Verordening houdende regels met betrekking tot beslissingen inzake vergunningen krachtens de Wet milieubeheer voor veehouderijen, voor zover het betreft geurhinder vanwege tot die veehouderijen behoreDe raad van de gemeente Cuijk; gelezen het voorstel van de burgemeester en wethouders d.d. 20 mei 2008; gelet op artikel 6 van de Wet geurhinder en veehouderij; gelet op de resultaten van het overleg met de buurgemeenten en van de inspraakprocedure; gelet op de door hem bij besluit van 30 juni 2008 vastgestelde gebiedsvisie als bedoeld in artikel 8 van de Wet geurhinder en veehouderij; b e s l u i t: vast te stellen de verordening houdende regels met betrekking tot beslissingen inzake vergunningen krachtens de Wet milieubeheer voor veehouderijen, voor zover het betreft geurhinder vanwege tot die veehouderijen behorende dierverblijven: Verordening geurhinder en veehouderij Cuijk
- Artikel1begripsbepaling 1In deze verordening wordt verstaan onder: aveehouderij: inrichting die tot een krachtens artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheer aangewezen categorie behoort en is bestemd voor het fokken, mesten, houden, verhandelen, verladen of wegen van dieren; bWet: de Wet geurhinder en veehouderij; cGeurbelasting: de waarde ter plaatse van de gevel van het gevoelige object, berekend met V-Stacks, uitgedrukt in Europese odour units per tijdseenheid; dGeurgevoelig object: zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet geurhinder en veehouderij; eOdour units (ouE/m3; P98): Geurconcentratie als aantallen Europese odour units in een volume-eenheid lucht (ouE/m3), gemeten volgens de NEN-EN 13725:2003 “Luchtbepaling van de geurconcentratie door dynamische olfactometrie”. In deze verordening wordt voor de geurbelasting uitgegaan van het gebruikelijke 98-percentiel geurconcentratie. Dat betekent dat de – met een verspreidingsmodel – berekende geurconcentratie gedurende 98 procent van de tijdseenheid niet wordt overschreden. Artikel2aanwijzing gebieden 1Als gebied als bedoeld in artikel 6 lid 1, van de Wet wordt aangewezen het volgende gebied: het gehele grondgebied van de gemeente Cuijk; 2Als gebied als bedoeld in artikel 6 lid 3, van de Wet wordt aangewezen het volgende gebied: het gehele grondgebied van de gemeente Cuijk; 3Het gebied als bedoeld in de leden 1 en 2 wordt aangegeven op de bij deze verordening behorende en als zodanig gewaarmerkte Gebiedsvisie 2008 en bijbehorende kaarten (gebiedsindeling en geurhinder); 4Voor de gebiedsindelingen zoals onderscheiden in de artikelen 3 en 4 van deze verordening wordt verwezen naar de in het derde lid genoemde Gebiedsvisie
- Artikel3waarden voor de geurbelasting 1Op grond van artikel 6 lid 1 van de Wgv en in afwijking van artikel 3, lid 1 van de Wet bedraagt de maximale waarde voor de geurbelasting van een veehouderij op een geurgevoelig object in het gebied als genoemd in artikel 2 lid 1 van deze verordening: 2 A (Toekomstige) bebouwde kommen en bedrijventerreinen (licht) 3 Odourunits; B Gebied De Messemaker in de kom van Cuijk 3,5 Odourunits; C Extensiveringsgebieden met primaat overig en Waterpark Dommelsvoort (tenzij ingedeeld onder A) 5,0 Odourunits; D Bouwplan Oost Vianen 6,0 Odourunits; E Bedrijventerreinen (zwaar) 14,0 Odourunits; F Verwevingsgebieden 14,0 Odourunits; G Landbouwontwikkelingsgebieden 14,0 Odourunits; Zie de bij deze verordening behorende normenkaart, waarop bovenstaande gebieden staan weergegeven. Artikel4andere waarde voor de vaste afstanden 1Op grond van artikel 6 lid 2 van de Wgv en in afwijking van artikel 3, tweede lid of artikel 4 van de Wgv, bedraagt de afstand tussen een veehouderij en een geurgevoelig object dat onderdeel heeft uitgemaakt van een veehouderij: aBinnen de bebouwde kom ten minste 50 meter; bBuiten de bebouwde kom ten minste 25 meter. Artikel5andere waarde voor de vaste afstanden 1Op grond van artikel 6 lid 3 van de Wgv en in afwijking van artikel 4, eerste lid van de Wgv, bedraagt de afstand tussen een “veehouderij waar dieren worden gehouden van een diercategorie waarvoor niet bij ministeriële regeling een geuremissiefactor is vastgesteld”, en een geurgevoelig object: aBinnen de bebouwde kom ten minste 50 meter; bBuiten de bebouwde kom ten minste 25 meter;tot aan een maximum van 300 stuks rundvee, naast eventueel bijbehorend jongvee. Artikel6citeertitel 1Deze verordening kan worden aangehaald als de “Verordening geurhinder en veehouderij Cuijk 2008”. Artikel7in werkingtreding 1Deze verordening treedt in werking met ingang van 3 juli 2008; Aldus vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Cuijk in zijn openbare vergadering van 30 juni 2008.De griffier, De voorzitter, C.G.W.M Selman, L.M. Schoots,griffier burgemeester