Verordening op de heffing en de invordering van Toeristenbelasting 2011De raad van de gemeente Montferland; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 16 november 2010;gelet op de artikelen 224 van de Gemeentewet; BESLUIT: vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en de invordering van Toeristenbelasting 2011 Artikel1Belastbaar feit Onder de naam 'toeristenbelasting' wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene zijn opgenomen in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens van de gemeente. Artikel2Belastingplicht 1Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel
- 2De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel
- 3Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf, is degene belastingplichtig die verblijf houdt als bedoeld in artikel
- Artikel3Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven voor het verblijf: van degene die verblijft in een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet Toelating Zorginstellingen; van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, vanvoornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt als bedoeld in artikel 1 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers. van een maatschappelijk of culturele instelling aangemerkt kunnen worden. Artikel4Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingjaar. Het aantal overnachtingen wordt gesteld op het aantal overnachtende personen vermenigvuldigd met het aantal nachten. Artikel5Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing 1Het aantal personen dat heeft overnacht, wordt met betrekking tot:a. hotels; pensions; recreatiebungalows in bungalowparken / op campings; appartementen; zomerhuisjes; gemeubileerde kamers; kampeerboerderijen en dergelijke bedrijven bepaald op het aantal slaapplaatsen;b. stacaravans, op vaste standplaatsen, bepaald op 2 slaapplaatsen;c. mobiele kampeeronderkomens op niet vaste standplaatsen, waaronder worden verstaan tenten; vouwwagens; kampeerauto’s; toercaravans; dan wel soortgelijke onderkomens of voertuigen, welke bestemd zijn voor, dan wel gebezigd worden als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden, bepaald op 3 slaapplaatsen. 2Het aantal malen dat door de in het eerste lid bedoelde personen wordt overnacht in de in dat lid genoemde onderkomens, wordt bepaald op:a. voor hotels; pensions; recreatiebungalows in bungalowparken / op campings; appartementen; zomerhuisjes; gemeubileerde kamers; kampeerboerderijen en dergelijkebedrijven: 250 per belastingjaarb. voor stacaravans op vaste standplaatsen: 50 per belastingjaarc. mobiele kampeeronderkomens: 365 per belastingjaar 3Het aantal mobiele kampeeronderkomens, als bedoeld in het eerste lid, letter c, wordt astgesteld op het gemiddelde van een zestal tellingen gedurende het belastingjaar, waarbij iedere telling valt binnen een afzonderlijke periode van twee maanden. Artikel6Opteren voor niet-forfaitaire maatstaf van heffing In afwijking van het bepaalde in artikel 6 wordt op een door de belastingplichtige bij de aangifte gedane aanvraag de maatstaf van heffing vastgesteld op het werkelijke aantal overnachtingen, indien blijkt dat dit aantal lager is dan het op grond van artikel 6 berekend aantal. Artikel7Belastingtarief Per overnachting bedraagt het tarief € 0,
- Artikel8Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar Artikel9Wijze van heffing De belastingen worden bij wege van aanslag geheven. Artikel10Aanslaggrens Geen belastingaanslag wordt opgelegd indien het aantal overnachtingen, waartoe gelegenheid wordt of is gegeven, gedurende het belastingjaar minder dan veertig zal of heeft belopen. Artikel11Termijn van betaling 1In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet vermeld en detweede twee maanden later. 2In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt, ingeval machtiging is verleend tot automatische incasso van het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet gemeentelijkeheffingen niet meer is dan € 2.000,-, de aanslagen moeten worden betaald in 8 gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maanddie in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later, dit met in achtneming van het in artikel 10 lid 3 van de RegelingAutomatische Incasso Gemeentelijke Belastingen.Indien bovengenoemde aanslagen in april of later in het belastingjaar worden opgelegd, is het aantal betaaltermijnen gelijk aan de nog in het belastingjaar overblijvende vollekalendermaanden, met een minimum van drie termijnen. 3De in het tweede lid bedoelde machtiging tot automatische incasso wordt geacht niet te zijn verleend indien drie van de maximaal acht termijnen niet zijn betaald doordat automatische incasso van de betaalrekening van de belastingschuldige niet mogelijk blijkt dan wel binnen één maand na afschrijving zijn gestorneerd. Alsdan gelden de betaaltermijnen als bedoeld in het eerste lid. 4De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel12Nachtverblijfregister 1Indien ten aanzien van een belastingplichtige het bepaalde in artikel 6 wordt toegepast, is hij gehouden per belastingjaar een vanwege de gemeente kosteloos ter beschikking gesteld nachtverblijfregister bij te houden. 2Het nachtverblijfregister bevat met betrekking tot ieder, aan wie gelegenheid tot overnachten is verschaft, ten minste de volgende gegevens:a. naam en woonplaats;b. datum van aankomst en datum van vertrek;c. het aantal overnachtingen, ter zake waarvan belasting verschuldigd is; 3Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd voor bepaalde gevallen of groepen van gevallen van de in het eerste lid bedoelde verplichtingen gehele of gedeeltelijke ontheffing te verlenen, zonodig onder door hem te stellen voorwaarden. Artikel13Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de toeristenbelasting. Artikel14Inwerkingtreding en citeertitel 1De “Verordening Toeristenbelasting 2010” van 26 november 2009 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijven op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 3De datum van heffing is 1 januari
- 4Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening Toeristenbelasting 2011”. Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad te ’s-Heerenberg, 23 december 2010.De raad van de gemeente Montferland,De griffier, D. BerendsDe voorzitter, C.C. Leppink-Schuitema