← Nederland

Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2010 (Cuijk)

Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2010De raad van de gemeente Cuijk Overwegende, dat de Verordening rechtspositie wethouders, raadsleden en commissieleden 2010 zodanige onvolkomenheden bevat dat er aanleiding bestaat om tot aanpassing hiervan over te gaan; Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 12 april 2011; Gelet op de artikelen 44, 82 tot en met 84, 96 tot en met 99 van de Gemeentewet, het Rechtspositiebesluit wethouders, Regeling rechtspositie wethouders en het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden; Besluit: Vast te stellen de navolgende Verordening tot 1e wijziging van de Verordening rechtspositie wethouders, raadsleden en commissieleden 2010: Hoofdstuk I Begripsomschrijvingen Artikel1Begripsomschrijvingen 1In deze verordening wordt verstaan onder: a. commissie: een commissie als bedoeld in hoofdstuk V van de Gemeentewet ; b. Rechtspositiebesluit wethouders : het Koninklijk Besluit van 22 maart 1994, Stb. 243; c. Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden : het Koninklijk Besluit van 22 maart 1994, Stb. 244; d. Regeling rechtspositie wethouders : de ministeriële regeling van 20 februari 2001, Stcrt. 41 als be-doeld in artikel 23 van het Rechtspositiebesluit wethouders ; e. Verplaatsingskostenregeling 1989 : het besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken van 20 oktober 1989, nr. AB87/74/U6DGMP/AV/FAR, Stcrt. 212; f. Reisregeling binnenland : het besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken van 16 maart 1993, nr. AB93/U280, Stcrt. 56; g. Reisregeling buitenland : het besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken van 12 september 1994, nr. AD94/U1011, Stcrt. 181; Artikel2Vergoeding voor de werkzaamheden De vergoeding voor de werkzaamheden bedoeld in artikel 2, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden , is gelijk aan het door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor gemeenteklasse 4 vastgestelde maximum. Artikel3Onkostenvergoeding 1De vergoeding voor aan de uitoefening van het raadslidmaatschap verbonden kosten is gelijk aan het bedrag voor gemeenteklasse 4, vermeld in tabel II van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden . 2Ten aanzien van een raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt, is in afwijking van het eerste lid de onkostenvergoeding gelijk aan het bedrag voor gemeenteklasse 4, vermeld in tabel III van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden Artikel4Berekening en betaling vaste vergoedingen 1Hij die gedurende een gedeelte van het kalenderjaar raadslid is geweest ontvangt de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2 en 3, naar evenredigheid van het aantal dagen dat hij in dat jaar raadslid is geweest. 2De betaling van de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2 en 3, geschiedt in maandelijkse termijnen. Artikel5Reiskosten 1Op grond van het bepaalde in artikel 99 van de Gemeentewet ontvangt het raadslid geen vergoeding voor de reiskosten woonwerkverkeer. 2Aan het raadslid worden de ten behoeve van de gemeente gemaakte kosten in verband met reizen buiten het grondgebied van de gemeente ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur vergoed. 3De in het tweede lid bedoelde vergoeding betreft: a. bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een taxi: een volledige vergoeding van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten; b. bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een vergoeding van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, onderdeel b, van de Regeling rechtspositie wethouders; c. een vergoeding van de noodzakelijk en redelijk gemaakte verblijfkosten. 4De in het tweede lid bedoelde vergoeding betreft: a. bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een taxi: een volledige vergoeding van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten; b. bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een vergoeding van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, onderdeel b, van de Regeling rechtspositie wethouders; c. een vergoeding van de noodzakelijk en redelijk gemaakte verblijfkosten. Artikel6Buitenlandse dienstreis 1Indien het raadslid in het gemeentelijk belang een reis buiten Nederland maakt worden de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reis en verblijfkosten vergoed. 2Voor een reis in het gemeentelijk belang buiten Nederland, is vooraf toestemming van de gemeenteraad vereist. De gemeenteraad kan aan deze toestemming voorwaarden verbinden. Artikel7Cursus, congres, seminar of symposium 1De kosten van deelname van een raadslid aan cursussen, congressen, seminars en symposia die in het gemeentelijk belang door of namens de gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de gemeente. 2Het raadslid dat wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar of symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in bij de griffier. Besluitvorming vindt plaats in overleg met de voorzitter van de gemeenteraad. De aanvraag gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. De kosten komen voor rekening van de gemeente als deelname van algemeen belang is in verband met de vervulling van het raadslidmaatschap. Artikel8Computer en internetverbinding 1Op aanvraag stelt het college het raadslid ten laste van de gemeente voor de uitoefening van het raadslidmaatschap een computer/laptop, bijbehorende apparatuur en software in bruikleen ter beschikking. De computer/laptop zal technisch zodanig worden ingericht dat privégebruik niet of nauwelijks mogelijk is. 2Indien geen computer, bijbehorende apparatuur en software ter beschikking is gesteld, verleent het college een raadslid op aanvraag voor de uitoefening van het raadslidmaatschap voor een periode van maximaal drie jaar een tegemoetkoming van 30% (bruto) van de aanschafwaarde voor a. aanschaf van een computer, bijbehorende apparatuur en software, of b. gebruik van een eigen computer, bijbehorende apparatuur en software.Daarbij wordt ten hoogste uitgegaan van de aanschafwaarde van de computer, bijbehorende apparatuur en software welke het college aan de raadsleden in bruikleen ter beschikking stelt. 3Op aanvraag vergoedt het college het raadslid de aanleg- en abonnementskosten voor de internetverbinding (netto, meest gangbare versie ADSL) voor de in het eerste of derde lid genoemde computerapparatuur. 4Het raadslid ondertekent voor de bruikleen een bruikleenovereenkomst met de gemeente. 5De overeenkomst als bedoeld in lid 4 van dit artikel bevat een verklaring van het raadslid dat de computer voor niet meer dan 10% voor privédoeleinden zal worden gebruikt. De gemeente behoudt zich het recht voor controle op privégebruik uit te voeren. Indien er als gevolg van onrechtmatig privégebruik aan de gemeente een naheffing wordt opgelegd, worden de volledige kosten hiervan doorberekend aan het raadslid. 6De in lid 1 en lid 3 van dit artikel bedoelde aanvragen worden door de raadsleden ingediend bij de griffier. Artikel9Kinderopvang Vervallen Artikel10Spaarloonregeling/levensloopregeling 1Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt kan op aanvraag deelnemen aan de voor het gemeentelijk personeel geldende spaarloonregeling. 2Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt kan deelnemen aan de levensloopregeling als bedoeld in artikel 19g van de Wet op de loonbelasting 1964 . 3Deelname aan de spaarloonregeling is niet mogelijk indien het raadslid gebruik maakt van de wettelijke levensloopregeling. 4Gelet op het bepaalde in artikel 99 van de Gemeentewet bestaat geen aanspraak op enige vergoeding van de gemeente. 5Een aanvraag als bedoeld in lid 1 van dit artikel wordt door het raadslid ingediend bij de griffier. Artikel10aFietsregeling 1Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt kan op aanvraag deelnemen aan de fietsregeling als bedoeld in artikel 37 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting

  1. Naar keuze van het raadslid wordt de raadsvergoeding dan wel vaste onkostenvergoeding verminderd met de vergoeding voor de fiets als bedoeld in de Uitvoeringsregeling. 2Gelet op het bepaalde in artikel 99 van de Gemeentewet bestaat geen aanspraak op enige vergoeding van de gemeente. 3Een aanvraag als bedoeld in lid 1 van dit artikel wordt door het raadslid ingediend bij de griffier. Artikel11Verlaging vergoeding werkzaamheden bij arbeidsongeschiktheid 1De vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 2, kan op verzoek van een raadslid worden verlaagd in het geval hij een uitkering ontvangt in verband met gehele of gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid. 2Een verzoek als bedoeld in lid 1 van dit artikel wordt ingediend bij de griffier. Artikel12Compensatie korting werkloosheidsuitkering 1In het geval een raadslid een uitkering op grond van de Werkloosheidswet ontvangt en de na toepassing van artikel 20 van die wet ontstane korting op deze uitkering ten gevolge van het uitoefenen van het raadslidmaatschap meer bedraagt dan de in artikel 2 bedoelde vergoeding voor de werkzaamheden die het raadslid ontvangt, wordt deze vergoeding ten laste van de gemeente verhoogd tot het bedrag van bedoelde korting. 2In het geval dat een raadslid een uitkering op grond van het Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel ontvangt en de na toepassing van artikel 6, vierde lid, van dat besluit ontstane korting op deze uitkering ten gevolge van het uitoefenen van het raadslidmaatschap meer bedraagt dan de in artikel 2 bedoelde vergoeding voor de werkzaamheden die het raadslid ontvangt, wordt deze vergoeding ten laste van de gemeente verhoogd tot het bedrag van bedoelde korting. Artikel13Vergoeding voor waarneming voorzitterschap van de gemeenteraad Vervallen Artikel13aZiektekostenvoorziening 1Aan raadsleden wordt een tegemoetkoming in de kosten van een ziektekostenverzekering toegekend, als bedoeld in artikel 11 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. 2De hoogte van de tegemoetkoming als bedoeld in lid 1 van dit artikel is vastgesteld door het Ministerie van Binnenlandse Zaken 3In het geval een raadslid gedurende een gedeelte van het kalenderjaar lid van de raad is geweest ontvangt hij de tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, naar evenredigheid van het aantal dagen dat hij in dat jaar raadslid is geweest. 4De betaling van de tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, geschiedt in maandelijkse termijnen. Artikel13bVoorzieningen bij tijdelijk ontslag wegens zwangerschap en bevalling of ziekte 1De artikelen 2 tot en met 4, 8, 10 tot en met 12 en 13a blijven van toepassing op het raadslid aan wie ingevolge artikel X 10 van de Kieswet tijdelijk ontslag is verleend wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, met dien verstande dat de onkostenvergoeding die dit raadslid op grond van artikel 3, eerste of tweede lid, ontvangt de helft bedraagt van het bedrag dat op grond van die bepalingen van toepassing is. 2De artikelen 1 tot en met 7, 8, eerste, tweede, vierde en vijfde lid, en 11 tot en met 13a van deze verordening zijn van toepassing op raadsleden die tijdelijk worden benoemd ter vervanging van een raadslid dat ingevolge artikel X 10 van de Kieswet tijdelijk ontslag heeft verkregen wegens zwangerschap en bevalling of ziekte. Artikel13cUitkering Vervallen Artikel13dVerzekering pensioen Vervallen Artikel13eVergoeding extra werkzaamheden Leden van raadscommissies die werkzaamheden verrichten die vallen buiten de reguliere raadswerkzaamheden ontvangen een vergoeding van 5% van de vergoeding van werkzaamheden zoals bedoeld in artikel 2 van deze verordening. Artikel14Onkostenvergoeding De vergoeding voor aan de uitoefening van het wethouderschapschap verbonden kosten is gelijk aan het bedrag voor gemeenteklasse 24.001–40.000, vermeld in artikel 25 van het Rechtspositiebesluit wethouders. Artikel15Reiskosten woon-werkverkeer 1Aan de wethouder wonende buiten het grondgebied van de gemeente Cuijk wordt een reiskostenvergoeding woonwerkverkeer toegekend. Deze vergoeding is gelijk aan die bedoeld in artikel 3 van de Regeling rechtspositie wethouders. 2Ongeacht of aan een wethouder op basis van lid 1 van dit artikel een reiskostenvergoeding wordt toegekend, kan hij gebruik maken van de mogelijkheid tot uitruil van de kosten met fiscaal voordeel. Hiervoor kan de eindejaarsuitkering worden ingezet. 3Op de bepalingen in dit artikel is de fiscale regelgeving van toepassing. Artikel16Zakelijke reiskosten Aan de wethouder wordt naast de tegemoetkoming bedoeld in artikel 15, een vergoeding verleend voor reiskosten ter zake van andere dan de in artikel 15 bedoelde reizen ten behoeve van de gemeente gemaakt.De vergoeding betreft: a. bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een taxi: een volledige vergoeding van de reiskosten; b. bij gebruik van een eigen personenauto: de vergoeding als bedoeld in artikel 4, onderdeel b, van de Regeling rechtspositie wethouders ; c. een vergoeding van de noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte verblijfkosten. Artikel17Dienstauto Vervallen Artikel18Verblijfkosten Vervallen Artikel19Buitenlandse dienstreis 1Indien de wethouder in het gemeentelijk belang een reis buiten Nederland maakt worden de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reis- en verblijfkosten vergoed. 2Voor een reis in het gemeentelijk belang buiten Nederland, niet zijnde een reis naar een Europese instelling, is vooraf toestemming van het college vereist. Artikel20Cursus, congres, seminar of symposium 1De kosten van deelname van een wethouder aan cursussen, congressen, seminars en symposia die in het gemeentelijk belang door of namens de gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de gemeente. 2De wethouder die wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar of symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in bij de gemeentesecretaris. Besluitvorming vindt plaats in overleg met de burgemeester. De aanvraag gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. De kosten komen voor rekening van de gemeente als deelname van algemeen belang is in verband met de uitoefening van het ambt van wethouder. Artikel21Computer en internetverbinding 1Op aanvraag worden de wethouder ten laste van de gemeente voor de uitoefening van het ambt een computer/laptop, bijbehorende apparatuur en software in bruikleen ter beschikking gesteld. De computer/laptop zal technisch zodanig worden ingericht dat privégebruik niet of nauwelijks mogelijk is. 2Indien geen computer, bijbehorende apparatuur en software ter beschikking is gesteld, verleent het college de wethouder op aanvraag voor de uitoefening van het ambt voor een periode van maximaal drie jaar een tegemoetkoming van 30% (bruto) van de aanschafwaarde voor a. aanschaf van een computer, bijbehorende apparatuur en software, of b. gebruik van een eigen computer, bijbehorende apparatuur en software.Daarbij wordt ten hoogste uitgegaan van de aanschafwaarde van de computer, bijbehorende apparatuur en software welke het college aan de wethouders in bruikleen ter beschikking stelt. 3Op aanvraag worden de wethouder de aanleg- en abonnementskosten voor de internetverbinding (netto, meest gangbare versie ADSL) voor de in het eerste of derde lid genoemde computerapparatuur vergoed. 4De wethouder ondertekent voor de bruikleen een bruikleenovereenkomst met de gemeente. 5De overeenkomst als bedoeld in lid 4 van dit artikel bevat een verklaring van de wethouder dat de computer voor niet meer dan 10% voor privédoeleinden zal worden gebruikt. De gemeente behoudt zich het recht voor controle op privégebruik uit te voeren. Indien er als gevolg van onrechtmatig privégebruik aan de gemeente een naheffing wordt opgelegd, worden de volledige kosten hiervan doorberekend aan de wethouder. 6De in lid 1 en lid 3 van dit artikel bedoelde aanvragen worden door de wethouders ingediend bij de gemeentesecretaris. Artikel22Mobiele telefoon 1Aan de wethouder wordt voor de uitoefening van zijn ambt een mobiele telefoon in bruikleen ter beschikking gesteld. 2De wethouder ondertekent daartoe een bruikleenovereenkomst met de gemeente. In deze bruikleenovereenkomst zijn bepalingen omtrent het gebruik en beheer van de mobiele telefoon opgenomen. 3Voor zover de in bruikleen beschikbaar gestelde mobiele telefoon frequent voor privédoeleinden is gebruikt, vindt een verrekening van de gesprekskosten plaats. Beperkt privégebruik is toegestaan. 4In afwijking van het bepaalde in lid 3 vindt in alle gevallen verrekening plaats van gesprekskosten voor privédoeleinden van en naar het buitenland. Artikel23Spaarloonregeling/levensloopregeling 1De wethouder kan op aanvraag deelnemen aan de voor het gemeentelijk personeel geldende spaarloonregeling. 2De wethouder kan deelnemen aan de levensloopregeling als bedoeld in artikel 19g van de Wet op de loonbelasting
  2. 3Deelname aan de spaarloonregeling is niet mogelijk indien de wethouder gebruik maakt van de wettelijke levensloopregeling. 4Gelet op het bepaalde in artikel 44 van de Gemeentewet bestaat geen aanspraak op enige vergoeding van de gemeente. 5De aanvraag als bedoeld in lid 1 van dit artikel kan door de wethouder worden ingediend bij de gemeentesecretaris. Artikel23aFietsregeling 1De wethouder kan op aanvraag deelnemen aan de fietsregeling als bedoeld in artikel 37 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting
  3. Naar keuze van de wethouder wordt de bezoldiging dan wel vaste onkostenvergoeding dan wel eindejaarsuitkering verminderd met de vergoeding voor de fiets als bedoeld in de Uitvoeringsregeling. 2Gelet op het bepaalde in artikel 44 van de Gemeentewet bestaat geen aanspraak op enige vergoeding van de gemeente. 3De aanvraag als bedoeld in lid 1 van dit artikel kan door de wethouder worden ingediend bij de gemeentesecretaris Artikel24Reis- en pensionkosten en verhuiskosten 1De wethouder die bij benoeming nog niet over woonruimte in de gemeente beschikt, en waarvoor de afstand woon-werkverkeer meer bedraagt dan 50 km. enkele reis, heeft ten laste van de gemeente aanspraak op vergoeding van: areis- en pensionkosten overeenkomstig het bepaalde in artikel 1 van de Regeling rechtspositie wethouders ; bverhuiskosten in verband met de benoeming als wethouder overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 van de Regeling rechtspositie wethouders . Artikel25Kinderopvang Vervallen. Hoofdstuk IV Voorzieningen voor commissieleden Artikel26Vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen 1De vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van een commissie en haar subcommissies bedoeld in artikel 14 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden is gelijk aan het door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor gemeenteklasse 3 vastgestelde maximum. 2In afwijking van het bepaalde in lid 1 ontvangen de voorzitters van de Vaste commissie van advies voor de bezwaarschriften en de Vaste commissie van advies voor de bezwaarschriften ISD Cuijk-Grave-Mill voor het bijwonen van een vergadering van hun commissie een vergoeding als bedoeld in lid 1 ter hoogte van 235% van het op grond van genoemd artikel 14 van het Rechtspositie raads- en commissieleden vastgestelde bedrag en de leden van genoemde commissies een vergoeding ter hoogte van 155% van dit bedrag. 3Geen vergoeding ontvangt degene die zitting heeft in een commissie a. als raadslid of wethouder; b. uit hoofde van dan wel als rechtstreeks uitvloeisel van een ambtelijke of bestuurlijke hoedanigheid dan wel van een functie bij een instelling die grotendeels van overheidswege wordt gesubsidieerd; c. als vertegenwoordiger van een belanghebbende instelling, organisatie of groepering, tenzij zijn lidmaatschap van de commissie tevens in belangrijke mate het gemeentelijk belang dient. Artikel27Reis- en verblijfkosten 1Aan het lid van een commissie dat geen raadslid of wethouder is en niet in zijn hoedanigheid van ambtenaar tot lid van de commissie is benoemd worden de reiskosten voor het bijwonen van de vergaderingen van de commissie vergoed. De vergoeding betreft: a. bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een taxi: een volledige vergoeding van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten; b. bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een vergoeding van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, onderdeel b, van de Regeling rechtspositie wethouders. 2Onverminderd het bepaalde in het eerste lid worden de in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten vergoed overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, onderdeel c, van de Regeling rechtspositie wethouders. Artikel28Buitenlandse excursie of reis Vervallen Artikel29Cursus, congres, seminar of symposium 1De kosten van deelname van een commissielid aan cursussen, congressen, seminars en symposia die in het gemeentelijk belang door of namens de gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de gemeente. 2Het commissielid dat wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar of symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in bij de griffier. Besluitvorming vindt plaats in overleg met de voorzitter van de gemeenteraad. De aanvraag gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. De kosten komen voor rekening van de gemeente als deelname van algemeen belang is in verband met de vervulling van het commissielidmaatschap. Artikel30Computer en internetverbinding Vervallen Hoofdstuk V De procedure van declaratie Artikel31Betaling van kosten 1Betaling van kosten op grond van deze verordening vindt plaats door: abetaling uit eigen middelen; of brechtstreekse toezending van de factuur aan de gemeente Artikel32Declaratie van vooruit betaalde kosten 1Voor de vergoeding van de kosten, bedoeld in de artikelen 5, 6, 16, 19 en 24 wordt gebruik gemaakt van een declaratieformulier, waarvan het model door het college is vastgesteld, indien deze kosten uit eigen middelen vooruit zijn betaald. 2Het declaratieformulier wordt volledig ingevuld en ondertekend. Het raadslid, onderscheidenlijk de wethouder dient het declaratieformulier binnen 2 maanden bij de griffier, onderscheidenlijk de gemeentesecretaris in, onder bijvoeging van de originele bewijsstukken. Artikel33Rechtstreekse facturering bij de gemeente 1De vergoeding van kosten, bedoeld in de artikelen 7, 16, 19, 20, 24 en 29 kan plaatsvinden door rechtstreekse toezending van de door het raadslid, onderscheidenlijk de wethouder of het commissielid voor akkoord ondertekende factuur aan de gemeente. 2Verantwoording van deze wijze van vergoeding vindt plaats door het begeleidingsformulier, waarvan het model door het college is vastgesteld, volledig in te vullen en te ondertekenen. 3Het raadslid, onderscheidenlijk de wethouder of het commissielid dient het begeleidingsformulier en de factuur binnen 2 maanden in bij de griffier, onderscheidenlijk de gemeentesecretaris of de door hem aangewezen ambtenaar. Artikel34Gebruik creditcard Vervallen. Hoofdstuk VI Citeertitel en inwerkingtreding Artikel35Intrekking oude regeling De Verordening geldelijke voorzieningen raads- en commissieleden 1994, laatstelijk gewijzigd bij besluit d.d. 21 mei 2001 wordt ingetrokken. Artikel36Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking op 1 maart
  4. Artikel37Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden
  5. Aldus besloten door de raad van de gemeente Cuijk in zijn openbare vergadering van 20 juni 2011.De raad voornoemd, R.M. van der Weegen mr.W.A.G. Hillenaargriffier voorzitter

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.