← Nederland

Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrecht Cuijk 2007 (Cuijk)

Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrecht Cuijk 2007De raad van de gemeente Cuijk; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 13 oktober 2009; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer; B e s l u i t : vast te stellen de: “Verordening tot 3e wijziging van de Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrecht Cuijk 2007”. HOOFDSTUK I Algemene bepalingen Artikel1Inleidende bepaling 1Krachtens deze verordening worden geheven: 1een afvalstoffenheffing; 2een reinigingsrecht. Artikel2Begripsomschrijvingen 1In deze verordening wordt verstaan onder: Bedrijfspand: Een gebouwde onroerende zaak – of een zelfstandig gebruikt gedeelte ervan – geen perceel zijnde. Bedrijfsafval: Afvalstoffen afkomstig van bedrijven, kantoren en instellingen, welke door geringe omvang of hoeveelheid gelijk te stellen zijn met huishoudelijk afval en als zodanig mede in aanmerking komen voor het periodieke inzamelen. HOOFDSTUK II Afvalstoffenheffing Artikel3Aard van de belasting en belastbaar feit 1Onder de naam “afvalstoffenheffing” wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer (Stb. 1994, 80). 2De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het feitelijk gebruik van een perceel ten aanzien waarvan krachtens artikel 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Artikel4Belastingplicht 1De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge artikel 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. 2Voor de toepassing van het eerste lid wordt als gebruiker aangemerkt:a. degene die naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht feitelijk gebruik maakt van het perceel;b. Ingeval een gedeelte van een perceel ten gebruike is afgestaan: degene die dat gedeelte ten gebruike heeft afgestaan. Artikel5Maatstaf van heffing en tarief 1De belasting bedraagt per belastingjaar € 128,-- per perceel; 2Onverminderd het bepaalde in het vorige lid bedraagt de belasting voor het ter beschikking stellen van een als afvalzak bestemde betaalde opdrukzak, per 10 opdrukzakken € 11,

  1. HOOFSTUK III Reinigingsrecht Artikel6Belastbaar feit 1Onder de naam “reinigingsrecht” wordt een recht geheven voor het genot van door of vanwege de gemeente verstrekte diensten als omschreven in het tweede lid. 2Het in het eerste lid bedoelde genot van diensten bestaat uit het periodiek verwijderen van bedrijfsafval van beperkte omvang en hoeveelheid, voor zover dit wordt aangeboden overeenkomstig de daartoe door de Bestuurscommissie Afvalinzameling Land van Cuijk en Boekel te stellen regelen. Artikel7Belastingplicht 1Belastingplichtig voor het reinigingsrecht is degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt. Artikel8Maatstaf van heffing en tarief 1Het recht voor het periodiek verwijderen van bedrijfsafval van beperkte omvang of hoeveelheid bedraagt per belastingjaar € 128,-- per bedrijfspand. 2Onverminderd het bepaalde in het vorige lid bedraagt het recht voor het ter beschikking stellen van een als afvalzak bestemde betaalde opdrukzak, per 10 opdrukzakken € 11,
  2. HOOFDSTUK IV Aanvullende bepalingen Artikel9Wijze van heffing 1De belasting, bedoeld in artikel 5, eerste lid, en het recht, bedoeld in artikel 8, eerste lid, worden bij wege van aanslag geheven. 2In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan minder is dan € 4.000,00 dat de aanslagen moeten worden betaald in drie gelijke maandelijkse termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. Artikel10Termijnen van betaling 1De aanslagen moeten worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. 2In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan minder is dan € 2.000,00 dat de aanslagen moeten worden betaald in drie gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3In gevallen bedoeld in het tweede lid geldt in afwijking inzoverre van het aldaar bepaalde, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moet worden betaald in acht gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 4In afwijking in zoverre van het in de vorige leden bepaalde moet de belasting, bedoeld in artikel 5, tweede lid, en het recht, bedoeld in artikel 8, tweede lid, worden betaald op het moment van het doen van de kennisgeving. Artikel11Belastingjaar 1Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel12Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdsgelang voor de jaarlijks verschuldigde belasting en rechten 1De heffing, bedoeld in artikel 5, eerste lid, en het recht bedoeld in artikel 8, eerste lid is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, wordt de heffing, bedoeld in artikel 5, eerste lid, en het recht bedoeld in artikel 8, eerste lid, geheven over zoveel twaalfde gedeelten als na de aanvang van de belastingplicht nog volle kalendermaanden in het belastingjaar overblijven. 3Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de ingevolge de artikelen 5, eerste lid, en 8, eerste lid, berekende bedragen, als na het einde van de belastingplicht nog volle kalendermaanden overblijven. 4Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist. Artikel13Kwijtschelding 1Bij de invordering van de belasting dan wel het recht als bedoeld in artikel 5, tweede lid respectievelijk artikel 8, tweede lid van deze verordening wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel14Nadere regels college van burgemeester en wethouders 1Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de Reinigingsheffingen. Artikel15Nieuw Artikel 1De “Verordening Reinigingsheffingen Cuijk 2000” van 20 december 1999, sindsdien gewijzigd, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking. 3De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2010 4Deze verordening kan worden aangehaald als de “Verordening tot 3e wijziging van de Verordening Reinigingsheffingen Cuijk 2007”. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Cuijk van 14 december
  3. De raad voornoemd, C.G.W.M. Selman L.M. Schoots griffier voorzitter

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.