid 3 van dit besluit. Hoofdstuk8.Slotbepalingen Artikel12 Citeertitel Dit besluit kan worden aangehaald als Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Oss
- Toelichting op het Besluit maatschappelijke ondersteuning OssInleidingNaast een verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning is er ook een besluit maatschappelijke ondersteuning. In dit besluit zijn alle bedragen, die op basis van de modelverordening moeten worden vastgesteld, bij elkaar gebracht. Daarnaast zijn alle regels waarvoor de verordening een delegatiebepaling voor het college bevat in het besluit ingevuld. Het voordeel van het opnemen van alle bedragen in een besluit is dat bij wijziging van de bedragen (bijvoorbeeld omdat er aan de hand van de prijsindex een bijstelling van bedragen plaatsvindt) niet de verordening gewijzigd moet worden en dus in de Raad besproken en opnieuw vastgesteld moet worden. Bijstelling van het Besluit door het college kan aanzienlijk sneller plaatsvinden. Hoofdstuk
- BegripsbepalingenIn hoofdstuk 1 zijn de voor het besluit relevante begripsbepalingen opgenomen. De overige begripsbepalingen worden opgesomd in de Verordening maatschappelijke ondersteuning Oss. Hoofdstuk
- Bijzondere regels over het persoonsgebonden budgetVoor alle voorzieningen (m.u.v. de algemene vervoersvoorziening) geldt dat er een persoonsgebonden budget kan worden gevraagd, waarbij dan de volgende bijzondere regels gelden. Artikel
- Regels rond verstrekkingVerstrekking van een persoonsgebonden budget vindt plaats op verzoek van de aanvrager. Dit kan bij voorkeur tegelijk met de aanvraag, indien op dat moment al duidelijk is dat de aanvrager dit wenst. Niet in alle situaties is het mogelijk een persoonsgebonden budget te ontvangen. Een persoonsgebonden budget is niet aan de orde bij algemene vervoersvoorzieningen. In een Algemeen Overleg over een aan de Wmo verwante zaak, het bovenregionale vervoer Valys, heeft de Tweede Kamer op 29 maart 2006 uitgesproken dat de mogelijkheid om een cliënt te laten kiezen voor een persoonsgebonden budget niet bedoeld is om goed draaiende systemen, zoals bijvoorbeeld collectief vervoerssystemen, in gevaar te brengen. Als bijvoorbeeld in plaats van collectief vervoer (een voorziening in natura) een persoonsgebonden budget zou moeten worden verstrekt, zou de mogelijkheid bestaan dat door een leegloop van het collectief vervoer de basis onder dit vervoer uit zou vallen. Voor diegenen die afhankelijk zijn van collectief vervoer zou zo een naturavoorziening wegvallen. Daarnaast zal ook in situaties waarbij tijdens onderzoek duidelijk wordt dat een aanvrager problemen zal krijgen met het omgaan met een persoonsgebonden budget, dit als contra-indicatie worden opgevat. In situaties waarbij het ziektebeeld dat de aanvrager heeft zo progressief is dat bij verstrekking van de voorziening al duidelijk is dat binnen korte tijd deze voorziening weer vervangen zal moeten worden door een (meer) aangepaste voorziening kan ook besloten worden geen persoonsgebonden budget toe te passen, omdat snelle opvolging van voorzieningen een persoonsgebonden budget onwerkbaar maakt. 3.De standaardvergoeding voor voorzieningen die in het Osse kernassortiment zitten is op grond van een onderzoek op 90% gesteld, omdat uit onderzoek blijkt dat het voor iedereen mogelijk is om minimaal deze korting te krijgen bij leveranciers. De gemeente Oss krijgt bijvoorbeeld een korting van 30% van leverancier Doove. Een persoonsgebonden budget van 90% van de bruto kostprijs van een voorziening in Osse verstrekkingenpakket is dus altijd toereikend om zelf de betreffende voorziening bij een leverancier naar keuze aan te schaffen.
- Restwaarde Indien een belanghebbende gaat verhuizen naar een andere gemeente of de medische situatie verandert (wat leidt tot een aanvraag voor een andere voorziening) wordt de restwaarde van de voorziening bepaald en in de regel teruggevorderd. Het bepalen van de restwaarde wordt gedaan aan de hand van afschrijvingspercentages die zijn afgeleid van de afschrijvingspercentages die de gecontracteerde leverancier hanteert voor haar voorzieningen. Een woonvoorziening kan verstrekt worden als voorziening in natura. Dit zal vooral gelden voor kleinere, losse en daarom vaak herbruikbare voorzieningen, zoals tilliften, douchestoelen en dergelijke voorzieningen. Dit artikellid bepaalt dat bepaalde roerende woonvoorzieningen bij voorkeur in natura worden aangeboden, om te voorkomen dat er sprake zal zijn van kapitaalvernietiging. Deze voorkeur hangt samen met het vormen van een depot en de daarmee samenhangende herverstrekking. De sportrolstoel is een voorziening die is meegenomen vanuit de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg) zonder dat deze sportrolstoel in de Wvg of in de Wmo wordt genoemd. De sportrolstoel is een bovenwettelijke voorziening. De sportrolstoel werd destijds in de Wvg opgenomen naar aanleiding van een verzoek van de Tweede Kamer. Daarom wordt de bestaande verstrekkingswijze, zoals bij de Wvg, voortgezet wat betekent dat de sportrolstoel wordt verstrekt als een persoonsgebonden budget in de vorm van een forfaitaire financiële tegemoetkoming. Deze tegemoetkoming is niet kostendekkend en dient beschouwd te worden als tegemoetkoming in de kosten van aanschaf en onderhoud voor een periode van drie jaar. De gemeente Oss kende in de Wvg ook een vergoeding voor andere sportvoorzieningen voor gehandicapten. Ook deze vergoeding wordt onder de Wmo voortgezet. Na drie jaar kan opnieuw een forfaitaire financiële tegemoetkoming voor een sportrolstoel of andere sportvoorziening worden toegekend. 6.De keuze die gemaakt wordt ten aanzien van de verantwoording van het persoonsgebonden budget is hier vastgelegd. Deze keuze wordt verder aangevuld in de Beleidsregels Wmo Oss. Hoofdstuk
- Eigen bijdragen, eigen aandeel en besparingsbijdrageArtikel
- Omvang van de eigen bijdrageHoofdstuk 3 van het Besluit maatschappelijke ondersteuning Oss (Stb 2006/450) handelt over eigen bijdragen en het eigen aandeel bij financiële tegemoetkomingen. In artikel 3.1 van dit besluit wordt onder a, b, c en d aangegeven welke bedragen de minister als maximum laat gelden voor welke groepen. De gemeenteraad kan bepalen dat de genoemde bedragen in gelijke mate ten gunste van de aanvrager gewijzigd worden. Ook het percentage van 15% (artikel 3.1 onder d) kan door de gemeenteraad naar beneden gewijzigd worden. Hoofdstuk
- Hulp bij het huishoudenArtikel
- Vaststelling bedrag persoonsgebonden budget voor hulp bij het huishoudenIn dit artikel wordt aangegeven hoe het persoonsgebonden budget voor hulp bij het huishouden wordt vastgesteld. Het bedrag van het persoonsgebonden budget voor hulp bij het huishouden wordt berekend op basis van uren en halve uren. Hoofdstuk
- WoonvoorzieningenArtikel 7In artikel 7 lid 1 wordt vastgesteld wanneer een voorziening in natura in eigendom dan wel in bruikleen wordt verstrekt. In artikel 7 lid 2 onder b is geregeld hoe de financiële tegemoetkoming of het persoonsgebonden budget voor een bouwkundige woonvoorziening (een woningaanpassing) wordt vastgesteld. Het gaat daarbij om de kosten van de door het college goedgekeurde offerte met hierin genoemd de kosten voor de bouw, maar ook aan eventuele kosten voor de architect, vergunningen en voor toezicht. Door uit te gaan van de kosten in de goedgekeurde offerte is het mogelijk per offerte andere kosten mee te nemen. Zo zullen toezichtkosten bij een kleine verbouwing geen rol spelen. In de Beleidsregels Wmo Oss is verder uitgewerkt om welke kosten het kan gaan. In artikel 7 lid 2 onder a wordt de vaststelling van het persoonsgebonden budget voor niet bouwkundige of niet woontechnische woonvoorzieningen behandeld. In artikel 7 lid 3 is de hoogte van de verhuiskostenvergoeding vastgelegd. De financiële tegemoetkoming in de kosten van verhuizing en herinrichting kan in de vorm van een vast of een variabel bedrag verstrekt worden. In de meeste gevallen zal het forfaitaire bedrag als genoemd onder a toereikend zijn. Indien het forfaitaire bedrag aantoonbaar niet toereikend is kan een hoger bedrag worden verstrekt met een maximum van de daadwerkelijk gemaakte kosten. De kosten worden vastgesteld aan de hand van de richtprijzen van de Prijzengids van het Nibud. Gereserveerd voor onderhoud en keuring woonvoorzieningen. In artikel 7 lid 5 is de hoogte van de vergoeding voor de kosten van tijdelijke huisvesting vastgelegd. In artikel 7 lid 6 is de hoogte van de tegemoetkoming bij huurderving vastgelegd. Het betreft hier een vergoeding aan eigenaren van woningen indien men besluit een reeds aangepaste woning langer leeg te laten staan totdat een geschikte huurder is gevonden voor wie de aanpassingen adequaat zijn. De duur van de tegemoetkoming is maximaal 6 maanden. Bij de exploitatie van een woning wordt rekening gehouden met een bepaald percentage huurderving. Om deze reden is het te verantwoorden dat de verhuurder het normale risico van leegstand loopt. De eerste maand dat de woning leegstaat mag dit als normaal beschouwd worden. In artikel 7 lid 7 is de hoogte van de vergoeding voor de kosten van het verwijderen van voorzieningen vastgelegd. In artikel 7 lid 8 is de hoogte van de vergoeding van vervanging van stoffering in verband met astmatische klachten en huisstofmijtallergie (woningsanering) en de aanschaf van rolstoeltapijt vastgelegd. Bij een woningsanering in verband met astmatische klachten en huisstofmijtallergie wordt het “slijtagecriterium” (waarbij de vergoeding afhankelijk is van de afschrijving van het te vervangen tapijt) door de gemeente Oss niet toegepast. Er geldt geen leeftijdscriterium voor het in aanmerking kunnen komen voor een woningsanering in verband met astmatische klachten en huisstofmijtallergie. Ook de negatieve effecten van het rookgedrag van de aanvrager en/of eventuele huisgenoten wordt niet als uitsluitingscriterium in de beoordeling meegenomen. Hoofdstuk
- Het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddelArtikel 8Onder lid 1 van artikel 8 zijn de “persoonsgebonden budgetten” die de gemeente Oss in het kader van de Wet voorzieningen gehandicapten hanteerde opgenomen. Het betreft in feite forfaitaire financiële tegemoetkomingen omdat deze vergoedingen niet de tegenwaarde van de kostprijs van de voorziening vormen. In artikel 8 lid 1 van dit besluit worden de situaties beschreven waarin een dergelijke vergoeding kan worden toegekend. Het verschil met het regulierepersoonsgebonden budget in de Wmois dat er onder de situatie zoals genoemd in artikel 8.1 onder a een indicatie bestaat voor bijvoorbeeld een scootermobiel maar betrokkene ook een financiële tegemoetkoming kan kiezen waarvoor een auto kan worden aangeschaft. Bij een zuiver (regulier) persoonsgebonden budget op grond van de Wmo zou voor de tegemoetkoming in de vorm van een persoonsgebonden budget voor een scootermobiel ook daadwerkelijk een scootermobiel moeten worden aangeschaft. Bij de situaties onder b en c bestaat in beide gevallen geen indicatie voor een scootermobiel of gesloten buitenwagen en zou in feite een financiële tegemoetkoming voor bijvoorbeeld een rolstoeltaxi adequaat zijn. In deze gevallen kan betrokkene echter ook een tegemoetkoming krijgen waarmee een (tweedehands) auto, rolstoeltoegankelijk auto of rolstoelbus worden aangeschaft. In alle gevallen betreft het dus geen zuiver regulier persoonsgebonden budget. Omdat het verschil tussen een persoonsgebonden budget en een financiële tegemoetkoming marginaal is, is er in het besluit voor gekozen ook deze – uit de Wvg overgenomen – tegemoetkomingen onder het criterium persoonsgebonden budget te rangschikken – zij het dat in deze gevallen geen sprake is van de tegenwaarde van de voorziening maar van een tegemoetkoming in de kosten in de vorm van een forfaitair bedrag. In de verordening Wmo is met het oog hierop in de uitleg van het begrip persoonsgebonden budget gesteld dat het persoonsgebonden budget in de regel de tegenwaarde van de voorziening vertegenwoordigd. Artikel 9.1Artikel 9 regelt het vaststellen van het netto-inkomen van een aanvrager om te bepalen of de inkomensgrenzen worden overschreden welke bij de vervoersvoorzieningen worden gehanteerd. Artikel 9.2Lid 2 van artikel 9 regelt de zogenaamde “glijdende schaal” waardoor gehandicapten met een inkomen net boven 1,5 x het norminkomen, die een vervoerskostenvergoeding ontvangen ofwel voor de eerste keer aanvragen, niet meteen hun vervoerskostenvergoeding geheel verliezen ofwel nog voor een gedeeltelijke vergoeding in aanmerking kunnen komen. Artikel 9.3In lid 3 wordt de grens vastgesteld waarboven men geen recht heeft op om tegen betaling van het tarief dat vergelijkbaar is met het openbaar vervoer gebruik te maken van collectief vraagafhankelijk vervoer. Artikel 9.4In lid 4 is aangegeven dat de gemeente bij de vaststelling van het inkomen rekening houdt met overige kosten die voortvloeien uit de handicap. Het betreft noodzakelijke kosten die de gehandicapte ten behoeve van zichzelf heeft gemaakt en die niet op grond van een voorliggende voorziening (geheel of gedeeltelijk) voor vergoeding in aanmerking komen. Artikel 9.5In lid 5 onder a is de vermindering bepaald wanneer de gehandicapte zowel een vervoerskostenvergoeding als een vervoersvoorziening in natura ontvangt. Onder b is de vermindering bepaald wanneer de gehandicapte verblijft in een inrichting op grond van de Awbz (verpleeg- dan wel verzorgingshuis). De reden voor deze korting is gelegen in het feit dat een vervoerskostenvergoeding feitelijk uit twee componenten is opgebouwd, te weten uit de "noodzakelijke" component (het vervoer voor noodzakelijke levensbehoeften zoals het doen van boodschappen i.v.m. maaltijden en verzorging en de "overige" component (het vervoer voor overige levensbehoeften zoals bezoek aan familie, vrienden, kennissen, verenigingen). Bij de bewoners van een verpleeg- dan wel verzorgingshuis bestaat aanzienlijk minder noodzaak voor vervoer ten behoeve van de "noodzakelijke component". Vandaar dat bij het bepalen van de hoogte van de aan deze categorie gehandicapten toe te kennen forfaitaire vergoeding, deze component eruit is gehaald. De mogelijkheid tot verlaging naar 50% bij bovengenoemde doelgroep is niet van toepassing indien sprake is van een voorziening in de vorm van deelname aan het collectief vraagafhankelijk vervoer. Artikel 10Artikel 10 stelt de hoogte van financiële tegemoetkomingen en persoonsgebonden budgetten vast. Artikel
- 1Lid 1 legt een aantal normbedragen vast in de vorm van forfaitaire vergoedingen voor autokosten, taxikosten en rolstoeltaxikosten. Deze bedragen worden verstrekt indien men op grond van medische of sociale factoren geen gebruik kan maken van het collectieve vervoerssysteem. Artikel 10.2In lid 2 is de forfaitaire vergoeding vastgelegd welke naast collectief vervoer kan worden toegekend. Artikel 10.3In lid 3 is het maximum van de financiële tegemoetkoming voor autoaanpassingen vastgesteld. Artikel 10.4 t/m 10.6In lid 4, 5 en 6 zijn de forfaitaire bedragen vastgesteld bij de drie vormen van persoonsgebonden budgetten die de gemeente Oss kent voor de aanschaf van een auto, rolstoeltoegankelijke auto en rolstoelbus. Met betrekking tot autoaanpassingen welke naast het forfaitaire bedrag voor de aanschaf van een auto of rolstoelbus kunnen worden toegekend wordt gesteld dat de te vergoeden kosten worden vastgesteld aan de hand van het bepaalde in artikel 10 lid 3 onder van onderhavig besluit. Hoofdstuk
- Verplaatsen in en rond de woningArtikel 11Bij het vaststellen van het persoonsgebonden budget voor een rolstoel wordt uitgegaan van de adequaat-goedkoopste voorziening (zoals in de verordening bepaald) welk bedrag verhoogd wordt met de gemiddelde kosten van onderhoud en reparatie aan vergelijkbare rolstoelen. Elke rolstoel die enige aanpassing behoeft zal uitkomen op een ander bedrag. Daarom vindt vaststelling van het persoonsgebonden budget bij rolstoelen vaak per rolstoel plaats. Hoofdstuk
- SlotbepalingenIn artikel 12 is de citeerbepaling van het besluit opgenomen. Artikel
- Dit Besluit zal worden bekendgemaakt op 1 april 2011 en werkt terug tot 1 januari
- Aldus vastgesteld in de B&W vergadering van 9 maart
- De gemeentesecretaris, De Burgemeester, Drs. M.J.H. van Schaijk H.W.M. Klitsie Bekendgemaakt in Oss Actueel 01-04-
- In werking getreden 01-01-2011.