Re-integratieverordening Wet werk en bijstand gemeente Slochteren 2011De raad van de gemeente Slochteren; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 31 mei 2011; gezien het advies van het Platform Werk en Inkomen d.d. 22 mei 2011; gelet op de Gemeentewet, de Algemene wet bestuursrecht en de Wet werk en bijstand (WWB); overwegende dat op grond van artikel 8, eerste lid, aanhef en onderdelen a, e en f van de WWB-regels dienen te worden gesteld met betrekking tot het ondersteunen bij arbeidsinschakeling en het aanbieden van voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling, zoals bedoeld in artikel 7 van die wet; tevens overwegende dat op grond van artikel 35 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) en artikel 35 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) regels dienen te worden gesteld met betrekking tot het ondersteunen bij arbeidsinschakeling en het aanbieden van voorzieningen, gericht op arbeidsinschakeling, zoals bedoeld in artikel 34 IOAW en artikel 34 IOAZ; b e s l u i t : vast te stellen de volgende: “Re-integratieverordening Wet werk en bijstand gemeente Slochteren 2011” HOOFDSTUK1.Algemene bepalingen Artikel1.Begripsomschrijvingen 1.In deze verordening wordt verstaan onder: de wet: de Wet werk en bijstand; de IOAW: de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers; de IOAZ: de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; de Wsw: de Wet sociale werkvoorziening; de Anw: de Algemene nabestaandenwet; het UWV: het Uitvoeringsorgaan werknemersverzekeringen, zoals bedoeld in de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen; de belanghebbende: de persoon als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van deze verordening; voorzieningen: de voorzieningen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, aanhef en onderdeel a van de wet; flankerende voorzieningen: de voorwaardenscheppende regelingen welke het hoofddoel mogelijk maken, dan wel ondersteunen; de bijstandsgerechtigde: de persoon, in de leeftijd van 27 tot 65 jaar, die bijstand ontvangt ter voorziening in de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan; de uitkeringsgerechtigde: de bijstandsgerechtigde, dan wel de gerechtigde tot een uitkering krachtens de IOAW of IOAZ; de niet-uitkeringsgerechtigde: de persoon bedoeld in artikel 6, aanhef en onderdeel a, van de wet; algemeen geaccepteerde arbeid: iedere vorm van betaalde arbeid, niet zijnde werk in het kader van de Wsw of werk dat gewetensbezwaren oproept; duurzame arbeid: algemeen geaccepteerde arbeid, die gedurende ten minste zes maanden wordt verricht en die geen gesubsidieerde arbeid is; het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Slochteren. 2.Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de wet, de IOAW, de IOAZ en de Algemene wet bestuursrecht. Artikel2.Doelgroep 1.Deze verordening is van toepassing op de persoon: als bedoeld in artikel 7, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de wet; als bedoeld in artikel 7, zevende lid, tweede volzin, van de wet; gerechtigd tot een uitkering krachtens de IOAW of de IOAZ. 2.Deze verordening is niet van toepassing op de persoon: die geen uitkeringsgerechtigde is of die onderwijs of beroepsonderwijs volgt als bedoeld in de Wet studiefinanciering 2000, dan wel het vierde hoofdstuk van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten; die een kind is als bedoeld in artikel 7, tweede lid, aanhef en onderdeel a, van de Algemene kinderbijslagwet; die behoort tot de doelgroep zoals bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet investeren in jongeren. Artikel3.Taak van de gemeente 1.Het college draagt zorg voor het aanbieden van de naar zijn mening meest geschikte voorzieningen aan de belanghebbende, in het kader van de ondersteuning bij arbeidsinschakeling, gericht op de kortste weg naar duurzame arbeid, of, als dit doel niet haalbaar wordt geacht, bij zelfstandige maatschappelijke participatie. 2.Ten uitvoering van de in het eerste lid bedoelde zorgplicht stelt het college periodiek beleidsregels vast, waarin op basis van het beschikbare budget wordt aangegeven op welke wijze wordt voorzien in de ondersteuning bij arbeidsinschakeling of zelfstandige maatschappelijke participatie, alsmede welke voorzieningen daartoe in welke mate voor welke groepen belanghebbenden zullen worden ingezet. 3.Het college bevordert de beschikbaarheid van flankerende voorzieningen die belemmeringen voor toetreding tot de arbeidsmarkt, dan wel tot zelfstandige maatschappelijke participatie, kunnen opheffen of verminderen. 4.De voorzieningen die de gemeente in het kader van ondersteuning bij arbeidsinschakeling of zelfstandige maatschappelijke participatie inzet, worden toegekend door middel van een beschikking. Artikel4.Rechten en plichten van de belanghebbende 1.De belanghebbende is verplicht naar vermogen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen en te aanvaarden. 2.De belanghebbende kan aanspraak maken op ondersteuning bij arbeidsinschakeling ten behoeve van de realisatie van de naar het oordeel van het college kortste weg naar duurzame arbeid. Het college bepaalt hoe deze aanspraak wordt ingevuld. 3.De belanghebbende, aan wie een voorziening als bedoeld in artikel 7 van deze verordening wordt aangeboden, is verplicht hiervan gebruik te maken. 4.De belanghebbende, aan wie een medische keuring wordt aangeboden, is verplicht hiervan gebruik te maken. 5.Onverminderd andere verplichtingen, voortvloeiend uit wet- of regelgeving, gelden voor de belanghebbende die deelneemt of heeft deelgenomen aan een voorziening de verplichtingen: alle inlichtingen te verstrekken over de passendheid en voortgang van de voorziening, alsmede over de wijzigingen in zijn persoonlijke situatie, die van belang kunnen zijn voor de beoordeling van de aanspraak op ondersteuning en de noodzaak van voortzetting van de voorziening, daaronder in ieder geval begrepen wijzigingen met betrekking tot de woonplaats, de gezondheidssituatie dan wel arbeidshandicaps of nevenwerkzaamheden dan wel neveninkomsten; medewerking te verlenen aan onderzoeken over de inhoud, passendheid, voortgang en uitvoering van de voorziening; naar vermogen uitvoering te geven dan wel mee te werken aan de verschillende onderdelen van de voorziening; alles na te laten wat de realisatie van het doel van de voorziening belemmert. 6.Indien de belanghebbende zijn verplichtingen, voortvloeiend uit het derde of het vijfde lid, niet nakomt, kan het college besluiten dat zijn aanspraak op verdere voorzieningen vervalt. HOOFDSTUK2.Nadere bepalingen Artikel5.Afstemmingsverordening voor niet-uitkeringsgerechtigden en Anw-ers 1.Indien de niet-uitkeringsgerechtigde, dan wel de persoon met een uitkering krachtens de Anw, zich naar de mening van het college onvoldoende inzet of zich niet houdt aan de verplichtingen die aan hem in het kader van de re-integratie zijn gesteld, kan het college besluiten tot terugvordering van de middelen die in het kader van de re-integratie voor de bovengenoemde persoon zijn ingezet. 2.Onverminderd het bepaalde in het eerste lid kan het college besluiten gedurende een door het college te bepalen periode geen nieuwe voorzieningen aan te bieden. Artikel6.Criteria voor ontheffing van de arbeidsplicht Het college stelt met inachtneming van artikel 9, tweede lid, van de wet, artikel 37a van de IOAW en artikel 37a van de IOAZ, in beleidsregels de criteria vast voor de bepaling of aan de belanghebbende tijdelijk gehele of gedeeltelijke ontheffing van de verplichtingen, bedoeld in artikel 4, eerste en derde lid van deze verordening, wordt verleend. Artikel7.Voorzieningen 1.Het college kan de belanghebbende als bedoeld in artikel 2 van deze verordening begeleiden of laten begeleiden bij het zoeken naar en verwerven van arbeid, alsmede bij het wegnemen van belemmeringen voor arbeidsinschakeling, mits de belanghebbende bij het UWV als werkzoekende staat ingeschreven. Het college geeft in beleidsregels verdere uitwerking aan de soorten voorzieningen en aan de per soort voorziening geldende criteria. Bij deze uitwerking wordt in elk geval aandacht besteed aan de doelgroep per voorziening, aan het doel en de duur per soort voorziening en aan de verplichtingen van de aan de voorziening deelnemende belanghebbende. 2.De voorzieningen zijn onder te verdelen in de volgende categorieën: diagnostische instrumenten; motivatie- en activeringsgesprekken; kortdurende ondersteuning bij de arbeidsinschakeling; langdurige ondersteuning bij de arbeidsinschakeling; gesubsidieerde arbeid; werken met behoud van uitkering, daaronder mede verstaan vrijwilligerswerk; sociale activering. 3.Het college kan ter uitvoering van dit artikel met een belanghebbende als bedoeld in artikel 2 van deze verordening een arbeidsovereenkomst aangaan als bedoeld in artikel 610, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. Op deze arbeidsovereenkomst zijn de bepalingen van artikel 10 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing. 4.Het doel van de inzet van voorzieningen is de bevordering van de arbeidsinschakeling, onder andere door middel van het opdoen van werkervaring, het aanleren van vaardigheden en kennis, het opdoen van werkritme, maatschappelijke participatie en de bevordering van sociale zelfredzaamheid. 5.Scholing kan deel uitmaken van de voorzieningen bedoeld in het tweede lid. Het college kan scholing ook als zelfstandige voorziening aanbieden. 6.Het college kan voor de uitvoering van de voorzieningen afspraken maken met derden, waaronder werkgevers en re-integratiebedrijven. Artikel7a.Startkwalificatie en additionele arbeid Voor zover belanghebbende niet beschikt over een startkwalificatie, wordt binnen zes maanden na aanvang van de onbeloonde additionele werkzaamheden overeenkomstig artikel 10a van de wet, door het college bekeken in hoeverre scholing of opleiding kan bijdragen aan vergroting van de kans op inschakeling in het arbeidsproces. Artikel8.Afweging 1.Bij de bepaling van de geschiktheid van de voorzieningen voor de diverse belanghebbenden worden hun mogelijkheden en belemmeringen, alsmede de belangen van de gemeente, tegen elkaar afgewogen. Daarbij houdt het college onder meer rekening met de zorgtaken van alleenstaande ouders jegens hun kinderen en met de situatie op de arbeidsmarkt. 2.De alleenstaande ouder met een kind jonger dan twaalf jaar kan, wanneer de zorgtaak als belemmering wordt ervaren, pas deelnemen aan een voorziening als bedoeld in artikel 7 van deze verordening, indien een kinderopvangvoorziening aanwezig is. 3.Er is geen recht op een voorziening, indien er sprake is van een voorliggende voorziening die naar de mening van het college in voldoende mate bijdraagt aan de re-integratie op de arbeidsmarkt. 4.Gekozen wordt voor die voorziening die beschikbaar is en de goedkoopste adequate voorziening is. Artikel9.Handhaving 1.Als de bijstandsgerechtigde belanghebbende zijn verplichtingen als bedoeld in artikel 4 niet nakomt of niet is nagekomen, verlaagt het college de uitkering conform het bepaalde in de Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand gemeente Slochteren
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.