Verordening toeslagen en verlagingen Wet investeren in jongerenDe Raad van de gemeente Cuijk Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van d.d. 10 november 2009; Gezien het advies van de commissie Burger van 24 november 2009; Gelet op artikel 147, eerste lid, Gemeentewet, en de artikelen 12, eerste lid, onderdeel e, en 35, eerste lid, van de Wet investeren in jongeren; Overwegende dat het noodzakelijk is het verstrekken van toeslagen en het verlagen van uitkeringen van jongeren van 18 jaar of ouder doch jonger dan 27 jaar bij verordening te regelen; B e s l u i t : Vast te stellen de: Verordening toeslagen en verlagingen Wet investeren in jongeren Hoofdstuk 1 Begripsbepalingen Artikel1 1In deze verordening wordt verstaan onder: ade wet: de Wet investeren in jongeren; bgehuwdennorm: de norm bedoeld in artikel 28, eerste lid onderdeel d, van de wet; ccollege: het college van burgemeester en wethouders; dwoning: een woning als bedoeld in artikel 1, onderdeel j, Wet op de huurtoeslag, als mede een woonwagen of woonschip, als bedoeld in artikel 3, zesde lid, Wet werk en bijstand; ewoonkosten: 1°. indien een huurwoning wordt bewoond, de per maand geldende huurprijs, bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Wet op de huurtoeslag; 2°. indien een eigen woning wordt bewoond, de tot een bedrag per maand omgerekende som van de verschuldigde hypotheekrente en de in verband met het in eigendom hebben van de woning te betalen zakelijke lasten en een naar omstandigheden vast te stellen bedrag voor onderhoud; Artikel2 1De bepalingen van deze verordening gelden alleen voor jongeren van 21 jaar of ouder doch jonger dan 27 jaar. In geval van gehuwden gelden de bepalingen van deze verordening alleen indien de gehuwden beiden 21 jaar of ouder doch jonger dan 27 jaar zijn. Hoofdstuk 2 Criteria voor het verhogen van de norm Artikel3Toeslagen 1De toeslag bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de wet bedraagt 20 procent van de gehuwdennorm voor de jongere in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft; 2De toeslag bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de wet bedraagt 10 procent van de gehuwdennorm voor de jongere die met één of meer anderen zijn hoofdverblijf in dezelfde woning heeft; Hoofdstuk 3 Criteria voor het verlagen van de norm of toeslag Artikel4Verlaging gehuwden 1De verlaging bedoeld in artikel 31 van de wet bedraagt 10 procent van de gehuwdennorm voor gehuwden die met één of meer anderen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben; Artikel5Verlaging woonsituatie 1De verlaging bedoeld in artikel 32 van de wet bedraagt: a20 procent van de gehuwdennorm indien een woning wordt bewoond waaraan voor de jongere geen woonkosten verbonden zijn; b10 procent van de gehuwdennorm indien geen woning bewoond wordt. Artikel6Anti-cumulatiebepaling 1De toepassing van de artikelen 3 tot en met 7 geschiedt zodanig, dat de toepasselijke norm voor de jongere tenminste bedraagt: a45 procent van de gehuwdennorm voor een alleenstaande, b65 procent van de gehuwdennorm voor een alleenstaande ouder, c75 procent van de gehuwdennorm voor gehuwden. HOOFDSTUK 4. SLOTBEPALINGEN Artikel7Inwerkingtreding 1Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van haar bekendmaking en heeft terugwerkende kracht tot 1 oktober 2009. Artikel8Citeertitel 1Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening toeslagen en verlagingen Wet investeren in jongeren. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van de gemeente Cuijk van 14 december 2009. De griffier, De voorzitter,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.